Posts tonen met het label latijns amerika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label latijns amerika. Alle posts tonen

woensdag 2 april 2025

DE KLEINE GESCHIEDENIS VOLGENS JAN VAN DER PUTTEN. 1

 


De journalist Jan van der Putten heeft een boek geschreven over zijn tijd als correspondent, met de titel “Tijd van illusies” met als onderschrift “Mijn kleine geschiedenis van de wereld”. Hij is getuige geweest van gebeurtenissen waarvan velen dachten dat ze het aanzien van de wereld zouden veranderen, wat niet gebeurd is, vandaar dat hij het heeft over “tijd van illusies”.


Die tijd laat zich het beste samenvatten als de tijd tussen de meirevolte in Parijs van 1968, waar hij toevallig als promovendus in de letteren aan de Sorbonne studeerde, en 1986, het jaar waarin de Sandinisten bij verkiezingen in Nicaragua de macht verloren. In die periode zwerft Jan van de ene revolutionaire situatie naar de andere, voornamelijk in Latijns Amerika.


Het zijn de hoogtijdagen van de links revolutionaire verwachtingen. Verwachtingen die de schrijver meebeleefd en waar hij zelf in gelooft maar eenmaal in praktijk gebracht, uitdraaien op een mislukking. Wat hoopvol begint als een radicale politieke verandering wordt uiteindelijk een nachtmerrie van wrede en bloedige dictaturen van generaals en hun opportunistische slippendragers. Jan van de Putten maakt de hoop en de nachtmerries mee en vraagt zich af waarom radicale veranderingen en revoluties zo dramatisch mislukken.


Het startsein voor hem is toevallig de Franse meirevolte in 1968. Jan is dan net in Parijs om doctor in de letteren te worden. In plaats van doctor te worden, gaat hij voor de krant verslag doen van de opstandige studenten en jongeren die de straten van Parijs barricaderen. De snel opeenvolgende en verrassende gebeurtenissen maken Jan tot de journalist die hij de rest van zijn leven blijft. Zijn Parijse ervaring noemt hij een journalistieke en politieke stoomcursus.


De revolte gaat ten onder in het Franse politieke krachtenveld waar generaal de Gaulle, de held van de Tweede Wereldoorlog, aan het het langste eind trekt. In zijn boek oordeelt Jan dat het een knetterende mislukking was net als de slavenopstand van Spartacus, de Commune van Parijs en zoveel andere protestbewegingen en volksopstanden in Frankrijk. Blijkbaar zijn Fransen dromers die het afleggen tegen de  politieke realiteit. 


Jan weidt er niet over uit maar de meirevolte is een politieke uiting van een culturele revolutie die in de hele westerse wereld plaatsvindt. Het is een generatieconflict dat leidt tot diepgaande culturele veranderingen. 


Het beste kan het begin ervan geduid worden met Bob Dylan’s song “The Times They Are a-Changin’ “ (1964) met als laatste strofe: “De lijn die getrokken wordt, de vloek die uitgesproken wordt, de langzame van vandaag zal later snel zijn, zoals het heden later voorbij zal zijn, de orde vervaagt snel, en de eerste vandaag zal later de laatste zijn want de tijden veranderen.” (Vrij vertaald door mij). 


In Nederland wordt die culturele revolutie gemarkeerd door het optreden van de Provo’s in voornamelijk Amsterdam (1965). Provo was als een strovuur van een kleine anarchistische, geweldloze beweging die met humor en inzicht de autoriteiten provoceren waardoor de zwakheden van het traditionele, autoritaire gezag worden blootgelegd. In tegenstelling tot de Franse meirevolte groeit de provobeweging en later de kabouters niet uit tot een politieke opstand. 


De afloop van de meirevolte in Frankrijk was vrij onschuldig. De Gaulle herstelt de democratie en de Republiek. Er vallen geen doden, er worden geen massa's mensen in stadions opgesloten zoals in Chili  of zoals in Argentinië vermoord. Frankrijk blijft een democratie en de Fransen kunnen rustig slapen. Chili en Argentinië worden dictaturen.

vrijdag 26 januari 2024

26. AMERICA LATINA. FRANS ROSIER

Frans Rosier in zijn appartement in Bogotá, 1971.


Sinds mijn vertrek uit Colombia schrijven Frans Rosier en ik elkaar regelmatig. In Colombia zijn we vrienden geworden en de vriendschap zet zich nu al schrijvend voort. Voor mij is hij een betrouwbare en vooral ook dierbare raadgever geworden. 

Ik schrijf hem over mijn licht filosofische zoektocht naar houvast in mijn leven. Sinds ik uit de katholieke kerk ben gestapt - letterlijk opgestapt tijdens een preek - ben ik op zoek naar een nieuw houvast. Teleurgesteld in Marx en zijn aanhang, voel ik me genoodzaakt andere mogelijkheden te onderzoeken. Frans kan me daar bij helpen. 

Maar hij heeft ook zijn eigen zorgen. Zijn grootste zorg is tijd te vinden om de studie van de krottenwijk Meissen te kunnen uitschrijven. Al een paar jaar doet hij samen met enkele studenten onderzoek naar problemen van bewoners van de krottenwijk Meissen, een miljoenenstad aan de rand van Bogotá. 

Een aantal studenten heeft daarvoor langere tijd in die wijk bewoond. Terwijl ze daar woonden, bespraken ze onder begeleiding van Frans  met elkaarhun bevindingen. Frans maakte een verslag van die gesprekken. Hij zou al die verslagen willen verwerken in een alomvattende studie.

Frans ziet het verblijf van de studenten en de besprekingen van hun ervaringen als een tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant maakt het wonen tussen arme gezinnen onder precaire omstandigheden zijn studenten, waarvan sommigen uit de hogere klasse komen en anderen uit de lagere middenklasse,  bewust van het leven van  miljoenen arme Colombianen. 

Aan de andere kant helpt het verblijf met de opgedane inzichten en ervaringen om inzicht te krijgen wat armoede betekent en wat er aan gedaan kan worden. Studie en praktijk dragen daarmee bij aan sociale bewustwording bij een groep studenten. Wat nu ontbreekt is om het in een overzichtelijk verhaal te gieten zodat ook anderen er hun voordeel mee kunnen doen. Door zijn professoraat aan de Andes Universiteit, meegefinancierd door Nederland, komt hij daar niet aan toe.

Hij schrijft mij dat hij Den Haag enige tijd geleden tijd heeft gevraagd voor het uitschrijven van zijn gedachten en ervaringen zonder de verplichting colleges te geven. “De Andes is daar sterk voor, maar als ik Harry van den Hout (eveneens uitgezonden door Den Haag) goed begrepen heb is Den Haag niet in staat mij die faciliteiten te geven. Alsof universitair werk alleen maar bestaat in het geven van colleges. In de wirwar waarin ik op het ogenblik leef, komt van schrijven niet veel terecht. Het schijnt dat ik in van mijn momentele functie moet afzien ondanks het feit dat ik verbonden blijf met de Andes. Als zogenaamde deskundige geldt een contract in principe slechts voor twee jaar. ik ben nu al vijf jaar in dienst van Den Haag. Mijn aanvraag om mijn taak enige tijd te wijzigen zal een welkome gelegenheid zijn om mij uit staatsdienst terug te trekken. Dit heeft het voordeel dat ik vrijer ben om mijn meningen te uiten maar het nadeel dat ik geen bestaansmiddelen meer heb tenzij op een zeer laag niveau. Mijn voorstel heb ik al in januari ingediend maar ik heb nog steeds geen antwoord. Men weet er schijnbaar geen goed raad mee. Intussen struggle ik verder.” (brief van 25 april 1973)

Ondanks zijn bekendheid als schrijver, zijn faam als priester -arbeider, kenner van Latijns Amerika, geestelijke en sociaal psycholoog blijkt ook Frans grote moeite te hebben om voldoende tijd te vinden om zich te kunnen wijden aan het schrijven van zo een studie. 

Zijn volgende brieven gaan over zijn onzekere toekomst. Eind december houdt zijn contract met Den Haag op. Dan is hij al langer in dienst geweest van Den Haag dan gebruikelijk. De vraag is wat daarna? de universiteit wil wel dat hij met haar verbonden blijft, maar dat betekent een salaris waar je amper van kunt bestaan. 

Hij schrijft dan dat hij nog nog wat wil blijven “op de eerste plaats om mijn vrienden en onmiddellijke medewerkers te begeleiden bij de inzet voor de emancipatie van hun land en vervolgens ook omdat het uitwerken van mijn ervaringen een milieu nodig heeft dat nu niet precies Nederland is. Mijn verbondenheid met dit continent is nu eenmaal van dien aard, dat ze niet lijkt op een emmertje water waar ik Nederlandse bloemetjes mee kan begieten. Verder is het ook niet mijn aard om in long distrance preocupation te werken. Enfin, voor eind december kan nog veel gebeuren.” (brief van 22 augustus 1973)

Rosier zelf is ontworteld. Dat kan ook moeilijk anders als je zo lang van huis bent, in zoverre je van huis kunst spreken bij een kloosterling. Hij is al vroeg in zijn leven pater Karmeliet geworden en paters hebben geen thuis in de gebruikelijke betekenis van het woord. Hun thuis is onder normale omstandigheden een klooster, maar Frans is nooit een vaste bewoner van een klooster geweest. 

Meteen na zijn priesterwijding en intrede bij de Karmelieten is hij aanvankelijk in opdracht en daarna op eigen initiatief op zoek naar Gods afwezigheid onder de arbeiders in mijnen en staatsbedrijven gegaan. Hij deelde leven en werk bij mijnwerkers en staalarbeiders in verschillende Europese landen. Dan kun je moeilijk nog van een thuis spreken. 

Het resultaat van die zwerftocht waren twee boeken met de titel "Ik zocht Gods afwezigheid, psychologische peilingen inzake religieus-sociale toestanden in Europa."  Deel I gaat over zijn ervaringen in Frankrijk en Spanje. Deel II  over Italië en Oostenrijk. 

Toen hij vanwege zijn verschenen boeken, naar Rome werd geroepen, maakte hij het ook daar zich niet gemakkelijk. In Rome zoekt hij de mensen op die leven in de marge van de stad, in de armoede wijken. Daar ontmoet hij de zwerver Renzo waarvan hij in het tweede deel van “Ik zocht Gods afwezigheid” verslag doet. 

"Het hier volgende verhaal is, in tegenstelling met het voorafgaande, de beschrijving van een enkele ontmoeting, waarin men echter de mentaliteit en de problemen van het gehele Romeinse sub-proletariaat kan beluisteren. Het is een geschiedenis vol clair-obscur van leugen en oprechtheid, van immoraliteit en geloof, van geraffineerdheid en kinderlijkheid, kortom van een welhaast artistiek levensspel, dat de Latijns volkeren en bij uitstek het Italiaanse volk in het bloed zit. Het is geen litteraire roman maar de weergave van mijn regelmatige notities betreffende mijn contact met een der vele jonge mensen, die in Italië verloren dreigen te lopen in delinquentie vanwege de materiële en morele ellende van het milieu waaruit zij voorkomen." ( blz.306 van deel II)

Na 8 jaar Rome komt hij via een Chileense bisschop terecht in Chili alwaar zijn liefde voor Latijns Amerika begint (1959). Vandaar komt hij uiteindelijk terecht in Bogotá waar hij een thuis heeft geïmproviseerd samen met enkele van zijn studenten. In zijn  boek "Een wereld van mensen, Odyssee door de Amerikas" verschenen in Bogotá, 1970 vertelt hij in fragmenten over zijn ervaringen in dat continent.

Het is op dat moment dat we elkaar leren kennen. In Bogotá heeft hij een bescheiden appartement met twee slaapkamers. Een huishoudster houdt het schoon en kookt voor hem als het zo uitkomt. Verder is het een zoete inval voor elke student die zijn pad kruist waaronder ik ook mezelf reken. Het einde van zijn contract met Den Haag zou wel eens het einde kunnen betekenen van dit zijn eigen bescheiden thuis. 

woensdag 27 december 2023

HOE HET WESTEN DE DERDE WERELD IN ARMOEDE HOUDT



De Krottenwijken van Derde Wereld landen verplaatsen zich letterlijk naar onze grote steden zoals hierboven in Parijs.


In de jaren 80 vorige eeuw sloot ik lezingen over de toestand in de Derde Wereld af met de dreigende woorden dat als we in het Westen - de rijke wereld - er niet in slagen om de armoede in vooral Afrika mee helpen oplossen dat de Afrikanen dan hier hun heil zullen komen zoeken.


Er was toen al wel TV, een venster op de wereld ook voor Afrikanen, maar nog nauwelijks internet en geen smartphone. Die moest nog uitgevonden worden. Nu dat er wel is, zien zij daarginds nog beter wat hier wel kan en daar niet. Zij nemen hun bed op en komen naar ons in Europa. De Latijns Amerikanen verplaatsen hun armoede ondertussen naar Noord Amerika.


Ik had nooit kunnen denken dat de krottenwijken die ik in de grote steden in Derde Wereld landen zag,  zich letterlijk naar Europa zouden verplaatsen. Nu zie ik op het NOS journaal een krottenwijk met illegalen in hartje Parijs en zelfs Brussel, toch het centrum van de Europese macht. Volgens de reportage zouden er nog meer zijn, zoveel zelfs dat een oudere Parisienne zich niet meer thuis voelt in haar eigen land.


Gezien de ontwikkelingen in het Westen, zie ik daar de komende jaren geen verandering in komen. Integendeel, ik denk dat het nog erger gaat worden. Het uitfaseren van olie, kolen en gas zal tot gevolg hebben dat nog meer mensen in armoede terecht komen.


Nu mag je denken dat je dat met grote zakken geld naar de Derde Wereld kunt oplossen, maar dat is niet zo. Dat leert 40 en meer jaren ontwikkelingssamenwerking, tenminste als je het wil zien. Het armoedeprobleem is niet op te lossen met geld alleen.


Het is ook een probleem van technische, economische en kennis achterstand en die los je niet in een handomdraai op. Experimenten met zonnepanelen en windmolens in Dede Wereld landen zijn duur en mislukken bij gebrek aan expertise, onderhoud en verkeerd gebruik, zo heb ik ervaren. Voor kerncentrales geldt dat nog meer. Er is eenvoudigweg te weinig kennis, te weinig planning en organisatie. Overheden zijn instabiel en gebrekkig uitgerust om ingewikkelde, hoogwaardige  technische projecten uit te voeren.


Een voorbeeld uit Zuid Afrika, ooit het meest welvarende land van Afrika, zegt genoeg.

 


"Steenkooldrama


Bekender en pregnanter is het verhaal van Eskom, de landelijke energieleverancier. Eskom verbrandt nog ouderwets steenkolen in vijftien kolencentrales en ziet ook toe op de distributie en verdeling van de gegenereerde stroom, waarmee het staatsbedrijf praktisch monopolist is. Na de eerste democratische verkiezingen in 1994 begon Eskom miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen op het net aan te sluiten en onder druk van een quotum werd een deel van de blanke bedrijfstop vervangen. Om het achtergestelde deel der natie mee te krijgen in de vaart der volkeren werden contracten die voorheen werden gesloten met mijnbouwgiganten toegewezen aan kleinere partijen.


De opgegraven steenkool moest nu, in plaats van over een lopende band vanaf een naastgelegen mijn, per vrachtwagen naar de kolencentrales worden getransporteerd. De afstanden werden groter en de vervoerskosten stegen; de ruimte voor gesjoemel en handjeklap groeide. In 2007 ging het voor het eerst mis: Eskom had bij een aantal partijen inferieure steenkool opgekocht. Die waren deels natgeregend en moesten gedroogd worden voordat er vuur mee kon worden gestookt. Andere ladingen zaten zo vol steengruis dat ze het leidingwerk van generatoren vernielden. Centrales vielen stil en Eskom sloot delen van het land van het energienet af om te voorkomen dat de stroom op raakte.


Dit systeem van roterende black-outs (load-shedding) wordt sindsdien veelvuldig toegepast in Zuid-Afrika. Integer, kundig personeel is inmiddels vertrokken, onderhoud aan de centrales hoognodig en misdaadsyndicaten hebben delen van de industrie weten te gijzelen voor eigen gewin, met als gevolg twee tot soms wel tien uur stroomuitval door het hele land, iedere dag weer." (FD, 13 december 2023)


Voor milieuzaken geldt hetzelfde. Wie leert de derde Wereld landen het verantwoorde gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw? Want maak je niks wijs, om de groeiende bevolking te voeden in Derde Wereld landen zijn die nodig voor efficiëntere landbouw, meer opbrengst per hectare. Biologische landbouw in de tropen is armoede landbouw.


Met de afschaffing van de palmolie gebeurt hetzelfde als wat met rietsuiker en jute is gebeurd. De grote afnemers hebben met de uitvinding van kunstmatige zoetstoffen de rietsuiker niet meer nodig. De jute is massaal vervangen door plastic. Het gevolg zijn honderduizenden werklozen in landen als Bangladesh, India, de Filippijnen enz.


Wat moet men in de Derde Wereld straks met de elektrische en zelfrijdende auto? Waar halen zij de technici, de werkplaatsen en de kennis vandaan om daar mee om te gaan, ze te repareren en het gebruik ervan in goede banen te leiden? Tot nu toe kunnen ze min of meer overweg met onze tweedehandse “oude” benzine en dieselauto’s vanwege hun overzichtelijke techniek. Maar straks zijn die auto’s er gewoonweg niet meer. 


Hier in het Rijke Westen hebben we het met grote woorden over de toekomst van onze kinderen als het gaat om milieu en klimaatmaatregelen maar wat met de bevolking in arme landen? Massale migratie naar Europa? Ik vrees dat het er van gaat komen. Hoe gaan onze kinderen, kleinkinderen dat oplossen?

vrijdag 15 december 2023

20. AMERICA LATINA. "DE BIJBEL" VAN EMILIO MASPERO

Emilio Maspero was een begenadigd spreker zeker voor Latijns Amerikanen die een goede spreker kunnen waarderen. Hier opent hij als Algemeen Secretaris van CLAT een Conferentie in Panama over rechten van arbeiders en mensenrechten (1978).



Het werkdocument van Emilio Maspero (Algemeen Secretaris van CLAT en Vice Voorzitter van het WVA) “Solidariteit en Bevrijding: perspectieven en basisbeginselen voor een WVA strategie” is een zo goed als allesomvattend werk over de stand van zaken in Latijns Amerika en internationaal vanuit het standpunt van de arbeidersklasse, op zich al een een woord dat bij sommige congresgangers tegenstand oproept. Het document is doordrenkt van radicale en revolutionaire opvattingen die sinds de Cubaanse revolutie in 1958 in Latijns Amerika rond waren. 

Maspero hoopt met dit werkdocument binnen en buiten het WVA een nieuwe visie tot stand te brengen op de rol van de internationale vakbeweging ten behoeve van de armen en minst ontwikkelden in de wereld. Hij hoopt op een meer actieve vakbeweging in plaats van een gevestigde en somtijds gebureaucratiseerde vakbeweging.

Maspero is een man van de derde weg, die van het radicaal christelijk-humanisme, een weg tussen kapitalisme en communisme, tussen de Sovjet Unie en Noord Amerika. Het WVA mag dan een minderheidsorganisatie zijn vergeleken met de socialistische IVVV en het communistische WVV, zij zou wel meer los maken in de wereld dan de andere twee internationale organisaties die als het ware vast zitten aan het communisme of kapitalisme.

Hij wil dat de internationale vakbeweging de onderdrukte mensen weer hoop geeft. Maar voor het zover is, analyseert Maspero in het document de situatie in de wereld als een die op springen staat. Daarin is een klassenstrijd (ook een woord waar sommige congresgangers veel moeite mee hebben) aan de gang. Een kleine overheersende klasse heeft de sleutel voor politieke, economische en culturele besluitvorming.

Het is deze klasse die het economisch groeimodel van de wereld bepaalt. De werkende klasse mag daarover af en toe meepraten maar heeft er verder geen invloed op.

Volgens het rapport is dat groeimodel niet gericht op het algemeen welzijn van mensen maar in functie van een marktgericht productieproces waarbij producten worden gemaakt die niet aan de  behoeften van de mensen beantwoord. Een economie van verspilling ten koste van de armen in de wereld.

Deze visie op een arbeidersklasse die strijd tegen een economische elite gaat voor gevestigde Europese vakbonden ver voor sommigen te ver. Zij zijn niet gewend om een termen van revolutie en klassenstrijd te denken en te handelen. Het zijn zwaar beladen woorden die tezamen met woorden als imperialisme en neokolonialisme de wenkbrauwen doen fronsen. Men vraagt zich in de wandelgangen af waar dit naar toe moet?

Maar als begenadigd spreker met veel charisma, zeker voor de Latijns Amerikaanse gedelegeerden, weet hij het congres te overtuigen. De angel is eruit als hij duidelijk maakt dat hij radicale veranderingen langs vreedzame en democratische weg tot stand wil brengen. Een zogenaamde dictatuur van de arbeidersklasse wijst hij vol overtuiging af, ook al wordt die met nog zulke goede bedoelingen gevestigd. In dictaturen hebben arbeiders en boeren nog minder te zeggen dan in kapitalistische elite regeringen zo luidt zijn analyse van de communistische dictaturen waaronder ook die van Cuba.  Het document wordt goedgekeurd. Het WVA heeft een nieuwe weg gevonden.


vrijdag 1 september 2023

4. AMERICA LATINA. VORMINSGWERK

Jan Glissenaar en Peter Pennarts geven in hun fotoboek "Honderden Foto's uit Latijns Amerika voor F. 4,00 " aan hoe belangrijk en moeilijk vormingswerk of het bewust maken van mensen van hun eigen situatie is. Hierboven een foto van indiaanse landbewerkers in het Andesgebergte. In de persoon vooraan aan tafel herkennen we Jan Glissenaar. In hun boek noemen ze de Braziliaanse onderwijskundige Paolo Freire die een methode heeft bedacht waarin leren lezen en schrijven samengaat met het zich bewust worden van de eigen omgeving. Freire moest in 1964 na de militaire staatsgreep zijn land verlaten. Ondertussen maakt Freire met zijn onderwijsmethode opgang in Nederland.

 

Ik ben aangenomen als vormingswerker voor de werkgroepen die de vereniging in verschillende steden en regio’s heeft. De bedoeling is dat ik hen op weg help om greep te krijgen op wat er in Latijns Amerika aan de hand is, hoe een vakbond als CLAT daar wat aan doet en wat we in Nederland kunnen doen om ze daarginds te helpen. Kortom een brug te slaan tussen de mensen daar in Latijns Amerika en hier.

Regel een van het vormingswerk is dat je van mensen houdt en met ze overweg kunt. Van mensen houden is niet zo moeilijk, dat blijven volhouden wel. Mensen zijn nu eenmaal niet volmaakt dus heeft elkeen zijn gebruiksaanwijzing. Dat moet je tot op zekere hoogte accepteren of soms negeren. Dat vereist hoe dan ook geduld. Uit liefde voor de mensen moet je geduld hebben met mensen.

Regel twee is dat je een verhaal moet hebben en dat kunnen vertellen, liefst op een eenvoudige manier. Aan moeilijk doen heeft niemand iets. Wanneer je uit je hart en je eigen beleving vertelt, blijft het verhaal als vanzelf eenvoudig en doeltreffend want dan ben je ook geloofwaardig. Verhalen zonder overtuiging gebracht of verpakt in pretentieuze betweterigheid werken niet. 

Na liefde voor de mensen en een verhaal kunnen vertellen komt regel drie en dat is luisteren. Je moet kunnen praten met de mensen, echt praten vanuit begrip voor hun gemoedstoestand en wat ze bezighoudt. Je moet je zelf als het ware kunnen parkeren, opzij zetten en ruimte maken voor de anderen. Dat valt niet mee maar zonder dat kom je nergens.

Tot slot de inhoud. Het moet verhaal moet ergens over gaan en dan vooral niet over jezelf. Dat werkt niet. Vorming zonder inhoud, zeg maar zonder doel is als timmeren, lassen of metselen zonder plan. Dat levert niks bruikbaars op. Het wordt een rommeltje waarin iedereen de weg kwijt raakt, de vormingswerker en de groep. 

Het doel van mijn vormingswerk is wat heet bewustwordingswerk over ontwikkelingssamenwerking, on ons geval samen met de vakbeweging CLAT tegen armoede en sociaal onrecht in Latijns Amerika.

Regel vijf is actie. Misschien moet dat wel regel een zijn. Hoe dan ook, het hoort er bij. Actie brengt reactie is een natuurkundige en maatschappelijke wet. Reactie kan bewustwordening over de situatie bevorderen. De leden van de werkgroep voeren actie in hun stad. 

Dat kan van alles zijn. De werkgroep Amsterdam onderzoekt het gedrag van Nederlandse ondernemingen in Latijns Amerika. Daaruit kan dan weer een andere actie voortvloeien, bijvoorbeeld naar het bedrijf toe, de werknemers of naar de media. Demonstreren is ook actie, hoe grootschaliger hoe meer effect.  Meedoen met een plaatselijke informatie markt is ook actie.

Elke groep tussen Amsterdam en Breda, van Amersfoort tot Montfoort zoekt daarin zijn eigen weg waarbij ik als vormingswerker zo nodig logistieke ondersteuning verlenen. De plaatselijke groepen nemen deel aan plaatselijke activiteiten van gelijk gezinden in kerken, vakbonden of  Derde Wereld groepen zoals bijvoorbeeld wereldwinkels. In zekere zin zijn dat bondgenoten.
 

vrijdag 25 augustus 2023

5. AMERICA LATINA. ZWARTSCHRIFT NVV- NIET VEEL VISIE

De eerste ledenbulletins waren eenvoudig huisgemaakte stencils.

 

CLASC-Nederland is er in geslaagd om landelijke aandacht op zich te vestigen met de publicatie van een zwartschrift over de internationale positie van het het Nederlandse Verbond van Vakverenigingen NVV. Op basis van door CLASC Latijns Amerika verstrekte informatie heeft secretaris G. een gestencild geschrift gemaakt over de verkeerde vrienden van het NVV in enkele Latijns Amerikaanse landen met als titel “NVV-Niet Veel Visie”. 

In het ledenblad CLASC-Nieuws geeft redactielid Hans Uwland een overzicht van de belangrijkste punten uit deze aanklacht tegen het NVV (juli 1971). 

Het NVV is aangesloten  bij de vakbondsinternationals IVVV, van oorsprong socialistisch. De andere twee Nederlandse vakbonden CNV (protestant)  en NKV (katholiek) zijn aangesloten bij het oorspronkelijk christelijke WVA.

IVVV en WVA hebben elk hun eigen regionale organisatie in Latijns Amerika. CLASC (later CLAT) is aangesloten bij het WVA en ORIT bij het IVVV. De boosdoener is de ORIT die tot het netwerk van het NVV behoort. 

Waar het CLASC om gaat is dat de ORIT met als lid de machtige Noord Amerikaanse vakbond AFL/CIO (illegaal, want de AFL/CIO is geen lid van het IVVV) een instrument is van Noord Amerikaanse buitenlandse politiek (president Nixon). 

Het doel van de Noord Amerikaanse politiek is Latijns Amerika binnen hun invloedssfeer te houden en derhalve het communisme, wat hetzelfde is als de Sovjet Unie, met alle middelen buiten de deur te houden, zo nodig door ondemocratische rechtse regiems (de generaals in Brazilië en Guatemala) te steunen.

Het gevolg is dat de vakbonden aangesloten bij de ORIT meer bezig zijn met bestrijding van het communisme en het bevorderen van het vrije markt denken dan een voorvechter van sociale gerechtigheid, democratie en sociaal-economische ontwikkeling. In enkele landen zijn ze zelfs steunpilaren van rechtse dictatoriale of autoritaire regiems.

Op grond van de deze beschuldigen wordt door CLAT Nederland geëist dat het NVV zich afkeert van de ORIT en in plaats daarvan steun geeft aan CLASC.


 

Het NVV voelt zich aangesproken en legt in haar ledenkrant “De Vakbeweging” een verklaring af over de verwijten die haar worden gemaakt ( “Vakbeweging in Latijns-Amerika onder de loep”, 17 oktober 1971)

“Het NVV acht het noodzakelijk op de kortst mogelijke termijn de nodige concrete informatie te krijgen over de vakbewegingssituatie in Latijns Amerika. Het zal daarom stappen ondernemen om binnen het IVVV (de internationale organisatie waarbij het verbond is aangesloten) een onderzoek op gang te brengen, dat een duidelijker beeld moet opleveren van de activiteiten van de verschillende vakorganisaties in de landen van dit werelddeel. Daarbij zouden ook ter discussie moeten staan de organisatorische banden, die het Amerikaanse vakverbond AFL/CIO -ondanks het verbreken van het lidmaatschap van het IVVV - nog steeds heeft met de ORIT, de regionale organisatie van het IVVV voor Latijns-Amerika.”

Het NVV schrijft bezorgd te zijn over de groeiende tegenstellingen in Zuid en Midden-Amerika tussen organisaties die op moeten komen voor de belangen van de werknemers, en over de invloed van buitenaf, met name vanuit de Verenigde Staten.

Om na te gaan wat er aan de hand is in Latijns Amerika hebben ze behoefte aan objectieve informatie. “Zwart-wit schilderingen , waarbij de ene groep vakorganisaties tot het boevenpak wordt gerekend en de andere groep tot vurige idealisten wordt uitgeroepen, dragen weinig bij tot werkelijk vruchtbare discussies.”

Het NVV verklaart van goede wil te zijn door zoveel mogelijk steun te geven aan een vrije democratische vakbeweging in landen waar men die steun niet ontberen kan. Daarom moet getracht worden zoveel mogelijk samenwerking te bevorderen tussen CLASC en ORIT. Voorbeelden zouden Suriname en de Nederlandse Antillen zijn, waar de drie Nederlandse vakcentrales gezamenlijk trachten deze samenwerking te bevorderen.

“Met dit doel voor ogen hebben het CNV, het NKV en het NVV kort geleden samen de Stichting Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging opgericht, met het doel de ontwikkelingssamenwerking in de Derde Wereld … efficiënter en op ruimere schaal te laten plaatsvinden.’”

CLASC Nederland verwerpt de aantijging dat de informatie in het zwartschrift niet objectief zou zijn. De gedachte dat ORIT als verlengstuk van de Amerikaanse AFL/CIO kan samenwerken met CLASC is naïef en gaat voorbij aan de principiële tegenstellingen tussen beide organisaties. De tegenstellingen tussen de beide richtingen zijn juist op de Nederlandse Antillen erg groot. De oprichting van een stichting Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging wordt gewaardeerd.

 

vrijdag 18 augustus 2023

AMERICA LATINA 3. DE JEEP EXPRES

"Op 18 maart 1953 vertrokken twee magere Hollandse jongens, je zou ze nog geen vijf centen geven, uitgezwaaid door meneer pastoor, de burgemeester en de bevolking van Montfoort, met een knalgeel gespoten oude jeep voor een reis van 63.500 kilometer die 27 maanden zou gaan duren. Voor deze ‘Jeep Expres’ (met één s), met daarop in Arabische tekens geschilderd het woord ‘Holland’ (om niet voor Engelsen te worden aangezien), zouden fotograaf Peter Pennarts (1926-2013) en journalist Jan Glissenaar (1925- 2011) vanuit Nederland via België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Algerije, Tunesië en Libië naar Egypte rijden. Israël kan niet bezocht worden, omdat anders hun doortocht door Arabische landen onmogelijk wordt. Een Israëlisch stempel in hun paspoort zou dat verhinderen. Vandaar dat de gele jeep in Alexandrië op de boot wordt gezet, waarmee beide heren naar Libanon varen. Libanon is de uitvalsbasis om via Syrië en Jordanië in Bethlehem (dan nog mandaatgebied van de VN) te komen om daar in december 1953 de kerstperiode door te brengen. (inleiding "Jeep Expres", website Spaarnestad Photo)

 

Dolf Coppes en zijn vrienden zijn in contact gekomen met CLAT door de reizende journalist Jan Glissenaar en diens medereiziger tevens fotograaf en mecanicien Peter Pennarts, beiden afkomstig uit Montfoort. Tijdens hun rondreis door Latijns Amerika ontmoetten zij leiders van de landarbeidersbeweging FCL aangesloten bij dan nog CLASC. 

In hun fotoboek met tekst “Honderden Foto’s uit Latijns Amerika” doen zij verslag van hun reizen. Het doel van hun reizen is “een eenvoudige brug willen zijn tussen de gewone mensen hier en de gewone mensen in een van de drie arme, uitgebuite werelddelen.” Dat is precies ook wat CLAT Nederland wil zijn, een brug tussen de mensen hier en daar. 

Dat het hun ernst is met die brugfunctie moge blijken uit het feit dat ze genoemde fotoboek zo goedkoop mogelijk hebben gehouden om zoveel mogelijk mensen te bereiken. "Er is géén subsidie voor gevraagd noch verleend, want dit contact van ‘volk tot volk’ moet strikt onafhankelijk blijven.” Bepaald geen commercieel doel dus, zelfs niet om hun eigen bescheiden inkomsten te verhogen. 

Dit vergaand idealisme van Jan en Peter uit Montfoort is ontstaan in de tijd dat zij als dienstplichtige soldaten bij de politionele acties in Nederlands Indië de gewone mensen ontdekten, mensen zoals zij zelf.

“Ik kom uit een katholiek gezin en was de oudste van zes kinderen. M'n vader was landarbeider. In de crisisjaren van voor de Tweede Wereldoorlog betekende dat de bitterste armoede. Na de lagere school ging ik meteen werken, eerst als boerenknecht, toen slagersjongen en daarna nog eventjes in de bouw.  `s Avonds volgde ik cursussen. Typen, boekhouden en een schriftelijke cursus journalistiek. 
Toen Nederland bezet werd, was ik vijftien jaar, bij de bevrijding in 1945 dus twintig. Politiek interesseerde me helemaal niet. In de oorlog hadden we ook geen contact gehad met het verzet. 
In 1946 werkte ik bij een reclamebureau. Tot ik opgeroepen werd voor militaire dienst. Halverwege de opleiding op de kaderschool hoorde ik dat ik naar Indië moest.” (Jan Glissenaar, “Terug naar Java”, Uitgeverij Dabar, Aalsmeer.)

Gaandeweg ontdekken ze daar dat ze geen bevrijders zijn maar bezetters en strijden tegen de onafhankelijkheidsstrijders, de nationalisten. Jan schrijft dat hij zich op een gegeven moment zelfs afvraagt of hij niet over moet lopen. “Ik heb op een gegeven moment overwogen om over te lopen. Wat me weerhouden heeft? De consequenties. Ik zou niet naar Nederland terug kunnen gaan, mijn familie niet meer zien. Het ontbrak me op dat moment aan de moed om te kiezen.” (uit voornoemd boek)

Getroffen door hun ontdekking dat wat van hogerhand gezegd wordt niet altijd of zelfs helemaal niet klopt, besluiten ze hun onderzoek naar de waarheid uit te breiden tot de rest van de wereld. Ze gaan na ruim 3 jaar dienstplicht niet terug met de reguliere boot van het Nederlandse leger maar reizen met een verbouwde jeep terug over land, niet als toeristen maar als ontdekkingsreizigers van de waarheid.

“Ons beeld over die landen klopte vaak niet met de werkelijkheid. Indonesië was voor ons een openbaring. Gedurende drie-en-een-half jaar dienstplicht hebben wij getracht meer te weten te komen over de gedachtewereld van die mensen daar. Met name over onze komst en de politietaak die we daar vervulden. We stootten op erg veel argwaan. Dat is de vonk geweest. We wilden weten wat er in die verre landen omging. Nieuwsgierigheid was voor ons een voorname motor.” ( Jeep Expres, Katholieke Illustratie 1953-1957)  

Beiden hebben hun levensdoel in de ontdekking van de wereld gevonden en de smaak van het reizen te pakken. Op basis van hun eerste ervaring, bedenken ze de Jeep-Expres. Een reis die ruim twee jaar duurt en waar ze verslag van doen in de Katholieke Illustratie (1953-1957). 

Hun reizen brengen hen uiteindelijk ook naar Latijns Amerika waar ze de Latijns Amerikaanse boerenbond onder leiding van Rangel Parra en de Latijns Amerikaanse Vakcentrale CLAT (voorheen CLASC) met secretaris generaal Emilio Maspero leren kennen.

Op mijn beurt leer ik Jan en Peter kennen als leden van de werkgroep CLAT Nederland in Montfoort waar ze zich intussen gevestigd hebben. Peter beheert een fotostudio met fotoarchief, Jan volgt als journalist nog steeds de ontwikkelingen in de wereld en dan vooral in Latijns Amerika. Hun inzet is onveranderd, een brug zijn tussen mensen hier en daar. Daarom ook zijn ze lid van de werkgroep CLAT Nederland in Montfoort. 

vrijdag 21 juli 2023

39. TERUG NAAR NIJMEGEN. CLAT NEDERLAND

 


Dan gebeurt er iets wonderlijks. De Latijns-Amerikaanse vereniging CLAT Nederland zoekt een vormingswerker die Spaans spreekt en kennis en interesse heeft in Latijns Amerika. Aan twee van de drie punten voldoe ik en vormingswerk is met enige fantasie, inlevingsvermogen en improvisatie te leren. Ik ben al een tijdje lid van de vereniging dus de interesse en belangstelling is er ook.

Ik overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken of het verstandig is om te solliciteren terwijl ik op de wachtlijst sta voor uitzending. Ik krijg te horen dat het nog wel even kan duren voor ik een nieuw aanbod krijg. Bovendien ik mag een aanbod drie keer afwijzen. Dat gezegd zijnde, besluit ik de baan te nemen voor anderhalf jaar zoals in de advertentie staat.

Ik schrijf mijn sollicitatiebrief op 5 januari 1972.


“Ik ben in juli 1971 afgestudeerd aan de Universiteit van Nijmegen als politicoloog gespecialiseerd in Derde Wereld problemen, in het bijzonder Latijns Amerika. In verband met deze specialisatie heb ik een onderzoeksstage van 8 maanden gedaan in Colombia. Het resultaat van deze stage is verwerkt in mijn scriptie over structuur en cultuur van de Liberale en Conservatieve Partij van Colombia.

Spaans heb ik geleerd door het volgen van colleges en een talencursus aan de universiteit en een zomercursus Spaans in Spanje. Ik heb me de taal beter eigen kunnen maken tijdens mijn verblijf in Colombia. 

De gekozen bijvakken Economie van de Ontwikkelingslanden (professor Jansen) en niet - westerse sociologie (Buve, Niekerk en Constandse) bevestigen mijn vergaande belangstelling voor Derde Wereld en ontwikkelingshulp. In het cursusjaar 1969-1970 heb ik de NUFFIC leergangen gevolgd over ontwikkelingsproblemen.

Ik heb de werkgroep UNCTAD aan de Landbouw Hogeschool Wageningen begeleid en ben momenteel uurdocent ‘maatschappelijke en politieke oriëntatie’ op de educatieve academie “De Kopse Hof”.

Schrijfervaring heb ik opgedaan als copywriter bij Philips op de Technisch-Commerciële afdeling Radio, Grammofoon en TV in Eindhoven. Ik ben medeoprichter van het studententijdschrift ‘Paradogma’ waarin ik o. a. een artikel heb geschreven over Colombia. 

In de brief valt alles of bijna alles wat ik gedaan heb op zijn plaats voor deze baan. Ik ben benieuwd maar denk toch dat ik een goede kans maak. Weinig mensen zullen hun studie zo ingericht hebben. Maar je weet natuurlijk nooit hoe een bal rolt, de bal van het leven en werk.

De bal rolt de goeie kant op. Een maand later word ik aangenomen. Ik word zelfs gemaand om zo snel mogelijk te beginnen want “er is genoeg werk te doen.”
 

maandag 2 mei 2022

OORLOGSBULLETIN 10

De Serven betuigen hun steun aan Putinski.

 

De Hongaren hebben me bij de laatste verkiezingen waarbij Putinski vriend Orban opnieuw royaal heeft gewonnen, zwaar teleurgesteld. Zijn de Hongaren dan de Russische tanks die in 1956 Boedapest binnenrolden en hun opstand tegen de Russische bezetting genadeloos neersloegen, vergeten? Ik dacht altijd dat ze hun helden van de opstand in 1956 in ere zouden houden en geen gemene zaak met Putinski zouden maken. Ze hebben gelukkig wel afstand genomen van de Russische invasie en etnische Hongaarse vluchtelingen in hun land opgevangen. Dat is dan tenminste wat.

Sinds de bombardementen van de NAVO op Servische doelen (1999) om Milosevic terug te fluiten van zijn etnische schoonmaak in Kosovo, zijn er veel Serven die de NATO als agressor zien en Rusland als hun beschermheer. Hoeveel Serven uiteindelijk voor nu Rusland kiezen in plaats van Oekraïne is moeilijk in te schatten. Het zou helpen als in Servië meer zou worden gedaan aan kritische zelfreflectie over de rol van hun president Milosevic die per slot van rekening terecht heeft gestaan voor het speciaal Joegoslaviëtribunaal in Den Haag op beschuldiging van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Een ander verhaal zijn de Latijns Amerikanen. Sommige vakbondsvrienden en linkse intellectuelen op dat continent zijn buitengewoon sceptisch tot op het vijandige af over de solidariteit van West Europa en de VS met Oekraïne. Rusland krijgt het voordeel van de twijfel. Zij kunnen niet geloven dat je ondanks alles beter de VS als buur kunt hebben dan Rusland.

Ze kennen Rusland niet als buurland, de VS wel. Ze hebben zich ook nooit een goed beeld kunnen vormen van de Russische overheersing in Midden en Oost Europa ten tijde van de Sovjet Unie. Sommigen maalden daar zelfs niet om. Ik denk omdat ze bang zijn dat ze hun wereldbeeld zouden moeten bijstellen. Russisch imperialisme bestaat in hun ogen niet. Nu met de militaire inval in Oekraïne het Russisch imperialisme zich alsnog in al zijn wreedheid en absurditeit aan de wereld toont, blijft het voor hen alsnog moeilijk om afscheid te nemen van hun oude bondgenoot.

Daar komt bij dat linkse intellectuelen en leiders als gevolg van de decennia lange polarisatie tussen kapitalisme en communisme, tussen de VS en Cuba,  door de VS zelf onverschillig zijn gemaakt  voor democratie. Was het niet de democratische VS die soms met geweld intervenieerde in landen met een linkse gekozen regering als bijvoorbeeld Chili en Nicaragua? En was het niet de democratische VS die staatsgrepen van generaals tegen democratisch gekozen regeringen oogluikend steunde zoals in Argentinië en Brazilië? Voor de VS was in de tijd van de Koude Oorlog anti-communisme belangrijker dan democratie en dat wreekt zich.

De Falkland oorlog tussen Argentinië en Groot Brittannië heeft eveneens bijgedragen aan een vijandig beeld van NATO en Europa in Latijns Amerika. 

"In 1982 besloot de Argentijnse junta van Leopoldo Galtieri in te spelen op de nationalistische gevoelens bij zijn landgenoten door de Falklandeilanden te bezetten. Hij wist zo de aandacht af te leiden van interne problemen zoals de verslechterende economische situatie en onvrede over het bewind van de junta (onder andere de Vuile Oorlog). De Argentijnse legerleiding nam ten onrechte aan dat het Verenigd Koninkrijk, dat in die tijd ook grote economische en sociale problemen kende, niet op de bezetting zou reageren. Dit bleek een misvatting, juist ook omdat premier Margaret Thatcher de aanval wist te gebruiken om het land te verenigen en tegelijkertijd haar herverkiezing veilig te stellen. "(Wikipedia)

De Britten wonnen de oorlog o.a. met het tot zinken brengen van de pantserkruiser Generaal Belgrano.

"De General Belgrano was de voormalige Amerikaanse kruiser USS Phoenix, die de aanval op Pearl Harbor had doorstaan. Zij werd op 2 mei 1982 aangevallen door de HMS Conqueror, een Britse atoomonderzeeër, die drie torpedo's 21 inch Mark 8 mod 4 afvuurde die nog uit de Tweede Wereldoorlog dateerden, hoewel het schip ook de nieuwere Mark 24 Tigerfish aan boord had. De aanval op de Belgrano kostte 323 mensen het leven. De gehele Argentijnse vloot werd als gevolg van deze actie naar haar havens teruggeroepen, waardoor ze geen gevaar meer vormde voor de Britse vloot."(Wikipedia)

Ondanks dat de oorlog door extreem rechtse, opportunistische dictator-generaals was begonnen en verloren, is het voor linkse Argentijnen en hun Latijnse vrienden onverteerbaar dat de Britten hun land een nederlaag hebben bezorgd. Nationalistische gevoelens zijn sterker Linkse idealen.

dinsdag 15 oktober 2019

COMPLOTDENKEN

Het zegt iets over het vertrouwen in eigen regering en geheime dienst als een groep mensen beweert dat hun eigen regering zelf de aanval op de twee torens in New York op 11 september 2001 zelf georganiseerd heeft ten koste van vele duizenden doden. Het is ook moeilijk voor te stellen dat een zo machtig land als de VS verslagen zou kunnen worden door een zootje terroristen.

Je zou complotdenken als een vorm van onmacht kunnen zien om de wereld en de gebeurtenissen te begrijpen. Je kunt er ook een signaal van wantrouwen in zien. Mensen vertrouwen de officiële lezingen van hun overheid niet. Zo ben ik nergens zoveel complotdenken tegengekomen als bij mensen in Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Dat is ook geen wonder want in veel landen in die continenten is de informatievoorziening niet betrouwbaar. Hele en halve dictaturen, autocraten
enz. zetten de media naar hun hand of onderdrukken ronduit de vrijheid van meningsuiting. De meeste Derde Wereld landen staan machteloos in de wereld van geld en macht,zijn ook kolonie geweest van een Europees land en nu zijn ze weliswaar onafhankelijk maar onderworpen aan de economische, politieke en militaire macht van grootmachten en hun vazallen. Ze kunnen hooguit hun stem zo duur mogelijk verkopen in  de VN en andere internationale organisaties. Is het dan gek dat veel burgers in die landen denken dat ze nog steeds de speelbal zijn van het koloniale moederland of de grootmachten met hun geheime diensten, hun machtige multinationale ondernemingen en hun handlangers in eigen land?

Voer genoeg voor verstandig onderzoek naar complotdenken zou je zeggen maar helaas niet bij Trouw en Kieskompas. Die bewandelen met hun onderzoek liever de platgetreden paden van de vooroordelen tegen kiezers van  populistische partijen. De zaterdagkrant van 5 oktober j.l. meldt met grote letters dat FvD, PVV en 50 plus stemmers vaker complotdenkers zijn dan stemmers op andere partijen met als toegevoegde variabele dat “hoger opgeleiden gemiddeld minder in samenzweringen geloven, maar een hoger opgeleide FvD’er nog altijd meer dan een laagopgeleide D66’er.”
 

Kiezers van populistische partijen zijn complotdenkers en dus eigenlijk sneue mensen. Zo gelooft bijna een kwart van de bevolking de bewering dat er een voorop gezet plan bestaat om via media, kunst en onderwijs de samenleving linkse ideeën op te dringen. De bewering dat politici proberen de oorspronkelijke bevolking van ons land te vervangen wordt zelfs geloofd door de helft van de FvD en PVV stemmers. Veel kiezers geloven dat achter de financiële crisis de lange arme van internationale bankiers steekt.

Maar is dat eigenlijk allemaal wel zo gek? Als achter de bankencrisis een complex van factoren zit die zelfs veel journalisten van kwaliteitskranten niet begrijpen, is het toch niet zo gek dat er mensen zijn die denken dat bankiers en politici samen onder een hoedje spelen om de belastingbetaler geld af te troggelen terwijl de bankiers hun vette salarissen behouden?

Als de wijk volloopt met Medelanders zonder dat je iets gevraagd wordt en daar dan tegen protesteert om vervolgens te worden weggezet als racist dan kun je toch aan een complot denken? Zeker als in de gegoede wijken geen asielzoeker is te vinden?  Wat moet je anders denken? Dat het een migratiecrisis is waar niemand van Brussel tot den Haag raad mee weet? Dat is moeilijk te geloven als dezelfde politici in Nederland en Brussel 24 uur per dag beweren dat ze onze toekomst in handen hebben?

Voor media en onderwijs hetzelfde verhaal. Hoe komen anders al die klimaatkinderen plotseling op straat? Die komen toch niet uit de lucht vallen? Dat moet toch een vooropgezet plan zijn van de media en het onderwijs? Trouw doet net of zijn neus bloed terwijl ze als krant hebben besloten zich te scharen achter het VN klimaatpanel en de akkoorden van Parijs. Werken ze daarmee zelf niet ook het wantrouwen en complot denken in de hand?
 

Ligt het niet voor de hand aan een complot te denken dan te moeten geloven dat je geregeerd en bestuurd wordt door onnozelaars die zelf ook niet niet snappen hoe banken werken, ook niet door hebben hoe migratie werkt en geen benul hebben van klimaat?  Het zou verstandiger zijn van Trouw en Kieskompas als ze eens uitzochten waar dat wantrouwen vandaan komt in plaats van kiezers weg proberen te zetten als complotdenkers.

maandag 20 juni 2016

VENEZUELA

Een briefkaart uit 1988 waarop Caracas wordt gepresenteerd als een 
hypermoderne stad, wat het in zekere zin ook was. 
In tegenstelling tot andere Latijns Amerikaanse hoofdsteden 
heeft Caracas nauwelijks een historische binnenstad. 
Ik heb het altijd een stad zonder identiteit gevonden, 
zielloos modernisme, het moderne om het moderne.

Venezuela was het eerste Latijns Amerikaanse land dat ik leerde kennen in 1971 toen we met het vrachtschip “Rotterdam” van de KNSM de haven van La Guaira bij Caracas aandeden. Het schip bleef daar een paar dagen  liggen zodat we in een dag op en neer konden naar Caracas. Met een taxi reden we in een uurtje van de haven over de gloednieuwe vierbaans autoweg met tunnels en al tot in het centrum van Caracas.

Ik vond het nogal indrukwekkend. In Nederland hadden we zulke wegen nog maar nauwelijks. Al voor aankomst zag je vanaf de weg de wolkenkrabbers in het centrum. Ook heel indrukwekkend. Dat kenden we toen in Nederland nog niet. Caracas als het New York van Latijns Amerika. New York zelf had ik toen nog niet gezien, net zo min als de andere Latijns Amerikaanse supersteden Mexico-stad, Bogota, Buenos Aires, Sao Paulo en Rio de Janeiro.  

De stad ligt in een kom tussen de bergen. het eerste wat je opviel waren de volgebouwde berghellingen. Schots en scheef door elkaar staande huizen. Soms tegen zo’n steile hellingen aan gebouwd, dat je je afvraagt hoe men daar kan thuiskomen.  Jaren later zou ik enkele krottenwijken bezoeken. Het is weefsel van smalle straatjes. Niks is er gepland. de ordening is spontaan, organisch alsof het een levend wezen is dat langzaam over de helling groeit.

Caracas bewees de opvatting van de Karmeliet Frans Rosier dat Latijns Amerika het continent van de toekomst was. Europa zou geestelijk en materieel dicht geslibd zijn. Het verleden een ballast die het heden in de weg stond. In Latijns Amerika lag de toekomst open. Vanuit Cuba waaide nog altijd een revolutionaire geest van verandering en vernieuwing. De Latijns Amerikanen waren bezig met de ontdekking van de nieuwe mens en de nieuwe maatschappij. Hippiedom, Woodstock en de protesten tegen de Vietnamoorlog en de atoombom waren daarmee vergeleken oprispingen van jeugdige opstandigheid.

Zoals je op deze ansichtkaart uit Venezuela kunt zien, 
is het een land van enorme tegenstellingen.
Indianenstammen die nog leven zoals in de tijd 

van de Spaanse verovering in de zestiende eeuw  
naast de bewoners van een ultramoderne stad als Caracas. 
Dit Guaita gezin is gefotografeerd in Alto Orinoco, 
een gedeelte van Venezuela dat nog met oerwoud is bedekt.

Nu ruim veertig jaar later is er van de toekomst van Latijns Amerika niks meer over en van Venezuela nog minder. De Cubaanse revolutie is dood. Het wachten is op de begrafenis.Venezuela is een ramp geworden, een voorbeeld van hoe een land volledig ontwricht en in verval kan raken als gevolg van onervaren en dol gedraaide machthebbers die met hun land en volk experimenteren als in ene laboratorium.

Venezuela is het nieuwste bewijs dat de bouwstenen van het socialisme niet deugen. Het lijkt zo mooi, alle mensen gelijk en eerlijk delen. In het olierijke Venezuela moest dat toch kunnen. Maar als geld door de ramen binnen vliegt, vliegt het er door de deur weer uit. Je moet wel blijven investeren en produceren, je onderwijs bijhouden, je staatsapparaat effectief laten functioneren en alle bewoners van het land de kans geven mee te doen.

Hoe is het zo ver kunnen komen? Tijdens mijn eerste bezoek in 1971 was Venezuela nog een voorbeeld van politieke stabiliteit en economische groei. Christen democraten en Sociaal democraten wisselden elkaar af. Het land functioneerde op basis van democratische beginselen en kapitalisme. De twee partijen deden als volkspartijen hun best de nieuwe rijkdom van olie en bauxiet eerlijker te verdelen. 

Wat ging er dan mis? Ik vermoed dat in de loop der jaren als gevolg van de gemakkelijk verworven rijkdom, de corruptie in het politieke systeem geslopen is met als gevolg totale verrotting. Toen de militair Chavez hier uit naam van het volk tegen opstond was een klein duwtje genoeg om het geheel te doen instorten. Tijd voor iets nieuws leek het. Chavez introduceerde het socialisme van de 21ste eeuw en diepte uit de vergeten de anti-koloniale held en bevrijder Simon Bolivar op als het nieuwe voorbeeld, net zoals Castro op Cuba had gedaan met Marti.


Cuba werd voor Chavez het grote voorbeeld. Kon of wilde Chavez niet zien dat Cuba na bijna 50 jaar socialisme ook totaal verrot was? Durfde of kende hij geen andere meer begaanbare weg om de ongelijkheid in zijn land te bestrijden en tegelijk de economie draaiende te houden? Nu is het land totaal verarmd en politiek gedesoriënteerd. Niemand weet een uitweg, ook de oppositie niet. De democratische instellingen zijn uitgehold,  er is een geen democratisch politiek leiderschap. De economie ligt in puin. Zelfs de oliewinning werkt niet meer.