Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen

dinsdag 30 juni 2026

IN MEMORIAM DAVID HOCKNEY..

Een uitgave van Thames and Hudson Ltd.London, 1993


Ik had een blog over David Hockney in voorbereiding als vervolg op mijn bezoek aan de expositie London Calling in het Haags Kunstmuseum waar een paar schilderijen uit zijn beginperiode hangen. Nu hij onlangs op 88 jarige leeftijd is overleden wordt het een in memoriam. Als kettingroker is hij overigens wonderlijk oud geworden. 


Zijn nalatenschap aan schilderijen mag er zijn. Ik maakte kennis met zijn werk in de “Kunst und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland" in Bonn in het jaar 2001, een jaar nadat ik besloten had om te gaan schilderen. Niet door een cursus te volgen of zo maar door gewoon te beginnen.


Dat begin bestond uit verven met acryl en kijken naar meesters net zoals ik indertijd gedaan heb toen ik begon met fotograferen. Een van die meesters was Hockney. Hij had mij als oudgediende in de fotografie verrast met een fotocollage die veel indruk op me maakte en me meteen ook wakker schudde. 


David Hockney, Pearblossom Highway, 11-19 April 1986. "Ik begon aan Pearblossom Highway toen ik een opdracht had van Vanity Fair om en stuk te illustreren van mijn vriend Gregor von Rezori over Humbert Humbert's reis op zoek naar Lolita. Het was mijn laatste fotocollage and de meest geschilderde. Ik fotografeerde negen dagen en deed twee weken over de samenstelling. Ik zie het als een panoramische overval op het Renaissance eenpuntperspectief (verdwijnpunt)." 



Ik zag de vrijheid die hij zich met foto’s veroorloofde en was vrijheid ook niet het motto waarmee ik was gaan schilderen? Ik wilde me bevrijden van de werkelijkheid die de camera vastlegt of liever verder kijken dan de camera. De fotograaf is met zijn camera immers gebonden aan de werkelijkheid en de omstandigheden.


De fotografie is een technisch wondermiddel. Het levert snel haarscherpe beelden op van mens en wereld maar het heeft ook zijn beperkingen. Natuurlijk, je fotografeert niet in de wilde weg. Je fotografeert met een visie of zelfs met een missie, in mijn geval een van mededogen en betrokkenheid, maar ik wilde verdergaan dan de zichtbare wereld. 


Ik wilde een eigen wereld scheppen, een die bij me opkomt of die nu “werkelijk” is of niet. Die eigen wereld zag ik o.a. bij Hockney met zijn fotocollage. Daarin speelt hij met de ordening van de werkelijkheid, perspectief, ruimte  en horizon. 


David Hockney, A Walk around the Hotel Courtyard, Acatlan, 1985. Hockney schrijft bij dit schilderij: "Toen ik in 19845 in Mexico was voor mijn tentoonstelling 'Hockney Paints the Stage', reed ik met Gregory en David Graves naar Oaxaca toen de auto kapot ging en we de nacht moesten doorbrengen in een hotel in Acatlan. De hotelpatio was prachtig en ik maakte er een aantal schetsen voor een schilderij. A Walk gaat niet over een hotel maar over ene houding tegenover ruimte. Terwijl je de buitenwereld waarneemt, blijf je er tegelijkertijd ook omheen bewegen. Hoe langer je kijkt, hoe ruimtelijker het wordt."


Dat was precies wat ik zocht, vrijheid om een beeld te maken volgens eigen inzicht en intuïtie. In zijn schilderijen, hoewel figuratief, speelt hij al net zo met perspectief en horizon. Door Hockney leerde ik de vrijheid van schilderen kennen. 


Wat ik ook leerde van Hockney is kleuren zien. Natuurlijk was ik altijd al weg van het kleurgebruik van Vincent van Gogh. Door Hockney ontwikkelde ik een meer eigentijds kleurgevoel en leerde mijn kleurenintuïtie te volgen. Ik werd me bewust dat kleuren een zelfstandige (autonome?) betekenis hebben. 


De dingen zijn gekleurd naar hun aard en voorkomen maar dat hoeft voor een schilder geen belemmering te zijn om andere kleuren te gebruiken dan gebruikelijk. Had Picasso mij al geleerd dat je vrij kunt zijn in vormen, Hockney leerde me vrijheid van kleur.


Hockney durfde technisch te vernieuwen door op iPad te schilderen en zelfs met de fax te experimenteren. Hockney maakte zelf uit met wat en hoe hij zijn kunstwerken wilde maken. Dat is op zich al een belangrijke les. Kunst kent geen dogma’s, taboes of vaste regels. Kunst is kunst. Het belangrijkste is dat je het met liefde en plezier doet. Dan krijg je er ook nooit genoeg van. Hij heeft dat zijn leven land gedaan. Dat is misschien het belangrijkste wat ik uiteindelijk van hem heb geleerd, kunst maken met plezier.


Moge hij rusten in vrede. 

woensdag 8 april 2026

BEN IK MANNELIJK?


 

Het was op een mooie zondag met voorjaarszon en weinig wind dat we naar het Noord Brabants Museum in den Bosch fietsten. Zoals tegenwoordig is te verwachten, zaten de terrassen in het centrum bomvol. Den Bosch is een toeristenstad van jewelste geworden.


Gelukkig is het in het museum niet zo druk. Je kunt nog op je gemak door de zalen ronddwalen zonder gestoord te worden door toeristen die komen genieten van kunst alsof het fastfood is. 


We lopen direct naar de expositie “Ben ik Mannelijk? met mode, kunst en fotografie.” Het is niet het soort exposities waar ik uit liefde voor de kunst kom maar uit nieuwsgierigheid of beter nog om te zien of mijn vooroordelen kloppen.


Ik verwacht niet de mannelijkheid te zien van de bouwvakker, de loodgieter, de schoonmaker, de gepensioneerde treinmachinist, een militair in een loopgraaf, een jonge vader achter een kinderwagen of een vader die naar het voetballen gaat met zijn zoon.




Mijn vooroordeel klopt. We zien niets van dat alles. We zien de modieuze mannelijkheid van de modetijdschriften, het verdienmodel van veel mannen en vrouwen. We zien mannen in hun beste jaren, tussen de twintig en de dertig met strakke sixpack lijven, een goede gezondheid en waarschijnlijk een goed inkomen.


We kijken met de blik van gastcurator Roberto Luis Martins die meer van dit soort tentoonstelling heeft gemaakt. Hij is onderzoeker “met een sterke interesse in identiteit, representatie en maatschappelijke vraagstukken binnen mode, kunst en populaire cultuur.” Zo sluipt de sociologie met een kunstsausje de musea binnen.


Dat de identiteit van man, vrouw en kind een onontwarbare biologische en culturele constructie is, is in de sociologische en biologische litteratuur uitgebreid besproken. 


Onontwarbaar omdat zowel biologisch er van alles kan gebeuren met als gevolg dat er mannen zijn met verschillende seksuele voorkeuren, als ook cultureel-maatschappelijk vanwege de verschillende rollen die we in ons leven spelen.


Zo een belangrijke rol is het vaderschap, wezenlijk voor het voortbestaan van een samenleving, komen we in de tentoonstelling niet tegen net zo min als de wereld van de doorsnee kostwinner, de zeeman of de man met nachtdienst.




De aandacht in deze tentoonstelling gaat uit naar de uitzondering, naar de afwijkende gevallen, de freaks die te koop lopen met lijf, rijkdom of intelligentie. 


We zien een geseksuliseerde handtas, een wit gebreid slipje op een zwarte modepop, tik-tok filmpjes van jonge goden in strakke slipjes enz. Allemaal interessant voor mannen en vrouwen die nieuwsgierig zijn naar een andere mannenwereld dan die bij hen thuis.


maandag 16 maart 2026

ABSTRACTE SCHILDERKUNST EN INNERLIJKE WAARHEID

Links het 'Zwart Vierkant op Witte Ondergrond" op een expositie van Malevitsj in Sint Petersburg (2015), rechts het schilderij van Mondriaan "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen", 1931, Stedelijk Museum Amsterdam.

 

Kunstschilders als Kandinsky, Mondriaan, Doesburg, van der Leck en tijdgenoten als de Russische schilder Malevitsj maar ook Picasso en Braque waren op zoek naar nieuwe schilderkunstige vormen van werkelijkheid, waarheid en schoonheid.


De opkomst van de fotografie dwong deze schilders na te denken wat nu precies de verbeeldingskracht van de kunstschilder onderscheidt van de fotografie. De fotografie maakt het immers mogelijk om met technische middelen - camera, lens en lichtgevoelige film- een perfecte uitsnede van de fysieke werkelijkheid te maken.


Als het om het vastleggen van de fysieke werkelijkheid gaat, legt -technisch gesproken - de schilderkunst het af bij de fotografie. Welke werkelijkheid, waarheid en schoonheid blijven dan nog over voor de schilderkunst of is er geen andere werkelijkheid dan de fysiek waarneembare? Sommigen dachten van niet. Dat betekende het einde van de schilderkunst. Hoe dan ook, de naakte fysieke werkelijkheid op het doek nabootsen was niet meer nodig.


Anderen daarentegen zochten naar nieuwe invalshoeken om de werkelijkheid te benaderen. Zij zochten het schilderkunstige antwoord in de werking van licht en kleur op het doek zoals het pointillisme of de fauvisten met in hun kielzog van Gogh en Matisse. 


Picasso c.s. zochten het vooral in de vorm. Samen met Braque ging hij daarin het verst door de werkelijkheid te deconstrueren, een stroming die bekend werd als kubisme. Daarmee introduceerden zij een nieuwe radicale schilderkunstige kijk op de werkelijkheid die de naam van kubisme kreeg.


Al deze schilders namen afstand van de werkelijkheid als een vaststaand gegeven waarmee zij een zekere mate van abstractie in de schilderkunst introduceerden waarbij de fysieke werkelijkheid niettemin nog altijd houvast gaf. Hun schilderkunst bleef in wezen figuratief.


Tegelijkertijd waren er kunstschilders die nog verder durfden gaan. De Russen Kandinsky en Malevitsj, de Nederlandse Mondriaan, van Doesburg en anderen menen dat er achter de fysieke werkelijkheid een andere - psychische, spirituele - werkelijkheid zit. Kandinsky vergelijkt de schilderkunst met muziek die direct inwerkt op ons gemoed en gevoel. 


Mondriaan, van Doesburg volgen de weg van de nieuwe beelding gebaseerd op kleuren, lijnen en vlakken. De oude beelding, die van de fysieke (figuratieve) werkelijkheid, heeft afgedaan. De nieuwe beelding heeft de toekomst.


De nieuwe beelding is gebaseerd op de geestelijke werkelijkheid die met minimale middelen d.w.z. lijnen en vlakken met primaire kleuren in beeld wordt gebracht.


Maar je kunt nog een stap verder zetten naar de absolute abstractie een abstractie die de wereld van de wiskunde benadert. Daarin is een lijn een lijn. De lijn is zichzelf en niets anders. De lijn stelt alleen zichzelf voor en niets anders daarbuiten. Dat geldt ook voor kleur. De kleuren zijn zichzelf en niets anders dan dat. Zij zijn zichzelf en verwijzen alleen naar zichzelf. Rood is rood en niets anders dan dat. 


Dit inzicht bracht de Rus Malevitsj in waarschijnlijk 1913 al tot zijn revolutionaire  ‘Zwart Vierkant met Witte Ondergrond’ (1913). Het zwarte vierkant op een wit vlak is een schilderkunstige waarheid en schoonheid en verwijst nergens anders naar dan naar zichzelf,  het is het zijn van een zwart vierkant op een witte achtergrond. Het schilderij is zichzelf en niets anders.


Ook Mondriaan volgt deze weg getuige zijn hierboven afgebeelde schilderij "Ruitvormige Compositie met Twee Lijnen". Zijn nieuwe beelding is gebaseerd op de enige schilderkunstige waarheid, die van lijn en kleur. Hun schilderijen verwijzen voortaan nergens anders naar dan naar zichzelf. 


Zij getuigen van de innerlijke inzichten van de kunstschilder aldus Kandinsky in zijn boek ‘Spiritualiteit en abstractie in de kunst’ en Mondriaan in zijn artikelen ‘De nieuwe beelding’. 


Spiritualiteit die zich net als in de muziek uit langs de weg van de schoonheid, schoonheid die het individuele overstijgt en tegelijkertijd de aller individueelste emotie oproept. 

vrijdag 28 februari 2025

28. MEXICAANSE VERTELLINGEN. KUNSTSCHILDER

 

De fotografie voorziet in de behoefte van portretten onder de stadsmensen. Van meet af aan wordt het studioportret gebruikt om onder familie, vrienden en geliefden verspreid te worden. Brieven begeleid van een foto worden er persoonlijker door. Een liefdevolle herinnering aan mijn geliefde vriendin Catalina J. Mexico, 31 december 1897, Carlos M.J.

David begroet hem met blijdschap. Diego is nog altijd een van zijn beste vrienden. Dat krijg je als je samen soldaat bent geweest, dan leer je elkaar goed kennen en  lief en leed te delen. Daarom worden in het leger vaak vriendschappen gesloten voor het leven. 


Diego ziet dat David  ondertussen succes heeft met zijn schilderkunst. Zijn haveloze soldatenhemd en broek is vervangen door quasi nonchalante maar modieuze kleren. Hij loopt er bij zoals een schilder er bij hoort te lopen: type bohemien maar niet overdreven. 


De gegoede burgers en vooral de dames, zijn mogelijke klanten, moeten niet aan het schrikken worden gemaakt. Integendeel, ze moeten gecharmeerd zijn van de buitenissigheid van de kunstenaar. Dat brengt brood op de plank. 


Kunstschilders als David zijn nog steeds in trek bij de gegoede burgerij. Zij hebben liever een kunstig geschilderd statig portret van zichzelf of hun gezin aan de muur hangen dan een foto, hoe mooi en zorgvuldig ook gemaakt. 


David zijn atelier straalt tegelijk kunstzinnigheid en intimiteit uit. Zijn klanten moet zich er op hun gemak voelen. Sommige klanten willen liever thuis geschilderd worden in hun salon zodat het schilderij getuigt van hun welstand. Voor David is dat allemaal prima. Het betaalt immers goed.


Opdrachten van regeringsinstellingen zijn intussen ook een belangrijke bron van inkomsten geworden. Het blijkt dat zijn revolutionaire verleden hem nu goed van pas  komt. Zijn tijd bij de troepen van Pancho Villa is een paspoort voor de nieuwe machthebbers, het bewijs dat hij bij hun hoort. Hij is te vertrouwen ook al was zijn generaal dat niet, maar die is dan ook vakkundig uit de weg geruimd met een mitrailleursalvo.


David en ook Diego kunnen niet wennen aan het cynisme van de nieuwe leiders die zich erfgenamen van de revolutie noemen. Dat blijft hun achtervolgen maar voorlopig zijn beiden blij met de opdrachten die ze krijgen uit regeringskringen. Dat is dan weer een staaltje van zuiver opportunisme maar wat moet je als kunstschilder? Op een houtje blijven bijten?


De opdrachten kan David niet meer alleen aan en dus werken ze nu samen. Diego is daar blij mee. De muurschilderkunst beheerst hij nog niet goed genoeg en nu kan hij als assistent van zijn vriend de kunst van het muurschilderen leren en tegelijk zijn brood verdienen. 


Dat de muurschilderingen bedoeld zijn als propaganda voor de salon revolutionairen, de tegenwoordige machthebbers, nemen ze er bij, al is het met moeite. Ze proberen in de muurschilderingen toch nog iets te leggen van hun politieke geloof in wat zij de echte revolutie noemen, die van de omwenteling naar een klasseloze maatschappij waarin alle mensen gelijk zijn.


De opdrachten maken hun tot op zekere hoogte populair onder de politici en de burgers. Hun schilderwerk helpt het revolutionaire geweten sussen net als de extravagante feesten waarop ze worden uitgenodigd.Als jonge mannen in de bloei van hun leven, worden ze door aanbiddelijke vrouwen, van jong tot minder jong, gastvrij onthaald zo gastvrij soms dat duidelijk is dat ze ook welkom zijn in de slaapkamer.


David maakt er dankbaar gebruik van. Hij heeft een zo wisselend en uitgebreid liefdesleven dat Diego zich afvraagt hoe hij de vrouwen uit elkaar weet te houden en nog niet een of andere blunder heeft begaan. Rond de vrije liefde hangt immers altijd de sfeer van jaloezie en die kan bij een kleine vergissing grote gevolgen hebben. 


David weet zich echter handig tussen de perikelen door te manoeuvreren. Hij beschikt over de benodigde fysieke en geestelijke behendigheid om als een vrije vogel van vrouw tot vrouw te fladderen. Diego heeft daarvoor bewondering en afkeer. Diego ziet zichzelf dat niet na doen.


vrijdag 20 december 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 18. FOTOGRAFIE

 

Tijdens een bezoek aan het beroemde foto atelier van Nadar drong het tot Diego door dat de fotografie een revolutie betekent voor de schilderkunst. (foto: afkomstig van La Lagunilla in Mexico-stad)

Ondanks zijn teleurstelling in de revolutie houdt David vast aan zijn ideaal van een nieuw Mexico met een nieuwe Mexicaan. Hoe gek het ook mag klinken, die hoop heeft hij overgehouden van zijn verblijf in Parijs. In die Europese hoofdstad, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, werd in kringen van kunstenaars veel gepraat over het communisme als de wetmatige toekomst voor de mensheid.


Voor David zijn communisme en nieuwe schilderkunst, twee kanten van dezelfde medaille. Kunst vernieuwt mens en maatschappij, mens en maatschappij vernieuwen de kunst. Het zal een wisselwerking zijn, een elkaar bevruchten waaruit een nieuwe mens en maatschappij zal ontstaan. Het is de wedergeboorte van Mexico. 


In Parijs zag hij hoe een nieuwe generatie kunstschilders nieuwe vormen en kleuren gebruikt terwijl de bourgeoisie zich vastklampt aan de klassieke academische schilderkunst in de bourgeois salons. Voor hen moet de schilderkunst zich wijden aan de illusie van werkelijkheid; hun werkelijkheid van goed geklede vrouwen, welgedane kinderen, kunstzinnig ingerichte huiskamers en salons en romantische landschappen die rust en tevredenheid uitstralen.


Tijdens een bezoek aan de beroemde fotostudio van Nadar dringt het tot hem door dat de fotografie een revolutie betekent voor de schilderkunst. De fotografie zal de schilderkunst onttronen als de kunst die zich wijdt aan de werkelijkheid. 


Fotografie zal beter dan de schilderkunst de werkelijkheid kunnen vangen of het nu om portretten,  landschappen, stedelijke scènes of wat dan ook zal gaan. Fotografie bevrijdt de schilderkunst aldus van de werkelijkheid als de maatstaf der dingen. De schilderkunst kan zich voortaan veroorloven zijn eigen werkelijkheid te scheppen.


Waarom zou dat met de verworven wetenschappelijke inzichten ook niet in de politiek en de economie kunnen en waarom zou dat dan niet het communisme zijn? Hij begreep dat Marx op basis van wetenschappelijke inzichten een weg had gevonden naar een nieuwe toekomst  voor het mensdom, een toekomst zonder uitbuiting en onderdrukking, een waarin alle mensen gelijk zijn.


Schilderkunst en communisme vullen samen het verlangen in de ziel van David naar een betere wereld. Bij het binnendruppelen van berichten over de overwinning van de Russische revolutie onder leiding van Lenin, begint zijn hart te bonzen van opwinding. De communisten aan de macht in Rusland, wie had dat kunnen denken? Nu zal daadwerkelijk bewezen worden dat de toekomst van mens en maatschappij een communistische toekomst is.


Hij besluit onmiddellijk om actief lid te worden van de communistische partij. Een daad waarmee hij de draad van de revolutie kan opnemen zonder de schilderkunst in de steek te laten. Met zijn hartstochtelijke enthousiasme overtuigt hij Diego om ook lid te worden van de communistische partij. Ze besluiten hun schilderkunst voortaan te wijden aan de geschiedenis van hun land die zal uitlopen in een bevrijding door het communisme. Het communisme zal Mexico uiteindelijk verzoenen met zijn geschiedenis en daarmee alle Mexicanen met elkaar. 


vrijdag 16 augustus 2024

AMERICA LATINA. NAWOORD

 

Een doorsnee Mexicaanse familie in de jaren zeventig van de vorige eeuw poseert voor een foto aan een van de stranden van Acapulco, een badplaats geliefd bij Hollywoodsterren en rijke Mexicanen maar ook de gewone Mexicanen willen zich laten zien in Acapulco al is het maar een keer in hun leven,voor een dag.

Wat komt er terecht van mijn werk bij het  Verenigde Naties  Programma voor Ontwikkeling UNDP in Mexico? Dat vertel ik in een nieuwe serie blogs: Mexicaanse Vertellingen. 

Intussen wil ik wel een tipje van de sluier oplichten. De UNDP is tegelijk een ontwikkelingsbank en een diplomatenpost die werkt met donorgeld van rijke landen dat besteed wordt aan allerlei soorten projecten. Als wereldwijde organisatie kan het niet anders of er heerst een zekere mate van bureaucratie. De procedures en de regels moeten gevolgd worden. Er is geen of weinig ruimte voor improvisatie en spontaniteit. 

Projecten komen tot stand in onderling overleg tussen de UNDP met zijn VN doelstelling - bestrijding van armoede - en beleid van de nationale overheid. De projecten worden uitgevoerd met een nationale partner en deskundigen van de VN. Het overleg over het vijf jaren programma wordt gevoerd op het hoogste regeringsniveau. Ik heb daardoor een inkijkje gekregen in de werking van een regering in een land als Mexico. 

Bureaucratie leidt tot een zekere inertie en dus lag verveling zoals Frans Rosier schreef, om de hoek. Gelukkig heb ik het druk met mijn gezin. Een maand na aankomst wordt onze tweede dochter geboren in een Mexicaans ziekenhuis. Ik bewonder tot op de dag van vandaag dat Dora dit zonder aarzeling heeft aangedurfd.

Ik ontdekt mijn talenten voor straatfotografie. Ik leg gemakkelijk contact met vreemde mensen in een vreemd land en weet ze voor de camera gerust te stellen. Daardoor ontstaan gebalanceerde portretten van gewone mensen op straat. Het is een vorm van sociale documentatie. Dat werk is zo aanstekelijk dat ik op een gegeven moment bijna elke vrije zaterdag met mijn camera door Mexico-stad zwerf. Vanzelfsprekend leer ik op die manier de mensen en de stad kennen. 

Thuis heb ik een eenvoudige doka waardoor ik kennis en ervaring opdoe met het vergroten van negatieven. Ik heb mijn eigen fotografie school in huis met de serie Time Life boeken over fotografie. Daarnaast ben ik een trouwe lezer van de betere Amerikaanse fototijdschriften. 

Een andere remedie tegen de verveling is de volledige Russische bibliotheek van uitgever van Oorschot. Dankzij duizenden pagina’s dundruk van grote Russische schrijvers heb ik mijn kennis over Rusland danig kunnen uitbreiden. Daar tussendoor lees ik voornamelijk filosofische werken over mens en maatschappij, een vorm van zelfstudie in de filosofie. 

En dan zijn er nog de vrienden die we in Mexico opdoen. Dat begint met enkele collega’s tevens leeftijdgenoten. Uiteindelijk raken we bevriend met de chauffeur van de UNDP en zijn gezin. Dankzij hen leren we het Mexico van de gewone dorpelingen kennen, het platteland van Mexico of misschien wel het echte Mexico.

Mexico is een groot land, zo groot dat het nooit helemaal te bevatten is, ook niet voor de Mexicanen. Mexico is onstuimig leven en avontuurlijk, inspireert tot fotografie en litteratuur, het is gewelddadig maar ook romantisch, katholiek tot en met maar ook ongelovig, arm en opstandig, indiaans, blank en zwart met alles wat daar tussen zit.  De voorspelling van Frans is niet uitgekomen. Ik heb me er nooit verveeld, veel geleerd en ben van het land gaan houden.


donderdag 9 mei 2024

WAT MAAKT EEN FOTO TOT EEN GOEDE FOTO?

Buitenwijk van San José, Hoofdstad van Costa Rica. 1978

 

Voor mij is een foto goed als ze de menselijke waardigheid weet vast te leggen, zelfs onder de meest precaire omstandigheden.


De bovenstaande foto gemaakt in een wijk aan de rand van San José, de hoofdstad van Costa Rica, laat zien wat ik bedoel. Ondanks het duidelijk zichtbare armoedige huis poseert de vader met zijn zoon en kleine dochter trots voor de camera terwijl op de achtergrond de moeder met instemming toekijkt.


De Costa Ricanen herkennen de trots van de man met zijn gezin en de omstandigheden waarin ze leven, zo bleek tijdens de publicatie uit de van deze foto op een Costa Ricaanse digitale fotopagina. 


De foto kreeg binnen enkele dagen heel veel positieve commentaren met name ook van mensen die zelf in zo een situatie zijn opgegroeid en daar dankbare herinneringen aan hebben.


Zij herinneren zich niet de armoede maar het liefdevolle gezin waarin ze opgroeiden, waarin alles werd gedeeld, ze zich veilig en vertrouwd voelden. Die bagage was veel en veel belangrijker dan of je wel of niet schoenen had of mooie kleren.


Anderen hebben daarmee moeite. Blijkbaar kunnen zij zich niet voorstellen dat mensen die in armoede leven op hun manier toch gelukkig kunnen zijn. Zij noemen dat romantisering van de armoede. 


Sommigen verdenken mij als fotograaf ervan dat de foto bedoeld is om te romantiseren. Dat is niet zo. Wat ik als fotograaf doe is de waardigheid van deze mensen en anderen registreren. 


Tijdens mijn gesprekken met de mensen merk ik dat ook zij beseffen dat dit mijn uitgangspunt is. Dat is de reden waarom zij mij toelaten de foto te maken. Het is een kwestie van wederzijds respect en vertrouwen. Als dat er niet is, maak ik ook de foto niet, hoezeer ik dat ook betreur.


Ik zie ook in onze samenleving hier in Nederland dat armoede uitsluitend wordt benaderd vanuit het gebrek aan voldoende materiële middelen, zeg maar geld, om mee te kunnen doen aan de samenleving. Tot op zekere hoogte is dat juist. Armoede dat de menselijke waardigheid aantast is zeker in ons land ontoelaatbaar. Dat mensen met beperkte financiële middelen toch gelukkig kunnen zijn, is ons in alle aandacht voor materiële zaken ontglipt.