Om kunstenaar Wim T. Schippers kun je niet heen, al zou je het willen. De media zijn stuk voor stuk lyrisch over hem. Hij was dan ook van alle markten thuis. Zijn belangrijkste markt was de TV.
Daar met name heeft hij furore gemaakt door als eerste een programma te maken met een naakte, krant lezende jonge vrouw en in een voorstelling een spruitjes klaar makende koningin met bril op te voeren. Beide programma’s leidden tot vragen in de Tweede Kamer.
Die vragen zijn het bewijs dat Nederland geen land is dat speels met de werkelijkheid om kan gaan. Voor veel Nederlanders is die werkelijkheid ernstig en zwaar om niet te zeggen een last die gedragen moet worden. Of daaraan veel veranderd is waag ik te betwijfelen.
Nederland is en blijft een schuldbewust land zonder vergeving. Want is ons bestaan niet beladen met schuld waar ook nog eens de ellende van onze geschiedenis bij komt?
Schippers was hier wars van. Hij stond speels in het leven omdat het leven zelf een absurditeit is, een onverklaarbare absurditeit en dus kun je er maar het beste van maken door er speels mee om te gaan. Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.
Met zijn speelsheid probeerde hij ons Nederlanders te bevrijden van onze zwaarwichtigheid. De pindakaasvloer is daarbij een unieke en ongeëvenaarde vondst waarin hij de schrijfster Annie M.G. Schmidt ontmoet die de wereldberoemde zinsnede “de pindakaas is op” heeft bedacht in haar radioverhaal over De Familie Doorsnee.
Schippers veegt letterlijk de vloer aan met de pot pindakaas die in elk Nederlands doorsnee gezin op tafel komt bij het ontbijt en het middageten. Dat werkt bevrijdend net als een flesje cola leeg gieten in zee, een naakte kranten lezende vrouw of een koningin die spruitjes schoon maakt.
Dankzij de schrijver Gerard Reve staan spruitjes en dan vooral spruitjeslucht voor Nederlandse kleinburgerlijkheid ofwel benauwdheid van geest. Schippers maakt van de koningin die spruitjes schoonmaakt een kleinburgerlijke vrouw, een doorsnee vrouw. De koningin als gelijke onder gelijken, de droom van veel Nederlanders.
Maar ja, zoals met alle kunst begrijpt niet iedereen dat. Je moet maar net open staan voor speelsheid en perspectief wisseling en dat is voor zwaarwichtige mensen die het leven eerder als een last en een plicht beschouwen dan een gave, bijzonder moeilijk.
Schippers wilde ons niet alleen met beelden maar ook met woorden bevrijden van onze calvinistische zwaarwichtigheid, echter zonder lichtzinnig te worden. Dat is het andere uiterste. Vele mensen begrijpen niet dat je vrij kunt zijn, geestelijk vrij, zonder meteen lichtzinnig te worden.
Schippers begreep maar al te goed dat taal een tweesnijdend zwaard is. Taal kan je gevangen houden in je eigen wereld. Je zit dan opgesloten in je taal. Maar je kunt taal ook gebruiken om je wereld te verruimen, om een geestelijk ontdekkingsreiziger te worden. Ik denk dat Schippers dat wilde, dat we onze geesten verruimen door taalgebruik, door taal buiten de geijkte kaders te gebruiken.
Terugkeren naar kindertaal kan ook geestelijk verruimend zijn zoals Cobra kunstenaars terugkeerden naar de kindertekening. Kindertaal en tekeningen geven je de mogelijkheid om terug te keren naar de onbevooroordeelde waarneming, de onschuld van het nieuwe. Dat kan heel bevrijdend werken. Nee, Wim T. Schippers wist wel waar hij mee bezig was. Nu wij nog.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten