Posts tonen met het label nijmegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nijmegen. Alle posts tonen

maandag 17 maart 2025

AFSCHEID VAN EEN VRIEND

Bernard (rechts) en ik bij Fidel (midden) thuis in Mexico-Stad. Fidel was de hoofdrolspeler, de rebel in de documentaire "Een rebel in de vakbeweging". (1979)


Een tijdje geleden heb ik afscheid genomen van een goede vriend, een vriend vanaf mijn studententijd in Nijmegen, nu bijna 60 jaar geleden. Zijn dood betekent een definitief afscheid van hem en van een stuk van mijn leven dat ik met hem gehad heb. Dat is voorgoed voorbij.


Volgens zijn naaste familie is Bernard in vrede gestorven. Hij vond dat hij volop van het leven heeft kunnen genieten met zijn liefdevolle vrouw en kinderen, dat hij veel van de wereld heeft mogen zien en van alles heeft meegemaakt. Moe gestreden maar tevreden is hij van deze wereld vertrokken.


Bernard was altijd al bescheiden en vooral ook zachtaardig. Conflicten waren niks voor hem net zo min als onrecht. Dat kon hij zich soms vreselijk aantrekken. Hij ging soms letterlijk gebukt onder de ellende die mensen elkaar aandoen. Dan kwam zijn zorgelijke kant boven.


In de jaren dat we elkaar leerden kennen, waren we ontdekkingsreizigers, verkenners die wilden weten hoe mens, maatschappij en wereld in elkaar steken. Het waren de wilde jaren van de jaren zestig toen Nederland op zijn kop werd gezet door provo’s, kabouters en vooral de protesten tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam.


We woonden toen samen in een boerderij aan de Jacobslaan in Nijmegen. Naast onze studies namen we de tijd om het leven te vieren. We maakten in onze boerderij ruimte voor jongeren die wilden experimenteren met een nieuwe leefstijl en vooral ook nieuwe muziek. In de boerderij werd mede door Bernard de basis gelegd voor het jongeren cultuur en muziekcentrum Doornroosje dat tot op de dag van vandaag nog bestaat.


We protesteerden tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Die oorlog voelden we aan als een groot onrecht. Het machtige land Amerika tegen een opstandig volk, dat was ons beeld. De Vietnamoorlog was in onze ogen geen verlengstuk van de Koude Oorlog, het vrije westen tegenover het communisme,  maar een bevrijdingsoorlog van een voormalig gekoloniseerd volk. In dat plaatje hoorde ook de Cubaanse revolutie thuis.


We maakten een onvergetelijke reis naar Marokko in een oude Renault 4. Een gewaagde reis omdat we geen idee hadden wat we al kamperend in Frankrijk en Spanje tegen zouden komen. Nog minder wisten we wat ons in Marokko te wachten stond maar dat maakte de reis juist avontuurlijk. Uiteindelijk voldeed de reis, ondanks enkele tegenslagen, aan onze verwachtingen. Het werd een van de markeer punten in ons leven.


Na een tijd vergeefs biologie gestudeerd te hebben, ontdekte Bernard dat hij filmer wilde worden. Hij voelde zich meer verwant met de kunsten dan met de wetenschap. Zo schreef hij op zijn kamer gedichten. Bernard was een romantisch kunstenaar voor wie het leven verder reikte dan de materiële wereld.


Samen met zijn vriendin, waar hij mee getrouwd is, vertrok hij naar Amsterdam waar hij na verloop van tijd afstudeerde aan de filmacademie en zich in de wereld van de film en televisie stortte als producent van documentaires.


We verloren elkaar al die jaren niet uit het oog. In de jaren zeventig begonnen we samen aan een filmproject, een documentaire over de sociale strijd in Mexico, een land waar ik gewoond en gewerkt had. Bernard nam de productie op zich van de documentaire die “Een rebel in de vakbeweging” is gaan heten. Vlak daarna maakten we nog een tweede documentaire in Mexico met de titel “Vakbondsvrouwen”


Ondanks dat we totaal verschillende wegen bewandelden, zijn we altijd met elkaar bevriend gebleven tot het moment dat het definitieve afscheid kwam. Moge Bernard in vrede rusten en zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, zijn zussen en andere vrienden troost vinden in het feit dat hij het leven volop geleefd heeft en in dankbaarheid is gestorven.

 

vrijdag 5 april 2024

36. AMERICA LATINA. FRANS ROSIER IN NEDERLAND

Kloosterkerk met rechts het Karmelieten klooster in Amstelveen waar Frans een bescheiden kamer had. Het klooster is opgeleverd in 1965 en in 1993 alweer gesloten. In die periode was het aantal kloosterlingen drastisch afgenomen. Het is vlak daarna afgebroken.

 

Terug naar mijn correspondentie met Frans Rosier. Aan het eind van het actiejaar 1973 ontvang ik een brief waarin hij, zoals na eerdere brieven viel te verwachten, zijn bezoek aan Nederland aankondigt.

“Tussen de slepende affaires van bezoeken, het beëindigen van mijn studie over Meissen (noot: een studie naar het leven in een grote armoede wijk van Bogotá waar ik al eerder over geschreven heb), vergaderingen en wat dies meer zij, wil ik je voor mijn vertrek uit Bogotá nog even schrijven. Mijn reis is momenteel vastgesteld op 15 januari. Ik denk over New York te reizen om daar even op verhaal te komen. Rondom 17 januari zou ik dan in Nederland kunnen zijn, maar die datum en het uur van aankomst zijn nog niet zeker. Wellicht weet je dat Alvaro de mogelijkheid heeft om vanaf Januari nog een half jaar naar Spanje te gaan. Ook hij heeft nog niet alles kunnen regelen, zodat het kan gebeuren dat ik in New York aankom terwijl hij in Madrid zit. Hoewel mijn gezondheid redelijk goed is, zie ik er tegen op om het enorme traject Bogotá-Amsterdam in één ruk te maken” (Bogotá, 23 december 1973)

Tussendoor schrijft hij enige troostende woorden over mijn veronderstelde frustraties, die er overigens best wel geweest zullen zijn maar misschien in een brief van mij zwaarder zijn aangezet dan ik ze voel. Zijn bezorgdheid doet me hoe dan ook goed met zoals gebruikelijk bij Frans toch ook weer een scherpe observatie.

“Uit je laatste brieven maak ik op, dat je je een beetje gefrustreerd voelt, afgezien van je geluk in het huiselijke leven. Toch ben ik er van overtuigd dat je veel doet niet zo zeer door een grote hoeveelheid activiteiten maar vooral door het simpele feit van te zijn zoals je bent. Daarvan hoef je geen boekhouding te maken.” (Fragment uit hierboven genoemde brief )

Aan het einde van de brief lees ik dat hij besloten heeft na zijn bezoek aan Nederland terug te keren naar Colombia. “Als de medische keuring in Nederland goed uitvalt, als er intussen geen wereldoorlog uitbreekt of andere overmachten zich doen gelden, is mijn plan rondom April weer naar Colombia terug te keren, al is het met minder middelen dan ik momenteel ter beschikking heb. Ik ben veel te lang in dienst van Den Haag geweest.” (Citaat uit bovengenoemde brief)

In een brief kort daarop ( 6 Januari 1974) vraagt hij me om hem op 17 januari om 7.15 uur ’s morgens te komen ophalen op Schiphol. Hij vraagt me de Karmel in Doddendaal te Nijmegen te waarschuwen dat ik hem kom ophalen zodat ze van daaruit geen moeite hoeven te doen voor een verre reis naar Schiphol.

Na enig heen en weer bellen blijkt dat er voor hem een kamer is gereserveerd in het Karmelietenklooster in Amstelveen. Ik bezoek hem daar wekelijks soms vergezeld van Diny en Floortje. Voor zover mijn werk het toelaat, vergezel ik hem ook op bezoeken in het land waarbij ik mij als een soort privé chauffeur op de achtergrond houd.

Zo brengen we een bezoek aan het Karmelklooster in Nijmegen. Frans zorgt dat ik een rondleiding krijg van een van de paters. Het is mijn eerste bezoek met rondleiding aan een klooster. In de bibliotheek krijg ik de volledige werken van Jan van het Kruis te leen.

Een langere rit brengt ons naar Friesland, naar een onbekende maar belangrijke en gezien hun villa zeker geen onbemiddelde familie. Frans wordt verwacht. Hij wordt door een, naar ik schat dienstmeisje naar binnen geleid terwijl ik in de deftige hal wacht zoals het een privéchauffeur betaamt. Pas op de terugweg krijg ik te horen dat hij op bezoek is geweest bij de Douwe Egberts familie. Via een stichting helpen zij jonge, veel belovende studenten uit landen waar zij koffie of andere producten kopen aan een beurs. Alvaro heeft zo een beurs gekregen om in New York te studeren en aansluitend nog een half jaar in Madrid te studeren.

Zoals verwacht, wijst het medisch onderzoek ter afsluiting van de contractperiode met Den Haag, niet op verborgen kwalen of ziektes die een terugkeer naar Colombia in de weg zouden staan. Frans vraagt daarop toestemming aan de Karmel om terug te mogen naar Colombia. Zodra die binnen is, begint hij zijn terugreis te regelen. Hoe hij het financieel rond moet krijgen, weet hij nog niet. Misschien dat een stichting die zijn werk ondersteunt, kan helpen. 

Ik weet niet meer van wie het idee komt om gedrieën naar Madrid te reizen. Ik denk eigenlijk Frans. Hij kan dan vanuit Madrid naar Bogotá vliegen en wij per auto terug naar Nederland samen met het gezin van Alvaro. 


dinsdag 27 juni 2023

MIJN SPROOKJESJAREN, AUTOBIOGRAFISCHE ROMAN UIT DE JAREN ZESTIG

 


Al bloggend over mijn sprookjesjaren als student in Nijmegen heb ik een boek bij elkaar geschreven,  een autobiografische roman.

Autobiografisch omdat het uitgangspunt en de inspiratie voor het boek mijn opgedane ervaringen zijn. Het gaat dus ergens over. Een roman ook omdat het boek niet bedoeld is als een evaluatierapport of historisch overzicht. Dat laat ik graag aan anderen over. De roman behelst ook de ontwikkeling van mijn geestelijk leven. Misschien niet altijd het meest opwindende maar wel zo belangrijk voor iemands vermogen om overeind te blijven in het leven.

Al bij al geeft het boek ook een aardig tijdsbeeld zoals een goede vriendin na lezing zei. Zo krijg je een beeld van wat het kost om te studeren, hoe studenten wonen, hoe ze geld bijverdienen, hoe ze liefhebben, waarom ze zo nodig moeten protesteren en demonstreren en aan politiek doen, want dat deden we in die tijd. Politiek was belangrijk, gaf betekenis aan je daden en gedrag.

Ik heb het boek vooral geschreven als nalatenschap voor mijn kinderen en naar ik hoop kleinkinderen. Ze kunnen nog eens naslaan wat die ouwe opa heeft uitgevreten in die jaren die de naoorlogse Nederlandse ontwikkelingen markeren. In die jaren werd Nederland immers van een braaf land een land van druktemakers en wereldverbeteraars.

Bij voldoende belangstelling overweeg ik een tweede druk. Prijs: € 15,-

vrijdag 28 oktober 2022

1. TERUG NAAR NIJMEGEN. HET VERTREK

De KNSM vrachtboot 'Trident Amsterdam' waarmee we de terugreis naar Nederland maakten.

De verrassing van de dag. Na alle moeite die we gedaan hebben om onze vertrekpapieren in orde te maken, neemt de douane niet eens de moeite om er naar te kijken. Ze vinden het allang goed dat we vertrekken. Het is overal hetzelfde liedje. De bureaucratie bedenkt allerlei maatregelen om de boel te ordenen en te reguleren maar aan het eind van het liedje faalt de controle.

Op de ‘Trident Amsterdam’, een broertje van de’ Trident Rotterdam’, het vrachtschip waarmee we gekomen zijn, zijn we niet de enige passagiers. De oude bekenden Katrijn en Kees gaan ook terug naar huis. Als reissecretaris van de werkgroep studiereizen ontwikkelingssamenwerking heb ik hun reis mee helpen organiseren. De werkgroep is een stichting die studenten in het kader van hun studie naar een ontwikkelingsland willen, op weg helpt.

Katrijn en Kees wilden als studenten van de sociale academie hun stage in Colombia lopen bij opvang voor straatkinderen in Bogotá. Dankzij een subsidie van de KNSM konden beiden op de vrachtboot meevaren. Ze waren enkele maanden voor ons vertrokken zodat ze al met al langer in Colombia zijn geweest dan wij. Toen ze hoorden van onze komst, heeft Katrijn haar moeder gevraagd een koffer mee te geven met extra kleren en drop. Volgens haar moeder is Katrijn verslaafd aan drop en die is in Colombia niet te koop. 

Op onze heenreis enkele maanden na hen vernamen we al bij gerucht op de boot dat Katrijn niet de gemakkelijkste is in de omgang. Ze bemoeide zich met het eten van de bemanning. Volgens haar kreeg de bemanning niet zo goed te eten als de passagiers. Een absurde veronderstelling omdat iedereen op de boot door dezelfde keuken werd bediend tot aan het vers gebakken brood toe. 

Bemanningsleden vertelden ons over de veel te korte mannenhemden die ze aan boord en in de havens droeg. Ze vonden dat een onnodige provocatie, een gebrek aan schaamtegevoel. Ik denk dat het voor de mannen aan boord moeilijk was zo een hittepetit aan boord te hebben waar ze volgens de strikte orders van de kapitein niet eens naar mogen kijken.

Hoewel ze samen in een hut sliepen, was alweer volgens enkele bemanningsleden de status van hun relatie niet duidelijk. Ik denk dat ze niet gewend waren dat een vrouw ondanks haar korte rokken of misschien wel dankzij de broek aan had.  Toen ik beiden leerde kennen was dat meteen duidelijk. Katrijn nam het woord en het initiatief. Kees was het zwijgende deel van het paar. Een trouwe hond die blij was met zijn baasje. Het is wat je noemt een modern gelegenheidsstel.

Tijdens ons verblijf in Colombia bezochten we elkaar een paar keer. We hebben een keertje een aantal activiteiten voor straatkinderen van hen meegemaakt, eenvoudige activiteiten zoals voetballen. Straatkinderen zijn er in Bogotá meer dan genoeg. Zelfs de kranten, de burgerlijke pers zoals Katrijn ze noemt, schrijven erover en publiceren foto’s van gamines, het woord voor straatkinderen in Bogotá. Hun leven als kind is een diep treurige, hartverscheurende bedoening die je niet onberoerd kan laten. 

Ze zwerven in groepjes door de stad in afgedragen, versleten kleren met kapot gelopen schoenen of op blote voeten. Sommigen hebben colberts aan die vijf maten te groot zijn wat ze een clownesk uiterlijk geeft. Soms krijgen ze te eten van willekeurige mensen maar ze worden bovenal met wantrouwen bekeken omdat ze bekend staan als dieven. Tot overmaat van ramp snuiven ze cement. Dat schijnt een hallucinerende werking te hebben. Slapen doen ze op straat of in rioolbuizen. Ze zijn gedegradeerd tot een vorm van menselijk ongedierte.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 18 september 2020

78. MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG: NIJMEEGSE DOORNROOSJE

Jo Joosten, de eerste voorzitter tevens naamgever van Doornroosje

“In de zomer van 1968 verzamelden jonge hippies zich regelmatig in een bont beschilderd boerderijtje aan de Sint Jacobslaan in Nijmegen, omdat voor deze jongeren geen andere plek in de stad was waar zij welkom waren en bij elkaar konden komen. Op 6 december 1968 werd de stichting Doornroosje opgericht met als doel te zorgen voor "een soort ontspanningscentrum, waarin allerlei nieuwe ontwikkelingen in de popcultuur tot ontwikkeling gebracht kunnen worden". (Wikipedia)


Jonge hippies is een modewoord dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Het is - in dit geval - waarschijnlijk bedoeld als een aardige benaming voor jongelui met lang haar, gekleed in slordig spijkergoed, liefhebbers van door de doorsnee burger verguisde popmuziek, een rebelse mentaliteit en wie weet verslaafd aan marihuana.
 

Vriend en huisgenoot Jo is de bedenker van de naam “Doornroosje” en ook meteen de eerste voorzitter van de stichting. De gemeente Nijmegen verroert zich vooralsnog niet. Jongeren zijn geen politieke prioriteit. Uiteindelijk is de toeloop tot onze kelder zo groot dat het niet meer te doen is. De stichting besluit om tot actie over te gaan. Er wordt een optocht naar het gemeentehuis gehouden. De kelder wordt voor onbepaalde tijd gesloten,  zogezegd een staking die zal duren totdat de gemeente gehoor geeft aan de vraag om een speciaal pand voor jongeren activiteiten. De regionale krant de Gelderlander doet verslag van de actie.


“Het Nijmeegse Doornroosje is zaterdagmiddag in slaap gevallen en de enigen die haar binnen nu en honderd jaar kunnen wakker kussen zijn burgemeester De Graaf of wethouder Peters. Ze hoeven er zelfs geen prins voor te zijn. Voor de stichting Doornroosje - de jeugdige club, die haar hoofdkwartier heeft in het kakelbonte huis naast Albert Heijn aan de St.-Jacobslaan - was het verdrietiger dan het leek. De gedwongen slaapkuur van Doornroosje betekent voor hen het staken van de wekelijkse zaterdagavond happenings, maar dat weerhield hen niet om er deze keer nog eens een fijn feest van te maken.
Met een kampvuur in de voortuin, harde beat!, kronkeldarmen op straat en een fakkeloptocht naar de stad. Doornroosje met matrassen geïnstalleerd op een ladder, werd op de vier kilometer lange tocht meegedragen en op de Grote Markt in slaap gesust. Alleen toen de fakkeldragers de trappen van De Waag bezetten, greep de politie in en stuurde hen weg. Maar dat was ook wel tegen het einde van de manifestatie.


Jo Joosten (23), Hans de Wit (18), René Vleut (20), Frits v.d. Akerr(19) en Ben Weijers (19), bijna allemaal student of scholier, hebben samen met anderen de Stichting Doornroosje gerund. In de oude keet met misschien wel 10 kamers en een helemaal opgedeelde zolder, bij schemerlicht en een alles doordringende wierooklucht vertellen ze hoe ’t is gekomen. De ramen staan open en beneden bij een omgekeerde boomkruin en kampvuur stampen de anderen hun verdriet de buurt in. Achter de ramen van de huizen zitten de mensen te kijken.”


Wikipedia vertelt de rest van het verhaal:

“Uiteindelijk erkende de gemeente Nijmegen de behoefte aan een eigen ruimte en besloot op 14 mei 1969 dat ze terecht kunnen in de leegstaande St. Antoniusschool op de Verlengde Groenestraat (nu de Groenewoudseweg). Tot de verbouwing van het schoolgebouw werd afgerond konden de jongeren terecht in een voormalig politiebureau aan de Tweede Walstraat. In augustus 1970 gingen de deuren van het Kreatief Aktiviteiten Sentrum open, en Doornroosje ging meer dan 40 jaar door op deze locatie. Het werd bekend als een van de eerste plekken in Nederland waar hasj en wiet openlijk te verkrijgen waren.” (Wikipedia, Doornroosje (Nijmegen)

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 17 januari 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG 43, DE MEIDENBOERDERIJ

De Meidenboerderij, Jacobslaan 149

Voor mij geen Loneley Hearts Club meer te Nijmegen. Dat zit zo. In de boerderij naast mij is een zolderkamer vrij. De drie jonge meiden die er wonen, een studente biologie en twee tekenleraressen, vragen zich af of die zolderkamer niet toevallig geschikt is voor mijn Verloofde. Laat dat nu toevallig zo zijn maar hoe komt ze weg van haar ouders? Alleen gaan wonen in een andere stad zonder voorafgaand huwelijk of een vertrouwd onderdak is niet vanzelfsprekend. Daar loert het gevaar van de grote stad. Dat ze naast me komt wonen is ook geen aanbeveling. Op een ongehuwde moeder zit niemand in Oss te wachten.
 

Maar het lot is haar goed gezind. Ze krijgt ontslag bij de kledingwinkel waar ze al een tijdje werkt. Een uitgerekend moment om werk te zoeken in Nijmegen. Zonder veel moeite vindt ze een kantoorbaan bij een bandenfirma in Nijmegen. Na nog even met de trein op en neer gereisd te hebben tussen Oss en Nijmegen, beseffen ze thuis dat ze net zo goed meteen in Nijmegen kan gaan wonen. Een geruststelling is dat ze bij drie meiden van dezelfde leeftijd komt wonen. Als afscheidsgeschenk krijgt ze van thuis het laatste model Peugeot brommertje met automatische schakeling.
 

De tijd dat ze voor elf uur thuis moet zijn is daarmee voorgoed voorbij. Haar moeder was nooit streng maar wel op haar hoede. Je weet maar nooit met jongens. Die willen allemaal hetzelfde. Maar nu is haar dochter blijkbaar oud en wijs genoeg om voor zichzelf te zorgen. En vergeet niet intussen is er de pil, het veilige voorbehoedmiddel voor vrouwen waar ze zelf de baas over zijn. Vrouwen zijn voortaan de baas over haar eigen eierstokken.
 

De meiden wonen en leven op dezelfde manier als wij in het Voohuis er naast. Ieder heeft zijn eigen kamer, er is een gemeenschappelijke keuken waarin om beurten gekookt wordt en samen gegeten. Achter is een grote deel met een deur naar het voormalige terrein voor kolenopslag. Ons beider huizen behoren toe aan een en dezelfde kolenboer. Beide huizen zullen ooit afgebroken worden maar voorlopig is het zo ver nog niet.
 

Zij en ik wonen en werken weliswaar apart, hebben ons eigen leven maar zien elkaar regelmatig en blijven geregeld bij elkaar slapen. We leven als man en vrouw maar niet onder hetzelfde dak en zonder boterbriefje. Het experiment met de vrije liefde is begonnen.
(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 20 september 2019

MAKE LOVE, NOT WAR (WERKTITEL) 26, DE JACOBSLAAN

De voorkant van het boerderijtje aan de Jacobslaan 147 te Nijmegen. Foto overgenomen van de Gelderlander
Als zoon uit een eenvoudig arbeidersgezin heb ik geen kasteel om er de liefde te bedrijven zoals Casanova en Markies de Sade. Wij brengen in de weekeinden onze avonden door in de  Zerobar,  een fatsoenlijke drinktent voor studenten en andere jongeren die hun middelbare school hebben afgemaakt. Een keurige bar maar mijn aanstaande schoonmoeder vreest het ergste. Aangezien die volgens haar nooit voor elf uur gebeuren, moet Krullenbol voor die tijd thuis zijn. Ook goed, ruzie maken heeft geen zin.

Maar gelukkig worden er zondagse uitstapjes gemaakt en dan is het ouderlijk huis ons kasteel. De rest van de week wonen we apart. Zij bij haar ouders in de industriestad Oss, ik op een saai kamertje in de studentenstad Nijmegen. Daar waakt mijn hospita over mijn zedelijk gedrag. Het is een vriendelijke, oudere vrouw die ’s avonds koffie opdient voor haar twee kostgangers als ook voor haar man en zoon. Nachtelijk damesbezoek op mijn kamer in het Nijmeegse Hengstdal is strikt verboden. Zij wil nu eenmaal geen gelegenheid geven tot ontucht, zedenmisdrijf of voorhuwelijkse liefde.

Er zit niks anders op dan ons in dit lot te schikken tot zich wat anders aandient. En dat gebeurt vlugger dan verwacht. Tijdens een ontmoeting met enkele studenten word ik uitgenodigd om lid te worden van het dispuut Marsupilami. Ik was niet van plan ooit lid te worden van een dispuut. Oubollig gedoe. Volgens mij waren disputen niks anders dan vriendenclubs die gekleed in driedelig pak of nog erger zich sjiek bezatten met de stellige idee dat ze het gaan maken in de maatschappij. Niks dan bluf en dikdoenerij. Mij niet gezien.

Maar een dispuut dat Marsupilami heet, een mij als stripliefhebber bekend fantasiebeest uit stripverhalen met Robbedoes, vind ik wel wat. Een dispuut dat zich tooit met de naam Marsupilami moet zelfspot en humor hebben en dat past beter bij me. Tijdens het sollicitatie gesprek, vraagt mijn toen nog gloednieuwe vriend onverwacht of ik naar een andere kamer zou willen verhuizen, naar een kamer in een vrijstaand boerderijtje in de Jacobslaan. Hijzelf gaat er ook wonen, samen met een studiegenoot. De grote woonkamer beneden is al verhuurd aan een student. Het boerderijtje ligt weliswaar buiten het centrum maar wel dicht bij de universiteitsgebouwen.
(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 5 juli 2019

MAKE LOVE, NOT WAR (WERKTITEL) 15: HOMOBAR


Twee vrienden (Parijs 1977)
Onze zucht naar avontuur en onze nieuwsgierigheid brengen ons een homobar binnen in het Quatier Latin, het centrum voor linkse intellectuelen, studenten en andere maatschappelijke outsiders. Dat hadden we helemaal niet verwacht. Maar ja, we zijn dan ook geen grootstedelijke ervaringsdeskundigen en als heteroseksuelen weten we niks van de homowereld. Dat is een wereld apart. Hoewel, in mijn Philipstijd ben ik wel eens een keer in een homobar geweest. Gezellig en verder niet zo bijzonder. We hoefden er ook niet aan te bellen zoals in Parijs en de vraag met hoeveel we waren, kan ik me ook niet herinneren.

We laten het dansvloertje met schuifelende mannen voor wat het is en gaan terug naar de bar om ons Heineken biertje op te drinken en de onvermijdelijke aftocht te blazen die iets heeft van een afgang, tenminste voor ons zelf. We hadden natuurlijk gehoopt op een spannend avontuur met vrouwen in plaats van in een homobar terecht te komen.

Ondertussen zitten we niet meer alleen aan de bar. Een van de mannen aan de bar begint te flirten met mijn vriend rechts van mij. Zonder een woord te zeggen legt hij zijn hand op zijn dijbeen, zoals heterojongens ook vaak bij meisjes doen. Mijn vriend legt de hand rustig terug. Maar de hand keert stilzwijgend terug en kruipt omhoog naar zijn kruis. Voor mijn vriend een ongehoorde brutaliteit. Hij springt boos van zijn kruk af, roept stop en zet een stap weg van de bar. De man reageert niet, ook niet nadat mijn vriend hem toebijt dat je zoiets niet doet. Hij doet dat zelf ook niet bij meisjes.

Nu maken dat we wegkomen voordat er iets goed fout gaat. Opnieuw een tegenvaller.  Het Heineken biertje kost een klein fortuin, een reuzenhap uit ons vakantiegeld. Zo raken we erg snel door ons geld heen. We zijn nu eenmaal armlastige studenten zonder reserves. Gelukkig is het tijd om. naar huis te gaan. Het is mooi geweest. Er wachten nog tentamens die ik beslist wil halen. Na twee jaar Philips neem ik mijn sociologiestudie ernstig.

We gaan zielige Harry, die ondertussen een beetje is bijgekomen van zijn tandarts behandeling, in het centrum voor buitenlandse studenten ophalen. Gezamenlijk gaan we in de Hallen tussen de honderden vrachtwagens op zoek naar een die ons voor zo min mogelijk geld mee wil nemen richting Nederland. Na links en rechts vragen, vinden Harry en ik opnieuw een Belgische vrachtwagen die ons een heel eind wil meenemen tot in Vlaanderen voor twintig frank per persoon.

Om tol te besparen op de route Parijs-Lille, rijdt hij over de Route Nationale. Een romantische rit bij nacht met voorbij flitsende straatlampen, schaars verlichte huizen, dorpen en stadjes waarvan we de namen in het licht van de koplampen zien voorbij komen totdat we door een tekort aan slaap en vermoeidheid
in een diepe slaap vallen. We worden in de vroege ochtend ergens tussen Gent en Antwerpen wakker waarna de vrachtwagen ons afzet langs de weg. Het lukt ons om nog dezelfde dag tegen het vallen van de avond liftend Nijmegen te halen. 

(verschijnt elke vrijdag)

woensdag 27 september 2017

DAGBOEK VAN HET JAAR ONZES HEREN 2013, DEEL 6

Auto keuring, Londerzeel, 17 januari


Het gezin van mijn jongste broer en zijn vrouw, Nijmegen, 18 januari


Wachten op het oordeel van de jury in het Paleis Het Loo
voor de tentoonstelling "Koningin Beatrix",
Apeldoorn, 19 januari


Verjaardagsfeestje bij een dochter thuis, Den Bosch, 20 januari


Sauna, Londerzeel, 21 januari


Kleinzoon in paskamer, Den Bosch, 22 januari


Metro Brussel, 23 januari


Ursene, Londerzeel, 24 januari


Treinovergang en station, Londerzeel, 25 januari


Het huis van de buurvrouw, Maldersesteenweg, Sint Jozef, Londerzeel, 26 januari

vrijdag 13 september 2013

NIEUWE ZIEKENHUISGIDS

Met dank aan Hieronymus Bosch, Dood van een vrek, olieverf op paneel omstreeks 1490,  Washington, National Gallery of Art.