Posts tonen met het label schilderkunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schilderkunst. Alle posts tonen

vrijdag 10 april 2026

83. MEXICAANSE VERTELLINGEN. SURREALISME

 

Deze foto van Frida§ Kahlo is gemaakt door de fotograaf Julien Levy. Hij organiseerde in 1938 in zijn fotogalerie Julien Levy de eerste expositie van schilderijen van Frida Kahlo.  Daarmee begon haar internationale succes. Philadelphia Museum of Art.


Frida twijfelt of ze de uitnodiging voor een tentoonstelling in Parijs zal aannemen. Ze staat ver van de idee van surrealisme zoals André Breton die verkondigt of liever gezegd ze weet niet wat ze er mee aan moet. Haar lichamelijke pijnen zijn alles behalve surrealistisch. 


Denkt mijnheer Breton dat een miskraam surrealistisch is, een ervaring zoals een droom of van het onderbewuste? Zo dom zal hij toch niet zijn? Een leven in je buik dat mislukt is een nachtmerrie in het echt. Je lichaam laat je op het moment dat je nieuw leven brengt, in de steek. Dat heeft niks met onderbewustzijn te maken.


Het tast je geestelijke gesteldheid aan, je zelfbewustzijn. Het dreigt je als vrouw te ondermijnen en dat roept om verzet. Haar verzet is de verfkunst. Met penseel, verf en doek wil ze haar fysieke en geestelijke pijn vastleggen.


Dat doe je met symbolen, hoe anders? Wat doen katholieken in hun kerk als ze van brood het lichaam van Christus maken en van wijn zijn bloed? Ze herdenken zijn pijn die leidde tot zijn dood. 


De schilderkunst is hetzelfde, een herhaling maar dan op doek van het leven, de pijn van de dood, de vreugde van de geboorte. Een schilderij is niet de werkelijkheid zelve maar wel de herinnering eraan, een afspiegeling daarvan.


Haar waarheid is die van de lichamelijke pijn die tot in haar geest door dringt. Het is gek makende pijn en dat is existentiële pijn. Als Breton dat surrealistisch wil noemen dan doet hij dat maar. Des te beter als haar pijn met de zegen van de kunstpriester der surrealisten  begrepen wordt. 


David vindt ondanks haar bedenkingen dat ze van gelegenheid gebruik moet maken om naar Europa te gaan. New York heeft ze al veroverd met haar tentoonstelling, nu Parijs nog. 


Ze wil inderdaad gekend worden, als het kan wereldwijd. Ze wil gekend worden als vrouw, minnares, muze en als Mexicaanse. Ze besluit de overtocht naar Amerika te maken, naar Parijs, het walhalla van de moderne kunst.

donderdag 2 april 2026

MUSEUM JAN CUNEN: WILLEM VAN KONIJNENBURG, VANUIT CHAOS.

Links het schilderij 'Chaos' Van Willem van Konijnenburg te zien op de tentoonstelling in Museum Jan Cunen. Rechts het schilderij 'Liesje is Jarig' van Jan Sluijters te zien in Museum Noord Brabant in den Bosch. De verschillen in kleurenpalet, compositie en krachtige sfeer tussen de twee schilders kan haast niet groter zijn. 


Onlangs een bezoek gebracht aan de tentoonstelling “Willem van Konijnenburg, Vanuit Chaos” in het museum Jan Cunen te Oss. Ik wilde kennis maken met het werk van Konijnenburg. Zijn naam was ik wel eens tegengekomen maar zijn werk nog nooit gezien.


Geen wonder. Hij is een vergeten kunstschilder. Dat was in zijn eigen tijd heel anders. In de periode 1918-1925 was hij een van de bekendste schilders van Nederland. 


“Op een moment dat ook het modernisme de kop opsteekt, kiest hij bewust voor een klassieke, rationele beeldtaal. Na zijn overlijden in 1943 raakt zijn werk snel in de vergetelheid. De kunstgeschiedenis na de Tweede Wereldoorlog is volledig in de ban van het moderne. Net als veel collega’s belandt Van Konijnenburg aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Zijn ooit zo gewaardeerde oeuvre verdwijnt diep in de depots.” 


Helaas voor hem koos hij de verkeerde kant van de kunstgeschiedenis en dat is goed te zien op de tentoonstelling. Hij heeft zo goed als alle ontwikkelingen in de schilderkunst gemist. 


Niet alleen heeft hij de revolutionaire schilderkunst van Vincent van Gogh notabene 30 jaar eerder, gemist maar zo goed als alle stromingen zijn langs hem heen gegaan: het impressionisme met hoogtepunten als Monet en Renoir, het pointillisme met Seurat en Signac, het fauvisme met grondleggers als Matisse en de Nederlander Cees van Dongen en het kubisme van Picasso en Braque.


Van Konijnenburg wordt in het interbellum (tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog) samen met Jan Toorop en Jan Sluijters tot de modernen gerekend. Toorop en Sluijters onderzochten de stijlen van hun tijd. Toorop werd uiteindelijk een symbolische schilder geïspireerd door zijn katholieke overtuiging. Sluijters werd een figuratieve schilder met een groot gevoel voor kleur. 


Van Konijnenburg bleef een academisch schilder met een donker palet. Later komt er wat kleur in en waagt hij zich aan strakkere lijnen en vormen.


Als theosoof zoekt hij net als veel tijdgenoten (Mondriaan, van Doesburg, van der Leck) naar het innerlijk wezen der dingen maar in tegenstelling tot de genoemde tijdgenoten blijft hij steken in de vorm. Zijn tijdgenoten onderzoeken ook de betekenis van kleuren, lijnen, vlakken, composities enz. 


Bij van Konijnenburg niets van dat alles, hij blijft een academische, klassieke schilder en tekenaar. Je zou een tentoonstelling moeten maken met schilderijen van Willem van Konijnenburg omringd door  tijdgenoten. Hierboven een voorproefje met het schilderij 'Chaos' van Van Konijnenburg naast 'Liesjes Verjaardag' van Jan Sluijters.


Willem van Konijnenburg, Vanuit de Chaos te zien in het museum Jan Cunen te Oss tot 7 juni 2026. 

maandag 16 maart 2026

ABSTRACTE SCHILDERKUNST EN INNERLIJKE WAARHEID

Links het 'Zwart Vierkant op Witte Ondergrond" op een expositie van Malevitsj in Sint Petersburg (2015), rechts het schilderij van Mondriaan "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen", 1931, Stedelijk Museum Amsterdam.

 

Kunstschilders als Kandinsky, Mondriaan, Doesburg, van der Leck en tijdgenoten als de Russische schilder Malevitsj maar ook Picasso en Braque waren op zoek naar nieuwe schilderkunstige vormen van werkelijkheid, waarheid en schoonheid.


De opkomst van de fotografie dwong deze schilders na te denken wat nu precies de verbeeldingskracht van de kunstschilder onderscheidt van de fotografie. De fotografie maakt het immers mogelijk om met technische middelen - camera, lens en lichtgevoelige film- een perfecte uitsnede van de fysieke werkelijkheid te maken.


Als het om het vastleggen van de fysieke werkelijkheid gaat, legt -technisch gesproken - de schilderkunst het af bij de fotografie. Welke werkelijkheid, waarheid en schoonheid blijven dan nog over voor de schilderkunst of is er geen andere werkelijkheid dan de fysiek waarneembare? Sommigen dachten van niet. Dat betekende het einde van de schilderkunst. Hoe dan ook, de naakte fysieke werkelijkheid op het doek nabootsen was niet meer nodig.


Anderen daarentegen zochten naar nieuwe invalshoeken om de werkelijkheid te benaderen. Zij zochten het schilderkunstige antwoord in de werking van licht en kleur op het doek zoals het pointillisme of de fauvisten met in hun kielzog van Gogh en Matisse. 


Picasso c.s. zochten het vooral in de vorm. Samen met Braque ging hij daarin het verst door de werkelijkheid te deconstrueren, een stroming die bekend werd als kubisme. Daarmee introduceerden zij een nieuwe radicale schilderkunstige kijk op de werkelijkheid die de naam van kubisme kreeg.


Al deze schilders namen afstand van de werkelijkheid als een vaststaand gegeven waarmee zij een zekere mate van abstractie in de schilderkunst introduceerden waarbij de fysieke werkelijkheid niettemin nog altijd houvast gaf. Hun schilderkunst bleef in wezen figuratief.


Tegelijkertijd waren er kunstschilders die nog verder durfden gaan. De Russen Kandinsky en Malevitsj, de Nederlandse Mondriaan, van Doesburg en anderen menen dat er achter de fysieke werkelijkheid een andere - psychische, spirituele - werkelijkheid zit. Kandinsky vergelijkt de schilderkunst met muziek die direct inwerkt op ons gemoed en gevoel. 


Mondriaan, van Doesburg volgen de weg van de nieuwe beelding gebaseerd op kleuren, lijnen en vlakken. De oude beelding, die van de fysieke (figuratieve) werkelijkheid, heeft afgedaan. De nieuwe beelding heeft de toekomst.


De nieuwe beelding is gebaseerd op de geestelijke werkelijkheid die met minimale middelen d.w.z. lijnen en vlakken met primaire kleuren in beeld wordt gebracht.


Maar je kunt nog een stap verder zetten naar de absolute abstractie een abstractie die de wereld van de wiskunde benadert. Daarin is een lijn een lijn. De lijn is zichzelf en niets anders. De lijn stelt alleen zichzelf voor en niets anders daarbuiten. Dat geldt ook voor kleur. De kleuren zijn zichzelf en niets anders dan dat. Zij zijn zichzelf en verwijzen alleen naar zichzelf. Rood is rood en niets anders dan dat. 


Dit inzicht bracht de Rus Malevitsj in waarschijnlijk 1913 al tot zijn revolutionaire  ‘Zwart Vierkant met Witte Ondergrond’ (1913). Het zwarte vierkant op een wit vlak is een schilderkunstige waarheid en schoonheid en verwijst nergens anders naar dan naar zichzelf,  het is het zijn van een zwart vierkant op een witte achtergrond. Het schilderij is zichzelf en niets anders.


Ook Mondriaan volgt deze weg getuige zijn hierboven afgebeelde schilderij "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen". Zijn nieuwe beelding is gebaseerd op de enige schilderkunstige waarheid, die van lijn en kleur. Hun schilderijen verwijzen voortaan nergens anders naar dan naar zichzelf. 


Zij getuigen van de innerlijke inzichten van de kunstschilder aldus Kandinsky in zijn boek ‘Spiritualiteit en abstractie in de kunst’ en Mondriaan in zijn artikelen ‘De nieuwe beelding’. 


Spiritualiteit die zich net als in de muziek uit langs de weg van de schoonheid, schoonheid die het individuele overstijgt en tegelijkertijd de aller individueelste emotie oproept. 

woensdag 7 januari 2026

PIET MONDRIAAN, GESCHILDERD IDEALISME

 

Een collage van een foto van Mondriaan en een schilderij van hem.

In het artikel “ De nieuwe beelding in de schilderkunst”  is Piet Mondriaan zo vriendelijk geweest om het hoe en waarom van zijn schilderkunst uiteen te zetten. Hij schildert beter dan hij schrijft. Je moet zijn zinnen soms wel 3 keer lezen om te begrijpen wat er staat. Bovendien zitten er nogal wat onuitgesproken veronderstellingen in de tekst.


Waarom dan al dat lezen? Als je zijn werk bekijkt, word je nieuwsgierig naar het hoe en waarom. Al lezend stuit je op een sober leven, idealisme en doorzettingsvermogen. Mondriaan leeft voor zijn werk.


Mondriaan heeft een lange zoektocht gemaakt die je schilderkunstig gedetailleerd kunt volgen. Dat maakt de kennismaking met Mondriaan extra spannend. Zijn schilderkunst is ook zijn autobiografie.


Uiteindelijk heeft hij wat je een leer over zijn schilderkunst kunt noemen, geformuleerd. Een strakke leer waarin staat wat de schilderkunst kan en moet zijn. Alles begint met het platte vlak. Het enige wat de schilder ter beschikking heeft is immers een plat vlak. Dus daar moet je je ook aan houden, vindt Mondriaan. Niks ruimtelijke illusies en perspectieven. Pretendeer niet meer dan dat platte vlak.


Zijn tweede leerstelling is dat de schilderkunst het individuele moet overstijgen naar het universele, geen navelstaarderij, geen hoogst persoonlijk inkijkjes en geen eigentijds politiek activisme. Mondriaan staat daarmee haaks op de huidige - politiek activistische - trend in de schilderkunst.


Volgens Mondriaan kun je de universele geest alleen maar uitdrukken in horizontale en verticale lijnen en vlakken met de primaire kleuren rood, blauw, geel plus grijs, zwart en wit. Daar is hij stellig in zo blijkt uit zijn teksten en ook uit zijn leven. Zuivere, universele, geestelijke schoonheid in soberheid, zo zou je kunnen samenvatten.


Diagonale lijnen zijn verboden net als cirkels. Toen zijn kunstmakker Theo van Doesburg van deze leerstelling afweek, werd hij door Mondriaan in de ban gedaan.

 

Het zal niet verbazen dat deze kunstopvatting aansluit bij zijn opvattingen over mens, maatschappij en de schilderkunst. Die drie hangen bij Mondriaan ten nauwste samen.  Er zit een hele denkwereld achter zijn schilderkunst (net als trouwens bij Kandinsky, tijdgenoot van Mondriaan en ook voorman van de abstracte schilderkunst). 


Het uitgangspunt van Mondriaan is dat de mens steeds bewuster gaat leven, meer in overeenstemming met zijn geestelijke vermogens tot abstractie.


 “Het leven van den huidige, gecultiveerde Mensch zich langzamerhand afkeert van het natuurlijke; het wordt al meer en meer abstract leven.” Verderop verklaart hij dat de de levensaandacht zich meer en meer in het innerlijk vestigt. Er is sprake van een “zich bewustwordende menselijken geest”. (Piet Mondriaan, “ De nieuwe beelding in de schilderkunst” ). 


Die nieuwe mens heeft een nieuwe beelding nodig, een zuivere beelding, een beelding van universele schoonheid die los staat van het individuele, het materieel bepaalde. Mondriaan streeft aldus naar een puur geestelijke kunst, een zuiver beeldende kunst die vooruit loopt op de komst van die nieuwe mens.


Verderop heet het dat de schilderkunst bij uitstek de kunst is die zuiver beeldend kan zijn. “De nieuwe beelding in de schilderkunst blijft zuiver schilderkunst: het beeldingsmiddel blijft vorm en kleur - in de meeste verinnerlijking; de rechte lijn en vlakke kleur blijven zuiver schilderkundige beeldingsmiddelen.”


Helaas voor Mondriaan komt er tot nu toe in de praktijk niet veel terecht van een meer vergeestelijkt leven. De trend is niet méér spiritualiteit maar méér materialisme wat ook wel consumentisme wordt genoemd. Mondriaan schilderde zijn idealen voor mens en maatschappij.

vrijdag 18 juli 2025

48. MEXICAANSE VERTELLINGEN. REVOLUTIE A LA CARTE

Diego Rivera, "Mexico Today and Tomorrow", detail van de muurschilderingen "Geschiedenis van Mexico", Nationaal Paleis, Mexico-stad, 1935.


Op het afscheidsetentje neemt Frida het initiatief tot gespreksonderwerpen. Ze is nieuwsgierig naar alles wat met schilderkunst te maken heeft. Ze vraagt Diego over zijn technieken en zijn visie op de kunsten. Hij antwoordt zo goed mogelijk.


Technieken uitleggen is niet zo moeilijk maar schilderen heeft meer met intuïtie, visie en verbeeldingskracht te maken dan met technieken en leg dat maar eens uit. Je hele persoonlijkheid is er bij betrokken plus al je levenservaring en je levensbeschouwing, haast teveel om op te noemen. 


Je kunt een schilderij van een goed kunstenaars, dus geen plaatjesmaker die slechts volgens de regelen der kunst werkt, terugbrengen tot een technisch kunststukje. Helaas, doen de meeste mensen dat toch. Het is te moeilijk of vergt teveel inspanning om na te gaan wat de kunstenaar bezielde bij het maken van zijn schilderij. Liever een gemakzuchtige vlucht in de techniek, die niet geheel zonder betekenis is maar uiteindelijk ondergeschikt is aan de bezieling.


Technieken moet je hebben maar dienen tot niks als je niet weet wat je wilt schilderen. Dat is net zoiets als leren timmeren zonder te weten wat je wil maken. Frida snapt dat meteen. Eigenlijk wist ze het al vanuit zichzelf. Haar lijden heeft haar al vroeg tot nadenken gestemd over de betekenis van bezieling en leven. Zonder bezieling is het leven niet de moeite waard, vindt ze of je schrijft, schildert, fotografeert of wat dan ook. Er moet bezieling in liggen.


Ze zegt te willen leven met bezieling en dat had haar, net als veel van haar tijdgenoten, gebracht op het pad van het communisme, de utopie van een gemeenschap van vrije mensen, er zijn geen grenzen van landen en staten meer,  die leven als broeders en zusters. Volgens haar is het communisme de weg naar een maatschappij van liefde. De kunsten zouden volgens haar die weg moeten voorbereiden, als het ware de weg moeten wijzen naar het communisme.


Ze wil weten of Diego dat ook zo ziet?  Ze vraagt hem hoe hij de toekomst van Mexico ziet. Hij twijfelt. Zijn ervaringen in het revolutionaire leger van Pancho Villa hebben hem behoedzaam gemaakt. Hij heeft nog wel idealen maar die staan onder druk van de werkelijkheid. Hij heeft teveel doden en geweld gezien, willekeurige executies op straat, misdaad ook met daarnaast veel verdriet en leed. 


En wat heeft dat vergoten bloed, al die ellende nu eigenlijk opgeleverd? Hij ziet een land met een overheid die bestaat uit min of meer dezelfde blanke elite, die ondanks alle mooie woorden even corrupt is en bezig is te verzanden in een almaar uitdijende bureaucratie. Zal dat nog ooit goed komen, zo vraagt hij zich af.


Frida daarentegen denkt dat nog wel degelijk een nieuwe revolutie nodig en mogelijk is, een naar Russische voorbeeld. Ze spreekt haar bewondering uit voor de revolutie in Rusland toch ook een land, net als Mexico met voornamelijk arme boeren. Als in Rusland een communistische revolutie mogelijk is dan moet dat toch ook in Mexico kunnen? 


Diego aarzelt. Hij weet maar al te goed dat een revolutie a la carte niet mogelijk is. Hij weet niet hoe het er in de Russische revolutie aan toe gaat al ziet hij ook wel overal om zich heen het enthousiasme van voornamelijk intellectuelen en kunstenaars. Misschien is Mexico wel een veel ingewikkelder land dan Rusland. Rusland is nooit bezet geweest door een Europees land zoals Mexico dat ruim 300 jaar lang is geweest.


Dat alleen al maakt Mexico tot een land met een hybride cultuur, die van de Spanjaarden tegenover die van de Azteken, de Maya’s en de indigenas. Hoe brouw je daar een Mexicaanse cultuur van die iedereen aanspreekt en belangrijker nog, waarin iedereen meetelt? Het is niet een land met alleen de tegenstelling tussen arbeiders en kapitalisten, beiden zijn bovendien een minderheid, maar een land van blanke postkoloniale overheersers tegenover de nazaten van de oude culturen die ploeteren op het land, in de wouden en de bergen. Is een Mexicaanse communisme in zo een situatie mogelijk?


vrijdag 30 mei 2025

41. MEXICAANSE VERTELLINGEN. KUNST IN DIENST VAN HET COMMUNISME

"Detail van een muurschildering van David Alfaro Siqueiros, In het Kasteel van Chapultepec in Mexico-Stad belicht de muurschildering "Van het Porfirianisme tot de Revolutie" van David Alfaro Siqueiros een cruciaal moment in de Mexicaanse geschiedenis. Met een oppervlakte van 410 vierkante meter fascineert de schildering de bezoeker met het verhaal van de eerste Mexicaanse staking in Cananea, die een epische strijd tussen kapitalisme en revolutionair socialisme vertegenwoordigde. Siqueiros, die de muurschildering tussen 1957 en 1966 schilderde, van 1960 tot 1964 was hij een politieke gevangene." (Historical Mexico)


Maar wat voor kunst dan wel? Een revolutie in de kunst is mooi maar de echte revolutie, de revolutie van Pancho Villa en Emiliano Zapata, is grotendeels mislukt. De dictator is verdwenen maar daarvoor is een eenpartij dictatuur gekomen. Dezelfde elite maar dan uitgebreider. De oude economische elite is vervangen door een nieuwe elite van kapitalisten die net zo asociaal is of misschien wel erger.


Het zijn de moderne kapitalisten en bourgeoisie die het lot van Mexico vandaag de dag bepalen. De boeren op het land zijn niet veel beter af dan voorde revolutie en als ze naar de stad trekken om arbeider te worden dan worden ze onderbetaald.De revolutie van Mexico is halverwege of nog eerder gestrand. Voor de gewone Mexicanen is er niet veel veranderd behalve de verstedelijking door de armoede op het platteland.


Kan de schilderkunst daar iets aan doen? David denkt van niet. Schilderkunst is een verbeelding van de werkelijkheid in welke vorm dan ook -surrealistisch, poëtisch, expressionistisch, impressionistisch of wat dan ook - maar niet de werkelijkheid zelf. Schilderkunst is een afspiegeling van de werkelijkheid en dan nog. Wie zijn werkelijkheid en welke werkelijkheid? Kunst is een doolhof waar je gemakkelijk de weg in kwijt raakt.


Maar een ding is zeker, met schilderijen maak je geen revolutie. Dat is geruststellend want stel je voor dat je met een enkel schilderij Mexico op zijn kop zou kunnen zetten,  maar ook een teleurstelling want wat kun je dan wel? De schilder die revolutie wil maken en dat wil David nog steeds ondanks alle teleurstellingen die hij heeft ondervonden, kan niet anders dan activist in de werkelijkheid van alledag te worden, in de politieke werkelijkheid wel te verstaan. 


De kunstenaar moet zijn handen niet alleen vuil maken in zijn schildersatelier maar ook in de politiek. Kan de schilderkunst hem daarbij eventueel van dienst zijn? David denkt van wel. Het Mexicaanse volk heeft dringend behoefte aan de ontdekking van zichzelf als revolutionair, net zoals hij zichzelf ontdekt heeft. Schilderkunst in dienst van de revolutie maar welke revolutie?


Dat is niet moeilijk, de communistische revolutie. Het communisme is voor David de logische voortzetting van de Mexicaanse revolutie. Dat zeggen hier in Parijs ook veel van zijn schilderkunstige vrienden. Picasso is lid van de communistische partij. Miró is weliswaar geen lid van de communistische partij maar wel een Republikein in hart en nieren en anti-Franco. Zelfs André Breton, de dichter/schrijver van de “écriture automatique” en daarmee de grondlegger van het surrealisme, is communist. 


Communisme is de trend van de tijd, het nieuwe ideaal zo vakkundig verwoord door Marx en Lenin en in Rusland werkelijkheid geworden. Communisme belooft een wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het maakt de belofte van de Franse revolutie waar.


David besluit de schilder van de communistische revolutie te worden. Hij zal de Mexicanen met zijn schilderijen leren zichzelf en tegelijk het communisme te ontdekken. Hoe moeilijk kan het zijn? David is in Parijs politiek en schilderkunstig wijzer geworden, meer kan hij niet verlangen. 

woensdag 28 mei 2025

EEN METHODE BESTAAT NIET ALDUS KUNSTSCHILDER THEO VAN DER STEEN

 


Voor het maken van een schilderij bestaat geen methode zo besluit kunstschilder Theo van der Steen het boek dat zijn vriend Evert Brongers over hem gemaakt heeft (blz.89, Evert Brongers, ‘Een Methode bestaat niet, over Theo van der Steen Tekenaar & Schilder’, uitgave in eigen beheer)


Schilderen kun je van niemand leren, dat moet je zelf doen. Voor de techniek van het schilderen kun je een cursus volgen maar daarmee houdt het op. De rest ben jezelf. Dat kan ik overigens als fotograaf ook zeggen van fotograferen. Je kunt techniek leren maar de rest - de inhoud - moet jezelf doen.


Maar hoe vind je die inhoud? Dat is een hele worsteling zo blijkt uit de brieven die Theo aan zijn vriend Evert schreef. “Op het moment ben ik weer heftig aan het schilderen, toch zijn de nederlagen talrijk. Ik blijf ook wel erg kritisch op mijn werk. Tja, de schilderkunst, ook ’n manier van leven.” 7 februari 1985. (blz. 27 in genoemd boek)


Je kunt zo maar gaan twijfelen of je het al die tijd wel goed geschilderd hebt. “Ik kom even terug op m’n werk. Zou het kunnen dat je op een goede dag erachter komt dat je jarenlang verkeerd hebt zitten zoeken, in de verkeerde richting en dat dat gevoel ineens levensgroot overeind komt: dat je in de verkeerde trein bent gestapt?” 6 oktober 1986. (Blz. 29)


Hoe verhouden kunst en religie zich? Gerard Reve heeft ooit in een reeks universitaire lezingen gezegd dat alle kunst religie is. Theo kijkt er zo tegenaan. “Nu heb ik al ’ns eerder geprobeerd te verduidelijken met de vergelijking tussen kunst en religie. Ik geloof nu dat kunst van vandaag over iets anders moet gaan: de vrijheid en dat heb ik niet geleerd. Ik ben nog geen vrij mens. Ik moet weer helemaal opnieuw beginnen, begrijp je? ’t Wordt een hele klus.” 6 oktober 1986. (Blz.29)


Hier stuit Theo in zijn briefwisseling op de kern van de moderniteit; de vrijheid van de mens. De moderniteit is volgens filosofie professor Marc de Kesel in zijn serie lezingen over moderniteit in de bibliotheek van Oss, begonnen met Descartes. Sindsdien staat de mens tegenover de wereld als vrij mens. Daarvoor was hij een gelovig mens opgenomen in de wereld van God. 


Die moderniteit is sindsdien onontkoombaar de kunstwereld binnengedrongen en zoeken wij als kunstenaars naar onze positie in en tegenover de wereld ofwel wat is kunst eigenlijk? 


“Binnenkort moet ik werk leveren voor de nieuwe ledententoonstelling in Arnhem. Het is zo’n beetje klaar en ik ben er wel tevreden mee. Het zijn voornamelijk werken waar ik zogezegd lang heb moeten doorzeuren. Ik ben nou eenmaal niet iemand die ’t er direct opgooit. Emoties heb ik wel maar ik uit ze niet direct. Ik ben daarom wel eens afgunstig op ’n kunstenaar die dat wel kan en daarvoor heel eenvoudige middelen gebruikt. Dat is kunst. Bij zo iemand straalt de zon.” 2 september 1990. (blz 33)


Emoties op het doek. Theo is een kind van zijn tijd ook al kost het hem veel moeite. Hij formuleert het zelf met de volgende woorden. “Schilderen gaat over de eigen dichterlijke/filosofische verhouding tot de realiteit. Ook is het een poging om aan materie een betekenis, een ziel te geven. Als een werkstuk slaagt dan heeft het dus uitdrukking, zeggingskracht. Het is een projectie van eigen gevoelens en ideeën in de materie die ik gebruik.” 2 september 1990 (blz.33)


Theo worstelt naast de inhoud van zijn werk, ook met de verkoop van zijn werk. Daarin staat hij niet alleen. Veel kunstenaars vragen zich af hoe hun werk te verkopen zonder commercieel te worden, zonder gelikte kunst voor boven de zitbank te leveren.


Hij stelt in een brief van 2 maar 1992 vast dat zijn werk commercieel niet aantrekkelijk genoeg is. “Collega Han Klinkhamer vindt dat ik wat mijn werk betreft zeer integer ben. Maar ik kan er weinig mee doen. Bovendien mag ik dan integer wezen, ik ben ook naïef en onhandig. Dat merk ik weer bij zo’n bezoek aan een galeriehouder. Ik betrap mezelf dan op onprofessionele uitspraken. Ik mis een bepaalde zakelijke handigheid.” 2 maart 1992. (Blz.37)


Je zou denken dat na verloop van tijd het er iets eenvoudiger op wordt. Dat is het dus niet. Daar kan elke kunstenaar over meepraten. Niettemin gaat hij ondanks twijfel aan zijn verfkunsten door op zijn eigen weg en weigert in de val van wat hij mooie plaatsjes noemt, te lopen. “Mooie plaatjes, leugens eigenlijk, zijn geïdealiseerde beelden. Het is wat anders wanneer onder mijn handen iets ontstaat waaruit toch nog als het ware, schoonheid ontsnapt.” 7 februari 1994 (blz.43)


Het zal de lezer duidelijk zijn geworden dat het boek over Theo een nuttig boek is voor iedereen die meer wil weten hoe de kunstschilder zich verhoudt tot zichzelf, de wereld en zijn kunstwerk. Zijn worsteling met verf is een voorbeeld, geen methode zoals hijzelf terecht opmerkt.


Het boek is royaal geïllustreerd met werk van Theo zodat je een goed indruk krijgt van zijn Werdegang in schilderkunst en leven. Je zult maar een vriend hebben als Evert Brongers die zo’n boek over je maakt. Wat mij betreft heeft hij met zijn boek over Theo meteen de schilderkunst een dienst bewezen, net als Theo zelf met zijn brieven, teksten en uiteraard vooral en voornamelijk met zijn schilderijen.