Posts tonen met het label Miró. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Miró. Alle posts tonen

vrijdag 30 mei 2025

41. MEXICAANSE VERTELLINGEN. KUNST IN DIENST VAN HET COMMUNISME

"Detail van een muurschildering van David Alfaro Siqueiros, In het Kasteel van Chapultepec in Mexico-Stad belicht de muurschildering "Van het Porfirianisme tot de Revolutie" van David Alfaro Siqueiros een cruciaal moment in de Mexicaanse geschiedenis. Met een oppervlakte van 410 vierkante meter fascineert de schildering de bezoeker met het verhaal van de eerste Mexicaanse staking in Cananea, die een epische strijd tussen kapitalisme en revolutionair socialisme vertegenwoordigde. Siqueiros, die de muurschildering tussen 1957 en 1966 schilderde, van 1960 tot 1964 was hij een politieke gevangene." (Historical Mexico)


Maar wat voor kunst dan wel? Een revolutie in de kunst is mooi maar de echte revolutie, de revolutie van Pancho Villa en Emiliano Zapata, is grotendeels mislukt. De dictator is verdwenen maar daarvoor is een eenpartij dictatuur gekomen. Dezelfde elite maar dan uitgebreider. De oude economische elite is vervangen door een nieuwe elite van kapitalisten die net zo asociaal is of misschien wel erger.


Het zijn de moderne kapitalisten en bourgeoisie die het lot van Mexico vandaag de dag bepalen. De boeren op het land zijn niet veel beter af dan voorde revolutie en als ze naar de stad trekken om arbeider te worden dan worden ze onderbetaald.De revolutie van Mexico is halverwege of nog eerder gestrand. Voor de gewone Mexicanen is er niet veel veranderd behalve de verstedelijking door de armoede op het platteland.


Kan de schilderkunst daar iets aan doen? David denkt van niet. Schilderkunst is een verbeelding van de werkelijkheid in welke vorm dan ook -surrealistisch, poëtisch, expressionistisch, impressionistisch of wat dan ook - maar niet de werkelijkheid zelf. Schilderkunst is een afspiegeling van de werkelijkheid en dan nog. Wie zijn werkelijkheid en welke werkelijkheid? Kunst is een doolhof waar je gemakkelijk de weg in kwijt raakt.


Maar een ding is zeker, met schilderijen maak je geen revolutie. Dat is geruststellend want stel je voor dat je met een enkel schilderij Mexico op zijn kop zou kunnen zetten,  maar ook een teleurstelling want wat kun je dan wel? De schilder die revolutie wil maken en dat wil David nog steeds ondanks alle teleurstellingen die hij heeft ondervonden, kan niet anders dan activist in de werkelijkheid van alledag te worden, in de politieke werkelijkheid wel te verstaan. 


De kunstenaar moet zijn handen niet alleen vuil maken in zijn schildersatelier maar ook in de politiek. Kan de schilderkunst hem daarbij eventueel van dienst zijn? David denkt van wel. Het Mexicaanse volk heeft dringend behoefte aan de ontdekking van zichzelf als revolutionair, net zoals hij zichzelf ontdekt heeft. Schilderkunst in dienst van de revolutie maar welke revolutie?


Dat is niet moeilijk, de communistische revolutie. Het communisme is voor David de logische voortzetting van de Mexicaanse revolutie. Dat zeggen hier in Parijs ook veel van zijn schilderkunstige vrienden. Picasso is lid van de communistische partij. Miró is weliswaar geen lid van de communistische partij maar wel een Republikein in hart en nieren en anti-Franco. Zelfs André Breton, de dichter/schrijver van de “écriture automatique” en daarmee de grondlegger van het surrealisme, is communist. 


Communisme is de trend van de tijd, het nieuwe ideaal zo vakkundig verwoord door Marx en Lenin en in Rusland werkelijkheid geworden. Communisme belooft een wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het maakt de belofte van de Franse revolutie waar.


David besluit de schilder van de communistische revolutie te worden. Hij zal de Mexicanen met zijn schilderijen leren zichzelf en tegelijk het communisme te ontdekken. Hoe moeilijk kan het zijn? David is in Parijs politiek en schilderkunstig wijzer geworden, meer kan hij niet verlangen. 

vrijdag 16 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 39. DAVID ONTMOET PICASSO

Twee Mexicaanse schilders in Parijs in de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
In het midden boven Diego Rivera en naast hem rechts David Alfaro Siqueiros. De middelste van de 3 vrouwen is Angelina Beloff, van oorsprong Russisch, schilder en de eerste vrouw van Diego Rivera. De man links boven is Leon Caillou. De vrouwen links onder: Magda Caillou, rechtsonder Graciela Armador.

Terwijl Diego nieuwe plannen maakt met zijn Sara, viert David het ene schildersucces na het andere dankzij de opdrachten van zijn voormalige revolutionaire vrienden die het intussen politiek ver geschopt hebben. Terwijl zij druk doende zijn met de revolutie terug te brengen tot administratieve-bureaucratische procedures en zich persoonlijk te verrijken, het lot van elke revolutie, wordt hij als de bewaker van het revolutionaire vuur beschouwd. Schilderkunst als revolutionaire schaamlap.


David beseft dat terdege maar hij laat zich dat aanleunen. Hij moet immers ook leven en op deze manier kan dat prima. Hij verdient dankzij de opdrachten en de daarmee verkregen bekendheid onder de Mexicaanse bourgeoisie een dikke boterham. David wordt de hofschilder van de revolutie.


Intussen is het tot hem en zijn vriendenkring doorgedrongen dat kunstenaars in Parijs bezig zijn de schilderkunst opnieuw uit te vinden. Picasso, diens vriend Miró en zijn Catalaanse landgenoot Dalí zijn bezig aan een revolutie in de schilderkunst. Daar wil hij wel eens wat meer over weten.Nu hij geld genoeg verdient, kan hij zich een reis naar Parijs veroorloven. Zo gezegd, zo gedaan.


De stad Parijs is wat hij ervan verwacht, een wereldstad met monumentale gebouwen en straten. De Eerste Wereldoorlog heeft de stad ongemoeid gelaten. De Eiffeltoren staat nog altijd fier en trots overeind als het symbool van Franse glorie, van vooruitgang en macht. Zoiets zou Mexico-stad ook moeten hebben. Maar ja, Mexico-stad is niet zoals Parijs de cultuurhoofdstad van de wereld. Nog niet.


David heeft het geluk om Picasso en zijn vriendenkring plus aanverwanten regelmatig te ontmoeten in café’s of op feestjes in een of ander atelier. Picasso is verreweg de grootste schilder van allemaal. Zijn talent is snel herkend onder de kunstkenners, bij galeries en conservatoren. Hij slaagt erin om zich als het Spaanse genie te presenteren, wat natuurlijk weer de nodige jaloezie opwekt bij sommigen van zijn vrienden.


Ook David vindt dat Picasso de grootste is. Schilderkunstig kan hij eigenlijk alles. Zo ontwikkelt hij samen met Braque spelenderwijs een heel nieuwe vormentaal, een die vibreert tussen werkelijkheid en abstractie. Vanwege de dominerende rechthoeken in een schilderwerken spreekt men van Kubisme. Picasso wordt vereenzelvigd met het kubisme.


Het moet gezegd worden, het heeft wel wat. Je zou denken dat van daaruit Picasso en zijn vrienden verder de weg opgaan van de abstractie maar dat is tot verbazing van kenners niet het geval. Integendeel, Picasso blijft figuratief maar dan wel in een zo virtuoze eigen afwijkende stijl dat een schilderij al vrij snel herkenbaar is als een Picasso.


De taal van zijn vriend Miró, die meteen na het uitbreken van de burgeroorlog in Spanje (1936) zich gevestigd heeft in de stad, is poëtischer en abstracter, zijn kleuren zijn uitgelaten, meer dan bij Picasso. Zijn vormen zijn niet altijd te herleiden tot herkenbare figuren, niettemin spreken ze aan omdat ze een buitenaardse of mythische sfeer oproepen. Miró laat je zien dat we in een vreemd universum leven en wijzelf ook vreemde schepsels zijn. Ook zijn schilderijen zijn meteen herkenbaar als afkomstig van hem.