Posts tonen met het label diego rivera. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diego rivera. Alle posts tonen

dinsdag 18 november 2025

NOTICIAS MEXICANAS. DIA DE LOS MUERTOS

 

"El dia de los muertos" valt samen met de katholieke feestdagen van Allerzielen en Allerheiligen op 1 en 2 november maar gaat terug tot ver voor de Spanjaarden Mexico koloniseerden. De inheemse volkeren in Midden Amerika vereerden jaarlijks hun voorouders door middel van altaren en offers te brengen. Op de kerkhoven werd 's avonds bij kaarslicht bij het graf van hun voorouders gezamenlijk gegeten. Sinds een aantal jaren is het feest ontdekt als een manier om de eigenheid van Mexico te vieren wat leidde tot een explosie van creativiteit. Het is intussen een min of meer gecommercialiseerd massafeest geworden waar de creativiteit gelukkig nog niet onder heeft geleden.


Dit kleurige altaar stond in een café in het historisch centrum van Mexico-stad en bevat de bekende elementen die intussen behoren bij de dia de los muertos. Bovenaan een dode vrouw in negentiende eeuwse dracht, gebaseerd op een satirische prent gemaakt door José Guadalupe Posada en later in een muurschildering gebruikt door Diego Rivera, een van de bekendste Mexicaanse schilders. Rivera was de man van de al even bekende schilder Frida Kahlo. Links een satire op het huwelijk van een burgerlijk stel. Vooraan in Mexicaanse kleuren beschilderde schedels, brood en een vijzel als symbolen voor het eten dat geofferd wordt voor de voorouders en kaarsen. Het uit groen papier geknipte altaarkleed gaat terug naar de versieringen die de inheemse Otomi van Puebla al in de pre-Colombiaanse tijd maakten.  

De dode vrouw heeft een negentiende eeuwse jurk aan met op haar boezem "Afrikaantjes", die van oudsher massaal gebruikt worden op dag der doden. Op haar hoofd draagt ze een bloemenkrans van rozen. Internationaal is deze hoofdtooi bekend geworden door de Mexicaanse schilder Frida Kahlo (1907-1954). 

Een negentiende eeuwse geklede vrouw versierd met Afrikaantjes.

Deze imposante verschijning in negentiende eeuwse kledij met op haar schedel een hoofdtooi van Afrikaantjes en kleurige schedels aan de rand van haar baljurk van de dood, stond voor een restaurant in het historisch centrum van Mexico-stad.

De gewone man van het platteland, de campesino in traditionele witte kleding, een macho snor,  een sombrero op zijn schedel en een zware last op zijn rug, stond tentoongesteld in een cultureel centrum in het hart van Mexico-stad.

Een vrolijke campesino in traditionele witte kleding, met sombrero en op zijn rug vogelkooitjes op weg naar de markt.

Een zangeres met haar begeleider, beiden gestoken in Mexicaanse kleuren.


De twee poppen links en rechts met tussen hen in een schedel met een enorme hoofdtooi zijn geïnspireerd op de klederdracht van de Azteken, de machtige stam die Mexico-stad, toen nog Tenochtitlan geheten, bewoonden totdat de Spanjaarden onder leiding van de Spaanse conquistador Hernan Cortes in 1521 werd veroverd. 


De hoofdtooi is  geïnspireerd op die van de Azteekse heerser Moctezuma. De vogelkop is een verwijzing naar de Azteekse god Quetzalcoatl, de god van de gevederde slang. 


Voor het gemeentehuis van Coyoacan, een grote wijk in Mexico-stad, heeft men ter gelegenheid van de dag der doden een wereldelftal opgesteld. Links staat Johan Cruijf in een oranje shirt. Rechts van hem de Argentijnse voetballer Diego Maradona die met een handsbal het winnende doelpunt maakte tegen Engeland tijdens het WK 86. Maradona zelf noemde de handsbal, die erkend werd als doelpunt, de hand van god.


vrijdag 16 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 39. DAVID ONTMOET PICASSO

Twee Mexicaanse schilders in Parijs in de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
In het midden boven Diego Rivera en naast hem rechts David Alfaro Siqueiros. De middelste van de 3 vrouwen is Angelina Beloff, van oorsprong Russisch, schilder en de eerste vrouw van Diego Rivera. De man links boven is Leon Caillou. De vrouwen links onder: Magda Caillou, rechtsonder Graciela Armador.

Terwijl Diego nieuwe plannen maakt met zijn Sara, viert David het ene schildersucces na het andere dankzij de opdrachten van zijn voormalige revolutionaire vrienden die het intussen politiek ver geschopt hebben. Terwijl zij druk doende zijn met de revolutie terug te brengen tot administratieve-bureaucratische procedures en zich persoonlijk te verrijken, het lot van elke revolutie, wordt hij als de bewaker van het revolutionaire vuur beschouwd. Schilderkunst als revolutionaire schaamlap.


David beseft dat terdege maar hij laat zich dat aanleunen. Hij moet immers ook leven en op deze manier kan dat prima. Hij verdient dankzij de opdrachten en de daarmee verkregen bekendheid onder de Mexicaanse bourgeoisie een dikke boterham. David wordt de hofschilder van de revolutie.


Intussen is het tot hem en zijn vriendenkring doorgedrongen dat kunstenaars in Parijs bezig zijn de schilderkunst opnieuw uit te vinden. Picasso, diens vriend Miró en zijn Catalaanse landgenoot Dalí zijn bezig aan een revolutie in de schilderkunst. Daar wil hij wel eens wat meer over weten.Nu hij geld genoeg verdient, kan hij zich een reis naar Parijs veroorloven. Zo gezegd, zo gedaan.


De stad Parijs is wat hij ervan verwacht, een wereldstad met monumentale gebouwen en straten. De Eerste Wereldoorlog heeft de stad ongemoeid gelaten. De Eiffeltoren staat nog altijd fier en trots overeind als het symbool van Franse glorie, van vooruitgang en macht. Zoiets zou Mexico-stad ook moeten hebben. Maar ja, Mexico-stad is niet zoals Parijs de cultuurhoofdstad van de wereld. Nog niet.


David heeft het geluk om Picasso en zijn vriendenkring plus aanverwanten regelmatig te ontmoeten in café’s of op feestjes in een of ander atelier. Picasso is verreweg de grootste schilder van allemaal. Zijn talent is snel herkend onder de kunstkenners, bij galeries en conservatoren. Hij slaagt erin om zich als het Spaanse genie te presenteren, wat natuurlijk weer de nodige jaloezie opwekt bij sommigen van zijn vrienden.


Ook David vindt dat Picasso de grootste is. Schilderkunstig kan hij eigenlijk alles. Zo ontwikkelt hij samen met Braque spelenderwijs een heel nieuwe vormentaal, een die vibreert tussen werkelijkheid en abstractie. Vanwege de dominerende rechthoeken in een schilderwerken spreekt men van Kubisme. Picasso wordt vereenzelvigd met het kubisme.


Het moet gezegd worden, het heeft wel wat. Je zou denken dat van daaruit Picasso en zijn vrienden verder de weg opgaan van de abstractie maar dat is tot verbazing van kenners niet het geval. Integendeel, Picasso blijft figuratief maar dan wel in een zo virtuoze eigen afwijkende stijl dat een schilderij al vrij snel herkenbaar is als een Picasso.


De taal van zijn vriend Miró, die meteen na het uitbreken van de burgeroorlog in Spanje (1936) zich gevestigd heeft in de stad, is poëtischer en abstracter, zijn kleuren zijn uitgelaten, meer dan bij Picasso. Zijn vormen zijn niet altijd te herleiden tot herkenbare figuren, niettemin spreken ze aan omdat ze een buitenaardse of mythische sfeer oproepen. Miró laat je zien dat we in een vreemd universum leven en wijzelf ook vreemde schepsels zijn. Ook zijn schilderijen zijn meteen herkenbaar als afkomstig van hem.


woensdag 10 januari 2024

DE DAG VAN FRIDA KAHLO'S HUWELIJK

 

Huwelijksfoto van Frida Kahlo en de kunstschilder Diego Rivera. Ze trouwden op 21 augustus 1929 in Mexico-stad.

Bovenstaande foto vond ik op zoek naar heel iets anders op internet. Frida Kahlo is om meerdere redenen een intrigerende vrouw en dus ben ik altijd geïnteresseerd om meer van haar te weten te komen. Op jonge leeftijd werd ze slachtoffer van een ernstig verkeersongeluk waardoor ze haar hele leven rugproblemen heeft gehad.


Ze is 2 keer getrouwd met de meer dan twintig jaar oudere kunstschilder Diego Rivera, beroemd van zijn muurschilderingen in het paleis op het Zocalo in Mexicostad. 


De invloed van Rivera en zijn vriendenkring op Frida was groot. Tijdens een van haar vele ziekbedden heeft Rivera haar aangezet tot schilderen. Beiden waren actief in de communistische partij, wat toen onder intellectuelen gebruikelijk was. 


Frida was net zo min als Rivera niet bang om slippertjes te maken. Ze zou de minaar geweest zijn van Trotski die ze met hulp van vrienden, allemaal lid van de communistische partij, naar Mexico heeft gehaald. Trotski werd verraden en uiteindelijk vermoord in opdracht van Stalin. Frida zou daar geen frisse rol in hebben gespeeld.


Nog tijdens haar leven had ze succes met haar primitieve schilderijen met episodes uit haar leven. Ze had een uitgebreide vriendenkring onder Europese en Amerikaanse kunstenaars die haar soms hielpen om een tentoonstelling te houden.  


De bovenstaande foto kwam ik op mijn zoektocht naar een detail over het leven van Frida tegen op internet. Bij de foto hoort onderstaand verslag van haar trouwdag met Diego Rivera. Het verslag en de foto zijn gepubliceerd door de Academia Iberoamericana de Poesía “El Colibri”. 

Diego Rivera was niet alleen 21 jaar ouder dan zij maar een volbloed rokkenjager die op een gegeven moment het zelfs met de zus van Frida deed. 


De genoemde Tina Modotti is ook een apart verhaal. Voor een indruk van haar, citeer Wikipedia. “Assunta Adelaide Luigia (Tina) Modotti Mondini (Udine, 16 augustus 1896 - Mexico-Stad, 5 januari 1942) was een Italiaans-Mexicaans fotografe en actrice. Modotti was verder bekend als communistisch activiste, en omschreef haar beroep ooit eens als “mannen”.


Verslag van de trouwdag van Frida Kahlo

Ze was tenger, nauwelijks tweeëntwintig jaar oud toen ze met hem trouwde, een enorme, dikke man van drieënveertig jaar oud, gescheiden en communist.

Het feest vond plaats in een huis in Coyoacán dat eigendom was van een goede vriendin van het stel: Tina Modotti. Tot ieders verbazing werd het hoofdgerecht van het banket: zwarte mole uit Oaxaca bereid door Lupe Marín, de ex-vrouw van Diego, dezelfde die vanwege haar jaloezie in verschillende schandalen had gespeeld.


Naast de zwarte mole (van zwarte bonen gemaakt) was er een reeks Mexicaanse gerechten om de smaakpapillen van de gasten te verrassen: gevulde chilipepers, pozole (een soort maïs soep), rijst, capirotada (een soort broodpudding) en bruidstaart, om te drinken: pulque (alcoholische drank gemaakt van agave) en tequila, of als dat niet lukt, fruitwater.


De moeder van de bruid was diep bedroefd, ze had al het mogelijke gedaan om die bruiloft te vermijden, zij die zoveel moeite had gestoken in de opvoeding van haar dochter, zij die zo katholiek was en de bruidegom die zo atheïstisch en zo communistisch was. Lieve God! De demon was zijn huis binnengekomen!De vader van de bruid troostte zijn vrouw door haar te laten inzien dat het allemaal niet zo erg was. Samen verlieten ze het feest vroeg.


Laat in de avond benaderde Lupe Marín de bruid, tilde haar rok op en wees naar haar benen terwijl ze schreeuwde en de aandacht van de gasten trok: Kijk! Zie je deze stokken? Dit is wat Diego nu heeft in plaats van mijn benen!


De arme bruid bevrijdde zich zo goed als ze kon en rende weg om zich te verstoppen voor het spottende gegiechel en de ongemakkelijke uitroepen van de gasten die hadden gezien hoe haar rechterbeen dunner werd door polio.


Dit was de huwelijksviering van Magdalena Carmen Frida Kahlo y Calderón en Diego María de la Concepción Juan Nepomuceno Estanislao de la Rivera en Barrientos Acosta y Rodríguez, 94 jaar geleden.

maandag 23 februari 2015

HET DICHTERLIJKE COMMUNISME VAN PABLO NERUDA (deel I)

De voorkant van het autobiografische "Neruda, Confieso que he vivido"
(Ik bekend dat ik heb geleefd). De onderste foto is gemaakt in zijn huis
'La Chascona' in Santiago. Tegenwoordig is het een museum.

Reizend door Chili kom ik op het idee om de autobiografie van Pablo Neruda (1904-1973) te lezen: “Neruda, Confieso que he vivido” (Ik beken dat ik geleefd heb), een uitgave van Pehuén 2005. Een mooie gelegenheid om eens aan de hand van zijn eigen geschrift uit te zoeken wat deze dichter en Nobelprijswinnaar voor litteratuur (1971) bezielde om zijn leven lang communist te blijven. Het blijkt een wat men zou kunnen noemen dichterlijke autobiografie te zijn. Dichterlijk in de ouderwets of is het klassieke zin van het woord; veel omhaal van woorden, (politieke) romantische passie en getuigenissen.

Ik moest lijden en strijden, liefhebben en zingen; ik kreeg mijn deel van de wereld, de zege en de nederlaag, ik probeerde de smaak van het brood en het bloed. Wat wil een dichter nog meer? En alle alternatieven, vanaf het verdriet tot aan de kussen, vanaf de eenzaamheid tot aan het volk, overlevend in mijn poëzie, handelend in haar, want ik heb geleefd voor mijn poëzie en de poëzie heeft mij door worstelingen heen geholpen. Bij alle beloningen die ik gehad heb, vluchtige beloningen als vlinders die gelijk pollen ontsnappen, was een hoofdprijs, een prijs die velen minachten omdat hij voor velen onbereikbaar is. Door de harde les van de schoonheid, ben ik de dichter van mijn volk geworden.” (blz. 236)


De eetkamer in 'La Chascona' het voormalige woonhuis van Neruda in Santiago. Het huis is door Neruda gebouwd als een soort geheim liefdesnest voor hem en zijn  minnares Matilde Urritia met wie hij in 1963 trouwde. Voor haar schreef hij de liefdesgedichten in 'Los versos del Capitan' in 1951. Het hoofdstuk dat hij hieraan wijdt in zijn autobiografie heet ook 'Los versos del Capitan'. (290-296). Hij heeft de gedichten geschreven op het Italiaanse eiland Capri, waar hij samen met Matilde tijdelijk in een villa woonde, hen aangeboden door don Erwin, 'eigenaar van half Capri' zaldus Neruda.

Halverwege zijn autobiografie stuitte ik op deze dichterlijke passage van Neruda over de band tussen zijn poëtische en politieke geloof. Poëzie in dienst van het volk. Kan het romantischer en  Latijns Amerikaanser? De dichter die ten strijde trekt voor zijn volk. Voor Neruda is dat een volk van onderdrukte en uitgebuite mijnwerkers, arbeiders en armen. Net als bij de meeste communisten vallen ook bij Neruda volk en arbeidersklasse in de brede betekenis van het woord samen. Een misverstand dat tot veel politieke verwarring en erger heeft geleid.

Dat misverstand is begonnen in de Spaanse burgeroorlog, zoals trouwens bij veel intellectuelen en kunstenaars in die tijd. Zijn keuze voor het communisme wordt geboren enerzijds uit verachting voor de anarchisten die hij in Madrid tijdens de burgeroorlog leerde kennen. Volgens Neruda lijden die aan eigendunk en zelfgenoegzaamheid, ijdeltuiterij en opgeblazen heldenstatus anderzijds uit bewondering voor de communisten die “de enige georganiseerde macht waren die een leger vormde om het hoofd te bieden aan de italianen, de duitsers, de moren en de falangisten. En tegelijkertijd waren ze de morele kracht die het verzet en de anti-fascistische strijd overeind hielden.” (blz. 186) De rest van het hoofdstuk “Ik koos een weg” , het hoofdstuk waar hij zijn liefde voor het communisme belijdt (blz. 185 – 204), gaat over de Spaanse communistische dichter Rafael Alberti die voor hem een voorbeeld is. 

Pablo Neruda met zijn vrouw Matilde Urrutia (1912 - 1985), zijn derde vrouw, in Moskou met uitzicht op het Rode Plein. 
Met zijn keuze hoorde Neruda tot de “twintigste eeuwse communistische artistieke klasse” of liever “de twintigste eeuwse Sovjet communistische artistieke klasse” waartoe veel beroemd geworden West en Oost Europese kunstenaars behoorden, maar ook Russische en zelfs Chinese kunstenaars. In het boek maak je o.a. kennis met de Mexicaanse schilders Diego Rivera en Siqueiros, de Franse surrealistisch schrijver/dichter Paul Eluard, de Spaanse kunstschilder Picasso, de Italiaanse fotografe Tino Modotti enz. 

In 1949 brengt hij zijn eerste bezoek aan de Sovjet Unie. “Ik hield van het begin van de Sovjet grond en begreep dat vandaar niet alleen een morele les vertrok naar alle uithoeken van het menselijk bestaan, in gelijkheid van kansen en een groeiende vooruitgang in productie en verdeling maar ik voelde ook aan dat vanuit dit land van steppen, met zoveel pure natuur, een grote vlucht zou beginnen. De gehele mensheid beseft dat daar gewerkt wordt aan de reusachtige waarheid en dat de wereld verbijsterd wacht op wat er gaat gebeuren. Sommigen dachten aan terreur, andere wachtten simpelweg, anderen dachten te voorvoelen wat zou komen.” (blz.268)

Het is alles dichterlijke bewondering voor de Sovjet Unie, zonder ook maar een spoor van twijfel, nadere beschouwing of analyse. In 1949 was de Koude Oorlog al uitgebroken. Terwijl het de strijd van Stalin tegen het fascisme bewondert, besteedt hij in zijn boek nergens enige aandacht aan Engeland, de Verenigde Staten, Canada zeg maar de westerse democratieën die toch ook grote offers brachten en inspanningen hebben geleverd in de oorlog tegen Duitsland. De oorlog tegen Japan bestaat in zijn wereld zelfs niet.

De ontmaskering van Stalin met zijn moorddadige showprocessen en moorddadige concentratiekampen door Chroesjtsjov op het 20ste en 22ste Communistische Partijcongres (1956 en 1961) brachten Neruda niet van zijn geloof af in de Sovjet Unie en het Sovjet communisme. In zijn verslag over zijn tweede reis naar China (1957) wijdt hij er slechts een kleine overdenking aan. “Het document van het 20ste Congres was een golf die ons en alle revolutionairen, naar nieuwe situaties en conclusies bracht. Sommigen voelden het als geboren worden uit nood als gevolg van de harde onthullingen, het gevoel opnieuw geboren te worden. We worden vrij van duisternis en angst , paraat om door te gaan op de weg met de waarheid in de hand.” (blz. 322) Overigens prijst hij in dat verslag de Chinese Revolutie op dezelfde dichterlijke bijna  pathetische manier als de Russische Revolutie.

Geen wonder dus dat hij een schrijver en tevens Nobelprijswinnaar voor litteratuur, de Rus Boris Pasternak (de schrijver van o.a. Doctor Zhivago) neerzet als een “eerlijke reactionair die bij de omwenteling in zijn vaderland niet verder kon kijken dan een verlichte koster.” (blz. 269) In de rest van de volgende 200 bladzijden in zijn boek tot aan het jaar 1973 besteed hij geen enkele aandacht aan dissidente schrijvers of dichters in de Sovjet Unie. Geen Jevgenia Ginsberg, geen Nadezjda Mandelstam, geen Andrej Sinjavski, geen Jelena Bonner en Andrey Sacharov, geen Andrei Amalrik en zelfs geen Alexandre Solsjenitzin. Hoe het mogelijk is dat een dichter en diplomaat als Neruda deze schrijvers met hun processen, jarenlange opsluitingen en verbanningen nergens in zijn boek noemt, is mij een raadsel.







zaterdag 16 november 2013

HET VERRAAD VAN FRIDA KAHLO

De Mexicaanse kunstschilder Diego Rivera kust zijn vrouw Frida Kahlo. Foto in het Museo Casa Rivera in Guanajuato, de geboortestad van Diego Rivera.


In 2007 zag ik een foto van Frida Kahlo (1907 – 1954) in het geboortehuis van de Mexicaanse schilder Diego Rivera (1886 – 1957) in de Mexicaanse stad Guanajuato. Wat mij toen verbaasde waren de hamer, sikkel en ster op haar hemd. In plaats van een kruis, wat in Mexico en ook daarbuiten niet zo vreemd zou zijn geweest, zag ik communistische symbolen. Ik wist wel dat Communisme voor veel mensen een geloof was maar een zo duidelijke demonstratie daarvan, notabene op een ziekbed en uiteindelijk doodsbed, had ik nog nooit gezien.

In tegenstelling tot haar man is Frida lang onbekend gebleven. De verschijning van de biografie “Frida: a biography of Frida Kahlo” geschreven door Hayden Herrera, bracht daar verandering in. Ze kreeg vanwege haar vrijgevochten leven, ondanks haar persoonlijke, levenslange leed als gevolg van een tramongeluk op 18 jarige leeftijd, de status van feministe. Dank zij de film Frida (2002), gebaseerd op de genoemde biografie, met prachtige weemoedige Mexicaanse muziek van Elliot Goldenthal, werd ze bij een nog groter publiek bekend. Ik was dan ook niet verbaasd vorig jaar in Segovia een rondreizende fototentoonstelling van haar leven en werk te zien. Intussen zie je overal boeken over haar leven en haar werk.

Kort geleden las ik een boek van de Mexicaanse dichter en schrijver Octavio Paz (1914 – 1998) “De Kunst van Mexico” een uitgave van Meulenhoff 1993. Het boek bevat een aantal essays van Paz over kunst vertaald door Arie van der Wal. In een essay getiteld “Re/visies:Orozco, Rivera, Siqueiros”, oorspronkelijk gebaseerd op een interview voor de Franse TV, lees ik een keiharde kritiek van Paz op de biografie. Hij noemt het “een atractief werk, eerder het product van bewondering dan van zuiverheid van geest, vol met eigenaardige episoden en weinig bekende gegevens. Maar ook een boek dat op maat werd gesneden voor de heersende smaak van de Amerikaanse lezer, die niets liever wil horen dan intieme details uit andermans leven, en dat dan louter en alleen bedoeld is om een verhaal te vertellen en niet om een raadsel te ontsluieren of een karakter te schilderen. Frida's biseksualiteit bijvoorbeeld verdient op z'n minst enige reflectie, maar de auteur beperkt zich slechts tot een opsomming van de ene verovering na de andere.” (blz 95 in genoemd boek van Paz)

Volgens mij overtreft deze nieuwsgierigheid naar de meest intieme details van andermans leven intussen mede dank zij de TV en internet de ergste dorpsroddel. Dat werd toen nog niet gecommercialiseerd. Nu wordt er letterlijk geld verdiend aan de meest intieme details en emoties. Reputaties worden er net zo snel mee opgebouwd als afgebroken. Paz meent dat dit alles het gevolg is van een gebrek aan psychologische nieuwsgierigheid die “verandert in morele ongevoeligheid en historische bijziendheid wanneer ze politieke en sociale onderwerpen aanroert.”

Als voorbeeld noemt Paz de overgang van Diego Rivera en Frida Kahlo van Trotskisme naar Stalinisme. Voor de auteur is dit slechts een van de vele incidenten in het interessante leven van Frida terwijl Trotski, waarmee Frida een verhouding had gehad, sprak van een 'morele dood'. Hetzelfde geldt volgens Paz voor “Frida's laaghartige verklaring in het dagblad Excelsior een paar jaar na de dood van Trotski (Trotski is in 1940 in zijn huis in Coyoacan, Mexico-stad wreed vermoord door een geheim agent van Stalin) waarin ze hem een 'dwaze oude man noemt' en hem ervan beschuldigt verschillende voorwerpen uit haar huis te hebben gestolen, waaronder veertien geweren en een lamp.”

Vervolgens stelt Paz zich de vraag of iemand tegelijk een kunstenaar kan zijn en een verachtelijke smeerlap? Volgens hem kan dat maar niet ongestraft. ”Kunst kan niet omgekocht worden en is onverbiddelijk: de zwakheden, smetten en gebreken die de werken van Diego en Frida vertonen zijn moreel van oorsprong. Beiden hebben hun grote talenten verraden en dit is zichtbaar in hun schilderkunst. Een kunstenaar kan politieke fouten maken en zelfs regelrechte misdaden begaan, maar de werkelijk grote kunstenaars -Villon of Proust, Carvaggio of Goya – boeten voor hun vergissingen en redden daarmee hun kunst en eer.” (blz 95-96)

Ik zet daar vraagtekens bij. Hoe zit dat dan met de wereld beroemde Nederlandse filmmaker Joris Ivens (1898 – 1981)? Die vertrok in 1931 naar de Sovjet-Unie om voor het bewind van Stalin de propagandafilm Het lied van de helden te maken, over de bouw van de nieuwe stad Magnitogorsk in de Oeral. Deze stad werd voor een belangrijk deel gebouwd door Goelag dwangarbeiders, veelal slachtoffers van Stalins collectivisering van de landbouw (die gericht was tegen de koelakken en hun invloed). Ivens richtte zijn camera liever selectief op de duizenden Komsomol-vrijwilligers en partijleden die eveneens in Magnitogorsk werkten. De dwangarbeiders zou hij later vergelijken met 'onkruid'. Ook het Maoïstische China heeft Ivens gediend; in 1976 voltooide hij Hoe Yukong de bergen verzette, een film waarin Mao's Culturele Revolutie wordt verheerlijkt. In hoeverre is de filmkunst van Ivens 'besmet' met zijn politieke verleden? (Wikipedia

En wat te denken van Harry Mulisch (1927 – 2010) die ooit het regime van Fidel Castro op Cuba bejubelde en dat nooit heeft willen intrekken ondanks de grove schending van mensenrechten waaronder die van vrijheid van meningsuiting, toch van levensbelang van een schrijver. Waar is die 'politieke besmetting' van Mulisch terug te vinden in zijn schrijfkunst? Ik vrees dat de stelligheid van Paz hierovder romantisch is. Hij zou graag willen dat politieke fouten en misdaden van kunstenaars alsnog te zien zijn als zwakheden in hun nagelaten kunstwerken, maar in de praktijk is dat niet het geval, zo vrees ik.