Posts tonen met het label christus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christus. Alle posts tonen

donderdag 13 augustus 2026

HET EVANGELIE VOLGENS JOHAN VOLLENBROEK

 

Toen ik milieuactivist Johan Vollenbroek in debat zag en hoorde met Arnout Jaspers over de stikstofnormen moest ik denken aan het evangelie waarin Christus de mens boven regels stelt.


“Toen Hij op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen onderweg aren te plukken. ‘Kijk eens!’ zeiden de farizeeën tegen Hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’ Maar Hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’ En Hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook heer over de sabbat.” (Het evangelie volgens Marcus hoofdstuk 2, verzen 23-28) 


Christus is duidelijk, mensen zijn belangrijker dan regels zelfs al gaan ze door voor goddelijke regels. Hoezeer geldt dit dan wel niet voor door mensen gemaakte regels.


Deze kijk op de verhouding tussen (goddelijke) regels en het lot van de mensen gaat aan Johan Vollenbroek voorbij. Tijdens het debat blijkt dat voor hem voorzitter van de MOB (Mobilisation for the Environment) de regels over stikstof belangrijker zijn dan het lot van boerenfamilies.


We hebben het hier over door de wetenschap vastgestelde regels, met name door ecologen. In de ogen van Vollenbroek hebben deze regels een zo goed als goddelijke status in de zin dat ze nooit of te nimmer geschonden mogen worden, zelfs niet als gerede wetenschappelijke twijfel over die regels mogelijk is.


Die gerede twijfel aan de wetenschappelijk vastgestelde regels wordt met harde en compromisloze woorden door Johan Vollenbroek terzijde geschoven. Voor hem zijn de regels belangrijker dan de boerengezinnen. 


Die gerede twijfel is volgens wetenschappelijk journalist Jaspers gerechtvaardigd omdat niet of nauwelijks is vast te stellen wie of wat precies verantwoordelijk is voor de neerslag van stikstof in natuurgebieden. Die neerslag is een natuurlijk proces dat niet valt te controleren. Stikstof komt bij heel veel activiteiten vrij en kan zich door de lucht en meegevoerd door de wind overal heen verspreiden. De idee dat stikstofneerslag wetenschappelijk te controleren valt is absurd.


Ook is er gerede twijfel mogelijk over het gewenste natuurherstel. Wat is richtinggevend voor dat herstel? In het debat werd het jaar 1900 genoemd maar in dat jaar woonden er iets meer dan 5 miljoen mensen in Nederland.


De staat van de natuur herstellen met als norm het jaar 1900 is absurd in een land dat bijna 5 keer zoveel inwoners heeft. Verkeer, woningbouw, industriële activiteiten enz, is nu vele malen groter. Het is wensdenken dat Nederland een natuur zou kunnen hebben die vergelijkbaar is met de staat van de natuur in 1900.


Natuurherstel is overigens op zich al een ondeugdelijk woord. De natuur in de brede zin van het woord herstelt zich altijd en overal zodra de mens uit het landschap verdwijnt. In de jaren zestig kon je in Frankrijk op afgelegen plekken geheel overwoekerde ruïnes van boerderijen aantreffen. De natuur had de plek weer in bezit genomen.


Zo zijn ook hele Mayasteden in Yucatan, Mexico door de natuur in de vorm van oerwoud zodanig overwoekerd dat ze niet eens meer te vinden waren. Niet de mens maar de natuur is heer en meester op onze planeet.


Ecologen doen er goed aan dat bescheiden gezichtspunt als uitgangspunt van hun wetenschappelijke activiteiten te nemen. Vanuit dat gezichtspunt is er nog veel goeds te doen om natuur en mens met elkaar te doen samenleven. 

vrijdag 10 april 2026

83. MEXICAANSE VERTELLINGEN. SURREALISME

 

Deze foto van Frida§ Kahlo is gemaakt door de fotograaf Julien Levy. Hij organiseerde in 1938 in zijn fotogalerie Julien Levy de eerste expositie van schilderijen van Frida Kahlo.  Daarmee begon haar internationale succes. Philadelphia Museum of Art.


Frida twijfelt of ze de uitnodiging voor een tentoonstelling in Parijs zal aannemen. Ze staat ver van de idee van surrealisme zoals André Breton die verkondigt of liever gezegd ze weet niet wat ze er mee aan moet. Haar lichamelijke pijnen zijn alles behalve surrealistisch. 


Denkt mijnheer Breton dat een miskraam surrealistisch is, een ervaring zoals een droom of van het onderbewuste? Zo dom zal hij toch niet zijn? Een leven in je buik dat mislukt is een nachtmerrie in het echt. Je lichaam laat je op het moment dat je nieuw leven brengt, in de steek. Dat heeft niks met onderbewustzijn te maken.


Het tast je geestelijke gesteldheid aan, je zelfbewustzijn. Het dreigt je als vrouw te ondermijnen en dat roept om verzet. Haar verzet is de verfkunst. Met penseel, verf en doek wil ze haar fysieke en geestelijke pijn vastleggen.


Dat doe je met symbolen, hoe anders? Wat doen katholieken in hun kerk als ze van brood het lichaam van Christus maken en van wijn zijn bloed? Ze herdenken zijn pijn die leidde tot zijn dood. 


De schilderkunst is hetzelfde, een herhaling maar dan op doek van het leven, de pijn van de dood, de vreugde van de geboorte. Een schilderij is niet de werkelijkheid zelve maar wel de herinnering eraan, een afspiegeling daarvan.


Haar waarheid is die van de lichamelijke pijn die tot in haar geest door dringt. Het is gek makende pijn en dat is existentiële pijn. Als Breton dat surrealistisch wil noemen dan doet hij dat maar. Des te beter als haar pijn met de zegen van de kunstpriester der surrealisten  begrepen wordt. 


David vindt ondanks haar bedenkingen dat ze van gelegenheid gebruik moet maken om naar Europa te gaan. New York heeft ze al veroverd met haar tentoonstelling, nu Parijs nog. 


Ze wil inderdaad gekend worden, als het kan wereldwijd. Ze wil gekend worden als vrouw, minnares, muze en als Mexicaanse. Ze besluit de overtocht naar Amerika te maken, naar Parijs, het walhalla van de moderne kunst.

vrijdag 23 juni 2023

35. TERUG NAAR NIJMEGEN. LOF DER LIEFDE

 

"Liefde is overal"

De les van Jan van het Kruis is duidelijk. God is liefde, liefde die bevestigt wordt door de menswording van zijn zoon Christus om het offer van zijn kruisdood te brengen uit naam van die liefde. Rationeel totaal onbegrijpelijk maar een ijzersterk beeld van de liefde van God voor de mensen. Vandaar dat het kruis tot in alle hoeken van de wereld is doorgedrongen. 

Jan van het Kruis bevestigt wat ik intuïtief als puber heb bedacht. Sindsdien heb ik mij God en zijn zoon Christus tezamen met zijn  moeder Maria als Goden die liefhebben voorgesteld. Ze zijn geen heersers over mens en dier, geen grootgrondbezitters, groot-ondernemers of CEO's van het heelal. Als Hij, Zijn Zoon en diens Moeder bestaan, dan zijn zij goddelijke liefde.

Hoe ik daar op ben gekomen? Geen idee. Is het mijn  katholieke opvoeding? Is het een soort ingebouwde intuïtie of is het zo maar aan komen waaien? Hoe dan ook, ik wissel als puber van gedachten met de Zoon over mijn door de Roomse kerk verboden liefde voor een protestants meisje met blonde krulharen en blauwe ogen. Ik vraag aan Hem waarom Hij en mogelijk Zijn Vader het niet eens zouden zijn met mijn liefde, weliswaar aards maar wel liefde?

Zijn antwoord is duidelijk. De kerkelijke geloofsrichting is geen enkele belemmering om elkaar lief te hebben. Ontrouw aan de opvattingen van de kerk is geen ontrouw aan God. Integendeel, liefde gaat boven alles.  Gerustgesteld door deze gedachte maak ik met een gerust gemoed het protestantse meisje het hof. Dat mislukte overigens, wat mijn gevoelens voor haar niet meteen minder heftig maakt maar na verloop van tijd wordt het dan toch een onmogelijke liefde. Liefde moet wel van twee kanten komen en dat is helaas niet het geval.

Maar dankzij de liefde voor een protestants meisje heb ik geleerd dat God synoniem is aan liefde. Dat is voortaan mijn leidraad in het leven en niet de teksten van het Oude of Nieuwe Testament of de regelgeving van de Roomse kerk. Voor zover ik de Bijbel lees, lees ik die symbolisch en niet letterlijk. Het is door God geïnspireerde poëzie. Het maakt daarbij niet uit of God en Zijn Zoon Christus al dan niet bestaan. Het leven draait hoe dan ook om liefde. Daarop moet het bestaan gericht zijn, alle andere zaken zoals macht, geld, schoonheid, seksualiteit enz. zijn bijzaken, belangrijke zaken maar geen hoofdzaak.

Liefde heeft aan zichzelf genoeg. Ze is niet te vatten in voorschriften of geboden ook al is zij gebonden aan het aardse bestaan. Zelfs de tien geboden, die een handige richtlijn zijn voor het leven, zijn ondergeschikt aan de liefde. Of na mijn dood nog sprake van liefde zal zijn, is ook al niet belangrijk. 

De liefde volstaat nu. Liefde is op zichzelf genoeg om de kelk van het leven te vullen. Als ik na mijn dood in Goddelijke liefde zal worden opgenomen dan is dat mooi meegenomen maar ik geloof er niet in en reken er niet op. De liefde als zodanig is mij genoeg.

Liefde is waar geest en lichaam elkaar in harmonie kunnen ontmoeten zonder onpraktisch te worden. Wie de liefde kent, doet niet moeilijk, zoekt geen uitwegen, maakt er zich niet gemakkelijk vanaf en is trouw. Vandaag geen liefde, morgen wel dat kan niet. Liefde is er voor altijd en eeuwig. Liefde is een sprookje dat bestaat.

Kun je boos zijn en toch liefhebben. Natuurlijk kan dat. Kun je vechten en liefhebben? Ja ook dat kan. De vijand van de liefde is het kwaad. Waaraan kun je het kwaad herkennen? Aan zijn liefdeloosheid, zijn verraderlijke liefde, zijn ontrouw, zijn gemakzucht, jaloezie en materialisme. 

Liefde kan niet zonder de vrijheid om te kiezen voor het goede of het kwade. Dat maakt het leven soms moeilijk. Maar zonder kwaad geen goed en zonder goed geen liefde. Zo staan wij mensen ervoor.
 

dinsdag 5 december 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 17


Mijn jonge dood zou groot verdriet aan mijn ouders hebben gebracht. Ze hadden nog maar net een kind verloren, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, hun eerste kind, een dochter van nog geen twee maanden.  “Kom bruid van Christus” staat op het bidprentje ter harer nagedachtenis.

Op het bidprentje staat het kind Jezus haar op te wachten onder de hemelpoort met een stralend licht achter zich. Een meisje vliegt aan de hand van een engel in de sterrenhemel richting C.. Dit is natuurlijk allemaal geestelijk bedoeld. Volgens het Roomse geloof heeft ieder mens een ziel, dus ook baby’s. Hun ziel kan naar de hemel gaan en daar de bruid worden van bruidegom C. zoals bezongen wordt in het Bijbelse Hooglied en het Geestelijk Hooglied van de Heilige Joannes van het Kruis.

Je moet er niet aan denken dat Christus zelf een vroege dood zou zijn gestorven. Dat had best gekund. Hij had bij wijze van spreken al dood kunnen gaan in de stal waar hij geboren is tussen koeien, ezels en schapen. Dat zijn Moeder Maria en hij zelf daar geen akelige ziektes hebben opgelopen, is een wonder.  Maar goed dat ze gezond zijn gebleven van lijf en leden anders zouden we niets meer gehoord van C. Het plan Gods om het mensdom te bevrijden van de erfzonde zou de mist in gegaan zijn.

Je kunt je afvragen waarom Onze Lieve Heer zo een pas geboren kind laat sterven? Dat is een mysterie net als het leven zelf. We weten het niet, we begrijpen het niet. We kunnen hooguit geloven dat er een reden is voor dit alles. Hoe dan ook, volgens het bidprentje is er niks aan de hand.

Lieve ouders en familie wil niet vragen
Waarom ik ben heengegaan
En na weinig korte dagen 
Ledig liet mijn wiegje staan.

Ja ik ben maar kort gebleven
Korter dan U had gedacht
Toen ik aan U werd gegeven
En mijn komst U vreugde bracht.

‘k Was van plan te blijven wonen
Vele jaren aan Uw zij,
Om U later dan te toonen
Hoe U dierbaar waart aan mij

Maar daar hoorde ik de engelen zingen
Ik zag er vele blank en dons
Om mijn wiegje zich verdringen
Die mij riepen: speel met ons.

Ik vloog toen spoedig met hen mede
Dartelend spelend met mekaar
Naar het rijk van eeuwige vrede
en uw Cornelia wacht U daar.

Zulk een gedicht geeft troost aan de ouders. Ze hoeven zich geen zorgen te maken, hun kind is goed terecht gekomen. 

Maar of je zo een verhaal voor de tweede keer zou kunnen geloven, is maar de vraag. Daarom is het maar goed dat ik ben blijven leven. Anders zouden ze thuis misschien wel gek geworden zijn van verdriet en wie weet wat daar dan allemaal van was gekomen. Ik denk dat Onze Lieve Heer ook vond dat het genoeg was geweest. Je moet het geloof van de mensen ook weer niet teveel op de proef stellen. Dan kunnen ze wel eens van dat geloof afvallen en waar blijf je dan?

(verschijnt elke dinsdag)

donderdag 22 november 2012

REVE

Hoewel Reve een poseur was, was zijn geestelijke zoektocht binnen het Katholicisme een serieuze aangelegenheid. 

Ik was niet van plan het derde deel van de biografie van Reve ‘De late jaren’ te kopen. Ik vond dat ik wel genoeg van en over hem had gelezen en genoeg is genoeg. Maar toen ik pas weer eens een keer in een echte boekhandel was in den Bosch, kon ik de verleiding niet weerstaan. Reve blijft me fascineren. Als geboren katholiek, je komt er nooit meer vanaf heb ik op de lagere school geleerd, ben en blijf ik nieuwsgierig waarom hij met zijn communistische opvoeding nu net katholiek moest worden.

Dat is overigens niet het enige dat me boeit. Hij is een blijft een stilist van de bovenste plank die haarscherp én agressief kan formuleren, een zoeker naar inhoud en waarheid en iemand die niet bang is voor een geestelijk leven ook al grijpt hij –misschien wel daarom juist – naar drank en seks.

Op bladzijde 67 lees ik zijn eigen kijk op God, diens menswording en de kruisdood van Christus. ‘Officieel leert de Kerk, dat God, mens geworden, gestraft heeft willen worden voor de door mensen begane zonden. Dit is, zeker naar moderne juridische ethiek, rijkelijk absurd. Het is dan ook de expliciete verkondiging. Wat de leer impliciet, en nooit met ook maar één tastbaar woord, aanduidt, is dat God, mens geworden maar intussen wel degelijk nog steeds God, schuld bekent en bereid is boete te doen voor Zijn eigen fouten, stommiteiten, etc. Uit hoffelijkheid jegens God wordt dat niet vermeld. Ik kan mij geen grootser en verhevener godsbegrip voorstelen. Het is echter zeer juist, dat het nergens te lezen staat: dat zou een religieuze onkuisheid zijn.’ (blz.67)

Ik moet bekennen dat ik nooit op die gedachte gekomen ben. Volgens mij offerde God zijn zoon op uit liefde voor de mens die hij zelf geschapen heeft en die hij niet kwijt wil, hoe groot diens zonde, daarom erfzonde geheten, ook was. God bekent dus geen schuld maar liefde. Volgens mij sluit deze opvatting aan bij de officiële leer.

Gek dat Reve dat zo niet ziet want liefde en offeren zijn in zijn werk een centraal thema. In zijn boeken komt regelmatig de seksuele fantasie voor van het aanbieden (offeren) van broertjes en mooie jongens aan zijn geliefden die, zo schrijft hij er dan bij, hun wil kunnen doen met hen. Reve zelf fantaseert dus over offers aan zijn geliefden om zijn geliefden op die manier aan zich te binden. Waarom komt het dan niet bij hem op dat God hetzelfde heeft willen doen door zijn Zoon als offer aan te bieden? Een menslievender Godsbeeld dan dit kan ik mij niet voorstellen. 

Misschien dat Reve, die zelf voortdurend door schuldgevoelens geplaagd werd, de ondertitel van de biografie van Nop Maas is niet voor niks ‘Kroniek van een schuldig leven’, te zeer in beslag genomen werd door die schuldgevoelens?  Met dat schuldgevoel staat Reve volgens mij dan weer dichter bij het Protestantse Christendom dan bij het Roomse Katholicisme. Hoewel bij de Roomsen het schuldgevoel ook bestaat, we zijn ons leven schuldig aan God, is God vergeeflijk vanwege zijn liefde voor de mens. De Roomse God is meer een God van Liefde dan van zonde, schuld en boete. Tenminste zo zie ik het.

maandag 29 oktober 2012

OFFERFEEST

Petrus, ZWARTE ZON (BLACK SUN), acryl op papier


Offers zijn van alle tijden. Het Oude Testament begint met de offers van de gebroeders Kaïn en Abel aan God. Van Abel stijgt de rook van zijn offer omhoog van Kaïn slaat de rook tegen de grond. Een volgens die tijd treurig gevolg van het feit dat het offer van Kaïn God niet welgevallig is en dat van Abel wel. Het resultaat van deze goddelijke miskleun is broedermoord. Kaïn slaat zijn broer Abel dood.

Offeren doe je aan goden van wie je iets wilt hebben: een overwinning, een goeie oogst, dat ‘s morgens de zon weer opkomt, dat je mag slagen voor je rij examen of dat je de lotto wint. Offers breng je als dienaar aan een God die heerst over jouw leven. Je wilt hem als heerser van het heelal, van de wereld of het lot der mensen met jouw offer gunstig stemmen in de hoop dat je leven er beter van wordt. Maar met heersers weet je het maar nooit. Je offer kan ook verkeerd vallen zoals bij Kaïn en dan ben je alsnog de klos. Heersers zijn grillig zodat dat je als offeraar nooit zeker van je zaak bent. Mensen die in een heersende god geloven zijn dan ook altijd een beetje bang van hun God. Ze leven in voortdurende angst dat ze wat te verliezen hebben.

Als Katholiek jongetje heb ik van jongs af aan geleerd dat God liefde is en dat hij ons mensen met het offer van zijn zoon bevrijd heeft van al onze erfelijke zonden. God zelf heeft zijn eigen zoon geofferd voor ons mensen. Meer kan niet en dus hoeven wij mensen niet meer te offeren. Tijdens een Katholieke mis wordt dan ook geen offer gebracht maar met het brood en wijn ritueel herdacht dat God’s zoon Christus zich offerde voor ons mensen. Zeker in de tijd van Christus maar ook nu nog betekent dat een revolutionaire wending in de verhouding tussen God en de mensen. We hoeven ons geen zorgen te maken of God van ons houdt.

Liefde maakt offers dus overbodig want liefde laat zich immers niet kopen met wat voor een offer dan ook. Pseudo of surrogaat liefde wel maar dat is dan ook geen echte liefde, Dat is berekende liefde. Geliefden weten dat van elkaar en hebben dus geen offers nodig. Wat ze wel nodig hebben zijn tekens van liefde waaruit blijkt dat je trouw blijft aan je liefde en dat je steeds aan haar of hem denkt. Als de nood aan de man komt ben je wel bereid om zelfs je leven te offeren voor je geliefde maar alleen dan.

De cultus van het offer is gericht op een heersende God. Iemand die gunsten kan geven en nemen en dus is het maar het beste om Hem gunstig te stemmen. Geen offer brengen zou wel eens tot veel ellende kunnen leiden. Een liefhebbende God heeft daarentegen geen offers nodig. Hij heeft je lief ondanks je gebreken en tekortkomingen. Als je die ook nog eens onder ogen wil zien, zal hij je nog meer liefhebben. Dat is wat ik geleerd heb als Katholiek jongetje.