dinsdag 23 juli 2019

BALLONVAART

petrus nelissen, 'Ballonvaart', olieverf op papier (55 x 75 cm), juni 2019

zondag 21 juli 2019

PORTRETTEN MEXICAANSE TEXTIEL WERKSTERS

Bergen werk

Draad in naald brengen

Ernstig Portret

Een glimlach voor de lens

Verlegen?

Grote ogen en een bos haar

Een vrouw aan het werk zoals Vermeer ze geschilderd heeft.

Soft focus met een glimlach

vrijdag 19 juli 2019

MAKE LOVE NOT WAR (WERKTITEL) 17: OPGESLOTEN

Parijs 1977

Wat een luxe. Elke nacht sliepen we ongestoord samen in het eenpersoonsbed op de hotelkamer van Krullenbol. Een smal bed in een kleine kamer met niet meer dan een stoel en een tafeltje. Normaal gesproken is zo een bed veel te smal voor twee mensen maar voor ons twee was deze dagen niets normaal. Integendeel, hoe dichter we tegen elkaar aan lagen, hoe beter. Niet dat we ons van tevoren iets hadden voorgesteld van ons hotel in Parijs, maar een eigen zolderkamer in een versleten maar romantisch hotelletje in Parijs hadden we nooit kunnen bedenken.

Om een uur of negen uur ’s morgens werd op de grond voor de twee kamerdeuren een dienblad neergezet met ons ontbijt: een grote kop koffie met melk, een croissant, jam en boter. Met een korte klop op de deuren liet de bediende weten dat het ontbijt was gearriveerd. Even later sloop ik de kamer van Krullenbol uit om het dienblad voor mijn kamerdeur op te halen om samen op bed te eten. Zo werd onze vakantie in Parijs een ideale huwelijksreis en dat voor de prijs van nog geen honderd gulden per persoon.
 

Over het hoe en waarom van huwelijksreizen wisten we niks maar voor ons was dit er een. Nu leerden we elkaar pas goed kennen. Overdag slenterend door Parijs met al zijn  geheimen, ’s avonds het genot van elkaars aanwezigheid, de zachte herfstnacht en de ochtenden ontwaken in een onbekende stad met nieuwe avonturen. We genoten al wandelend van de zachte herfstzon die de herfstkleuren nog mooier deed uitkomen. Met genoegen keken we naar het Parijse leven in de metro, bezochten op ons gemak de hoogtepunten van de stad, dwaalden door de eindeloze lange gangen met kunst in het Louvre en bekeken de rode neonverlichting van Moulin Rouge op Place Pigalle. Een van onze mooiste ervaringen was het bezoek aan de Caves des Oubliérs, ondergrondse kelders waar ooit gevangenen langzaam wegrotten. Het bezoek werd afgesloten met een klein concert van gezangen uit die tijd. De romantische dramatiek vulde onze beker van geluk tot de rand.

Onderweg spraken we dankbaar over het wonder dat we elkaar hadden gevonden. Alsof het zo moest zijn en niet anders. Was het een wonder dat ergens van boven geregeld was of statistische verantwoord toeval?  Even gemakkelijk hadden we elkaar nooit gezien. Krullenbol had net zo goed niet naar de dansles kunnen gaan toen haar vriendinnen het lieten afweten. Waarom is ze dan toch gekomen? Hangt de wereld aan elkaar van toevalligheden, statistisch verantwoord of niet?

Een wetenschappelijk antwoord voor deze kwestie is er niet. Er wordt van alles beweerd over de liefde en het geluk der geliefden. De literatuur staat er vol mee, er zijn opera’s en operettes over geschreven, films gemaakt en er worden dagelijks liefdesliedjes gezongen op de radio maar niemand die het weet. Het is net als geboren worden, niemand die je kan vertellen waarom je op de wereld bent gezet.

Maar wonder of statistiek, toen ik op een morgen, het moet de tweede morgen van onze huwelijksreis geweest zijn, mijn ontbijt voor mijn kamerdeur wilde ophalen, kreeg ik de deur niet open. Wat ik ook deed, het binnenwerk van het slot was en bleef geblokkeerd. Daar zaten we dan zes hoog opgesloten in ons liefdesnest zonder dat iemand ons kon horen of zien. Wat nu? Er was ook geen telefoon op de hotelkamer waarmee we de receptie zouden kunnen bellen. Uit het raam om hulp roepen naar beneden naar het binnenplaatsje leek ons ook zinloos.


(verschijnt elke vrijdag)

donderdag 18 juli 2019

DE RODE BALLON

petrus nelissen, De Rode Ballon, olieverf op karton, 40x60 cm, juni 2019

woensdag 17 juli 2019

ZON EN KLIMAAT

William Turner, The Scarlet Sunset, 1830-1840

Iedereen weet uit ervaring wat de zon betekent voor het dagelijkse weer en het klimaat. Eenvoudig gezegd: geen zon, geen warmte. Winterzon geeft minder warmte dan een zomerzon. Wolken houden de warmte van de zon tegen. De zee en rivieren weerkaatsen zonlicht en daarmee warmte. Je kunt aan zee verbranden terwijl de zon achter een wolkendek schuilt.

De zon doet het niet alleen. Ze maakt het weer samen met wind, een noordenwind werkt verkoelend een zuiden of oostenwind maakt het warmer in onze contreien. Veel of weinig wind maakt ook verschil in temperatuur net als veel of weinig wolken. Veel vocht in de lucht maakt de warmte broeierig en benauwd, droge warme lucht is daarentegen minder zweterig en gemakkelijker te verdragen.
 

We spreken niet voor niks van ons zonnestelsel. De zon is de baas alleen al vanwege haar omvang. De aarde is vergeleken bij de zon een nietige planeet.  

“De zon heeft een massa van zo'n 1,989 × 1030 kg (1989 quadriljoen ton), dat is gelijk aan 332.946 maal de massa van de aarde. Hiermee is ze verreweg het zwaarste object in ons zonnestelsel. De Zon bevat 99,86% van de massa van ons volledige zonnestelsel. De Zon heeft een diameter van 1. 392. 684 km met een onzekerheid van 130 km. Dit komt overeen met een diameter van 109 maal die van de Aarde, waarmee de Zon het grootste hemellichaam in het zonnestelsel is. De Aarde past er meer dan een miljoen keer in. De straal van de Zon is bijna twee keer zo groot als de afstand tussen de Aarde en de Maan. De oppervlakte van de Zon bedraagt ruwweg 6,1 biljoen vierkante km. Dat is 12 500 maal zoveel als de oppervlakte van de aarde.” 

Toch weten we ondanks eeuwenlang onderzoek nog lang niet alles over de zon. Er zijn nog veel onzekerheden. Zo las ik onlangs in de New Scientist dat wetenschappers sinds kort na herhaaldelijke berekeningen een enorme massa zon kwijt zijn.

Dat de zon invloed heeft op ons klimaat ligt voor de hand, maar wat voor invloed precies is moeilijker vast te stellen. 


“De 11-jarige zonnecyclus heeft een grote invloed op het zonneweer en heeft mogelijk een belangrijke invloed op het aardse klimaat. Minimale zonneactiviteit (met weinig of geen zonnevlekken) lijkt verband te houden met lage temperaturen, terwijl langer dan gemiddelde zonnecyclussen (met veel zonnevlekken) lijken verband te houden met hogere temperaturen. In de 17e eeuw leken de zonnecyclussen gestopt te zijn gedurende een aantal decennia. Er zijn zeer weinig zonnevlekken geobserveerd gedurende deze periode. Gedurende deze tijd, die bekend is als het Maunderminimum of Kleine IJstijd, waren er in Europa zeer lage temperaturen.” (Wikipedia: Zon)

De zon kan zelfs gevaarlijk zijn voor activiteiten op aarde. 


“Zonnevlammen komen het meest voor tijdens maxima in de zonnecyclus. Ze zijn verbonden met de actieve gebieden rondom de zonnevlekken. Het zijn kortstondige zeer intensieve verschijnselen, die grote gevolgen kunnen hebben op Aarde, doordat hierbij soms grote hoeveelheden actief magnetisch plasma (CME's) kunnen vrijkomen van de zon en in de omgeving van de Aarde hun invloed gaan uit oefenen. In 1859 was er een zeer grote zonnevlam die door Richard Carrington werd geobserveerd en zorgden inductiestromen voor vreemde verschijnselen in het telegraafnetwerk. Het Noorderlicht was overal op Aarde waarneembaar en sterk genoeg om de krant bij te lezen. Misschien zou een dergelijke verschijnsel tegenwoordig nog veel ingrijpender gevolgen hebben voor het elektriciteitsnetwerk (inductiestromen in de leidingen), ruimtestations en satellieten (röntgenstraling, geladen deeltjes), doch uitbarstingen van deze grootte treden slechts één maal per 500 jaar op. Kleinere uitbarstingen hebben al enkele keren aanzienlijke schade veroorzaakt.”
(Wikipedia: Zon)

Je zou op grond van het bovenstaande denken dat gezien de omvang en de activiteiten van de Zon, zij een behoorlijke rol speelt in het debat over klimaatverandering. Niet dus. Volgens een brochure van Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen- KNAW  is dat niet het geval omdat “… in klimaatmodellen waarin met de zon rekening wordt gehouden, haar invloed klein blijkt te zijn.” (Klimaatverandering, Wetenschap en Debat, mei 2011, blz. 28). 


Maar gezien de omvang en de betekenis van de zon voor ons klimaat is dat vreemd? Deugen de klimaatmodellen of wreekt zich een gebrek aan voldoende kennis van de zon? Reden tot twijfel maar zo niet bij de KNAW. Integendeel zelfs, ze neemt het wetenschappelijk andersdenkenden kwalijk dat die een grotere rol zien weggelegd voor de zon bij klimaatverandering:“de wetenschappelijke onzekerheden van de zon maken die tot één van de favoriete wapens van critici van het door de mens versterkte broeikasgaseffect.” (blz. 28 in voornoemde brochure).

Blijkbaar zet de KNAW in het debat over klimaatverandering alle kaarten op het broeikasgas en dan ook nog het door mensen veroorzaakte broeikasgas. Als ik de zon was, zou ik me behoorlijk in mijn hemd gezet voelen met zo een omvang en zoveel invloed in het hele zonnestelsel dat het zelfs zijn naam draagt.Vergeleken met de zon lijkt mij broeikasgas niet meer dan een mug in het heelal maar dat is natuurlijk wel onwetenschappelijk opgemerkt.

dinsdag 16 juli 2019

maandag 15 juli 2019

IS HEER BOMMEL DE NEDERLANDSE DON QUICHOTE?

 
De geniale edelman Don Quichote de la Mancha wordt meestal afgebeeld als ridder met een harnas, een schild en een lans. Op de achtergrond zien we zijn schildknaap Sancho Panza, net als Don Quichote zelf van dorpse afkomst.

Zou het kunnen dat wij een eigen Don Quichote hebben in Heer Olivier B. Bommel? Net als Don Quichote beleeft Bommel allerlei avonturen. Net als Quichote zit hij vol goede bedoelingen, in het geval van Quichote ridderlijke bedoelingen, in het geval van Bommel die van een Heer, een Nederlandse versie van de Engelse gentleman. Net als Don Quichote neemt Bommel de armen en zwakkeren in bescherming waarbij er net als bij Don Quichote altijd wat mis gaat. 


Olivier B. Bommel is een Heer van Stand voor wie geld geen rol speelt naar we mogen aannemen dankzij een royale erfenis van zijn vader. Het pijpje en zijn ruiten jas verraden niettemin zijn eenvoudige afkomst.


Quichote verbeeldt zich een ridder te zijn, Bommel beschouwt zichzelf als een Heer van Stand. Het zijn in wezen waandenkbeelden, niet voor henzelf maar voor buitenstaanders. Vanwege hun naïviteit zijn ze gemakkelijk te misleiden of nog erger voor de gek te houden. Hoewel ze zichzelf vanwege hun belezenheid veel mensenkennis toekennen, snappen ze maar weinig van de menselijke aard. Vaak begrijpen ze de omstandigheden niet waarin ze willen ingrijpen om deze of gene uit de nood te redden. Het zijn romantische weldoeners zonder weinig kennis van zaken, geen onbekend verschijnsel ook niet in onze tijd.

Dat Quichote meent een ridder te zijn en Bommel een heer van stand heeft te maken met de sociale verhoudingen in hun land. De Spaanse elite, zeker in de tijd van schrijver Miguel de Cervantes (1547-1616), bestaat uit aristocraten. De Nederlandse elite, bestaat tijdens de Tachtigjarige Oorlog waarin de Republiek werd bevochten op de Spaanse Kroon uit heren rijk geworden met handel en zeevaart. Dat is 300 jaar later in de tijd van Marten Toonder (1912-2005),  de schepper van de Bommelsaga, nog steeds zo. De aristocratie heeft in Nederland in tegenstelling tot Spanje daarom nooit veel om het lijf gehad.

Voor zover we in Nederland adel hebben, nemen we die niet serieus. We vinden adel aanstellerig, dikdoenerig, verwaand of uit de hoogte doen. Neem de Douarière van Toon Hermans in zijn beroemde Appelmoes conference. De vrouw met de grote boezem die aanzit aan het banket waar de appelmoes moet worden doorgegeven en de gehaktbal moet blijven liggen (leg neer die bal).

In de Bommelsaga komt de adelijke figuur van de Markies de Cantecleer voor als een bijziende Haan die in een protserig kasteel woont en goede sier denkt te maken met zijn al mijmerend uitgesproken gedichten die van een diep gevoelsleven zouden getuigen. Het tegendeel is echter waar. De markies heeft geen ander gevoelsleven dan dat hij zich ver verheven voelt boven het grauw( het volk) en heren met veel geld zoals Bommel. Voor hem is Bommel een platte figuur zonder enig besef van een hoogstaande cultuur. Maar Bommel mag dan een platte figuur zijn in de ogen van de markies, hij is wel edelmoedig en goedmoedig. Hij gunt zijn medemens het beste, dat nu kun je van de markies niet zeggen.

Hoe zit het met de vrouwen? Don Quichote vond dat hij als ridder een adelijke schone maagd diende te hebben waaraan hij zijn goede daden kon opdragen. Die bestond echter alleen in zijn verbeelding. Als model stond waarschijnlijk een boerenmeid uit El Toboso. Voor Don Quichote was zij zijn Doña Dulcinea de El Toboso. De grens tussen verbeelding en werkelijkheid werd nooit overschreden. Ze bleef een schone maagd op afstand.



Heer Bommel in een geanimeerd huiselijk gesprek met zijn buurvrouw Mevrouw Doddeltje.


Met Bommel is het enigszins anders gesteld. Hij is in stilte verliefd op zijn buurvrouw Doddeltje. Ontmoetingen met haar zijn meestal toevallig, bijvoorbeeld als ze in haar tuin voor haar bescheiden woning in het bos aan het werk is. Soms praat hij met haar over de tuinheg over zijn avonturen die zo vaak niet worden begrepen.Tussen de regels door laat hij haar weten, haar zeer hoog te hebben. 

Ook zij heeft een oogje op hem maar waagt het niet om zich daarover uit te spreken. Ze noemt hem mallerd als hij haar een voorzichtig compliment maakt over eten en gezelligheid. Uiteindelijk komt het goed tussen die twee en trouwen zij waardoor meteen een einde komt aan de Bommelsaga. Bommel zal voortaan lang en gelukkig met haar gezellig bij het haardvuur zitten. Het is gedaan met zijn avontuurlijke leven.