![]() |
| De Pannenkoekenbakster |
Een tijdje geleden herkende ik in de bovenstaande ets van Rembrandt het oog van de fotograaf. Rembrandt was wat je zou kunnen noemen een straatfotograaf avant la lettre. Laat ik het zo zeggen. Als ik zo een tafereel zou aantreffen, zou ik een foto gemaakt hebben.
Ik zou geknipt hebben op het moment dat de jongen schalks naar me zou kijken, hetzelfde moment dat Rembrandt in zijn ets vastlegt. Die blik maakt het tafereel nog levendiger. Je wordt als kijker in de prent/foto getrokken en dat is dus wat Rembrandt wil.
![]() |
| Een vergelijkbaar tafereel. Dominospelers op een bananenplantage in Costa Rica 1979. Foto is bewerkt om een grafisch effect te krijgen. |
Rembrandt wil als een echte straatfotograaf de kijker betrekken bij het tafereel. Geen afstandelijk plaatje maar een waar je bij betrokken wordt of nog sterker ingetrokken wordt. Maar om dat te doen en te zien moet je zelf ook betrokken zijn. Rembrandt was een mensenschilder zoals een straatfotograaf een mensenfotograaf is.
Ik weet niet hoe Rembrandt werkte? Maakte hij ter plekke een schets van het tafereel waardoor de mensen konden zien dat hij hen aan het schetsen was? Gezien de raakheid en de scherpte van het tafereel zou je het wel denken.
Als dat zo is dan is hij bijna de fotograaf die in aanwezigheid van de mensen de foto maakt. Als je dat doet, dan moet je om kunnen gaan met mensen want niet iedereen vindt het goed om gefotografeerd te worden, zo weet ik uit ervaring.
Mensen vinden het wel goed dat je ze fotografeert als je een van hun bent of vertrouwen uitstraalt. Ze moeten ook het gevoel hebben dat je ze respecteert. Kortom, een tafereel schetsen of een foto ervan maken vereist interactie die overigens niet altijd verbaal hoeft te zijn. Lichaamstaal is vaak ook al voldoende.
![]() |
| Een selfie, hier met zijn vrouw Saskia, was Rembrandt ook niet vreemd. |
Als Rembrandt zich op zijn gemak voelt in de straten van Amsterdam dan moet hij de aard van een volksjongen hebben behouden ondanks zijn enorme succes als schilder. Succes waar hij ook trots op was en voor durfde uitkomen. Hij wist maar al te goed dat hij een groot talent had en dat men dat mocht weten maar dat belette hem niet om zich volks te blijven voelen.
Dat volkse moet hij deel hebben meegekregen van thuis. Rembrandt was de zoon van een welgestelde molenaar. Hun werk bracht hen in contact met het volk, boeren en stadsmensen gelijk. Zijn moeder was de dochter van een bakker.
De schilder Kees van Dongen beschrijft in zijn boekje ‘Rembrandt, Holland - Vrouwen - Kunst.’ ( uitgeverij Andries Blitz, Amsterdam, jaar onbekend) als “een kleine snaak, deels volkskind, deels boerenspruit” en dat zou wel eens heel dicht bij de waarheid kunnen zijn. Voor het overige is het een nogal pathetisch boekje over de Grote Rembrandt, vermoedelijk meer een projectie van zijn eigen leven dan dat van Rembrandt.
![]() |
| Plassende vrouw |
Van Dongen overdrijft in zijn boekje in alles vermoedelijk om Rembrandt nog groter te maken dan hij al is. Dat neemt niet weg dat zijn begeesterde beschrijvingen een kern van waarheid bevatten.
“Rembrandt gaat naar de buitenwijken der stad. Hij denkt aan zijn ouders die hij liefheeft; hij loopt op den weg naar hun woonplaats doch er is iets tussen hem en die ouders verbroken, hij voelt zich nauwer verwant met de zwervers, met de landbouwers die evenals hij meer onmiddellijk met de natuur zijn vereenzelvigd, meer ook verwant met het volk, dat evenals hij zoo gemoedsvol en onbevredigd is.”
Het beste bewijs van de volkse aard van Rembrandt zijn niet alleen zijn etsen maar ook zijn schilderijen. Rembrandt idealiseert de mensen die hij schildert niet. Hij portretteert hem zoals ze zijn, persoonlijk en maatschappelijk, met mededogen, respect maar ook scherp.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten