Posts tonen met het label alvaro. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alvaro. Alle posts tonen

vrijdag 19 juli 2024

50. AMERICA LATINA. COLOMBIAANSE SCHRIJVER GARCIA MARQUEZ

De Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez (1927-2014) in gesprek met de Cubaanse dictator Fidel Castro (1926-2016). Het is en blijft vreemd dat terwijl Marquez als schrijver in kaart brengt hoe geweld de Latijns Amerikaanse samenleving aantast, hij bevriend was met een dictator. Had Marquez geen hoge pet op van democratie om geweld uit te bannen? Maar ook moet gezegd worden dat hij zijn vriendschap met Castro gebruikte om bijvoorbeeld een tot 20 jaar veroordeelde vakbondsman (Reinol Gonzalez) vrij te krijgen.


Na de terugreis met een tussenstop in Parijs zodat Alvaro de sfeer van de stad kan proeven en de verplichte hoogtepunten bezoeken, komen Martha en Lorena aan op Schiphol. Met hen maken we uitstapjes naar diverse bekende en toeristisch gezien verplichte Nederlandse plekken als Marken, Volendam, Kinderdijk, Zaandam, Utrecht en Amsterdam. Nederland in vogelvlucht. Gelukkig is Nederland geen groot land zodat je in een dag heel wat kunt zien.

Alvaro schrijft op mijn verzoek een stukje voor ons tweemaandelijkse tijdschrift Latijns Amerika over schrijver en landgenoot Gabriel Garcia Marquez. Die is hier in Nederland vooral bekend geworden met zijn boek Honderd Jaar Eenzaamheid. 

“De boeken van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez - “Honderd jaar eenzaamheid”, “Het kwade uur” en “De kolonel ontvangt nooit post” weerspiegelen de politieke werkelijkheid van Colombia en van Latijns Amerika in het algemeen. De landen van Latijns Amerika hebben sedert hun onafhankelijkheid bijna voortdurend, hetzij openlijk hetzij ondergronds, in een staat van geweld verkeerd. Aldus verschijnt het thema van geweld, gepaard aan onderdrukking in het werk van Marquez, middels misvormingen die het in omgeving en personen teweeg brengt. Omdat geweld in deze samenleving een constante is, komt het aan de mensen voor als een natuurverschijnsel…Als dragers van het geweld  en de onderdrukking verschijnen politieke partijen, Noord Amerikaanse ondernemingen, kolonels, soldaten en priesters ten tonele. Zij allen vertegenwoordigen een of andere vorm van macht: de politiek, het imperialisme, het leger en de kerk.” (Latijns Amerika Augustus 1974, no.4, jaargang 5)

Ik citeer dit stukje omdat het duidelijk maakt dat de werkende bevolking in Latijns Amerika niet meedeelt in de macht en dat nu is precies de reden van het bestaan van CLAT als arbeidersbeweging in Latijns Amerika en wij als solidariteitsvereniging in Nederland.

Het zijn vooral rechtse autoritaire en dictatoriale regeringen vaak met generaals zoals in Chili na de staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Allende, in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Guatemala om een kleine selectie aan landen te noemen die de arbeidersbeweging en de vakbonden met geweld muilkorven. Er zijn zo goed als geen landen in het continent waar vakbonden vrijheid van vereniging en onderhandeling hebben.  

Maar ook en helaas linkse revolutionairen, communisten en aanverwanten die beweren uit naam van de werkenden klasse de macht te willen nemen, sluiten na hun machtsovername dezelfde werkende klasse van deelname aan de macht uit. Het scherpste zien we dat in Cuba waar Fidel Castro uit naam van de revolutie de vrije, democratische bonden de nek heeft omgedraaid. 

Die democratische solidariteitsboodschap komt in Nederland goed over, zo blijkt tijdens een ledenvergadering van de vereniging. Het aantal leden is groeiend en bedraagt nu bijna tweeëneenhalf duizend waardoor de financiële steun aan CLAT in Latijns Amerika voor dit jaar nog verhoogd kan worden met 10.000 gulden tot in totaal 40.000. De vereniging maakt de helft van zijn ledenbijdragen over naar CLAT. 

Er wordt steeds meert samengewerkt met andere actie en solidariteitsgroepen zoals de Chili-aktie, het Brazilië Tribunaal (de vereniging heeft het secretariaat van de Nederlandse tak van het Tribunaal), Peru-Aktie, Guatemala-aktie, Suriname-aktie en verschillende protestakties tegen onderdrukking en vervolging. De meeste actiegroepen zijn opgericht door mensen die het betreffende land ooit bezocht hebben. Vaak wonen er vrienden of bekenden van hen.  

Juridisch gezien opereren deze actiegroepen als stichtingen terwijl CLAT Nederland een vereniging is met een op een ledenvergadering gekozen bestuur. De oprichters hebben bewust voor een vereniging en niet voor een stichting gekozen vanwege de democratische grondslag die vakbonden hebben, ook in Latijns Amerika. Voor de vereniging is democratie uitgangspunt en anker voor de eigen beleden solidariteit met de vakbeweging in Latijns Amerika.  

Dit jaar bestaat de vereniging 5 jaar. Er wordt op de ledenvergadering een werkgroep ingesteld om tegen het einde van het jaar activiteiten  te organiseren die de aandacht zullen vestigen op onderdrukking en protest van de vakbonden in Latijns Amerika en de benodigde solidariteit vanuit Nederland om de democratische vakbeweging te versterken.

 

zaterdag 22 juni 2024

46. AMERICA LATINA. TOLEDO


In de St. Thomé kerk in Toledo bewonderen we het meesterwerk 'De Begrafenis van Graaf Orgaz" van de Spaanse schilder El Greco (1541-1614). De overlevering zegt dat de graaf uit dank voor zijn vele gaven aan de kerk begraven is door de heilige Stefanus en Augustinus. Het schilderij heeft de reusachtige afmeting van 4,8 x 3,6 meter. Ter vergelijking, de Nachtwacht is 4,4 x 3,6 meter. El Greco (de Griek) werkte voornamelijk in Toledo. Zijn schilderijen zijn eeuwenlang vergeten geweest totdat moderne schilders zijn vrije penseelvoering en kleurenpalet begonnen te waarderen.


Spanje komt ter sprake als de kolonisator van het land van mijn Colombiaanse vriend Alvaro en als de voormalige vijand van mijn land. De machtige arm van Spanje reikte van Colombia tot in Nederland. 

Maar voor Alvaro is de Tachtigjarige oorlog te ver weg in tijd en ruimte. Wat moet hij daarmee? Nu na bijna 200 jaar onafhankelijkheid zijn politiek en geweld in zijn land nog altijd met elkaar verweven terwijl Nederland een baken is van politieke vreedzaamheid en stabiliteit. Maar Nederland is dan ook ruim 200 jaar langer onafhankelijk dan Colombia. 

Sinds de onafhankelijkheid van Colombia vochten de Liberalen, de erfgenamen van de Franse en Amerikaanse revolutie tegen de Conservatieven, de erfgenamen van de Spaanse sociale, politieke en religieuze orde.

Sinds het begin van deze eeuw is daar de links-sociale revolutie bij gekomen, de door Cuba en communisme geïnspireerde gewapende strijd tegen de Liberale en Conservatieve elite. Een strijd die het land dreigt te verlammen. Alvaro houdt er zich verre van. Hij is de man er niet naar om zich daar in te mengen. 

Ons bezoek aan Toledo, je zou kunnen zeggen onze derde bedevaart in Spanje, licht een beetje de sluier op waarin de Spaanse geschiedenis is gehuld. Het is een van de oudste steden van het land met een rijke moorse en later Spaans-katholieke geschiedenis. Met zijn verhuizing naar het Escorial, maakte Filips II, de koning die zo fanatiek oorlog voerde tegen Nederland, een einde aan Toledo als de hoofdstad van Spanje. 

In de tijd van Toledo als het politieke centrum van het land was de kathedraal een symbool van religieuze en politieke macht. Kardinalen speelden een grote rol in de Spaanse politiek. Hun hoeden hangen nog steeds in de kathedraal als om ons te herinneren aan hun macht. 

Maar misschien zijn de kerkschatten die we bezichtigen nog wel een groter symbool van de vroegere Spaanse macht. Samen kijken we enigszins verbijsterd naar de hoeveelheid goud en zilver die daar in de vorm van bokalen, torenhoge monstransen, beelden, kruizen en andere katholieke symbolen uitgestald staat. 

Voor Alvaro is het uit zijn land geroofd goud omgesmolten tot kerkschatten. Eigenlijk zou dit teruggegeven moeten worden  maar gedane zaken nemen geen keer. Bovendien hijzelf is toch ook een zoon van Spanje. Spanje was het moederland van zijn voorouders zoals het dat ook ooit was van mijn verre, verre voorouders.  

We bezoeken de kerk van de Heilige Thomas waar een van de beroemdste en grootste schilderijen van El Greco hangt, de begrafenis van Graaf Orgaz. Greco heeft het geschilderd in 1586. Het schilderij doet als groepsschilderij en que omvang denken aan onze eigen Nachtwacht van Rembrandt alleen is de Nachtwacht bijna tachtig jaar later geschilderd. 

Het roept de vraag op in hoeverre de Spaanse schilderkunst invloed heeft gehad op de Nederlandse schilderkunst. Het kan toch haast geen toeval zijn dat Spanje en de Nederlanden als het ware grootmachten zijn in de schilderkunst? Wij zullen toch wel iets geërfd hebben van de Spanjaarden? 

We sluiten ons bezoek aan Toledo af met een kleine zwerftocht door de smalle straten met de tientallen souvenir winkeltjes. De geschiedenis van Toledo teruggebracht tot eenvoudige snuisterijen die straks ergens in Spanje of daarbuiten in een huiskamer worden uitgesteld als bewijs dat Toledo nog altijd een bezoek waard is.

 

vrijdag 31 mei 2024

44. AMERICA LATINA. WANDELEN IN DE MANESCHIJN

Al wandelend in de kloostertuin voeren pater Sebastian (rechts) en Frans een geanimeerd gesprek.


Moeten wij, Alvaro en ik tezamen met onze vrouwen, nu meteen ook maar een seculiere derde orde van de Karmel oprichten? Half schertsend spelen we met deze in wezen meer romantische dan praktische gedachte. In welk land zouden we dat moeten doen? In Colombia,  waar Alvaro en Martha wonen of in ons thuisland Nederland?

Frans moet niks hebben van deze scherts en maakt er zich terug in Bogotá ongebruikelijk kwaad over. De brief is een antwoord op een brief die ik hem geschreven heb en een brief die Alvaro en ik aan onze vriend Fernando hebben geschreven nadat Frans vertrokken is. 

 “Je brieven hebben mij veel goed gedaan. Er is en duidelijke golflengte die tijd en ruimte overtreft, zelfs mijn grootvader-zijn (een verwijzing van zijn rol voor het gezin van Alvaro in Colombia). Wij hebben weer eens in korte tijd zoveel nonsens, al was het aangenaam, doorleefd, dat inderdaad het bewustzijn sterker is geworden van de dwaasheid van prestige en materiële grootsheid. De liefde tussen enkele personen, die zich dan ook nog trachten in te zetten voor hun medemens, overtreft de tijd en gaat in onzichtbare dimensies verder in de eeuwigheid.

Natuurlijk moeten wij in het geluk van wederzijdse resonantie niet de dwaasheid begaan te menen dat we daarmee het hele leven in de maneschijn kunnen wandelen. De heerlijke gedachtenwisseling in vriendschap, al zeggen we dan af en toe kolder, ons verlangen samen te kunnen werken en de harde werkelijkheid waarmee we ons tevreden moeten stellen zonder tevreden te zijn, lopen nogal uiteen.

Inderdaad behoeven we niet uitsluitend uit boekenwijsheid te leven, maar alles aan de kant zetten, is weer het andere uiterste. Wij hebben allen een taak met elkaar gemeenschappelijk en die kan af en toe erg hard zijn. Niemand, zelfs wijzelf niet, is echter gediend met een vrolijke rondedans om onze gemeenschappelijke huizen, waarop gezinspeeld wordt in de brief aan Fernando. Hij vond die brief enorm leuk als uiting van vriendschappelijke onbevangenheid. Hij liet hem mij ook lezen, maar ik vond er kop noch staart aan en kan mij levendig voorstellen hoe het geval geschreven is. Ik heb niets tegen dat soort brieven. De grondtoon is vriendschap, maar de rest is volgens mij kolder. Soms moeten wij met dat laatste voorzichtig zijn want het gevaar kolder au serieus te nemen is niet uitgesloten en dat wordt het tegenover gestelde bereikt van wat bedoeld is…. (Bogotá, 3 juni, 1974)

Ik stel hem gerust. De soep wordt niet zo heet gegeten als opgediend. Ik ben op zoek naar een manier om met mijn Colombiaanse vrienden invulling te geven aan ons gezamenlijke levensdoel en idealen. Dat antwoord stelt hem gerust.

“Je brief van 7 juni heeft me goed gedaan. Ons samenzijn in Nederland en in Madrid is een weldaad voor ons allen geweest. We hebben geproefd hoe waardevol existentiële vriendschap is temidden van veel gewichtigdoenerij en vooral in de leegte die ons omringt. Ik heb je wel een beetje op de korrel genomen naar aanleiding van jullie brief aan Fernando, maar deze kritiek was in het geheel niet gericht tegen authenticiteit of tegen zelfverwerkelijking. Goede vrienden mogen best wat overdrijven b.v. door te zeggen dat nu we toch eenmaal naar Madrid gaan, kunnen we ook wel verder gaan naar Afrika en dan zou ik er aan toevoegen: om terug te keren over China. Toen ik de brief aan Fernando las, dacht ik aan het dorp dat we ergens buiten de samenleving zouden gaan stichten. Als we allemaal monniken waren, zou dat best te doen zijn in de stijl van S.Franciscus en misschien ook wel in onze eigen stijl. 

Uit een brief van Alvaro die ik enige dagen geleden ontving, schijnt hij naar aanleiding van een brief van jouw aan hem te menen, dat ik met alle geweld wil dat hij een professoraat aanvaardt, waar hij niets voor voelt. Ik zou niet weten waar ik de autoriteit vandaan zou moeten halen om hem iets in de weg te leggen waar zijn zelfverwerkelijking betreft. Er zijn meerdere wijzen waarop hij zijn volk kan dienen en daarbij kunnen we elkaar aanvullen. Wij hopen althans dat er een mogelijkheid gevonden wordt om ook jullie naar Colombia terug te krijgen. Maar van niets kan niemand leven. Wel kan men zeer sober zijn. Maar in ieder geval moet men ook aan zijn gezin denken. In plaats van jullie te bekritiseren ben ik blij met jullie levenshouding. Mijn kritiek ging slechts uit naar wat ik als onverwerkelijkbaar zag, n.l. een vriendschappelijke samenleving zonder contact met de samenleving en zonder middelen van bestaan. Ook Alvaro weet nog niet goed hoe zijn ideaal te verwerkelijken. Maar ik heb jullie ideaal zeer hoog. Dit heb ik Alvaro dan ook geschreven. Zelfs met een bescheiden inkomen zullen jullie geen bourgeois worden. Wat mij wel dierbaar is bestaat in de sleutel- en vermenigvuldigingsfactor van jullie manier van zijn. Alvaro meende dat ik erg teleurgesteld zou zijn door zijn voornemen om geen professoraat aan te nemen - afgezien van zijn goodwill om mij af en toe te vervangen. Integendeel.

Binnenkort komt Oscar bij je op bezoek. Tracht het zo te regelen dat hij de Zuiderzeewerken te zien krijgt, de havens van Rotterdam niet alleen door er omheen te rijden en zo mogelijk de zeedijk tegen de Zeeuwse eilanden. Mocht je niet alle kosten op je kunnen nemen, neem dan contact op met Vollebergh, die ik ook zojuist geschreven en ingelicht heb. Het is niet nodig hem te bezoeken. Maar misschien wil hij iets vanuit de Rosierstichting bijdragen tot dekking van kosten, die overigens, mijnsinziens, niet zo hoog zullen oplopen. Overigens is Oscar zeer veranderd vanwege de sociale standing die hij tegenwoordig heeft. In zijn hart is hij echter nog zo goed als je hem gekend hebt. Fernando wil niets liever dan met Alvaro samenwerken.

Wat mijzelf betreft, ik voel me momenteel weer gezond. De fondsen reiken tot 1978. Tegen die tijd zal ik wel uitgerangeerd zijn of moeten wij het zoveelste nieuwe wonder zien te verkrijgen. Vollebergh heeft met de grootste waardering over Alvaro geschreven.  Zo ook de prior van Amstelveen. Niemand heeft spijt van de kosten die gemaakt zijn.

Beste Piet ik ga eindigen. Behalve mijn colleges moet ik ook nog enige lezingen voor een internationaal congres in Quito voorbereiden. En last not least - stel je voor - heeft men mij gevraagd de constituties van de ongeschoeide Carmelietessen te herzien. Waar een straatjongen zoals ik al niet goed voor is. Todo mi cariño ook aan Diny en Floortje. Frans. (Brief van 25 juni 1974) 

 

vrijdag 10 mei 2024

41. AMERICA LATINA. NOORD AMERIKA DE GROTE BEMOEIAL

Mijn Colombiaanse vriend Alvaro poseert in de besneeuwde bergen van Segovia (april 1974)


Hoe leg ik aan Alvaro uit dat de Bommelverhalen net zoveel zeggen over Nederland als de geschiedenis van de familie Buendia in “Honderd Jaar Eenzaamheid” over Colombia? Waar zitten de verschillen en waar de overeenkomsten? 

Om te beginnen mankeert het me aan voldoende kennis van het Spaans. Ik kom een eind, maar niet ver genoeg om Alvaro een afgetekend beeld te geven van onze samenleving met bijpassend verhaal en uitleg.

Neem nou de figuur van Grootgrut uit Rommeldam. Hij is de klassieke Nederlandse kruidenier, beleefd, zuinigjes en op zijn woorden en centen passend. Lopen er in Colombia ook zulke figuren rond? Is een hoofdfiguur als Bommel, een parvenu zoals de adelijke Canteclaer vaststelt, maar die wel goede bedoelingen heeft met de verdrukte mens, is die denkbaar in Colombia?

Onze werelden zijn zo verschillend dat het haast ondoenlijk is om er een brug tussen te slaan. Je kunt je wijs maken dat we allemaal wereldburgers zijn maar dat is lang niet genoeg om elkaars werelden daadwerkelijk te begrijpen. 

Alvaro kent mijn wereld alleen van horen zeggen, van Frans, mij en andere Nederlanders die hij heeft ontmoet. Frans respecteert hij vanuit de grond van zijn hart vanwege diens medemenselijkheid en begrip voor hem en zijn volk. 

Maar Frans is nu net niet wat je een doorsnee Nederlander kunt noemen. Hij is een bereisde Roel, fysiek maar vooral geestelijk. Hij is geen toerist die alles gezien moet hebben en dan meent de wereld te kennen. Dat is natuurlijk grote onzin. Hij heeft mensen van alle rangen en standen, maar vooral gewone mensen, gezien en naar ze geluisterd. Hij heeft de menselijke tekortkomingen van dichtbij leren kennen en aanvaarden. Hij is genereus voor mensen en tegelijk relativerend. 

Voor Frans zijn mensen als het ware kleine zondaars die er in hun ogen er het beste van proberen te maken. Voor Alvaro en mij is de wereld nog maakbaar als je er maar hard genoeg aan trekt. De vraag is naar welke kant?  Als het aan Alvaro ligt in ieder geval niet de kant van New York en Amerika op, veel te materialistisch en te weinig spiritueel. 

Teveel materiële verleidingen van het kapitalisme waardoor "het hebben" het wint van "het zijn". Een euvel waar ik me bewust van ben geworden op de universiteit maar niet in de mate waarin Alvaro het schildert. Ik ben dan ook nog nooit in New York of elders in Amerika geweest.

De Amerikaanse macht en overvloed maakt indruk, misschien dat we daarom vinden dat Amerika te materialistisch is of is het daadwerkelijk een plat materialistisch land? Moeilijk te zeggen als je het land niet kent. Je eigen cultuur ophemelen is zo moeilijk niet maar of dat helpt om de ander te begrijpen? 

Hoe je het ook keert of wendt, zonder Amerikaans ingrijpen zouden we misschien nog in een wereld van Duitse rassenwaan leven. Stel je voor, een Europa ondergedompeld in het Nazisme met zijn ongebreidelde moordlust. Je gruwt al bij het denkbeeld. Mede dankzij de Amerikanen leven we nu in een min of meer verenigd Europa, geen oorlog meer tussen Europese grootmachten Duitsland, Frankrijk en Engeland. 

Alvaro kijkt daar aan de andere kant van de oceaan heel anders tegenaan. Voor hem is Amerika geen grote broer maar een bemoeial die telkens ingrijpt, soms met geweld, in hun samenleving. Die de verandering gen ten goede voor de armen en uitgebuiten tegen houden. Amerika is voor hem de Grote Bemoeial, de nieuwe kolonisator ook al bedoelen ze het goed. Ze zijn Olivier B. Bommel in het groot. Veel geld en goede bedoelingen maar begrijpen hoe het zit, doen ze niet.  

Het is waar dat de Amerikanen zijn en mijn wereld domineren. Neem nou mijn studie sociologie en politicologie aan de katholieke universiteit van Nijmegen. Bijna alle wetenschappelijke litteratuur is van Amerikaanse bodem. Je kunt je afvragen waar onze eigen inbreng blijft? Is die er nog wel of zijn we overgeleverd aan Amerika? 

Koloniseert Amerika ook ons langs de weg van de wetenschap of is dat een achterhaalde -negentiende eeuwse - gedachtengang? Is het gedaan met nationale culturen? Worden we een grote Europese cultuur of zelfs wereldcultuur? Als het aan Alvaro ligt zeker niet en ook ik heb mijn twijfels.

 

vrijdag 3 mei 2024

40. AMERICA LATINA. HET LAND VAN OLIVIER B.BOMMEL EN TOM POES

In de Kleine Club ontmoet de elite van de stad Rommeldam elkaar in informele sfeer. Links vooraan de Heer O. Fanth Mzn, eigenaar en hoofdredacteur van de Rommeldamse Courant en de Rommelbode. Helemaal rechts Markies de Canteclaer van Barneveldt in gesprek met burgemeester Dikkerdak. In het midden de beteuterde Olivier B. Bommel. 


Hebben wij in Nederland een soortgelijk boek als ‘Honderd Jaar Eenzaamheid’ van de Colombiaanse schrijver Garcia Marquez of het ‘Labyrint van de Eenzaamheid’ van de Mexicaanse dichter/schrijver Octavio Paz, waarin poëtisch, magisch, absurd en toch realistisch de geschiedenis van land en bewoners wordt verteld? 

Niet dat ik weet. Een poëtisch spel van het woord, de absurde werkelijkheid en de magie van het universum zijn niet onze sterkste kant. We geven de voorkeur aan het verstandelijke, het logische en de letterlijkheid van het woord. We zijn eerder moralistisch dan magisch ingesteld. We hebben een schuld en afrekencultuur die ons protestantse verleden verraadt. Een verleden dat bestaat uit handel en scheepvaart, uit winst en verlies. Daarmee wil niet gezegd zijn dat er helemaal geen poëzie zou bestaan. Zo erg is het nu ook weer niet al dacht een Franstalige Brusselse van wel.

Tijdens onze gesprekken valt me het te binnen dat ik een schrijver/tekenaar ken  die ons een poëtische en zelfs magische spiegel voorhoudt en dat is Maarten Toonder met zijn verhalen over de avonturen van ene Olievier B. Bommel en zijn vriend Tom Poes. 

Toonder’s taalgebruik is lenig, poëtisch, magisch en realistisch tegelijk. De verhalen spelen zich af in een menselijke dierenwereld. De hoofdpersonen zijn geen mensen maar dieren die zich gedragen als mensen. Daarmee borduurt Maarten Toonder voort op een van de oudste bekende Nederlandse verhalen (ca.1260), de verhalen van Reinaert de Vos.

“De Reinaert van ‘Willem die Madocke maecte’, is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een spiegel voorgehouden krijgt. Je zou het van een dierenverhaal misschien niet zo snel verwachten, maar Van den vos Reynaerde kan gerust het hoogtepunt van de Middelnederlandse literatuur genoemd worden. Het is een satire op de middeleeuwse samenleving, waarin de auteur niet alleen de verschillende standen (geestelijkheid, adel, boeren), maar ook de middeleeuwse literatuur zelf (zoals de ridderliteratuur) op de hak neemt. (Van den vos Reynaerde Willem (die Madocke maecte), ca 1260.)

De verhalen van Toonder zijn vernoemd naar twee hoofdfiguren, de beer Olivier B. Bommel en de poes - hoe kan het anders? - Tom Poes. Bommel is een goed bedoelende maar omhoog gevallen burger dankzij het door zijn vader verdiende geld. Hij woont in een namaak kasteel vol met portretten en borstbeelden van hemzelf. Hij bootst de hoge adel na tot ergernis van de haan Markies de Canteclaer, in goed Nederlands Kant-en-Klaar, die wel in een voorvaderlijk kasteel woont. 

Bommel en Canteclaer wonen nabij het stadje Rommeldam. Het stadsleven aldaar is het spiegelbeeld van het leven in een doorsnee stad in Nederland met zijn gewichtige burgemeester, zijn kordate commissaris ter handhaving van de orde, een kleine Club van welgestelden, enkele middenstanders, wetenschappers, een journalist met krant en zelfs twee boeven.

Dankzij zijn goede vader speelt voor Bommel geld geen rol zodat hij zich de luxe kan veroorloven op avontuur te trekken om de verveling te verdrijven en meteen ook ten strijde te trekken tegen onrecht binnen en buiten Rommeldam. Deze missie brengt hem in de meest vreemde, soms benarde avonturen zodat zijn vriend Tom Poes, het slimme ventje, hem uit de penarie moet redden. 

Maar zoals te verwachten pakken de goede bedoelingen van Bommel bijna altijd verkeerd uit omdat hij als buitenstaander niet echt begrijpt hoe de vork in de steel zit, zeker niet als het gaat om verdwaalde vreemdelingen in vreemde verre landen. Bommel is wat dat betreft een ontwikkelingswerker avant la lettre.


vrijdag 7 april 2023

24. TERUG NAAR NIJMEGEN. DEKKERSWALD

Frans Rosier en Fernando tijdens een lunch in een heel sober restaurantje in een dorp hoog in de Andes waar Fernando net begonnen was aan een antroplogisch onderzoek onder kleine boeren.

Tussen de bedrijven door ga ik een paar keer per week bij Frans Rosier op bezoek. Hij heeft boven op zolder, ver weg van het sanatorium gedoe, een eigen ruime kamer. Daar tref ik hem meestal uitgestrekt op bed liggend aan. In het begin hulpeloos onder de dekens zodat mijn bezoek een echt ziekenbezoek is. Ik ga in een ouderwetse leunstoel naast het bed zitten en we beginnen ons gesprek over de dagelijkse beslommeringen.

Hij wordt met toewijding verzorgd door een oudere, vriendelijke, geroutineerde verpleegster tevens religieuze. Dankzij Frans weet ze al het en en ander over mij. Voor haar is dat genoeg om met mij om te gaan als ene oude bekende.

Frans is voor haar een kleine of misschien wel grote held. Ze is bezorgd maar doet opgewekt om Frans te bemoedigen. Of dat bij ook zo werkt betwijfel ik. Het amuseert hem enigszins. Ze is blij om iemand als Frans te mogen dienen, ook dat is haar aard. Ze laat doorschemeren dat zij en ik samen ervoor moeten zorgen dat hij er weer bovenop komt. 

Frans heeft het inderdaad lichamelijk en geestelijk zwaar. Zijn bleke gezicht is ouder geworden sinds we elkaar voor het laatst gezien hebben in Colombia. Zijn grijze haar is nog grijzer of eigenlijk zo goed als wit geworden. Hij ligt er hulpeloos, verloren bij. 

Tijdens een van onze eerste ontmoetingen begint hij over afscheid nemen van zijn dierbare jonge Colombiaanse vrienden. Hij vraagt mij of ik het gek vind dat hij hen laat overkomen uit Colombia om afscheid te nemen. Of hij daar wel zoveel geld aan mag uitgeven?

Ik vind dat hij dat best mag doen. Waarom zou hij geen afscheid mogen nemen van zijn beste vrienden als hij hun vlucht kan betalen? Hij noemt er twee. De beminnelijke Alvaro, zijn wetenschappelijke assistent die hij min of meer beschouwt als zijn opvolger. Alvaro en zijn vrouw hebben Frans een paar keer opgevangen in crisistijd. Dat was al toen ik in Colombia was. En dan de voor zichzelf strenge Fernando die de rol speelt van secretaris maar vooral op zijn appartement past. 

Zijn vraag verraadt een zekere mate van onzekerheid die ik niet van hem gewend ben.  Frans was altijd degene die oplossingen had. Hij presenteerde die steevast spelenderwijs, alsof het hem geen moeite kost terwijl hij er vaak toch ook de nodige inspanningen voor moest doen. Hij deed daar nooit moeilijk over. Hij is de eenvoud zelve.

Het ergste voor hem is het niets doen. Dat is hij niet gewend. Frans had in Colombia altijd een druk sociaal leven,  te druk en ik denk dat hem dat uiteindelijk is opgebroken. Hij is geestelijk en lichamelijk  overspannen. Hij verzorgt zijn lichaam slecht, eet ongezond en onregelmatig terwijl hij aan een stuk door rookt. 

Hij zelf relativeert zijn ziekte en praat mild spottend over de artsen. De enige voorgeschreven remedie is rust houden. Maar de spanning is toch nog niet echt weg. Misschien is hij daarom in dit sanatorium geplaatst? Gedwongen rust is waarschijnlijk de enige manier om zijn lichaam weer boven Jan te krijgen. Voor rust in zijn geest moet hijzelf zorgen.


vrijdag 18 november 2022

4. TERUG NAAR NIJMEGEN. BANANEN BOOT

 

 

Bovenstaande foto van een sjouwer met trossen bananen is niet in Colombia gemaakt maar jaren later (1979)  in het centrum van de hoofdstad San José van Costa Rica. Bananen zijn voor een groot aantal landen in de Caraïben een belangrijk exportartikel.

De koers van het schip is nog steeds niet richting Amsterdam. We varen in tegengestelde richting, westwaarts naar het havenstadje Turbo vlak onder Panama. We komen in de nacht aan. De haven komt bij binnenvaren direct tot leven. In de diepe duisternis duiken links en rechts lichten op en in een mum van tijd zie ik in het schijnsel van lampen mannen oplichten bezig aan een lopende band waarop dozen met bananen die naar het ruim worden gevoerd. Dat gaat zo de hele nacht door. 

Ik kijk er naar zoals je naar een film kijkt. Je bent er bij en toch niet. Ik zit als toeschouwer in een scène uit de romantische Banana-boat song van Harry Belafonte: daylight come and we want to go home, day-o, the day-oh, the day o. De melancholie van het lied overvalt me. Het is een heimwee naar iets wat ik niet ken en vermoedelijk ook nooit zal kennen. Een heimwee naar een thuis dat tegelijk nergens is en overal. Het is de romantiek van een verlangen naar eeuwigheid die zo besef ik maar al te goed nooit verder zal komen dan dat verlangen. Het is een vergeefse zoektocht die je toch moet maken.

Hoe romantisch de scènes in het licht van de schijnwerpers op het schip ook zijn, de banaan is voor Colombia allesbehalve romantiek. Het is een exportproduct dat opgeëist wordt door buitenlandse, vooral Noord Amerikaanse bananenplantages. In het boek "Honderd jaar eenzaamheid" van Colombia's beroemdste schrijver Gabriel Garcia Marquez  komt een passage over een staking op een banenplantage voor. De staking wordt in het bloed van de stakers gesmoord.

In het boek is het niet meer dan een voetnoot in de honderdjarige geschiedenis van het dorp Macondo dat ergens ver weg in de jungle ligt, ver van de beschaving en toch dichtbij genoeg om er door beïnvloed te worden. In dat dorp heerst het geslacht der Buendia's dat op zich niet goed of slecht is. Het zijn mensen die zoals wij zelf  in een wereld zijn die ze maar half begrijpen of eigenlijk helemaal niet.  

Is het dorp Macondo een metafoor voor Colombia of misschien wel voor de wereld, voor ons allemaal? Leven we niet allemaal, geen enkeling uitgezonderd, in een dorp als Macondo dat ondanks misdragingen, misvattingen en liefdeloosheid stand houdt? Dat zou zo maar kunnen, want wie weet nu eigenlijk de weg in de wereld, waar die naar toe gaat en wat de bedoeling van dit alles is? Niemand toch.

De volgende ochtend zijn de lichten uit, ligt de lopende band stil  en staan de kranen zwijgend toe te kijken. De buik van het schip ligt vol met bananen. Tijd om naar huis te gaan om de bananen daar op de kade in Amsterdam uit te spuwen. Al eeuwen lang spuwen schepen hun lading of hun buit uit op de kades van Amsterdam. De stad is gebouwd op de opbrengst van de jacht overzee. Amsterdam is een oude Wereldstad die overal ter wereld datgene binnenhaalt waar het aan kan verdienen. 

Aan tafel tijdens de lunch, legt de kapitein ons het hoe en wat uit van bananentransport. Als leek denk je dat het simpelweg een kwestie is van bananen plukken, de boot in en hup naar de supermarkt. In de praktijk moeten de bananen net voordat ze rijp zijn, geplukt worden. Dat komt nauw. Wat ook nauw komt is dat tijdens het vervoer overzee de temperatuur in het bananenruim zo wordt gehouden, dat ze niet te hard rijpen want dan komen ze overrijp aan in de supermarkt. Dat kan wel eens mis gaan wat verlies betekent voor de exporteur en de rederij. Maar bananenexport is en blijft winstgevend. 

(wordt vervolgd)

vrijdag 18 februari 2022

36. HET BELOOFDE LAND. DE ZOETE INVAL

Frans (Ireneus) Rosier in het midden. Voor hem Dora. Rechts van hem Martha de vrouw van Alavaro rechts. Achter Rosier staat Fernando met naast hem zijn verloofde Beatrice; de foto is gemaakt tijdens een uitstapje in de buurt van Bogotá.

 


Terloops meldt hij tijdens een tafelgesprek dat hij weer slecht geslapen heeft. Niet dat het een probleem is. Hij heeft nooit goed geslapen. Daar kan ik niet over meepraten. Ik ben een heel goede slaper vooral als ik naast Dora lig en dat is sinds ons huwelijk het geval. Als ik hem goed bekijk, zie ik dat Rosier ondanks alle drukte om hem heen een eenzaam man is. Dat zie je vooral als hij languit voor je staat met zijn lange, veel te magere lichaam gekleed in een eeuwig net niet wit overhemd met een veel te ruime boord rond zijn magere hals, een lange grijze broek met daaronder zwarte leren schoenen. Om zijn lijf met afhangende schouders hangt een  vaal blauwe regenjas waarin hij nog magerder wordt dan hij al is. Op zo een moment zie je een kwetsbare man staan die bij het minste of geringste kan omvallen.

Toch is hij altijd druk. Op zijn appartement ontmoet ik voortdurend mensen die iets van hem willen, niet alleen studenten maar ook mensen van hoog tot laag en natuurlijk ook Nederlanders die in Colombia wonen, collega's van de universiteit, uit de kerkelijke wereld enz. Regelmatig bellen mensen naar zijn appartement om te vragen wanneer ze hem kunnen spreken, in de meeste gevallen zelfs dringend. 

Frans is een mensenmagneet. Hij trekt ze op een andere manier aan. Is het zijn manier van praten, zijn levenswijze, zijn verschijning, zijn priesterlijke status of juist zijn status van geleerde en schrijver? Of is het zijn pastorale charisma? De mensen vinden blijkbaar rust bij hem, zielerust zoals bij in een biecht waar je eindelijk met jezelf in het reine komt en weet wat je moet doen om verder te leven.  Blijkbaar kan Frans mensen geven wat hij zelf als zenuwlijder niet heeft. Zoals hij vaak zegt God heeft vreemde kostgangers en hij vindt zichzelf een van de vreemdste.

Zijn appartement is een zoete inval waar de inwonende Fernando, een onofficiële secretaris van Rosier, over waakt. Hij maakt deel uit van een groep studenten die onder leiding van Rosier participerend onderzoek doen in een van de vele krottenwijken van Bogotá. Alle leden van de groep hebben zich verplicht om daar een tijd te wonen om het leven in zo een wijk van nabij te leren kennen.  Het is een gemengd gezelschap. 

Fernando studeert culturele antropologie, Alvaro een naaste medewerker van Rosier werkt intussen als psycholoog aan de universiteit, Oscar studeert voor werkbouwkundige ingenieur. Efraïn die in Agua de Dios woont, blijft af en toe met zijn vriendin slapen enz. Hun achtergronden zijn heel verschillend. Fernando komt uit een rijke familie van koffieplanters in de zuidelijke provinciestad Neiva, Alvaro is zoon van een kapper in Medellin, Oscar de zoon van een zeer vooraanstaand Liberaal politicus en Efraïn van een melaatse familie. Wat ze delen is hun sociale betrokkenheid, de reden ook waarom ze met Rosier samenwerken.

Fernando zie ik bijna dagelijks. Zijn lange golvend zwarte haar tot in zijn nek en zijn klein snorretje dat hij tijdens een gesprek zo af en toe liefkozend streelt, verraden zijn Spaanse afkomst. Net als veel Colombianen in de hoofdstad is hij altijd onberispelijk gekleed in sobere stemmige kleuren. In zijn denken en doen is hij streng voor zichzelf. In tegenstelling tot de algemene Colombiaanse mentaliteit probeert hij zich stipt aan tijd en uur van afspraken te houden. Hij is geen man van mañana, mañana.

Te laat komen duidt volgens hem op een gebrek aan respect. Hoewel ik zelf een man van de klok ben als het om afspraken gaat, vind ik het wel prettig dat in Colombia de klok niet immer regeert.  Gemakzucht, een ander wijd verbreid euvel onder de mensheid, vindt hij hoogst verwerpelijk. Van wat hij weet van Nederlanders, is het een ijverig volkje. Ik geef toe dat we die indruk wekken met onze volle agenda’s maar er is ook veel kouwe drukte bij. Liever vergaderen dan zelf wat doen. 

Wij zien ons zelf graag als mieren en de zuiderlingen te beginnen bij de Fransen en zo verder als zorgeloze krekels. Terwijl wij zorgen voor huisje, boompje, beestje laten zij Gods wateren over Gods akkers lopen. Ondanks hun armoede plukken ze de dag en dat is prijzenswaardig want bijbels. 

“Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten en wat gij drinken zult, noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen: zij arbeiden niet en spinnen niet; En Ik zeg u, dat ook Sálomo in al zijn heerlijkheid niet is bekleed geweest gelijk een van deze." (Matteüs 6, verzen 25, 28 en 29)

(wordt vervolgd)