donderdag 6 augustus 2026

LIMBURGSE BIËNALE: HUMUSLAAG VOOR BEROEPSKUNSTENAARS

De kamers zijn nog in de oorspronkelijke staat. In het midden het schilderij "Faint blue" van Rein Rodemeier. Rechts het schilderij "De baby" van Sep Verhoeven.


Ik ben een reguliere bezoeker van het Bonnefanten museum en het Fotomuseum aan het Vrijthof maar van het museum Marres in Maastricht had ik nog nooit gehoord. Pas deze zomer werd ik daar op geattendeerd.


Het gebouw waar het museum is gevestigd, is een klassieke stadsvilla gebouwd in 1680 door de toenmalige burgemeester van Maastricht. Daarna is het drie generaties lang in bezit geweest van de brouwersfamilie Marres. Sinds 1999 is het een Huis voor Hedendaagse cultuur. Het beschikt over 11 kamers, inclusief de trappenhal, die gebruikt worden als expositieruimte.


Her en der hangen de muren overvol met zodat je door het bos de bomen niet meer ziet.


Op het moment van ons bezoek wordt in het gebouw de “Limburg Biënnale 2026” gehouden, een tentoonstelling die volgens het begeleidende groene boekje een dwarsdoorsnede biedt van de beeldende kunst in Limburg en omgeving. Het is een echt Limburgs feest voor de kunsten aldus het groene boekje.


De missie van de biënnale is om professionele kunstenaars en amateurs met elkaar te verbinden. Beroepskunstenaars zijn in de minderheid. Het merendeel is amateur en die vormen volgens het groene boekje de humuslaag waarin de de professionele kunsten wortelen en die een brede belangstelling voor de kunst mogelijk maken.


Wat ze daarmee bedoelen is mij niet duidelijk. Een humuslaag bestaat toch voornamelijk uit afgevallen bladeren en vruchten van bomen, een vruchtbare laag waar van alles uit kan groeien. Ik kan me niet voorstellen dat amateurs een soort afvallaag zijn waaruit beroepskunstenaars groeien. Maar dat kan ook mijn gebrek aan verbeelding zijn.


Deze collage  "Boy" van Öznur Özturk komt dankzij de ruimte er omheen meer tot zijn recht.



Het gevolg van die opvatting is wel te zien. Rijp en groen hangen en staan door elkaar heen zoals in een echte humuslaag waar ook alles door elkaar en bij elkaar komt te liggen. Zoals het er ook aan toe gaat in een humuslaag in het bos hebben jury en curatoren geen enkele selectie gemaakt. Alles wat valt van de boom der kunsten mag meedoen aan de biënnale. 


Het gevolg voor de bezoeker is dat hij overweldigd wordt door maar liefst 262 kunstwerken, van schilderijen tot foto’s, van beelden tot installaties. Door het kaf is het koren niet te vinden. Dat maakt moedeloos. Er is teveel amateurisme waartussen de kwaliteit verloren gaat. Of er uit zulk een humuslaag ooit ook grote kunstenaars zullen groeien, is niet vast te stellen. Dat zal de tijd moeten uitwijzen. Ondertussen is het een kwestie van gelaten afwachten. 

woensdag 5 augustus 2026

ALS IK JOOD ZOU ZIJN GEWEEST

Gevangenen in concentratiekamp Buchenwald, bij Weimar, Duitsland, in april 1945, het jaar dat het kamp werd bevrijd. In de acht jaar dat kamp Buchenwald bestond, zaten er tussen de 239.000 en 250.000 mensen gevangen, die werden onderworpen aan medische experimenten en slopende dwangarbeid.
FOTO VAN ERIC SCHWAB, AFP/GETTY IMAGES

 

Als ik jood zou zijn geweest en de nazi kampen zou hebben overleefd, dan zou ik mijn leven lang woedend zijn over wat Duitsers en Nederlanders mijn familie en alle Joden hebben aangedaan.


Mijn familie is eenvoudigweg van de ene dag op de andere opgeslokt door het grote monster concentratiekamp. Als ik jood zou zijn geweest, zou ik daar ook hebben gezeten.


Ik zou in de buik van het nazi monster hebben gezeten en daar alles wat een mens tot mens maakt, kapot hebben zien gaan. Ook ik zou uiteindelijk opgeslokt zijn door het monster maar ik heb geluk gehad. Ik ben gered uit de buik van het monster.


Waarom nou net ik ben gered? Ik weet het niet. Niemand die het weet. God misschien? Heeft Hij me gered zodat ik kan getuigen over het monster die mijn familie en miljoenen Joden heeft vermoord?


Heeft het zin om te getuigen? Dat is maar de vraag. Zal mijn getuigenis voorkomen dat de mensheid niet in herhaling valt? Moet ik dat geloven? Er zit zoveel haat in zoveel harten dat het de vraag is of mijn getuigenis van het monster daadwerkelijk iets kan veranderen. Maar wat moet ik anders? Ik moet blijven getuigen, desnoods tegen beter weten in. 


Terwijl ik dag in dag uit getuig van de moord op mijn familie en miljoenen Joden, moet ik vertrouwen hebben in de mensen. Maar ik sta op een berg van wantrouwen. Wie in de wereld kan ik vertrouwen? Wat doen zij om mij mijn vertrouwen terug te geven? Belijden ze schuld, bieden ze excuses aan, geven ze alles terug wat is gestolen van de Joden? 


Slechts heel weinigen hebben het gedurfd om Joden te verbergen voor het monster. Zij zagen ons en reikten ons de hand maar de meesten bleven onverschillig. Uit angst denk ik. Ze waren bang om ook door het monster gegrepen te worden.


Mijn wonderbare terugkeer uit de buik van het monster herinnerde hen aan hun angsten, hun onmacht en onverschilligheid. Herinneringen die ze liever niet zouden hebben. Herinneringen die je het liefst wil vergeten omdat je geen mens durfde of wilde zijn. Ik ben een wandelend trauma voor mezelf en voor al die mensen die mij, mijn familie en de andere Joden niet zagen.


Dat is wat we delen, het trauma van het nazi monster concentratiekamp. Er was in die tijd meer lafheid dan moed, meer angst dan durf. Ik ben bang dat als  het monster in een andere gedaante terugkeert, het weer zo zal zijn, dat er ook dan weer meer angst dan durf zal zijn.


Het zal nooit anders worden. Lafheid zal de wereld blijven regeren. Zij die laf zijn weten dat en roemen daarom de dapperen. Zij zijn hun helden omdat ze het zelf niet durfden te zijn. Lafaards verschuilen zich achter de rug van helden.

dinsdag 4 augustus 2026

NASRAH HABIBALLAH, EEN VROUW UIT EEN STUK.

 


Opgegroeid als dochter van een Israelisch Palestijnse vader en een Nederlandse moeder met een Engelse achtergrond kreeg ze haar journalistieke droombaan als correspondent voor de NOS in Israel. Al snel veranderde de droombaan in een hel na de Hamas aanslagen van 7 oktober 2023.


Ze vertelt er over in VPRO’s zomergasten van afgelopen zondag 2 augustus, een programma waar ik normaal gesproken niet meer naar kijk. In de loop van de tijd zijn de drie uur durende diepzinnige interviews gelardeerd met video en filmfragmenten ontaard in een egodocument waarin naar goed Nederlands journalistiek gebruik wordt gepraat over wat je hebt gevoeld en wat er door je heen ging.


Zo niet bij Nasrah Habiballah. Ze was zoals ik haar als NOS correspondent in Israel had leren kennen. Een vrouw die zich hield aan de feiten, zoals ze zelf aan het begin van het gesprek opmerkte naar aanleiding van een vraag van interviewster Janine Abbing, “ik ben journalist, geen activist.”


Ze bleef die avond journalist maar niet op afstand. Ze vertelde over haar complexe en soms gecompliceerde achtergrond, haar jeugd in Rotterdam en haar vakanties in het Palestijnse dorp van haar vader en zijn familie in Israël. Ze voelde zich daar veilig en prettig omringd door de grote familie van haar vader.


Ze vertelde over haar bezinning op haar toekomst en het besluit om journalist te worden, over de droombaan in Israel om zo een journalistieke brug te slaan tussen Nederland en Palestijns Israël. Tussen twee verschillende culturen die de grootste moeite hebben om elkaar te begrijpen.


Want dat is het wat ze wil. Journalistiek op basis van oprechte nieuwsgierigheid naar de ander. Ze is er niet op uit om anderen de maat te nemen (een nogal Nederlandse gewoonte ook onder journalisten) maar open te staan voor de ander en in zijn of haar waarde te laten.


“De mensen thuis zitten niet verlegen om mijn mening over wat daar gebeurd”, aldus Nasrah. Meningen zijn er genoeg. Beter is om feiten te geven zodat de kijker zich een beeld kan vormen wat er aan de hand is in die complexe oorlog waar diverse volkeren met elk hun eigen religieuze achtergrond, geschiedenis en historische trauma’s waaronder de holocaust, gewelddadig met elkaar in botsing komen.


Ze staat onder een niet aflatende werkdruk die gepaard gaat met spanningen in oorlogsgebied. Ze moet met haar pasgeboren baby en haar man schuilen voor de raketten uit Iran. Tegelijkertijd noemt ze haar gezin ook haar redding in de heksenketel van haar werk, de oorlog en de inspanningen. Haar gezin geeft haar even rust en structuur. 


Ze vertelt dit alles zonder te dramatiseren, zonder zich te beklagen en zonder ook maar iemand iets te verwijten. Tegelijk blijft ze haar werk als correspondent voor het NOS journaal en Nieuwsuur doen. Werk waardoor ik als kijker de feiten kreeg te horen en te zien uit deze enorme heksenketel van oorlog en politiek, menselijk lijden en cynisme, internationale geopolitiek en voortdurend onrecht.


Dat was ook de reden waarom ik naar deze uitzending van Zomeravondgasten keek. Het ging mij om haar en ik moet zeggen, ik heb geboeid naar haar geluisterd en ben blij haar beter te hebben leren kennen.

maandag 3 augustus 2026

RODE CIRKEL MET TWEE ZWARTE ELKAAR SNIJDENDE LIJNEN

 

petrus, "Rode Cirkel met Twee Zwarte elkaar snijdende Lijnen", olieverf op recyclen canvas, 80 x80 cm.
Te Koop: € 1500,-

vrijdag 31 juli 2026

99. MEXICAANSE VERTELLINGEN. HOOP OP EEN NIEUW BEGIN

 

De wasplaats van San Miguel Regla, Mexico 1978.

Dat ze in het dorp blijft wonen om de erfenis van Diego tegen oplichters te beschermen, is voor Sara een offer. Geen offer uit liefde. Haar liefde is in de loop der jaren overgegaan naar plichtsgevoel. Vanwege de kinderen blijft ze bij Diego. Een nieuw leven opbouwen met de kinderen maar zonder Diego ziet ze niet zitten. De mogelijkheden zijn te beperkt.


Ze woont in het dorp om hun mogelijke nieuwe bezit te beschermen. Want dat zou hun kunnen bevrijden uit de sleur van hun bestaan, vooral van het altijd maar zuinig moeten zijn. Ze kunnen zich weinig permitteren. Dat is op zich geen ramp, ze is niet met geld opgevoed en kan goed sober leven, maar een kleine beetje meer armslag zou fijn zijn.


Sinds hun huwelijksreis naar Acapulco, lang geleden dus, zijn ze nooit meer samen ergens naar toe geweest behalve dan naar het dorp van haar ouders en schoonouders. Terwijl Diego door half Mexico heeft rond gezworven en allerlei mensen heeft ontmoet en veel heeft meegemaakt, zat zij gevangen in haar geboorte dorp en later in haar dienstmeiden bestaan. 


Na haar huwelijk is ze van dienstmeid in de baan van voltijdse huisvrouw gerold, maar dat was net getrouwd zijnde geen probleem. De liefde gaf aan alles de glans van het nieuwe en spannende. Het gevoel alleen al dat ze kon meebeslissen over hun toekomst werkte bevrijdend. Dat ze eerst nog als dienstmeid moest blijven werken, vond ze dan ook geen enkel probleem. Alles zou straks immers anders worden.


In die tijd van grote verwachtingen brachten ze boeiende avonden of weekeinden door met David, diens vriendin Frida en allerlei andere vrienden uit de wereld van de kunsten en de revolutie. Het was precies zoals ze zich haar nieuwe leven had voorgesteld. Haar droom werd werkelijkheid.


Op zulke momenten had ze het gevoel dat ze van top tot teen leefde en misschien nog veel belangrijker, meetelde in wat zij de Grote Wereld noemde. Als dienstmeid had ze die Grote Wereld leren kennen, op gepaste afstand natuurlijk. Dat wat ze toen zag, maakte ze nu zelf mee samen met Diego.


Maar Diego trok zich langzaam maar zeker terug uit de Grote Wereld van de kunsten. Toen hij zijn tekort aan talent begon te ontdekken, gaf hij die wereld meteen en zonder veel spijt op. Als hij talent had gehad, was hij zeker doorgegaan om een bekend of misschien zelfs groot schilder te worden maar nu hij besefte dat het niet mogelijk was bij gebrek aan talent, maakte hij er ook maar meteen een einde aan.


Van de weeromstuit begon hij terug te verlangen naar het dorpsleven als zijnde het enige echte leven waar hij in past. Hij begon steeds vaker herinneringen aan zijn jeugd in het dorp op te halen. Die gesprekken deden Sara pijn omdat ze besefte wat ze voor hem betekenden en zij daar niet in kon meegaan. Daarom probeerde ze dat soort gesprekken te mijden. 


Dat snapte Diego niet en zag haar afkeer van zijn herinneringen als een vorm van verraad aan hun liefde. Diego zag niet dat haar dorpsherinneringen niet waren zoals die van hem, iets waar je met plezier naar terug kunt kijken.



donderdag 30 juli 2026

UITSTOOT CO2 WERELDWIJD BLIJFT STIJGEN

Terwijl Europa zijn CO2 uitstoot vermindert, neemt de CO2 uitstoot wereldwijd toe.


De uitstoot van CO2 door de wereld blijft volgens de metingen op de vulkaan Mauna Loa stijgen. Er is nergens niet de geringste vermindering te zien ook niet in Corona-tijd toen toch een deel van de wereldeconomie even stil lag. (Zie de grafiek hiernaast)

Geen wonder want de wereldwijde uitstoot van CO2 blijft toenemen. In 2025 steeg de CO2 uitstoot met ruim een procent. Zoals op de grafiek hierboven is te zien heeft de Europese Unie tussen 2015 en 2025 haar CO-uitstoot met ongeveer 554 miljoen ton verminderd, terwijl de rest van de wereld haar uitstoot met 3.008 miljoen ton verhoogde. Dat is bijna zes keer meer. De kostbare Europese inspanning wordt vrijwel direct teniet gedaan door andere grote economieën.


Bijna 40% van deze stijging komt uit de Verenigde Staten, waarvan de uitstoot met 3,2% is gestegen als gevolg van een toename van 13% in kolengestookte elektriciteitsopwekking. China, nog steeds verreweg de grootste uitstoter ter wereld (30,5% van het totaal in 2025!), zag zijn uitstoot met 0,3% stijgen, en India met 0,9%.

“Het meest belastende punt in dertig jaar klimaatdiplomatie is dit: sinds de aanname van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC) in 1992 zijn de wereldwijde energiegerelateerde CO-uitstoot met 67% gestegen volgens het laatste nummer van de Statistical Review of World Energy. Dertig jaar van partijconferenties, van Kyoto tot Parijs, dertig opeenvolgende COP’s — en het resultaat is een toename van tweederde van de partij. Hoewel de EU haar uitstoot sinds 1990 inderdaad met ongeveer 30% heeft verminderd, is deze inspanning, die werd bereikt ten koste van miljarden euro’s en een sluimerende deïndustrialisatie, volledig opgeslokt door alleen de Chinese groei, om nog maar te zwijgen van de rest van de wereld.”





Dat alles is het gevolg van het feit dat 86 % van het energieverbruik wereldwijd wordt opgewekt door fossiele brandstoffen. Zon en wind energie komen op wereldschaal niet verder dan 3,3% van de totale energie opwekking. ( Zie voor de gebruikte gegevens het artikel: Energietransitie? Fossiele Brandstoffen blijven de Ruggengraat van de Vooruitgang)

woensdag 29 juli 2026

HET WEB DER SCHEPPING

petrus, 'Geometrische Compositie I, olieverf op canvas, 100x100 cm. Dit schilderij is ontstaan op basis van Piet Mondriaan's "Compositie met Gele Lijnen" (1933). Het staat aan de wieg van een Nieuwe Stijl.


 Je ziet het niet aan de schilderijen van Piet Mondriaan en toch is hij volgens kunsthistoricus Marty Bax (1956) in haar doorwrochte studie “Het Web der Schepping” wel degelijk een religieus schilder. Natuurlijk niet in de klassieke betekenis van het woord.

Je ziet op zijn schilderijen niet de gebruikelijke religieuze afbeeldingen en symbolen, noch Christelijk noch van andere godsdiensten. Integendeel Mondriaan is wereldberoemd om zijn abstracte kunst en daar is geen enkele klassieke religieuze verbeelding of symboliek in te vinden. 


Er zijn in die abstracte schilderijen ook geen verwijzingen in te vinden naar de werkelijke wereld. De schilderijen van Mondriaan zijn abstracter dan abstract. Ze zijn conceptueel in de puree vorm, gemoed en verstand komen er langs de weg van vlakken en lijnen, kleuren en compositie bij elkaar. Een religieus gemoed en een abstraherend verstand. 


Hoe dat zo gekomen is, is te zien aan de ontwikkelingsgang van zijn werk. Onder liefhebbers van kunst zijn de schilderijen van Mondriaan bekend waarop langzaam maar zeker een molen, een boom en zelfs de kerktoren van Domburg steeds abstracter worden verbeeld, almaar verder verwijderd raken van de fysieke figuratieve werkelijkheid.


De schilderijen zijn getuigen van een zoektocht naar een geestelijke wereld of moet ik hier zeggen, geestelijke waarheid, uiteindelijk een religieuze waarheid achter de fysieke wereld. 


Hij neemt niet langer genoegen met de fysieke werkelijkheid maar zoekt de werkelijkheid achter de materiële werkelijkheid. Zoals Plato in zijn beroemde allegorie van de grot beschrijft. Gevangenen in de grot zien de schaduwen in de grot aan voor de werkelijkheid. Wij zien net als die gevangenen de materiële werkelijkheid aan voor de echte werkelijkheid. Maar achter die werkelijkheid schuit de echte -geestelijke - werkelijkheid.


Het kan natuurlijk ook zijn dat dit allemaal slechts schilderkunstige “spielerei” is van Mondriaan, d.w.z. een beetje spelen met kleuren, lijnen en vormen dat zich diepzinniger voordoet dan het is? Dat is dus niet zo volgens Marty Bax.


In het hierboven genoemde boek analyseert ze grondig en uitvoerig de schilderloopbaan van Mondriaan waarbij ze vaststelt  dat hij zijn schilderkunstige leven lang geïnspireerd is geweest door de theosofie. Hij is zelfs tot aan zijn onfortuinlijke dood in New York (1872-1944)  lid geweest van de theosofische beweging. Zie daarvoor het Theosophical Society General Register 1875-1942. 


Je zou denken dat we nu weten waar de schilderkunstige inspiratie van Mondriaan vandaan komt, maar zo eenvoudig is het ook weer niet. Theosofie is geen duidelijk omlijnd geloof, geen kerk met afspraken, structuren, symboliek en regels en al helemaal niet met kerkleiders. De theosofie is een geestelijke stroming met net zoveel opvattingen als er leden zijn.


Theosofie betekent letterlijk “goddelijke wijsheid”. Theosofen veronderstellen dat er achter de feitelijke, waarneembare werkelijkheid een universele, tijdloze wijsheid bestaat. Het is geen vaststaand dogma maar moet opgevat worden als de zoektocht naar die diepere, verborgen waarheden achter het leven, waarbij wetenschap, religie en filosofie samengaan.


Dat is nogal wat. Daar kun je alle kanten mee op en dus blijft de vraag wat moet je er mee? Gelukkig heeft Mondriaan daar zelf over geschreven. Overigens geen gemakkelijk leesbare teksten. Ik heb daar onlangs nog (7 januari 2026) over geschreven in de blog ” Piet Mondriaan, geschilderd idealisme.”


Dat onze aardse werkelijkheid een mysterieuze werkelijkheid is waar geen eenvoudige verklaring voor is te geven, zeker niet wetenschappelijk ook al doet men nog zijn best in de fysica, de astronomie, de geologie en wat al niet meer, staat vast. 


Maar is dan de idee dat er een universele, tijdloze god of wijsheid of wat dan ook bestaat, waartoe we als mensheid op weg zijn, het antwoord? Het is een zekere zin een sprong in het duister die opnieuw allerlei vragen oproept. Hoe moeten we ons die universele, tijdloze werkelijkheid voorstellen?


Hier wordt het ene mysterie beantwoord met een nieuw mysterie maar wees gerust zo meent menig theosoof, we zijn als mensheid op weg dat mysterie op te lossen. Een kwestie van tijd en dan zullen we de wijsheid vinden. De geschiedenis van de mensheid wijst ons als het ware de weg. Het aloude idee van de vooruitgang, geestelijke vooruitgang vindt op deze manier zijn weg in de kunst.


Maar is er wel vooruitgang? Gaat de menselijke geschiednis ergens heen en zo ja waarheen dan? Materieel is er zeker vooruitgang maar of er geestelijke vooruitgang is, valt zeer te betwijfelen. Wie om zich heen kijkt ziet veel technologie en nieuwe technologische mogelijkheden die het leven een stuk aangenamer en comfortabeler maken maar brengen ze meer geluk en geestelijk welzijn. Je zou bijna het tegendeel gaan denken. 


Maar wat moet ik als kunstschilder die deze theosofische inspiratie ontbeert en niet de zoektocht deelt naar de universele wijsheid, wat moet ik dan met de schilderkunstige erfenis van Mondriaan? Kun je er als kunstschilder iets mee of is het beter dat we zijn erfenis koesteren in musea, mooi dat het geweest is, maar het past niet meer in onze tijd?


De vraag stellen is hem beantwoorden. Mondriaan kan ook zonder theosofische achtergrond een bron van schilderkunstige inspiratie zijn. Zijn opvatting dat de schilderkunst zich moet beperken tot de fundamentele beeldingsmiddelen die daar zijn, te weten lijn, vlak, kleur (een schilderkunstige heilige drieëeenheid) in een compositie samengebracht is en blijft een waardevolle richtsnoer voor nieuwe schilderkunst, wat mij betreft voor een Nieuwe Stijl als opvolger van De Stijl


Met die beeldingsmiddelen ben ik op zoek naar de beelding van geestelijke, spirituele en universele schoonheid.  Niet de fysieke werkelijkheid is langer mijn leidraad maar mijn ziel en mijn verstand. Zo bouw ik aan een nieuwe geestelijke kunst een Nieuwe Stijl gebouwd op de De Stijl van Mondriaan c.s.