Posts tonen met het label van gogh. Alle posts tonen
Posts tonen met het label van gogh. Alle posts tonen

donderdag 2 april 2026

MUSEUM JAN CUNEN: WILLEM VAN KONIJNENBURG, VANUIT CHAOS.

Links het schilderij 'Chaos' Van Willem van Konijnenburg te zien op de tentoonstelling in Museum Jan Cunen. Rechts het schilderij 'Liesje is Jarig' van Jan Sluijters te zien in Museum Noord Brabant in den Bosch. De verschillen in kleurenpalet, compositie en krachtige sfeer tussen de twee schilders kan haast niet groter zijn. 


Onlangs een bezoek gebracht aan de tentoonstelling “Willem van Konijnenburg, Vanuit Chaos” in het museum Jan Cunen te Oss. Ik wilde kennis maken met het werk van Konijnenburg. Zijn naam was ik wel eens tegengekomen maar zijn werk nog nooit gezien.


Geen wonder. Hij is een vergeten kunstschilder. Dat was in zijn eigen tijd heel anders. In de periode 1918-1925 was hij een van de bekendste schilders van Nederland. 


“Op een moment dat ook het modernisme de kop opsteekt, kiest hij bewust voor een klassieke, rationele beeldtaal. Na zijn overlijden in 1943 raakt zijn werk snel in de vergetelheid. De kunstgeschiedenis na de Tweede Wereldoorlog is volledig in de ban van het moderne. Net als veel collega’s belandt Van Konijnenburg aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Zijn ooit zo gewaardeerde oeuvre verdwijnt diep in de depots.” 


Helaas voor hem koos hij de verkeerde kant van de kunstgeschiedenis en dat is goed te zien op de tentoonstelling. Hij heeft zo goed als alle ontwikkelingen in de schilderkunst gemist. 


Niet alleen heeft hij de revolutionaire schilderkunst van Vincent van Gogh notabene 30 jaar eerder, gemist maar zo goed als alle stromingen zijn langs hem heen gegaan: het impressionisme met hoogtepunten als Monet en Renoir, het pointillisme met Seurat en Signac, het fauvisme met grondleggers als Matisse en de Nederlander Cees van Dongen en het kubisme van Picasso en Braque.


Van Konijnenburg wordt in het interbellum (tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog) samen met Jan Toorop en Jan Sluijters tot de modernen gerekend. Toorop en Sluijters onderzochten de stijlen van hun tijd. Toorop werd uiteindelijk een symbolische schilder geïspireerd door zijn katholieke overtuiging. Sluijters werd een figuratieve schilder met een groot gevoel voor kleur. 


Van Konijnenburg bleef een academisch schilder met een donker palet. Later komt er wat kleur in en waagt hij zich aan strakkere lijnen en vormen.


Als theosoof zoekt hij net als veel tijdgenoten (Mondriaan, van Doesburg, van der Leck) naar het innerlijk wezen der dingen maar in tegenstelling tot de genoemde tijdgenoten blijft hij steken in de vorm. Zijn tijdgenoten onderzoeken ook de betekenis van kleuren, lijnen, vlakken, composities enz. 


Bij van Konijnenburg niets van dat alles, hij blijft een academische, klassieke schilder en tekenaar. Je zou een tentoonstelling moeten maken met schilderijen van Willem van Konijnenburg omringd door  tijdgenoten. Hierboven een voorproefje met het schilderij 'Chaos' van Van Konijnenburg naast 'Liesjes Verjaardag' van Jan Sluijters.


Willem van Konijnenburg, Vanuit de Chaos te zien in het museum Jan Cunen te Oss tot 7 juni 2026. 

maandag 16 maart 2026

ABSTRACTE SCHILDERKUNST EN INNERLIJKE WAARHEID

Links het 'Zwart Vierkant op Witte Ondergrond" op een expositie van Malevitsj in Sint Petersburg (2015), rechts het schilderij van Mondriaan "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen", 1931, Stedelijk Museum Amsterdam.

 

Kunstschilders als Kandinsky, Mondriaan, Doesburg, van der Leck en tijdgenoten als de Russische schilder Malevitsj maar ook Picasso en Braque waren op zoek naar nieuwe schilderkunstige vormen van werkelijkheid, waarheid en schoonheid.


De opkomst van de fotografie dwong deze schilders na te denken wat nu precies de verbeeldingskracht van de kunstschilder onderscheidt van de fotografie. De fotografie maakt het immers mogelijk om met technische middelen - camera, lens en lichtgevoelige film- een perfecte uitsnede van de fysieke werkelijkheid te maken.


Als het om het vastleggen van de fysieke werkelijkheid gaat, legt -technisch gesproken - de schilderkunst het af bij de fotografie. Welke werkelijkheid, waarheid en schoonheid blijven dan nog over voor de schilderkunst of is er geen andere werkelijkheid dan de fysiek waarneembare? Sommigen dachten van niet. Dat betekende het einde van de schilderkunst. Hoe dan ook, de naakte fysieke werkelijkheid op het doek nabootsen was niet meer nodig.


Anderen daarentegen zochten naar nieuwe invalshoeken om de werkelijkheid te benaderen. Zij zochten het schilderkunstige antwoord in de werking van licht en kleur op het doek zoals het pointillisme of de fauvisten met in hun kielzog van Gogh en Matisse. 


Picasso c.s. zochten het vooral in de vorm. Samen met Braque ging hij daarin het verst door de werkelijkheid te deconstrueren, een stroming die bekend werd als kubisme. Daarmee introduceerden zij een nieuwe radicale schilderkunstige kijk op de werkelijkheid die de naam van kubisme kreeg.


Al deze schilders namen afstand van de werkelijkheid als een vaststaand gegeven waarmee zij een zekere mate van abstractie in de schilderkunst introduceerden waarbij de fysieke werkelijkheid niettemin nog altijd houvast gaf. Hun schilderkunst bleef in wezen figuratief.


Tegelijkertijd waren er kunstschilders die nog verder durfden gaan. De Russen Kandinsky en Malevitsj, de Nederlandse Mondriaan, van Doesburg en anderen menen dat er achter de fysieke werkelijkheid een andere - psychische, spirituele - werkelijkheid zit. Kandinsky vergelijkt de schilderkunst met muziek die direct inwerkt op ons gemoed en gevoel. 


Mondriaan, van Doesburg volgen de weg van de nieuwe beelding gebaseerd op kleuren, lijnen en vlakken. De oude beelding, die van de fysieke (figuratieve) werkelijkheid, heeft afgedaan. De nieuwe beelding heeft de toekomst.


De nieuwe beelding is gebaseerd op de geestelijke werkelijkheid die met minimale middelen d.w.z. lijnen en vlakken met primaire kleuren in beeld wordt gebracht.


Maar je kunt nog een stap verder zetten naar de absolute abstractie een abstractie die de wereld van de wiskunde benadert. Daarin is een lijn een lijn. De lijn is zichzelf en niets anders. De lijn stelt alleen zichzelf voor en niets anders daarbuiten. Dat geldt ook voor kleur. De kleuren zijn zichzelf en niets anders dan dat. Zij zijn zichzelf en verwijzen alleen naar zichzelf. Rood is rood en niets anders dan dat. 


Dit inzicht bracht de Rus Malevitsj in waarschijnlijk 1913 al tot zijn revolutionaire  ‘Zwart Vierkant met Witte Ondergrond’ (1913). Het zwarte vierkant op een wit vlak is een schilderkunstige waarheid en schoonheid en verwijst nergens anders naar dan naar zichzelf,  het is het zijn van een zwart vierkant op een witte achtergrond. Het schilderij is zichzelf en niets anders.


Ook Mondriaan volgt deze weg getuige zijn hierboven afgebeelde schilderij "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen". Zijn nieuwe beelding is gebaseerd op de enige schilderkunstige waarheid, die van lijn en kleur. Hun schilderijen verwijzen voortaan nergens anders naar dan naar zichzelf. 


Zij getuigen van de innerlijke inzichten van de kunstschilder aldus Kandinsky in zijn boek ‘Spiritualiteit en abstractie in de kunst’ en Mondriaan in zijn artikelen ‘De nieuwe beelding’. 


Spiritualiteit die zich net als in de muziek uit langs de weg van de schoonheid, schoonheid die het individuele overstijgt en tegelijkertijd de aller individueelste emotie oproept. 

donderdag 4 september 2025

STOP EXTINCTION REBELLION

In het Leopold Museum te Wenen bekladden lieden van Extinction Rebellion het schilderij "Dood en Leven" van Gustav Klimt (6 augustus 2024).

 

Dat lieden van de actiegroep Extinction Rebellion zich vastplakken op een wegdek of een snelweg blokkeren, is ergens nog te snappen als je gelooft dat de wereld ten onder zal gaan aan fossiele brandstoffen. 


Dat je fossiele brandstoffen niet van de ene dag op de andere dag kunt afschaffen zonder Nederland brodeloos te maken, komt niet bij hen op of maakt hen niet uit.


Dat ze niet (willen of kunnen) begrijpen dat het met de CO2  niet zo een vaart loopt als klimaatalarmisten in kranten, op TV en organisaties als Greenpeace, Milieudefensie, Natuur en Milieu en allerlei professoren en leraren beweren, kun je ook nog snappen. 


Het is voor sommige mensen nu eenmaal moeilijk om dwaasheid en wijsheid uit elkaar te houden, zeker in een complexe maatschappij als de onze. Je zou met minder de weg al kunnen kwijt raken.


Maar waarom schilderijen van Van Gogh, Vermeer, Monet en Klimt in musea besmeurd moeten worden, is onbegrijpelijk en onvergeeflijk. 


Musea zijn de bibliotheken van onze beeldcultuur en van bibliotheken blijf je af. Je besmeurd ook geen boeken in bibliotheek. Wat is dan de volgende stap? 


Straks worden we geconfronteerd met talibaan-achtige toestanden waarbij beelden en schilderijen worden vernield, uit het raam gegooid of musea in brand gestoken en dat allemaal vanwege  klimaat-alarmisme. 


Stop Extinction Rebellion voor het te laat is. Straf de leden van Extinction Rebellion die dit soort wandaden plegen hard en gepast. Zij leggen de bijl aan de wortels van de beschaving en dat moet in de kiem gesmoord worden.

woensdag 17 juni 2020

DE WERELD ZWAMT DOOR, AFLEVERING 11, VAN GOGH


dinsdag 2 juli 2019

KITSCH EN KUNST OP SCHIPHOL




De katten van Vermeer





De olifanten van Piet Mondriaan

De tassen van Van Gogh

Nijntje reclame

Eeuwig durende tulpen

Reunzenklomp

De winkel van sinkel

maandag 28 januari 2019

FOTOBLOG: KRÖLLER MÜLLER MUSEUM 1

 De buitenkant van het Kröller Müller Museum op 9 januari 2019

Het Museum Restaurant

Drie primitieve paaltjes en een bol, Barry Flanaga. Ik noem ze primitief omdat ze me aan Afrika doen denken, aan houten palen die gebruikt worden om verkoopstalletjes mee te maken.

Barry Flanagan,  Bleach I, (1970). Ook dit doet me denken aan Afrika.

Een voorwerp van Maria Barnas. Officiële naam: Turning Limbs #2, glas en touw. Dit is kunst die (te) veel uitleg behoeft: "Dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Maria Barnas (Hoorn, 1973) onderzoekt in gedichten, sculpturen en films de concrete aspecten van taal en de manier waarop wij dingen met woorden verbinden..." met andere woorden Maria onderzoekt hoe de mensen de dingen een naam geven.

Rebecca, Ossip Zadkine (1927) Schoonheid en elegantie die geen uitleg behoeft.

Zo kun je een mens ook zien: kwetsbaar en eenzaam. Herkenbaar Giacometti.

Prachtig rood accent bij vergane Zonnebloemen van Van Gogh.

Contrast tussen schaduw en zonlicht, de barokke vorm van een boom tegenover het zacht op  de wind bewegende sculptuur van George Ricky, L'S-one up one down excentric II (1981)


Het ei van Constantin Brancusi (Het begin van de Wereld, 1924) in de kast rechts met op de achtergrond een Compositie van Piet Mondriaan. Ze passen als gegoten in de architectuur van het museum.


Twee bezoekers met op de achtergrond het neon kunstwerkje Wandflower van Ian Hamilton Finlay (1975).


Levende Kunst (Autohappening met 2 acteurs) naast 'De Omgekeerde Graftombe' van Huang Yong Ping (1994) buiten het museum.

vrijdag 2 november 2012

SWAAB

Een digitaal bewerkte tekening van PETRUS.


Dat we, zoals emeritus hoogleraar Swaab het uitdrukt, ons brein zijn, ligt voor de hand. Ik stel dat bijvoorbeeld telkens weer vast als ons geestelijk gehandicapte buurmeisje op bezoek komt. Je kunt gezellig met haar praten over koetjes en kalfjes, dierenfilms, ziekteverschijnselen en nog wat meer voor de hand liggende onderwerpen, maar daar houdt het dan ook mee op. Er zit geen ontwikkeling in onze gesprekken en vaak lijkt her erop dat ze bijbehorende emoties niet heeft. Ze is wat ze is. Ze is haar brein en dat brein is gehandicapt.

Vanuit het perspectief van de menselijke evolutie ligt een dergelijke conclusie al net zo voor de hand. Waarom zouden wij als mensen niet ook het instinct van de dieren in ons brein hebben behouden?  Zeker daar waar het nuttig is voor de overleving, een naar het schijnt evolutionair beginsel. Allerlei lichamelijke reacties op bijvoorbeeld gevaar of liefde wijzen in die richting,  daar is geen zwaarwichtige studie voor nodig. We zijn ons instinct zou ik daarom willen zeggen. Dus ook op dit punt wil ik de emeritus het grootste gelijk van de wereld geven.

Als Swaab zijn Mondriaanlezing, waarvan ik slechts een fragment in NRC Handelsblad van 20 oktober heb gelezen met als titel ‘Het brein heeft zijn voorkeuren’, besluit met de conclusie “wij zijn ons brein, zelfs als het kunst betreft” heeft hij dan ook mijn zegen. Waarom zou kunst niet net als voetballen, schaken en talen spreken een kwestie van aanleg of talent zijn?

Maar Swaab wil natuurlijk meer weten van ons brein. Hij wil het naadje van de kous weten en dat is ingewikkelder want net als bij alle exacte wetenschappen is meten pas echt weten en dat maakt breinwetenschap nu net zo moeilijk. Wat hoe meet je het brein door zonder de mens daarachter te beschadigen of nog erger te doden? Om deze schadelijke neveneffecten te vermijden nemen breinwetenschappers daarom ook vaak hun toevlucht tot gedragsaanwijzingen en dan wordt het natuurlijk al gauw een stuk ingewikkelder om dat exact te maken.

In de genoemde lezing stelt Swaab vast “dat is gebleken dat patiënten in een psychiatrisch ziekenhuis minder vaak om medicatie vroegen als er een foto van een savanne aan de muur hing, dan wanneer het schilderij ‘Velden’ van Van Gogh of het abstracte werk ‘Convergence’ van Jackson Pollock aan de muur hing”.  Zo’n fenomeen strikt wetenschappelijk vaststellen, op basis van bijvoorbeeld wereldwijde metingen dus ook bij de eskimo’s, de pygmeeën en Braziliaanse indianenstammen, om nog maar niet te spreken van een verklaring van het vastgestelde fenomeen, is natuurlijk ondoenlijk.

Daarom neemt Swaab zijn toevlucht tot de Amerikaanse kunstfilosoof Dennis Dutton die schrijft dat dit het geen toeval is dat juist de savanne over de gehele wereld het meest geprefereerde landschap blijkt te zijn want daar immers vond onze menswording plaats. Swaab verhuist van de exacte wetenschap naar de filosofie. Voor mij geen punt maar ik vraag me wel af of dit wel gepast is voor een breinwetenschapper met natuurwetenschappelijke allures.

Swaab en Dutton moeten het mij maar niet kwalijk nemen maar deze verklaring lijkt me bovendien onzinnig. Ik denk dat gemakkelijk is aan te tonen dat psychiatrische patiënten met een schilderij van een kalme zee of van een blauwe hemel met wolkjes aan de muur om minder medicatie zullen vragen dan met bijvoorbeeld “De schreeuw” van Edward Munch aan de muur. Lucht en zee zijn immers toch twee onmisbare elementen bij de menselijke evolutie. De prettige herinnering daaraan ligt dus hoogst waarschijnlijk sinds mensenheugenis in ons brein opgeslagen. Of sla ik nu de plank helemaal mis?