Frida twijfelt of ze de uitnodiging voor een tentoonstelling in Parijs zal aannemen. Ze staat ver van de idee van surrealisme zoals André Breton die verkondigt of liever gezegd ze weet niet wat ze er mee aan moet. Haar lichamelijke pijnen zijn alles behalve surrealistisch.
Denkt mijnheer Breton dat een miskraam surrealistisch is, een ervaring zoals een droom of van het onderbewuste? Zo dom zal hij toch niet zijn? Een leven in je buik dat mislukt is een nachtmerrie in het echt. Je lichaam laat je op het moment dat je nieuw leven brengt, in de steek. Dat heeft niks met onderbewustzijn te maken.
Het tast je geestelijke gesteldheid aan, je zelfbewustzijn. Het dreigt je als vrouw te ondermijnen en dat roept om verzet. Haar verzet is de verfkunst. Met penseel, verf en doek wil ze haar fysieke en geestelijke pijn vastleggen.
Dat doe je met symbolen, hoe anders? Wat doen katholieken in hun kerk als ze van brood het lichaam van Christus maken en van wijn zijn bloed? Ze herdenken zijn pijn die leidde tot zijn dood.
De schilderkunst is hetzelfde, een herhaling maar dan op doek van het leven, de pijn van de dood, de vreugde van de geboorte. Een schilderij is niet de werkelijkheid zelve maar wel de herinnering eraan, een afspiegeling daarvan.
Haar waarheid is die van de lichamelijke pijn die tot in haar geest door dringt. Het is gek makende pijn en dat is existentiële pijn. Als Breton dat surrealistisch wil noemen dan doet hij dat maar. Des te beter als haar pijn met de zegen van de kunstpriester der surrealisten begrepen wordt.
David vindt ondanks haar bedenkingen dat ze van gelegenheid gebruik moet maken om naar Europa te gaan. New York heeft ze al veroverd met haar tentoonstelling, nu Parijs nog.
Ze wil inderdaad gekend worden, als het kan wereldwijd. Ze wil gekend worden als vrouw, minnares, muze en als Mexicaanse. Ze besluit de overtocht naar Amerika te maken, naar Parijs, het walhalla van de moderne kunst.

Wie niet waagt ...
BeantwoordenVerwijderen