Posts tonen met het label colombia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label colombia. Alle posts tonen

woensdag 29 januari 2025

RUTTE MEETS TRUMP?



Staat de naoorlogse wereldorde op instorten? Ik wil niet dramatischer doen dan nodig maar als Trump zo doorgaat, is dat heel goed mogelijk. De naoorlogse wereldorde is gebouwd op de macht van de VS met Europa als slippendrager. Dat zint Xi en Putin al een hele tijd niet maar naar nu blijkt ook Trump niet.

Trump heeft niets met wereldorde. Trump heeft genoeg aan zichzelf, zowel persoonlijk als politiek. Trump verheft het eigenbelang in de enge betekenis van het woord tot internationale politiek. We hebben het Trump zelf horen zeggen, Amerika heeft genoeg aan zichzelf. Dat hij de golf van Mexico hernoemt tot Golf van Amerika is veelzeggend.


Trump zal de macht van Amerika gebruiken om het nog rijker en sterker te maken. Daarom wil hij Groenland toevoegen aan het Amerikaanse grondgebied en het Panamakanaal terug hebben. Degenen die niet meewerken zullen de macht van Amerika voelen, niet zijn militaire macht, die op de achtergrond wel altijd aanwezig is, maar zijn economische macht.


De lotgevallen van Colombia en in het verlengde Mexico als exportlanden van illegale migranten, spreken boekdelen. Toen Colombia twee Amerikaanse militaire vliegtuigen met illegale Colombiaanse migranten weigerde, dreigde Trump meteen om de invoertarieven met 50%te verhogen. Colombia bezweek voor de druk en voegde zich naar de wensen van Trump. Uit het Tromp kamp klonk gejuich. Eindelijk respect voor Amerika en Trump.


Met Groenland hebben we het eerste dreigende telefoongesprek van Trump al achter de rug. Hij eist dat hij Groenland kan kopen aldus de Deense premier Mette Frederiksen. Het argument van haar dat Groenland al 800 jaar bij Denemarken hoort, interesseert Trump helemaal niks. Trump is geen man met respect voor geschiedenis. Hij heeft alleen maar respect voor macht, militaire macht en economische macht. De rest kan wat hem betreft gestolen worden.


Dat een dergelijk brutaal nationaal egoïsme zich tegen hem en zijn land kan keren, interesseert hem misschien nog wel minder dan autoritaire leiders als XI en Trump. Die twee hebben tenminste nog in de gaten dat je mensen en landen op de eerste plaats moet zien te verleiden, desnoods met leugens en bedrog, en pas als dat niet lukt je de stok achter je rug vandaan moet halen.


Als Trump zijn eis rond Groenland doorzet en alles wijst erop dat hij dat van plan is, dan is dat een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van de NAVO, de pijler waarop een groot deel van de naoorlogse wereldorde op berust. Wanneer de NAVO instort dan is Europa op zichzelf aangewezen en dat is geen goede zaak.


Onder Amerikaanse vlag heeft Europa een zekere eenheid weten te bewerkstelligen maar zonder die vlag zou het wel eens snel uiteen kunnen vallen in verschillende blokken. Dan zijn we terug bij het vooroorlogse Europa, het Europa waar twee wereldoorlogen zijn begonnen.


De vraag is dus of de NAVO de aanval van Trump, want dat is het, zal overleven? Daar zal heel wat stuurmanskunst voor komen kijken en dat nu net op het moment dat de voormalige Nederlandse premier Rutte algemeen secretaris is van de NAVO. Tijdens zijn Nederlandse premierschap heeft hij bewezen een heel goed neus te hebben voor macht en het bijbehorende spel maar Nederland is de wereld niet en Nederlandse politici zijn een maatje te klein voor Trump. Rutte zal moeten bewijzen dat zijn leiderschap van wereldformaat is. Of het dat is moeten we maar afwachten.

vrijdag 12 juli 2024

49. AMERICA LATINA. FLAMENCO EN KARTUIZERKLOOSTER

Terug naar huis doen we Burgos aan waar we het Kartuizerklooster Miraflores bezoeken. Dora zet ons bij het monument op het plein voor het klooster op de foto. Rechts zit Alvaro, links ben ik.


We zijn aan het einde van onze bedevaarten gekomen. Onverwacht heeft Frans ons allemaal verrijkt met geestelijke voedsel waar we nog een tijd op kunnen teren. Had hij dit van tevoren bedacht? Ik denk het wel. Anders zou hij niet de gelofte bedacht hebben waarmee hij ons verraste bij het graf van Sint Jan van het Kruis.

Hij heeft het nooit gezegd en ik heb er nooit naar gevraagd maar ik denk dat hij als zijn opvolgers zag en dat hij ons ook samen wilde binden in en gemeenschappelijk doel. Je zou het een belofte van wederzijdse trouw kunnen noemen. 

Al zeg ik het zelf, ik ben van nature trouw aan vriendschappen ook als dat met iemand als Frans is of Alvaro. Een gelofte was niet echt nodig. Bovendien de gelofte om rijkdom niet tot je levensdoel te maken, spreekt vanzelf. De materiële kant van het leven is voor ons een noodzaak maar niet iets om je leven aan te wijden.

Frans vertrekt naar Colombia, wij blijven nog een dag om dan terug te rijden naar Nederland. Alvaro gaat met ons mee in de auto, een kennismakingsreis met een stukje van West-Europa. Martha en Lorena komen later per vliegtuig, als wij in Nederland zijn. Dan zullen ze samennon een week bij ons thuis in Vreeswijk logeren. 

Onze laatste avond in Madrid brengen we op aanbeveling van Alvaro door in een flamenco-club. Alvaro is tijdens een eerder bezoek aan de club gefascineerd geraakt door de flamencodanser en muziek in die club. Niet zo gek als je hem kent. Hij is van aard serieus maar kan zich laten gaan in muziek en dans. 

Het gaat er informeel aan toe. Een soort permanent jamsessie maar dan van Flamencodans en muziek in plaats van jazz. Muzikanten en dansers wisselen elkaar af. Iedereen die wil, kan op de vloer terecht en laten zien wat hij of zij kan. 

Een jongeman valt op door zijn toewijding en zijn vakmanschap. Hij danst bijna in trance. Zo te zien is hij met flamenco opgegroeid, maar heeft niet het gebruikelijke postuur en gezicht. 

Alvaro vraagt aan ons wat wij denken van zijn afkomst. We hebben geen idee. Hij lijkt wel een Japanner.  Hij blijkt uit Peru te komen. Peruanen lijken soms op Japanners vanwege hun sterke indiaanse trekken die een zekere verwantschap tonen met Aziatische volkeren zoals de Japanners. 

De volgende morgen is de dag van ons vertrek. We doen wat Frans ons bij het afscheid op het vliegveld heeft aanbevolen en rijden naar Burgos waar we het kartuizer klooster bezoeken. 

Het is inderdaad zoals Frans heeft gezegd een wonderschoon klooster met een prachtige kapel. Het is voor het eerst dat ik besef dat die schoonheid voortvloeit uit de wil van de ambachtslieden om de goddelijkheid te vieren. Aardse schoonheid is voor hen het voorportaal van de hemel. 

In hun tijd was die hemel een rotsvaste zekerheid. Daar werd ternauwernood an getwijfeld. Dat is nu heel anders. Onze twijfel of ongeloof heeft ons het absolute gevoel voor schoonheid ontnomen. Al zouden we het willen, we kunnen de schoonheid van de muziek, de beelden en de architectuur van de oude meesters bij gebrek aan geloof niet meer evenaren. De zoektocht naar volmaaktheid hebben we opgegeven.

 

zaterdag 22 juni 2024

46. AMERICA LATINA. TOLEDO


In de St. Thomé kerk in Toledo bewonderen we het meesterwerk 'De Begrafenis van Graaf Orgaz" van de Spaanse schilder El Greco (1541-1614). De overlevering zegt dat de graaf uit dank voor zijn vele gaven aan de kerk begraven is door de heilige Stefanus en Augustinus. Het schilderij heeft de reusachtige afmeting van 4,8 x 3,6 meter. Ter vergelijking, de Nachtwacht is 4,4 x 3,6 meter. El Greco (de Griek) werkte voornamelijk in Toledo. Zijn schilderijen zijn eeuwenlang vergeten geweest totdat moderne schilders zijn vrije penseelvoering en kleurenpalet begonnen te waarderen.


Spanje komt ter sprake als de kolonisator van het land van mijn Colombiaanse vriend Alvaro en als de voormalige vijand van mijn land. De machtige arm van Spanje reikte van Colombia tot in Nederland. 

Maar voor Alvaro is de Tachtigjarige oorlog te ver weg in tijd en ruimte. Wat moet hij daarmee? Nu na bijna 200 jaar onafhankelijkheid zijn politiek en geweld in zijn land nog altijd met elkaar verweven terwijl Nederland een baken is van politieke vreedzaamheid en stabiliteit. Maar Nederland is dan ook ruim 200 jaar langer onafhankelijk dan Colombia. 

Sinds de onafhankelijkheid van Colombia vochten de Liberalen, de erfgenamen van de Franse en Amerikaanse revolutie tegen de Conservatieven, de erfgenamen van de Spaanse sociale, politieke en religieuze orde.

Sinds het begin van deze eeuw is daar de links-sociale revolutie bij gekomen, de door Cuba en communisme geïnspireerde gewapende strijd tegen de Liberale en Conservatieve elite. Een strijd die het land dreigt te verlammen. Alvaro houdt er zich verre van. Hij is de man er niet naar om zich daar in te mengen. 

Ons bezoek aan Toledo, je zou kunnen zeggen onze derde bedevaart in Spanje, licht een beetje de sluier op waarin de Spaanse geschiedenis is gehuld. Het is een van de oudste steden van het land met een rijke moorse en later Spaans-katholieke geschiedenis. Met zijn verhuizing naar het Escorial, maakte Filips II, de koning die zo fanatiek oorlog voerde tegen Nederland, een einde aan Toledo als de hoofdstad van Spanje. 

In de tijd van Toledo als het politieke centrum van het land was de kathedraal een symbool van religieuze en politieke macht. Kardinalen speelden een grote rol in de Spaanse politiek. Hun hoeden hangen nog steeds in de kathedraal als om ons te herinneren aan hun macht. 

Maar misschien zijn de kerkschatten die we bezichtigen nog wel een groter symbool van de vroegere Spaanse macht. Samen kijken we enigszins verbijsterd naar de hoeveelheid goud en zilver die daar in de vorm van bokalen, torenhoge monstransen, beelden, kruizen en andere katholieke symbolen uitgestald staat. 

Voor Alvaro is het uit zijn land geroofd goud omgesmolten tot kerkschatten. Eigenlijk zou dit teruggegeven moeten worden  maar gedane zaken nemen geen keer. Bovendien hijzelf is toch ook een zoon van Spanje. Spanje was het moederland van zijn voorouders zoals het dat ook ooit was van mijn verre, verre voorouders.  

We bezoeken de kerk van de Heilige Thomas waar een van de beroemdste en grootste schilderijen van El Greco hangt, de begrafenis van Graaf Orgaz. Greco heeft het geschilderd in 1586. Het schilderij doet als groepsschilderij en que omvang denken aan onze eigen Nachtwacht van Rembrandt alleen is de Nachtwacht bijna tachtig jaar later geschilderd. 

Het roept de vraag op in hoeverre de Spaanse schilderkunst invloed heeft gehad op de Nederlandse schilderkunst. Het kan toch haast geen toeval zijn dat Spanje en de Nederlanden als het ware grootmachten zijn in de schilderkunst? Wij zullen toch wel iets geërfd hebben van de Spanjaarden? 

We sluiten ons bezoek aan Toledo af met een kleine zwerftocht door de smalle straten met de tientallen souvenir winkeltjes. De geschiedenis van Toledo teruggebracht tot eenvoudige snuisterijen die straks ergens in Spanje of daarbuiten in een huiskamer worden uitgesteld als bewijs dat Toledo nog altijd een bezoek waard is.

 

vrijdag 14 juni 2024

46. AMERICA LATINA. SPAANSE BURGEROORLOG

 

De Spaanse dichter en theatermaker Federico Garcia Lorca (1898-1936) -rechts op de foto- was in zijn studententijd dik bevriend met Dali of was het meer? Daarover is men het niet eens. 'García Lorca was openlijk homoseksueel, ging modern gekleed, had de wereld bereisd, en was afkomstig uit een rijke familie. Hij was een veelzijdige kunstenaar: hij schreef proza, poëzie en theaterstukken, was schilder en tekenaar, een goede musicus, speelde gitaar en piano, kon ontroerend zingen en acteren en was ook nog mimespeler. Hij werd tijdens de  Spaanse burgeroorlog vermoord door de nationalistische aanhangers van Franco, wellicht vanwege zijn reputatie als linksgeoriënteerde schrijver van romantische werken met een sociale weerklank." (wikipedia) 

Tachtig jaar voerde mijn land oorlog tegen Spanje en wat weet ik nou eigenlijk van Spanje? Al wat ik op school geleerd heb, is dat het een meedogenloze vijand was en nog katholiek ook. Over dat laatste werd besmuikt gesproken. Maar wat wil je in het katholieke zuiden? Hoe leg je als onderwijzer of leraar uit in een katholiek milieu dat de Tachtigjarige Oorlog ook een halve godsdienstoorlog was tegen katholieken? Dat is een mijnenveld waar je als leraar maar liever van weg blijft.

Mijn eerste kennismaking met Spanje was toen Dora en ik een cursus Spaans volgden in San Sebastian. Dat was een intensieve taalcursus dus kwamen we niet toe aan de geschiedenis van Spanje. Wel aan een kennismaking met het eten. We aten er bijvoorbeeld voor het eerst olijven en die bevielen ons goed. In het algemeen vonden we de Spaanse keuken of eigenlijk de Baskische keuken een bijzonder aangename afwisseling van de Nederlandse keuken. 

De moderne geschiedenis van Spanje is ons zo goed als onbekend behalve dat de fascistische dictator Franco sinds de burgeroorlog in de jaren dertig aan de macht is. Wat dat betekent besef ik pas als  de lerares Spaanse grammatica tijdens een les spontaan begint te praten over de gevolgen van de burgeroorlog in haar familie. Die is tot haar grote verdriet, ze moet een beetje huilen terwijl ze het verteld, tot op de dag van vandaag verdeeld in een Franco en een Republikeinse tak. Na 35 jaar praten ze nog steeds niet met elkaar, zo diep zijn de wonden die de burgeroorlog heeft geslagen. 

Toen pas drong het tot me door hoe diep een burgeroorlog in het leven van gezinnen doordringt. Ik betwijfel of enkele van mijn voormalige Nijmeegse studiegenoten dat beseften toen zij over de Spaanse burgeroorlog spraken als een tijd van heldendom en moed.  Voor sommigen was de Spaanse burgeroorlog mede aanleiding zich te bekeren tot de communistische partij Nederland, volgens hen de enige partij die waakzaam is tegen het fascisme. 

Die avond krijgen we in het kader van onze zomercursus een lezing over de dichter en toneelschrijver Garcia Lorca die in 1936 aan het begin van de Spaanse burgeroorlog vermoedelijk door rechts nationalistische milities is vermoord. Hij was als socialist, homoseksueel en activistisch theaterman een stoorzender voor de gevestigde conservatieve katholieke orde waar generaal Franco voor stond. We besluiten ter herinnering aan deze gedenkwaardige avond een LP van Paco Ibañez te kopen waarop hij gedichten zingt van Garcia Lorca.  


vrijdag 5 april 2024

36. AMERICA LATINA. FRANS ROSIER IN NEDERLAND

Kloosterkerk met rechts het Karmelieten klooster in Amstelveen waar Frans een bescheiden kamer had. Het klooster is opgeleverd in 1965 en in 1993 alweer gesloten. In die periode was het aantal kloosterlingen drastisch afgenomen. Het is vlak daarna afgebroken.

 

Terug naar mijn correspondentie met Frans Rosier. Aan het eind van het actiejaar 1973 ontvang ik een brief waarin hij, zoals na eerdere brieven viel te verwachten, zijn bezoek aan Nederland aankondigt.

“Tussen de slepende affaires van bezoeken, het beëindigen van mijn studie over Meissen (noot: een studie naar het leven in een grote armoede wijk van Bogotá waar ik al eerder over geschreven heb), vergaderingen en wat dies meer zij, wil ik je voor mijn vertrek uit Bogotá nog even schrijven. Mijn reis is momenteel vastgesteld op 15 januari. Ik denk over New York te reizen om daar even op verhaal te komen. Rondom 17 januari zou ik dan in Nederland kunnen zijn, maar die datum en het uur van aankomst zijn nog niet zeker. Wellicht weet je dat Alvaro de mogelijkheid heeft om vanaf Januari nog een half jaar naar Spanje te gaan. Ook hij heeft nog niet alles kunnen regelen, zodat het kan gebeuren dat ik in New York aankom terwijl hij in Madrid zit. Hoewel mijn gezondheid redelijk goed is, zie ik er tegen op om het enorme traject Bogotá-Amsterdam in één ruk te maken” (Bogotá, 23 december 1973)

Tussendoor schrijft hij enige troostende woorden over mijn veronderstelde frustraties, die er overigens best wel geweest zullen zijn maar misschien in een brief van mij zwaarder zijn aangezet dan ik ze voel. Zijn bezorgdheid doet me hoe dan ook goed met zoals gebruikelijk bij Frans toch ook weer een scherpe observatie.

“Uit je laatste brieven maak ik op, dat je je een beetje gefrustreerd voelt, afgezien van je geluk in het huiselijke leven. Toch ben ik er van overtuigd dat je veel doet niet zo zeer door een grote hoeveelheid activiteiten maar vooral door het simpele feit van te zijn zoals je bent. Daarvan hoef je geen boekhouding te maken.” (Fragment uit hierboven genoemde brief )

Aan het einde van de brief lees ik dat hij besloten heeft na zijn bezoek aan Nederland terug te keren naar Colombia. “Als de medische keuring in Nederland goed uitvalt, als er intussen geen wereldoorlog uitbreekt of andere overmachten zich doen gelden, is mijn plan rondom April weer naar Colombia terug te keren, al is het met minder middelen dan ik momenteel ter beschikking heb. Ik ben veel te lang in dienst van Den Haag geweest.” (Citaat uit bovengenoemde brief)

In een brief kort daarop ( 6 Januari 1974) vraagt hij me om hem op 17 januari om 7.15 uur ’s morgens te komen ophalen op Schiphol. Hij vraagt me de Karmel in Doddendaal te Nijmegen te waarschuwen dat ik hem kom ophalen zodat ze van daaruit geen moeite hoeven te doen voor een verre reis naar Schiphol.

Na enig heen en weer bellen blijkt dat er voor hem een kamer is gereserveerd in het Karmelietenklooster in Amstelveen. Ik bezoek hem daar wekelijks soms vergezeld van Diny en Floortje. Voor zover mijn werk het toelaat, vergezel ik hem ook op bezoeken in het land waarbij ik mij als een soort privé chauffeur op de achtergrond houd.

Zo brengen we een bezoek aan het Karmelklooster in Nijmegen. Frans zorgt dat ik een rondleiding krijg van een van de paters. Het is mijn eerste bezoek met rondleiding aan een klooster. In de bibliotheek krijg ik de volledige werken van Jan van het Kruis te leen.

Een langere rit brengt ons naar Friesland, naar een onbekende maar belangrijke en gezien hun villa zeker geen onbemiddelde familie. Frans wordt verwacht. Hij wordt door een, naar ik schat dienstmeisje naar binnen geleid terwijl ik in de deftige hal wacht zoals het een privéchauffeur betaamt. Pas op de terugweg krijg ik te horen dat hij op bezoek is geweest bij de Douwe Egberts familie. Via een stichting helpen zij jonge, veel belovende studenten uit landen waar zij koffie of andere producten kopen aan een beurs. Alvaro heeft zo een beurs gekregen om in New York te studeren en aansluitend nog een half jaar in Madrid te studeren.

Zoals verwacht, wijst het medisch onderzoek ter afsluiting van de contractperiode met Den Haag, niet op verborgen kwalen of ziektes die een terugkeer naar Colombia in de weg zouden staan. Frans vraagt daarop toestemming aan de Karmel om terug te mogen naar Colombia. Zodra die binnen is, begint hij zijn terugreis te regelen. Hoe hij het financieel rond moet krijgen, weet hij nog niet. Misschien dat een stichting die zijn werk ondersteunt, kan helpen. 

Ik weet niet meer van wie het idee komt om gedrieën naar Madrid te reizen. Ik denk eigenlijk Frans. Hij kan dan vanuit Madrid naar Bogotá vliegen en wij per auto terug naar Nederland samen met het gezin van Alvaro. 


vrijdag 2 februari 2024

27. AMERICA LATINA. MODERNE EGYPTISCHE SLAAF

Fernando (rechts) was een van de studenten die meewerkte aan het onderzoek in de armenwijk Meissen in Bogotá.  Deze foto (1971) is gemaakt tijdens ons bezoek aan Fernandoin het het dorpje Chocontá alwaar hij in het kader van zijn antropologie studie onderzoek deed naar leven en werken van de dorpsgemeenschap. In het hoog in het Andesgebergte gelegen dorpje gebruikten we in een plaatselijk restaurantje een eenvoudige maaltijd van soep met brood. Links Frans Rosier die met ons meereisde. 


Tussen zijn beslommeringen over het einde van zijn contract met den Haag en de vraag hoe het nu verder moet in zijn leven, krijg ik van hem soms adviezen over mijn leven en toekomst.

“We zitten beiden in hetzelfde schuitje, overladen met werk, met als gevolg dat vele dingen niet op tijd afkomen of dat men het een en ander moet afzeggen, wat dan gemakkelijk geïnterpreteerd wordt als gebrek aan belangstelling of verantwoordelijkheidsbesef. Al meer dan 25 jaar ben ik bezig mij te verzetten tegen de druk van de wereld om mij tot een machine of een robot om te vormen. Ik neem eigenlijk alleen maar tijd voor mijzelf om te slapen. Niemand betaalt een zestienurige werkdag en niemand snapt wat ik nu eigenlijk uitvoer. Vele bezoeken, niet de jouwe, maken mij nerveus omdat stapels werk te wachten liggen. Iedereen die beslag op mij legt schijnt te denken dat ik niets anders te doen heb dan te luisteren naar drama waarin weinig of niets aan kan doen….

Beste Piet, ik spoor je niet aan tot egoïsme als ik je aanraad om te trachten menselijk te leven ondanks je drukke bezigheden. Met enige uitzonderingen voor zeer goede vrienden moet je je huisgezin als een kleine oase behouden om de kracht te behouden om je in te zetten voor anderen. Mijn doktoren zeggen, ofschoon ik geen huisgezin heb, dat ieder normaal mens rondom zeven uur ’s avonds zijn privé leven begint. Dat is existentieel even noodzakelijk als ademhalen en eten. Maak je geen moderne Egyptische slaaf. Ik mag dat wel zijn, omdat het ergens mijn roeping is en ik geen gezin heb. Men mag mij ook onnodig vermoorden, maar jou niet. En in feite, is het resultaat van je arbeid wellicht beter als je enige tijd uittrekt voor je zelfverwerkelijking, welke onmogelijk abstract kan zijn in je inzet voor noden van miljoenen op afstand. Blijf optimistisch, al zie je geen resultaten. Al je doen is waardevol, al bouw je geen klokkentorens, ziekenhuizen of scholen. Ik hoop dat het geen zelfmisleiding is als ik je zeg dat ik op deze wijze praktisch heel mijn publieke leven verwerkelijk. Ik zaai soms iets verstandigs vaak wellicht dwaasheden, wie weet het, als de boer uit het Evangelie. Een gedeelte van het zaad viel in vruchtbare aarde, een gedeelte op rotsen, een gedeelte tussen doornen. Als iemand alleen maar successen wil zien frustreert hij zichzelf omdat hij geen notie heeft van de menselijke existentie. Dit soort lieden zal je wel bij bosjes omringen. Ondanks hun zogenaamd succes zijn ze massa gris of “das Man” in de terminologie van Heidegger. Je brieven zijn voor mij een een verkwikking. Hoewel je het misschien niet altijd met me eens bent, hoe zou je het kunnen en ik vraag je dat ook niet, weet ik of ervaar ik hoever we aan elkaar gelijk zijn. Jij een jongere editie van iemand die op het punt staat te verdwijnen.” (passages uit brief van Frans Rosier, 25 oktober 1973)

Frans legt verderop in de brief uit waarom ik geen brieven meer krijg van Fernando.

“Het is begrijpelijk dat Fernando je niet schrijft. Niet dat hij iets tegen je heeft. Integendeel, we hebben samen je artikels in het Spaans vertaald. Maar hij leeft in een enorme frustratie omdat hij geen perspectieven heeft voor de toekomst. Hij lijdt aan een soort psychische verlamming, wat je hem natuurlijk niet moet schrijven. In het leven van vele begaafde mensen komen momenten voor die St. Jan van het Kruis donkere nachten noemt. En in een donkere nacht schrijf je geen brieven. Merkwaardigerwijs zegt Sartre dat Sint Jan van het Kruis de enige auteur is die geheel in zijn denkwijze ligt, hoewel de een atheïst is en de ander heilige.” (idem 25 oktober 1973)

De brief gaat verder over de nog staats gaande beslommeringen als gevolg van het einde van zijn contract met Den Haag. Hij heeft weinig vertrouwen in een commissie van het ministerie die half november naar Colombia zal komen en bestaat uit hooggeleerde heren, “die waarschijnlijk alleen maar uitgaven weten op te tellen en af te trekken.”

Aan het eind van zijn brief kondigt hij zijn komst naar Nederland aan in verband met een medische keuring. Dit is de tweede keer dat hij sinds ik terug ben uit Colombia, naar Nederland komt. De eerste keer was in 1971 op doktersadvies. Hij kwam toen volledig uitgeput aan en is met een ambulance van Schiphol direct naar het ziekenhuis Dekkerswald in Groesbeek gebracht. Na een paar maanden is hij weer teruggegaan naar Colombia om zijn professoraat en werk te hervatten.

De reden van zijn komst nu is dat zijn contract met Den Haag stopt en hij geen idee heeft hoe het nu verder moet. Het liefst zou hij met zijn werk doorgaan in Colombia maar of dat financieel mogelijk is, is maar zeer de vraag. Hij schrijft dat hij uitgenodigd is om naar Amerika te komen, maar hij zou niet weten wat hij daar moet doen en “in Nederland ben ik ook welkom, maar wat ik daar moet doen is mij evenmin duidelijk.” 

Dat laatste begrijp ik goed. Sinds ik terug ben uit Colombia heb ik het idee dat Nederland zo goed als af. Natuurlijk, er moeten hier en daar nog details worden bijgewerkt maar het grote geheel is gedaan. Dijken, rivieren en wegen, boerderijen en hun land, steden en dorpen liggen er verzorgd bij. Niemand hoeft te leven in armoede. Daarentegen is er in de rest van de wereld nog veel te doen.

vrijdag 26 januari 2024

26. AMERICA LATINA. FRANS ROSIER

Frans Rosier in zijn appartement in Bogotá, 1971.


Sinds mijn vertrek uit Colombia schrijven Frans Rosier en ik elkaar regelmatig. In Colombia zijn we vrienden geworden en de vriendschap zet zich nu al schrijvend voort. Voor mij is hij een betrouwbare en vooral ook dierbare raadgever geworden. 

Ik schrijf hem over mijn licht filosofische zoektocht naar houvast in mijn leven. Sinds ik uit de katholieke kerk ben gestapt - letterlijk opgestapt tijdens een preek - ben ik op zoek naar een nieuw houvast. Teleurgesteld in Marx en zijn aanhang, voel ik me genoodzaakt andere mogelijkheden te onderzoeken. Frans kan me daar bij helpen. 

Maar hij heeft ook zijn eigen zorgen. Zijn grootste zorg is tijd te vinden om de studie van de krottenwijk Meissen te kunnen uitschrijven. Al een paar jaar doet hij samen met enkele studenten onderzoek naar problemen van bewoners van de krottenwijk Meissen, een miljoenenstad aan de rand van Bogotá. 

Een aantal studenten heeft daarvoor langere tijd in die wijk bewoond. Terwijl ze daar woonden, bespraken ze onder begeleiding van Frans  met elkaarhun bevindingen. Frans maakte een verslag van die gesprekken. Hij zou al die verslagen willen verwerken in een alomvattende studie.

Frans ziet het verblijf van de studenten en de besprekingen van hun ervaringen als een tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant maakt het wonen tussen arme gezinnen onder precaire omstandigheden zijn studenten, waarvan sommigen uit de hogere klasse komen en anderen uit de lagere middenklasse,  bewust van het leven van  miljoenen arme Colombianen. 

Aan de andere kant helpt het verblijf met de opgedane inzichten en ervaringen om inzicht te krijgen wat armoede betekent en wat er aan gedaan kan worden. Studie en praktijk dragen daarmee bij aan sociale bewustwording bij een groep studenten. Wat nu ontbreekt is om het in een overzichtelijk verhaal te gieten zodat ook anderen er hun voordeel mee kunnen doen. Door zijn professoraat aan de Andes Universiteit, meegefinancierd door Nederland, komt hij daar niet aan toe.

Hij schrijft mij dat hij Den Haag enige tijd geleden tijd heeft gevraagd voor het uitschrijven van zijn gedachten en ervaringen zonder de verplichting colleges te geven. “De Andes is daar sterk voor, maar als ik Harry van den Hout (eveneens uitgezonden door Den Haag) goed begrepen heb is Den Haag niet in staat mij die faciliteiten te geven. Alsof universitair werk alleen maar bestaat in het geven van colleges. In de wirwar waarin ik op het ogenblik leef, komt van schrijven niet veel terecht. Het schijnt dat ik in van mijn momentele functie moet afzien ondanks het feit dat ik verbonden blijf met de Andes. Als zogenaamde deskundige geldt een contract in principe slechts voor twee jaar. ik ben nu al vijf jaar in dienst van Den Haag. Mijn aanvraag om mijn taak enige tijd te wijzigen zal een welkome gelegenheid zijn om mij uit staatsdienst terug te trekken. Dit heeft het voordeel dat ik vrijer ben om mijn meningen te uiten maar het nadeel dat ik geen bestaansmiddelen meer heb tenzij op een zeer laag niveau. Mijn voorstel heb ik al in januari ingediend maar ik heb nog steeds geen antwoord. Men weet er schijnbaar geen goed raad mee. Intussen struggle ik verder.” (brief van 25 april 1973)

Ondanks zijn bekendheid als schrijver, zijn faam als priester -arbeider, kenner van Latijns Amerika, geestelijke en sociaal psycholoog blijkt ook Frans grote moeite te hebben om voldoende tijd te vinden om zich te kunnen wijden aan het schrijven van zo een studie. 

Zijn volgende brieven gaan over zijn onzekere toekomst. Eind december houdt zijn contract met Den Haag op. Dan is hij al langer in dienst geweest van Den Haag dan gebruikelijk. De vraag is wat daarna? de universiteit wil wel dat hij met haar verbonden blijft, maar dat betekent een salaris waar je amper van kunt bestaan. 

Hij schrijft dan dat hij nog nog wat wil blijven “op de eerste plaats om mijn vrienden en onmiddellijke medewerkers te begeleiden bij de inzet voor de emancipatie van hun land en vervolgens ook omdat het uitwerken van mijn ervaringen een milieu nodig heeft dat nu niet precies Nederland is. Mijn verbondenheid met dit continent is nu eenmaal van dien aard, dat ze niet lijkt op een emmertje water waar ik Nederlandse bloemetjes mee kan begieten. Verder is het ook niet mijn aard om in long distrance preocupation te werken. Enfin, voor eind december kan nog veel gebeuren.” (brief van 22 augustus 1973)

Rosier zelf is ontworteld. Dat kan ook moeilijk anders als je zo lang van huis bent, in zoverre je van huis kunst spreken bij een kloosterling. Hij is al vroeg in zijn leven pater Karmeliet geworden en paters hebben geen thuis in de gebruikelijke betekenis van het woord. Hun thuis is onder normale omstandigheden een klooster, maar Frans is nooit een vaste bewoner van een klooster geweest. 

Meteen na zijn priesterwijding en intrede bij de Karmelieten is hij aanvankelijk in opdracht en daarna op eigen initiatief op zoek naar Gods afwezigheid onder de arbeiders in mijnen en staatsbedrijven gegaan. Hij deelde leven en werk bij mijnwerkers en staalarbeiders in verschillende Europese landen. Dan kun je moeilijk nog van een thuis spreken. 

Het resultaat van die zwerftocht waren twee boeken met de titel "Ik zocht Gods afwezigheid, psychologische peilingen inzake religieus-sociale toestanden in Europa."  Deel I gaat over zijn ervaringen in Frankrijk en Spanje. Deel II  over Italië en Oostenrijk. 

Toen hij vanwege zijn verschenen boeken, naar Rome werd geroepen, maakte hij het ook daar zich niet gemakkelijk. In Rome zoekt hij de mensen op die leven in de marge van de stad, in de armoede wijken. Daar ontmoet hij de zwerver Renzo waarvan hij in het tweede deel van “Ik zocht Gods afwezigheid” verslag doet. 

"Het hier volgende verhaal is, in tegenstelling met het voorafgaande, de beschrijving van een enkele ontmoeting, waarin men echter de mentaliteit en de problemen van het gehele Romeinse sub-proletariaat kan beluisteren. Het is een geschiedenis vol clair-obscur van leugen en oprechtheid, van immoraliteit en geloof, van geraffineerdheid en kinderlijkheid, kortom van een welhaast artistiek levensspel, dat de Latijns volkeren en bij uitstek het Italiaanse volk in het bloed zit. Het is geen litteraire roman maar de weergave van mijn regelmatige notities betreffende mijn contact met een der vele jonge mensen, die in Italië verloren dreigen te lopen in delinquentie vanwege de materiële en morele ellende van het milieu waaruit zij voorkomen." ( blz.306 van deel II)

Na 8 jaar Rome komt hij via een Chileense bisschop terecht in Chili alwaar zijn liefde voor Latijns Amerika begint (1959). Vandaar komt hij uiteindelijk terecht in Bogotá waar hij een thuis heeft geïmproviseerd samen met enkele van zijn studenten. In zijn  boek "Een wereld van mensen, Odyssee door de Amerikas" verschenen in Bogotá, 1970 vertelt hij in fragmenten over zijn ervaringen in dat continent.

Het is op dat moment dat we elkaar leren kennen. In Bogotá heeft hij een bescheiden appartement met twee slaapkamers. Een huishoudster houdt het schoon en kookt voor hem als het zo uitkomt. Verder is het een zoete inval voor elke student die zijn pad kruist waaronder ik ook mezelf reken. Het einde van zijn contract met Den Haag zou wel eens het einde kunnen betekenen van dit zijn eigen bescheiden thuis. 

vrijdag 19 januari 2024

25. AMERICA LATINA. GERRIT.

 

Een bezoek aan de voorzitter van de Commissie Mensenrechten in Guatemala in 1990. Helemaal rechts de voorzitter van de commissie. Rechts van hem Gerrit Pruim en dan ik. Links vakbondsleider Pepe Pinzon van de bij CLAT aangesloten vakcentrale CGTG. 



Ik werk met allemaal goedwillende mensen. De belangrijkste zijn  de leden van het bestuur van de vereniging dat in zijn geheel bestaat uit vrijwilligers. Onder hen is Gerrit, hij is secretaris van het bestuur en mijn onbezoldigde collega.  

We werken beiden voltijds en zien elkaar dus dagelijks. Dan is het wel handig als je goed met elkaar kunt opschieten. Onze bureaus staan tegenover elkaar, een uitdrukking van vertrouwen en samenwerking.  

We hebben dezelfde prioriteiten en doelen, de vereniging versterken met leden, werkgroepen begeleiden, politieke en financiële akties op touw zetten, informatie bijhouden, verzamelen en verwerken, drukwerk (CLAT Nieuws) verzorgen, stencillen, bestuursvergaderingen voorbereiden en nog veel meer grotere en kleinere taken. Solidariteit in de praktijk brengen is een voltijdse allround job die we beiden graag doen.   

Hoewel we uit verschillende delen van het land komen, Gerrit van de Noord Veluwe met een protestantse opvoeding, ik van Noord-Oost Brabant met een katholieke opvoeding, klikt het tussen ons. Al doende leer ik meer over het geloof en het dagelijks leven in een protestants milieu. 

Hij moest zich op zondag aan de zondagsrust wijden. Ik mocht op zondag na de heilige mis doen wat ik wilde, snoep kopen, naar de film gaan of met vrienden op stap. Tot mijn verbazing en hoewel niet onbekend met de bijbel en de psalmen, citeert hij met groot gemak regels uit psalmen, spreuken en bijbelteksten. 

Ik zit minder strak in het geloof. De nadruk ligt meer op rituelen, symbolen, levens van heiligen enz. dan op woorden. De mis op zondagmorgen was een verplichting maar had ook wel wat gezelligs. Na de mis naar een van de oma's koffie drinken samen met de halve familie inclusief neven en nichten. 

Hoewel streng in het geloof opgevoed, heeft hij een sterk ontwikkeld gevoel voor de betrekkelijkheid van het leven en weet zijn bijbelkennis met humor,  relativerend en troostend in te zetten bij onze dagelijkse beslommeringen. De laconieke opmerking aan het eind van een lange werkdag waarna we nog naar een vergadering moeten ergens in het land, dat we weer een stap gezet hebben op weg naar de bevrijding van Latijns Amerika, werkt bevrijdend. 

We doen ons best maar we zitten niet met de vraag of daarmee het grote doel dichterbij komt. We zijn en blijven nauwgezette wereldverbeteraars zonder het menselijk tekort of in ieder geval ons eigen tekort uit het oog te verliezen. Alles is immers ijdelheid, ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid zo relativeert Gerrit ons werk. 

Vakbondswerk is politiek, Latijns Amerikaans vakbondswerk is politiek op het scherp van de snede, ook daar hebben we geen moeite mee. We denken er over het algemeen hetzelfde over. We delen dezelfde politieke opvattingen en dan bedoel ik niet partijpolitieke opvattingen. Daar hebben we het zelden over. Het gaat om de bredere basisbeginselen zoals democratie, vrede, (sociale) gerechtigheid en vrijheid, strijd tegen armoede en onderdrukking. 

Het komt er op neer dat we voor radicale politieke veranderingen zijn langs vreedzame - democratische - weg. We begrijpen de revolutionaire gezindheid van aktiegroepen en instellingen maar delen niet de idee van een gewelddadige weg naar radicale veranderingen en nog minder naar die van een revolutionaire dictatuur, met welke goede bedoelingen dan ook.

Mijn sociaal-politieke referentiekader wordt mede gevormd door mijn in Colombia opgedane ervaringen. In die tijd heb ik de nuances gezien van de werkelijkheid in Colombia en Latijns Amerika. Wat me telkens opnieuw verbaast is dat Gerrit als een nuchtere Hollander met een protestantse achtergrond net zo goed en soms zelfs beter in staat is om de Latino's te begrijpen en aan te voelen dan ik met mijn Colombia ervaring. Dat doen weinig mensen hem na. 

donderdag 12 oktober 2023

WERELDWIJDE VOLKSVERHUIZING

 

Groep Venezolanen  onderweg in de Darien Kloof tussen Colombia en Panama.

We beseffen het nog niet maar er is een wereldwijde volksverhuizing aan de gang, je kunt de migrantenstromen bestaande uit vluchtelingen voor oorlogsgeweld en voor armoede op dit moment niet anders benoemen.

“Voor het tiende jaar op rij is het aantal mensen gegroeid dat op de vlucht is voor oorlog en geweld. Voor het eerst zijn meer dan 100 miljoen op de vlucht: 108.4 miljoen mensen, een flinke stijging ten opzichte van de 89,3 miljoen van 2021. 6,5 miljoen Syriërs en 3.9 miljoen Oekraïners zijn hun land ontvlucht.” (website vluchtelingenwerk)

De cijfers voor Europa zijn net zo schrikbarend. Ruim een miljoen asiel aanvragen per jaar. Het Italiaanse eiland Lampedusa is een waarschuwing voor wat Europa te wachten staat.

In 2022 kwamen de meeste asielaanvragen van Syriërs, Afghanen, Turken en Venezolanen (!). Die vormden samen 40% van de aanvragen. We weten intussen dat er ook andere vluchtelingen zijn.

Zo zijn de Venezolanen niet op de vlucht voor geweld maar voor de armoede in hun land, wat eigenlijk een rijk land is gemeten naar de grondstoffen die het land heeft. Veel landen zijn om welke reden dan ook niet bij machte om zijn burgers veiligheid en een minimum aan bestaanszekerheid te verschaffen.

De oorlog in Oekraïne is in Europa een verhaal apart. Zij zijn binnen-Europese vluchtelingen. Volgens de VN vluchtelingen organisatie zijn er intussen meer dan 8 miljoen mensen naar Europese landen gevlucht. Daarnaast zijn er in Oekraïne zelf ongeveer zes miljoen ontheemden.

Als gevolg van de Russische oorlog zijn er ongeveer een miljoen voornamelijk jonge Russen gevlucht voornamelijk naar landen als Kazachstan, Armenië en Georgië.

We hebben het dus alleen voor Europa over ongeveer tien miljoen mensen die om de een of andere reden in een jaar tijd zijn gevlucht, de vluchtelingen van de Russische- Oekraïne oorlog meegerekend.

Noord Amerika is van oudsher een immigratieland. Op het NOS journaal zien we meestal de spectaculaire pogingen van Latijns Amerikanen (vooral uit Midden Amerika en Mexico) om de grens tussen Mexico en de VS over te steken.

Ondertussen is er o.a. dankzij de Venezolaanse migranten een route bijgekomen, de levensgevaarlijke Darien Kloof in de jungle tussen Colombia en Panama om vandaar door Midden Amerika en Mexico naar Noord Amerika te reizen.

In Costa Rica zijn in de maand augustus 85.000 migranten aangekomen. Dat is een stijging van 50% tegenover de vorige maand! Dit jaar hebben naar schatting 250.000 mensen hun weg via Panama gezocht naar de VS.

Maar vergis je niet. Mensen uit Yemen en Bangladesh reizen ook mee met deze groepen. Hoewel veruit de meeste migranten in de VS nog altijd uit Mexico komen (ruwweg 11,2 miljoen ofwel een kwart van alle immigranten), wordt het aandeel van Chinezen, Indiërs en Filipino’s steeds groter. De verwachting is zelfs dat de laatste groep uiteindelijk de groep Mexicanen gaat overtreffen.

Over het algemeen zijn deze migranten niet op de vlucht voor oorlogsgeweld en conflicten maar op zoek naar een beter bestaan, veiliger leven met meer bestaanszekerheid.  Veel landen in de wereld zijn niet in staat om dat hun burgers te leveren. Ik neem aan dat daarom ook in Europa de groep mensen die op zoek is naar een beter bestaan uiteindelijk groter zal worden dan de oorlogsvluchtelingen.

vrijdag 6 oktober 2023

10. AMERICA LATINA. NOORD AMERIKAANSE MULTINATIONALS

CLAT Nieuws, mei/juni 1973, no 4, 4e jaargang

 

Het voordeel van aktie voeren is dat je meteen ook de aandacht vestigt op het probleem. Met de Berkel-aktie vestigt Clat Nederland  de aandacht op de multinationale onderneming al zodanig. Daarin zijn we als Clat Nederland niet de enige. De kritiek dat de multinationals te machtig en te groot worden, hoor je van alle kanten. Wel heeft Clat Nederland als speciale invalshoek de kritiek van de vakbeweging en de werknemers.

Op een internationaal congres van vervoersbonden meldt een vakbondsleider uit Colombia dat Philips zijn fabrieken in drieën heeft gesplitst waardoor de vakbond verdeeld wordt over 3 bedrijven met als gevolg drie kleine bedrijfsbonden in plaats van een grote bedrijfsbond. Dat maakt het moeilijker om een vuist te maken tijdens CAO onderhandelingen en conflicten over arbeidsomstandigheden.

Een vakbondsman uit Ecuador vertelt over de Noord Amerikaanse trailers die vissen op tonijn voor de kusten van o.a. Ecuador en Peru. Het zijn industriële vissers die met hun grote netten alles weg vangen voor de  neus van de lokale vissers. De niet bruikbare bijvangst wordt overboord gesmeten waardoor kostbaar voedsel voor de lokale bevolking verloren gaat.

Een Salvadoriaanse vakbondsman klaagt over het monopolie dat het Nederlands bedrijf CETECO heeft voor de invoer van Nederlandse melkpoeder met als gevolg veel te hoge prijzen voor de lokale bevolking.

De werkgelegenheid in de havens van Venezuela, waaronder de grootste haven La Guaira niet ver van de hoofdstad Caracas, dreigt aanzienlijk minder te worden door het groeiend aantal containers die vooral buitenlandse ondernemingen gebruiken. 

Een doorn in het oog van de Latijns Amerikaanse vakbonden op het congres van de internationale transportfederatie is dat het Panamakanaal nog altijd in handen is van Noord Amerika.
De Panamese transportbond eist dat het ‘Amerikaanse kolonialisme uitgebannen moet worden. Het Panamese volk heeft recht op de beschikking van de kanaalzone.’ aldus de ingediende resolutie.

Dat ook nationale werkgevers keihard zijn, blijkt dan weer uit het verhaal van een Guatamalteekse vakbondsman die vertelt over de al twaalf maanden durende vermissing van de vakbondsleider tevens buschauffeur Vincente Merida Mendoza. Regering, gerechtelijke instanties en politie weigeren de zaak te onderzoeken. 

Dankzij bemiddeling van de werkgroep Rotterdam van Clat Nederland kunnen de Chileense vakbondsvertegenwoordiger de Rotterdamse havenarbeiders bedanken voor hun weigering een lading Chileens koper te lossen, koper dat anders door de Noord Amerikaans multinational Kennecott in beslag zou zijn genomen. Volgens de Chileense president Allende voert Kennecott een economische oorlog tegen zijn regering.
 

vrijdag 30 december 2022

10. TERUG NAAR NIJMEGEN. HOE SCHRIJF JE EEN SCRIPTIE?

 


Hoe schrijf je een scriptie? Eerst dacht ik een grootse en meeslepende wetenschappelijk verhandeling te schrijven. Geen idee hoe precies, maar ik wilde alles zeggen wat ik er zeggen valt en dat is veel en origineel, dacht ik. 

Maar mijn wetenschappelijke begeleider tevens mentor Frans Rosier heeft mij in Colombia behoedzaam gemaakt. Jonge wetenschappers maken het zichzelf veel te moeilijk, zo sneerde hij af en toe als we weer eens in een ingewikkeld gesprek over de Marx en God hadden.

Ze willen onnodig geleerd doen met gewichtige verwijzingen en een uitgebreid notenapparaat terwijl de eenvoudige dingen des levens hen ontgaan, beweerde hij. Hij relativeerde daarbij zijn eigen rol als mentor daarbij voortdurend. Hij zei me herhaaldelijk niks te snappen van politicologie. Ergens in de verte klonk dat alsof hij het een modieus vak vond, maar zeggen deed hij dat nooit.

Ik had er geen probleem mee dat hij niks wist van politicologie. Politicologie is bijzaak. Hoofdzaak is dat ik een land als Colombia sociaal en politiek leer begrijpen. Zijn scherpe waarnemingen en zijn brede ervaring in Colombia zijn daarbij voor mij van groter nut dan een theoretische verhandeling over het politieke partijenstelsel. 

Maar leg dat maar eens uit aan een professor in Nijmegen die zweert bij wetenschap volgens het boekje. Had die niet ooit tijdens een van zijn  eerste colleges gezegd dat politicologie straks een net zo geordende en strak georganiseerde wetenschap zal zijn als de medische wetenschap? Zullen straks niet politicologen in een witte jas politicologische studies uitvoeren die de basis zullen zijn van overheidsbeleid? Zal de politicoloog straks niet zijn als een arts die politieke ziektes te lijf gaat? 

Een toekomstbeeld van de politicologie waar ik vriendelijk voor bedank. Ik voel me toch al niet aangetrokken tot een wetenschappelijke carrière zo die al mogelijk zou zijn. Ik vind het niks om opgesloten in een studeerkamer uit te zoeken hoe politiek en maatschappij in elkaar zitten. Daarvoor ben ik teveel een doener al moet je het nadenken over wat je doet niet laten.

Je kunt toch ook geen goeie timmerman worden door alleen maar verhandelingen over timmeren te lezen zonder ooit zelf iets in elkaar te timmeren? Zo is het ook met politiek en maatschappij. Wil je daar enige vat op krijgen, hoe gering ook dan zul je er zelf mee aan de slag moeten.

Rosier in dit opzicht een bron van inspiratie en ondanks ons leeftijdsverschil ook een goede vriend. Hij is als priester en pater de wereld in getrokken. Heeft niet uit alleen boekjes gelezen over God en de mensen maar is naar de mensen toegegaan. Hij is op zoek gegaan naar God bij de mensen en heeft daarna zijn ervaringen te boek gesteld. 

Zo wil ik het ook doen. Ik ben niet op zoek naar God, maar naar sociale rechtvaardigheid en om te weten hoe dat zit, moet ik me onder de mensen begeven. Sociale rechtvaardigheid prediken is een ding maar meewerken aan het bevorderen van sociale rechtvaardigheid is beter. Daarvoor moet ik me op de een of andere manier onder de mensen begeven.

Met dit allemaal in mijn achterhoofd, besluit ik mij niet langer te forceren tot het schrijven van een baanbrekend politicologisch werk over de Liberale en Conservatieve Partij in Colombia, maar mij te beperken tot een simpele afstudeer scriptie uiteraard met een goed notenapparaat om professor Hoogerwerf en zijn wetenschappelijke ambities tevreden te stellen. Per slot van rekening moet ik wel een voldoende halen.

Toen dat inzicht bij me was ingedaald, ging het schrijven van de scriptie een stuk gemakkelijker. De last om alles wetenschappelijk theoretisch te verantwoorden was van me afgevallen. In de beperking kent men de meester. Dat vindt  Hoogerwerf blijkbaar ook want hij is zo genereus om mij op 7 juli 1972 een voldoende te geven met de opmerking dat het bijzonder te waarderen was dat ik zoveel moeite had gedaan om ook nog Spaans te leren. Inderdaad, je moet je taal wel spreken als je de mensen wil verstaan en begrijpen.

(wordt vervolgd)