dinsdag 23 juni 2026

IN HET RUIM VAN EEN BLIK. CAUSERIE BIJ HET OPEN ATELIER VAN PETRUS NELISSEN, OSS, 31.05.2026. MARC DE KESEL

 

Schoenmaekers is de auteur van Beginselen der beeldende wiskunde, 1916, een boek waarover Doesburg, Mondriaan en Schoenmaekers zelf het moeten hebben gehad in die maanden van datzelfde oorlogsjaar toen ze elkaar vaak troffen in het kunstenaarsdorp Laren. Spectaculair hoe gewichtig dit boek doet over horizontaal en verticaal, over, jawel, de mannelijke, rechte straal en de vrouwelijke, buigzame lijn. Al eeuwenlang dansen lijn en straal, horizontaal en vertiaal, met elkaar en zullen dat, als je het Schoenmaers vraagt, tot in de eeuwigheid blijven doen. Wie dit boek leest, kijkt toch lichtelijk anders naar die strenge Stijl van Doesburg, Mondriaan, Van der Lek, Huszár, Rietveld & Co.



IN HET RUIM VAN EEN BLIK 

Causerie bij het Open Atelier van Petrus Nelissen, Oss, 31.05.2026

Marc De Kesel

Kan ik onder de schedelpan van Petrus Nelissen naar binnen glippen? Dat moet lukken, denk ik. Zo glad ben ik wel. Maar waarom zou ik zo glad willen zijn?

Waarom wil ik daar naar binnen? We zien hem hier toch aan de muur hangen? Althans, hier hangt wat hij heeft geschilderd en het laat zich, even schaamteloos als plechtig, in al zijn serene naaktheid gadeslaan. Dit is dus wat wij zien. Wat jullie zien. Wat ik zie. Wat wil ik dan nog meer zien?

Of mijn gebrek aan schaamte te vergeven is, weet ik zo niet, maar ik wil Petrus zien op het moment dat hij kwast, verf en canvas ter hand neemt. Om wat te doen? Inderdaad, om te schilderen wat hij dan ziet.

Is dit hetzelfde als wat wij hier aan de muur zien hangen? Het is in elk geval niet, zo blijkt, wat zich op dat moment voor zijn ogen in de realiteit afspeelt. Niet dat hij daar niet naar kijkt, maar hij ziet op dat moment iets anders. En het is dat ‘andere’ dat zijn schilderijen laten zien.

Het was ooit anders, vertelde hij me. Er is een tijd geweest dat hij alleen foto’s nam. Foto’s maakte. Ook dat zijn beelden, maar die beelden doen precies wat zijn schilderijen niet doen. Ze tonen wat de kijker/maker ziet op het moment dat hij die beelden maakt.

Nu begrijp je mijn vraag: wat ziet Petrus op het moment dat hij gewapend met kwast en verf op het punt staat het naakte canvas te ontmaagden? Hij heeft iets voor ogen, dat wel, maar het is niet de concrete werkelijkheid die hij rond zich ziet.

Het is iets anders. Iets helemaal anders? Ik heb Petrus op het hoofd getimmerd, denkbeeldig dat wel, maar toch. De speleoloog in mij zocht een ingang om tot het ruim van zijn schedelgrot door te dringen. Hoeft het gezegd dat het me niet gelukt is?

Ik moet het, zoals gezegd, met zijn schilderijen doen. Wat zag hij op het moment van het schilderen? Hij zag de werkelijkheid. Maar niet zoals hij ze doorgaans ziet.

Want dan zou hij ze gefotografeerd hebben. Hij zag iets dat je door de lens van een camera niet ziet. Maar, zo neem ik aan, het was wel alsof hij door een camera keek en daar de realiteit zag zoals je ze door een lens ziet. Maar hij liet de lens en de blik erdoorheen voor wat ze waren. Hij hield het bij zijn eigen donkere kamer van de eigen blik. En bij wat hij dáár zag. Wat zag hij dan als hij de lens achter zich liet?

Doen we even een stap terug. Stellen wij ons het volgende beeld voor. De schilder staat voor een leeg canvas en kijkt, als was het een model, naar een schaal met appels. Die prijkt op een tafel voor een raam dat uitgeeft op het weidse polderlandschap met een voor Nederland zo typische zeventiende-eeuws aandoende wolkenpartij. De schilder neemt zijn penseel ter hand. Hij schildert een zwarte streep, horizontaal.
Schildert hij de horizon?

Wie zal het zeggen? Hij schildert een volgende zwarte streep, dit keer verticaal.
Ziet hij die voor zich? Of ziet hij wat hij 
las? Wat hij las bij Mathieu Schoenmaekers bijvoorbeeld, die illustere onbekende die hij op het spoor kwam toen hij zich met Theo van Doesburg bezighield.

petrus, 'Nieuwe Compositie met Appel, Uitzicht op de Hemel, 2007

Is dit het wat de schilder ziet als hij, starend naar die strenge Hollandse horizon met daarboven die grillig sympathieke wolkenpartij, zijn verticalen en horizontalen stilstaand op het doek laat dansen? En waarom de zo ontstane rechthoek links boven roze schilderen? En de rechthoek daaronder grijs? En die ernaast vaal oker? Een kritiek op de strenge kleurenleer die Mondriaan & Cie erop nahouden?

Als dat alles inderdaad zo is als ik me hier voorstel? Dat zal wel niet. En toch. Wat de schilder ziet wanneer hij zijn blik wegdraait van de appels, de horizon en de lucht waarnaar hij staart en zich naar zijn canvas wendt, wat kan dat dan zijn?

Iets dat hij ziet ‘in’ zichzelf. Daarbinnen, daar waar ik naar binnen wil dringen. Wat hij ziet ‘in’ hem, wat kan het anders zijn dan ideeën. Ideeën die op hun beurt, en met groter succes dan ik, binnen zijn gedrongen tot onder zijn schedel en daar hun stempel hebben gedrukt?

En als het niet in zijn schedel is, dan is het in zijn blik. In het ruim van zijn blik. Een ruim als dat van een schip, volgestouwd met wat zijn ogen voorin in de schedel zagen in de buitenwereld. En ook met wat zij daar lazen. Vandaar mijn hypothese: onder de schedelpan van de schilder is Schoenmaekers doorgedrongen. Net zoals, en daar ben ik zekerder van, Van Doesburg en Mondriaan daar zijn binnengedrongen en er op hun manier hebben huisgehouden.

Wat de schilder ziet als hij kijkt naar de appels en het landschap, zijn ideeën. En het zijn die ideeën die hij op het canvas neerzet. Waarom? Niet dat ik het zeker weet, maar misschien wel om, via zijn manier van weergeven, ons een inkijk te gunnen in wat hij ziet als hij naar die appels en het landschap kijkt. En zie, precies daarom, zo lijkt wel, schildert hij geen appels en geen landschap, maar verticalen, horizontalen, vlakken, egaal gekleurd.

Schildert de schilder echt geen appels? Op het doek dat ik, zonder het te vermelden, zo net beschreven heb, staan weliswaar geen appels, meervoud, maar wel een appel, enkelvoud. Welgeteld één. Het betreft Nieuwe compositie met appel (uitzicht op de hemel), 2007. Vertikalen, horizontalen, egaal gekleurde vlakken.

Dat wisten we al. En nu dus ook een appel En die leidt onze blik richting de open hemel. Het vlak rechtsboven is dus niet egaal gekleurd, maar draagt de kleuren van een illusie. Het kleurenspel daar spiegelt ons een hemels blauw voor met daarin witte wolken. Ben ik doorgedrongen tot de het binnenruim van Petrus Nelissens blik? Zie ik wat hij ziet op het moment dat hij het doek te lijf gaat?

Hij ziet ideeën, vertikalen, horizontalen, egale kleuren. Ziet hij de hemel? De appel?Groeien er appels onder zijn schedelpan, bevat het ruim van zijn blik een blauwe, half bewolkte hemel? Staan we hier in het ruim van Petrus’ blik, in zijn oogholte? Is zijn atelier een van wanden met schilderijen voorziene oogholte? Wat doen wij hier? Staan we niet in de weg? Zijn we geen snode indringers, ongenode gasten? Bevlekken wij niet zijn retina? Vertroebelen wij niet zijn blik? Scheuren we niet zijn netvlies, het vlies dat zijn intiemste band is met wat hij ziet?

Ik druip af. Ik schaam me. Nooit glijd ik nog binnen onder iemands schedelpan. Nooit dring ik nog door tot in die holte van waaruit een medemens de wereld inkijkt om te registreren wat hij dáár ziet. Schamen jullie je? Terecht. Ik heb met jullie te doen. Maar vrees niet, ik neem ook jullie schaamte op mij. Jullie rest alleen nog om, midden in het oogruim van deze kunst hier, het glas te heffen op Petrus Nelissen.

maandag 22 juni 2026

COMPOSITIE VOOR 3 KLEUREN 1

 

Petrus 'Compositie voor 3 Kleuren 1', acryl en olieverf op paneel, 80 x80 cm
Te Koop

vrijdag 19 juni 2026

93. MEXICAANSE VERTELLINGEN. HET BOERENHUIS

 


Zo komt het dat Sara ineens weer in en dorp woont. Niet haar geboortedorp maar dat maakt niet uit. Dorpen lijken op elkaar, meer dan steden. Ze had niet gedacht ooit weer in een dorp terecht te komen. Het dorpsleven dacht ze mentaal achter zich gelaten te hebben. Het lot beslist weer eens anders.Ze waande zich definitief een stadsmens.


Het huis van Don Francisco is een boerenwoning, zo een waar miljoenen gezinnen van kleine boeren en landarbeiders hun leven in slijten zonder ooit verder te komen. Zelfs degenen die het gewaagd hebben hun heil in Noord Amerika te zoeken, keren terug naar hun dorp. Uiteindelijk blijft dat hun thuis. Daar liggen geluk en verdriet in herinneringen bij elkaar. Daar ben je iemand. Ergens anders blijf je een vreemdeling.


Weer terug in hun dorp bouwen ze een huis dat meteen ook een monument is voor hun verworven rijkdom. Een huis dat afrekent met hun dorpsverleden. Ze staan her en der verspreid in het landschap, meestal onafgebouwd. Het huis blijkt te groot gedacht voor hun portemonnee. Ze veranderen van een monument van hoop op een grootste toekomst in een monument van onmacht. 


De huizen laten feilloos zien waar dorpelingen van dromen. De architectuur doet nog het meeste denken aan een samenraapsel van sprookjeskastelen. Daar hoort een toren bij, meestal wordt die als eerste gebouwd. Het huis zelf is lomp vierkant van beton en bakstenen. Er wordt een flink bordes met brede trappen aangeplakt en versierd met veel balustrades. Het geheel is uiteindelijk een onhandig bouwsel dat verloren in het land staat.


Sara ’s boerenwoning is het tegenovergestelde. Het huis is klein en ligt bijna verborgen in het landschap. Het is in alle opzichten een boerenbedoening met allerlei opstallen zoals een schuurtje, een hok voor schapen, een kippenhok en hondenhokken. 


Er zijn twee voordeuren van ijzer. Door de linkse deur kom je gelijk in de keuken. Door de rechtse deur stap je de woonkamer binnen. Er is een deur van de  keuken naar de woonkamer, van de woonkamer naar de slaapkamer van daar naar de volgende slaapkamer en naar de daarop volgende twee slaapkamers. 


De laatste slaapkamer staat haaks op het huis en heeft op zijn beurt weer een deur naar buiten vanwaar je op de patio achter komt. Daar is een deur naar de WC met douche en wastafel. De gasgestookte geiser hangt tegen de buitenmuur. Er staat een wasmachine en er is een traditionele wasplaats met koud water. 


Elke kamer van keuken tot laatste slaapkamer is vierkant  met een betonnen vloer, wat al een verbetering is want veel huizen hebben nog zandvloeren. De muren zijn van gedroogde klei vermengd met stro. De deuren binnen zijn gemaakt van stevige dikke planken. Vanuit elke kamer is het dak te zien, een zinken dak zodat je elkaar niet kunt verstaan bij een flinke regenbui.


De keuken is precies groot genoeg voor een hout gestookte oven, een kleine aanrecht, een keukenkast met gerei, een vierkante tafel en 3 stoelen. Een boeren keuken waar boeren eten kan worden klaar gemaakt. 


In de woonkamer staat links naast de deur een salontafel met een rustieke tweepersoonsbank en langs de muur een lage kast waarop snuisterijen staan uitgestald. Tegen de achtermuur staat nog een lage kast met snuisterijen en daarvoor een tafel met 4 stoelen.


In de grote slaapkamer naast de woonkamer staat een tweepersoonsbed met aan het voeteneind een enorme klerenkast. Bij het raam staat een tafel waarop papieren liggen, boeken en tijdschriften. De volgende slaapkamer heeft twee eenpersoonsbedden en de laatste slaapkamer, eens een voorraadkamer, een tweepersoonsbed. 


Het is nu aan Sara om dit alles te onderhouden zo lang er geen uitspraak is over wie de erfgenaam is en dat, zo beseft ze maar al te goed, kan nog lang duren.


donderdag 18 juni 2026

HET VADERLAND ROEPT (INZENDING VOOR BIËNNALE VENETIË)

 

petrus, "Het Vaderland roept", digitale collage met behulp van chat gtp. Idee voor inzending Rusland naar Biënnale Venetië.

Dit kunstwerk is een voorbeeld van gelaagde kunst.
 
De bovenste drie lagen zijn duidelijk te zien: een kalasjnikov, een fles wodka en een traditioneel geklede Russische vrouw (matroesjka) 

De tweede laag is het affiche op de achtergrond met een stoere soldaat met rode ster op zijn muts.
 
De derde laag is de tekst "het vaderland roept".
 
De vierde en moeilijkste laag want verborgen zit in de matroesjka. Daarin zitten maar liefst 5 poppen. Een laag met 5 lagen! 

woensdag 17 juni 2026

DE POLITIEKE NOODZAAK VAN HET KABINET SCHOOF

 

Drie hoofdrolspelers in het kabinet Schoof met links PPV fractieleider Geert Wilders, in het midden voormalig Minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber en rechts voormalig premier Dick Schoof. De drie zijn in gesprek over een kritische brief aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het kabinet heeft die brief uiteindelijk niet mede ondertekend. In mei 2025 stuurden negen Europese regeringsleiders (waaronder Italië en Denemarken) een brief aan de Financial Times met een oproep tot een strenger Europees migratiebeleid en kritiek op de koers van het EHRM

Het kabinet Schoof kan nog altijd maar weinig genade vinden in de ogen van veel `(linkse) intellectuelen. In plaats van enige bezinning en beschouwing op afstand na de val van het kabinet Schoof, notabene door toedoen van de regeringspartij PVV, wordt benadrukt dat het kabinet rechtsstatelijk gezien niet zou hebben gemogen.


NRC Columnist Folkert Jensma neemt de vechthouding van het kabinet Schoof in zijn gelijknamige column nog altijd kwalijk. Met de bundel ‘Het Experiment Schoof’ haalt hij nog maar eens uit naar de conflicten over wetgeving tussen adviesorganen als de Raad van State en de ambtenaren op de diverse departementen.


"Zo trok het kabinet zich bij twee voorstellen niets aan van de zeldzame C en D-adviezen van de Raad van State: niet doen of alleen indienen na tijdelijke wijziging. Het negeerde zo grondrechten en rechtsbescherming en nam grote juridische risico's. Macht ging hier vervangen zondering boven recht.”

Maar waarom zou een kabinet met het beoogde van de Tweede Kamer geen politiek conflict mogen hebben over een politieke strategie en rechtsstatelijkheid? Ligt het primaat van de politiek of zoals Jensma de formuleert de macht niet bij de Tweede Kamer als afspiegeling van de soevereine wil van het Nederlandse volk? Het is daar waar het kabinet Schoof tot stand kwam met veel politieke wheelen en dealen en geharrewar.

In zijn ogen prevaleert recht boven macht, maar zo simpel is het niet. De Belgische minister Anneleen van Bossuyt voor Migratie en Asiel brengt dat als volgt onder woorden in een interview in EW op 1 juni. 

"Als jurist heb ik één ding geleerd. En dat is dat het rechter is ten dienste van de samenleving. Dus het recht moet mee-evolueren met de samenleving. En de samenleving van vandaag is een heel andere samenleving dan in de jaren vijftig, toen het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) is geschreven. En als je dat niet erkent, sorry, maar dan zal het niet gaan."

Recht in dienst van de samenleving betekent dat de samenleving via stemgedrag beslist wat recht is. Recht zijn geen onaantastbare, voor altijd in steen uitgehouwen wetten en regels. Recht komt politiek tot stand en moet door een meerderheid in de Tweede Kamer politiek gedragen worden.

Dat is precies wat er gebeurde in het kabinet Schoof. Het kabinet is beslissend over juridische verschillen van mening over asielwetgeving tussen de coalitiepartijen. Coalitiegenoot PVV met minister Faber wilde haar juridisch onhoudbare ‘asielnoodmaatregelenwet’ niet opgeven.

Het werd een keer duidelijk dat de noodmaatregelen niet door het kabinet Schoof werden overgenomen, waardoor de PVV het kabinet liet vallen. Jensma zou dus eigenlijk dik tevreden moeten zijn. In de Nederlandse politiek wordt een correct politiek gevecht geleverd over wat recht is en wat niet.

Waarom is Jensma niet tevreden? Is dat omdat hij vindt dat een rechts kabinet met PVV niet gemogen zou hebben? Het is duidelijk zijn goed recht om dat te vinden maar gekozen volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer oordelen op basis van de verkiezingsuitslag anders.

Het zou Jensma en andere critici sieren als zij zich zouden verdiepen in het waarom van de uitslag en het waarom van de politieke besluitvorming van het kabinet Schoof. Een politieke discussie die zijn grond vindt in de verschuiving naar rechts onder de Nederlandse besluiten.

De regering Schoof was een vertaling van de soevereine wil van het Nederlandse volk die naar rechts opschuift. De vraag is waarom dit gebeurt.

Een antwoord op die vraag zou een betere bijdrage zijn aan het politiek debat in Nederland dan het met de vinger blijven wijzen naar het kabinet Schoof alsof dat een oneigenlijke abberatie is in de Nederlandse politieke geschiedenis.

dinsdag 16 juni 2026

PANIEKFABRIEK: OPWARMING VAN DE AARDE VALT MEE.

 

Portugal 2025

Ik sta altijd weer verbaasd hoeveel drukte men in Nederlandse media maakt als de temperatuur weer eens over de 30 graden komt. Ook de overheid schiet in een kramp en kondigt maatregelen af. Elke hittedode is er immers een teveel. De angst zit er goed in.


De KNMI doet ook een duit in het zakje met een nieuwe uitvinding: hittekracht met een schaal van 1 tot 10. Volgens de KNMI deskundige zegt de temperatuur alleen niet genoeg over hoe het aanvoelt. We hadden dat al voor de koude, nu dus ook voor de warmte.


Dat we uit ervaring weten hoe koude of warmte aanvoelt, mogen we blijkbaar niet meer als vooronderstelling aannemen. We hebben het KNMI nodig om ons te laten voelen wat we moeten voelen. Dat is een luxe die ze in Sudan, Congo,  amazonewouden en in de Gobiwoestijn niet hebben. Leve de vooruitgang.


Hoe zit het eigenlijk met het hittegevaar? De klimatologen hebben intussen erkend dat het ergste scenario, zo’n 5 tot 6 graden gemiddeld wereldwijd, hoogte onwaarschijnlijk is maar toch altijd nog opwarming. Dat is al een mooi winstpunt maar we moeten vooral niet denken dat het dus gaat meevallen. Klimaat is en blijft een verdienmodel.


Maar is opwarming van de aarde nu echt zo slecht? Ik heb het Encyclopedia Googlia naar gevraagd en die meent van niet. Wereldwijd sterven er aanzienlijk meer mensen aan koude dan aan warmte. Volgens grootschalig internationaal onderzoek is ongeveer 9 procent van alle sterfgevallen wereldwijd direct of indirect te linken aan suboptimale temperaturen. Van die groep overlijdt het overgrote deel (meer dan 85%) door blootstelling aan koude.


De cijfers op een rij:


  • Koude: Wereldwijd worden jaarlijks ruwweg 4,5 miljoen sterfgevallen toegeschreven aan koude.
  • Warmte: Hitte is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 600.000 sterfgevallen per jaar.
  • Verhouding: Het aantal koude gerelateerde sterfgevallen ligt hierdoor wereldwijd op een verhouding van ongeveer 8 tot 9 op 1 tegenover warmte gerelateerde sterfgevallen.


Waarom is koude dodelijker? Onderliggend lijden: Extreme kou verergert sluimerende klachten, zoals hart- en vaatziekten en longaandoeningen. Dit leidt vaker tot fatale complicaties dan directe bevriezing of onderkoeling.


Verspreiding en duur: Koude perioden duren in veel regio's langer en komen wereldwijd in meer dichtbevolkte gebieden voor dan extreme hittegolven.


Regionale verschillen:De verhouding verschilt per regio. In gematigde en koudere klimaten (zoals Noord- en Oost-Europa) eist koude veruit de meeste levens. In warmere gebieden en sterk verstedelijkte gebieden kan hitte echter weer een veel prominentere rol spelen.


Geen paniek dus. Het wordt warmer maar niet al teveel en altijd beter dan dat het kouder wordt want dan komen we terecht in een nieuwe ijstijd. Dat lijkt niet goed voor mensen en de biodiversiteit. Immers, hoe warmer hoe levendiger de natuur. Een enkel bezoek aan een land rond de Middellandse Zee zal je daarvan overtuigen.


maandag 15 juni 2026

COMPOSITIE IN BLAUW MET RODE CIRKEL, WOLK EN ZWARTE LIJNEN.

petrus, "Compositie un Blauw met Rode Cirkel, Wolk en Zwarte Lijnen, acrylverf en olieverf op doek geplakt op mdf paneel, 40,5x42 cm 
Te Koop