Posts tonen met het label harry mulisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label harry mulisch. Alle posts tonen

dinsdag 18 augustus 2026

DE MORBIDE KANTEN VAN HET NICARAGUAANSE PRESIDENTIËLE ECHTPAAR ORTEGA-MURILLO

 

President Daniel Ortega met zijn vrouw tevens vice-president of tegenwoordig co-president Rosario Murillo.



Wat was de Sandinistische opstand veelbelovend!! Jongeren en ouderen, de hele Nicaraguaanse bevolking van links tot rechts, zelfs de katholieke kerk met bisschop Obando y Bravo, geloofden er uiteindelijk in. 


De Sandinistische opstand met zijn jeugdige dynamische leiders werkte al net zo aanstekelijk op de buitenwereld. Vooral linkse jongeren in Europa, die zich in welvaart en  luxe afvragen of er geen grotere daden te verrichten zijn tot heil van de mensheid dan het bijwonen van muziekfestivals en reizen, krijgen met de Sandinistisch revolutie een nieuw levensdoel. 


De linkse idealistische jonge Sandinisten beloofden een nieuw land met nieuwe mensen. Dat was tenminste een toekomst! Daarmee vergeleken zijn Europa en Noord Amerika oude en versleten continenten, waar idealisme ver te zoeken is.


Dank zij de jeugdige Sandinistische leider Daniel Ortega kreeg de gewelddadige revolutie ook nog eens een poëtisch randje. Hij zou tijdens zijn gevangenschap onder dictator Somoza het gedicht  “Nunca vi a Managua una minifalda” (Ik zag nooit een minirok in Managua) geschreven hebben.


Deze zinssnede alleen al was genoeg bewijs voor zijn Westerse fans dat Daniel Ortega door zijn lijden in gevangenschap een gelouterd man is die Nicaragua naar een nieuwe toekomst vol vrijheid en gelijkheid zal leiden. 


Veel van wat ik toen zag en hoorde van de Nicaraguaanse revolutie deed mij denken aan mijn studententijd waarin de Cubaanse revolutie onder leiding van Fidel Castro met al net zoveel enthousiasme werd begroet. Ook die had met een revolutionair legertje Cuba bevrijd van een dictator. 


Ook hij daagde het Amerikaans imperialisme uit, terwijl de Amerikaanse oorlog in Vietnam net was begonnen. Dankzij de revolutie veranderde de hoofdstad Havana van een Amerikaanse maffia hoerenkast in een vrolijke stad vol van vrijheid en gelijkheid. 


Tenminste dat dachten zijn Westerse volgelingen, waaronder de eminente Franse filosoof Sartre, de al even Franse feministische schrijver Simone de Beauvoir en niet te vergeten de Nederlandse schrijver Harry Mulisch, totdat Fidel Castro zich ontpopte als een absolute en wrede dictator.


Wie was ik om te denken dat de geschiedenis in Nicaragua zich zou kunnen herhalen en dat de jonge, knappe dichter revolutionair Daniel Ortega net als Fidel Castro samen met zijn kameraden van het eerste uur zou veranderen in een kleinzielige, alles wetende en heersende dictator zoals Fidel Castro? 


Ik dacht het wel maar ik zei het niet. Ik vond dat ik niet het recht had mijn scepsis over de Cubaanse revolutie te projecteren op die van Nicaragua, al waren er aanwijzingen dat Daniel Ortega en zijn broer Humberto wel eens dezelfde Marxistische kant op zouden kunnen gaan. 


Nu 27 jaar later heeft Daniel Ortega zijn revolutionaire masker definitief laten vallen. Samen met zijn vrouw Rosario Murillo heeft hij op TV aangekondigd dat er in Nicaragua nooit meer verkiezingen zullen worden gehouden. Hij heeft zich tot dictator voor het leven verklaard.


Hoe kan het dat en revolutie zo ontspoord in machtswellust, cynisme en leugenachtigheid? Misschien ligt een van de aanwijzingen in wat de Amerikaanse biograaf Kenneth E. Morris in zijn boek “Revolucion Inconclusa” (Onvoltooide Revolutie) schreef.


Volgens Morris las Ortega in de gevangenis in kranten gedichten van Rosario Murillo (zijn vroegere lief en huidige vrouw) en werd hij dichter. Zijn in de gevangenis geschreven gedichten bleken nogal morbide te zijn. Hij en zijn familie hielden ze buiten de publiciteit omdat men vreesde dat zijn angsten, fobieën, emotionele afwijkingen en ook zijn zwakheden, kortom zijn duistere kanten, bloot zouden geven. Zijn die nu boven gekomen?


Rosario Murillo is sinds Ortega aan de macht is voortdurend aan zijn zijde, ondanks dat beiden een leven van overspel hebben geleid. Volgens Morris is zij net zo despotisch als Ortega zelf. 


Volgens de Britste radiojournalist Sir David Frost, die president Ortega in 2009 voor het Al Jazeera programma ‘Frost over the World’ interviewde, is Murillo een burgerlijke hippie-achtige vrouw die pronkt met sieraden, haar huis versiert met posters van rockbands, een fervent aanhangster is van New Age-principes en een liefhebber van astrologie. Hoe zo iemand dictator wordt, is en blijft moeilijk te begrijpen.


dinsdag 9 april 2024

BRIEF AAN GERARD 6.

Je hoefde Reve niks wijs te maken over hoe hij zijn werk aan de man moest brengen. In de jaren zestig trad hij 4 keer op in he populaire TV programma 'Mies en Scène' van Mies Bouwman, in de tijd zo een beetje de nationale moeder van ons land. Hij en Mies kenden elkaar goed van het satirische programma "Zo is het toevallig ook nog eens een keer", een programma dat veel nationale aandacht kreeg vanwege zijn provocerend karakter. Dat laatste werd Mies Bouwman veel zwaarder aangerekend dan Reve.

 

Beste Gerard,


Van meet af aan is duidelijk dat je een dolende zie bent. Je eerste boek “De Avonden” meteen ook je meesterwerk, laat daar geen twijfel over bestaan. Het dompelt je onder in de beklemmende eenzaamheid van een opgroeiende jongen op zoek naar zijn bestemming of zijn lot. Die grondtoon verdwijnt nooit meer uit je boeken.


Ik ken lezers die grote moeite hebben gehad dat boek uit te lezen. Hun commentaar: er gebeurt niks. Gewend als ze zijn aan een verhaal met een begin en een eind, kunnen ze jouw verhaal niet vinden. Voor hen is er geen verhaal en dus stoppen ze met lezen.


Dat krijg je als lezers blijven steken in sprookjesverhalen, verhalen met een begin en een einde met daar tussenin de gebeurtenissen en avonturen. De verwikkelingen lopen uiteindelijk goed af voor de goeden en slecht of onbestemd voor de kwaadwillenden.


Tegenwoordig hoeft het niet altijd meer goed af te lopen. Het mag zelfs in de ondergang van de hoofdpersoon eindigen, als er maar een verhaal aan vast zit. Het echte leven is immers ook geen lolletje. Je valt ineens van je fiets, loopt je vriend(in) onverwacht weg, je huis vliegt in brand, je krijgt een ongeluk of je wordt op school gepest. Er gaat altijd wel iets mis in het leven, dus waarom niet in een boek?


In ons land gaat er tegenwoordig zoveel mis dat we zo langzamerhand meer getraumatiseerd zijn dan in Oekraïne, wat toch een land in oorlog is waar de bommen je om de oren vliegen.


Je brievenboeken zijn een mooie oplossing voor het zogenaamde gemis aan een verhaal. Brieven gaan over belevenissen, gedachten en gevoelens. Dat weten de lezers. Ze weten dus wat hun in een brievenboek te wachten staat: geen verhaal. Daar kunnen ze dan mee leven.


Je hebt geluk dat je een goeie brievenschrijver bent. Je hebt heel wat brieven uitgegeven in boekvorm. Ene Vincent Hunting heeft het allemaal nagerekend. 


"Het eerste dat daarbij opvalt, is dat de indruk van een eindeloze reeks delen met ontelbare brieven, onterecht is. Sinds 1974 zijn er van Reve dertien brievenboeken gepubliceerd, met daarin 1196 brieven. Daarnaast zijn er 152 brieven opgenomen in zes boeken met verspreid werk: de twee delen Archief Reve (1981-1982); In gesprek (1983); Album Gerard Reve (1983); Schoon schip (1984); Roomse heisa (1985) en Een eigen huis (herzien 1990). Bij elkaar gaat het dus om 1348 in boeken gepubliceerde brieven. Dat is een aanzienlijke hoeveelheid, meer dan van enig ander na-oorlogs Nederlands auteur." (Vincent Hunting, De Brievenboeken van Gerard Reve inde digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) 


Al met al hebben die boeken je geen windeieren gelegd. Je hebt je talenten goed vermarkt. Ik heb er geen verstand van maar lees dat je weinig scrupels had om brieven te verkopen aan de hoogste bieder. Het maakt een wat platte indruk voor iemand die op zoek is naar de hoogste liefde maar je hebt natuurlijk ook gelijk dat de kachel moet branden. 


Aan iedere kunstenaar kleeft trouwens wel een zwart vlekje. Picasso was lid van Communistische Partij net als Frida Kahlo. Joris Ivens was een aanbidder van Mao en net als Harry Mulisch ook van Fidel Castro. Wagner was een anti-semiet. Dan doe jij het al met al zo slecht nog niet.


Met Groet,


maandag 12 juni 2023

BIJ DE DOOD VAN EEN LINKSE TERRORIST

 

RAF moordenaar Rolf Heissler is op 18 mei 2023 gestorven.

Extreem rechts wordt tegenwoordig als een bedreiging van de democratie gezien, maar dat is wel eens anders geweest. Nog geen 50 jaar geleden was West Europa met name West Duitsland, Italië, Baskenland en Noord Ierland in de ban van extreem links geweld.

Dodelijk geweld wel te verstaan waar Nederland voor gespaard bleef totdat Rolf Heissler (1948-2023) van de Duitse Rote Armee Fraction RAF samen met Adelheid Schulz in Kerkrade bij een paspoortcontrole twee politie agenten in koelen bloede executeerde en twee anderen zwaar gewond werden.

De leden van de RAF waren geen lieverdjes, integendeel het waren  extreem moorddadige types. Uit het leven van Heissler blijkt dat hij zich liet inspireren door de stadsguerrilla Tupamaros in Uruguay en de Montoneros in Argentinië. Vooral de laatsten voerden een bloedige oorlog tegen het kapitalisme en de burgerlijke samenleving. Onder invloed van de Duitse RAF terroriste Brigitte Mohnhaupt werd Heissler lid van de Tupamaros München.

De RAF leden pleegden terreur uit naam van de strijd tegen het kapitalisme en het imperialisme dat ze in navolging van Lenin beschouwden als een hoger stadium van het kapitalisme. Het krankzinnige was dat ze een brede aanhang hadden onder links. Ik vraag me af wat die mensen bezielde, niet nu maar toen als tijdgenoot. Geloofden ze nu werkelijk de wereld te verbeteren door moord en doodslag?


Ook in Nederland kon de RAF op sympathie rekenen onder linkse studenten die in navolging van de oproep van de Cubaanse dictator Fidel Castro vonden dat het imperialisme verslagen moest worden. In Nederland bleef het uiteindelijk gelukkig bij linkse retoriek in de media en links radicale actiegroepen die de extreem linkse guerrilla groepen in Latijns Amerika steunden met woorden en geld. Soms drong hun stem door tot in de bovenwereld van een linkse politieke partij als de PvdA, in de Latijns Amerika commissie bijvoorbeeld.

Heissler werd ruim een half jaar later na de moorden in Frankfurt gearresteerd en veroordeeld tot levenslang. Na 22 jaar gevangenisstraf kwam hij vrij. Zes jaar later vertelde voormalig RAF-lid Peter-Jürgen Boock tegenover journalisten dat Heißler samen met Stefan Wisniewski op 18 oktober 1977 de dodelijke schoten op werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer zou hebben afgevuurd. Dat was een wraakmoord vanwege de zelfmoord van enkele RAF leden in de gevangenis.

Nederland heeft toch nog een kleine rol gespeeld bij die moord. De voorbereiding en coördinatie van de ontvoering van Schleyer vond plaats vanuit een flat aan de Baden Powellweg 217 te Amsterdam. Op 30 oktober 1977 deed de Amsterdamse politie onderzoek in de woning. Kort nadat de agenten waren verdwenen, verscheen RAF-lid Rolf Clemens Wagner in de woning. Hij wist echter aan de politie te ontkomen omdat die de flat nog niet permanent observeerde. Wagner werd later veroordeeld voor onder meer zijn aandeel in de ontvoering en moord op Schleyer.

 

vrijdag 16 juli 2021

5. HET BELOOFDE LAND. HAVANA LIBRE

 

Harry Mulisch zal het niet leuk vinden maar zijn Hotel Havana Libre dat in zijn boek model staat voor het bevrijde post-revolutionaire Cuba waarin rangen en standen zijn afgeschaft en levensvreugde overheerst, is door de Cubaanse regering met hulp van een Spaanse hotelketen herstelt in zijn oude glorie van hotel voor internationale toeristen. Hierboven: links de lobby, rechts een Cubaanse serveerster. Foto's: petrus nelissen, 2008.

Nee, dan is er gelukkig na Rusland nog het revolutionaire Cuba. Op dat tropische eiland zijn ze bezig met de ware revolutie, die van de afschaffing van de egoïstische kapitalistische mens en de schepping van de altruïstische mens in een solidaire maatschappij. Begonnen als een heldhaftig avontuur van een handjevol jonge, bebaarde, vastberaden mannen die met praatjes, lef, gedurfde acties, originele tactieken en grote idealen, eindigde het met een verrassende militaire overwinning en volksopstand  tegen de klassieke dictator Batista, zijn leger en zijn Amerikaanse supporters (1959). Cuba ontpopte zich gaandeweg tot een tropische variant van het socialisme.

De grote schrijver Harry Mulisch vereert tien jaar na de omwenteling Cuba met een bezoek en een boek: ’Het Woord bij de Daad, Getuigenis van de Revolutie op Cuba’ (1968). Op subliem literaire wijze maken we kennis met de drie pijlers van de Cubaanse revolutie.


Vrijheid: Het eiland is van het volk geworden.
 

“Wanneer men op een willekeurige avond in de hall van het voormalige Hiltonhotel komt, begrijpt men op hetzelfde ogenblik wat het verschil is tussen hotel Habana Hilton en Hotel Habana Libre, zoals het nu heet. Het is een deel van de straat geworden. Waar eens amerikanen, dat is te zeggen blanke amerikanen in een steriele ruimte de schrille aanwijzingen van hun monsterachtige vrouwen opvolgden, daar wandelt nu het kwetterende Cubaanse volk in een onafgebroken stroom de ene deur in, de andere deur uit, zonder ergens een betreste portier tegen te komen. Het is hun gebouw geworden; zij, die het hebben gebouwd, zijn de eigenaars nu. Arbeiders, boeren, studenten, soldaten,, miliciens, kunstenaars, regeringsleiders en partijfunctionarissen bevolken de lounges, de restaurants, de bars, het dakterras op de vijfentwintigste verdieping, de dancings en de shows die overal aan de gang zijn."

De broederschap van de internationale solidariteit.
 

"Daar doorheen lopen de buitenlandse gasten, de schrijver uit Duitsland, de Black-Powerman uit de USA, de ingenieur uit de UdSSR, de loemoembist uit Kongo, de partijleider uit Noord-Korea, de zakenman uit Frankrijk, de Noord Vietnamese kolonel, de Italiaanse beeldhouwer, de guerrillero uit Venezuela. Conrad Hilton zou een hartverlamming krijgen als hij het zag. Uit luidsprekers klinkt muziek van vijftien jaar geleden: Gonna take a sentimenteel journey, Kalamazoo." 

 Gelijkheid: Rangen en standen zijn afgeschaft

"Soms komt een commandante binnen, de hoogste in rang in het rebellenleger, herkenbaar aan een ster op de openstaande kraag van zijn groene, versleten, door de zon gebleekte battledress (alleen Che placht hem te dragen op zijn baret, een kledingstuk waarvan hij trouwens ook het monopolie bezat). Zelden is hij ouder dan veertig jaar, -er bestaat zelfs een commandant van tweeëntwintig, -soms draagt hij een baard, altijd een pistool; iedereen weet wie hij is, maar geen spoor van beklemming wanneer hij binnenkomt, geen toesnellende gérants en saluerende militairen. Hij zoekt het maar uit. Meisjes bekijken hem niet op een andere manier dan andere mannen, wat trouwens vriendelijk genoeg is.” (blz. 36 en 37)



Met deze passages over een avondje flaneren in hotel Havana Libre  geeft Mulisch een knappe romantische beschrijving van het leven in het revolutionaire Cuba als zijnde een hotel van vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Mulisch staat daarin niet alleen. Velen vallen hem bij. De Groningse professor Lucas van der Land schrijft zijn  ‘Cubaans Dagboek’ (1969). De Franse linkse intellectueel Regis Debray schrijft in zijn boekje "Revolutie binnen de Revolutie" hoe uitzonderlijk de Cubaanse revolutie wel niet is. De Franse filosoof Jean Paul Sartre en zijn courtisane Simone de Beauvoir bezoeken het eiland onder veel internationale belangstelling.  Cuba is de droom geworden van veel linkse intellectuelen.

In navolging van hen is het ook mijn droom.  Met een abonnement op het eenvoudig gestencilde 'Informatie Bulletin Cuba', opgericht door vooraanstaande linkse intellectuelen als Wouter Gortzak, Jaap van Ginneken, Fritjof Timmerman en  Maria Snethlage, hou ik me op de hoogte van de vooruitgang in het beloofde land. De laatste is schrijfster van een Nederlandse hagiografie over Che Guevara (‘Ernesto Che Guevara 1928-1967’, verschenen in 1978), die na zijn gewelddadige dood is bijgezet in het pantheon van de Grote Helden en Heiligen van de Communistische Revolutie.

(wordt vervolgd) 

zaterdag 16 november 2013

HET VERRAAD VAN FRIDA KAHLO

De Mexicaanse kunstschilder Diego Rivera kust zijn vrouw Frida Kahlo. Foto in het Museo Casa Rivera in Guanajuato, de geboortestad van Diego Rivera.


In 2007 zag ik een foto van Frida Kahlo (1907 – 1954) in het geboortehuis van de Mexicaanse schilder Diego Rivera (1886 – 1957) in de Mexicaanse stad Guanajuato. Wat mij toen verbaasde waren de hamer, sikkel en ster op haar hemd. In plaats van een kruis, wat in Mexico en ook daarbuiten niet zo vreemd zou zijn geweest, zag ik communistische symbolen. Ik wist wel dat Communisme voor veel mensen een geloof was maar een zo duidelijke demonstratie daarvan, notabene op een ziekbed en uiteindelijk doodsbed, had ik nog nooit gezien.

In tegenstelling tot haar man is Frida lang onbekend gebleven. De verschijning van de biografie “Frida: a biography of Frida Kahlo” geschreven door Hayden Herrera, bracht daar verandering in. Ze kreeg vanwege haar vrijgevochten leven, ondanks haar persoonlijke, levenslange leed als gevolg van een tramongeluk op 18 jarige leeftijd, de status van feministe. Dank zij de film Frida (2002), gebaseerd op de genoemde biografie, met prachtige weemoedige Mexicaanse muziek van Elliot Goldenthal, werd ze bij een nog groter publiek bekend. Ik was dan ook niet verbaasd vorig jaar in Segovia een rondreizende fototentoonstelling van haar leven en werk te zien. Intussen zie je overal boeken over haar leven en haar werk.

Kort geleden las ik een boek van de Mexicaanse dichter en schrijver Octavio Paz (1914 – 1998) “De Kunst van Mexico” een uitgave van Meulenhoff 1993. Het boek bevat een aantal essays van Paz over kunst vertaald door Arie van der Wal. In een essay getiteld “Re/visies:Orozco, Rivera, Siqueiros”, oorspronkelijk gebaseerd op een interview voor de Franse TV, lees ik een keiharde kritiek van Paz op de biografie. Hij noemt het “een atractief werk, eerder het product van bewondering dan van zuiverheid van geest, vol met eigenaardige episoden en weinig bekende gegevens. Maar ook een boek dat op maat werd gesneden voor de heersende smaak van de Amerikaanse lezer, die niets liever wil horen dan intieme details uit andermans leven, en dat dan louter en alleen bedoeld is om een verhaal te vertellen en niet om een raadsel te ontsluieren of een karakter te schilderen. Frida's biseksualiteit bijvoorbeeld verdient op z'n minst enige reflectie, maar de auteur beperkt zich slechts tot een opsomming van de ene verovering na de andere.” (blz 95 in genoemd boek van Paz)

Volgens mij overtreft deze nieuwsgierigheid naar de meest intieme details van andermans leven intussen mede dank zij de TV en internet de ergste dorpsroddel. Dat werd toen nog niet gecommercialiseerd. Nu wordt er letterlijk geld verdiend aan de meest intieme details en emoties. Reputaties worden er net zo snel mee opgebouwd als afgebroken. Paz meent dat dit alles het gevolg is van een gebrek aan psychologische nieuwsgierigheid die “verandert in morele ongevoeligheid en historische bijziendheid wanneer ze politieke en sociale onderwerpen aanroert.”

Als voorbeeld noemt Paz de overgang van Diego Rivera en Frida Kahlo van Trotskisme naar Stalinisme. Voor de auteur is dit slechts een van de vele incidenten in het interessante leven van Frida terwijl Trotski, waarmee Frida een verhouding had gehad, sprak van een 'morele dood'. Hetzelfde geldt volgens Paz voor “Frida's laaghartige verklaring in het dagblad Excelsior een paar jaar na de dood van Trotski (Trotski is in 1940 in zijn huis in Coyoacan, Mexico-stad wreed vermoord door een geheim agent van Stalin) waarin ze hem een 'dwaze oude man noemt' en hem ervan beschuldigt verschillende voorwerpen uit haar huis te hebben gestolen, waaronder veertien geweren en een lamp.”

Vervolgens stelt Paz zich de vraag of iemand tegelijk een kunstenaar kan zijn en een verachtelijke smeerlap? Volgens hem kan dat maar niet ongestraft. ”Kunst kan niet omgekocht worden en is onverbiddelijk: de zwakheden, smetten en gebreken die de werken van Diego en Frida vertonen zijn moreel van oorsprong. Beiden hebben hun grote talenten verraden en dit is zichtbaar in hun schilderkunst. Een kunstenaar kan politieke fouten maken en zelfs regelrechte misdaden begaan, maar de werkelijk grote kunstenaars -Villon of Proust, Carvaggio of Goya – boeten voor hun vergissingen en redden daarmee hun kunst en eer.” (blz 95-96)

Ik zet daar vraagtekens bij. Hoe zit dat dan met de wereld beroemde Nederlandse filmmaker Joris Ivens (1898 – 1981)? Die vertrok in 1931 naar de Sovjet-Unie om voor het bewind van Stalin de propagandafilm Het lied van de helden te maken, over de bouw van de nieuwe stad Magnitogorsk in de Oeral. Deze stad werd voor een belangrijk deel gebouwd door Goelag dwangarbeiders, veelal slachtoffers van Stalins collectivisering van de landbouw (die gericht was tegen de koelakken en hun invloed). Ivens richtte zijn camera liever selectief op de duizenden Komsomol-vrijwilligers en partijleden die eveneens in Magnitogorsk werkten. De dwangarbeiders zou hij later vergelijken met 'onkruid'. Ook het Maoïstische China heeft Ivens gediend; in 1976 voltooide hij Hoe Yukong de bergen verzette, een film waarin Mao's Culturele Revolutie wordt verheerlijkt. In hoeverre is de filmkunst van Ivens 'besmet' met zijn politieke verleden? (Wikipedia) 

En wat te denken van Harry Mulisch (1927 – 2010) die ooit het regime van Fidel Castro op Cuba bejubelde en dat nooit heeft willen intrekken ondanks de grove schending van mensenrechten waaronder die van vrijheid van meningsuiting, toch van levensbelang van een schrijver. Waar is die 'politieke besmetting' van Mulisch terug te vinden in zijn schrijfkunst? Ik vrees dat de stelligheid van Paz hierovder romantisch is. Hij zou graag willen dat politieke fouten en misdaden van kunstenaars alsnog te zien zijn als zwakheden in hun nagelaten kunstwerken, maar in de praktijk is dat niet het geval, zo vrees ik.

maandag 4 juni 2012

HARRY MULISCH TUSSEN EICHMANN EN FIDEL CASTRO


Harry Mulisch met Cubavlagje. Een digitale fotobewerking van PETRUS.

Waarom nam Harry Mulisch zijn leven lang geen afstand van het Cubaanse regime? Als hij op Cuba was gaan wonen dan was hij waarschijnlijk op den duur hoogst waarschijnlijk terecht gekomen bij dissidente schrijvers. Mulisch was geen communist maar hooguit een revolutionaire poseur en dat gaat over als het echt tegen zit.

Onlangs las ik een lang geleden interview (1970) van Ischa Meijer (1943-1995) met Harry Mulisch (1927 – 2010). Daarin komt de Cubaanse revolutie met Fidel Castro ter sprake als een soort tegenhanger van het Nazisme zoals Mulisch dat had leren kennen tijdens het proces tegen de Nazi massamoordenaar Eichmann (hieronder Schreibtischmörder genoemd) in Jeruzalem (1961).

“De confrontatie met de Schreibtischmörder in zijn glazen kooi in Jeruzalem veroorzaakte bij halfjood Mulisch een ‘shock’, die hij pas jaren later op Cuba te boven zou komen. ‘Het was het openbreken van een zweer. Voor mij en voor veel anderen die de oorlog beleefd hadden in hun eigen kleine wereldje. Met ouders en familie van wie er een paar waren doodgemaakt en dat was het dan. Eichmann is de ideale man voor de psychotechnische test. De juiste man op vrijwel iedere plaats, die zijn niet herkenbaar. Integendeel, het is het soort mensen dat nou juist door deze maatschappij gemaakt wordt. Een waardevrije man, die doet wat hem wordt opgedragen. Daar moest wat tegen gedaan worden en dat zag ik niet zo gauw. Dat zag ik pas op Cuba in 1967.’ ” (blz.60 en 61, Harry Mulisch in Ischa Meijer, de interviewer, Prometheus Amsterdam 1999

Voor Mulisch was Fidel Castro een man ‘van een en al waarde’ dit in tegenstelling tot de waardevrije Eichmann. In die tijd was het gebruikelijk om vanuit links de “waardevrije wetenschap” aan te vallen. Die ondersteunde immers het kapitalisme en het imperialisme, de uitbuiting van de ene mens door de andere. Om aan die wantoestand een einde te maken was een kritische of geëngageerde wetenschap nodig, een die in dienst zou staan van het volk of meer Marxistisch in dienst van de arbeiders en hun klassenstrijd.

Mulisch achtte deze maatschappelijke theorie blijkbaar ook van toepassing op individuele mensen. Hij onderscheidt ‘waardevrije mensen’ als Eichmann, een product van onze samenleving, en ‘mensen van waarde’ zoals Fidel Castro, een  revolutionaire nieuwe mens. Volgens de inzichten van die tijd en dus van Mulisch moest dat kwaad maatschappelijk verklaard worden. Dat inzicht is intussen grotendeels achterhaald. Vermoedelijk heeft Mulisch toch nooit afscheid kunnen nemen van deze persoonlijke theorie. Hij zou dan immers geen raad meer geweten hebben met Eichmann als het vlees geworden kwaad.

Volgens het interview is dat soort redeneringen ook niet de sterkste kant van Mulisch.  “Geen van zijn vrienden heeft overigens ooit getwijfeld aan zijn integere bedoelingen, maar ‘Harry kan absoluut niet redeneren, hij is eerder de man van de sublieme inval’. Naar aanleiding van dit Cuba-boek Het woord bij de Daad werd de schrijver-politicus geïnterviewd door W.L.Brugsma in het politiek café C-66 van Hans Gruyters. Brugsma: ‘Het is in de politieke discussie met hem net of je een baby een koekje afpakt.’ (blz. 62)