Posts tonen met het label sartre. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sartre. Alle posts tonen

donderdag 13 februari 2025

HET DUIVELSVERBOND TUSSEN VROUW EN SCHOONHEID

In dit schilderij komen de ideale schoonheid van vrouw en man tezamen in de persoon van de Venus van Urbino van Titiaan als de koele minnares  en James Bond als de sterke man, een creatie uit de wereld van de litteratuur en de filmindustrie. De titel van het schilderij is "El Amor y La Pistola" uitgevoerd in olieverf op paneel (141x96 cm)

 


Ik lees dat ouder worden een heftig probleem is voor, jawel voor ouderen en dan vooral vrouwen. Ik heb daar in mijn omgeving niks van gemerkt maar dat kan toeval zijn. Ik zie wel op TV, nog altijd het medium met een brede blik op de wereld, vrouwen die zich laten behandelen met botox en filters om mooi te zijn en te blijven. Naar het schijnt beginnen vrouwen daar steeds jonger mee. 


Vanwaar dat getrek en geduw aan je vrouwelijke lijf?  Heeft dat iets te maken met de blik van die ander, de blik van de man waar vrouwen vanwege hun rol in het seksleven, gevoeliger voor zouden kunnen zijn dan mannen? Ik zeg het maar voorzichtig want ik wil niet voor seksist worden versleten. En het moet gezegd worden. Er zijn ook wel degelijk mannen die gevoelig zijn voor de blik van de vrouw. Ze kammen hun haardos, bruinen hun gezicht en dragen Mr. Marviskleren.


Volgens de Franse filosoof Sartre maakt de blik van de ander je tot object. Dat is op zich gender neutraal maar in het seksuele rollenspel is het toch voornamelijk de vrouw die als (lust)object wordt gezien.  Sommige vrouwen en ook menig man verheffen "het lustobject zijn" tot de zin van hun leven. Dat de ander hen ziet als lustobject geeft hun het gevoel dat ze leven, dat ze gezien worden, dat ze er mogen zijn.


Schoonheid gepaard gaande met jeugdigheid wordt wel beschouwd als het summum van aantrekkingskracht. Vrouwelijke schoonheid wordt zelfs als goddelijk beschouwd. Mooie vrouwen hebben de status van godinnen die aanbeden worden. Als het even kan maakt de vermaakindustrie van vrouwen godinnen. Sommige vrouwen werken daar van harte aan mee. Het is per slot van rekening een verdienmodel van een financieel bijna buitenaardse orde sinds de opkomst van de filmindustrie.


Schoonheid heeft iets geheimzinnigs. Iedereen weet wat het is, maar niemand kan het precies duiden. Vandaar ook de aantrekkingskracht van schoonheid van vrouwen voor mannelijke schilders. De schoonheid van een vrouw op het doek of de foto geeft de sensatie van het volmaakte, blijvend want in werkelijkheid brengt de tijd onverbiddelijk het verval. 


Aardse schoonheid gaat op weg naar de onvermijdelijke dood ten onder. Vrouw en schoonheid vormen een duivelsverbond, aangenaam zolang je jong en mooi bent, maar hels zodra je oud wordt. Geldt dat ook voor mannen? Tot op zekere hoogte. Ook tussen man zijn en schoonheid bestaat een verbond maar minder obsessief dan bij vrouwen.


Precies dat verval is de oorzaak van het getrek en geduw aan het vrouwenlijf. Daar begint het verdienmodel van de maakbare schoonheidsindustrie, de mode, de kunsten enz. Het is deze industrie die er baat bij heeft om de verleiding van schoonheid zoveel mogelijk uit te buiten. Je blijft mooi als je maar gebruik maakt van hun producten en diensten. 


Misschien goed om te overwegen dat er ook nog zoiets bestaat als innerlijke schoonheid, schoonheid die voortkomt uit geestelijke adeldom, mededogen, barmhartigheid, betrouwbaarheid en boven alles liefde. 



vrijdag 8 maart 2024

32. AMERICA LATINA. DE PARADOXALE REDE

petrus nelissen, "De paradox van de spelende mens, Waikiki Beach 1946", fotocollage

 

Nu ik Marx snap, stort ik mij op andere filosofen om hun mensbeeld te achterhalen. Ik begin met de eigentijdse sombere existentialist Sartre. Mijn doel is  te onderzoeken wat de plaats van liefde en solidariteit is in zijn filosofie. 

Ik heb geluk dat ik de bibliotheek van de faculteit der filosofie van de universiteit van Utrecht bij de hand heb. Die is aan de overkant van ons kantoor aan de Nieuwe Gracht in Utrecht. Dat maakt het gemakkelijk om tussen de bedrijven door naar de goeie boeken te zoeken.

Onder het lezen maak ik kritische aantekeningen in een speciaal aangeschaft notitieboek dat ik gekocht heb bij L. Leenders Schrijfmachinehandel in de Hertogstraat te Nijmegen. Soms waag ik het een kritische dialoog te voeren met de filosoof van dienst. Een van mijn eerste aantekeningen heet nogal zelfbewust “Antwoord aan Sartre’. 

“Voor een geest als die van Sartre, die in staat is om het Niets te omvatten als een paar handen die het luchtledige omsluiten, moet mijn antwoord wel erg simpel zijn. Geloof in de mogelijkheid van een relatie van mens tot mens, van mens tot ding om der wille van mezelf en de ander/het andere zonder die de andere/het andere te verpletteren, moet Sartre verdacht vinden, zo niet absurd. Maar ik heb de simpele ervaring dat de ander mij niet uitsluitend als object ziet, als een robot die zo nodig geprogrammeerd moet worden. Nee, nee er zijn mensen die mijn subject-zijn bevestigen, mijn ik-persoon op een voetstuk plaatsen waarover ik zelf mijn twijfels heb en soms bang ben er af te vallen.” (Vreeswijk, 8 december 1973)

Sartre onderzoekt de verhouding tussen het ik en de ander dat is precies ook wat Marx heeft gedaan. Marx  meer vanuit het perspectief van de samenleving, Sartre als kind van zijn en ook mijn tijd gaat meer van het ik uit. Is het ik-tijdperk met Sartre begonnen?

Volgens Sartre ben ik in de ogen van de ander onvermijdelijk een object en omgekeerd is de ander al even onvermijdelijk voor mij een object. Dat strookt niet met mijn ervaringen. Ik heb ervaren dat bij solidariteit en in de liefde deze tegenstelling overstegen kan worden. We worden dan een "wij" of een "samen" en zelfs een "paar". 

Sartre ziet dat niet zo, hij legt meer de nadruk op de ontkenning van de ander. Hij (her)kent blijkbaar de liefdevolle blik niet, de blik die de ander bevestigt in plaats van ontkent, zo besluit ik mijn kritische betoog. In zijn wereld is de ander de hel. Dat kan maar is niet uitsluitend zo. Het kan anders.

Ondanks dat ik het niet langer gelovig ben, kan ik het ook weer niet nalaten om het godsbegrip bij mijn onderzoek te betrekken. Daar zal Sint Jan van het Kruis wel tussen zitten. Zijn God van liefde zit nog vers in mijn geheugen. Hoe dan ook, ik schrijf in mijn aantekenboek dat “de grootsheid van God ligt in het feit de mens naar zijn evenbeeld te hebben geschapen”, een mens die vrij is om te kiezen. 

Dat is gewaagd want daarmee schiep Hij de kans dat de mens eventueel tegen Hem kiest, wat hij dan ook gedaan heeft, zo lezen we in het boek Genesis. Het voordeel van die keuzevrijheid is dat “God zich dan ook nooit verveeld. Zijn wereld is een wereld van liefde die steeds opnieuw levend wordt wanneer een mensenblik zich op Hem richt.” (Aantekeningen  8 december 1973)

De door Sartre zo gevreesde liefdeloze objectivering van de ander vindt wel volop plaats in de wetenschap: “de huidige mens - en natuurwetenschappen brengen desastreuze resultaten voort vanwege hun liefdeloze objectiviteit. De natuur wordt gedenaturaliseerd, de mens ontmenselijkt en dat alles ten behoeve van de macht van de rede met zijn wapen van objectiviteit.” (Aantekening van 23 december 1973)

Hier stuit ik op een paradox van ons menselijk bestaan, een ik zou zeggen catastrofale paradox van de rede, de basis van onze wetenschap (met dank aan de Franse filosoof Descartes) . Enerzijds helpt de rede ons de wereld, de natuur in kaart te brengen. Anderzijds maakt ze het ons daardoor mogelijk om de natuur en de wereld voor eigen gewin en gemak aan te wenden of als het ons uitkomt die zelfs te vernietigen. 

De rede bevrijdt ons mensen weliswaar uit het rijk van de behoeften (vrij naar Marx) maar maakt het tevens mogelijk om ons mens-zijn en de natuur te vernietigen. Voorbeelden liggen voor het grijpen. Zo is kernenergie een uitkomst voor de energievoorziening van de mens maar vormt de kernbom een bedreiging voor het voortbestaan van diezelfde mens en wereld.

vrijdag 23 februari 2024

30. AMERICA LATINA. LIEFDE IS ELKE DAG EEN GOEDE DAAD

West Side Story is de Amerikaanse versie van Shakespeare's Romeo en Julia. De Jets en de Sharks zijn twee rivaliserende jeugdbendes uit New York met elk een andere etnische achtergrond. Tony behoorde ooit tot de Jets, terwijl Maria de zus is van Sharks-leider Bernardo. Ondanks de rivaliteit tussen de twee bendes worden Tony en Maria verliefd op elkaar en beginnen ze aan een verboden romance.


Dat Sartre zich herkende in Sint Jan van het Kruis zoals Frans in zijn brief van 25 oktober schrijft, is mij niet bekend. Ik ben het niet tegengekomen, niet in geschriften over Sartre en ook niet in die over Jan van het Kruis. 

Dankzij Frans ben ik Jan van het Kruis gaan lezen. Hoewel geen dichter en geen mysticus had ik gek genoeg geen moeite om de gedichten met uitleg en teksten van deze Spaanse mysticus te lezen.  Het was tegelijk thuis komen en en toch anders. Zou dat door mijn katholieke opvoeding komen en mijn romantische instelling? 

Jan van het Kruis heeft mij op de gedachte gebracht dat liefde tegelijk kernwaarde en beginsel kan zijn voor mijn leven. Het klinkt gewichtiger dan ik het bedoel. Het komt er op neer dat alleen liefde het leven de moeite waard maakt. De rest is bijzaak. 

Dit is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij JvK kom je alle praktische problemen van de liefde tegen: de twijfel of je liefde beantwoord zal worden, de onzekerheid die soms zo maar ineens kan binnensluipen als een dief in de nacht, de extase als de liefde beantwoord wordt, het raadsel van de eenwording in liefde, de ander als object en subject van liefde, de overgave aan en van de geliefde. 

Tussen twee mensen of in gezinsverband is dit allemaal nog wel te doen, al gaat het ook daar met horten en stoten. Liefde is nu eenmaal geen sinecure. Het is niet voor niets het meest bezongen onderwerp in klassieke of populaire muziek, zijn er dikke boeken over geschreven en staan de damesbladen er wekelijks vol mee. Liefde is alom begeerd en tegelijk een mysterie.

Maar wat moet je met liefde aan in de maatschappij? Is dat niet iets voor watjes en doetjes? Toch niet, zo leerde ik van jongs af aan. Als goed katholiek moet je je naasten lief hebben. Dat betekende bij de verkenners dat je elke dag een goede daad moest doen. 

En was het vakbondswerk van mijn vader ook geen vorm van naastenliefde? Het was in ieder geval sociaal werk. Opkomen voor de rechten van de werknemers op loon, vakantiedagen, vakantiegeld, vrije dagen en ziekteverlof is voor de meeste werknemers van levensbelang. 

En als de katholieke grondslag voor dit alles wegvalt zoals bij mij het geval was, wat dan? Daar had ik nog geen helder antwoord op en dus doe ik voort alsof er niks aan de hand is zoals mijn werk bij CLAT. Het is de voortzetting van wat ik thuis geleerd heb en waar ik hoe dan ook in wilde geloven, of ik me nu wel of niet bekende tot de Roomse kerk. 

In de paar maanden dat ik een werkeloze afgestudeerde student was, probeerde ik het geestelijke gat over de verhouding tussen mens en maatschappij en de rol van de liefde op te vullen met het lezen van de Jonge Marx. Mijn belangstelling daarvoor was gewekt tijdens het college “Sociale Wijsbegeerte”. Daar werden klassieke katholieke ideeën over mens en samenleving besproken maar ook die van de Jonge Marx.

Ik wilde hem in zijn eigen taal lezen waardoor ik beter in zijn hoofd kon kruipen. Dat is, mag ik wel zeggen, een heksenkarwei. Het Duits van Marx is geen gewone mensentaal, het is Duits grondig en gecompliceerd en ook nog eens filosofisch. Je raakt gemakkelijk verdwaald in zijn lange zinnen met bijzinnen en vooral ook wat hij bedoeld kan hebben met dit of dat woord. Tussen 1850, de tijd waarin Marx zijn polemieken heeft geschreven, en 1970 zitten bovendien ruim honderd jaar. In zo een lange tijd verandert er veel in een taal. 

 

vrijdag 2 februari 2024

27. AMERICA LATINA. MODERNE EGYPTISCHE SLAAF

Fernando (rechts) was een van de studenten die meewerkte aan het onderzoek in de armenwijk Meissen in Bogotá.  Deze foto (1971) is gemaakt tijdens ons bezoek aan Fernandoin het het dorpje Chocontá alwaar hij in het kader van zijn antropologie studie onderzoek deed naar leven en werken van de dorpsgemeenschap. In het hoog in het Andesgebergte gelegen dorpje gebruikten we in een plaatselijk restaurantje een eenvoudige maaltijd van soep met brood. Links Frans Rosier die met ons meereisde. 


Tussen zijn beslommeringen over het einde van zijn contract met den Haag en de vraag hoe het nu verder moet in zijn leven, krijg ik van hem soms adviezen over mijn leven en toekomst.

“We zitten beiden in hetzelfde schuitje, overladen met werk, met als gevolg dat vele dingen niet op tijd afkomen of dat men het een en ander moet afzeggen, wat dan gemakkelijk geïnterpreteerd wordt als gebrek aan belangstelling of verantwoordelijkheidsbesef. Al meer dan 25 jaar ben ik bezig mij te verzetten tegen de druk van de wereld om mij tot een machine of een robot om te vormen. Ik neem eigenlijk alleen maar tijd voor mijzelf om te slapen. Niemand betaalt een zestienurige werkdag en niemand snapt wat ik nu eigenlijk uitvoer. Vele bezoeken, niet de jouwe, maken mij nerveus omdat stapels werk te wachten liggen. Iedereen die beslag op mij legt schijnt te denken dat ik niets anders te doen heb dan te luisteren naar drama waarin weinig of niets aan kan doen….

Beste Piet, ik spoor je niet aan tot egoïsme als ik je aanraad om te trachten menselijk te leven ondanks je drukke bezigheden. Met enige uitzonderingen voor zeer goede vrienden moet je je huisgezin als een kleine oase behouden om de kracht te behouden om je in te zetten voor anderen. Mijn doktoren zeggen, ofschoon ik geen huisgezin heb, dat ieder normaal mens rondom zeven uur ’s avonds zijn privé leven begint. Dat is existentieel even noodzakelijk als ademhalen en eten. Maak je geen moderne Egyptische slaaf. Ik mag dat wel zijn, omdat het ergens mijn roeping is en ik geen gezin heb. Men mag mij ook onnodig vermoorden, maar jou niet. En in feite, is het resultaat van je arbeid wellicht beter als je enige tijd uittrekt voor je zelfverwerkelijking, welke onmogelijk abstract kan zijn in je inzet voor noden van miljoenen op afstand. Blijf optimistisch, al zie je geen resultaten. Al je doen is waardevol, al bouw je geen klokkentorens, ziekenhuizen of scholen. Ik hoop dat het geen zelfmisleiding is als ik je zeg dat ik op deze wijze praktisch heel mijn publieke leven verwerkelijk. Ik zaai soms iets verstandigs vaak wellicht dwaasheden, wie weet het, als de boer uit het Evangelie. Een gedeelte van het zaad viel in vruchtbare aarde, een gedeelte op rotsen, een gedeelte tussen doornen. Als iemand alleen maar successen wil zien frustreert hij zichzelf omdat hij geen notie heeft van de menselijke existentie. Dit soort lieden zal je wel bij bosjes omringen. Ondanks hun zogenaamd succes zijn ze massa gris of “das Man” in de terminologie van Heidegger. Je brieven zijn voor mij een een verkwikking. Hoewel je het misschien niet altijd met me eens bent, hoe zou je het kunnen en ik vraag je dat ook niet, weet ik of ervaar ik hoever we aan elkaar gelijk zijn. Jij een jongere editie van iemand die op het punt staat te verdwijnen.” (passages uit brief van Frans Rosier, 25 oktober 1973)

Frans legt verderop in de brief uit waarom ik geen brieven meer krijg van Fernando.

“Het is begrijpelijk dat Fernando je niet schrijft. Niet dat hij iets tegen je heeft. Integendeel, we hebben samen je artikels in het Spaans vertaald. Maar hij leeft in een enorme frustratie omdat hij geen perspectieven heeft voor de toekomst. Hij lijdt aan een soort psychische verlamming, wat je hem natuurlijk niet moet schrijven. In het leven van vele begaafde mensen komen momenten voor die St. Jan van het Kruis donkere nachten noemt. En in een donkere nacht schrijf je geen brieven. Merkwaardigerwijs zegt Sartre dat Sint Jan van het Kruis de enige auteur is die geheel in zijn denkwijze ligt, hoewel de een atheïst is en de ander heilige.” (idem 25 oktober 1973)

De brief gaat verder over de nog staats gaande beslommeringen als gevolg van het einde van zijn contract met Den Haag. Hij heeft weinig vertrouwen in een commissie van het ministerie die half november naar Colombia zal komen en bestaat uit hooggeleerde heren, “die waarschijnlijk alleen maar uitgaven weten op te tellen en af te trekken.”

Aan het eind van zijn brief kondigt hij zijn komst naar Nederland aan in verband met een medische keuring. Dit is de tweede keer dat hij sinds ik terug ben uit Colombia, naar Nederland komt. De eerste keer was in 1971 op doktersadvies. Hij kwam toen volledig uitgeput aan en is met een ambulance van Schiphol direct naar het ziekenhuis Dekkerswald in Groesbeek gebracht. Na een paar maanden is hij weer teruggegaan naar Colombia om zijn professoraat en werk te hervatten.

De reden van zijn komst nu is dat zijn contract met Den Haag stopt en hij geen idee heeft hoe het nu verder moet. Het liefst zou hij met zijn werk doorgaan in Colombia maar of dat financieel mogelijk is, is maar zeer de vraag. Hij schrijft dat hij uitgenodigd is om naar Amerika te komen, maar hij zou niet weten wat hij daar moet doen en “in Nederland ben ik ook welkom, maar wat ik daar moet doen is mij evenmin duidelijk.” 

Dat laatste begrijp ik goed. Sinds ik terug ben uit Colombia heb ik het idee dat Nederland zo goed als af. Natuurlijk, er moeten hier en daar nog details worden bijgewerkt maar het grote geheel is gedaan. Dijken, rivieren en wegen, boerderijen en hun land, steden en dorpen liggen er verzorgd bij. Niemand hoeft te leven in armoede. Daarentegen is er in de rest van de wereld nog veel te doen.

vrijdag 19 april 2019

MAKE LOVE NOT WAR (WERKTITEL): 8. TRUI ARTIESTEN

Links de pijp rokende Sartre op een terras in Parijs. Rechts Toon Hermans tijdens een optreden van zijn One Man Show in 1967 met de sketch "Seks in Lapland".

Het vooruitzicht op een tentamen statistieken maakt sommige van mijn studievrienden bijna wanhopig. Maar het moet want zonder kansberekening blijft van de sociologie weinig aan wetenschap over, niet veel meer dan een hogere vorm van natte vinger werk. Er zit dus niks anders op dan statistieken te studeren tot je er bij wijze van spreken bij neervalt. Een troost is dat het met twee tentamens gedaan is. Sommigen beseffen dat en bijten door, anderen haken af en gaan wat anders zoeken. Dat zijn de vroege afvallers. Sociologie is een hard vak.

Alleen met hulp van statistieken kun je het menselijk gedrag enigszins benaderen, maar ook niet meer dan dat. Ze zeggen niet voor niks dat het bij mensen alle kanten kan opgaan maar nooit de goeie kant. Het kan vriezen en het kan dooien. De ene keer zeggen ze dit, de andere keer doen ze dat. Mensen zijn wetenschappelijk gesproken hoogst onbetrouwbaar, veel onbetrouwbaarder dan het universum waar de aarde altijd dezelfde rondjes om de zon draait en appels altijd naar beneden vallen, niet links of rechts maar naar beneden. Kom daar maar eens om bij de mensen. 


Na dagenlang in afzondering gestudeerd te hebben in een oud huis, op een naargeestige zolderkamer met een dakraam waaruit je al een even naargeestig uitzicht hebt over Nijmeegse daken, halen we
dankzij oeverloze overhoringen en veel oefeningen met statistieken, het kostbare tentamen. De eerste en volgens ervaringsdeskundigen grootste hobbel van ons eerste jaar hebben we genomen. We zijn toe aan een pauze. 

We maken het plan om met vieren te gaan liften naar Parijs. Waarom Parijs weet ik niet. Ik vermoed vanwege ons verlangen naar avontuur en welke stad binnen handbereik is avontuurlijker dan Parijs? Is Parijs niet de stad van de pijp rokende, huiselijke commissaris Maigret uit de boeken van Georges Simenon, die met een paar getrouwen van zijn bureau aan de Quia des Orfèvres en gesteund door zijn vrouw probeert het burgerfatsoen hoog te houden in een stad vol misdaad en ellende? Is Parijs niet ook de stad van de schone kunsten en de mooie vrouwen?

Is Parijs ook niet de stad van de eveneens pijp rokende, scheel kijkende Sartre, de mysterieuze filosoof van het zijn en niet zijn, van de twijfel aan het ik en de ander, van de onmogelijke liefde, van de mens als de hel voor de ander maar ook van de mens die zelf zin moet geven aan zijn leven? Is dat niet ook de geest van onze tijd, zelf uitmaken wat je wilt? De oude goden en tempels hebben immers afgedaan en er zijn nog geen nieuwe goden en tempels. Er zit voor ons niks anders op dan zelf uit te zoeken hoe het zit met het leven.

Is Parijs ook niet de stad van de door Toon Hermans bezongen trui artiest die staart in een nacht zonder sterren en zonder maan? Misschien ben ik wel zo een trui artiest maar dan een die met hoop dat het goed zal komen met de wereld en mij, dat ik die lieve dingen waar Toon over zingt alsnog zal vinden.


Er zijn van die trui-artiesten


Die hebben hun baard opgespaard

Ze zingen maar la chanson trieste

En heel onze wereld is noir

Ze zingen van zuipen en spelen

Ze zingen van kroegen en dood

Ze zingen van grauwe bordelen

En het laatste refrein is de goot

Pourqoi, pourqoi

Als er nog zulke lieve dingen zijn
 

(uit het lied “Als ’n ballonnetje’ van Toon Hermans (1916-2000)

(verschijnt elke vrijdag)

donderdag 24 oktober 2013

FEMINISTISCHE RAZERNIJ

Een digitale bewerking van een foto van H. Newton.


Ik lees op internet dat Simone van Saarloos een vrouw is, jong, filosofe en schrijfster (of moet ik filosoof en schrijver schrijven?). In Vrij Nederland houdt ze een pleidooi voor een nieuw feminisme, lees ik. Citaat: “mijn feminisme gaat niet over slachtoffers en heersers maar over de bewustwording van het normenspel waarin we verkeren.” Dat woordje “mijn “ zint me niet. Het getuigt van teveel individualisme en dus te weinig betrokkenheid bij anderen. Maar dat “mijn” is natuurlijk wel van deze tijd.

Nieuw feminisme. Dat zal wel. Voor mij is het oeroud en overbekend feminisme met nieuwe razernij wat ik lees in haar artikel in NRC Weekend van 19/20 oktober “Vrouwen bevoorrecht? Nee, ze zijn juist bezig met een inhaalslag”. Ze rammelt aan de poorten van de gevestigde orde. Het lijken de jaren zestig en zeventig wel van de vorige eeuw. We krijgen een andere Simone voorgeschoteld, Simone de Beauvoir die net als haar levensvriend Sartre aardig kon opschrijven wat ze dacht en vond maar er niet naar kon leven. Een bekend euvel van mensen die denken dat academische kennis hetzelfde is als levenswijsheid.

In navolging van Simone schrijft Simone dat “Mannen alleen maar kunnen doden, terwijl vrouwen leven schenken" en dat nu dames en heren benadeelt de vrouw. “Mannen kunnen namelijk alleen maar doden, terwijl vrouwen leven schenken. Dit vermogen kunnen de mannen onmogelijk evenaren en daarom onderdrukken ze de vrouw”. Zie hier de psychologie van de kouwe grond over een zo complexe en ingewikkelde verhouding als die tussen mannen en vrouwen. Dat een eerstejaars filosoof er mee aankomt, is te billijken. Ze getuigen van de eerste stappen op de weg tot nadenken. Maar als filosoof kun je er maar beter voor dood schamen.

Het is toch treurig dat een hoog opgeleide vrouw niet beseft dat gelijkwaardigheid iets héél anders is dan gelijkheid. Zelfs in China gelooft vermoedelijk geen mens meer in het Maoïstische mensbeeld van de gelijkheid behalve waarschijnlijk partijgangers die in een goed blaadje willen komen bij hun partijbonzen. Simone kent nog geen twijfels. Gelijkheid moet er zijn, in alles en overal. Ieder zijn eigen ik, maar wel allemaal dezelfde ik. Dat jij pas ik bent omdat er een jij is die jou ziet, is nog niet in haar opgekomen.

Natuurlijk, ze schrijft een polemisch stuk tegen mijnheer Van Creveld die vindt dat vrouwen niet moeten zeuren want mannen moeten altijd de kastanjes uit het vuur halen. Vrouwen worden over het algemeen wereldwijd en alle culturen ontzien. Vrouwen hoeven geen oorlog te voeren, ze mogen het eerste met hun kinderen het zinkende schip verlaten, mannen moeten de kost verdienen voor het hele gezin, moeten een bruidsschat betalen enz. Natuurlijk zijn er mannen die vrouwen niet voor laten gaan op een zinkend schip, die in oorlogssituaties vrouwen verkrachten en desnoods een vrouw ontvoeren in plaats van een bruidsschat te betalen.

Het leven is namelijk véél ingewikkelder dan stereotyperingen doen vermoeden. Maar Simone rammelt graag aan poorten van de gevestigde orde en maakt van mannen een lachwekkend figuur met als gevolg dat ze zich in haar slotalinea van haar artikel volledig laat gaan in hatelijk seksisme. Dat krijg je ervan als je van de man een stereotiep maakt. Het zweepte je op tot razernij waardoor je lekker polemisch kunt uithalen: arrogantie van de jeugd gaat hier samen met gebrek aan levenswijsheid.

Een beter begrip tussen de seksen levert haar razernij niet op, laat staan een betere verstandhouding. Simone blaast de oorlog tussen de seksen nieuw leven in. Ze zal snel moeten toeslaan want voor ze het beseft, wordt ze ingehaald door de tijd en kloppen nieuwe Simones op haar deur.