Posts tonen met het label fernando. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fernando. Alle posts tonen

vrijdag 31 mei 2024

44. AMERICA LATINA. WANDELEN IN DE MANESCHIJN

Al wandelend in de kloostertuin voeren pater Sebastian (rechts) en Frans een geanimeerd gesprek.


Moeten wij, Alvaro en ik tezamen met onze vrouwen, nu meteen ook maar een seculiere derde orde van de Karmel oprichten? Half schertsend spelen we met deze in wezen meer romantische dan praktische gedachte. In welk land zouden we dat moeten doen? In Colombia,  waar Alvaro en Martha wonen of in ons thuisland Nederland?

Frans moet niks hebben van deze scherts en maakt er zich terug in Bogotá ongebruikelijk kwaad over. De brief is een antwoord op een brief die ik hem geschreven heb en een brief die Alvaro en ik aan onze vriend Fernando hebben geschreven nadat Frans vertrokken is. 

 “Je brieven hebben mij veel goed gedaan. Er is en duidelijke golflengte die tijd en ruimte overtreft, zelfs mijn grootvader-zijn (een verwijzing van zijn rol voor het gezin van Alvaro in Colombia). Wij hebben weer eens in korte tijd zoveel nonsens, al was het aangenaam, doorleefd, dat inderdaad het bewustzijn sterker is geworden van de dwaasheid van prestige en materiële grootsheid. De liefde tussen enkele personen, die zich dan ook nog trachten in te zetten voor hun medemens, overtreft de tijd en gaat in onzichtbare dimensies verder in de eeuwigheid.

Natuurlijk moeten wij in het geluk van wederzijdse resonantie niet de dwaasheid begaan te menen dat we daarmee het hele leven in de maneschijn kunnen wandelen. De heerlijke gedachtenwisseling in vriendschap, al zeggen we dan af en toe kolder, ons verlangen samen te kunnen werken en de harde werkelijkheid waarmee we ons tevreden moeten stellen zonder tevreden te zijn, lopen nogal uiteen.

Inderdaad behoeven we niet uitsluitend uit boekenwijsheid te leven, maar alles aan de kant zetten, is weer het andere uiterste. Wij hebben allen een taak met elkaar gemeenschappelijk en die kan af en toe erg hard zijn. Niemand, zelfs wijzelf niet, is echter gediend met een vrolijke rondedans om onze gemeenschappelijke huizen, waarop gezinspeeld wordt in de brief aan Fernando. Hij vond die brief enorm leuk als uiting van vriendschappelijke onbevangenheid. Hij liet hem mij ook lezen, maar ik vond er kop noch staart aan en kan mij levendig voorstellen hoe het geval geschreven is. Ik heb niets tegen dat soort brieven. De grondtoon is vriendschap, maar de rest is volgens mij kolder. Soms moeten wij met dat laatste voorzichtig zijn want het gevaar kolder au serieus te nemen is niet uitgesloten en dat wordt het tegenover gestelde bereikt van wat bedoeld is…. (Bogotá, 3 juni, 1974)

Ik stel hem gerust. De soep wordt niet zo heet gegeten als opgediend. Ik ben op zoek naar een manier om met mijn Colombiaanse vrienden invulling te geven aan ons gezamenlijke levensdoel en idealen. Dat antwoord stelt hem gerust.

“Je brief van 7 juni heeft me goed gedaan. Ons samenzijn in Nederland en in Madrid is een weldaad voor ons allen geweest. We hebben geproefd hoe waardevol existentiële vriendschap is temidden van veel gewichtigdoenerij en vooral in de leegte die ons omringt. Ik heb je wel een beetje op de korrel genomen naar aanleiding van jullie brief aan Fernando, maar deze kritiek was in het geheel niet gericht tegen authenticiteit of tegen zelfverwerkelijking. Goede vrienden mogen best wat overdrijven b.v. door te zeggen dat nu we toch eenmaal naar Madrid gaan, kunnen we ook wel verder gaan naar Afrika en dan zou ik er aan toevoegen: om terug te keren over China. Toen ik de brief aan Fernando las, dacht ik aan het dorp dat we ergens buiten de samenleving zouden gaan stichten. Als we allemaal monniken waren, zou dat best te doen zijn in de stijl van S.Franciscus en misschien ook wel in onze eigen stijl. 

Uit een brief van Alvaro die ik enige dagen geleden ontving, schijnt hij naar aanleiding van een brief van jouw aan hem te menen, dat ik met alle geweld wil dat hij een professoraat aanvaardt, waar hij niets voor voelt. Ik zou niet weten waar ik de autoriteit vandaan zou moeten halen om hem iets in de weg te leggen waar zijn zelfverwerkelijking betreft. Er zijn meerdere wijzen waarop hij zijn volk kan dienen en daarbij kunnen we elkaar aanvullen. Wij hopen althans dat er een mogelijkheid gevonden wordt om ook jullie naar Colombia terug te krijgen. Maar van niets kan niemand leven. Wel kan men zeer sober zijn. Maar in ieder geval moet men ook aan zijn gezin denken. In plaats van jullie te bekritiseren ben ik blij met jullie levenshouding. Mijn kritiek ging slechts uit naar wat ik als onverwerkelijkbaar zag, n.l. een vriendschappelijke samenleving zonder contact met de samenleving en zonder middelen van bestaan. Ook Alvaro weet nog niet goed hoe zijn ideaal te verwerkelijken. Maar ik heb jullie ideaal zeer hoog. Dit heb ik Alvaro dan ook geschreven. Zelfs met een bescheiden inkomen zullen jullie geen bourgeois worden. Wat mij wel dierbaar is bestaat in de sleutel- en vermenigvuldigingsfactor van jullie manier van zijn. Alvaro meende dat ik erg teleurgesteld zou zijn door zijn voornemen om geen professoraat aan te nemen - afgezien van zijn goodwill om mij af en toe te vervangen. Integendeel.

Binnenkort komt Oscar bij je op bezoek. Tracht het zo te regelen dat hij de Zuiderzeewerken te zien krijgt, de havens van Rotterdam niet alleen door er omheen te rijden en zo mogelijk de zeedijk tegen de Zeeuwse eilanden. Mocht je niet alle kosten op je kunnen nemen, neem dan contact op met Vollebergh, die ik ook zojuist geschreven en ingelicht heb. Het is niet nodig hem te bezoeken. Maar misschien wil hij iets vanuit de Rosierstichting bijdragen tot dekking van kosten, die overigens, mijnsinziens, niet zo hoog zullen oplopen. Overigens is Oscar zeer veranderd vanwege de sociale standing die hij tegenwoordig heeft. In zijn hart is hij echter nog zo goed als je hem gekend hebt. Fernando wil niets liever dan met Alvaro samenwerken.

Wat mijzelf betreft, ik voel me momenteel weer gezond. De fondsen reiken tot 1978. Tegen die tijd zal ik wel uitgerangeerd zijn of moeten wij het zoveelste nieuwe wonder zien te verkrijgen. Vollebergh heeft met de grootste waardering over Alvaro geschreven.  Zo ook de prior van Amstelveen. Niemand heeft spijt van de kosten die gemaakt zijn.

Beste Piet ik ga eindigen. Behalve mijn colleges moet ik ook nog enige lezingen voor een internationaal congres in Quito voorbereiden. En last not least - stel je voor - heeft men mij gevraagd de constituties van de ongeschoeide Carmelietessen te herzien. Waar een straatjongen zoals ik al niet goed voor is. Todo mi cariño ook aan Diny en Floortje. Frans. (Brief van 25 juni 1974) 

 

vrijdag 2 februari 2024

27. AMERICA LATINA. MODERNE EGYPTISCHE SLAAF

Fernando (rechts) was een van de studenten die meewerkte aan het onderzoek in de armenwijk Meissen in Bogotá.  Deze foto (1971) is gemaakt tijdens ons bezoek aan Fernandoin het het dorpje Chocontá alwaar hij in het kader van zijn antropologie studie onderzoek deed naar leven en werken van de dorpsgemeenschap. In het hoog in het Andesgebergte gelegen dorpje gebruikten we in een plaatselijk restaurantje een eenvoudige maaltijd van soep met brood. Links Frans Rosier die met ons meereisde. 


Tussen zijn beslommeringen over het einde van zijn contract met den Haag en de vraag hoe het nu verder moet in zijn leven, krijg ik van hem soms adviezen over mijn leven en toekomst.

“We zitten beiden in hetzelfde schuitje, overladen met werk, met als gevolg dat vele dingen niet op tijd afkomen of dat men het een en ander moet afzeggen, wat dan gemakkelijk geïnterpreteerd wordt als gebrek aan belangstelling of verantwoordelijkheidsbesef. Al meer dan 25 jaar ben ik bezig mij te verzetten tegen de druk van de wereld om mij tot een machine of een robot om te vormen. Ik neem eigenlijk alleen maar tijd voor mijzelf om te slapen. Niemand betaalt een zestienurige werkdag en niemand snapt wat ik nu eigenlijk uitvoer. Vele bezoeken, niet de jouwe, maken mij nerveus omdat stapels werk te wachten liggen. Iedereen die beslag op mij legt schijnt te denken dat ik niets anders te doen heb dan te luisteren naar drama waarin weinig of niets aan kan doen….

Beste Piet, ik spoor je niet aan tot egoïsme als ik je aanraad om te trachten menselijk te leven ondanks je drukke bezigheden. Met enige uitzonderingen voor zeer goede vrienden moet je je huisgezin als een kleine oase behouden om de kracht te behouden om je in te zetten voor anderen. Mijn doktoren zeggen, ofschoon ik geen huisgezin heb, dat ieder normaal mens rondom zeven uur ’s avonds zijn privé leven begint. Dat is existentieel even noodzakelijk als ademhalen en eten. Maak je geen moderne Egyptische slaaf. Ik mag dat wel zijn, omdat het ergens mijn roeping is en ik geen gezin heb. Men mag mij ook onnodig vermoorden, maar jou niet. En in feite, is het resultaat van je arbeid wellicht beter als je enige tijd uittrekt voor je zelfverwerkelijking, welke onmogelijk abstract kan zijn in je inzet voor noden van miljoenen op afstand. Blijf optimistisch, al zie je geen resultaten. Al je doen is waardevol, al bouw je geen klokkentorens, ziekenhuizen of scholen. Ik hoop dat het geen zelfmisleiding is als ik je zeg dat ik op deze wijze praktisch heel mijn publieke leven verwerkelijk. Ik zaai soms iets verstandigs vaak wellicht dwaasheden, wie weet het, als de boer uit het Evangelie. Een gedeelte van het zaad viel in vruchtbare aarde, een gedeelte op rotsen, een gedeelte tussen doornen. Als iemand alleen maar successen wil zien frustreert hij zichzelf omdat hij geen notie heeft van de menselijke existentie. Dit soort lieden zal je wel bij bosjes omringen. Ondanks hun zogenaamd succes zijn ze massa gris of “das Man” in de terminologie van Heidegger. Je brieven zijn voor mij een een verkwikking. Hoewel je het misschien niet altijd met me eens bent, hoe zou je het kunnen en ik vraag je dat ook niet, weet ik of ervaar ik hoever we aan elkaar gelijk zijn. Jij een jongere editie van iemand die op het punt staat te verdwijnen.” (passages uit brief van Frans Rosier, 25 oktober 1973)

Frans legt verderop in de brief uit waarom ik geen brieven meer krijg van Fernando.

“Het is begrijpelijk dat Fernando je niet schrijft. Niet dat hij iets tegen je heeft. Integendeel, we hebben samen je artikels in het Spaans vertaald. Maar hij leeft in een enorme frustratie omdat hij geen perspectieven heeft voor de toekomst. Hij lijdt aan een soort psychische verlamming, wat je hem natuurlijk niet moet schrijven. In het leven van vele begaafde mensen komen momenten voor die St. Jan van het Kruis donkere nachten noemt. En in een donkere nacht schrijf je geen brieven. Merkwaardigerwijs zegt Sartre dat Sint Jan van het Kruis de enige auteur is die geheel in zijn denkwijze ligt, hoewel de een atheïst is en de ander heilige.” (idem 25 oktober 1973)

De brief gaat verder over de nog staats gaande beslommeringen als gevolg van het einde van zijn contract met Den Haag. Hij heeft weinig vertrouwen in een commissie van het ministerie die half november naar Colombia zal komen en bestaat uit hooggeleerde heren, “die waarschijnlijk alleen maar uitgaven weten op te tellen en af te trekken.”

Aan het eind van zijn brief kondigt hij zijn komst naar Nederland aan in verband met een medische keuring. Dit is de tweede keer dat hij sinds ik terug ben uit Colombia, naar Nederland komt. De eerste keer was in 1971 op doktersadvies. Hij kwam toen volledig uitgeput aan en is met een ambulance van Schiphol direct naar het ziekenhuis Dekkerswald in Groesbeek gebracht. Na een paar maanden is hij weer teruggegaan naar Colombia om zijn professoraat en werk te hervatten.

De reden van zijn komst nu is dat zijn contract met Den Haag stopt en hij geen idee heeft hoe het nu verder moet. Het liefst zou hij met zijn werk doorgaan in Colombia maar of dat financieel mogelijk is, is maar zeer de vraag. Hij schrijft dat hij uitgenodigd is om naar Amerika te komen, maar hij zou niet weten wat hij daar moet doen en “in Nederland ben ik ook welkom, maar wat ik daar moet doen is mij evenmin duidelijk.” 

Dat laatste begrijp ik goed. Sinds ik terug ben uit Colombia heb ik het idee dat Nederland zo goed als af. Natuurlijk, er moeten hier en daar nog details worden bijgewerkt maar het grote geheel is gedaan. Dijken, rivieren en wegen, boerderijen en hun land, steden en dorpen liggen er verzorgd bij. Niemand hoeft te leven in armoede. Daarentegen is er in de rest van de wereld nog veel te doen.

vrijdag 7 april 2023

24. TERUG NAAR NIJMEGEN. DEKKERSWALD

Frans Rosier en Fernando tijdens een lunch in een heel sober restaurantje in een dorp hoog in de Andes waar Fernando net begonnen was aan een antroplogisch onderzoek onder kleine boeren.

Tussen de bedrijven door ga ik een paar keer per week bij Frans Rosier op bezoek. Hij heeft boven op zolder, ver weg van het sanatorium gedoe, een eigen ruime kamer. Daar tref ik hem meestal uitgestrekt op bed liggend aan. In het begin hulpeloos onder de dekens zodat mijn bezoek een echt ziekenbezoek is. Ik ga in een ouderwetse leunstoel naast het bed zitten en we beginnen ons gesprek over de dagelijkse beslommeringen.

Hij wordt met toewijding verzorgd door een oudere, vriendelijke, geroutineerde verpleegster tevens religieuze. Dankzij Frans weet ze al het en en ander over mij. Voor haar is dat genoeg om met mij om te gaan als ene oude bekende.

Frans is voor haar een kleine of misschien wel grote held. Ze is bezorgd maar doet opgewekt om Frans te bemoedigen. Of dat bij ook zo werkt betwijfel ik. Het amuseert hem enigszins. Ze is blij om iemand als Frans te mogen dienen, ook dat is haar aard. Ze laat doorschemeren dat zij en ik samen ervoor moeten zorgen dat hij er weer bovenop komt. 

Frans heeft het inderdaad lichamelijk en geestelijk zwaar. Zijn bleke gezicht is ouder geworden sinds we elkaar voor het laatst gezien hebben in Colombia. Zijn grijze haar is nog grijzer of eigenlijk zo goed als wit geworden. Hij ligt er hulpeloos, verloren bij. 

Tijdens een van onze eerste ontmoetingen begint hij over afscheid nemen van zijn dierbare jonge Colombiaanse vrienden. Hij vraagt mij of ik het gek vind dat hij hen laat overkomen uit Colombia om afscheid te nemen. Of hij daar wel zoveel geld aan mag uitgeven?

Ik vind dat hij dat best mag doen. Waarom zou hij geen afscheid mogen nemen van zijn beste vrienden als hij hun vlucht kan betalen? Hij noemt er twee. De beminnelijke Alvaro, zijn wetenschappelijke assistent die hij min of meer beschouwt als zijn opvolger. Alvaro en zijn vrouw hebben Frans een paar keer opgevangen in crisistijd. Dat was al toen ik in Colombia was. En dan de voor zichzelf strenge Fernando die de rol speelt van secretaris maar vooral op zijn appartement past. 

Zijn vraag verraadt een zekere mate van onzekerheid die ik niet van hem gewend ben.  Frans was altijd degene die oplossingen had. Hij presenteerde die steevast spelenderwijs, alsof het hem geen moeite kost terwijl hij er vaak toch ook de nodige inspanningen voor moest doen. Hij deed daar nooit moeilijk over. Hij is de eenvoud zelve.

Het ergste voor hem is het niets doen. Dat is hij niet gewend. Frans had in Colombia altijd een druk sociaal leven,  te druk en ik denk dat hem dat uiteindelijk is opgebroken. Hij is geestelijk en lichamelijk  overspannen. Hij verzorgt zijn lichaam slecht, eet ongezond en onregelmatig terwijl hij aan een stuk door rookt. 

Hij zelf relativeert zijn ziekte en praat mild spottend over de artsen. De enige voorgeschreven remedie is rust houden. Maar de spanning is toch nog niet echt weg. Misschien is hij daarom in dit sanatorium geplaatst? Gedwongen rust is waarschijnlijk de enige manier om zijn lichaam weer boven Jan te krijgen. Voor rust in zijn geest moet hijzelf zorgen.


vrijdag 16 september 2022

66. HET BELOOFDE LAND. NIEUWE OPSTANDELINGEN

 

"De presidentsverkiezingen van 19 april 1970 waren moeilijk en controversieel. Rojas en Misael Pastrana Borrero waren allebei kandidaat voor het ambt. Rojas leek de verkiezingen te winnen totdat er een landelijke storing in communicatiesystemen plaatsvond. Nadat deze waren hersteld waren de stemmen al geteld. De resultaten lagen erg dicht bij elkaar, met een kleine marge in het voordeel van Pastrana Borrero. De aanhangers van Rojas betwistten de resultaten en beschuldigden de regering van president Carlos Lleras Restrepo van fraude. De zaak werd aanhangig gemaakt bij het Verkiezings Hof, dat op 15 juli 1970 in het voordeel van Pastrana Borrero besliste en hem als president van Colombia bekrachtigde. Deze vermeende verkiezingsfraude leidde tot de vorming van de 19 april-beweging." (Wikipedia: Elecciones Presidenciales de Colombia de 1970)

Met de vreedzame overgang van een militaire dictatuur van Rojas Pinilla naar een burgerlijk gemankeerd democratisch bewind kwam geen einde aan de sociaal-economische ongelijkheid. De elite bleef met het teruggekeerde twee partijenakkoord aan de macht en de rest had het nakijken, dat wil zeggen vooral de landloze of kleine campesinos op het platteland en de krottenwijkbewoners aan de rand van de steden. 

Het platteland bleef arm, de grootgrondbezitters hun politieke bazen. De armoede in de krottenwijken rond grote steden was nog schrijnender. Er was  onvoldoende werk om gezinnen aan een inkomen te helpen laat staan een fatsoenlijk bestaan. Alleen de middenklasse kon zich de illusie maken er bij te horen en in de toekomst een groter deel van de koek te krijgen. 

Voor revolutionair links genoeg reden om door te gaan met hun guerrilla acties ver weg in de oerwouden aan de randen van het land, daar waar de overheid nog maar nauwelijks aanwezig is en de wildernis begint. 

De twijfelachtige verkiezingsoverwinning van de Conservatieve president Misael Pastrana (1970-1974) maakte het er niet beter op. De landhervormingen die de liberale president Lleras Restrepo met de oprichting van de boerenbeweging ANUC een nieuwe impuls had willen geven, stagneerde met als gevolg onder de campesinos veel opstandigheid. 

Nadat president Pastrana vanwege strubbelingen over grondbezit een einde aan de subsidiëring van de ANUC maakte, werd de opstandigheid onder boeren groter. Ze lieten zich niet meer in hun hok terugjagen. 

Binnen de ANUC werd een heftig debat gevoerd tot hoever men met zijn verzet tegen de bestaande orde kon gaan. Dat leidde tot een splitsing, de ene stroming radicaler dan de ander maar beide eisten hoe dan ook grond voor boeren.

Het gevolg was een volgens velen pre-revolutionaire situatie die gevoed werd door het conflict over verkiezingsfraude tussen enerzijds de ANAPO en anderzijds de gekozen regering Pastrana. 

De overtuiging onder ANAPO aanhangers dat Pastrana de verkiezingen tezamen met de zittende president Lleras Restrepo had gefraudeerd - wat goed denkbaar is - leidde tot de oprichting van de guerrillabeweging M-19, een verwijzing naar de verkiezingsdatum 19 april 1970. Colombia had nu maar liefst drie guerrilla groepen; de orthodox communistische FARC, de Cubaans georiënteerde ELN en de populistisch linkse M-19.

Het twee partijen akkoord mocht dan een einde gemaakt hebben aan de militaire dictatuur, een op democratie gebaseerde vrede was verder weg dan ooit. Linkse guerrillagroepen stonden tegenover de traditionele machtselite van de Liberale en Conservatieve partij met het leger. 

Deze gewelddadige cocktail werd versterkt door groepen ANUC boeren die op vreedzame wijze grond van grootgrondbezitters bezetten. Grootgrondbezitters besloten het recht in eigen hand te nemen en de boeren met hulp van gewapende groepen, huurlingen van het leger, van hun land te verjagen.

Wat doe je als student als je om je heen zoveel armoede en sociaal onrecht ziet? Het mag een wonder heten dat studenten niet massaal kozen voor een van de guerrillagroepen waar velen in de sporen van Camilo Torres de dood zouden hebben gevonden. Het Colombiaanse leger was dank zij steun en hulp uit de VS een goed uitgerust leger geworden dat de guerrilla steeds beter wist te bestrijden. 

Oscar en Fernando en met hen vele anderen waren zich wel bewust van dat sociale onrecht en het geweld dat hen omringde, weliswaar ver weg in de wildernis met hier en daar aanslagen in de bewoonde wereld maar dichtbij genoeg om het als bedreigend te ervaren. 

Vanuit het besef dat het gewapende geweld zou leiden tot nieuwe bloedbaden en miljoenen vluchtelingen van het platteland naar de krottenwijken rond de steden, zochten zij naar een andere weg. Sociaal-economische hervormingen zonder moord en doodslag. In die opvatting werden zij gesteund door hun en intussen ook mijn mentor professor Frans Rosier.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 26 augustus 2022

63. HET BELOOFDE LAND. LA VIOLENCIA

 

Soms kan politiek in Latijns Amerika verwarrend zijn. Hoewel generaal Rojas Pinilla (1900-1975) een couppleger was, heette hij vooruitstrevend te zijn. Met zijn coup (1953) maakte hij zo goed als een einde aan een periode van wrede gewelddadigheden tussen Liberalen en Conservatieven en nam tijdens zijn dictatuur enkele vooruitstrevende maatregelen waaronder invoering van het vrouwenkiesrecht. Na ruim vier jaar dictatuur droeg hij zonder geweld de politieke macht over aan een interim regering en vervolgens een gekozen president.


Hoe gek het ook klinkt, ondanks dat Fernando een zoon is uit een Conservatieve familie, zijn vader is een rijke koffieboer, zijn moeder een elegante dame eveneens afkomstig uit een rijke familie, heeft hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het sociale onrecht in zijn land. Daarom studeert hij antropologie. Hij wil weten hoe het in elkaar steekt zodat hij straks de armen beter kan helpen. Oscar wil dat ook maar dan als ingenieur. 

Zo zijn ze in de groep rond Rosier terecht gekomen. Dát tezamen met dat ze uit dezelfde stad Neiva afkomstig zijn, bindt hen meer dan het verschil in politieke families. Daarin ligt ook de kracht van Rosier. Met zijn praktische instelling en charisma weet hij studenten uit verschillende sociale groepen met verschillende politieke achtergronden te interesseren voor het sociale onrecht en het lot van de armen. 

Dat Oscar en Fernando het verschil in politiek nest hebben weten te overstijgen, moet je niet onderschatten. Dat lijkt eenvoudiger dan het is. Vanaf de jaren vijftig heeft op het platteland een onverklaarde burgeroorlog gewoed tussen de Conservatieven en de Liberalen waarbij tienduizenden doden zijn gevallen en miljoenen mensen op drift zijn geraakt. Dat was in de periode van La Violencia die volgde op de Bogotazo (1948), een opstand in de hoofdstad waarbij presidentskandidaat Gaitan van de Liberale partij werd vermoord. De moord leidde tot een uitbraak van geweld tussen Liberalen en Conservatieven  met naar schatting vijfduizend doden en de vernieling van de oude binnenstad. 

Vandaar sloeg het geweld over naar het platteland dat ongeveer vijf jaar duurde waarbij naar schatting 200.000 doden zijn gevallen en een paar miljoen mensen op drift zijn geraakt. De slachtoffers waren voornamelijk kleine boeren, landlozen en arme sloebers die op het platteland een armoedig bestaan leidden in al even armoedige dorpen. Opgejut door grootgrondbezitters gesteund door politie en andere autoriteiten om het land van deze of gene te bezetten gingen ze elkaar met machetes te lijf. 

In 1953 maakte een coup van generaal dictator Gustavo Rojas Pinilla min of meer een einde aan deze duistere periode van geweld. Hij nam enkele maatregelen om de politieke spanningen te doen afnemen zoals het vrouwenkiesrecht en enkele grote infrastructurele werken op het platteland. Toen hij voorbereidingen trof om een politieke blijver te worden vormden Conservatieven en Liberalen een Nationaal Front en slaagden erin de politieke opinie op straat te mobiliseren. Rojas zag zich gedwongen in 1957 af te treden. 

De Liberalen en Conservatieven hadden afgesproken dat ze om beurten zouden regeren. Ze zouden voortaan elkaars presidentiële kandidaten steunen.  Rojas besloot daarop de politieke partij ANAPO (Alianza Nacional Popular) op te richten als verzet tegen het herstel van de politieke macht door de oude elite. Hij presenteerde zich met zijn partij bij de verkiezingen van 1962 waar hij een vijfde plaats verkreeg.

(wordt vervolgd)

vrijdag 19 augustus 2022

62. HET BELOOFDE LAND. LIEFDE

 

 

Beatrice

Cielo en Oscar krijgen naar aanleiding van een telefoontje een plotseling hoog oplopende ruzie. Geen idee waar het over gaat, mijn Spaans is nu ook weer niet zo goed en ik ken het onderwerp van gesprek niet. Maar we zitten er wel met z'n allen middenin. Dat is altijd moeilijk. De schaamteloosheid van de ruzie maakt dat ik me schaam dat ik er bij zit. Voor Fernando en Beatrice zal dat ook wel zo zijn. Het gaat er zo hard aan toe dat je je afvraagt of dat ooit weer goed gaat komen. Geliefden kunnen elkaar hard treffen op plekken waar het echt pijn doet. Dat hoort ook bij liefde. Oscar gaat zover te roepen dat als Cielo zo door gaat er wat hem betreft een scheiding komt. 

Het zijn twee markante karakters die botsen over hun verschil in levenshouding. Het zijn tegenpolen die desondanks een grote aantrekkingskracht op elkaar hebben. Geen van beiden is bereid om ook maar een centimeter prijs te geven voor de ander. Dat is uit lijfsbehoud, ze kunnen niet anders, maar dat is ook meteen de reden waarom ze van elkaar houden, voor zover daar een reden voor kan zijn. Oscar houdt van Cielo omdat ze een vurige vrouw is, mooi maar ook kwetsbaar, taai is en een degelijke moeder. In wezen verlangt ze naar een burgerlijk bestaan met een randje avontuur. Dat randje kan en mag Oscar zijn maar dan moet hij niet overdrijven.

Oscar daarentegen is precies andersom hij wil een avonturier zijn met een randje burgerlijkheid.  Hij wil een vrijbuiter zijn, een boy scout voor het leven. De geloofszekerheden van Cielo kan hij niet aanvaarden maar hij wil ze ook niet overboord gooien als totaal nutteloos. Dat alles maakt Oscar aantrekkelijk voor Cielo. Ze ziet in hem de koene ridder die haar door het leven loodst en haar trouw zal blijven, wat niet onbelangrijk in een onzeker land als Colombia. Ze zijn uiteindelijk door de liefde tot elkaar veroordeeld dus tot een scheiding zal het wel niet komen, stel ik enigszins gerust vast.

Oscar is opgegroeid in een politiek behoorlijk links nest, zijn vader is een links liberale leider uit gegoede familie. Hij studeert voor ingenieur in de werktuigbouw aan de Los Andes Universiteit, bepaald geen universiteit voor arme studenten. Hij bereid zich voor op een goede baan maar of hij daar straks genoegdoening in zal vinden is nog maar de vraag. Die onzekerheid hangt ook Cielo boven het hoofd.

Ondanks zijn afkomst is Oscar gevoelig voor armoede en sociaal onrecht. Daardoor is hij verzeild geraakt in wat ik noem de vriendengroep van Frans Rosier. Dat is ook waar we elkaar in herkennen, ondanks de enorme verschillen tussen ons. Want laten we wel wezen Colombia en Nederland verschillen als hemel en aarde, als zon en maan, als vloed en eb. En dan heb ik het nog niet over het verschil in afkomst. 

Hij komt uit een rijke familie met een lange familietraditie. Ik ben geboren in een arbeidersgezin waar zo goed als geen familietraditie bestaat. De voorsprong die ik heb op Oscar is dat ik uit een welvarend, min of meer sociaal rechtvaardig, politiek stabiel politiek land kom. Wat we delen is dat we niet bang zijn om vrij en zelfbewust te leven. Kom maar op met het leven, zo kun je het beste onze levenshouding omschrijven.

Oscar heeft samen met de andere leden van de vriendengroep rond Rosier een tijd in een krottenwijk gewoond om leven en werken van de armsten van binnenuit te leren kennen. Dat tekent zijn leven en dat van de anderen. Misschien dat van Oscar wel het meest. Cielo beseft dat en respecteert dat temeer omdat Rosier een pater is, geen wat doorgaans een normale pater wordt genoemd die het houdt bij zijn geloof in God en teruggetrokken uit de wereld bidt voor het wel en wee van de wereld maar een die deelneemt aan de controverses in het leven, hoe groot die ook zijn. Dat op zich maakt Rosier zelf controversieel in Rome en in zijn eigen Karmelieten orde. Daar heeft hij zich overigens nooit door uit het veld laten slaan. Rosier is een geboren diplomaat om de klippen van de controverses te omzeilen waardoor hij alsnog zijn gang kan gaan zonder de orde teveel te verstoren.

Op weg naar huis vertelt Fernando dat hij en Beatrice eindelijk samen in rustiger vaarwater terecht zijn gekomen. Van een afstand bekeken is hun verhouding minder spontaan dan die tussen Oscar en Cielo. Beatrice is vormelijker en minder vurig van karakter. Ze is streng opgevoed volgens de oude Spaanse traditie dat een vrouw tot aan haar huwelijk beschermd moet worden voor de begerige blikken en handen van mannen en daarom het beste vergezeld kan worden van een chaperone. Gelukkig voor beiden is dat daar de laatste tijd wat minder streng de hand aan wordt gehouden. Ik denk dat dat komt omdat Fernando zelf ook vormelijk is en zich gedraagt als de ideale Spaanse edelman die zich weet te bedwingen. Voor Beatrice is dat dan weer wennen want hoe ga je in alle vrijheid met een man om ook al is hij jouw verloofde? 

Fernando zoekt zijn weg als  romantisch minnaar die vrouwen toch vooral ziet als wezens van een hogere orde en die derhalve ook een groot beroep doen op je verantwoordelijkheidsgevoel. Noem het ouderwets, wat het ook is maar het helpt wel om elkaar te naderen. Fernando is als een goed edelman ook streng voor zichzelf. Dat heb ik herhaaldelijk meegemaakt tijdens onze gesprekken over onze studies. Hij neemt geen genoegen met vage conclusies of ruim opgezette ideeën. Hij is een man van de precisie al lukt hem dat niet altijd. Eenmaal aangekomen in het appartement vertelt hij dat nu na  vijf jaar Beatrice en hij samen een gesprek zijn begonnen over hun toekomst. Rijkelijk laat vind ik maar voor hun doen en gezien de gezinnen waarin ze zijn opgegroeid waarschijnlijk op tijd.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 12 augustus 2022

61. HET BELOOFDE LAND. KINDEREN

 

Colombia 1976

Dankzij de medicijnen van de huisarts sta ik na een langere nachtrust fris op. Gek eigenlijk dat je zo ziek kunt zijn dat je denkt dat je doodgaat en vervolgens dankzij een wonderdokter weer de oude wordt. Ik kan de wereld weer aan, maar nu is Dora aan de beurt. Ze heeft vandaag de Spaanse les niet afgemaakt. Ze kreeg last van duizelingen en dat is niet best. Nu is het haar beurt om op de bank te liggen. Ze voelt zich slapjes maar heeft verder geen lichamelijke klachten. 

Ik ben bezorgd en vraag haar wat er aan de hand is. Dat weet ze niet maar ze vindt het niet ernstig genoeg om er de arts van gisteren bij te halen. Dat is typisch Dora. Niet meteen de arts erbij maar afwachten hoe het verder gaat. Ze is taai maar ook verstandig genoeg om als het nodig is alsnog een arts er bij te halen.  

Ik durf het haar niet te vragen maar zou het kunnen dat ze zwanger is? Sinds een tijdje slikt ze de pil niet meer. Hoe lang precies weet ik niet maar op een gegeven moment, op een zondagochtend in bed besloten we om het erop te wagen. We lagen te mijmeren over de levenslust en kracht van zelfs arme mensen en onze misschien toch wel overdreven bezorgdheid over de toestand in de wereld, toen we besloten om als het kan kinderen te nemen. Waarom niet? We zijn jong en kunnen het leven aan en in de toekomst kijken kun je toch niet en dat hoeft ook niet. Het leven moet een waagstuk blijven. Kinderen zijn het meest natuurlijke wat een mensenpaar kan overkomen. Laten we maar vertrouwen op Moeder Natuur, de Rooms Katholieke God en zijn heiligen en de toekomst. Bovendien willen we onze liefde voor elkaar bevestigen in het meest tastbare wat er is op de wereld en dat is nog altijd een kind. 

Ik ga me vandaag maar eens nuttig maken en spreek af met Fernando in het appartement van Frans. Ik heb hem dringend nodig voor contacten met hotemetoten van de Conservatieve partij in verband met mijn onderzoek. In Neiva is er ondanks vage beloften van Oscar niks van terecht gekomen en ook Fernando zet er weinig vaart achter. Tijdens ons gesprek verzekert hij me dat het in orde komt. Ik hoef me echt niet ongerust te maken. Het zij zo. Ik heb in paar maanden Colombia geleerd dat de stroom des levens er anders en trager loopt dan in Nederland. Niet agenda’s zijn belangrijk maar persoonlijke betrekkingen en vriendschappen, ook als het om een “wetenschappelijk” onderzoek gaat. En ik heb geleerd dat geduld een schone zaak is.

Tijdens ons gesprek belt Oscar. Hij nodigt Fernando, diens verloofde Beatrice, Dora en mij uit voor het avondeten bij hem thuis. Ik zeg hem dat Dora ziek op de bank ligt en met haar zal overleggen. Dora heeft er geen bezwaar tegen dat ik alleen ga. Het etentje verloopt helaas veel minder aangenaam dan ik hoopte.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 18 februari 2022

36. HET BELOOFDE LAND. DE ZOETE INVAL

Frans (Ireneus) Rosier in het midden. Voor hem Dora. Rechts van hem Martha de vrouw van Alavaro rechts. Achter Rosier staat Fernando met naast hem zijn verloofde Beatrice; de foto is gemaakt tijdens een uitstapje in de buurt van Bogotá.

 


Terloops meldt hij tijdens een tafelgesprek dat hij weer slecht geslapen heeft. Niet dat het een probleem is. Hij heeft nooit goed geslapen. Daar kan ik niet over meepraten. Ik ben een heel goede slaper vooral als ik naast Dora lig en dat is sinds ons huwelijk het geval. Als ik hem goed bekijk, zie ik dat Rosier ondanks alle drukte om hem heen een eenzaam man is. Dat zie je vooral als hij languit voor je staat met zijn lange, veel te magere lichaam gekleed in een eeuwig net niet wit overhemd met een veel te ruime boord rond zijn magere hals, een lange grijze broek met daaronder zwarte leren schoenen. Om zijn lijf met afhangende schouders hangt een  vaal blauwe regenjas waarin hij nog magerder wordt dan hij al is. Op zo een moment zie je een kwetsbare man staan die bij het minste of geringste kan omvallen.

Toch is hij altijd druk. Op zijn appartement ontmoet ik voortdurend mensen die iets van hem willen, niet alleen studenten maar ook mensen van hoog tot laag en natuurlijk ook Nederlanders die in Colombia wonen, collega's van de universiteit, uit de kerkelijke wereld enz. Regelmatig bellen mensen naar zijn appartement om te vragen wanneer ze hem kunnen spreken, in de meeste gevallen zelfs dringend. 

Frans is een mensenmagneet. Hij trekt ze op een andere manier aan. Is het zijn manier van praten, zijn levenswijze, zijn verschijning, zijn priesterlijke status of juist zijn status van geleerde en schrijver? Of is het zijn pastorale charisma? De mensen vinden blijkbaar rust bij hem, zielerust zoals bij in een biecht waar je eindelijk met jezelf in het reine komt en weet wat je moet doen om verder te leven.  Blijkbaar kan Frans mensen geven wat hij zelf als zenuwlijder niet heeft. Zoals hij vaak zegt God heeft vreemde kostgangers en hij vindt zichzelf een van de vreemdste.

Zijn appartement is een zoete inval waar de inwonende Fernando, een onofficiële secretaris van Rosier, over waakt. Hij maakt deel uit van een groep studenten die onder leiding van Rosier participerend onderzoek doen in een van de vele krottenwijken van Bogotá. Alle leden van de groep hebben zich verplicht om daar een tijd te wonen om het leven in zo een wijk van nabij te leren kennen.  Het is een gemengd gezelschap. 

Fernando studeert culturele antropologie, Alvaro een naaste medewerker van Rosier werkt intussen als psycholoog aan de universiteit, Oscar studeert voor werkbouwkundige ingenieur. Efraïn die in Agua de Dios woont, blijft af en toe met zijn vriendin slapen enz. Hun achtergronden zijn heel verschillend. Fernando komt uit een rijke familie van koffieplanters in de zuidelijke provinciestad Neiva, Alvaro is zoon van een kapper in Medellin, Oscar de zoon van een zeer vooraanstaand Liberaal politicus en Efraïn van een melaatse familie. Wat ze delen is hun sociale betrokkenheid, de reden ook waarom ze met Rosier samenwerken.

Fernando zie ik bijna dagelijks. Zijn lange golvend zwarte haar tot in zijn nek en zijn klein snorretje dat hij tijdens een gesprek zo af en toe liefkozend streelt, verraden zijn Spaanse afkomst. Net als veel Colombianen in de hoofdstad is hij altijd onberispelijk gekleed in sobere stemmige kleuren. In zijn denken en doen is hij streng voor zichzelf. In tegenstelling tot de algemene Colombiaanse mentaliteit probeert hij zich stipt aan tijd en uur van afspraken te houden. Hij is geen man van mañana, mañana.

Te laat komen duidt volgens hem op een gebrek aan respect. Hoewel ik zelf een man van de klok ben als het om afspraken gaat, vind ik het wel prettig dat in Colombia de klok niet immer regeert.  Gemakzucht, een ander wijd verbreid euvel onder de mensheid, vindt hij hoogst verwerpelijk. Van wat hij weet van Nederlanders, is het een ijverig volkje. Ik geef toe dat we die indruk wekken met onze volle agenda’s maar er is ook veel kouwe drukte bij. Liever vergaderen dan zelf wat doen. 

Wij zien ons zelf graag als mieren en de zuiderlingen te beginnen bij de Fransen en zo verder als zorgeloze krekels. Terwijl wij zorgen voor huisje, boompje, beestje laten zij Gods wateren over Gods akkers lopen. Ondanks hun armoede plukken ze de dag en dat is prijzenswaardig want bijbels. 

“Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten en wat gij drinken zult, noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen: zij arbeiden niet en spinnen niet; En Ik zeg u, dat ook Sálomo in al zijn heerlijkheid niet is bekleed geweest gelijk een van deze." (Matteüs 6, verzen 25, 28 en 29)

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 8 oktober 2021

17. HET BELOOFDE LAND. NIEUWE VRIENDEN

 

Ontmoeting in het appartement. Helemaal links Efraïn met sigaret, Cjelo de vrouw van Oscar. Naast haar zit Beatrix waarvan je alleen de haren ziet. Naast haar zit haar verloofde (novio) Fernando te lezen. Op de grond Dora.

Dankzij Frans Rosier, in wiens appartement we tijdens zijn afwezigheid wonen, leren wij de kleine kring van studenten rondom hem kennen. De meesten studeren aan de Los Andes universiteit en werken mee aan een door Rosier opgezet onderzoeksproject, een dat nauw aansluit bij zijn eigen vroegere sociaal-psychologische onderzoeken in Europa.

In plaats van te klagen over het veronderstelde materialisme, ontkerstende en heidense leven van de arbeiders na de Tweede Wereldoorlog ging hij na zijn theologie studies leven en werken met de arbeiders in de mijnen van Frankrijk en Spanje en de staalarbeiders in Oostenrijk om te weten te komen wat ze werkelijk dachten, wilden en voelden. Een voor zijn tijd revolutionaire aanpak die na het verschijnen van zijn twee boeken met dagboekfragmenten over zijn bevindingen, tot ver buiten de grenzen van het Roomse geloof en Nederland bekend werd.

 “Door als insider van het arbeidersmilieu het leven in de eigen vertrouwvolle sfeer mede te leven en daardoor deel te hebben aan de zorgen en de noden, aan het denken en leven van hen hen die hij wilde leren kennen, kwam hij tot het onverwachte resultaat van zijn onderzoek, dat hij deze mensen leerde hoogachten en liefhebben.” (achterflap van het eerste deel van twee van “Ik zocht Gods afwezigheid” Pax, Den Haag, 1956.)

'Insider zijn' is een kerngedachte of misschien wel een leerstuk in het werk van Rosier. Niet vanuit de buitenkant of zoals vaak gezegd wordt een ivoren toren, de veilige haven van het eigen thuis (comfort zone) een wetenschappelijke opvatting ontwikkelen over de ander, maar naar de ander toegaan, daadwerkelijk leren kennen in zijn eigen omgeving met zijn goede en slechte kanten. Het klinkt gemakkelijker dan het is. Het vergt inlevingsvermogen in het leven van de ander, het tot op zekere hoogte willen delen van het leven van de ander en er betrokken bij raken. Daar is moed voor nodig, zeker als het gaat om een ander milieu dan je van huis uit gewend bent. Het is een vorm van liefde, je zou kunnen zeggen mensenliefde ook al kun je nu eenmaal nooit de hele mensheid omarmen.

Rosier moedigt vanuit deze kerngedachte zijn studenten aan om net als hij ooit was, insider te worden door een tijd in een van de armenwijken van Bogotá te gaan wonen. Geen sinecure voor sommige studenten die tot de betere milieus, de rijke klasse van Colombia behoren. Rosier haalt hun met zijn project uit hun comfortzone en moedigt ze aan tussen hun arme landgenoten te gaan wonen om ze daadwerkelijk van nabij te leren kennen. 

Rosier is ervan overtuigt dat op den duur de methode zal bijdragen aan het verminderen van de sociale afstand en het wederzijdse onbegrip tussen de scherp van elkaar gescheiden milieus of in sociologische termen klassen. Rosier gaat voor verandering van de samenleving, die volgens hem dringend noodzakelijk is, uit van de binnenkant van de mensen. Daar moet de verandering plaats hebben en wat hem betreft vanuit een grondhouding van liefde. 

Ik daarentegen denk als socioloog en politicoloog meer vanuit structuren. Wie de structuren verandert, verandert de mensen. Bij Rosier is dat dus andersom, wie de mensen verandert, verandert de structuren. Zo beschreven lijkt het een theoretische kwestie maar dat is het voor ons beiden niet want we delen onze sociale bewogenheid en dat stelt ons voor de vraag hoe we de maatschappij kunnen veranderen opdat de armen daadwerkelijk deel gaan uitmaken van de Colombiaanse samenleving in plaats van een in alle opzichten marginaal bestaan te leiden in hun krottenwijken.

Een van de studenten die meedoet aan het project van Rosier is Fernando, zoon van een koffieplanter in zeer goede doen in Neiva, een zuidelijke staat in Colombia. Hij studeert antropologie en woont samen met ons in het appartement van Rosier. Hij loopt er altijd onberispelijk gekleed bij, met scherpe vouwen in zijn broek, goed zittende truien met daarboven de strakke witte boord van zijn overhemd en glimmend zwart gepoetste schoenen. 

Samen met de lange gekrulde zwarte haren in zijn nek en het lichte snorretje op zijn bovenlip is hij de Colombiaanse versie van een Spaanse gentleman. Niettemin bespeur ik bij hem licht indiaanse trekken. Ondanks onze groeiende vriendschap blijft hij gereserveerd en uitermate beleefd. Hij leeft sober, hij rookt niet en drinkt zeer matig. Om de een of andere reden heeft hij veel respect voor Dora en mij. Tussen de bedrijven door wil hij graag een potje schaken. Onder het schaken spraken we over Colombia, de politiek en zijn toekomstplannen met zijn verloofde Beatrice, die uit hetzelfde milieu komt als hij.

Tot de groep vrienden behoort ook de wat verlegen Efraïn. Tijdens ons gezellig samen zijn, merk ik aan zijn gedrag en houding dat hij er niet helemaal bij hoort. Gedraagt hij zich als een buitenstaander omdat hij uit een heel ander milieu komt? Dat laatste zou een verklaring kunnen zijn want zijn ouders wonen in het zo geheten Lepradorp Agua de Dios (Water van God). Wie daar woont, staat op voorhand buiten de Colombiaanse samenleving.

Het dorp met allemaal lepralijders ligt niet ver van Bogotá, een uur of twee met de bus naar beneden waar het klimaat subtropisch is. Lepra komt in Colombia nog veel voor, het is een andere benaming voor melaatsheid. Ik ken de ziekte uit de parabel van Jezus over Lazarus.

“In een gelijkenis in het Nieuwe Testament vertelt Jezus over een rijke man en Lazarus, een arme bedelaar. Overdekt met zweren stilde Lazarus zijn honger met wat van de tafel van de rijke man viel, maar uiteindelijk worden de rollen omgedraaid: Lazarus erft de hemelse heerlijkheid en de rijke man de vlammen van het dodenrijk. Hoewel in de Bijbel niet de exacte aandoening van Lazarus vermeld wordt, is hij toch een symbool voor leprapatiënten geworden. Het Oudnederlandse woord voor lepra (laser, lasere, laserheit) is van deze Lazarus afkomstig.” (Wikilpedia: Geschiedenis van melaatsheid) 

(wordt vervolgd)