![]() |
| Een schilderij van petrus. |
Ik lees in FD een verhaal overgenomen uit de Economist over de boomers (geboren na de Tweede Wereldoorlog). Zij zouden het leven van de huidige generatie moeilijk maken omdat ze huizen bezitten die intussen veel waard zijn. Ze hebben het geld in de schoot geworpen gekregen, heet het en tot overmaat van ramp gaan ze ook nog eens lekker vroeg met pensioen.
Intussen is vastgesteld dat het allemaal reuze meevalt. "Jongere generatie meestal rijker dan hun voorgangers" zo luidt de aanhef van een bericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
"Jongere generaties hebben meestal meer koopkracht en een hoger vermogen dan oudere generaties op dezelfde leeftijd hadden. Tot ongeveer 30 jaar hebben de generaties geboren vanaf 1985 (millennials en gen Z) minder vermogen dan hun voorgangers. De generatie geboren tussen 1970 en 1985 heeft op elke leeftijd het vaakst een eigen woning."
De eigen woning is altijd al moeilijk geweest. Waar dat precies aan ligt? Is er teveel planning en regulering of juist te weinig? Is het een inflexibele markt omdat de overheid beperkingen oplegt aan de huren? Wordt er in het algemeen te weinig in woningen geïnvesteerd? Hoe dan ook de deskundigen vechten elkaar al jaren de tent uit en een snelle oplossing lijkt niet mogelijk.
Was het voor ons boomers gemakkelijker? Ik kan me het niet herinneren. Huurhuizen waren schaars en duur naar verhouding van je loon. Een huis kopen was nog moeilijker in de jaren tachtig van de vorige eeuw met de nu onvoorstelbare hypotheekrente van rond de 11 procent!! Goddank dat er hypotheekrente aftrek was. Zonder dat en een kleine bijdrage van ouders was het onmogelijk geweest om een huis te kopen.
Ondanks de hypotheekrente aftrek moest je met je gezin zuinig aandoen om de maandelijkse hypotheeklasten te kunnen betalen. Je was blij als de kinderbijslag weer binnenkwam. Konden er wat extra dingen aangeschaft worden.
Het is waar. De generatie boomers kon nog met 65 jaar op pensioen.
Er zijn zelfs vervroegde pensioenregelingen geweest voor de oudere generatie om de jongeren kansen op werk te geven. Toen een mooie regeling om ouderen plaats te laten maken voor jongeren.
Intussen zijn de pensioenregelingen aangepast aan de levensverwachting om ze betaalbaar te houden voor overheid en bedrijfsleven. Overigens blijven nu veel gepensioneerden mits gezond, werken. Ze doen ook heel vaak vrijwilligerswerk.
De AOW is als een soort minimumregeling overeind gebleven. Het is geen vetpot maar ook niet niks. Met een opgebouwd pensioen er bij is het een prima pensioenvoorziening.
Elke generatie heeft zo zijn eigen sores. Daarvoor een generatie eerder verantwoordelijk stellen is onzin. Die Soren zijn niet te voorzien ook al denkt men in Nederland vaak van wel. Men meent soms tot 100 jaar vooruit te kunnen plannen. Naast de maakbaarheid van de samenleving is er nu de maakbaarheid van de toekomst. In werkelijkheid loopt het uiteindelijk allemaal anders door onverwachte gebeurtenissen.
Kijk naar de afgelopen decennia. Wie wist dat de Muur van Berlijn zou vallen en de Sovjet Unie instorten, van de Corona epidemie, de bankencrisis, de oorlog in Oekraïne, de klimaat en stikstof hype?
Beter is om flexibel te zijn en te improviseren als het nodig is. Maar ja, is dat te leren? Nederland is geen Italië of zelfs geen België. Wij houden van zekerheden ook al zijn ze maar schijn.







