donderdag 30 april 2026

MEDEDOGEN (FOTOGRAFIE CREDO)

 

De twee indiaanse vrouwen bidden in de kathedraal van Mexico-stad 1975. Een van de eerste foto's van mijn eerste fotoproject.

Mededogen is nu niet direct een woord dat je in verband brengt met fotografie. Toch is dat thema of misschien beter gezegd de grondhouding waarmee ik sinds mijn eerste fotoproject in Mexico foto's maak.


Het gaat om zowel mededogen met de individuele mens als ook met de mensheid in het algemeen. Het is het besef van "la condition humaine”, dat wij mensen zijn veroordeeld tot een bestaan op deze aarde zonder te weten waarom en waartoe het dient. 


Landarbeider op het platteland van Costa Rica 1977


Het is in veel gevallen een lijdend bestaan, een eenzaam bestaan zonder duidelijke zingeving en altijd eindigend met de dood. Mededogen komt voort uit het besef van het menselijk tekort waarmee we allemaal zonder onderscheid des persoons gedoemd zijn te leven en waaruit we niet kunnen ontsnappen.


Mededogen is een levenshouding die naar ik vermoed heb geërfd van mijn ouders en voorouders. Ik ben opgevoed met het katholieke geloof in Jezus Christus. Die heeft met zijn leer zijn Vader als de God van het Mededogen in onze geschiedenis gebracht.  

Vuilnisman in Antwerpen, België 1994


Zijn Vader God is een heel andere God dan de oude goden van de Grieken en de Romeinen en ook de God van het Oude Testament.  De goden der ouden trokken zich geen zier aan van het lot van de mensen. Integendeel, ze speelden met de mensen, haalden grappen met ze uit en verwekten bij hun vrouwen nageslacht die als halfgoden ter wereld kwamen.


De Vader van Jezus Christus is daarentegen een God die mededogen heeft met de mensheid en de mensen wil verlossen uit hun existentiële angsten, hun eenzaamheid, radeloosheid en lijden. Hij belooft mensen die in Zijn Mededogen geloven een leven na de dood waar ze voor eeuwig verlost zullen zijn van het menselijk tekort.


Cuzco, Peru 2003


Om de boodschap van mededogen van Zijn Vader hier op aarde kracht bij te zetten, stierf Jezus Christus zelf een gewelddadige dood aan het kruis. Dat kruis wordt na zijn dood dan ook hét teken van mededogen én verlossing voor al degenen die in hem geloven.


De vrouwen pletten gevonden blikjes om te verkopen als oud ijzer. Havanna, Cuba 2008.


Ik vertel dit geërfde verhaal niet om mijzelf en mijn foto’s als een Christelijke boodschapper te duiden maar om de achtergrond aan te geven van waaruit ik mijn foto’s maak. Ik geloof zelf niet in de verlossing met een leven na de dood. Ik geloof wel in mededogen en de kracht van de liefde en menselijke waardigheid die daarin schuilt.


Portret van en jongen in een buitenwijk van Lomé, Togo 2014


Ik hoop dat mijn foto’s in al hun eenvoud getuigen van mededogen en medemenselijkheid en aldus kunnen bijdragen aan een wereld met een beetje minder eenzaamheid, angst en lijden.


Wandelaars in Maastricht, 2020


woensdag 29 april 2026

CUBA EN HET LINKSE GEBAAR

Bovenaan: ter verdediging van de democratie. Onderaan: Mexico, Spanje en Brazilië sturen een berichtje naar Trump: vragen om de territoriale integriteit van Cuba te respecteren.


Half April was er een bijeenkomst in Spanje van socialistische leiders uit de hele wereld onder de naam Global Progressive Mobilisation. Het woord socialisme is blijkbaar electoraal gedegradeerd zodat het meer en meer wordt vervangen door Progressief zoals in Nederland onlangs. In Vlaanderen opereren de socialisten dan weer liever onder de naam Vooruit. Valmingen zijn taalgevoelige voor woorden overgenomen uit den vreemde.


Op de agenda stonden o.a. de hervorming van de VN Veiligheidsraad, intussen een machteloos instrument geworden ter handhaving van de vrede in de wereld, en het belasten van miljardairs. Maar een opvallende punt was toch ook de solidariteit met Cuba.


Dat land wordt door president Trump met een olie blokkade economisch gewurgd al hoewel laatstelijk Trump een Russisch olieschip ongemoeid naar Cuba liet varen. Maar dat is natuurlijk maar een druppel op de gloeiende plaat.


Volgens de socialisten is er als gevolg van deze blokkade sprake van een humanitaire crisis. Het tragische van Cuba is dat deze humanitaire crisis al tientallen jaren aan de gang is zonder dat de socialisten van Spanje en andere landen als Mexico en Brazilië erin geslaagd zijn om ook maar en titel of jota te veranderen aan die crisis die het gevolg is van de communistische dictatuur van de familie Castro cum suis.


Toen ik het eiland in 2008 (50 jaar na de communistische staatsgreep van commandante Fidel Castro)  bezocht was er al sprake van een ernstige crisis. Er was weliswaar geen hongersnood, maar de armoede was schrijnend. Vergeleken met de Dominicaanse Republiek, om maar niet te spreken van andere Caraïbische eilanden waaronder ook Curacao en Aruba, is Cuba een onderontwikkeld en bijna achterlijk eiland.


Schoolklas van kinderen met een beperking in Havana (2008). Er mag dan gebrek aan van alles zijn, de rode das van de revolutie blijft verplicht.



Van de alom geroemde gratis gezondheidszorg is al jaren niets over. Op onze wandeltocht door Havana stuiten we op een schooltje voor kinderen met een beperking. Ik had een zo een armetierig lokaal nog nooit gezien in Latijns Amerika behalve in afgelegen, dun bevolkte gebieden. 


De docenten vertelden dat ze helemaal niets hebben om de kinderen mee bezig te houden.Ze vroegen ons of zij niet konden helpen al was het maar met wat schrijfwaar en papier. Toevallig hadden we wat balpennen bij ons bestemd voor een verboden vakbond van onderwijzers. We hebben de pennen toen maar aan hun gegeven.


Openbaar vervoer in het stadje Viñales


Op onze reis naar het binnenland leerden we dat er nauwelijks openbaar vervoer is terwijl je toch in de rest van Latijns Amerika overal de bus kunt nemen, zelfs in de meest afgelegen streken. Voor toeristen rijden in Cuba speciale, beter onderhouden bussen. De breed aangelegde wegen zijn leeg op een enkele auto na. Langs de weg staan mensen die een lift willen. Ondanks dat het verboden is, neemt de buschauffeur af en toe een passagier mee.


Terug in Havana liepen we uit nieuwsgierigheid een hal binnen. We zagen wat tafeltjes met wat schamele groenten en fruit te koop liggen, resultaat van eigen teelt. Die is eigenlijk verboden maar wordt oogluikend toegelaten zo lang er niet teveel wordt aangeboden.


De verkoop uit eigen teelt wordt op heel kleine schaal toegestaan.


Vlees is voor de gewone Cubaan onbetaalbaar. Alleen in restaurants voor toeristen staat vlees in beperkte mate op het menu. Het meest krankzinnige is dat je op een eiland als Cuba dat midden in de Caraïbische zee ligt nergens vis of garnalen kunt eten. Je ziet ook bijna nergens boten terwijl op elk eiland waar dan ook in de wereld het stikt van vissersboten op stranden en in baaien. Maar op Cuba zijn ze verboden omdat ze gebruikt kunnen worden om het eiland te ontvluchten.


Bonnenboekje winkel in Havanna


Toch hebben we garnalen gegeten. Illegale garnalen want alle officiële vangst wordt geëxporteerd. Die export is net als de productie van rum en sigaren in handen van het leger. De legertop beschikt zo ongeveer over de helft van alle economische activiteiten op het eiland.


Voor zover er op het eiland geld binnenkomt is dat dankzij het toerisme en vooral dankzij gevluchte Cubanen die vanuit Amerika en de rest van de wereld geld en goederen sturen naar familie, vrienden en bekenden. Vanzelfsprekend wordt deze import naar socialistische gewoonte zwaar belast met een tarief van meer dan 50%.


Het communisme heeft het eiland niet alleen armoede gebracht maar vooral ook onderdrukking. Er bestaat sinds de revolutie van 1958 die het eiland heette te bevrijden van de dictatuur van Trujillo, geen vrijheid van meningsuiting of vereniging, geen vrije verkiezingen, geen andere krant dan die van de communistische partij enz.


Dat is het Cuba dat we zagen en dat nu door de olieblokkade in een nog grotere crisis wordt gestort. Dat deugt niet, maar van Trump weten we dat hij als vastgoedhandelaar niet geïnteresseerd is in het lot van de bewoners van vastgoed. 


Maar wat te denken van de socialistische landen Spanje, Brazilië en Mexico die op hun wereldcongres in Spanje verklaren dat ze “tot op de dag van vandaag geloven dat geen enkel volk klein is, maar juist groot en standvastig wanneer het zijn soevereiniteit en het recht op een volwaardig leven verdedigt?”


Maar dat is nu juist waar het de Cubanen al sinds de revolutie aan ontbreekt. Hen wordt door het communistisch regime geen waardigheid, geen vrijheid en geen mensenrechten gegund. Blijkbaar gaat het deze drie landen niet om de mensenrechten van de Cubanen maar om een mooi groot linkse gebaar tegenover president Trump. 


Zie ook de blog "Armoede in Kleur op Cuba" van 26 maart j.l.

 

dinsdag 28 april 2026

CORRUPTIE BIJ ADOPTIE EN PROSTITUTIE

Dominicaanse Republiek 1980

 

Wie stond er pakweg 40 jaar geleden bij stil dat een volwassen geadopteerd kind meer zou willen weten over zijn of haar biologisch ouders? In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw leek adoptie van pas geboren kansloze kinderen uit ontwikkelingslanden (of Derde Wereld landen) een mooie manier om de armoede in de wereld te bestrijden.


De bloedband leek toen van ondergeschikt belang vergeleken met hun armoede totdat ze eenmaal volwassen nieuwsgierig werden naar hun biologische ouders. 


Bij hett onderzoek naar hun afkomst stuiten geadopteerde kinderen op corruptie in het land van geboorte. Ook daar dachten we toen hier niet aan. We dachten dat het daar hetzelfde aan toe gaat als hier, misschien iets minder gereguleerd. 


Aan  brutale vervalsing van geboortepapieren, paspoorten en misbruik van namen dacht men niet, ook niet bij de in adoptie gespecialiseerde stichtingen. Die waren bezig met het goede doel. Dat corruptie in de meeste Derde Wereld landen een normaal onderdeel van het leven is, viel buiten onze horizon.


Wie in Mexico geboren is, kan alleen maar het land met een Mexicaanse paspoort. Dat is op zich probleem als je maar de nodige papieren kunt overleggen. Voor de aanvraag van een paspoort heb je het geboortebewijs van de gemeente nodig. 


Bij gebrek aan kopieerpapier kon de gemeente mij tot twee keer toe niet helpen. Een VN collega maakte me duidelijk dat de ambtenaar in kwestie een kleine tegemoetkoming verwacht ook al zijn volgens de wet de geboorte aktes gratis. Geen geld, geen papieren. Toen ik bij de derde keer mijn VN paspoort tevoorschijn haalde in plaats van geld, kreeg ik alsnog de benodigde kopieën. 


Tijdens het wachten, sprak ik een vrouw van indiaanse afkomst. Zij vertelde dat ze moest betalen voor de geboorte akte terwijl ze weinig geld heeft. Ze hoopte dat de prijs niet al te hoog zou zijn. 


In Costa Rica moesten we vlak voor vertrek een migratie ambtenaar omkopen omdat hij de geldige papieren van mijn pas geboren dochter niet goed keurde. In plaats van een paspoort voor haar, daar was geen tijd voor, had ik een document van het Ministerie van Binnenlandse zaken waarin toestemming tot vertrek werd verleend. Dat was onvoldoende volgens de ambtenaar. Twintig dolla bleek genoeg te zijn.


Een heel ander verhaal is de smokkel van jonge meisjes uit de Dominicaanse Republiek die ingezet werden in de prostitutie in Antwerpen en Rotterdam. De jonge vrouwen kwamen naar Nederland als zogenaamde dochters van een Dominicaanse vrouw die met haar Antilliaanse man in Nederland woonde.De vrouw regelde met behulp van corrupte ambtenaren de papieren voor deze meisjes zodat ze legaal Nederland konden binnenkomen. 


maandag 27 april 2026

RODE CIRKEL MET BLAUW VLAK EN GELE LIJN

 

petrus, Rode Cirkel met Blauw Vlak en Gele Lijn, olie en acrylverf op mdf paneel, 80 x80 cm.
Te Koop € 2000,-

vrijdag 24 april 2026

85. MEXICAANSE VERTELLINGEN. NAAIATELIER

Na hun ontslag uit de textielfabriek zijn vier vrouwen een naaiatelier begonnen in de vorm van een coöperatie. Hun voormalige vakbond helpt hen de zaak op poten te zetten. Mexico-stad 1980. 

Julia is gestopt met werken sinds ze zwanger is. De dagelijkse reis naar het naaiatelier is een te grote belasting geworden. Die begint met een wandeling naar de avenida waar ze met een beetje geluk niet te lang op een bus hoeft te wachten. Na een reis van drie kwartier, de bus stopt om de haverklap om passagiers langs de kant van de weg op te pikken, moet ze nog eens twintig minuten lopen. 


Al met al kost het haar dagelijks ruim een uur reizen om op haar werk te komen. Heen en weer is ze twee uur onderweg en dan hebben we het nog niet over de lange werkdag in het atelier. Dat is trouwens een veel te mooi woord voor het simpele bakstenen hok, niet veel meer dan een groot uitgevallen  garage, met veel te kleine ramen. 


Het is dat haar 4 collega’s min of meer vriendinnen zijn anders zou ze het niet vol kunnen houden. Ze zijn het atelier nu alweer een jaar geleden samen begonnen als een coöperatie toen de textielfabriek waar ze werkten, failliet ging. Met hulp van de bedrijfsbond hebben ze toen zelf maar een naaiatelier opgezet, zodat ze toch nog wat verdienen. Voorlopig moet de coöperatie het zonder haar doen.


Diego moet nu de kost voor hun beiden verdienen. Hij maakt nog altijd muurschilderingen maar dan op de muren van winkels, hotels en restaurants. Sinds David met zijn muurschilderingen in Amerika aan de slag is gegaan, zat er voor Diego niks anders op dan reclameschilder te worden.


Een tijd lang heeft hij nog geprobeerd kunstschilder te zijn. In zijn spaarzame tijd schildert hij scènes van armoede, gebrek, eenzaamheid en slecht betaalde arbeid. Het zijn schilderijen van mededogen met zijn medemens maar wie koopt er mededogen? De meeste mensen hebben de handen vol aan zichzelf? 


Portretten zou nog iets kunnen zijn maar de mensen die hij doorgaans ontmoet, zitten daar niet om verlegen. Als die al een portret van zichzelf zouden willen hebben, gaan ze naar de fotograaf. Dat is sneller en goedkoper. Zijn schilderijen staan nu in een hoek van de slaapkamer onder stof weg te kwijnen. 


De herinneringen aan de tijd dat ze beiden geloofden in een avontuurlijke toekomst waarin Diego een beroemde kunstenaar zou worden, worden verdrongen door dagelijkse beslommeringen. Dat stemt Julia droevig en soms opstandig, maar wat kan ze doen?


Ze vraagt zich af hoe het komt dat terwijl hun vrienden David en Frida zoveel succes hebben, het haar Diego maar niet lukt om als kunstenaar ook succes te hebben en beroemd te worden? Wat kan David, wat Diego niet kan? 


Is het gebrek aan talent? Heeft hij een geen sociale vaardigheden om een netwerk van mensen in de kunstwereld, galeriehouders en kunstminnaars op te bouwen? Ontbreekt het hem aan ondernemerszin of heeft hij nooit echt geloofd in zijn schilderkunst?  


Misschien is het wel dat laatste. Per slot van rekening is kunstschilder niet zo maar een ambacht zoals timmerman, loodgieter of metselaar en zelfs die moeten hun werk met een zekere mate van toewijding doen. Het ambacht van kunstschilder is op zichzelf, puur technisch gezien, niet zo moeilijk. Het moeilijkste is de toewijding, de liefde, de overgave of de ziel en dat heb je of heb je niet. Misschien is het een beetje van dat alles met ook nog eens een gebrek aan ambitie.


Hoe vaker ze hem ’s avonds laat thuis ziet komen, moe en teneergeslagen, hoe meer ze begint te beseffen dat Diego hoe dan ook geen ambities heeft, niet om een groot kunstschilder te worden en zeker niet om beroemd en rijk te worden terwijl dat toch ook een belangrijk deel was van haar droom met Diego.

donderdag 23 april 2026

MODEL VOOR AMATEURFOTOGRAFEN






















woensdag 22 april 2026

DE JIHAD VAN DE REVOLUTIONAIRE GARDE

De Revolutionaire Garde, Hamas en Hezbollah staan op de EU lijst van terroristische organisaties. Stel je voor dat een van die organisaties een atoombom in handen krijgt.



 

Voelde president Trump zich door het succes van de Amerikaanse interventie in Venezuela aangemoedigd om een oorlog met Iran te beginnen? Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Trump beslist sowieso niet alleen. 


Aan de militaire acties in Venezuela zijn maanden van voorbereiding vooraf gegaan tot aan een nauwkeurig nabootsing van de verblijfplaats van president Maduro en zijn vrouw toe.


Vergeleken met Iran is Venezuela met zijn leger van ongeveer 200.000 militairen met weinig of geen oorlogservaring en verouderde wapens een militaire dwerg. Latijns-Amerikaanse legers staan over het algemeen niet bekend om hun grote discipline en hun organisatievermogen. Venezuela is daar geen uitzondering op. Het enige goed georganiseerde leger in Latijns Amerika is dat van Chili. 


Iran is bijna twee keer zo groot als Venezuela ofwel bijna 50 keer groter dan Nederland. Het Iraanse leger telt naar schatting 800.000 militairen waarvan ongeveer 350.000 manschappen behoren tot de Revolutionaire Garde. Het reguliere leger en de Garde zijn modern en goed uitgerust.


Ze beschikken over veel oorlogservaring. De legers zijn ten nauwste betrokken bij alle oorlogen van Iran’s bondgenoten Hamas, Hezbollah en Houthie’s tegen Israel. Het zijn goed georganiseerde legers met een sterke interne discipline en commandostructuur.


Maar wat het Iraanse leger en de Revolutionaire Garde tot geharde tegenstanders maakt, is hun religieus fanatisme of jihadisme, een fanatisme dat we ook terugzien bij bondgenoten Hamas, Hezbollah en Houthie’s. Een fanatisme dat geen rekening houdt met het lijden van de eigen burgerbevolking. Integendeel de burgerbevolking wanneer nodig als schild gebruikt.


Zo heeft Hamas een groot deel van zijn bevolking en de infrastructuur van Gaza opgeofferd aan zijn strijd tegen Israel. Pas toen Gaza zo goed als plat was gebombardeerd en naar schatting 70.000 strijders en burgers waren omgekomen, waaronder 20.000 kinderen, wilde Hamas praten over een wapenstilstand en de ruil van Palestijnse gevangenen voor de laatste gijzelaars.


Hezbollah is al net zo fanatiek. Ook Hezbollah schuwt de ongelijke strijd met Israel ten koste van de eigen bevolking niet. Vergelijk dat eens met het Duitse bombardement op Rotterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Daarbij vielen ongeveer duizend doden en werd de binnenstad weggevaagd. Voor Nederland was dit en de dreiging van een tweede bombardement genoeg om te capituleren.


In de ogen van het Iran van de Ayatolla’s is de oorlog met Amerika en Israel een jihad die deel uitmaakt van een cultuur oorlog tussen de Sjiitische Islam en het westen. Israel is daarbij de spil waar alles om draait. Dat land is een immers een product van het westen van na de Tweede Wereldoorlog en vormt vanwege zijn Joodse en westerse karakter een bedreiging voor de Ayatollah’s.