![]() |
| Arbeiders in een fabriek waar stalen draden en staven worden gemaakt. Mexico-stad 1979. Foto: petrus. |
Bij hun terugkeer naar Mexicostad kijkt Diego anders dan vroeger naar Mexico-stad. Het is alsof hij nu pas, na zijn wat langere verblijf in zijn geboortedorp San Miguel, ontdekt dat de stad een groot mierennest is waar de mensen elkaar verdringen, vanuit alle hoeken en gaten lawaai op je afkomt, de lucht vervuild is en stinkt.
Hij ziet nu pas dat hij, om in het hart van de stad te komen, door een ring van uitgestrekte krottenwijken moet rijden. Tussen de mengelmoes van onafgewerkte huizen en de regelrechte krotten van platgeslagen vaten en afvalhout blaast de wind over de zandpaden wolken van stof met de geur van afval.
Daar wonen zijn landgenoten die massaal van het platteland, uit dorpen als waar hij geboren is, zijn vertrokken op zoek naar werk en inkomen. Ze werken in smerige fabrieken wier lange pijpen een deken van rook en stof over de krottenwijken heen leggen.
Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat hier in de krottenwijken de mensen leven als zijn ze het humus waarop het kapitalisme bloeit. Hier woont en werkt wat sociologen het lompenproletariaat noemen.
Diego vraagt zich af of zij niet beter af zouden zijn als ze terugkeerden naar hun dorpen. Weliswaar heerst ook daar armoede, maar dat is tenminste armoede in een groene omgeving met frisse lucht en menselijk contact. Is die armoede niet beter te dragen dan deze afzichtelijke woestenij van steen, beton en blik?
Bovendien, zal het ooit mogelijk zijn om die miljoenen mensen fatsoenlijk te laten wonen in huizen met waterleiding, elektriciteit en riolering? Zal er ooit bestrating komen met openbare diensten als vuilnis ophalen, straatverlichting voor de nacht en openbaar vervoer? Waar moeten de miljarden peso’s vandaan komen om dit allemaal te financieren terwijl de bewoners zelf nauwelijks genoeg verdienen om zich in leven te houden?
Het dringt nu pas tot Diego door hoe groot de problemen in Mexico-stad zijn en hoe weinig er wordt gedaan om ze aan te pakken. De politieke erfgenaam van de revolutie, die zich de Geïnstitutionaliseerde Partij van de Revolutie noemt, ziet in de bewoners slechts kiezers die de partij aan de macht moet houden. Na de verkiezingen worden ze weer vergeten.
Terwijl ze zich door het drukke verkeer wurmen, naderen ze langzaam maar zeker de wijk waar hun appartement is. De huizen in hun wijk hebben wel aansluitingen voor stroom, drinkwater en riool. Het appartement is met zijn twee slaapkamers, een kleine woonkamer en een keuken leefbaar maar en ook dat beseft Diego nu pas, te klein om aan een gezin te beginnen.






