![]() |
| Willem van Konijnenburg, St. Joris en de Draak, 1916. Te zien in het Museum Jan Cunen te Oss tot 7 juni 2026. |
Op het hierboven afgebeelde schilderij 'St. Joris en de Draak' van het jaar 2016 is te zien dat Konijnenburg enigermate beïnvloed is door het kubisme van Braque en Picasso dat omstreeks 1907 begonnen is in Parijs met het hieronder afgebeelde schilderij van Picasso.
![]() |
| Pablo Picasso, Les Demoiselles d'Avignon, 1907. MoMa, New York. |
Vergeleken met het schilderij van Picasso is dat van Konijnenburg behoudend. Terwijl Picasso breekt met alle conventies van vorm, kleur, compositie en perspectief, moderniseert van Konijnenburg zijn voorstelling door enige aanpassingen in lijn en vlakken. De herkenbaarheid van het tafereel staat voorop.
Picasso's schilderij is niet langer een poging tot afbeelding van bestaande vrouwen, het is een totale abstractie waarbij de vrouwenfiguren herleid worden tot hun essentie in vorm en kleur. Zelfs hun gezichten "verdwijnen" achter maskers.
Sint Joris en zijn paard staan er voor een strijder nogal braaf op.Paard en ruiter lijken op een plakplaatje dat op het doek is geplakt.
![]() |
| Piet Mondriaan, Compositie, 1916. Guggenheim Museum. |
Piet Mondriaan is in dat jaar al veel verder met zijn revolutionaire concept van 'De Nieuwe Beelding'. Hij heeft de figuratie helemaal losgelaten. Hij schildert op zichzelf staande beelden zonder de illusie te wekken dat hij met de werkelijkheid bezig is. Hij beperkt zich tot de middelen die de schilderkunst ter beschikking staan: lijnen, vlakken, kleuren en compositie.
Je zou de schilderkunst van Mondriaan daarom 'waarachtige schilderkunst' kunnen noemen. Hij gebruikt verf en doek niet om de werkelijkheid na te bootsen maar een nieuwe 'geestelijke' werkelijkheid te materialiseren.
![]() |
| Willem van Konijnenburg. De Kruisiging, 1922. Te zien op expositie in Museum Jan Cunen. |
Zoals hierboven is te zien, schildert Konijnenburg zes jaar later nog altijd aangepast figuratief, d.w.z. met een lichte toets van abstractie echter zonder de stap naar volledige abstractie te wagen. Uitgangspunt blijft het weergeven van een zoveel mogelijk aan de realiteit gespiegeld tafereel.
![]() |
| Pablo Picasso, Nous autres Musiciens (Three Musicians), 1921. Philadelphia Museum of Arts. |
Hoe anders gaat intussen Picasso te werk. Het hierboven afgebeelde schilderij van Picasso is nauwelijks nog ene verwijzing naar enige werkelijkheid. Het schilderij staat op zichzelf. Het drukt op autonome wijze het idee van drie muzikanten uit en niet lager drie echte muzikanten. Het schilderij is een als een muziekstuk die verwijzen ook nergens anders naar dan naar zichzelf.
![]() |
| Piet Mondriaan, Compositie met Blauw, Geel, Rood, Zwart en Grijs, 1922, Stedelijk Museum Amsterdam. |
Mondriaan is dan alweer een stap verder, verder zelfs dan Picasso. Picasso heeft de de verhouding tussen figuratie en de werkelijkheid nooit helemaal losgelaten, Mondriaan totaal. Bovenstaande 'Compositie' van 1922 is geen afbeelding meer van een tafereel. Het is een geestelijk beeld of van de ziel zoals Kandinsky die andere revolutionair van de abstracte schilderkunst.
Het is maximale beelding op basis van de beschikbare middelen van de verfkunst: lijnen, vlakken, kleuren waarbij ook zwart en wit horen en compositie. Het is waarachtige schilderkunst in de zin dat het niet verwijst naar een werkelijkheid buiten de het schilderij anders dan wat uit de geest is ontsproten. Dat was een revolutie in de schilderkunst en is het nog altijd.




,_oil_on_canvas,_204.5_x_188.3_cm,_Philadelphia_Museum_of_Art.jpg)















