Posts tonen met het label frida kahlo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label frida kahlo. Alle posts tonen

vrijdag 2 januari 2026

69. MEXICAANSE VERTELLINGEN. MISKRAAM

 

Frida Kahlo,(1932): Een zeldzame lithografie (een van de eerste en de enige die lukte), gemaakt kort na de miskraam. Het is verdeeld in een lichte en een donkere helft, waarmee het verlies van haar kind wordt gecontrasteerd met de 'geboorte' van haar artistieke identiteit. (Banco de Mexico, Diego Rivera Frida Kahlo Museum, Mexico D.F.


David besluit om naar don Ramon te gaan alvorens op zoek te gaan naar Diego in Huasca. Frida gaat niet mee. Ze blijft bij doña Maria om een praatje met haar te maken. Ze wil meer weten over haar leven na de verhalen die ze van Diego kent.


Doña Maria vraagt of ze een kop koffie lust. Dat slaat Frida niet af. Ze gaat met haar rug tegen de muur aan de keukentafel zitten en volgt de bezigheden van doña Maria. Het is voor het eerst van haar leven dat ze een vrouw in zo een keuken aan het werk ziet. Zelf houdt ze niet van koken. Als het even kan laat ze het over aan het dienstmeisje.


Ze vraagt aan doña Maria of zij van koken houdt. Die haalt haar schouders op en zegt dan dat het geen kwestie van houden van is. Er wordt van haar verwacht dat ze eten kookt, het huis op orde houdt, voor de dieren zorgt en duizend en een andere kleine en grote dingen doet en dus doet ze dat ook. Het is haar plicht als vrouw en, zo voegt ze er aan toe, het is haar manier om haar liefde voor man en kinderen te tonen.


Sinds de kinderen het huis uit zijn, is het allemaal minder vermoeiend al valt er natuurlijk altijd wat te doen in en rond het huis. Gelukkig is ze nog goed ter been. Het leven is op dat punt tot nu toe goed voor haar geweest. 


Haar enige verdriet is wat Rosa is overkomen. Ze neemt het zichzelf nog altijd kwalijk dat ze niet aan heeft zien komen dat haar dochter zo verliefd was dat ze wel eens het huis uit kon vluchten, een huis waar ze altijd een veilig leven vol warmte had.


Ze had nog zo gehoopt dat moeder Maria en haar Zoon Jezus meer medeleven zou hebben gehad met het lot van Rosa en haar kind. Gelukkig hebben zij het kind van Rosa op kunnen vangen maar ze vreest dat het met Rosa nooit meer goed zal komen. De wond van de mislukte liefde is te groot om nog genezen te kunnen worden. 


Rosa ziet haar kind niet staan, het herinnert haar teveel aan de pijn in plaats van het geluk van de liefde. Ze hebben er met de pastoor van Huasca over gesproken maar die kon niks voor Rosa doen. Hij heeft te weinig ervaring met dit soort zaken, zo zei hij. Bovendien wil Rosa niet naar hem luisteren.


Diego is altijd hun steun en toeverlaat geweest in het hele drama, als het zo uitkwam samen met Julia. Maar als Diego er niet is en dat is vaak zo, dan staan ze er alleen voor. De andere kinderen willen ze niet belasten, die hebben recht op hun eigen levensgeluk en dat vinden is al moeilijk genoeg.


Terwijl ze de hete koffie direct uit de kan voor Frida en haarzelf inschenkt, kijkt ze Frida aan en vraagt of ze kinderen wil. Frida knikt zo heftig dat doña Maria haar vragend aankijkt waarna Frida besluit om geen geheimen te hebben voor haar, waarom zou ze en misschien kon doña Maria hier nog goede raad geven.


Ze vertelt dat ze van jongs af een kind wil. Een kind zou haar leven niet alleen vullen maar ze vindt ook dat het een bevestiging van de liefde is tussen man en vrouw en het haar tot vrouw maakt. Wat Rosa is overkomen is vreselijk en ze kan zich goed voorstellen dat dit een zo diep trauma is geworden dat het nooit meer goed kan komen.


Zijzelf is bang dat ze nooit kinderen zal kunnen krijgen. Haar enige zwangerschap is geëindigd in een miskraam, weliswaar een niet zo diep en ingrijpend trauma als dat van Rosa maar diep genoeg om haar soms het gevoel te geven dat haar leven zinloos is. 


Het verloren kind is een gemis geworden waarvan ze niet weet of dat nog goed kan komen. De artsen in het ziekenhuis zijn er niet gerust op. Ze denken dat vanwege het ongeluk, haar lichaam haar weinig kans zal geven een kind te krijgen.


Dona Maria had met toewijding geluisterd. Ze had niet meer van haar koffie gedronken, bang dat ze Frida’s verhaal zou verstoren. Ze kijkt naar Frida en ziet het diepe verdriet dat vanuit haar ziel opstijgt naar haar donkere doordringende ogen. Ze knikt naar Frida, een bemoedigend knikje. Ze beseft dat de last die Frida draagt niet met een enkel troostend woord kan worden opgevangen. Ze zwijgt en blijft roerloos zitten.

dinsdag 30 december 2025

FRIDA KAHLO

Als je door het centrum van Mexico-stad wandelt of in de wijk Coyoacan, waar het Frida Kahlo museum Casa Azul staat (haar voormalige woonhuis), dan zie je overal op straat haar beeltenis. Haar portret met de bloemenkrans maakt deel uit van de Mexicaanse souvenirs meestal gebaseerd op de Mexicaanse folklore. Dat is geen wonder want Frida Kahlo was een van de eerste vrouwen die zich liet inspireren door de inheemse klederdracht.

 
Frida Kahlo, zelfportret geschilderd in 1940 en opgedragen aan dokter Leo Eloesser, haar arts. Dit is een van de bekendste zelfportretten van Frida Kahlo waarop ze is getooid met een bloemenkrans. De bloemen symboliseren haar liefde voor de natuur en de Mexicaanse identiteit  overgenomen van de Tehuana-cultuur.  

Kahlo liet zich inspireren door de klederdracht van de Tehuana vrouwen in de staat Oaxaca ten zuiden van Mexico-stad. Ze heeft ook een zelfportret gemaakt met de hoofdtooi van de vrouw rechts boven. 

Frida Kahlo, Zelfportret als Tehuana (Diego spookt door mijn hoofd). 1943.


Deze jonge Mexicaanse laat zich bij haar opmaak voor de Dia de La Muerte (dag van de doden op 1 en 2 november) inspireren door Frida Kahlo en de Tehuana cultuur.


Even verderop in het park van Coyoacan trof ik deze verkoopster aan. Zij vertelde me dat dit de typische haartooi past bij de gebruikelijke klederdracht in haar dorp.


Deze jonge vrouw met een op Kahlo geïnspireerde haardracht stond bij het Frida Kahlo museum Casa Azul in Coyoacan, Mexico-Stad.

Haartooi van een dode, Mexico-stad, centrum op 3 november 2025.


Tijdens de "dia de los muertos" in Mexico-stad, 3 november 2025



























vrijdag 17 oktober 2025

59. MEXICAANSE VERTELLINGEN. LIEFDESGELUK

 

Frida Kahlo poseert met haar gipsen korset waarop ze liggend in bed met behulp van een spiegel een ongeboren kind met daarboven de rode hamer en sikkel, symbolen van de communistische revolutie, heeft geschilderd.

Voor Frida is Lev Trotski een gedroomde combinatie van communisme en passie, politiek en liefde ineen. Ze is niet te stuiten, wat anderen ook zeggen en denken. Diego is niet op het feestje en David mag toekijken, maar moet zijn mond houden.


Dat doet hij ook braaf. Net als Lev die verrast wordt door zoveel passie dat hij er ondersteboven van raakt. Precies zoals zijn vrouw al had gedacht. Voor Lev is liefde een aangename bijkomstigheid, revolutie hoofdzaak. Vrijerij is een mooie maar kortstondige afleiding voor lichaam en geest. Met revolutie maak je geschiedenis en wat hem betreft de toekomst van de hele mensheid.


Frida daarentegen leeft in het vuur van het moment. Ze hoeft geen geschiedenis te maken, die komt vanzelf. Waar ze wel geschiedenis mee wil maken, is moeder worden. Ze wil de totale ervaring, die van de lichamelijk liefde en lust maar ook die van de barensweeën waarmee je een kind op de wereld zet. 


Iets mooiers en groters dan dat is er volgens haar niet. Daar kan geen muurschildering van David of Diego tegenop. Haar diepste passie is en blijft vrouw te zijn en moeder. Tot nu toe heeft geen van haar minnaars haar een kind kunnen geven. Ze is een keer zwanger geworden, notabene van haar eerste grote liefde Diego, maar dat is geëindigd in een miskraam.


Maar ze geeft de moed niet op. Integendeel, ondanks de altijd durende pijn in haar rug, blijft ze geloven in wat zij intussen liefdesgeluk (la suerte del amor) noemt. Misschien dat Lev dat haar zou kunnen geven? Misschien een overmoedige gedachte maar waarom niet?


Frida beleeft onstuimige nachten waarin ze zich een vrouw voelt die de hele wereld aan kan. Lev voelt zich in het bed van Frida even bevrijd van zijn doodsangsten die aangewakkerd worden door de bedreigingen van zijn voormalige kameraard Stalin.


Overdag leven ze elk hun eigen leven. Frida schildert en bezoekt vrienden. Lev werkt aan een boek over de wereldrevolutie en een biografie over zijn leven als communist met als apotheose zijn leiderschap over het Rode Leger.


In die uitgelaten dagen vol liefdesromantiek nodigt Frida het echtpaar uit om met haar en David de wereldberoemde piramide-stad Teotihuacan te bezoeken. Daar heeft het echtpaar wel zin in, per slot van rekening hebben ze nog maar weinig van Mexico gezien. De piramide-stad lijkt hun een goed begin om het andere Mexico te leren kennen.


De stad ligt op ongeveer twee uur rijden ten noorden van Mexico-stad en gemakkelijk te bereiken via Avenida Insurgentes. De twee grote piramides kun je al van ver zien liggen. 

dinsdag 9 april 2024

BRIEF AAN GERARD 6.

Je hoefde Reve niks wijs te maken over hoe hij zijn werk aan de man moest brengen. In de jaren zestig trad hij 4 keer op in he populaire TV programma 'Mies en Scène' van Mies Bouwman, in de tijd zo een beetje de nationale moeder van ons land. Hij en Mies kenden elkaar goed van het satirische programma "Zo is het toevallig ook nog eens een keer", een programma dat veel nationale aandacht kreeg vanwege zijn provocerend karakter. Dat laatste werd Mies Bouwman veel zwaarder aangerekend dan Reve.

 

Beste Gerard,


Van meet af aan is duidelijk dat je een dolende zie bent. Je eerste boek “De Avonden” meteen ook je meesterwerk, laat daar geen twijfel over bestaan. Het dompelt je onder in de beklemmende eenzaamheid van een opgroeiende jongen op zoek naar zijn bestemming of zijn lot. Die grondtoon verdwijnt nooit meer uit je boeken.


Ik ken lezers die grote moeite hebben gehad dat boek uit te lezen. Hun commentaar: er gebeurt niks. Gewend als ze zijn aan een verhaal met een begin en een eind, kunnen ze jouw verhaal niet vinden. Voor hen is er geen verhaal en dus stoppen ze met lezen.


Dat krijg je als lezers blijven steken in sprookjesverhalen, verhalen met een begin en een einde met daar tussenin de gebeurtenissen en avonturen. De verwikkelingen lopen uiteindelijk goed af voor de goeden en slecht of onbestemd voor de kwaadwillenden.


Tegenwoordig hoeft het niet altijd meer goed af te lopen. Het mag zelfs in de ondergang van de hoofdpersoon eindigen, als er maar een verhaal aan vast zit. Het echte leven is immers ook geen lolletje. Je valt ineens van je fiets, loopt je vriend(in) onverwacht weg, je huis vliegt in brand, je krijgt een ongeluk of je wordt op school gepest. Er gaat altijd wel iets mis in het leven, dus waarom niet in een boek?


In ons land gaat er tegenwoordig zoveel mis dat we zo langzamerhand meer getraumatiseerd zijn dan in Oekraïne, wat toch een land in oorlog is waar de bommen je om de oren vliegen.


Je brievenboeken zijn een mooie oplossing voor het zogenaamde gemis aan een verhaal. Brieven gaan over belevenissen, gedachten en gevoelens. Dat weten de lezers. Ze weten dus wat hun in een brievenboek te wachten staat: geen verhaal. Daar kunnen ze dan mee leven.


Je hebt geluk dat je een goeie brievenschrijver bent. Je hebt heel wat brieven uitgegeven in boekvorm. Ene Vincent Hunting heeft het allemaal nagerekend. 


"Het eerste dat daarbij opvalt, is dat de indruk van een eindeloze reeks delen met ontelbare brieven, onterecht is. Sinds 1974 zijn er van Reve dertien brievenboeken gepubliceerd, met daarin 1196 brieven. Daarnaast zijn er 152 brieven opgenomen in zes boeken met verspreid werk: de twee delen Archief Reve (1981-1982); In gesprek (1983); Album Gerard Reve (1983); Schoon schip (1984); Roomse heisa (1985) en Een eigen huis (herzien 1990). Bij elkaar gaat het dus om 1348 in boeken gepubliceerde brieven. Dat is een aanzienlijke hoeveelheid, meer dan van enig ander na-oorlogs Nederlands auteur." (Vincent Hunting, De Brievenboeken van Gerard Reve inde digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) 


Al met al hebben die boeken je geen windeieren gelegd. Je hebt je talenten goed vermarkt. Ik heb er geen verstand van maar lees dat je weinig scrupels had om brieven te verkopen aan de hoogste bieder. Het maakt een wat platte indruk voor iemand die op zoek is naar de hoogste liefde maar je hebt natuurlijk ook gelijk dat de kachel moet branden. 


Aan iedere kunstenaar kleeft trouwens wel een zwart vlekje. Picasso was lid van Communistische Partij net als Frida Kahlo. Joris Ivens was een aanbidder van Mao en net als Harry Mulisch ook van Fidel Castro. Wagner was een anti-semiet. Dan doe jij het al met al zo slecht nog niet.


Met Groet,


woensdag 18 oktober 2023

DE AANKLACHT VAN PATRICIA KAERSENHOUT

Patricia Kaersenhout, Mea Culpa. Te zien in Bonnefantenmuseum tijdens de overzichtstentoonstelling van Kaersenhout te zien tot 5 november.

 

Ik hou niet van politiek correcte kunst maar nieuwsgierigheid won het van afkeer en dus ben ik gaan kijken naar de overzichtstentoonstelling van Patricia Kaersenhout in het Bonnefantenmuseum te Maastricht.

Volgens het bij de tentoonstelling horende boekje onderzoekt zij "in haar werk de nog altijd actuele erfenis van slavernij en kolonialisme in de Nederlandse context en daarbuiten onderzoekt.” 

Het is eerder een aanklacht, een kunstzinnig uitgewerkte aanklacht, tegen kolonialisme, slavernij en onderdrukking van zwarte vrouwen.

Bij een onderzoek stel je  vragen over het hoe, het waarom en het motief van de daders en de gevolgen voor de slachtoffers. Dat gebeurt gedeeltelijk. Er worden voornamelijk feiten aangedragen die een bewijs zijn van de misdaad.

De schuld staat vast. Dat blijkt uit het werk ‘Mea Culpa'. Daarmee vraagt de kunstenares aan het publiek welke CEO er boete zou moeten doen en waarom. 

De getuigen zijn door haar gehoord en de aanklacht is duidelijk. Nu nog de vraag wie moet ervoor boeten? Dat ze naar CEO’s wijst zal te maken hebben met haar anti-kapitalisme.

In het boekje bij de expositie staat dat Kaersenhout geïnteresseerd is in de vraag hoe naties omgaan met kwesties als boetedoening en schuld. Als dat zo is, dan had ze Duitsland als voorbeeld kunnen nemen. Die hebben geboet en boeten nog altijd voor hun Nazi verleden.

Dat hebben ze gedaan door de daders die nog leefden voor de rechter te halen, aan zelfonderzoek te doen (hoe is het zo ver kunnen komen) en compensatie aan de slachtoffers te geven o.a. door het land Israel mede mogelijk te maken.

De daders van de slavernij leven daarentegen niet meer dus dat is een afgesloten weg. Zelfonderzoek gebeurt door nauwkeurig onderzoek naar slavernij, veel nauwkeuriger dan Kaersenhout kan. 

Compensatie in de vorm van een land is niet nodig. Surinaamse nakomelingen van slaven hebben een land. Helaas wil daar niet elke nakomeling van slaven wonen. In het voormalige koloniale Nederland wonen evenveel nakomelingen van Surinaamse slaven als in Suriname. Kaersenhout zelf woont als Surinaamse in Nederland. 

In het boekje staat dat de kunstenares “alom wordt geprezen om haar kritische en radicale engagement met ras, seksualiteit en gender.” Een nogal abstracte aangelegenheid. Op de tentoonstelling zie ik engagement met zwarte vrouwen. Waarom is het zo moeilijk om dat zo neer te schrijven?

In de serie “The Hummingbird Women” onderzoekt Kaersenhout volgens het boekje “de onzichtbaarheid van Zwarte Vrouwen in de Négritude beweging, een anti-koloniale en anti-racistische emancipatiebeweging van zwarte intellectuelen in Haïti en Parijs.

Prima beweging maar wel treurig dat die weinig succes heeft gehad. De wieg van deze beweging stond in Haïti, het eerste ooit door slaven zelf bevrijde land dat nog altijd in diepe armoede is gedompeld en politiek een puinhoop is.

Leopold Senghor een van de theoretici van de beweging heeft het tijdens zijn twintig jaar presidentschap van Senegal beter gedaan. Hij heeft enige politieke en economische stabiliteit gebracht in de periode 1960-1980 met een vleugje democratie en economische groei.

De onzichtbaarheid van zwarte vrouwen valt wel mee. Ik ken Josephine Baker dankzij mijn moeder al vanaf mijn jeugd. Later zag ik een foto van haar in de nagebootste Parijse slaapkamer van Piet Mondriaan in het Mondriaanhuis te Amersfoort.

De schilderes Frida Kahlo hoort als Mexicaanse schilderes, minnares van Rivera en fanatieke communiste die flirte met de volkscultuur niet echt thuis in het rijtje vrouwen. Zij is wereldberoemd.

Patricia Kaersemaker is een activiste voor wie de kunst in dienst staat van de emancipatie van zwarte vrouwen en nakomelingen van slaven. De toekomst zal leren hoe het met de Surinamers in Nederland en in Suriname zal gaan. Of de kunst van Kaersenhout daarin nog een rol zal spelen, zal  de tijd uitwijzen.

Ik hoop voor haar dat het werk wat ze maakte bevrijdend is, want dat is wat hoort bij kunst. Vrij zijn.

zaterdag 16 november 2013

HET VERRAAD VAN FRIDA KAHLO

De Mexicaanse kunstschilder Diego Rivera kust zijn vrouw Frida Kahlo. Foto in het Museo Casa Rivera in Guanajuato, de geboortestad van Diego Rivera.


In 2007 zag ik een foto van Frida Kahlo (1907 – 1954) in het geboortehuis van de Mexicaanse schilder Diego Rivera (1886 – 1957) in de Mexicaanse stad Guanajuato. Wat mij toen verbaasde waren de hamer, sikkel en ster op haar hemd. In plaats van een kruis, wat in Mexico en ook daarbuiten niet zo vreemd zou zijn geweest, zag ik communistische symbolen. Ik wist wel dat Communisme voor veel mensen een geloof was maar een zo duidelijke demonstratie daarvan, notabene op een ziekbed en uiteindelijk doodsbed, had ik nog nooit gezien.

In tegenstelling tot haar man is Frida lang onbekend gebleven. De verschijning van de biografie “Frida: a biography of Frida Kahlo” geschreven door Hayden Herrera, bracht daar verandering in. Ze kreeg vanwege haar vrijgevochten leven, ondanks haar persoonlijke, levenslange leed als gevolg van een tramongeluk op 18 jarige leeftijd, de status van feministe. Dank zij de film Frida (2002), gebaseerd op de genoemde biografie, met prachtige weemoedige Mexicaanse muziek van Elliot Goldenthal, werd ze bij een nog groter publiek bekend. Ik was dan ook niet verbaasd vorig jaar in Segovia een rondreizende fototentoonstelling van haar leven en werk te zien. Intussen zie je overal boeken over haar leven en haar werk.

Kort geleden las ik een boek van de Mexicaanse dichter en schrijver Octavio Paz (1914 – 1998) “De Kunst van Mexico” een uitgave van Meulenhoff 1993. Het boek bevat een aantal essays van Paz over kunst vertaald door Arie van der Wal. In een essay getiteld “Re/visies:Orozco, Rivera, Siqueiros”, oorspronkelijk gebaseerd op een interview voor de Franse TV, lees ik een keiharde kritiek van Paz op de biografie. Hij noemt het “een atractief werk, eerder het product van bewondering dan van zuiverheid van geest, vol met eigenaardige episoden en weinig bekende gegevens. Maar ook een boek dat op maat werd gesneden voor de heersende smaak van de Amerikaanse lezer, die niets liever wil horen dan intieme details uit andermans leven, en dat dan louter en alleen bedoeld is om een verhaal te vertellen en niet om een raadsel te ontsluieren of een karakter te schilderen. Frida's biseksualiteit bijvoorbeeld verdient op z'n minst enige reflectie, maar de auteur beperkt zich slechts tot een opsomming van de ene verovering na de andere.” (blz 95 in genoemd boek van Paz)

Volgens mij overtreft deze nieuwsgierigheid naar de meest intieme details van andermans leven intussen mede dank zij de TV en internet de ergste dorpsroddel. Dat werd toen nog niet gecommercialiseerd. Nu wordt er letterlijk geld verdiend aan de meest intieme details en emoties. Reputaties worden er net zo snel mee opgebouwd als afgebroken. Paz meent dat dit alles het gevolg is van een gebrek aan psychologische nieuwsgierigheid die “verandert in morele ongevoeligheid en historische bijziendheid wanneer ze politieke en sociale onderwerpen aanroert.”

Als voorbeeld noemt Paz de overgang van Diego Rivera en Frida Kahlo van Trotskisme naar Stalinisme. Voor de auteur is dit slechts een van de vele incidenten in het interessante leven van Frida terwijl Trotski, waarmee Frida een verhouding had gehad, sprak van een 'morele dood'. Hetzelfde geldt volgens Paz voor “Frida's laaghartige verklaring in het dagblad Excelsior een paar jaar na de dood van Trotski (Trotski is in 1940 in zijn huis in Coyoacan, Mexico-stad wreed vermoord door een geheim agent van Stalin) waarin ze hem een 'dwaze oude man noemt' en hem ervan beschuldigt verschillende voorwerpen uit haar huis te hebben gestolen, waaronder veertien geweren en een lamp.”

Vervolgens stelt Paz zich de vraag of iemand tegelijk een kunstenaar kan zijn en een verachtelijke smeerlap? Volgens hem kan dat maar niet ongestraft. ”Kunst kan niet omgekocht worden en is onverbiddelijk: de zwakheden, smetten en gebreken die de werken van Diego en Frida vertonen zijn moreel van oorsprong. Beiden hebben hun grote talenten verraden en dit is zichtbaar in hun schilderkunst. Een kunstenaar kan politieke fouten maken en zelfs regelrechte misdaden begaan, maar de werkelijk grote kunstenaars -Villon of Proust, Carvaggio of Goya – boeten voor hun vergissingen en redden daarmee hun kunst en eer.” (blz 95-96)

Ik zet daar vraagtekens bij. Hoe zit dat dan met de wereld beroemde Nederlandse filmmaker Joris Ivens (1898 – 1981)? Die vertrok in 1931 naar de Sovjet-Unie om voor het bewind van Stalin de propagandafilm Het lied van de helden te maken, over de bouw van de nieuwe stad Magnitogorsk in de Oeral. Deze stad werd voor een belangrijk deel gebouwd door Goelag dwangarbeiders, veelal slachtoffers van Stalins collectivisering van de landbouw (die gericht was tegen de koelakken en hun invloed). Ivens richtte zijn camera liever selectief op de duizenden Komsomol-vrijwilligers en partijleden die eveneens in Magnitogorsk werkten. De dwangarbeiders zou hij later vergelijken met 'onkruid'. Ook het Maoïstische China heeft Ivens gediend; in 1976 voltooide hij Hoe Yukong de bergen verzette, een film waarin Mao's Culturele Revolutie wordt verheerlijkt. In hoeverre is de filmkunst van Ivens 'besmet' met zijn politieke verleden? (Wikipedia

En wat te denken van Harry Mulisch (1927 – 2010) die ooit het regime van Fidel Castro op Cuba bejubelde en dat nooit heeft willen intrekken ondanks de grove schending van mensenrechten waaronder die van vrijheid van meningsuiting, toch van levensbelang van een schrijver. Waar is die 'politieke besmetting' van Mulisch terug te vinden in zijn schrijfkunst? Ik vrees dat de stelligheid van Paz hierovder romantisch is. Hij zou graag willen dat politieke fouten en misdaden van kunstenaars alsnog te zien zijn als zwakheden in hun nagelaten kunstwerken, maar in de praktijk is dat niet het geval, zo vrees ik.