Posts tonen met het label Dalí. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dalí. Alle posts tonen

vrijdag 23 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 40. SCHILDERKUNSTIGE REVOLUTIE

 

De tank "Salinas" is gemaakt in Mexico tijdens de revolutie door "Talleres Nacionales de Construcción Aeronáutica TNC, 1918.

David vindt Dalí een kundig schilder met een heel eigen beeldtaal, net als Picasso en Miró. De schilderijen van Dalí zijn opgebouwd met beelden uit de klassieke en de moderne schilderkunst. Dalí zit als het ware op de grens tussen de oude en de moderne tijd. Picasso en Míro zijn modern. Meer dan bij de anderen zitten in Dalí twee schilderkunstige zielen.


Zou dat komen omdat hij zijn inspiratie haalt uit zowel de klassieke kunstenaars, pré-moderne schilders als de Italiaanse Titiaan, de Spaanse Velazquez en de Nederlandse Vermeer, als uit zijn onderbewuste zoals André Breton predikt met zijn "écriture automatique" bij Dalí omgedoopt tot de  “paranoïde-kritische methode”? Die methode komt er op neer dat hij beelden uit zijn dromen en misschien ook wel waanvoorstellingen verwerkt in zijn schilderijen. 


De dichter en schrijver André Breton is de grondlegger van de “écriture automatique”  ofwel onbewust schrijven. Je probeert in een soort droomtoestand te komen waarin je willoos en zonder bemoeienis van je verstand opschrijft wat in je opkomt. Je zou het ook "de irrationele methode" kunnen noemen maar dat is voor Dalí te simpel gezegd. Niet interessant genoeg voor zijn  publiek want als Dalí ergens gevoel voor heeft, is het wel publiekstheater wat uiteraard de marketing van zijn schilderijen ten goede komt. Ook Dalí ontsnapt niet aan de moderne tijd.


De schare volgelingen van schrijvers, dichters en schilders die in het onderbewuste hun inspiratie zoeken, krijgen het etiket surrealisten opgeplakt. Dalí wordt al gauw, mede ook vanwege zijn buitenissige gedrag als een van de schilderkunstige meesters van het surrealisme beschouwd. 


De surrealisten zijn een reactie zijn op de voor het normale verstand onbegrijpelijke verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, de oorlog die miljoenen slachtoffers maakte als gevolg van de gewelddadige botsing tussen de klassieke krijgscultuur van mens en paard en de nieuwe moderne krijgscultuur met machines. De Eerste Wereldoorlog is de gewelddadige botsing tussen de klassieke en moderne tijd. 


De Mexicaanse revolutie was de Eerste Wereldoorlog maar net voor, stond meer dan de Eerste Wereldoorlog nog met een een voet in de negentiende eeuw en was dus meer dan de Eerste Wereldoorlog nog een oorlog volgens de klassieke krijgscultuur. Vliegtuigen en tanks speelden er geen rol in. Het was een klassieke strijd van man en paard vergezeld van Napoleontische kanonnen en een enkel machinegeweer. Het was een bewegingsoorlog verspreid door het hele land en geen loopgraven oorlog zoals in de Vlaamse Westhoek bij Ieper. 


De Eerste Wereldoorlog was tevens een botsing tussen de vele verschillende volkeren, naties, staten en culturen waar Europa in goede tijden rijk aan is en in slechte tijden onder lijdt. De Mexicaanse revolutie was een sociale revolutie én een gewelddadige botsing tussen de oorspronkelijke inheemse culturen zoals die van de Azteken en de Maya's en de met geweld binnengedrongen Europese cultuur van de Spaanse veroveraars. 


Als ex-revolutionair beseft David dat zijn kunstenaarschap geworteld is in de Mexicaanse revolutie en hij dus daarmee aan de slag moet. Niet de Europese moderniteit of het surrealisme maar de Mexicaanse sociale identiteit is zijn opdracht. Uit de botsing tussen de Azteekse en Maya ziel met de Spaanse ziel zal een nieuwe identiteit ontstaan. De revolutie is nog niet ten einde. Het is zijn roeping om de strijd voort te zetten.


vrijdag 16 mei 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 39. DAVID ONTMOET PICASSO

Twee Mexicaanse schilders in Parijs in de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
In het midden boven Diego Rivera en naast hem rechts David Alfaro Siqueiros. De middelste van de 3 vrouwen is Angelina Beloff, van oorsprong Russisch, schilder en de eerste vrouw van Diego Rivera. De man links boven is Leon Caillou. De vrouwen links onder: Magda Caillou, rechtsonder Graciela Armador.

Terwijl Diego nieuwe plannen maakt met zijn Sara, viert David het ene schildersucces na het andere dankzij de opdrachten van zijn voormalige revolutionaire vrienden die het intussen politiek ver geschopt hebben. Terwijl zij druk doende zijn met de revolutie terug te brengen tot administratieve-bureaucratische procedures en zich persoonlijk te verrijken, het lot van elke revolutie, wordt hij als de bewaker van het revolutionaire vuur beschouwd. Schilderkunst als revolutionaire schaamlap.


David beseft dat terdege maar hij laat zich dat aanleunen. Hij moet immers ook leven en op deze manier kan dat prima. Hij verdient dankzij de opdrachten en de daarmee verkregen bekendheid onder de Mexicaanse bourgeoisie een dikke boterham. David wordt de hofschilder van de revolutie.


Intussen is het tot hem en zijn vriendenkring doorgedrongen dat kunstenaars in Parijs bezig zijn de schilderkunst opnieuw uit te vinden. Picasso, diens vriend Miró en zijn Catalaanse landgenoot Dalí zijn bezig aan een revolutie in de schilderkunst. Daar wil hij wel eens wat meer over weten.Nu hij geld genoeg verdient, kan hij zich een reis naar Parijs veroorloven. Zo gezegd, zo gedaan.


De stad Parijs is wat hij ervan verwacht, een wereldstad met monumentale gebouwen en straten. De Eerste Wereldoorlog heeft de stad ongemoeid gelaten. De Eiffeltoren staat nog altijd fier en trots overeind als het symbool van Franse glorie, van vooruitgang en macht. Zoiets zou Mexico-stad ook moeten hebben. Maar ja, Mexico-stad is niet zoals Parijs de cultuurhoofdstad van de wereld. Nog niet.


David heeft het geluk om Picasso en zijn vriendenkring plus aanverwanten regelmatig te ontmoeten in café’s of op feestjes in een of ander atelier. Picasso is verreweg de grootste schilder van allemaal. Zijn talent is snel herkend onder de kunstkenners, bij galeries en conservatoren. Hij slaagt erin om zich als het Spaanse genie te presenteren, wat natuurlijk weer de nodige jaloezie opwekt bij sommigen van zijn vrienden.


Ook David vindt dat Picasso de grootste is. Schilderkunstig kan hij eigenlijk alles. Zo ontwikkelt hij samen met Braque spelenderwijs een heel nieuwe vormentaal, een die vibreert tussen werkelijkheid en abstractie. Vanwege de dominerende rechthoeken in een schilderwerken spreekt men van Kubisme. Picasso wordt vereenzelvigd met het kubisme.


Het moet gezegd worden, het heeft wel wat. Je zou denken dat van daaruit Picasso en zijn vrienden verder de weg opgaan van de abstractie maar dat is tot verbazing van kenners niet het geval. Integendeel, Picasso blijft figuratief maar dan wel in een zo virtuoze eigen afwijkende stijl dat een schilderij al vrij snel herkenbaar is als een Picasso.


De taal van zijn vriend Miró, die meteen na het uitbreken van de burgeroorlog in Spanje (1936) zich gevestigd heeft in de stad, is poëtischer en abstracter, zijn kleuren zijn uitgelaten, meer dan bij Picasso. Zijn vormen zijn niet altijd te herleiden tot herkenbare figuren, niettemin spreken ze aan omdat ze een buitenaardse of mythische sfeer oproepen. Miró laat je zien dat we in een vreemd universum leven en wijzelf ook vreemde schepsels zijn. Ook zijn schilderijen zijn meteen herkenbaar als afkomstig van hem.


dinsdag 31 januari 2023

10. DALÍ. RENDEZ-VOUS

 

© Salvador Dalí, Fundació Gala-Salvador Dalí / Artists Rights Society (ARS), New York, 2018

De roman ‘Verborgen Gezichten’ van Dali draait voornamelijk om een Graaf en zijn geliefde met daar omheen enkele bijfiguren eveneens uit betere kringen. Ze hoeven in ieder geval niet te werken voor de kost. Ze spelen met hun geld, kopen en verkopen van grond. Grond is een geliefd beleggingsobject in aristocratische kringen. 

Dalí beschrijft gedetailleerd de liefdes muizenissen bij beide hoofdpersonen. Graaf en geliefde draaien om elkaar heen waarbij ze zich voortdurend afvragen welk effect hun gedrag, gebaren, opmerkingen en zelfs hun oogopslag op de ander kan hebben. De graaf manipuleert en berekend dat het een aard is.Vermoeiend om te lezen.

Beiden geven hun gevoelens niet bloot totdat Solange, die minder berekent en zich meer door liefde laat leiden, bereid is tot een rendez-vous zoals het in betere kringen heet.

“ ‘Al enige tijd,’ zei hij, ‘voel ik een steeds heviger en gevaarlijker verlangen verboden ervaringsrijken te verkennen… Zie je, het idee dat we nu koelbloedig op het punt staan te besluiten wat we gaan doen…terwijl ik mijn stem moet beheersen om met je te blijven praten…’ Grandsailles hield op alsof hij op adem wilde komen, en ging door, terwijl hij zich inspande om de emotie in zijn stem te beteugelen:’De gedachte aan deze ontmoeting heeft me gek gemaakt! Het is ongelooflijk, maar ik tril als een riet…kijk!’ Hij greep de hand van Solange. Hij trilde inderdaad, en zijn tanden klapperden bijna onmerkbaar. ‘Chéri!’ zei Solange, die bleek werd. ‘Je bent nu mijn medeplichtige,’ zei Grandsaille teder. ‘Je zult de wetten van mijn perversiteit tot in alle bijzonderheden gehoorzamen en uitvoeren’, ging hij verder, teder zowel als tiranniek.” (blz.205)

Het lijkt wel een samenzwering. Hoe dan ook, de graaf is tevreden en steekt na de ontmoeting een sigaar op. Solange zal meewerken aan wat hij zijn perversiteit noemt, het verkennen van steeds heviger en gevaarlijker verlangen uit verboden ervaringsrijken zoals hij het noemt. Je vraagt je af wat dat wel niet zal zijn.

De perversiteit zelf doet nogal gedateerd aan, naar onze opvattingen van vandaag zelfs onschuldig. Naakt op bed gaan liggen in een half donkere kamer terwijl de graaf onzichtbaar op de achtergrond tien minuten of zo toekijkt, valt niet in de categorie pervers zelfs niet als hij stiekem masturberend toekijkt. Of dat in de tijd van Dali wel zo was, weet ik niet. Ik dacht dat men in kunstenaarskringen, dus ook die van Dalí, wel wat meer gewend was

De gehele scène is dik aangezet met een huis in een bos, een deur die vanzelf open gaat, een in duister gehulde trap naar boven, een kamer die helemaal behangen is met bloemen met in het midden een groot bed, dat van de graaf zelve. De graaf fluistert vanuit het duister dat ze zich moet uitkleden en naakt op bed moet gaan liggen. Solange is vanaf het begin uiterst gespannen maar ze neemt de onzekerheid op de koop toe, zoveel houdt ze van de graaf. Dat is pas liefde.

(wordt vervolgd)
 

donderdag 19 januari 2023

9. DALÍ, "DE VERZOEKING VAN DE HEILIGE ANTONIUS'

 

Dalí, ' De Verzoeking van de Heilige Antonius', olieverf op doek, 1946 (89,7 x 119,5), Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel.

Ik ben gen Dalí kenner, dat is Dalí zelve, maar de erotische passage in de roman waarin de door de Graaf aanbeden Solange de Cléda vergeleken wordt “met een volbloed paard dat zich met soepele elegantie op de achterbenen verheft om zijn grenzeloze energie ter beschikking te stellen” doet me denken aan het schilderij ‘De verzoeking van de heilige Antonius’ (zie bovenaan de blog) dat Dalí gemaakt heeft in 1946 d.w.z. omtrent dezelfde tijd dat hij de roman schreef. Op dat schilderij staat een opvallend steigerend paard.

En inderdaad mijn associatie is zo vreemd nog niet als ik het volgende lees over het genoemde schilderij :

“Nog in New York schildert Dalí ‘De verzoeking van St. Antonius’. Hij knoopt in die tijd contacten met de film- en theaterwereld aan. Nadat hij verschillende decorontwerpen voor Hitchcocks film ‘Spellbound’ heeft geschilderd, besluit hij deel te nemen aan de door Albert Levin uitgeschreven prijsvraag voor diens verfilming van het ‘Bel Ami’ - thema naar de roman van Guy Maupassant. Max Ernst won uiteindelijk; zijn schilderij werd de enige kleuropname in deze zwart-film. Ook al werd ‘De Verzoeking van St. Antonius’ bij deze prijsvraag niet gehonoreerd, het doet niets af aan de betekenis ervan in Dalí’s oeuvre. Het markeert het gebruik van dimensies die bemiddelen tussen hemel en aarde in zijn universum, een dimensie die hier wordt belichaamd door de olifanten met ‘flinterdunne poten’. Ze wijzen vooruit naar het thema van de levitatie, dat later in zijn ‘mystiek-corpusculaire’ werken ten volle zou worden uitgewerkt. St. Antonius wordt achtereenvolgens in ‘verzoeking’ gebracht door een steigerend paard als het symbool van de macht - maar door zijn verschijningsvorm ook het symbool van de wellust - en door verschillende olifanten die het paard volgen.” (blz. 411-417 in Deel II van de Taschenuitgave ‘ Salvador Dalí, Het geschilderde werk 1946-1989’)

Dat is allemaal nogal wat, maar dat kun je verwachten als een kunsthistoricus een schilderij uitlegt. Hoe dan ook, het steigerend paard is dus blijkbaar bij Dalí een symbool van macht en wellust. Daar kom je zelf niet zo gemakkelijk op. 

Wat ik dan wel weer snap is dat de naakte Sint Antonius zich tegen de verleiding tot wellust wil verweren door een kruis omhoog te houden voor het paard, de naakte vrouw op de olifant en wat allemaal nog volgt. Het opgeheven kruis is een gebaar dat kennen we uit horrorfilms van personen die bedreigd worden door een bloedzuigende wellustige Dracula. het omhoog houden van 2 gekruiste stokken schijnt al te volstaan om het kwaad te bezweren.

Op de beroemde drieluik van schilder Jeroen Bosch genaamd 'De verzoeking van de Heilige Antonius' is het verzet tegen de aardse verleiding wat subtieler afgebeeld. De Heilige Antonius wijst ons toeschouwers op Christus aan het Kruis. Bosch waarschuwt ons dat we beter het oog gericht kunnen houden op Christus die voor ons zondige mensen gestorven is aan het kruis dan ons bezig te houden met allerlei verleidelijke wereldse zaken.   

De manier waarop Sint Antonius bij Dalí het kruis gebruikt is minder subtiel. Het heeft meer weg van een tovenaarsgebaar dan een verwijzing naar een ander geestelijk leven dat achter de Christus aan het kruis schuilt.

Wat met "dimensies die bemiddelen tussen hemel en aarde" wordt bedoeld, weet ik niet. Verwijzen het paard en de olifanten met hun dunne hoge poten naar de hemel? Kan zijn, de symboliek van Dalí is niet altijd even duidelijk, om het voorzichtig te zeggen.

Het thema van de levitatie, het veronderstelde bovennatuurlijke fenomeen van het omhoog zweven van voorwerpen of levende wezens, is bekend van goochelaars en illusionisten die op toneel hun buitenaardse krachten vertonen door aanminnige vrouwen te laten zweven.

maandag 19 december 2022

7. DALÍ. GRAAF HERVÉ DE GRANDSAILLE

Dalí poseert op de linkse foto's als een tovenaar (november 1963) en rechts als Marqués de Púbol, in zijn kasteel voor zijn laatste schilderij, maart 1983.

 

Hoewel hij zelf schrijft dat zijn roman 'Verborgen Gezichten' een autobiografie is, komt er geen ik-figuur in voor. Heeft Dalí zich verstopt in een van de hoofdfiguren in zijn roman, heeft hij zichzelf een bijrol toebedeeld, is hij slechts een figurant of is hij van alles wat? Dat laatste kun je bij iemand als Dalí verwachten. Het zou de titel 'Verborgen Gezichten' kunnen verklaren.

Op de vele foto’s van hem zie je hem bijna altijd poseren als een acteur, een persoon die iemand anders speelt. Het lijkt er op dat hij zich graag verbergt achter een of ander meestal magisch, dwaas personage. Zijn leven lang speelt hij met zijn identiteit. Dat roept nogal eens ergernis op. Sommigen vinden hem een poseur, een aansteller, een nar of joker en daarom geen serieuze kunstenaar. 

In het verhaal komen geen gewone mensen voor. Het verhaal speelt zich af in negentiende eeuwse salons en feesten die georganiseerd en bezocht worden door mensen uit hogere rangen en standen, te beginnen met een graaf. De high society figuren voeren gesprekken met andere hooggeplaatsten of met zichzelf.

Je kunt je afvragen of de hoofdfiguur in de roman, graaf Hervé de Grandsaille, Dalí zelf is. Dat zou kunnen want net als Dalí speelt de graaf een centrale rol in het society leven dat zich in de roman voor onze ogen ontvouwd. Ik denk ook niet dat Dalí er moeite mee had om zich te vereenzelvigen met een graaf zonder het ook daadwerkelijk te willen zijn. Het is een manier van Dalí om zich te presenteren zonder zich helemaal bloot te geven aan de lezer. In zijn rol als  graaf bepaalt hij wat de lezer, de ander van hem te weten komt. Dalí is tegelijk auteur, acteur, én showman.

De graaf is zoals het hoort een grondbezitter. Meteen aan het begin van het boek staart hij over de vlakte van Creux de Libreux, een verlatijnsing van het Spaanse Cruz de Libertad of Franse Crois de Liberté?  Zo een woordspeling in potjeslatijn past ook wel bij Dalí, het klinkt gewichtig en humoristisch en dus relativerend, wat uitstekend past bij de ongrijpbare manier waarop Dalí zich aan de wereld presenteert.

Zijn vriend de notaris karakteriseert de graaf als “de levende vleeswording van een van die zeldzame verschijnselen van de grond die ontsnappen aan de kunde en de hulpmiddelen van de agronomie - een grond gevormd uit aarde en bloed uit een onnaspeurbare bron, een magische klei waaruit de geest van ons vaderland is gevormd.” (blz.17) De notaris als een uit de klei getrokken figuur?

De graaf zelf is ook verbonden met zijn geboortegrond meer nog dan met zijn land. Kan dat Dalí zelf zijn? Is dit een Daliaanse -ironische- versie van de “Blut und Boden” theorie waarmee Franco zijn land Spanje in brand heeft gezet en Duitsland uiteindelijk de halve wereld? “Want van alle werelddelen van de aardbol waardeerde Grandsaille alleen Europa, van geheel Europa hield hij alleen van Frankrijk, van Frankrijk aanbad hij alleen Vaucluse, en van Vaucluse was de door de goden uitverkoren plek precies die waar het Château de Lamotte lag, waar hij was geboren.” (blz. 18) 

(wordt vervolgd)