Posts tonen met het label parijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label parijs. Alle posts tonen

vrijdag 10 april 2026

83. MEXICAANSE VERTELLINGEN. SURREALISME

 

Deze foto van Frida§ Kahlo is gemaakt door de fotograaf Julien Levy. Hij organiseerde in 1938 in zijn fotogalerie Julien Levy de eerste expositie van schilderijen van Frida Kahlo.  Daarmee begon haar internationale succes. Philadelphia Museum of Art.


Frida twijfelt of ze de uitnodiging voor een tentoonstelling in Parijs zal aannemen. Ze staat ver van de idee van surrealisme zoals André Breton die verkondigt of liever gezegd ze weet niet wat ze er mee aan moet. Haar lichamelijke pijnen zijn alles behalve surrealistisch. 


Denkt mijnheer Breton dat een miskraam surrealistisch is, een ervaring zoals een droom of van het onderbewuste? Zo dom zal hij toch niet zijn? Een leven in je buik dat mislukt is een nachtmerrie in het echt. Je lichaam laat je op het moment dat je nieuw leven brengt, in de steek. Dat heeft niks met onderbewustzijn te maken.


Het tast je geestelijke gesteldheid aan, je zelfbewustzijn. Het dreigt je als vrouw te ondermijnen en dat roept om verzet. Haar verzet is de verfkunst. Met penseel, verf en doek wil ze haar fysieke en geestelijke pijn vastleggen.


Dat doe je met symbolen, hoe anders? Wat doen katholieken in hun kerk als ze van brood het lichaam van Christus maken en van wijn zijn bloed? Ze herdenken zijn pijn die leidde tot zijn dood. 


De schilderkunst is hetzelfde, een herhaling maar dan op doek van het leven, de pijn van de dood, de vreugde van de geboorte. Een schilderij is niet de werkelijkheid zelve maar wel de herinnering eraan, een afspiegeling daarvan.


Haar waarheid is die van de lichamelijke pijn die tot in haar geest door dringt. Het is gek makende pijn en dat is existentiële pijn. Als Breton dat surrealistisch wil noemen dan doet hij dat maar. Des te beter als haar pijn met de zegen van de kunstpriester der surrealisten  begrepen wordt. 


David vindt ondanks haar bedenkingen dat ze van gelegenheid gebruik moet maken om naar Europa te gaan. New York heeft ze al veroverd met haar tentoonstelling, nu Parijs nog. 


Ze wil inderdaad gekend worden, als het kan wereldwijd. Ze wil gekend worden als vrouw, minnares, muze en als Mexicaanse. Ze besluit de overtocht naar Amerika te maken, naar Parijs, het walhalla van de moderne kunst.

vrijdag 30 mei 2025

41. MEXICAANSE VERTELLINGEN. KUNST IN DIENST VAN HET COMMUNISME

"Detail van een muurschildering van David Alfaro Siqueiros, In het Kasteel van Chapultepec in Mexico-Stad belicht de muurschildering "Van het Porfirianisme tot de Revolutie" van David Alfaro Siqueiros een cruciaal moment in de Mexicaanse geschiedenis. Met een oppervlakte van 410 vierkante meter fascineert de schildering de bezoeker met het verhaal van de eerste Mexicaanse staking in Cananea, die een epische strijd tussen kapitalisme en revolutionair socialisme vertegenwoordigde. Siqueiros, die de muurschildering tussen 1957 en 1966 schilderde, van 1960 tot 1964 was hij een politieke gevangene." (Historical Mexico)


Maar wat voor kunst dan wel? Een revolutie in de kunst is mooi maar de echte revolutie, de revolutie van Pancho Villa en Emiliano Zapata, is grotendeels mislukt. De dictator is verdwenen maar daarvoor is een eenpartij dictatuur gekomen. Dezelfde elite maar dan uitgebreider. De oude economische elite is vervangen door een nieuwe elite van kapitalisten die net zo asociaal is of misschien wel erger.


Het zijn de moderne kapitalisten en bourgeoisie die het lot van Mexico vandaag de dag bepalen. De boeren op het land zijn niet veel beter af dan voorde revolutie en als ze naar de stad trekken om arbeider te worden dan worden ze onderbetaald.De revolutie van Mexico is halverwege of nog eerder gestrand. Voor de gewone Mexicanen is er niet veel veranderd behalve de verstedelijking door de armoede op het platteland.


Kan de schilderkunst daar iets aan doen? David denkt van niet. Schilderkunst is een verbeelding van de werkelijkheid in welke vorm dan ook -surrealistisch, poëtisch, expressionistisch, impressionistisch of wat dan ook - maar niet de werkelijkheid zelf. Schilderkunst is een afspiegeling van de werkelijkheid en dan nog. Wie zijn werkelijkheid en welke werkelijkheid? Kunst is een doolhof waar je gemakkelijk de weg in kwijt raakt.


Maar een ding is zeker, met schilderijen maak je geen revolutie. Dat is geruststellend want stel je voor dat je met een enkel schilderij Mexico op zijn kop zou kunnen zetten,  maar ook een teleurstelling want wat kun je dan wel? De schilder die revolutie wil maken en dat wil David nog steeds ondanks alle teleurstellingen die hij heeft ondervonden, kan niet anders dan activist in de werkelijkheid van alledag te worden, in de politieke werkelijkheid wel te verstaan. 


De kunstenaar moet zijn handen niet alleen vuil maken in zijn schildersatelier maar ook in de politiek. Kan de schilderkunst hem daarbij eventueel van dienst zijn? David denkt van wel. Het Mexicaanse volk heeft dringend behoefte aan de ontdekking van zichzelf als revolutionair, net zoals hij zichzelf ontdekt heeft. Schilderkunst in dienst van de revolutie maar welke revolutie?


Dat is niet moeilijk, de communistische revolutie. Het communisme is voor David de logische voortzetting van de Mexicaanse revolutie. Dat zeggen hier in Parijs ook veel van zijn schilderkunstige vrienden. Picasso is lid van de communistische partij. Miró is weliswaar geen lid van de communistische partij maar wel een Republikein in hart en nieren en anti-Franco. Zelfs André Breton, de dichter/schrijver van de “écriture automatique” en daarmee de grondlegger van het surrealisme, is communist. 


Communisme is de trend van de tijd, het nieuwe ideaal zo vakkundig verwoord door Marx en Lenin en in Rusland werkelijkheid geworden. Communisme belooft een wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het maakt de belofte van de Franse revolutie waar.


David besluit de schilder van de communistische revolutie te worden. Hij zal de Mexicanen met zijn schilderijen leren zichzelf en tegelijk het communisme te ontdekken. Hoe moeilijk kan het zijn? David is in Parijs politiek en schilderkunstig wijzer geworden, meer kan hij niet verlangen. 

vrijdag 16 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 39. DAVID ONTMOET PICASSO

Twee Mexicaanse schilders in Parijs in de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
In het midden boven Diego Rivera en naast hem rechts David Alfaro Siqueiros. De middelste van de 3 vrouwen is Angelina Beloff, van oorsprong Russisch, schilder en de eerste vrouw van Diego Rivera. De man links boven is Leon Caillou. De vrouwen links onder: Magda Caillou, rechtsonder Graciela Armador.

Terwijl Diego nieuwe plannen maakt met zijn Sara, viert David het ene schildersucces na het andere dankzij de opdrachten van zijn voormalige revolutionaire vrienden die het intussen politiek ver geschopt hebben. Terwijl zij druk doende zijn met de revolutie terug te brengen tot administratieve-bureaucratische procedures en zich persoonlijk te verrijken, het lot van elke revolutie, wordt hij als de bewaker van het revolutionaire vuur beschouwd. Schilderkunst als revolutionaire schaamlap.


David beseft dat terdege maar hij laat zich dat aanleunen. Hij moet immers ook leven en op deze manier kan dat prima. Hij verdient dankzij de opdrachten en de daarmee verkregen bekendheid onder de Mexicaanse bourgeoisie een dikke boterham. David wordt de hofschilder van de revolutie.


Intussen is het tot hem en zijn vriendenkring doorgedrongen dat kunstenaars in Parijs bezig zijn de schilderkunst opnieuw uit te vinden. Picasso, diens vriend Miró en zijn Catalaanse landgenoot Dalí zijn bezig aan een revolutie in de schilderkunst. Daar wil hij wel eens wat meer over weten.Nu hij geld genoeg verdient, kan hij zich een reis naar Parijs veroorloven. Zo gezegd, zo gedaan.


De stad Parijs is wat hij ervan verwacht, een wereldstad met monumentale gebouwen en straten. De Eerste Wereldoorlog heeft de stad ongemoeid gelaten. De Eiffeltoren staat nog altijd fier en trots overeind als het symbool van Franse glorie, van vooruitgang en macht. Zoiets zou Mexico-stad ook moeten hebben. Maar ja, Mexico-stad is niet zoals Parijs de cultuurhoofdstad van de wereld. Nog niet.


David heeft het geluk om Picasso en zijn vriendenkring plus aanverwanten regelmatig te ontmoeten in café’s of op feestjes in een of ander atelier. Picasso is verreweg de grootste schilder van allemaal. Zijn talent is snel herkend onder de kunstkenners, bij galeries en conservatoren. Hij slaagt erin om zich als het Spaanse genie te presenteren, wat natuurlijk weer de nodige jaloezie opwekt bij sommigen van zijn vrienden.


Ook David vindt dat Picasso de grootste is. Schilderkunstig kan hij eigenlijk alles. Zo ontwikkelt hij samen met Braque spelenderwijs een heel nieuwe vormentaal, een die vibreert tussen werkelijkheid en abstractie. Vanwege de dominerende rechthoeken in een schilderwerken spreekt men van Kubisme. Picasso wordt vereenzelvigd met het kubisme.


Het moet gezegd worden, het heeft wel wat. Je zou denken dat van daaruit Picasso en zijn vrienden verder de weg opgaan van de abstractie maar dat is tot verbazing van kenners niet het geval. Integendeel, Picasso blijft figuratief maar dan wel in een zo virtuoze eigen afwijkende stijl dat een schilderij al vrij snel herkenbaar is als een Picasso.


De taal van zijn vriend Miró, die meteen na het uitbreken van de burgeroorlog in Spanje (1936) zich gevestigd heeft in de stad, is poëtischer en abstracter, zijn kleuren zijn uitgelaten, meer dan bij Picasso. Zijn vormen zijn niet altijd te herleiden tot herkenbare figuren, niettemin spreken ze aan omdat ze een buitenaardse of mythische sfeer oproepen. Miró laat je zien dat we in een vreemd universum leven en wijzelf ook vreemde schepsels zijn. Ook zijn schilderijen zijn meteen herkenbaar als afkomstig van hem.


woensdag 2 april 2025

DE KLEINE GESCHIEDENIS VOLGENS JAN VAN DER PUTTEN. 1

 


De journalist Jan van der Putten heeft een boek geschreven over zijn tijd als correspondent, met de titel “Tijd van illusies” met als onderschrift “Mijn kleine geschiedenis van de wereld”. Hij is getuige geweest van gebeurtenissen waarvan velen dachten dat ze het aanzien van de wereld zouden veranderen, wat niet gebeurd is, vandaar dat hij het heeft over “tijd van illusies”.


Die tijd laat zich het beste samenvatten als de tijd tussen de meirevolte in Parijs van 1968, waar hij toevallig als promovendus in de letteren aan de Sorbonne studeerde, en 1986, het jaar waarin de Sandinisten bij verkiezingen in Nicaragua de macht verloren. In die periode zwerft Jan van de ene revolutionaire situatie naar de andere, voornamelijk in Latijns Amerika.


Het zijn de hoogtijdagen van de links revolutionaire verwachtingen. Verwachtingen die de schrijver meebeleefd en waar hij zelf in gelooft maar eenmaal in praktijk gebracht, uitdraaien op een mislukking. Wat hoopvol begint als een radicale politieke verandering wordt uiteindelijk een nachtmerrie van wrede en bloedige dictaturen van generaals en hun opportunistische slippendragers. Jan van de Putten maakt de hoop en de nachtmerries mee en vraagt zich af waarom radicale veranderingen en revoluties zo dramatisch mislukken.


Het startsein voor hem is toevallig de Franse meirevolte in 1968. Jan is dan net in Parijs om doctor in de letteren te worden. In plaats van doctor te worden, gaat hij voor de krant verslag doen van de opstandige studenten en jongeren die de straten van Parijs barricaderen. De snel opeenvolgende en verrassende gebeurtenissen maken Jan tot de journalist die hij de rest van zijn leven blijft. Zijn Parijse ervaring noemt hij een journalistieke en politieke stoomcursus.


De revolte gaat ten onder in het Franse politieke krachtenveld waar generaal de Gaulle, de held van de Tweede Wereldoorlog, aan het het langste eind trekt. In zijn boek oordeelt Jan dat het een knetterende mislukking was net als de slavenopstand van Spartacus, de Commune van Parijs en zoveel andere protestbewegingen en volksopstanden in Frankrijk. Blijkbaar zijn Fransen dromers die het afleggen tegen de  politieke realiteit. 


Jan weidt er niet over uit maar de meirevolte is een politieke uiting van een culturele revolutie die in de hele westerse wereld plaatsvindt. Het is een generatieconflict dat leidt tot diepgaande culturele veranderingen. 


Het beste kan het begin ervan geduid worden met Bob Dylan’s song “The Times They Are a-Changin’ “ (1964) met als laatste strofe: “De lijn die getrokken wordt, de vloek die uitgesproken wordt, de langzame van vandaag zal later snel zijn, zoals het heden later voorbij zal zijn, de orde vervaagt snel, en de eerste vandaag zal later de laatste zijn want de tijden veranderen.” (Vrij vertaald door mij). 


In Nederland wordt die culturele revolutie gemarkeerd door het optreden van de Provo’s in voornamelijk Amsterdam (1965). Provo was als een strovuur van een kleine anarchistische, geweldloze beweging die met humor en inzicht de autoriteiten provoceren waardoor de zwakheden van het traditionele, autoritaire gezag worden blootgelegd. In tegenstelling tot de Franse meirevolte groeit de provobeweging en later de kabouters niet uit tot een politieke opstand. 


De afloop van de meirevolte in Frankrijk was vrij onschuldig. De Gaulle herstelt de democratie en de Republiek. Er vallen geen doden, er worden geen massa's mensen in stadions opgesloten zoals in Chili  of zoals in Argentinië vermoord. Frankrijk blijft een democratie en de Fransen kunnen rustig slapen. Chili en Argentinië worden dictaturen.

vrijdag 20 december 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 18. FOTOGRAFIE

 

Tijdens een bezoek aan het beroemde foto atelier van Nadar drong het tot Diego door dat de fotografie een revolutie betekent voor de schilderkunst. (foto: afkomstig van La Lagunilla in Mexico-stad)

Ondanks zijn teleurstelling in de revolutie houdt David vast aan zijn ideaal van een nieuw Mexico met een nieuwe Mexicaan. Hoe gek het ook mag klinken, die hoop heeft hij overgehouden van zijn verblijf in Parijs. In die Europese hoofdstad, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, werd in kringen van kunstenaars veel gepraat over het communisme als de wetmatige toekomst voor de mensheid.


Voor David zijn communisme en nieuwe schilderkunst, twee kanten van dezelfde medaille. Kunst vernieuwt mens en maatschappij, mens en maatschappij vernieuwen de kunst. Het zal een wisselwerking zijn, een elkaar bevruchten waaruit een nieuwe mens en maatschappij zal ontstaan. Het is de wedergeboorte van Mexico. 


In Parijs zag hij hoe een nieuwe generatie kunstschilders nieuwe vormen en kleuren gebruikt terwijl de bourgeoisie zich vastklampt aan de klassieke academische schilderkunst in de bourgeois salons. Voor hen moet de schilderkunst zich wijden aan de illusie van werkelijkheid; hun werkelijkheid van goed geklede vrouwen, welgedane kinderen, kunstzinnig ingerichte huiskamers en salons en romantische landschappen die rust en tevredenheid uitstralen.


Tijdens een bezoek aan de beroemde fotostudio van Nadar dringt het tot hem door dat de fotografie een revolutie betekent voor de schilderkunst. De fotografie zal de schilderkunst onttronen als de kunst die zich wijdt aan de werkelijkheid. 


Fotografie zal beter dan de schilderkunst de werkelijkheid kunnen vangen of het nu om portretten,  landschappen, stedelijke scènes of wat dan ook zal gaan. Fotografie bevrijdt de schilderkunst aldus van de werkelijkheid als de maatstaf der dingen. De schilderkunst kan zich voortaan veroorloven zijn eigen werkelijkheid te scheppen.


Waarom zou dat met de verworven wetenschappelijke inzichten ook niet in de politiek en de economie kunnen en waarom zou dat dan niet het communisme zijn? Hij begreep dat Marx op basis van wetenschappelijke inzichten een weg had gevonden naar een nieuwe toekomst  voor het mensdom, een toekomst zonder uitbuiting en onderdrukking, een waarin alle mensen gelijk zijn.


Schilderkunst en communisme vullen samen het verlangen in de ziel van David naar een betere wereld. Bij het binnendruppelen van berichten over de overwinning van de Russische revolutie onder leiding van Lenin, begint zijn hart te bonzen van opwinding. De communisten aan de macht in Rusland, wie had dat kunnen denken? Nu zal daadwerkelijk bewezen worden dat de toekomst van mens en maatschappij een communistische toekomst is.


Hij besluit onmiddellijk om actief lid te worden van de communistische partij. Een daad waarmee hij de draad van de revolutie kan opnemen zonder de schilderkunst in de steek te laten. Met zijn hartstochtelijke enthousiasme overtuigt hij Diego om ook lid te worden van de communistische partij. Ze besluiten hun schilderkunst voortaan te wijden aan de geschiedenis van hun land die zal uitlopen in een bevrijding door het communisme. Het communisme zal Mexico uiteindelijk verzoenen met zijn geschiedenis en daarmee alle Mexicanen met elkaar. 


vrijdag 13 december 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 17. TUSSEN DORP EN STAD

 

Op het platteland is men er van doordrongen hoe diep het leven van de mensen is verbonden met de natuur. De natuur bepaalt wanneer er een tijd van zaaien is en wanneer een tijd van oogsten. (Foto:Petrus)

Als voormalig revolutionair is Diego zich bewust van zijn geschiedenis en die van zijn land. De revolutie heeft zijn levenslot, zijn bestaan en zijn denken over het leven veranderd maar of het ook een verbetering is, is nog maar de vraag. 


Zijn land lijkt reddeloos verloren in een strijd om macht terwijl hij zelf moet zien te overleven in de stad en overleven in een stad is heel wat anders dan in het dorp waar je geboren en getogen bent.


Gelukkig heeft hij David ontmoet. Niet alleen kent hij Mexico-stad maar ook de rest van de wereld of tenminste Frankrijk. Sinds zijn kunstreis naar Parijs weet David meer van de wereld dan wie ook in zijn naaste omgeving. David is een kosmopoliet die je niks meer wijs maakt over het leven, de mensen en de wereld. Daarom is David meer dan een vriend. Hij is zijn gids die hem door de onrust en onwetendheid in zijn land leidt. 


Ook David had gehoopt dat de revolutie zijn land zou bevrijden van de onderdrukking, de uitbuiting en vooral van de onwetendheid. Op het uitgestrekte platteland beseft men vaak niet eens dan men inwoner is van een immens groot land, dat het een eigen geschiedenis heeft, een geschiedenis van veroveringen en strijd, van vergane steden en talen en de grootste verovering van allemaal, die van de Spanjaarden.


Maar daar vergist hij zich in, vindt Diego. Goed, de mensen in zijn dorp kennen de geschiedenis van hun land niet en zeker de wereld niet zoals David die kent. Ze zijn nooit in een stad geweest, nu ja, misschien in een kleine provinciestad, maar een stad zo groot als Mexico-stad kennen ze niet uit eigen ervaring. Hooguit van horen zeggen. Bij de stad Parijs kunnen ze zich al helemaal niets voorstellen net zo min als van het bijbehorende land Frankrijk. 


De schilderkunst, de kunst waar David voor naar Parijs is geweest, is in zijn dorp ook zo goed als onbekend. Dorpelingen hebben heel andere zorgen aan hun hoofd dan een schilderij aan de muur. Maar dat wil niet zeggen dat ze helemaal geen weet hebben van het leven, van de aard van de mensen en het lot van de mensheid. Als dorpelingen ergens diep van doordrongen zijn, is dat hun lot en dat van alle mensen verbonden is met dat van de natuur.


Kom daar bij stadsmensen eens om. Die denken dat ze de natuur aan kunnen, niet met hulp van de goden, die hebben ze afgeschaft, maar zijzelf met hun kennis en inzichten. Die brutaliteit, te geloven dat je alles zelf in de hand hebt van het het wieg tot het graf, verbaast Diego dagelijks. Hoe kunnen mensen denken dat ze zelf goden zijn, zo vraagt hij zich soms vertwijfeld af. De ellende en misère van elke dag is toch genoeg om die overmoed te logenstraffen? 


Daar is David het niet met Diego eens. Nu ja, er is veel ellende en leed en de revolutie heeft tot nu toe niks opgeleverd, al was het maar dat er een einde zou worden gemaakt aan Mexico als het land van veroveraars en veroverden. Dat stedelingen en dorpelingen voortaan allemaal Mexicanen zouden zijn, dat zij die afstammen van de oude culturen zich verzoenen met zij die afstammen van de Spaanse cultuur. 


Dat zelfs het tegendeel gebeurt, dat generaals met hun politieke adviseurs  vastlopen in de doolhof van de macht en hun eigen machtswellust. Onmachtig om zich daaruit te bevrijden loopt de revolutie dood. In plaats van een nieuw Mexico waarin plaats is voor alle Mexicanen komt een nieuwe mythe met nieuwe namen, maar blijft alles verder bij het oude. Mexico wordt niet opnieuw geboren en toch, toch moet dat eens gebeuren vindt David.


vrijdag 15 november 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 13. TELEURSTELLING IN DE REVOLUTIE

 

Links met verband om zijn hand generaal Pancho Villa. Naast hem met snor en zwarte hoed staat generaal Eulalio Gutiérrez die net Concepcion in de staat Zacatecas heeft veroverd. Beiden zijn hier nog goede vrienden. Die vriendschap eindigt korte tijd nadat Eulalio tot interim president is geïnstalleerd door Villa en Zapata. 

Diego is teleurgesteld in de revolutie. Wat hij tot nu toe heeft gezien en meegemaakt, heeft weinig te maken met waar hij op hoopte. Hij dacht dat de revolutie min of meer als vanzelf uit zo monden op meer vrijheid en menselijkheid. In plaats daarvan zit hij vast in een leger van vechtlustigen die het vooral om hun eigen vrijheid te doen is, de vrijheid om te drinken en op vrouwen te jagen. Dat tenminste is wat de meesten bezighoudt. 


Het leger als een opstap naar een andere samenleving, ziet Diego ook niet meer zitten. Hij heeft geen militaire talenten en al zou hij ze hebben dan zou hij er nog niks voor voelen. Het leger benauwd hem. De generaals vallen behoorlijk tegen. Onder het mom van vrijheid, gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en democratie zijn ze vooral bezig met hun eigen macht. 


Hoe kan hij zich uit dit wespennest bevrijden? Hij vertrouwt zijn eigen generaal niet meer. Dus wat nu? Diego gaat te rade bij zijn vriend David  die ook al heeft laten doorschemeren dat ook hij de revolutie beu is.Ook hij wil uit het leger van Pancho Villa maar om andere redenen dan Diego. 


In de tijd dat hij in Parijs heeft rond gekeken bij bekende kunstschilders daar, heeft hij kennis gemaakt het het communisme. Wat hij er tijdens de soms felle nachtelijke disputen in de café’s over hoorde, beviel hem. Communisme is een goed georganiseerd plan om de macht over te nemen om daarna een arbeidersstaat te vestigen. De burgerlijke samenleving zal daarin plaats maken voor een vrije samenleving of zoals zijn kunstvrienden beweerden een kunstzinnige samenleving. Dat is pas bevrijding. Na de revolutie komt de kunst. 


Kom daar bij de Mexicaanse revolutie om! Daar bestaat niet eens het idee dat er een nieuwe samenleving moet komen, laat staan een kunstzinnige. De revolutie is verworden tot een draaideur waardoor de ene generaal de andere aflost zonder dat er wat veranderd bij de mensen. Het is een strijd om de macht van generaals tegen generaals waarin de soldaten marionetten zijn die dansen op de tonen van geweersalvo's en kanonschoten. 


Daar wil hij niet meer aan mee doen. Dan liever terug naar de kunsten dan kan de revolutie intussen uitrazen en wie weet komen er dan nieuwe kansen voor een echte communistische revolutie. Diego is geen kunstenaar maar is het wel met David eens dat ze zo snel mogelijk uit het leger moeten zien te komen.


vrijdag 19 juli 2024

50. AMERICA LATINA. COLOMBIAANSE SCHRIJVER GARCIA MARQUEZ

De Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez (1927-2014) in gesprek met de Cubaanse dictator Fidel Castro (1926-2016). Het is en blijft vreemd dat terwijl Marquez als schrijver in kaart brengt hoe geweld de Latijns Amerikaanse samenleving aantast, hij bevriend was met een dictator. Had Marquez geen hoge pet op van democratie om geweld uit te bannen? Maar ook moet gezegd worden dat hij zijn vriendschap met Castro gebruikte om bijvoorbeeld een tot 20 jaar veroordeelde vakbondsman (Reinol Gonzalez) vrij te krijgen.


Na de terugreis met een tussenstop in Parijs zodat Alvaro de sfeer van de stad kan proeven en de verplichte hoogtepunten bezoeken, komen Martha en Lorena aan op Schiphol. Met hen maken we uitstapjes naar diverse bekende en toeristisch gezien verplichte Nederlandse plekken als Marken, Volendam, Kinderdijk, Zaandam, Utrecht en Amsterdam. Nederland in vogelvlucht. Gelukkig is Nederland geen groot land zodat je in een dag heel wat kunt zien.

Alvaro schrijft op mijn verzoek een stukje voor ons tweemaandelijkse tijdschrift Latijns Amerika over schrijver en landgenoot Gabriel Garcia Marquez. Die is hier in Nederland vooral bekend geworden met zijn boek Honderd Jaar Eenzaamheid. 

“De boeken van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez - “Honderd jaar eenzaamheid”, “Het kwade uur” en “De kolonel ontvangt nooit post” weerspiegelen de politieke werkelijkheid van Colombia en van Latijns Amerika in het algemeen. De landen van Latijns Amerika hebben sedert hun onafhankelijkheid bijna voortdurend, hetzij openlijk hetzij ondergronds, in een staat van geweld verkeerd. Aldus verschijnt het thema van geweld, gepaard aan onderdrukking in het werk van Marquez, middels misvormingen die het in omgeving en personen teweeg brengt. Omdat geweld in deze samenleving een constante is, komt het aan de mensen voor als een natuurverschijnsel…Als dragers van het geweld  en de onderdrukking verschijnen politieke partijen, Noord Amerikaanse ondernemingen, kolonels, soldaten en priesters ten tonele. Zij allen vertegenwoordigen een of andere vorm van macht: de politiek, het imperialisme, het leger en de kerk.” (Latijns Amerika Augustus 1974, no.4, jaargang 5)

Ik citeer dit stukje omdat het duidelijk maakt dat de werkende bevolking in Latijns Amerika niet meedeelt in de macht en dat nu is precies de reden van het bestaan van CLAT als arbeidersbeweging in Latijns Amerika en wij als solidariteitsvereniging in Nederland.

Het zijn vooral rechtse autoritaire en dictatoriale regeringen vaak met generaals zoals in Chili na de staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Allende, in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Guatemala om een kleine selectie aan landen te noemen die de arbeidersbeweging en de vakbonden met geweld muilkorven. Er zijn zo goed als geen landen in het continent waar vakbonden vrijheid van vereniging en onderhandeling hebben.  

Maar ook en helaas linkse revolutionairen, communisten en aanverwanten die beweren uit naam van de werkenden klasse de macht te willen nemen, sluiten na hun machtsovername dezelfde werkende klasse van deelname aan de macht uit. Het scherpste zien we dat in Cuba waar Fidel Castro uit naam van de revolutie de vrije, democratische bonden de nek heeft omgedraaid. 

Die democratische solidariteitsboodschap komt in Nederland goed over, zo blijkt tijdens een ledenvergadering van de vereniging. Het aantal leden is groeiend en bedraagt nu bijna tweeëneenhalf duizend waardoor de financiële steun aan CLAT in Latijns Amerika voor dit jaar nog verhoogd kan worden met 10.000 gulden tot in totaal 40.000. De vereniging maakt de helft van zijn ledenbijdragen over naar CLAT. 

Er wordt steeds meert samengewerkt met andere actie en solidariteitsgroepen zoals de Chili-aktie, het Brazilië Tribunaal (de vereniging heeft het secretariaat van de Nederlandse tak van het Tribunaal), Peru-Aktie, Guatemala-aktie, Suriname-aktie en verschillende protestakties tegen onderdrukking en vervolging. De meeste actiegroepen zijn opgericht door mensen die het betreffende land ooit bezocht hebben. Vaak wonen er vrienden of bekenden van hen.  

Juridisch gezien opereren deze actiegroepen als stichtingen terwijl CLAT Nederland een vereniging is met een op een ledenvergadering gekozen bestuur. De oprichters hebben bewust voor een vereniging en niet voor een stichting gekozen vanwege de democratische grondslag die vakbonden hebben, ook in Latijns Amerika. Voor de vereniging is democratie uitgangspunt en anker voor de eigen beleden solidariteit met de vakbeweging in Latijns Amerika.  

Dit jaar bestaat de vereniging 5 jaar. Er wordt op de ledenvergadering een werkgroep ingesteld om tegen het einde van het jaar activiteiten  te organiseren die de aandacht zullen vestigen op onderdrukking en protest van de vakbonden in Latijns Amerika en de benodigde solidariteit vanuit Nederland om de democratische vakbeweging te versterken.

 

vrijdag 7 juli 2023

37. TERUG NAAR NIJMEGEN. UNESCO

De laatste foto van president Salvador Allende (1970-1973), de man in het midden met helm op. De foto is gemaakt in het presidentieel paleis terwijl het gebombardeerd wordt door vliegtuigen van de opstandige generaal Pinochet. Daarmee kwam een einde aan het presidentschap van de eerste gekozen Marxistische president op het Latijns Amerikaanse continent. Generaal Pinochet oefende jarenlang een uiterst rechts schrikbewind uit naar voorbeeld van de Spaanse dictator en generaal Franco.


Allemaal goed en wel met Sint Jan van het Kruis maar het dagelijkse leven gaat verder of  beter gezegd het staat in de pauze stand. Dat wil zeggen na de geboorte van onze dochter Floortje, het behalen van de doctorandus titel en de succesvolle sollicitatie bij het Directoraat Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking hoor ik helemaal niets meer over uitzending naar een of ander liefs Latijns Amerikaanse hulpbehoevend land.

We wonen nog steeds met zijn drietjes in de “vergeten” straat met arbeiderswoningen. We leven van een bijzondere vorm van bijstand voor werkloze afgestudeerden. De overheid en de samenleving behoeden ons voor armoede.

Het is weliswaar financieel krap aan maar babykleertjes krijgen we van vriendinnen die ons met kinderen zijn voorgegaan. We krijgen van een vriendin zelfs een zo goed als nieuwe prachtige rode kinderwagen. De moeder van Krulkop voorziet in een wandelwagen.

Ondertussen heb dus niks omhanden behalve dan mijn leesuurtjes met de Jonge Marx of Jan van het Kruis. Ik fotografeer ook een beetje. Niet vele vanwege de kosten. In de stoffige, benauwde kelder heb ik een primitieve doka gemaakt. Een onhandig en onplezierig hok maar meer zit er niet in gezien de beperkte fondsen. 

Voor luttel bedrag heb ik een Lubitel gekocht, dat is een Russische 6x6 camera. De kwaliteit is niet veel soeps maar dat kan ook niet voor zo weinig geld. De lens is slecht zodat niet een foto echt scherp is. Het doorspelen van het rolletje is een moeizaam karwei. Allemaal niet erg, voor weinig geld leer ik zo een groot formaat camera gebruiken.

Eindelijk krijg ik dan bericht uit Den Haag dat een post beschikbaar is bij het Latijns Amerikaans Instituut voor Alfabetisering van UNESCO in Santiago de Chile. Ik krijg het verzoek om mij per omgaande te melden bij de afdeling personele zaken van UNESCO in Parijs. De reiskosten worden vergoed. 

Ik word om elf uur op het hoofdkantoor van UNESCO in Parijs verwacht. Via het ministerie krijg ik autorisatie voor een vliegticket retour Schiphol - Parijs plus onkosten voor trein en taxi. Ik vertrek met de eerste trein ’s morgens naar Schiphol en neem aansluitend de KLM vlucht naar Parijs. Het is een merkwaardige ervaring om in een enkele dag op en neer te vliegen naar Parijs voor een sollicitatiegesprek van een paar uur.

Ik stap op tijd het kantoor van de personeelsdienst binnen in het reusachtige UNESCO gebouw. De personeelsman in kwestie valt me mee. Hij maakt grapjes, ik denk om een ontspannen sfeer te scheppen. Dat lukt aardig. We spreken Spaans. Over de job zelf hoor ik weinig anders dan wat ik niet al gelezen had in de 'job description' voor professional officers (P1). Na een uurtje is het gedaan. Ik krijg nog bericht. Ik heb geen idee wat voor indruk ik gemaakt heb en of ik voldoe aan de vereisten voor de job. Ik denk dat het wel goed zit maar ja ik ben een optimist.

Terug met de taxi naar Orly en wachten op het vliegtuig. In de WC staan plotseling links en rechts van mij boven de pisbak mannen opdringerig met hun penis te zwaaien. Na de eerste verbazing besef ik dat dit een uitnodiging tot betaalde seks is. Ik snap niet dat je op zo een plek op zoek bent naar klanten. Hoe kun je met de lucht van pis in je neus, iemand tot seks uitnodigen? 

De baan gaat niet door. De groeiende politieke spanningen in Chili sinds de verkiezing van de marxist Allende van de Unidad Popular tot president (1970) spelen de UNESCO parten. Ik krijg te horen dat de toekomst van het Instituut onder druk staat. Mijn les geleerd. Wie voor een internationale baan gaat via een VN instelling moet rekening houden met internationale politiek. Daar had ik nog niet aan gedacht.