![]() |
| Zelfportret met een levensgrote foto van een ernstig kijkende Martin Parr tijdens een tentoonstelling van zijn foto's in het Museum Huis van Hundertwasser te Wenen in 2016. |
Ik kom terug op de vorig jaar overleden Matin Parr. Een van de bekendste en meest gewaardeerde moderne fotografen.Met zijn foto's heeft hij me geleerd nog beter te kijken.
Ik zie in zijn foto's mededogen met de mensheid, het besef van de tragiek van het dagelijkse bestaan. Als fotografen kunnen we mededogen hebben maar we kunnen niets aan dat lot zelf veranderen. Bij Parr is de foto geen strijd of actiemiddel om de wereld te veranderen, hooguit om de pijn van het lot te verzachten.
Parr is meer toeschouwer dan deelnemer. Hij maakt zijn foto’s zonder medeweten van de gefotografeerden. Op die manier betrapt hij de menselijke tragiek, vat het samen in een beslissend moment zoals Cartier Bresson dat noemt.
Je kunt als fotograaf er ook voor kiezen om meer deelnemer te worden. Dat wil zeggen in gesprek te gaan met de mensen die je wilt fotograferen. Als je daarbij maar niet teveel gaat regisseren. Dat doet afbreuk aan de spontaniteit van de gefotografeerden. Door te regisseren maak je ze tot acteurs en dat kan niet de bedoeling zijn. De foto hieronder van Walker Evans laat zien wat ik bedoel.
![]() |
| Deze foto van Walker Evans is meer mijn stijl. Bud Fields and hij family, Hale County, Alabama, 1936-1937.B |
Ik heb het eigenlijke kijken, de fotografische blik, geleerd van een generatie fotografen van voor Martin Parr zoals de Amerikaanse fotografen van de Farm Security Administration (1937, New Deal tijdens president Roosevelt) met bijvoorbeeld Dorothea Lange en Walker Evans.
Daarnaast was er het grote voorbeeld van de Franse straatfotograaf Henri Cartier-Bresson (1908-2004). Zijn “le moment decisif” d.w.z. het moment dat het visuele samenvalt met het dramatische, heeft me attent gemaakt op de actie als onderdeel van het dramatische.
![]() |
| Henri Cartier-Bresson, Madrid 1933. |
Dat vereist overigens extra aandacht, goed kijken en zo nodig wachten tot het moment daar is. Dat alles tezamen maakt dat je het ook toevalstreffers kunt noemen met een dramatisch of wat ook altijd raak is, humoristisch moment. Maar het is meer dan toevel. Het vergt technische vaardigheid gecombineerd met fotografische intuïtie.
In de tijd van Cartier-Bresson was die technische vaardigheid veel belangrijker dan nu waarin camera’s vaak volautomatisch zijn. Je hoeft alleen nog maar de lens in te stellen. Tegenwoordig heb je zoomlenzen die gaan van wijdhoeklens (28 mm) naar portretlens (90 mm) zodat je snel kunt beslissen hoe dichtbij of ver je van je onderwerp gaat staan.
![]() |
| petrus, Mexico-stad 1975 |
Niet vanwege de moeilijkheidsgraad maar meer naar mijn eigen opvatting van fotografie besloot ik dat beslissend moment naar mijn hand te zetten en straatportretten te maken van mensen die recht in de lens kijken en spontaan poseren.
Inspiratiebronnen waren de Amerikaanse fotografe Diane Arbus en de Duitse fotograaf August Sander. De laatste vanwege zijn portretten van ambachtslieden. Van Diane Arbus leerde ik straatportretten met flitslicht maken (inflitsen).
![]() |
| Diane Arbus, New York 1966 |
De foto’s winnen aan kracht en detail als je dat doet met bijvoorbeeld een Rolleiflex 6x6 camera. Ik heb die techniek het meest uitgeprobeerd toen ik in Costa Rica woonde en later ook nog in Mexico. In die tijd vergde het instellen van diafragma en belichtingstijd gecombineerd met het flitslicht enige handigheid.
![]() |
| petrus, San José, Costa Rica 1979. |
Bij het maken van een straatfoto moet je snel zijn en mensen goed in kunnen schatten. Over het algemeen hebben mensen weinig geduld met een fotograaf. Als hij dan ook nog lang staat te prutsen aan zijn camera gaat het moment verloren of haakt men af.











