Posts tonen met het label picasso. Alle posts tonen
Posts tonen met het label picasso. Alle posts tonen

maandag 16 maart 2026

ABSTRACTE SCHILDERKUNST EN INNERLIJKE WAARHEID

Links het 'Zwart Vierkant op Witte Ondergrond" op een expositie van Malevitsj in Sint Petersburg (2015), rechts het schilderij van Mondriaan "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen", 1931, Stedelijk Museum Amsterdam.

 

Kunstschilders als Kandinsky, Mondriaan, Doesburg, van der Leck en tijdgenoten als de Russische schilder Malevitsj maar ook Picasso en Braque waren op zoek naar nieuwe schilderkunstige vormen van werkelijkheid, waarheid en schoonheid.


De opkomst van de fotografie dwong deze schilders na te denken wat nu precies de verbeeldingskracht van de kunstschilder onderscheidt van de fotografie. De fotografie maakt het immers mogelijk om met technische middelen - camera, lens en lichtgevoelige film- een perfecte uitsnede van de fysieke werkelijkheid te maken.


Als het om het vastleggen van de fysieke werkelijkheid gaat, legt -technisch gesproken - de schilderkunst het af bij de fotografie. Welke werkelijkheid, waarheid en schoonheid blijven dan nog over voor de schilderkunst of is er geen andere werkelijkheid dan de fysiek waarneembare? Sommigen dachten van niet. Dat betekende het einde van de schilderkunst. Hoe dan ook, de naakte fysieke werkelijkheid op het doek nabootsen was niet meer nodig.


Anderen daarentegen zochten naar nieuwe invalshoeken om de werkelijkheid te benaderen. Zij zochten het schilderkunstige antwoord in de werking van licht en kleur op het doek zoals het pointillisme of de fauvisten met in hun kielzog van Gogh en Matisse. 


Picasso c.s. zochten het vooral in de vorm. Samen met Braque ging hij daarin het verst door de werkelijkheid te deconstrueren, een stroming die bekend werd als kubisme. Daarmee introduceerden zij een nieuwe radicale schilderkunstige kijk op de werkelijkheid die de naam van kubisme kreeg.


Al deze schilders namen afstand van de werkelijkheid als een vaststaand gegeven waarmee zij een zekere mate van abstractie in de schilderkunst introduceerden waarbij de fysieke werkelijkheid niettemin nog altijd houvast gaf. Hun schilderkunst bleef in wezen figuratief.


Tegelijkertijd waren er kunstschilders die nog verder durfden gaan. De Russen Kandinsky en Malevitsj, de Nederlandse Mondriaan, van Doesburg en anderen menen dat er achter de fysieke werkelijkheid een andere - psychische, spirituele - werkelijkheid zit. Kandinsky vergelijkt de schilderkunst met muziek die direct inwerkt op ons gemoed en gevoel. 


Mondriaan, van Doesburg volgen de weg van de nieuwe beelding gebaseerd op kleuren, lijnen en vlakken. De oude beelding, die van de fysieke (figuratieve) werkelijkheid, heeft afgedaan. De nieuwe beelding heeft de toekomst.


De nieuwe beelding is gebaseerd op de geestelijke werkelijkheid die met minimale middelen d.w.z. lijnen en vlakken met primaire kleuren in beeld wordt gebracht.


Maar je kunt nog een stap verder zetten naar de absolute abstractie een abstractie die de wereld van de wiskunde benadert. Daarin is een lijn een lijn. De lijn is zichzelf en niets anders. De lijn stelt alleen zichzelf voor en niets anders daarbuiten. Dat geldt ook voor kleur. De kleuren zijn zichzelf en niets anders dan dat. Zij zijn zichzelf en verwijzen alleen naar zichzelf. Rood is rood en niets anders dan dat. 


Dit inzicht bracht de Rus Malevitsj in waarschijnlijk 1913 al tot zijn revolutionaire  ‘Zwart Vierkant met Witte Ondergrond’ (1913). Het zwarte vierkant op een wit vlak is een schilderkunstige waarheid en schoonheid en verwijst nergens anders naar dan naar zichzelf,  het is het zijn van een zwart vierkant op een witte achtergrond. Het schilderij is zichzelf en niets anders.


Ook Mondriaan volgt deze weg getuige zijn hierboven afgebeelde schilderij "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen". Zijn nieuwe beelding is gebaseerd op de enige schilderkunstige waarheid, die van lijn en kleur. Hun schilderijen verwijzen voortaan nergens anders naar dan naar zichzelf. 


Zij getuigen van de innerlijke inzichten van de kunstschilder aldus Kandinsky in zijn boek ‘Spiritualiteit en abstractie in de kunst’ en Mondriaan in zijn artikelen ‘De nieuwe beelding’. 


Spiritualiteit die zich net als in de muziek uit langs de weg van de schoonheid, schoonheid die het individuele overstijgt en tegelijkertijd de aller individueelste emotie oproept. 

woensdag 4 februari 2026

2. KANDINSKY. INNERLIJKE KLANKEN

Wassily Kandinsky, Compositie VII, olieverf op canvas, 1913 ( 200 x 302 cm). Te zien in de Tretyakov Galerij in Moskou.

Kandinsky leefde in een verwarrende tijd, de jaren voor de communistische revolutie van Lenin in 1917, een pre-revolutionaire tijd waarin verschillende, soms schokkende gebeurtenissen elkaar snel opvolgden. Het eeuwenoude autoritaire Tsarenregiem wankelde, liberale, anarchistische en communistische ideeën waarden rond, aanslagen werden gepleegd.


Tussen de liberale, marxistische, materialistische en anarchistische ideeën ideeën zocht Kandinsky een geestelijke uitweg die vooruitgang beloofde zonder verlies aan geestelijk leven. Zo loopt hijj net als tijdgenoot en kunstenaar Piet Mondriaan tegen de theosofen aan. Hij noemt het een spirituele beweging die een verlossend geluid laat horen voor menig vertwijfeld hart dat in duisternis en nacht gehuld is. (blz.36)


Hij onderzoekt de relatie van het woord tot de werkelijkheid. Hij betoogt dat het woord enerzijds dient om dingen te benoemen en anderzijds om een geestelijke werkelijkheid aan te geven. Het woord heeft een eigen klank, een innerlijke klank die het plaatst tegenover de waarneembare werkelijkheid.


“En het woord, dat dus twee betekenissen heeft - een directe en een andere, innerlijke - is het zuivere materiaal van dichtkunst en literatuur, is het materiaal dat alleen door deze kunst kan worden toegepast en door middel waarvan zij spreekt tot de ziel” (blz 39)


Muziek is nog meer dan het woord geschikt om een innerlijke klank weer te geven. Muziek spreekt direct tot de ziel. Debussy componeert muzikale vormen die tot “spirituele schilderingen” worden. Debussy’s muziek wordt vergeleken met schilderijen van impressionistische schilders.


De atonale componist Schönberg laat het uiterlijk schone voor wat het is en bekommert zich nog slechts om het innerlijke schone.“De muziek van Schönberg voert ons in een nieuwe wereld waar de muziek niet meer een akoestische ervaring is maar zuiver een zielsbelevenis. Hier begint de ‘muziek van de toekomst’. (blz 42)


De neo-impressionisten volgens een gelijksoortige weg die uitmondt in de abstracte schilderkunst. Zij gebruiken het uiterlijk om tot bij de innerlijke klank te komen, een universele klank volgens K.


De verst gevorderde onder deze schilders is Cézanne. “…hij wist in een theekopje een wezen te zien. Bij hem wordt het ‘nature morte’  zodanig bezield dat de uiterlijk ‘dode’ dingen een innerlijk leven krijgen.” (blz.43)


De volgende is Matisse voor wie de objecten, de mens of iets anders, als uitgangspunt dienen om het goddelijke weer te geven door middelen die de schilderkunst eigen zijn, kleur en vorm. Bij Matisse is sprake van grote innerlijke levendigheid ontstaan uit innerlijke noodzaak. (blz.44)


Zijn tijdgenoot Picasso laat zich niet door uiterlijke schoonheid betoveren maar laat zich door de dwang tot zelfexpressie meesleuren van de ene na de andere vorm en kleur. 


Soms maakt hij een sprong naar de tegenover gestelde kant, tot ontzetting van navolgers die dachten hem te hebben ingehaald. (blz. 45) Picasso gaat zo ver met met het kubisme dat hij het materiële in zijn schilderijen vernietigt, in stukken hakt en het reconstrueert.


Waar Cezanne, Matisse en Picasso nog altijd vasthouden aan het uiterlijke, het figuratieve  als basis voor hun innerlijke klank, gaan Kandinsky en Mondriaan over tot puur vorm en kleur, de basis van alle schilderkunst, om hun innerlijke klanken (ziel) vast te leggen.

vrijdag 30 mei 2025

41. MEXICAANSE VERTELLINGEN. KUNST IN DIENST VAN HET COMMUNISME

"Detail van een muurschildering van David Alfaro Siqueiros, In het Kasteel van Chapultepec in Mexico-Stad belicht de muurschildering "Van het Porfirianisme tot de Revolutie" van David Alfaro Siqueiros een cruciaal moment in de Mexicaanse geschiedenis. Met een oppervlakte van 410 vierkante meter fascineert de schildering de bezoeker met het verhaal van de eerste Mexicaanse staking in Cananea, die een epische strijd tussen kapitalisme en revolutionair socialisme vertegenwoordigde. Siqueiros, die de muurschildering tussen 1957 en 1966 schilderde, van 1960 tot 1964 was hij een politieke gevangene." (Historical Mexico)


Maar wat voor kunst dan wel? Een revolutie in de kunst is mooi maar de echte revolutie, de revolutie van Pancho Villa en Emiliano Zapata, is grotendeels mislukt. De dictator is verdwenen maar daarvoor is een eenpartij dictatuur gekomen. Dezelfde elite maar dan uitgebreider. De oude economische elite is vervangen door een nieuwe elite van kapitalisten die net zo asociaal is of misschien wel erger.


Het zijn de moderne kapitalisten en bourgeoisie die het lot van Mexico vandaag de dag bepalen. De boeren op het land zijn niet veel beter af dan voorde revolutie en als ze naar de stad trekken om arbeider te worden dan worden ze onderbetaald.De revolutie van Mexico is halverwege of nog eerder gestrand. Voor de gewone Mexicanen is er niet veel veranderd behalve de verstedelijking door de armoede op het platteland.


Kan de schilderkunst daar iets aan doen? David denkt van niet. Schilderkunst is een verbeelding van de werkelijkheid in welke vorm dan ook -surrealistisch, poëtisch, expressionistisch, impressionistisch of wat dan ook - maar niet de werkelijkheid zelf. Schilderkunst is een afspiegeling van de werkelijkheid en dan nog. Wie zijn werkelijkheid en welke werkelijkheid? Kunst is een doolhof waar je gemakkelijk de weg in kwijt raakt.


Maar een ding is zeker, met schilderijen maak je geen revolutie. Dat is geruststellend want stel je voor dat je met een enkel schilderij Mexico op zijn kop zou kunnen zetten,  maar ook een teleurstelling want wat kun je dan wel? De schilder die revolutie wil maken en dat wil David nog steeds ondanks alle teleurstellingen die hij heeft ondervonden, kan niet anders dan activist in de werkelijkheid van alledag te worden, in de politieke werkelijkheid wel te verstaan. 


De kunstenaar moet zijn handen niet alleen vuil maken in zijn schildersatelier maar ook in de politiek. Kan de schilderkunst hem daarbij eventueel van dienst zijn? David denkt van wel. Het Mexicaanse volk heeft dringend behoefte aan de ontdekking van zichzelf als revolutionair, net zoals hij zichzelf ontdekt heeft. Schilderkunst in dienst van de revolutie maar welke revolutie?


Dat is niet moeilijk, de communistische revolutie. Het communisme is voor David de logische voortzetting van de Mexicaanse revolutie. Dat zeggen hier in Parijs ook veel van zijn schilderkunstige vrienden. Picasso is lid van de communistische partij. Miró is weliswaar geen lid van de communistische partij maar wel een Republikein in hart en nieren en anti-Franco. Zelfs André Breton, de dichter/schrijver van de “écriture automatique” en daarmee de grondlegger van het surrealisme, is communist. 


Communisme is de trend van de tijd, het nieuwe ideaal zo vakkundig verwoord door Marx en Lenin en in Rusland werkelijkheid geworden. Communisme belooft een wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het maakt de belofte van de Franse revolutie waar.


David besluit de schilder van de communistische revolutie te worden. Hij zal de Mexicanen met zijn schilderijen leren zichzelf en tegelijk het communisme te ontdekken. Hoe moeilijk kan het zijn? David is in Parijs politiek en schilderkunstig wijzer geworden, meer kan hij niet verlangen. 

vrijdag 16 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 39. DAVID ONTMOET PICASSO

Twee Mexicaanse schilders in Parijs in de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
In het midden boven Diego Rivera en naast hem rechts David Alfaro Siqueiros. De middelste van de 3 vrouwen is Angelina Beloff, van oorsprong Russisch, schilder en de eerste vrouw van Diego Rivera. De man links boven is Leon Caillou. De vrouwen links onder: Magda Caillou, rechtsonder Graciela Armador.

Terwijl Diego nieuwe plannen maakt met zijn Sara, viert David het ene schildersucces na het andere dankzij de opdrachten van zijn voormalige revolutionaire vrienden die het intussen politiek ver geschopt hebben. Terwijl zij druk doende zijn met de revolutie terug te brengen tot administratieve-bureaucratische procedures en zich persoonlijk te verrijken, het lot van elke revolutie, wordt hij als de bewaker van het revolutionaire vuur beschouwd. Schilderkunst als revolutionaire schaamlap.


David beseft dat terdege maar hij laat zich dat aanleunen. Hij moet immers ook leven en op deze manier kan dat prima. Hij verdient dankzij de opdrachten en de daarmee verkregen bekendheid onder de Mexicaanse bourgeoisie een dikke boterham. David wordt de hofschilder van de revolutie.


Intussen is het tot hem en zijn vriendenkring doorgedrongen dat kunstenaars in Parijs bezig zijn de schilderkunst opnieuw uit te vinden. Picasso, diens vriend Miró en zijn Catalaanse landgenoot Dalí zijn bezig aan een revolutie in de schilderkunst. Daar wil hij wel eens wat meer over weten.Nu hij geld genoeg verdient, kan hij zich een reis naar Parijs veroorloven. Zo gezegd, zo gedaan.


De stad Parijs is wat hij ervan verwacht, een wereldstad met monumentale gebouwen en straten. De Eerste Wereldoorlog heeft de stad ongemoeid gelaten. De Eiffeltoren staat nog altijd fier en trots overeind als het symbool van Franse glorie, van vooruitgang en macht. Zoiets zou Mexico-stad ook moeten hebben. Maar ja, Mexico-stad is niet zoals Parijs de cultuurhoofdstad van de wereld. Nog niet.


David heeft het geluk om Picasso en zijn vriendenkring plus aanverwanten regelmatig te ontmoeten in café’s of op feestjes in een of ander atelier. Picasso is verreweg de grootste schilder van allemaal. Zijn talent is snel herkend onder de kunstkenners, bij galeries en conservatoren. Hij slaagt erin om zich als het Spaanse genie te presenteren, wat natuurlijk weer de nodige jaloezie opwekt bij sommigen van zijn vrienden.


Ook David vindt dat Picasso de grootste is. Schilderkunstig kan hij eigenlijk alles. Zo ontwikkelt hij samen met Braque spelenderwijs een heel nieuwe vormentaal, een die vibreert tussen werkelijkheid en abstractie. Vanwege de dominerende rechthoeken in een schilderwerken spreekt men van Kubisme. Picasso wordt vereenzelvigd met het kubisme.


Het moet gezegd worden, het heeft wel wat. Je zou denken dat van daaruit Picasso en zijn vrienden verder de weg opgaan van de abstractie maar dat is tot verbazing van kenners niet het geval. Integendeel, Picasso blijft figuratief maar dan wel in een zo virtuoze eigen afwijkende stijl dat een schilderij al vrij snel herkenbaar is als een Picasso.


De taal van zijn vriend Miró, die meteen na het uitbreken van de burgeroorlog in Spanje (1936) zich gevestigd heeft in de stad, is poëtischer en abstracter, zijn kleuren zijn uitgelaten, meer dan bij Picasso. Zijn vormen zijn niet altijd te herleiden tot herkenbare figuren, niettemin spreken ze aan omdat ze een buitenaardse of mythische sfeer oproepen. Miró laat je zien dat we in een vreemd universum leven en wijzelf ook vreemde schepsels zijn. Ook zijn schilderijen zijn meteen herkenbaar als afkomstig van hem.


woensdag 27 november 2024

GUERNICA

 

Ik denk dat het schilderij Guernica van Picasso voor Spanje net zo belangrijk is als de Nachtwacht voor Nederland. Het trekt in ieder geval net zoveel aandacht in het Museo Reina Sofia in Madrid. Picasso en Rembrandt behoren tot de grootste schilders van de wereld. Hun thema's zijn verschillend net zoals hun verfkunst. De Nachtwacht is portretkunst van het hoogste niveau. Het zou een saai schilderij zijn als Rembrandt er geen dynamiek in had gebracht door het plaatsen van de nachtwakers, en dan vooral de twee vooraan ent het raadselachtige meisje met de kip aan de gordel, alsof ze op weg gaan. Zelfs de lansen en geweren suggereren beweging. Die beweeglijkheid van de geportretteerden zien we ook in ene andere wereldberoemd schilderij "La Meninas" van Velazquez.  
Guernica is in zijn aard beweeglijk en gene portret of je zou het een portret van een bombardement moeten noemen. Picasso schildert het eerste bombardement ooit; een bombardement op het stadje Guernica tijdens de Spaanse burgeroorlog door Hitler's Luftwaffe. Het is een universele aanklacht geworden. Guernica is met zijn 27,3 vierkante meter een stuk groter dan de Nachtwacht met zijn 17,21 vierkante meter.

Voor schilders is de Guernica bijna een onuitputtelijke bron voor studie en inspiratie. Zo heeft Picasso voor altijd het onpeilbare leed vastgelegd van de moeder die haar kind verliest. Opvallend is de rol die de stier speelt. Zo te zien ontfermt hij zich over het leed van de moeder met het dode kind. De stier niet als offer maar als beschermgod. We zien voor haar op de grond een krijger liggen met een gebroken zwaard in zijn afgehouwen hand. Boven hem staat een paard in doodsangst. Helemaal bovenaan het schilderij brandt een lamp alsof Picasso nog eens wil benadrukken dat hetgeen zich afspeelt heel goed gezien moet worden.

Detail van het gebroken zwaard nog altijd stevig geklemd in de hand van de dode krijger. Wat betekent de vage bloem naast zijn hand? Is het een bloem voor de moedige krijger? Is het bedoeld als troost of is het de onverschilligheid van de natuur op het moment van vreselijk lijden bij de mensen? De uitvoering in tinten grijs en zwart met streepjes-accent versterkt de kracht van de scene.

Nooit is de smeekbede om hulp beter in beeld gebracht dan met de gezichten van deze twee vrouwen.  Het is op dit detail van het schilderij niet te zien maar de bovenste vrouw houdt een olielamp vast die als het ware licht moet werpen in de duisternis van het leed dat hun wordt aangedaan. De lijnen van de tekening zijn zoals in het hele schilderij trefzeker en worden verterkt door het gebruik van de schaduwkleuren. 

De wanhoop van deze vrouw is diep zwart. Er is nog slechts een heel klein raam boven haar waarvan we kunnen vermoeden dat daar nog licht is, maar of dat licht nog ooit deze wanhopige vrouw zal bereiken, is hoogst onzeker.


dinsdag 9 april 2024

BRIEF AAN GERARD 6.

Je hoefde Reve niks wijs te maken over hoe hij zijn werk aan de man moest brengen. In de jaren zestig trad hij 4 keer op in he populaire TV programma 'Mies en Scène' van Mies Bouwman, in de tijd zo een beetje de nationale moeder van ons land. Hij en Mies kenden elkaar goed van het satirische programma "Zo is het toevallig ook nog eens een keer", een programma dat veel nationale aandacht kreeg vanwege zijn provocerend karakter. Dat laatste werd Mies Bouwman veel zwaarder aangerekend dan Reve.

 

Beste Gerard,


Van meet af aan is duidelijk dat je een dolende zie bent. Je eerste boek “De Avonden” meteen ook je meesterwerk, laat daar geen twijfel over bestaan. Het dompelt je onder in de beklemmende eenzaamheid van een opgroeiende jongen op zoek naar zijn bestemming of zijn lot. Die grondtoon verdwijnt nooit meer uit je boeken.


Ik ken lezers die grote moeite hebben gehad dat boek uit te lezen. Hun commentaar: er gebeurt niks. Gewend als ze zijn aan een verhaal met een begin en een eind, kunnen ze jouw verhaal niet vinden. Voor hen is er geen verhaal en dus stoppen ze met lezen.


Dat krijg je als lezers blijven steken in sprookjesverhalen, verhalen met een begin en een einde met daar tussenin de gebeurtenissen en avonturen. De verwikkelingen lopen uiteindelijk goed af voor de goeden en slecht of onbestemd voor de kwaadwillenden.


Tegenwoordig hoeft het niet altijd meer goed af te lopen. Het mag zelfs in de ondergang van de hoofdpersoon eindigen, als er maar een verhaal aan vast zit. Het echte leven is immers ook geen lolletje. Je valt ineens van je fiets, loopt je vriend(in) onverwacht weg, je huis vliegt in brand, je krijgt een ongeluk of je wordt op school gepest. Er gaat altijd wel iets mis in het leven, dus waarom niet in een boek?


In ons land gaat er tegenwoordig zoveel mis dat we zo langzamerhand meer getraumatiseerd zijn dan in Oekraïne, wat toch een land in oorlog is waar de bommen je om de oren vliegen.


Je brievenboeken zijn een mooie oplossing voor het zogenaamde gemis aan een verhaal. Brieven gaan over belevenissen, gedachten en gevoelens. Dat weten de lezers. Ze weten dus wat hun in een brievenboek te wachten staat: geen verhaal. Daar kunnen ze dan mee leven.


Je hebt geluk dat je een goeie brievenschrijver bent. Je hebt heel wat brieven uitgegeven in boekvorm. Ene Vincent Hunting heeft het allemaal nagerekend. 


"Het eerste dat daarbij opvalt, is dat de indruk van een eindeloze reeks delen met ontelbare brieven, onterecht is. Sinds 1974 zijn er van Reve dertien brievenboeken gepubliceerd, met daarin 1196 brieven. Daarnaast zijn er 152 brieven opgenomen in zes boeken met verspreid werk: de twee delen Archief Reve (1981-1982); In gesprek (1983); Album Gerard Reve (1983); Schoon schip (1984); Roomse heisa (1985) en Een eigen huis (herzien 1990). Bij elkaar gaat het dus om 1348 in boeken gepubliceerde brieven. Dat is een aanzienlijke hoeveelheid, meer dan van enig ander na-oorlogs Nederlands auteur." (Vincent Hunting, De Brievenboeken van Gerard Reve inde digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) 


Al met al hebben die boeken je geen windeieren gelegd. Je hebt je talenten goed vermarkt. Ik heb er geen verstand van maar lees dat je weinig scrupels had om brieven te verkopen aan de hoogste bieder. Het maakt een wat platte indruk voor iemand die op zoek is naar de hoogste liefde maar je hebt natuurlijk ook gelijk dat de kachel moet branden. 


Aan iedere kunstenaar kleeft trouwens wel een zwart vlekje. Picasso was lid van Communistische Partij net als Frida Kahlo. Joris Ivens was een aanbidder van Mao en net als Harry Mulisch ook van Fidel Castro. Wagner was een anti-semiet. Dan doe jij het al met al zo slecht nog niet.


Met Groet,


donderdag 24 augustus 2023

CASINO KUNST KNOKKE 2023

 

Knokke heeft net als de rest van de amper 60 kilometer Belgische kust een mooi breed zandstrand.

Als je je van zee wegdraait dan zie je net als bij de rest van de Belgische kust super lelijke appartementsgebouwen staan. Knokke, Oostende en al die andere fameuze badplaatsen zijn steenwoestijnen met een randje strand.

Meteen bij binnenkomst staat een witte Bentley als welkom bij de Art Fair onmiddellijk gevolgd door  deze enorme overdadig luxe of liever kitsch kroonluchter. Past een kunstbeurs wel in een Casino, vraag ik me af?

Hoe krijg je het verzonnen om een olifant met een goudkleurige peer balancerend op zijn slurf kunts te noemen. Kermiskunst zou een gepaster woord zijn. 


Nog meer goud dat er blinkt. Dit is niet zoals ik mij de schoonheid van Afrika herinner.


Met zo een mooie sportauto voor in de huiskamer of in de hal kun je wel van bling bling kunst spreken.

Bij het aanschouwen van dit tafereel valt mij het woord nachtclub kunst in. Jammer van de schilder die zo zijn best heeft gedaan op zijn kleurrijke panelen.


Komen we toch nog dit sympathieke vliegmachientje van Panamarenko tegen, een groot Antwerps kunstenaar. Hij heeft een serie van 20 van deze machientjes gemaakt bij zijn 80ste verjaardag. Dit is nummer 12. De prijs nog altijd 14.000 Euro. Dat is veel geld voor zo een klein pronkstuk in de villa.

Verveling is nooit ver weg op een Art Fair voor de chique.


Het Casino wordt ook tijdens de Art Fair zorgvuldig gepoetst.

Het Casino heeft zijn beste tijd gehad. De op de muur geschilderde Margritte's zien er verlopen uit.

Her en der is er ook echte kunst te koop; De bezoekers fotograferen een echte Buffet. Er hangt wel een Casino prijskaartje aan van 380.000 Euro.


Tot slot treffen we ook nog een echte Picasso aan met de nadruk op echt. De prijs is in ieder geval naar: 90.000 euro.