dinsdag 17 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 48

 
Carnaval 1963
Carnaval vieren we net als Sinterklaas op dansles. Ik was verrast en teleurgesteld dat ze mij niet herkende als Zwarte Piet. Blijkbaar speel ik met overtuiging Zwarte Piet. Gelukkig mistte ze me wel meteen, maar mijn vrienden stelden haar gerust. Ze zou me zeker nog te zien krijgen. Pas toen ze voor mijn neus stond om haar cadeautje aan te pakken en ik knipoogde zag ze de ware Piet.

Zoals het hoort zijn we op het Carnavalsfeest allemaal verkleed. Ik heb een clownspak gehuurd. Dat past bij me, een beetje de dwaas uithangen en proberen mensen op het verkeerde been te zetten. Zij, verkleed als zigeunerin met grote oorringen in, een geel sjaaltje over zwarte krullen, een zwart bolderootje op een witte bloes en een wijde rok, ziet er nog mooier uit dan ze al is. Die avond is broeder eenzaamheid nergens te bekennen.

Maar de tijd gaat snel. Om elf uur moet zij thuis zijn en daar wil ze zich aan houden. Er zijn al spanningen genoeg thuis sinds we met elkaar gaan. Haar moeder vreest nieuwe gevaren, van eigenzinnigheid tot onverwachte zwangerschap. Aan de keukentafel waarschuwt ze ons dat als er kindjes komen, we allebei het huis uit kunnen. Wat kun je daar nu op zeggen? Niemand die weet wat de goden ons zullen brengen. Voorlopig zit alles nog mee.

Terwijl ze de voordeur zo zachtjes mogelijk openmaakt, probeer ik haar te kussen maar ze is mij te vlug af. Koket gooit ze de deur voor mijn kus dicht. Daar hangt mijn kus, ergens tussen de dichte deur en mij. Mijn actie om onze verliefde avond af te sluiten met een klinkende kus is volledig mislukt. Nog steeds in clownspak fiets ik enigszins bedroefd naar huis. Hoe nu verder?

Maar zoals zo vaak, ook in de liefde kan het dan vriezen en dan weer dooien. Vandaag, de dag na de kus, was het dooidag. Ze bekent dat ze nog met de klink van de deur al spijt had van haar kordate optreden. Eigenlijk had ze me willen kussen maar ze was verrast en geschrokken tegelijk en als een hert in het bos dat zich bedreigd voelt weggesprongen. Zoveel was zeker, de roetsjbaan van onze liefde is nog niet ten einde.

(verschijnt elke dinsdag)

maandag 16 juli 2018

SLAVENFORT

WC in het Slavenfort op het eiland Goree voor de kust van Senegal.
Vanaf het fort werden scheepsladingen slaven uit heel West Afrika 
vervoerd naar Zuid en Noord Amerika.

vrijdag 13 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 46

 
De IJzertoren werd in de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd als een monument ter herdenking van de gevallen Vlaamse soldaten in de Eerste Wereldoorlog en als uitdrukking van de Vlaamse wil tot  politieke zelfstandigheid. De letters VVK-AVV staan voor Vlaanderen voor Kristus en Alles Voor Vlaanderen. In 1946 werd de toren door een aanslag vernietigd. In de jaren vijftig werd de toren op dezelfde plek bij Diksmuide in Vlaamse Westhoek waar de slag aan de IJzer plaatsvond, opnieuw opgebouwd. De toren is ingericht als museum over oorlog, vrede en Vlaamse ontvoogding. (Wikipedia: IJzertoren, IJzerbedevaart)
De zinsnede “In België is voor de Walen alles, voor de Vlamingen niets” in de eerste open brief aan Koning Albert I van de Vlaamse soldaten ten tijde van de Eerste Wereld Oorlog ligt het hele conflict besloten dat tot de dag van vandaag de Belgische politiek beheerst onder de noemer “communautaire spanningen”.

De Vlaamse Beweging organiseerde zich na de Eerste Wereldoorlog politiek in de Frontbeweging. “Tijdens het interbellum bereikte de Vlaamse Beweging, partijpolitiek georganiseerd in de Frontpartij, haar hoogtepunt. Getuige daarvan de Bormsverkiezing op 9 december 1928 en de eerste belangrijke overwinning met de taalwetten in 1932.” (Wikipedia: Vlaamse Beweging)

De samenwerking van Vlaamse politieke leiders met de Duitse bezetter, waaronder August Borms van de Frontpartij, tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, leidde tot een terugslag van de Vlaamse Zaak.

“Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen opnieuw delen van de Vlaamse Beweging over tot collaboratie. De repressie na de oorlog leidde tot zeer harde bestraffingen: meer dan 400.000 dossiers, 240 doodstraffen, zoals in het geval van Leo Vindevogel en August Borms. De Vlaamse Beweging was organisatorisch vernietigd en moreel in diskrediet gebracht. Toch werd in mei 1949 reeds de Vlaamse Concentratie opgericht, de eerste naoorlogse Vlaamsgezinde partij die vooral streefde naar amnestie voor de getroffenen van de repressie en epuratie.” (Wikipedia: Vlaamse Beweging)

Maar die terugslag was niet voor lang. Het opblazen van de eerste IJzertoren (maart 1946) blies de Vlaamse Beweging tevens nieuw politiek leven in. “De IJzertoren is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen. De jaarlijkse IJzerbedevaart aan de voet van de toren is een politieke manifestatie tegen oorlog en voor Vlaams zelfbestuur.” (Wikipedia: IJzertoren)

De daders van de aanslag zijn in nevelen gehuld. “De omstandigheden rond de verwoesting van de toren en de afwikkeling erna vormen in de Belgische naoorlogse periode, zij  het in een andere context, een al even beladen dossier als de moord op Julien Lahaut op 11 augustus 1950.” (Wikipedia:IJzertoren)

“Julien Lahaut was een Belgische politicus en destijds voorzitter van de Kommunistische Partij van België (KPB). Het werd vermoord een week nadat Boudewijn op 11 augustus 1950 de eed als Koninklijke Prins aflegde en iemand op de plechtigheid “Vive la République” riep. Lahaut werd aangeduid als de persoon die dit geroepen zou hebben maar daar is ook vaak aan getwijfeld.” (Wikipedia: Julien Lahaut). 


Na 65 jaar stelden 3 historici dat de moord was gepleegd door een anticommunistische inlichtingen en actiedienst. Een gerucht zegt dat de aanslag is gepleegd door Leopoldisten, aanhangers van Koning Leopold III die in 1950 wegens zijn optreden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog moest aftreden.

De IJzertoren werd opnieuw opgebouwd. In een crypte werden enkele bekende gesneuvelde Vlaamse soldaten begraven.




(verschijnt elke vrijdag)

woensdag 11 juli 2018

HET GOUDEN VARKEN


 Isaac van Ostade (omgeving), Geslacht Varken op een ladder, olieverf op canvas,
ongeveer 1640
In de Gouden Eeuw van de Nederlandse schilderkunst was een geslacht varken
of rund (Rembrandt) een veelvuldig voorkomend thema in de schilderkunst.

Dit schilderij heeft de Osse ereburger Saal van Zwanenberg in 1969 aan de gemeente Oss.
Hij is het zelf komen afleveren. Het had altijd op zijn werkkamer gehangen en hij vond dat 
het in Oss moest blijven. 
De gemeenteraad op zijn beurt vond dat Saal van Zwanenberg een belangrijke invloed
heeft gehad op de ontwikkeling van welvaart en welzijn van Oss.
Uit de schenking blijkt dat hij Oss een warm hart toedraagt.

Saal van Zwanenberg is blijkbaar nog van de generatie ondernemers die zich verbonden voelen met een stad. Dat kan van veel moderne ondernemers niet meer gezegd worden.
Hun loyaliteit ligt eerder bij de beurs en de aandeelhouders dan bij de werknemers
en de stad waar ze gevestigd zijn.

De stad Oss doet er goed aan het varken in ere te houden. Zonder varken zou Oss een stuk minder welvarend zijn geweest. Half Oss werkte ooit in de vleesindustrie waaronder de fabrieken van Zwanenberg en Hartog. De geschiedenis van deze twee fabrieken gaat terug tot 1875. De bacon productie voor de export begon in 1889. Dankzij een koelmachine kon er voortaan het hele jaar door geslacht worden.

Kees de Kort, Varkenseter, acryl op doek, 1988
De varkeneter wordt door de schilder afgebeeld als een soort van kanibaal.
Na het dier in stukken gesneden te hebben, eet hij het zo goed als rauw op.
Het zal me niet verbazen als de schilder tegen het eten van vlees is.

Er kwam een margarinefabriek bij, een raffinaderij voor dierlijke oliën en vetten en fabrieken voor ijs, zeep en conserven. De margarine fabriek werd in 1929 overgenomen door Unilever. De wens om bijproducten nuttig te gebruiken leidde tot wetenschappelijk onderzoek naar insulineproductie waaruit in 1923 het dochterbedrijf Organon ontstond. In 1920 werd Saal Zwanenberg algemeen directeur van de firma Zwanenberg Slachterijen en Fabrieken. (Zie Wikipedia: Zwanenberg)


Naoorlogse groepsfoto van werknemers bij Zwanenberg.
Al deze mensen en hun gezinnen verdienden hun kost bij Zwanenberg.
Mijn vader zit er ook tussen.

Over hoeveel mensen bij Zwanenberg en andere vleesfabrieken in Oss hun brood verdienden,
heb ik niet kunnen vinden.

Mijn halve familie werkte na de Tweede Wereldoorlog in de varkensslachterijen van Zwanenberg. Mijn vader is daar zijn werkend leven begonnen, maar ook mijn grootvader werkte daar en enkele ooms. Er werkten toen duizenden mensen in de vleesfabrieken. Ik heb er zelf ook ooit gewerkt als scholier in de zomervakantie. Eerst moest ik de oren van de pas geslachte varkens afsnijden. Daarna moest ik meten of de zuurtegraad van de achterhammen niet te hoog was om er ham van te maken. Ik heb ook nog een tijdje in de kelders beneden gewerkt bij het zouten van de bacon bestemd voor de export naar Engeland.


Kees de Kort, Zonder Titel, olieverf en acrylverf op doek, 1987.
Ik zou dit doek de titel geven "Het varken als slachtoffer" want zo ligt het op er bij.
Het blauwe kruis versterkt het slachtofferschap.
Het is een slachtoffer zonder gezicht.

In de zomer verdienden we thuis dankzij Zwanenberg bij met het schoonmaken van sperzieboontjes voor de conservenfabriek van Zwanenberg. In de de schuur hielden we stuk of zeven varkens die gevoerd werden met etensresten en varkensvoer. Eenmaal op gewicht werden ze verkocht aan Zwanenberg wat een welkome aanvulling was op het weekloon van mijn vader.


Daan de Boer, 'Bacon & Eggs' (2012)

Ik kon toen niet vermoeden dat een kunstenaar ter gelegenheid van de tentoonstelling “We are food - over de kunst van voedsel”  in het Jan Cunen Museum op het idee zou komen om in het trappenhuis van boven naar beneden lappen namaak spek met een gebakken ei op te hangen. Het Museum noemt het “een kathedraal van ham en spek”. In die kathedraal wordt een erdedienst gehouden voor eten en dan vooral het varken.

Guido Geelen, 'Gouden Varken' (2000)

Aangezien het varken voor Oss goud heeft opgeleverd, is het niet meer dan billijk dat er beneden in de kathedraal een gouden varken staat. Van mij had dat varken wel een zwaargewicht van goud mogen zijn in plaats van  eentje met gaten. Maar het idee dat het varken goud is geweest voor Oss komt in ieder geval wel over.

De tentoonstelling "We are food - Over de kunst van Voedsel" in het Jan Cunen Museum te Oss duurt nog tot 16 september.

dinsdag 10 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 47

Ons eerste verjaardagsfeestje
Haar vijftiende verjaardag vieren we in de woonkamer bij haar thuis. Zij heeft haar goede vriendin T. uitgenodigd, ik breng mijn vriend H. mee. Een intiem feestje waarop we voorzichtig kunnen dansen tussen tafel en kast dankzij de Grundig radio met platenwisselaar. Haar moeder maakt een enkele foto met de Voigtländer Vitoret camera met zwart-wit filmrolletje, haar verjaardagscadeau van thuis.

De winter komt goed op gang. Op de toren van de Grote Kerk wappert tot mijn blijdschap de vlag van de schaatsbaan. Die vlag is voor alle mensen van goede wil in O. en omstreken het signaal dat de schaatsbaan open is. Ik bel haar meteen om te vragen of we samen gaan schaatsen. Haar moeder neemt op. Als ik zo graag met haar wil gaan schaatsen, moet ik haar maar komen halen, klinkt het in de zwart bakelieten hoorn. Ik ben al op weg.

Die avond nog schaatsen we losjes hand in hand rondjes op de romantisch verlichte schaatsbaan begeleid door Nederlandse levensliederen. Regelmatig horen we het tragische levenslied Brandend Zand van Anneke Gröloh. Brandend hart zal ze bedoelen maar eerlijk gezegd zal Zwarte Dino, de vermoorde Rocco en de ongelukkige Nina ons een zorg zijn. We hebben heel andere dingen aan ons hoofd.

Dankzij de aanhoudend winter beleven we op zaterdagmiddag een nieuw romantisch hoogtepunt. We schaatsen op een midden in de bossen gelegen ven samen met tientallen andere liefhebbers maar dat hindert ons niet. De zon schijnt, het wordt allengs zachter weer maar wij blijven rondjes maken totdat we natte voeten krijgen van het smeltwater en de ijsvloer gevaarlijk begint te deinen. Pas wanneer het echt niet meer kan, gaan we aan de kant onze schaatsen uitdoen. Moe en gelukkig fietsen we naar huis.

Op doordeweekse dagen zien we elkaar ’s morgens vroeg op weg naar school. We fietsen allebei een eindje om zodat we elkaar ter hoogte van de Grote Kerk tegenkomen. Ik zie haar al van verre aan komen fietsen. In de harde windvlagen rond de kerktoren probeert ze haar opwaaiende rok te bedwingen. Ze slaat hem met een hand naar beneden terwijl ze met haar andere hand het stuur vasthoudt. Een beeld voor de eeuwigheid.


(verschijnt elke dinsdag)