Posts tonen met het label america latina. Alle posts tonen
Posts tonen met het label america latina. Alle posts tonen

vrijdag 16 augustus 2024

AMERICA LATINA. NAWOORD

 

Een doorsnee Mexicaanse familie in de jaren zeventig van de vorige eeuw poseert voor een foto aan een van de stranden van Acapulco, een badplaats geliefd bij Hollywoodsterren en rijke Mexicanen maar ook de gewone Mexicanen willen zich laten zien in Acapulco al is het maar een keer in hun leven,voor een dag.

Wat komt er terecht van mijn werk bij het  Verenigde Naties  Programma voor Ontwikkeling UNDP in Mexico? Dat vertel ik in een nieuwe serie blogs: Mexicaanse Vertellingen. 

Intussen wil ik wel een tipje van de sluier oplichten. De UNDP is tegelijk een ontwikkelingsbank en een diplomatenpost die werkt met donorgeld van rijke landen dat besteed wordt aan allerlei soorten projecten. Als wereldwijde organisatie kan het niet anders of er heerst een zekere mate van bureaucratie. De procedures en de regels moeten gevolgd worden. Er is geen of weinig ruimte voor improvisatie en spontaniteit. 

Projecten komen tot stand in onderling overleg tussen de UNDP met zijn VN doelstelling - bestrijding van armoede - en beleid van de nationale overheid. De projecten worden uitgevoerd met een nationale partner en deskundigen van de VN. Het overleg over het vijf jaren programma wordt gevoerd op het hoogste regeringsniveau. Ik heb daardoor een inkijkje gekregen in de werking van een regering in een land als Mexico. 

Bureaucratie leidt tot een zekere inertie en dus lag verveling zoals Frans Rosier schreef, om de hoek. Gelukkig heb ik het druk met mijn gezin. Een maand na aankomst wordt onze tweede dochter geboren in een Mexicaans ziekenhuis. Ik bewonder tot op de dag van vandaag dat Dora dit zonder aarzeling heeft aangedurfd.

Ik ontdekt mijn talenten voor straatfotografie. Ik leg gemakkelijk contact met vreemde mensen in een vreemd land en weet ze voor de camera gerust te stellen. Daardoor ontstaan gebalanceerde portretten van gewone mensen op straat. Het is een vorm van sociale documentatie. Dat werk is zo aanstekelijk dat ik op een gegeven moment bijna elke vrije zaterdag met mijn camera door Mexico-stad zwerf. Vanzelfsprekend leer ik op die manier de mensen en de stad kennen. 

Thuis heb ik een eenvoudige doka waardoor ik kennis en ervaring opdoe met het vergroten van negatieven. Ik heb mijn eigen fotografie school in huis met de serie Time Life boeken over fotografie. Daarnaast ben ik een trouwe lezer van de betere Amerikaanse fototijdschriften. 

Een andere remedie tegen de verveling is de volledige Russische bibliotheek van uitgever van Oorschot. Dankzij duizenden pagina’s dundruk van grote Russische schrijvers heb ik mijn kennis over Rusland danig kunnen uitbreiden. Daar tussendoor lees ik voornamelijk filosofische werken over mens en maatschappij, een vorm van zelfstudie in de filosofie. 

En dan zijn er nog de vrienden die we in Mexico opdoen. Dat begint met enkele collega’s tevens leeftijdgenoten. Uiteindelijk raken we bevriend met de chauffeur van de UNDP en zijn gezin. Dankzij hen leren we het Mexico van de gewone dorpelingen kennen, het platteland van Mexico of misschien wel het echte Mexico.

Mexico is een groot land, zo groot dat het nooit helemaal te bevatten is, ook niet voor de Mexicanen. Mexico is onstuimig leven en avontuurlijk, inspireert tot fotografie en litteratuur, het is gewelddadig maar ook romantisch, katholiek tot en met maar ook ongelovig, arm en opstandig, indiaans, blank en zwart met alles wat daar tussen zit.  De voorspelling van Frans is niet uitgekomen. Ik heb me er nooit verveeld, veel geleerd en ben van het land gaan houden.


vrijdag 17 mei 2024

42. AMERICA LATINA. BEDEVAART NAAR SEGOVIA

De bedevaartgangers in de tuin van het Convent de San Juan de la Cruz in Segovia. Van links naar rechts: Martha, de vrouw van Alavaro, Dora, Frans Rosier, onze gids pater Sebastian van de ongeschoeide karmelieten in Segovia en Alvaro met zijn eerstgeborene Lorena. 

 

Onze gesprekken, die door Frans met een zeker wel behagen worden aanhoort, leiden tot vele zijwegen waar we nog geen pasklare antwoorden op weten. Frans stelt voor dat we onze gezamenlijke vakantie gebruiken om kennis te maken met spiritueel Spanje. 

Aangezien hij ons jaren geleden is voorgegaan, laten we ons graag door hem leiden. Hij stelt voor dat we beginnen met een bezoek aan Segovia, aan het klooster van de ongeschoeide karmelieten waar Sint Jan van het Kruis begraven ligt. De reis krijgt daardoor meteen ook het karakter van een kleine bedevaart. 

Ik ben een min of meer ervaren bedevaartganger. Mijn eerste bedevaart maakte ik rond mijn zevende jaar. Een fietsbedevaart van ongeveer anderhalf uur samen met mijn vader naar het Noord-Brabantse dorpje Zeeland. We brachten een bezoek aan de kerk gewijd aan de Heilige Cornelius. Met zijn voorspraak bij Jezus en diens Moeder Maria verricht hij wonderlijke genezingen bij kinderen. Een kinderspecialist van het eerste uur. Hij doet dit al sinds de veertiende eeuw.

Waarom we de bedevaart maakten, weet ik niet meer maar het zou   kunnen dat het diende ter genezing van mijn astma en bronchitis. Bij zulke ziektes kan enige bijstand van boven geen kwaad.

Ik herinner mij mooi weer en een volle kerk midden in het dorpje met voor de naar de kerk opgaande trappen enkele marktkramen waar je allerlei herinneringen aan de bedevaart kon kopen evenals medailles die bescherming boden tegen ziektes en andere kwade krachten.

Heeft het aan deze Heilige Cornelius gelegen of aan de stugge behandeling door gespecialiseerde artsen in het academisch ziekenhuis van Utrecht dat ik uiteindelijk grotendeels genezen ben? Ik denk het laatste. Eigenlijk was die behandeling ook een soort bedevaart. 

Een keer per maand reisde ik met moeder met de trein naar Utrecht alwaar we na een korte wandeling vanaf het station enige tijd doorbrachten in de wachtkamer. Tijd genoeg om de meegenomen broodjes met kaas op te eten. Na een uitgebreide medische, soms pijnlijke behandeling gaf een stevige zuster mij vriendelijk doch dwingend instructies voor lichaamsoefeningen en een goede lichaamshouding.   

In mijn middelbare schooltijd heb ik een bedevaart te voet gemaakt naar de wereldberoemde kathedraal van den Bosch, de standplaats van het wondere beeld van de Heilige Maagd Maria, de Moeder Gods. Er was geen speciale reden voor de bedevaart behalve dat de meimand traditioneel gewijd is aan Maria en het gezellig wandelen is met Dora, haar nicht Francien en haar vriend Nol. Zij hadden de tocht van 20 km een jaar eerder ook al gemaakt. De wandeltocht bleek een inleiding tot een gezamenlijke kampeervakantie in datzelfde jaar.

Een bedevaart naar Sint Jan van het Kruis kan daar wel bij. Voor het zover is, moeten we een pas over naar het dal waarin Segovia ligt. De pas is nog bedekt met een pak sneeuw. Alvaro vindt dat we even moeten stoppen. Hij wil zijn dochter Lorena kennis laten maken met sneeuw. 

Afdalend naar Segovia zien we het door de Romeinen aangelegde aquaduct waarmee de stad van water werd voorzien. De Romeinen waren een vooruitstrevend volkje. Dankzij hun agressieve kolonisatie politiek werd hun beschaving over heel Europa tot aan het Midden Oosten verspreid. We mogen de Romeinen wel dankbaar zijn voor hun ondernemingslust. 

Het klooster van de ongeschoeide Karmelieten ligt buitengaats op een heuvel. Kloosters liggen altijd op de mooiste plekken merkt Frans op. Dankzij Frans, zogezegd onze eigen karmeliet, krijgen we een warm onthaal in het 'Convent de San Juan de la Cruz'.  Pater Sebastian leidt ons rond, tot aan de kloostertuin toe. 

Bij het praalgraf van Jan van het Kruis krijgen we uitleg van de pater. Jan van het Kruis stierf in 1591. Volgens de gewoonte van die tijd kreeg hij een sober graf in de kapel van het klooster. Bij zijn heiligverklaring in 1675 werd hij opgegraven en gelegd in een bovengronds graf in dezelfde kapel. Het oude graf is met glas bedekt zodat je het nog kunt zien. Bij de opgraving bleek zijn lichaam na ruim 80 jaar nog zo goed als intact te zijn. 

Honderd jaar na zijn dood werd van zijn graf een echt praalgraf gemaakt. Ik weet niet of Jan zelf daar gelukkig mee is. Uit zijn levensverhaal, gedichten en geschriften blijkt niet dat hij uit was op wereldlijke pracht en praal. Het was een geestelijk levend man. Maar sinds hij heilig is verklaard en ook nog eens kerkleraar sinds 1927 ('Doctor de la Iglesia') is er niet meer aan te ontkomen. De wereld moet kunnen zien hoe belangrijk hij is voor de Roomse kerk en het geloof.

Terwijl we daar eerbiedig en enigszins ongemakkelijk staan komt Frans met een verrassing.

vrijdag 5 april 2024

36. AMERICA LATINA. FRANS ROSIER IN NEDERLAND

Kloosterkerk met rechts het Karmelieten klooster in Amstelveen waar Frans een bescheiden kamer had. Het klooster is opgeleverd in 1965 en in 1993 alweer gesloten. In die periode was het aantal kloosterlingen drastisch afgenomen. Het is vlak daarna afgebroken.

 

Terug naar mijn correspondentie met Frans Rosier. Aan het eind van het actiejaar 1973 ontvang ik een brief waarin hij, zoals na eerdere brieven viel te verwachten, zijn bezoek aan Nederland aankondigt.

“Tussen de slepende affaires van bezoeken, het beëindigen van mijn studie over Meissen (noot: een studie naar het leven in een grote armoede wijk van Bogotá waar ik al eerder over geschreven heb), vergaderingen en wat dies meer zij, wil ik je voor mijn vertrek uit Bogotá nog even schrijven. Mijn reis is momenteel vastgesteld op 15 januari. Ik denk over New York te reizen om daar even op verhaal te komen. Rondom 17 januari zou ik dan in Nederland kunnen zijn, maar die datum en het uur van aankomst zijn nog niet zeker. Wellicht weet je dat Alvaro de mogelijkheid heeft om vanaf Januari nog een half jaar naar Spanje te gaan. Ook hij heeft nog niet alles kunnen regelen, zodat het kan gebeuren dat ik in New York aankom terwijl hij in Madrid zit. Hoewel mijn gezondheid redelijk goed is, zie ik er tegen op om het enorme traject Bogotá-Amsterdam in één ruk te maken” (Bogotá, 23 december 1973)

Tussendoor schrijft hij enige troostende woorden over mijn veronderstelde frustraties, die er overigens best wel geweest zullen zijn maar misschien in een brief van mij zwaarder zijn aangezet dan ik ze voel. Zijn bezorgdheid doet me hoe dan ook goed met zoals gebruikelijk bij Frans toch ook weer een scherpe observatie.

“Uit je laatste brieven maak ik op, dat je je een beetje gefrustreerd voelt, afgezien van je geluk in het huiselijke leven. Toch ben ik er van overtuigd dat je veel doet niet zo zeer door een grote hoeveelheid activiteiten maar vooral door het simpele feit van te zijn zoals je bent. Daarvan hoef je geen boekhouding te maken.” (Fragment uit hierboven genoemde brief )

Aan het einde van de brief lees ik dat hij besloten heeft na zijn bezoek aan Nederland terug te keren naar Colombia. “Als de medische keuring in Nederland goed uitvalt, als er intussen geen wereldoorlog uitbreekt of andere overmachten zich doen gelden, is mijn plan rondom April weer naar Colombia terug te keren, al is het met minder middelen dan ik momenteel ter beschikking heb. Ik ben veel te lang in dienst van Den Haag geweest.” (Citaat uit bovengenoemde brief)

In een brief kort daarop ( 6 Januari 1974) vraagt hij me om hem op 17 januari om 7.15 uur ’s morgens te komen ophalen op Schiphol. Hij vraagt me de Karmel in Doddendaal te Nijmegen te waarschuwen dat ik hem kom ophalen zodat ze van daaruit geen moeite hoeven te doen voor een verre reis naar Schiphol.

Na enig heen en weer bellen blijkt dat er voor hem een kamer is gereserveerd in het Karmelietenklooster in Amstelveen. Ik bezoek hem daar wekelijks soms vergezeld van Diny en Floortje. Voor zover mijn werk het toelaat, vergezel ik hem ook op bezoeken in het land waarbij ik mij als een soort privé chauffeur op de achtergrond houd.

Zo brengen we een bezoek aan het Karmelklooster in Nijmegen. Frans zorgt dat ik een rondleiding krijg van een van de paters. Het is mijn eerste bezoek met rondleiding aan een klooster. In de bibliotheek krijg ik de volledige werken van Jan van het Kruis te leen.

Een langere rit brengt ons naar Friesland, naar een onbekende maar belangrijke en gezien hun villa zeker geen onbemiddelde familie. Frans wordt verwacht. Hij wordt door een, naar ik schat dienstmeisje naar binnen geleid terwijl ik in de deftige hal wacht zoals het een privéchauffeur betaamt. Pas op de terugweg krijg ik te horen dat hij op bezoek is geweest bij de Douwe Egberts familie. Via een stichting helpen zij jonge, veel belovende studenten uit landen waar zij koffie of andere producten kopen aan een beurs. Alvaro heeft zo een beurs gekregen om in New York te studeren en aansluitend nog een half jaar in Madrid te studeren.

Zoals verwacht, wijst het medisch onderzoek ter afsluiting van de contractperiode met Den Haag, niet op verborgen kwalen of ziektes die een terugkeer naar Colombia in de weg zouden staan. Frans vraagt daarop toestemming aan de Karmel om terug te mogen naar Colombia. Zodra die binnen is, begint hij zijn terugreis te regelen. Hoe hij het financieel rond moet krijgen, weet hij nog niet. Misschien dat een stichting die zijn werk ondersteunt, kan helpen. 

Ik weet niet meer van wie het idee komt om gedrieën naar Madrid te reizen. Ik denk eigenlijk Frans. Hij kan dan vanuit Madrid naar Bogotá vliegen en wij per auto terug naar Nederland samen met het gezin van Alvaro. 


vrijdag 8 maart 2024

32. AMERICA LATINA. DE PARADOXALE REDE

petrus nelissen, "De paradox van de spelende mens, Waikiki Beach 1946", fotocollage

 

Nu ik Marx snap, stort ik mij op andere filosofen om hun mensbeeld te achterhalen. Ik begin met de eigentijdse sombere existentialist Sartre. Mijn doel is  te onderzoeken wat de plaats van liefde en solidariteit is in zijn filosofie. 

Ik heb geluk dat ik de bibliotheek van de faculteit der filosofie van de universiteit van Utrecht bij de hand heb. Die is aan de overkant van ons kantoor aan de Nieuwe Gracht in Utrecht. Dat maakt het gemakkelijk om tussen de bedrijven door naar de goeie boeken te zoeken.

Onder het lezen maak ik kritische aantekeningen in een speciaal aangeschaft notitieboek dat ik gekocht heb bij L. Leenders Schrijfmachinehandel in de Hertogstraat te Nijmegen. Soms waag ik het een kritische dialoog te voeren met de filosoof van dienst. Een van mijn eerste aantekeningen heet nogal zelfbewust “Antwoord aan Sartre’. 

“Voor een geest als die van Sartre, die in staat is om het Niets te omvatten als een paar handen die het luchtledige omsluiten, moet mijn antwoord wel erg simpel zijn. Geloof in de mogelijkheid van een relatie van mens tot mens, van mens tot ding om der wille van mezelf en de ander/het andere zonder die de andere/het andere te verpletteren, moet Sartre verdacht vinden, zo niet absurd. Maar ik heb de simpele ervaring dat de ander mij niet uitsluitend als object ziet, als een robot die zo nodig geprogrammeerd moet worden. Nee, nee er zijn mensen die mijn subject-zijn bevestigen, mijn ik-persoon op een voetstuk plaatsen waarover ik zelf mijn twijfels heb en soms bang ben er af te vallen.” (Vreeswijk, 8 december 1973)

Sartre onderzoekt de verhouding tussen het ik en de ander dat is precies ook wat Marx heeft gedaan. Marx  meer vanuit het perspectief van de samenleving, Sartre als kind van zijn en ook mijn tijd gaat meer van het ik uit. Is het ik-tijdperk met Sartre begonnen?

Volgens Sartre ben ik in de ogen van de ander onvermijdelijk een object en omgekeerd is de ander al even onvermijdelijk voor mij een object. Dat strookt niet met mijn ervaringen. Ik heb ervaren dat bij solidariteit en in de liefde deze tegenstelling overstegen kan worden. We worden dan een "wij" of een "samen" en zelfs een "paar". 

Sartre ziet dat niet zo, hij legt meer de nadruk op de ontkenning van de ander. Hij (her)kent blijkbaar de liefdevolle blik niet, de blik die de ander bevestigt in plaats van ontkent, zo besluit ik mijn kritische betoog. In zijn wereld is de ander de hel. Dat kan maar is niet uitsluitend zo. Het kan anders.

Ondanks dat ik het niet langer gelovig ben, kan ik het ook weer niet nalaten om het godsbegrip bij mijn onderzoek te betrekken. Daar zal Sint Jan van het Kruis wel tussen zitten. Zijn God van liefde zit nog vers in mijn geheugen. Hoe dan ook, ik schrijf in mijn aantekenboek dat “de grootsheid van God ligt in het feit de mens naar zijn evenbeeld te hebben geschapen”, een mens die vrij is om te kiezen. 

Dat is gewaagd want daarmee schiep Hij de kans dat de mens eventueel tegen Hem kiest, wat hij dan ook gedaan heeft, zo lezen we in het boek Genesis. Het voordeel van die keuzevrijheid is dat “God zich dan ook nooit verveeld. Zijn wereld is een wereld van liefde die steeds opnieuw levend wordt wanneer een mensenblik zich op Hem richt.” (Aantekeningen  8 december 1973)

De door Sartre zo gevreesde liefdeloze objectivering van de ander vindt wel volop plaats in de wetenschap: “de huidige mens - en natuurwetenschappen brengen desastreuze resultaten voort vanwege hun liefdeloze objectiviteit. De natuur wordt gedenaturaliseerd, de mens ontmenselijkt en dat alles ten behoeve van de macht van de rede met zijn wapen van objectiviteit.” (Aantekening van 23 december 1973)

Hier stuit ik op een paradox van ons menselijk bestaan, een ik zou zeggen catastrofale paradox van de rede, de basis van onze wetenschap (met dank aan de Franse filosoof Descartes) . Enerzijds helpt de rede ons de wereld, de natuur in kaart te brengen. Anderzijds maakt ze het ons daardoor mogelijk om de natuur en de wereld voor eigen gewin en gemak aan te wenden of als het ons uitkomt die zelfs te vernietigen. 

De rede bevrijdt ons mensen weliswaar uit het rijk van de behoeften (vrij naar Marx) maar maakt het tevens mogelijk om ons mens-zijn en de natuur te vernietigen. Voorbeelden liggen voor het grijpen. Zo is kernenergie een uitkomst voor de energievoorziening van de mens maar vormt de kernbom een bedreiging voor het voortbestaan van diezelfde mens en wereld.

vrijdag 23 februari 2024

30. AMERICA LATINA. LIEFDE IS ELKE DAG EEN GOEDE DAAD

West Side Story is de Amerikaanse versie van Shakespeare's Romeo en Julia. De Jets en de Sharks zijn twee rivaliserende jeugdbendes uit New York met elk een andere etnische achtergrond. Tony behoorde ooit tot de Jets, terwijl Maria de zus is van Sharks-leider Bernardo. Ondanks de rivaliteit tussen de twee bendes worden Tony en Maria verliefd op elkaar en beginnen ze aan een verboden romance.


Dat Sartre zich herkende in Sint Jan van het Kruis zoals Frans in zijn brief van 25 oktober schrijft, is mij niet bekend. Ik ben het niet tegengekomen, niet in geschriften over Sartre en ook niet in die over Jan van het Kruis. 

Dankzij Frans ben ik Jan van het Kruis gaan lezen. Hoewel geen dichter en geen mysticus had ik gek genoeg geen moeite om de gedichten met uitleg en teksten van deze Spaanse mysticus te lezen.  Het was tegelijk thuis komen en en toch anders. Zou dat door mijn katholieke opvoeding komen en mijn romantische instelling? 

Jan van het Kruis heeft mij op de gedachte gebracht dat liefde tegelijk kernwaarde en beginsel kan zijn voor mijn leven. Het klinkt gewichtiger dan ik het bedoel. Het komt er op neer dat alleen liefde het leven de moeite waard maakt. De rest is bijzaak. 

Dit is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij JvK kom je alle praktische problemen van de liefde tegen: de twijfel of je liefde beantwoord zal worden, de onzekerheid die soms zo maar ineens kan binnensluipen als een dief in de nacht, de extase als de liefde beantwoord wordt, het raadsel van de eenwording in liefde, de ander als object en subject van liefde, de overgave aan en van de geliefde. 

Tussen twee mensen of in gezinsverband is dit allemaal nog wel te doen, al gaat het ook daar met horten en stoten. Liefde is nu eenmaal geen sinecure. Het is niet voor niets het meest bezongen onderwerp in klassieke of populaire muziek, zijn er dikke boeken over geschreven en staan de damesbladen er wekelijks vol mee. Liefde is alom begeerd en tegelijk een mysterie.

Maar wat moet je met liefde aan in de maatschappij? Is dat niet iets voor watjes en doetjes? Toch niet, zo leerde ik van jongs af aan. Als goed katholiek moet je je naasten lief hebben. Dat betekende bij de verkenners dat je elke dag een goede daad moest doen. 

En was het vakbondswerk van mijn vader ook geen vorm van naastenliefde? Het was in ieder geval sociaal werk. Opkomen voor de rechten van de werknemers op loon, vakantiedagen, vakantiegeld, vrije dagen en ziekteverlof is voor de meeste werknemers van levensbelang. 

En als de katholieke grondslag voor dit alles wegvalt zoals bij mij het geval was, wat dan? Daar had ik nog geen helder antwoord op en dus doe ik voort alsof er niks aan de hand is zoals mijn werk bij CLAT. Het is de voortzetting van wat ik thuis geleerd heb en waar ik hoe dan ook in wilde geloven, of ik me nu wel of niet bekende tot de Roomse kerk. 

In de paar maanden dat ik een werkeloze afgestudeerde student was, probeerde ik het geestelijke gat over de verhouding tussen mens en maatschappij en de rol van de liefde op te vullen met het lezen van de Jonge Marx. Mijn belangstelling daarvoor was gewekt tijdens het college “Sociale Wijsbegeerte”. Daar werden klassieke katholieke ideeën over mens en samenleving besproken maar ook die van de Jonge Marx.

Ik wilde hem in zijn eigen taal lezen waardoor ik beter in zijn hoofd kon kruipen. Dat is, mag ik wel zeggen, een heksenkarwei. Het Duits van Marx is geen gewone mensentaal, het is Duits grondig en gecompliceerd en ook nog eens filosofisch. Je raakt gemakkelijk verdwaald in zijn lange zinnen met bijzinnen en vooral ook wat hij bedoeld kan hebben met dit of dat woord. Tussen 1850, de tijd waarin Marx zijn polemieken heeft geschreven, en 1970 zitten bovendien ruim honderd jaar. In zo een lange tijd verandert er veel in een taal. 

 

vrijdag 9 februari 2024

28. AMERICA LATINA. PIRATEN

Met Henri Molina (links) in de Azteekse piramide-stad Teotihuacan tijdens zijn bezoek met een delegatie in Mexico. 1974


Ik weet niet waar de bezorgdheid van Frans in zijn brief van 25 oktober vandaan komt, dat ik een moderne Egyptische slaaf zou zijn. Misschien omdat hij zichzelf zo soms voelt, misschien omdat ik in mijn brieven teveel praat over mijn werk? Hoe dan ook, ik voel me geen slaaf van niemand en ook niet van mijn werk. Integendeel, het boeit me en eindelijk doe ik wat. In plaats van boekjes lezen, ben ik bezig met de wereld en dat is wat ik al in tijdens studie wilde.

Ik ben het wel met hem eens dat mijn gezin een oase is waar ik tot rust kan komen. Zonder gezin zou ik maar half mens zijn. Het is samen met mijn werk, de belangrijkste reden van mijn bestaan. Dat er een balans moet zijn tussen gezin en werk spreekt voor zich. 

Niettemin breng ik af en toe werk mee naar huis in de vorm van een gast uit Latijns Amerika. Dora vindt het prettig dat ik af en toe een gast meebreng. Zo weet ze beter waar ik mee bezig ben. Dat maakt het gemakkelijker om erover te praten en het helpt om te weten wat mij bezielt. Dora deelt die bezieling. 

Voor de gasten is het een verademing om in plaats van de avond door te moeten brengen in een hotel, het avondeten met een gezin te delen. Een van onze eerste gasten is Henri Molina, buitenland secretaris van CLAT, een vriendelijke enigszins bedeesde man met een basstem en Caraïbische vrolijkheid. Met enige zelfspot noemt hij zich "de kanselier". 

Henri heeft hoewel nog jong een enerverend leven achter de rug. In 1965 heeft hij als jonge vakbondsman meegedaan met de opstand tegen het leger dat in 1963 de gekozen president Bosch had afgezet. Die opstand leidde uiteindelijk tot een burgeroorlog.

Daarop grepen de VS gewoontegetrouw in om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Tegen de mariniers was niemand opgewassen. De VS bleven twee jaar lang de baas. Na verkiezingen  normaliseerde het land min of meer en verlieten de mariniers het eiland. 

We werken in twee dagen een programma af met bezoeken aan instellingen die projecten van CLAT in Latijns Amerika steunen zoals de katholieke CEBEMO, de protestantse ICCO en het neutrale NOVIB. 

We brengen ook een bezoek aan de vakcentrales NKV (de katholieken) en het CNV (de protestanten). We hebben op zijn verzoek ook een afspraak met het Kabinet van de Nederlandse Antillen. 

De bezoeken aan NKV en CNV vinden plaats in het kader van de internationale vakbondssolidariteit.  Bij de medefinancierings-organisaties presenteert Henri een nieuw, groot project onder de wat pathetische naam van Arbeiders Universiteit Latijns Amerika UTAL. CLAT wil daarmee duidelijk maken dat arbeiders net zo goed recht hebben op studie en onderwijs. 

Dit Latijns Amerikaans studie en onderwijscentrum is bedoeld voor militanten en leiders van vakbonden aangesloten bij CLAT. Het centrum is gevestigd in een pas aangekocht gebouw waarin voorheen een seminarie zat. 

Het ligt op een heuvel even buiten het stadje San Antionio op een half uur rijden van Caracas. Het gebouw is groot genoeg om er ook het bestuur van CLAT in onder te brengen, een bibliotheek, een documentatie centrum, een audiovisueel centrum en nog wat andere zaken. 

Het bezoek aan het Kabinet van de Nederlandse Antillen is bedoeld als wederzijdse kennismaking. Tijdens het antichambreren in een deftige kamer met zware meubels en rookgerei op tafel, pakt Henri onbekommerd een sigaar uit de sigarendoos op tafel en steekt die weg in het borstzakje van zijn hemd.

Ik schrik van dit vrijmoedige gedrag. Is dit geen diefstal, zo vraag ik hem. Maar Henri haalt laconiek zijn schouders op en lacht onbezorgd. Hij neemt een voorschot op wat hem straks toch wordt aangeboden. Het is gelijk ook een kleine vergoeding in natura voor Neerlands koloniale verleden in de Caraïben. Henri gedraagt zich even als een piraat in piratenland. 

De vertegenwoordiger van het Kabinet biedt Henri even later inderdaad allervriendelijkst een sigaar uit de doos op tafel aan. Henri vraagt beleefd of hij die mag bewaren voor straks. Dat is uiteraard geen probleem. Met een zwier steekt hij de sigaar naast de eerste sigaar in zijn borstzakje. 

Na het gesprek stapt hij tevreden met de twee sigaren naar buiten. Het dringt tot me door dat Henri zich een vrij man voelt en zich niet laat intimideren door gewichtigheid en deftig ingerichte kamers. We zijn als twee piraten onder elkaar.


vrijdag 22 december 2023

21. AMERICA LATINA. GETUIGENISSEN VAN BOERENLEIDERS

De Venezolaanse boerenleider Rangel Parra (2e van links) zit tussen de leden van de werkgroep. Foto overgenomen van CLAT Nieuws, no 1, februari 1974

 

Het gaat goed met CLAT Nederland. Het ledenbestand van de vereniging groeit gestaag, er is een degelijk bestuur en er zijn genoeg vrijwilligers voor de werkgroepen. Er zijn werkgroepen over het hele land.

De vakcentrale CLAT is een ijzersterke partner met een goed georganiseerd hoofdkantoor in Venezuela en lidorganisaties in bijna alle landen van Latijns Amerika. Die zorgen voor een gestage stroom informatie die ons wordt doorgegeven vanuit Venezuela.

We maken kennis met vakbondsleiders uit Latijns Amerika. De meesten zijn op weg naar een of andere vakbondsbijeenkomst in Europa en maken een tussenstop in Nederland of komen per trein uit Brussel of elders.

Een van die bezoekers is boerenleider Rangel Parra, een bescheiden man met de afwachtende houding van een boer en een kleurrijke leven. Van kleine boer is hij secretaris van de Latijns Amerikaanse Landarbeiders Federatie geworden en uiteindelijk voorzitter van de Wereldfederatie van Landarbeiders. 

Tijdens zijn bezoek aan de werkgroep regio Utrecht/Gouda vertelt hij over zijn leven en de situatie van de boeren in zijn continent. Gerrit Pruim, secretaris van de vereniging en lid van de redactie van CLAT Nieuws doet er verslag van.

“Parra weet, waarover hij spreekt. Hij is boer in Venezuela en heeft aan den lijve ervaren, welke risico’s je loopt bij het organiseren van kleine boeren en landbewerkers. In de meeste landen zijn de regeringen en grootgrondbezitters erg bang voor de aansluiting en machtsvorming van de boeren. Zelf werd hij onder de dictatuur van Jiménez in Venezuela op ene nacht door een stel gemaskerde mannen bezocht die hem ene kogel door zijn hoofd schoten. Het herstelde zich echter van het als dodelijk bedoelde schot. Sindsdien zette hij zich nog intensiever in voor de organisatie van de boeren, eerst -ten tijde van generaal Pérez Jiménez, die regeerde van 1950 tot 1958 - via gewapende zelfverdedigingsgroepen van boeren en later - toen de vrijheid van organisatie groter werd - via regionale en landelijke bonden.” (Gerrit Pruim in CLAT Nieuws no.1, februari 1974, 5e jaargang)

Deze directe getuigenissen scheppen een band tussen de vereniging en de mensen daarginds en maken ook dat men zich hier beter kan voorstellen hoe het er daarginds aan toe gaat. De solidariteit schept ook een onderlinge band tussen de leden van de vereniging. Aldus ontstaan vriendschapsbanden die op hun beurt bijdragen aan de versterking van de werkgroepen en de vereniging.

Een andere getuige op de bijeenkomst is de flegmatische in keurig pak gestoken Colombiaanse boerenleider Francisco Verano. “Hij heeft jarenlang gezworven door Colombia en overal gewerkt. Via een kleine vakbond werd hij al snel ook op landelijk niveau bekend. Nu is hij voorzitter van de Colombiaanse landbewerkers Actie ACC. Verano vertelt over de onderdrukkingsmaatregelen in Colombia. De drie verschillende boerenorganisaties  van het land moeten zich daarom aaneensluiten en zich niet verdeeld opstellen. De eerste stappen hiertoe zijn op ene bijeenkomst van de organisaties gezet, vooral druk vanuit de basis zelf… Van de ACC zijn in de eerste maanden van dit jaar bijna 20 boerenleiders en boeren verloor door de politie in samenwerking met de grootgrondbezitters.” aldus Pruim in het genoemde artikel.

Soortgelijke verhalen horen we ook van de verlegen vice-voorzitter Jorge Lasso uit Panama. De lange zwarte man strijkt terwijl hij praat, voortdurend over zijn kalende hoofd. Zijn verhaal is min of meer hetzelfde als van zijn voorgangers. De Panamese boeren tellen net zo min mee. Er wordt ook in Panama gewerkt aan de opbouw van coöperaties die tezamen de macht moeten breken van zakenlieden en tussenhandelaren.

vrijdag 22 september 2023

8. AMERICA LATINA. BERKEL AKTIE

 

Berkel Rotterdam. Foto: CLAT Nieuws, februari/maart 1973, 4e jaargang no.2

 

Een van de eerste acties waarmee ik kennis maak is rond Berkel, in Nederland bekend van zijn weegschalen. Normaal gesproken een bedrijf waarbij je niet zoals bij Shell en Philips aan een multinationale onderneming denkt. Eerder denk je aan een onsje minder of mag het iets meer zijn?

Maar Berkel heeft verrassend genoeg een fabriek in Mexico en daar is een CAO conflict gaande. Het toeval wil dat de vakbond van de Berkel werknemers bij een Mexicaanse CLAT vakbond is aangesloten. Zoals het dan hoort bij solidariteit komt het conflict dan bij CLAT Nederland terecht.

De jongerenclub van de Nederlandse vakcentrale NVV en de Wereldraad van Kerken doen mee met de actie. Er verschijnt een gezamenlijk persbericht waarin het conflict wordt uitgelegd. Het begon allemaal met een CAO conflict. Berkel houdt er zich niet aan en dus begint de bond een staking met de ongeveer 80 werknemers.

In plaats van overleg, besluit Berkel het bedrijf doodeenvoudig te stoppen waardoor volgens de Mexicaanse wet de CAO automatisch in de vuilnisbak verdwijnt. Er valt niks meer te onderhandelen.
Maar er is meer. Ook bij Berkel Rotterdam rommelt het. Ondanks de winsten is de afgelopen vier jaar de helft van de werknemers afgevloeid.  Sinds juni 1972 is de ondernemingsraad buiten werking gesteld.

“De vrees bestaat, dat de ontslagen slechts een voorspel zijn tot een algehele sluiting van het Rotterdamse bedrijf. De produktie zou dan worden overgeplaatst naar een ander Europees land of een ontwikkelingsland, waardoor opnieuw 250 man op straat zullen staan”, aldus het persbericht.

Het persbericht besluit dat “opnieuw duidelijk wordt, hoe een multinationaal bedrijf zijn werknemers - waar ook ter wereld - niet ontziet en slechts gericht is op de ‘rentabiliteit’ als het hoogste goed. Arbeiders en hun rechten komen op de laatste plaats. Over U en zonder U.” (2 februari 1973)

Berkel zit maar liefst in 18 landen met ongeveer 4500 werknemers. Het gaat goed met het bedrijf. Over de aandelen wordt een dividend van rond de 14 tot 15% betaalt. 

Volgens Berkel heeft de vakbond met de staking de kip met de gouden eieren geslacht. “Vestigingen van westerse ondernemingen scheppen immers werkgelegenheid in de arme landen. En daar moeten ze blij om zijn en geen praatjes krijgen”,  aldus het persbericht.

Op het verwijt dat het weghalen van winsten uit ontwikkelingslanden slecht zou zijn voor die landen zegt Berkel dat dit een noodzakelijke voorwaarde is om risico-dragend kapitaal aan te kunnen trekken. 

Ongerust door de informatie die via de aktie naar buiten komt, willen de werknemers van Berkel Rotterdam gebruik maken van het recht van enquete om uit te zoeken wat er in Mexico en in andere landen en uiteraard ook in eigen land aan de hand is.

Naast de praktische problemen komt bij de aktie Berkel ook de fundamentele kwestie aan de orde of buitenlandse bedrijfsinvesteringen als die van Berkel wel zo goed zijn voor een ontwikkelingsland. Een niet onbelangrijke kwestie in het debat over nut en betekenis van ontwikkelingssamenwerking voor de ontwikkelingslanden.