vrijdag 11 september 2026

BOOMER

Een schilderij van petrus.

 

Ik lees in FD een verhaal overgenomen uit de Economist over de boomers (geboren na de Tweede Wereldoorlog). Zij zouden het leven van de huidige generatie moeilijk maken omdat ze huizen bezitten die intussen veel waard zijn. Ze hebben het geld in de schoot geworpen gekregen, heet het en tot overmaat van ramp gaan ze ook nog eens lekker vroeg met pensioen. 


Intussen is vastgesteld  dat het allemaal reuze meevalt. "Jongere generatie meestal rijker dan hun voorgangers" zo luidt de aanhef van een bericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 


"Jongere generaties hebben meestal meer koopkracht en een hoger vermogen dan oudere generaties op dezelfde leeftijd hadden. Tot ongeveer 30 jaar hebben de generaties geboren vanaf 1985 (millennials en gen Z) minder vermogen dan hun voorgangers. De generatie geboren tussen 1970 en 1985 heeft op elke leeftijd het vaakst een eigen woning."


De eigen woning is altijd al moeilijk geweest. Waar dat precies aan ligt? Is er teveel planning en regulering of juist te weinig? Is het een inflexibele markt omdat de overheid beperkingen oplegt aan de huren? Wordt er in het algemeen te weinig in woningen geïnvesteerd? Hoe dan ook de deskundigen vechten elkaar al jaren de tent uit en een snelle oplossing lijkt niet mogelijk.


Was het voor ons boomers gemakkelijker? Ik kan me het niet herinneren.  Huurhuizen waren schaars en duur naar verhouding van je loon. Een huis kopen was nog moeilijker in de jaren tachtig van de vorige eeuw met de nu onvoorstelbare hypotheekrente van rond de 11 procent!! Goddank dat er hypotheekrente aftrek was. Zonder dat en een kleine bijdrage van ouders was het onmogelijk geweest om een huis te kopen. 


Ondanks de hypotheekrente aftrek moest je met je gezin zuinig aandoen om de maandelijkse hypotheeklasten te kunnen betalen. Je was blij als de kinderbijslag weer binnenkwam. Konden er wat extra dingen aangeschaft worden.


Het is waar. De generatie boomers kon nog met 65 jaar op pensioen.

Er zijn zelfs vervroegde pensioenregelingen geweest voor de oudere generatie om de jongeren kansen op werk te geven. Toen een mooie regeling om ouderen plaats te laten maken voor jongeren.


Intussen zijn de pensioenregelingen aangepast aan de levensverwachting om ze betaalbaar te houden voor overheid en bedrijfsleven. Overigens blijven nu veel gepensioneerden mits gezond, werken. Ze doen ook heel vaak vrijwilligerswerk. 


De AOW is als een soort minimumregeling overeind gebleven. Het is geen vetpot maar ook niet niks. Met een opgebouwd pensioen er bij is het een prima pensioenvoorziening.  


Elke generatie heeft zo zijn eigen sores. Daarvoor een generatie eerder verantwoordelijk stellen is onzin. Die Soren zijn niet te voorzien ook al denkt men in Nederland vaak van wel. Men meent soms tot 100 jaar vooruit te kunnen plannen. Naast de maakbaarheid van de samenleving is er nu de maakbaarheid van de toekomst. In werkelijkheid loopt het uiteindelijk allemaal anders door onverwachte gebeurtenissen.


Kijk naar de afgelopen decennia. Wie wist dat de Muur van Berlijn zou vallen en de Sovjet Unie instorten, van de Corona epidemie, de bankencrisis, de oorlog in Oekraïne, de klimaat en stikstof hype? 


Beter is om flexibel te zijn en te improviseren als het nodig is. Maar ja, is dat te leren? Nederland is geen Italië of zelfs geen België. Wij houden van zekerheden ook al zijn ze maar schijn.

donderdag 10 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 9. WOUTER BOS

 

Kabinet Balkenende IV (2007-2010). Van links naar rechts: Wouter Bos (PvdA),  Jan Peter Balkenende (CDA), André Rouvoet (CU)

In 2006 trad Aartsen af als partijleider. Mark Rutte won de interne verkiezingen van de meer rechtse Rita Verdonk met 54% van de stemmen. Omdat hij het pas verworven partijleiderschap onverenigbaar achtte met zijn positie in het kabinet, stapte hij op.


Balkenende II diende zijn tijd niet uit als gevolg van een conflict met de D66 fractie over de positie van VVD minister Rita Verdonk n.a.v. de paspoortkwestie van VVD fractielid en voormalige vluchteling Ayaan Hirsi Ali.


Er volgt een interim Kabinet Balkende III, een zogenaamd rompkabinet van VVD en CDA dat tot taak had om vervroegde verkiezingen voor te bereiden en de begroting voor 2007 op te stellen.


Wouter Bos moest bij de verkiezingen in 2006  een verlies van 9 zetels incasseren (van 42 naar 33) en tot overmaat van ramp opnieuw het CDA, ondanks dat ook die partij 3 zetels verloor (van 44 naar 41), voor zich dulden. Ook de VVD moest verlies nemen (van 28 naar 22 zetels) terwijl  D66 opnieuw de helft van zijn zetels verloor (van 6 naar 3 zetels).


Het verlies van de VVD was mede het gevolg van de komst van de Partij Voor de Vrijheid, de voor de verkiezingen opgerichte partij van de afgescheiden Groep Wilders. De scheuring leverde Wilders een aanmoedigingsprijs op van 9 zetels, een teken aan de wand voor de VVD en in het verlengde daarvan voor de landelijke politiek. Pim Fortuyn was via Wilders weer terug.


Je zou het bijna vergeten. De grootste klapper, een historische gebeurtenis was de winst van 16 zetels van de SP van Jan Marijnissen, van 9 naar 25 zetels. Daarmee werd de SP de derde partij van het land. Dankzij die winst behoorde een paars kabinet met een zwaar links accent tot de mogelijkheden.

 

Bos en Marijnissen wilden met het CDA een regering vormen. De verschillen tussen CDA en SP bleken te groot. De PvdA koos daarna voor het CDA met de Christen Unie als aanvullende partner met 6 zetels. Balkende IV was geboren. Wouter Bos werd vicepremier en minister van financiën, André Rouvoet vice-premier voor de CU.


Het was een politiek stabiel kabinet dat probleemwijken aanpakte, een generaal pardon afkondigde voor asielzoekers langer dan 6 jaar in Nederland, het rookverbod uitbreidde, vliegtaks i.v.m. milieu invoerde enz. De krediet en banken crisis werd het hoofd geboden door werktijdverkorting en deeltijd WW voor bedrijven in moeilijkheden. Als Minister van Financiën nationaliseerde Bos tijdens de bankencrisis de ABN/AMRO bank en gaf financiële steun aan bedrijven in moeilijkheden.


Toch zat het kabinet de rit niet uit. De verlenging van de militaire missie in Uruzgan stuitte ondanks aandringen van de NAVO op verzet van de PvdA. Militaire missies en in het algemeen militaire zaken stuiten traditioneel bij een flink deel van de PvdA achterban op verzet. 


PvdA Minister Vredeling van Defensie zei het al: “congressen kopen geen straaljagers”.  Hoewel het PvdA congres zich in 1975 fel uitsprak tegen de komst van de F-16 als nieuw gevechtsvliegtuig, kwam het vliegtuig er toch.

woensdag 9 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA, DEEL 8. JAN PETER BALKENENDE

 

Kabinet Balkenende II (2003-2006) met voor de kijker links van koningin Beatrix Jan Peter Balkenende, rechts vice-premier Gerrit Zalm (VVD) en naast Balkenende vice-premier Thom de Graaf.


Na de verkiezingen in 2002, waarin de drie paarse partijen worden afgestraft met een historisch verlies van maar liefst 43 zetels, is het niet verwonderlijk dat winnaar CDA uiteindelijk met de grote winnaar, de Lijst Pim Fortuyn een coalitie vormt.


Dat was voor veel links liberale kiezers goed schrikken. Zij dachten dat het land voorgoed bevrijd zou zijn van Christelijke politiek, zeg maar de politieke voltooing van de ontkerkelijking. Maar het CDA was weer terug en hoe, als grootste partij nog wel. En dan ook nog een CDA dat samenwerkt met de uitgesproken vijand van paars, de partij van de vermoorde Fortuyn LPF. 


De enige partij die zich naast de LPF als derde coalitiegenoot leende, was de centrum rechtse VVD. Ook die had flink verlies geleden maar als rechtse partij staat ze het minst ver af van Fotuyn’s erfenis. Helaas voor de centrum-rechtse coalitie was de pas opgerichte LPF niet rijp om te regeren. 


De partij was ideologisch, programmatisch en organisatorisch niet klaar voor de kabinetsklus. Het overrompelende succes van Fortuyn had bovendien te grote ego’s met weinig politieke ervaring aangetrokken. Het gevolg is dat het kabinet Balkende ten onder gaat in politieke geharrewar. Het jaar daarop - 2003 - volgden daarom alweer nieuwe verkiezingen.


Die kostten de onderlinge ruziemakers van de LPF de kop. De winnaar van amper een jaar eerder, verliest maar liefst 18 van de 26 zetels. Gezien haar korte bestaan en het interne gebakkelei, was de partij daarna geen lang leven meer beschoren.


Nog voor de verkiezingen was PvdA partijleider Ad Melkert opgevolgd  door Wouter Bos, vergezeld van voormalig FNV voorzitter Johan Stekelenburg als lijsttrekker voor de Eerste Kamer. Het duo was tot op zekere hoogte een vervolg op Kok: Bos de manager en Stekelenburg  de vakbondsman.


De PvdA kwam aldus terug met 42 zetels. Maar verrassend genoeg troefde het CDA de PvdA af met 2 zetels meer. Wie had dat kunnen denken na de val van Balkenende I? De VVD herstelde zich met een winst van 4 zetels. Alleen D66 bleef zitten met een paarse kater.


Hoe dan ook, de traditionele machtspartijen hadden het heft weer in handen. Ze hadden de storm van Fortuyn toch maar mooi doorstaan. Ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was. 


Balkenende gaat niet over links. De politieke wind komt van rechts. Het wordt een centrum rechtse coalitie met de VVD en met D66 als noodzakelijke bijwagen. Samen zijn ze goed voor 78 zetels. 


In crisistijd moet er bezuinigd worden. Balkende II sneed in de vetrandjes van de welvaartsstaat. De economische terugval werd door loonmatiging en nieuwe bezuinigingen opgevangen. Het D66 kroonjuweel van de gekozen burgemeester kwam door toedoen van de immer brutale meester Wiegel niet door de Eerste Kamer, terwijl de VVD in de regering zit met D66. D66 Vice-premier Thom de Graaf houdt het voor gezien, maar zijn partij bleef wel in de regering.


Binnen de VVD ontstond een debat over een meer rechts -conservatieve koers aangevoerd door kamerlid Wilders. De anti-moslim opstelling was geradicaliseerd door de aanslagen in New York (11 september 2001) waarbij twee passagiersvliegtuigen zich in de torens van het Wereld Handels Centrum boorden. Daarbij vielen bijna 3000 doden.


Het debat tussen Wilders en zijn Tweede Kamer fractie o.l.v Jozien Van Aartsen liep vast. Van Aartsen wilde of kon Wilders niet binnen de fractie houden. In 2004 stapte Wilders uit de fractie maar bleef zijn zetel aanhouden in de Tweede Kamer onder de naam “Groep Wilders”. Het onvermogen van de VVD fractie om Wilders binnen boord te houden, zou nog grote gevolgen krijgen voor de Nederlandse politiek.


dinsdag 8 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 7. AD MELKERT

 

De foto met links PvdA leider Ad Melkert en rechts Pim Fortuyn van Leefbaar Rotterdam werd gemaakt  na het lijsttrekkersdebat op TV gehouden n.a.v. de gemeenteraadsverkiezingen op 6 maart 2002. Melkert staat onverschillig chagrijnig zijn nederlaag te verwerken. Fortuyn geniet van zijn triomf in Rotterdam. De ontmoeting is iconisch geworden omdat ze de onmacht van links in beeld brengt om een debat aan te gaan met Fortuyn.


Na twee kabinetten paars besloot Kok dat het genoeg was het geweest. Eind 2001 kondigde hij zijn besluit om als PvdA partijleider te stoppen. Kok schoof zwaargewicht Ad Melkert, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna PvdA fractieleider naar voren als zijn opvolger.  


Een belangrijke politieke trofee van Melkert waren de zogeheten Melkertbanen die tijdens zijn ministerschap tot stand kwamen. Melkertbanen waren door de overheid gesubsidieerde banen om langdurige werklozen (mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt) aan werk te helpen.


Melkert stond voor de zware taak de erfenis van Kok politiek veilig te stellen tegenover de kritiek van Pim Fortuyn. Hij had daarvoor niet veel tijd. In 2002 zouden verkiezingen worden gehouden voor de gemeenteraad en het parlement. Het was de vraag of Melkert opgewassen zou zijn tegen de snedige Pim Fortuyn die zijn kritiek op paars intussen landelijke bekendheid gaf.


Dat was niet het geval zo bleek tijdens een laat op de avond TV debat tussen Ad Melkert en Pim Fortuyn over de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen. Fortuyn had in Rotterdam een verpletterende zege behaald, een zege die weinig goeds voorspelde voor de naderende parlementsverkiezingen.


Ad Melkert toonde openlijk, d.w.z. voor het scherpe oog van de camera, zijn ongemak over het succes van Fortuyn. Men leefde in de verwachting dat de opvolging van Kok die de PvdA had klaar gestoomd voor de nieuwe tijd, een fluitje van een cent zou zijn. Die avond bleek dat allerminst het geval te zijn. Fortuyn verklaarde op basis van de Rotterdamse overwinning doodleuk dat hij wel eens de volgende premier van Nederland zou kunnen worden. 


Zo ver kwam het niet. Hij werd op 6 mei 2002, negen dagen voor de verkiezingen, bruut vermoord door de links-extremist en milieuactivist Volkert van der Graaf. Een moord die Nederland schokte. De kogel kwam van links, aldus de bittere vaststelling bij de aanhangers van Fortuyn.


Melkert bleek niet opgewassen tegen deze politieke storm van kritiek plus moord. Zijn onvermogen om het zeer moeilijke politieke debat aan te gaan met Pim Fortuyn zou niet alleen de PvdA opbreken maar uiteindelijk de hele Nederlandse politiek. De polarisering kreeg bijgevolg een flinke impuls. 


Melkert zelf betaalde als eerste de prijs voor dat onvermogen. De PvdA verloor 22 zetels (van 45 naar 23). D66 en VVD betaalden eveneens een prijs voor paars, maar iets minder dan de PvdA. D66 werd in zetels gehalveerd (van 14 naar 7). De VVD verloor 14 van de 38 zetels. 


Met de 26 zetels winst van de Lijst Pim Fortuyn en 14 zetels winst voor het CDA was het politieke landschap drastisch veranderd. Melkert verdween als partijleider en uit de Nederlandse politiek. Hij werd nog datzelfde jaar als partijleider en fractievoorzitter opgevolgd door Wouter Bos.

maandag 7 september 2026

INTERMEZZO I

petrus, "Intermezzo I", acryl op papier, 50x50 cm.
Te koop: € 200,-

 

vrijdag 4 september 2026

ROOMS ONGEDIERTE

 

Cornelis Saftleven (1607-1681), Satire op de uittocht van de geestelijkheid uit 's Hertogenbosch. De uittocht vond plaats na de overgave van de stad aan het Republikeinse leger van prins Frederik Hendrik van Oranje in 1629. Saftleven behoorde tot een kunstenaarsfamilie. Hij werkte in Antwerpen, Utrecht en Rotterdam.


Bovenstaand schilderij is te zien in het Noord Brabants museum. Het is een satire op de uittocht van katholieken en soldaten uit Den Bosch in 1629. Den Bosch was een belangrijke prooi voor de Republiek der Nederlanden. De oorlog tegen de Spanjaarden stagneerde al een tijd waardoor de geloofwaardigheid van de Republiek op het spel stond.


De verovering van Den Bosch zou daar een einde aan kunnen maken. Het zou de Republiek een poort naar het zuiden opleveren en het zou Spanje doen bloeden. Den Bosch stond bekend als een onneembare vesting dank zij het omringende water, de vestingwerken en de aanwezigheid van Spaanse troepen.


Spanje zat overigens om geld verlegen o.a. door het verlies van de Zilvervloot aan de Nederlandse admiraal Piet Hein met als gevolg dat het zijn troepen niet op sterkte kon hebben. Dankzij dezelfde zilvervloot had de Republiek geld genoeg om een flink leger op te tuigen. Een leger onder leiding van Prins Frederik Hendrik van Oranje, een strateeg die met geduld de stad maanden lang belegerde. Hij legde de rivieren de Dommel en AA droog zodat zijn troepen door loopgraven steeds dichter naar de stad konden kruipen.


De Tachtigjarige oorlog was ook een oorlog tussen protestanten en katholieken. De Bosschenaren waren tevreden met hun geloof en hun Spaanse bestuurders. Het was een welvarende stad die helemaal niet zat te wachten op een politiek avontuur met de Republiek en al helemaal niet op een oorlog.


De belegering werd beëindigd door onderhandelingen over de overgave van de stad. Een van de voorwaarden was het vertrek van alle katholieke mannelijke geestelijken en soldaten uit de stad. Je ziet op het schilderij de katholieke Bisschop Ophovius als een olifant in een kruiwagen zitten met zijn flaporen als een mijter. 


De kruiwagen wordt geduwd door een groot lelijk varken met een bel om zijn nek. Voor de kruiwagen loopt een rat met een gekke muts op, vast het hoofddeksel van een of andere geestelijke. Achter het varken zingen twee gluiperige honden uit een liedboek, waarschijnlijk monniken verbeeldend.


Verderop zie je boven de stoet katholieke beelden van heiligen uitsteken. In de ogen van protestanten waren dat afgodsbeelden. Het vereren van heiligen was afgodendienst.  Het woord van God in de bijbel was genoeg. De bijbel zelf toelichten met beelden mocht natuurlijk wel.


Middenpaneel van de drieluik "de Hooiwagen" van Jeroen Bosch (1450-1516). Een versie hangt in het Escorial, de andere in museum El Prado in Madrid. 

De hele enscenering doet denken aan schilderijen van Jeroen Bosch, de vijftiende eeuwse schilder uit den Bosch wiens schilderijen toen al tot in alle hoofdsteden van Europese rijken - Spanje, Portugal en Wenen - bekend waren. 


Bosch is de schilder die de strijd van goed tegen kwaad, op voortreffelijke wijze uitbeeldde door gebruik te maken van een wereld van fantasiedieren en mensen die half dier, demoon en mens zijn. Heel in de verte doet de stoet achter de hooiwagen aan het gelijknamige schilderij van Jeroen Bosch denken. De hooiwagen staat voor wereldse verlangens. Niet alleen wereldse machtigen lopen achter het hooi aan maar ook geestelijken van hoog tot laag.


Het werd de katholieken na de verovering van Den Bosch tot ver in de Meierij  en de omgeving verboden hun geloof openlijk te belijden. Bestuurlijk werd het een generaliteitsland, een soort halve kolonie, een wingewest onder Haags bestuur. 


Alleen het stadje Megen aan de Maas bleef gespaard voor de Republikeinse dwingelandij. Het graafschap Megen genoot de bescherming van de Duitse Keizer. Een oorlog met de Duitse keizer om een stadje aan de Maas was er een teveel zo moeten de Oranjes en Den Haag gedacht hebben. 


Pas onder Napoleon tijdens de Bataafse republiek in 1795 kwam er een einde aan de status van onderwerping van de katholieken in de generaliteitslanden en aan het graafschap van Megen kwam een einde tijdens de Bataafse republiek. Megen heeft er nog twee kloosters aan over gehouden.


donderdag 3 september 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 6. PIM FORTUYN

 

Met de slogan "Ik heb d'er zin an. At your service!" presenteerde Pim Fortuyn zich direct als de dienaar van het Nederlandse volk en als het alternatief voor de gevestigde politieke orde. De uitspraak groeide al snel uit tot zijn absolute handelsmerk en lijfspreuk. Hij deed de uitspraak in 2001 tijdens een lijsttrekkersdebat voor de partij "Leefbaar Nederland" waarbij hij tot lijsttrekker werd gekozen.

Het is al aan het begin van de paarse kabinetten Kok I (1994-1998) en Kok II (1998-2002) dat de toen nog niet zo bekende socioloog, hoogleraar, columnist en politicus Pim Fortuyn het boek “De verweesde samenleving” publiceerde. De titel verwijst naar zijn stelling dat door verlies aan onderlinge verbondenheid in de samenleving, de burger ‘verweesd’ raakt.


De ontzuiling, de ontkerkelijking en de ont-ideologisering zou niet opgevolgd zijn door een alles omvattend waardensysteem dat de burgers verbindt. Het is een “ieder voor zich’ samenleving geworden. Een lot dat ook gezinnen treft. De materiële welvaart maakt participerende burgers tot consumenten. Het koopkrachtplaatje regeert. De spirituele leegte is navenant.


De overheid is niet in staat om de geïndividualiseerde samenleving tot een nationale gemeenschap te vormen gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gedeelde zorg. In de plaats van de samenleving zijn omvangrijke bureaucratieën gekomen die administratief zijn ingericht op basis van kosten-baten analyses en efficiënt management.


Als gevolg van onverwachte migratiestromen met arbeidskrachten vanuit de Europese Unie en vluchtelingen uit de rest van wereld ontstaat een multi-culturele samenleving die de eigen cultuur bedreigt. 


Fortuyn bespeurt dat veel burgers zich daarbij ongemakkelijk en onmachtig voelen. Hij sluit zich aan bij de partij ‘Leefbaar Nederland’. Fortuyn wordt in 2001 lijsttrekker van die partij. In 2002 verschijnt zijn boek “De puinhopen van 8 jaren paars”, een aanklacht tegen de paarse kabinetten. Hij stelt vast dat paars (PvdA, VVD en D66) een wezenloze, technocratische managementcultuur als een verstikkend deken over samenleving en maatschappij heeft gelegd. Burgers zijn nog slechts klanten of consumenten van de overheid.


Hij wijst op de onpersoonlijke gezondheidszorg met lange mensonterende wachtlijsten. De schaalvergroting in het onderwijs dat de leerlingen reduceert tot onderwijsconsumenten en de groeiende criminaliteit waarbij de grip van de overheid op de straat is verdwenen.


Fortuyn is een scherp analyticus met een al even scherpe tong. Hij neemt geen blad voor de mond wat de schok onder de aanhangers van paars nog groter maakte. In plaats van dat er een debat ontstaat over zijn kritische noten, zetten linkse kringen en media hem weg als een rechtse populist die een bedreiging zou zijn voor de maatschappij en de rechtsorde.


Anderzijds bezorgt zijn onversneden kritiek hem een grote aanhang. Als zijn  partij “Leefbaar Nederland” hem het leiderschap wil ontnemen naar aanleiding van zijn uitspraak dat de islam een achterlijke cultuur is, richt hij zijn eigen partij “Lijst Pim Fortuyn” op. De meeste leden van Leefbaar Nederland sloten zich aan bij zijn partij.