Posts tonen met het label honderd jaar eenzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label honderd jaar eenzaamheid. Alle posts tonen

vrijdag 19 juli 2024

50. AMERICA LATINA. COLOMBIAANSE SCHRIJVER GARCIA MARQUEZ

De Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez (1927-2014) in gesprek met de Cubaanse dictator Fidel Castro (1926-2016). Het is en blijft vreemd dat terwijl Marquez als schrijver in kaart brengt hoe geweld de Latijns Amerikaanse samenleving aantast, hij bevriend was met een dictator. Had Marquez geen hoge pet op van democratie om geweld uit te bannen? Maar ook moet gezegd worden dat hij zijn vriendschap met Castro gebruikte om bijvoorbeeld een tot 20 jaar veroordeelde vakbondsman (Reinol Gonzalez) vrij te krijgen.


Na de terugreis met een tussenstop in Parijs zodat Alvaro de sfeer van de stad kan proeven en de verplichte hoogtepunten bezoeken, komen Martha en Lorena aan op Schiphol. Met hen maken we uitstapjes naar diverse bekende en toeristisch gezien verplichte Nederlandse plekken als Marken, Volendam, Kinderdijk, Zaandam, Utrecht en Amsterdam. Nederland in vogelvlucht. Gelukkig is Nederland geen groot land zodat je in een dag heel wat kunt zien.

Alvaro schrijft op mijn verzoek een stukje voor ons tweemaandelijkse tijdschrift Latijns Amerika over schrijver en landgenoot Gabriel Garcia Marquez. Die is hier in Nederland vooral bekend geworden met zijn boek Honderd Jaar Eenzaamheid. 

“De boeken van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez - “Honderd jaar eenzaamheid”, “Het kwade uur” en “De kolonel ontvangt nooit post” weerspiegelen de politieke werkelijkheid van Colombia en van Latijns Amerika in het algemeen. De landen van Latijns Amerika hebben sedert hun onafhankelijkheid bijna voortdurend, hetzij openlijk hetzij ondergronds, in een staat van geweld verkeerd. Aldus verschijnt het thema van geweld, gepaard aan onderdrukking in het werk van Marquez, middels misvormingen die het in omgeving en personen teweeg brengt. Omdat geweld in deze samenleving een constante is, komt het aan de mensen voor als een natuurverschijnsel…Als dragers van het geweld  en de onderdrukking verschijnen politieke partijen, Noord Amerikaanse ondernemingen, kolonels, soldaten en priesters ten tonele. Zij allen vertegenwoordigen een of andere vorm van macht: de politiek, het imperialisme, het leger en de kerk.” (Latijns Amerika Augustus 1974, no.4, jaargang 5)

Ik citeer dit stukje omdat het duidelijk maakt dat de werkende bevolking in Latijns Amerika niet meedeelt in de macht en dat nu is precies de reden van het bestaan van CLAT als arbeidersbeweging in Latijns Amerika en wij als solidariteitsvereniging in Nederland.

Het zijn vooral rechtse autoritaire en dictatoriale regeringen vaak met generaals zoals in Chili na de staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Allende, in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Guatemala om een kleine selectie aan landen te noemen die de arbeidersbeweging en de vakbonden met geweld muilkorven. Er zijn zo goed als geen landen in het continent waar vakbonden vrijheid van vereniging en onderhandeling hebben.  

Maar ook en helaas linkse revolutionairen, communisten en aanverwanten die beweren uit naam van de werkenden klasse de macht te willen nemen, sluiten na hun machtsovername dezelfde werkende klasse van deelname aan de macht uit. Het scherpste zien we dat in Cuba waar Fidel Castro uit naam van de revolutie de vrije, democratische bonden de nek heeft omgedraaid. 

Die democratische solidariteitsboodschap komt in Nederland goed over, zo blijkt tijdens een ledenvergadering van de vereniging. Het aantal leden is groeiend en bedraagt nu bijna tweeëneenhalf duizend waardoor de financiële steun aan CLAT in Latijns Amerika voor dit jaar nog verhoogd kan worden met 10.000 gulden tot in totaal 40.000. De vereniging maakt de helft van zijn ledenbijdragen over naar CLAT. 

Er wordt steeds meert samengewerkt met andere actie en solidariteitsgroepen zoals de Chili-aktie, het Brazilië Tribunaal (de vereniging heeft het secretariaat van de Nederlandse tak van het Tribunaal), Peru-Aktie, Guatemala-aktie, Suriname-aktie en verschillende protestakties tegen onderdrukking en vervolging. De meeste actiegroepen zijn opgericht door mensen die het betreffende land ooit bezocht hebben. Vaak wonen er vrienden of bekenden van hen.  

Juridisch gezien opereren deze actiegroepen als stichtingen terwijl CLAT Nederland een vereniging is met een op een ledenvergadering gekozen bestuur. De oprichters hebben bewust voor een vereniging en niet voor een stichting gekozen vanwege de democratische grondslag die vakbonden hebben, ook in Latijns Amerika. Voor de vereniging is democratie uitgangspunt en anker voor de eigen beleden solidariteit met de vakbeweging in Latijns Amerika.  

Dit jaar bestaat de vereniging 5 jaar. Er wordt op de ledenvergadering een werkgroep ingesteld om tegen het einde van het jaar activiteiten  te organiseren die de aandacht zullen vestigen op onderdrukking en protest van de vakbonden in Latijns Amerika en de benodigde solidariteit vanuit Nederland om de democratische vakbeweging te versterken.

 

vrijdag 3 mei 2024

40. AMERICA LATINA. HET LAND VAN OLIVIER B.BOMMEL EN TOM POES

In de Kleine Club ontmoet de elite van de stad Rommeldam elkaar in informele sfeer. Links vooraan de Heer O. Fanth Mzn, eigenaar en hoofdredacteur van de Rommeldamse Courant en de Rommelbode. Helemaal rechts Markies de Canteclaer van Barneveldt in gesprek met burgemeester Dikkerdak. In het midden de beteuterde Olivier B. Bommel. 


Hebben wij in Nederland een soortgelijk boek als ‘Honderd Jaar Eenzaamheid’ van de Colombiaanse schrijver Garcia Marquez of het ‘Labyrint van de Eenzaamheid’ van de Mexicaanse dichter/schrijver Octavio Paz, waarin poëtisch, magisch, absurd en toch realistisch de geschiedenis van land en bewoners wordt verteld? 

Niet dat ik weet. Een poëtisch spel van het woord, de absurde werkelijkheid en de magie van het universum zijn niet onze sterkste kant. We geven de voorkeur aan het verstandelijke, het logische en de letterlijkheid van het woord. We zijn eerder moralistisch dan magisch ingesteld. We hebben een schuld en afrekencultuur die ons protestantse verleden verraadt. Een verleden dat bestaat uit handel en scheepvaart, uit winst en verlies. Daarmee wil niet gezegd zijn dat er helemaal geen poëzie zou bestaan. Zo erg is het nu ook weer niet al dacht een Franstalige Brusselse van wel.

Tijdens onze gesprekken valt me het te binnen dat ik een schrijver/tekenaar ken  die ons een poëtische en zelfs magische spiegel voorhoudt en dat is Maarten Toonder met zijn verhalen over de avonturen van ene Olievier B. Bommel en zijn vriend Tom Poes. 

Toonder’s taalgebruik is lenig, poëtisch, magisch en realistisch tegelijk. De verhalen spelen zich af in een menselijke dierenwereld. De hoofdpersonen zijn geen mensen maar dieren die zich gedragen als mensen. Daarmee borduurt Maarten Toonder voort op een van de oudste bekende Nederlandse verhalen (ca.1260), de verhalen van Reinaert de Vos.

“De Reinaert van ‘Willem die Madocke maecte’, is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een spiegel voorgehouden krijgt. Je zou het van een dierenverhaal misschien niet zo snel verwachten, maar Van den vos Reynaerde kan gerust het hoogtepunt van de Middelnederlandse literatuur genoemd worden. Het is een satire op de middeleeuwse samenleving, waarin de auteur niet alleen de verschillende standen (geestelijkheid, adel, boeren), maar ook de middeleeuwse literatuur zelf (zoals de ridderliteratuur) op de hak neemt. (Van den vos Reynaerde Willem (die Madocke maecte), ca 1260.)

De verhalen van Toonder zijn vernoemd naar twee hoofdfiguren, de beer Olivier B. Bommel en de poes - hoe kan het anders? - Tom Poes. Bommel is een goed bedoelende maar omhoog gevallen burger dankzij het door zijn vader verdiende geld. Hij woont in een namaak kasteel vol met portretten en borstbeelden van hemzelf. Hij bootst de hoge adel na tot ergernis van de haan Markies de Canteclaer, in goed Nederlands Kant-en-Klaar, die wel in een voorvaderlijk kasteel woont. 

Bommel en Canteclaer wonen nabij het stadje Rommeldam. Het stadsleven aldaar is het spiegelbeeld van het leven in een doorsnee stad in Nederland met zijn gewichtige burgemeester, zijn kordate commissaris ter handhaving van de orde, een kleine Club van welgestelden, enkele middenstanders, wetenschappers, een journalist met krant en zelfs twee boeven.

Dankzij zijn goede vader speelt voor Bommel geld geen rol zodat hij zich de luxe kan veroorloven op avontuur te trekken om de verveling te verdrijven en meteen ook ten strijde te trekken tegen onrecht binnen en buiten Rommeldam. Deze missie brengt hem in de meest vreemde, soms benarde avonturen zodat zijn vriend Tom Poes, het slimme ventje, hem uit de penarie moet redden. 

Maar zoals te verwachten pakken de goede bedoelingen van Bommel bijna altijd verkeerd uit omdat hij als buitenstaander niet echt begrijpt hoe de vork in de steel zit, zeker niet als het gaat om verdwaalde vreemdelingen in vreemde verre landen. Bommel is wat dat betreft een ontwikkelingswerker avant la lettre.


vrijdag 18 november 2022

4. TERUG NAAR NIJMEGEN. BANANEN BOOT

 

 

Bovenstaande foto van een sjouwer met trossen bananen is niet in Colombia gemaakt maar jaren later (1979)  in het centrum van de hoofdstad San José van Costa Rica. Bananen zijn voor een groot aantal landen in de Caraïben een belangrijk exportartikel.

De koers van het schip is nog steeds niet richting Amsterdam. We varen in tegengestelde richting, westwaarts naar het havenstadje Turbo vlak onder Panama. We komen in de nacht aan. De haven komt bij binnenvaren direct tot leven. In de diepe duisternis duiken links en rechts lichten op en in een mum van tijd zie ik in het schijnsel van lampen mannen oplichten bezig aan een lopende band waarop dozen met bananen die naar het ruim worden gevoerd. Dat gaat zo de hele nacht door. 

Ik kijk er naar zoals je naar een film kijkt. Je bent er bij en toch niet. Ik zit als toeschouwer in een scène uit de romantische Banana-boat song van Harry Belafonte: daylight come and we want to go home, day-o, the day-oh, the day o. De melancholie van het lied overvalt me. Het is een heimwee naar iets wat ik niet ken en vermoedelijk ook nooit zal kennen. Een heimwee naar een thuis dat tegelijk nergens is en overal. Het is de romantiek van een verlangen naar eeuwigheid die zo besef ik maar al te goed nooit verder zal komen dan dat verlangen. Het is een vergeefse zoektocht die je toch moet maken.

Hoe romantisch de scènes in het licht van de schijnwerpers op het schip ook zijn, de banaan is voor Colombia allesbehalve romantiek. Het is een exportproduct dat opgeëist wordt door buitenlandse, vooral Noord Amerikaanse bananenplantages. In het boek "Honderd jaar eenzaamheid" van Colombia's beroemdste schrijver Gabriel Garcia Marquez  komt een passage over een staking op een banenplantage voor. De staking wordt in het bloed van de stakers gesmoord.

In het boek is het niet meer dan een voetnoot in de honderdjarige geschiedenis van het dorp Macondo dat ergens ver weg in de jungle ligt, ver van de beschaving en toch dichtbij genoeg om er door beïnvloed te worden. In dat dorp heerst het geslacht der Buendia's dat op zich niet goed of slecht is. Het zijn mensen die zoals wij zelf  in een wereld zijn die ze maar half begrijpen of eigenlijk helemaal niet.  

Is het dorp Macondo een metafoor voor Colombia of misschien wel voor de wereld, voor ons allemaal? Leven we niet allemaal, geen enkeling uitgezonderd, in een dorp als Macondo dat ondanks misdragingen, misvattingen en liefdeloosheid stand houdt? Dat zou zo maar kunnen, want wie weet nu eigenlijk de weg in de wereld, waar die naar toe gaat en wat de bedoeling van dit alles is? Niemand toch.

De volgende ochtend zijn de lichten uit, ligt de lopende band stil  en staan de kranen zwijgend toe te kijken. De buik van het schip ligt vol met bananen. Tijd om naar huis te gaan om de bananen daar op de kade in Amsterdam uit te spuwen. Al eeuwen lang spuwen schepen hun lading of hun buit uit op de kades van Amsterdam. De stad is gebouwd op de opbrengst van de jacht overzee. Amsterdam is een oude Wereldstad die overal ter wereld datgene binnenhaalt waar het aan kan verdienen. 

Aan tafel tijdens de lunch, legt de kapitein ons het hoe en wat uit van bananentransport. Als leek denk je dat het simpelweg een kwestie is van bananen plukken, de boot in en hup naar de supermarkt. In de praktijk moeten de bananen net voordat ze rijp zijn, geplukt worden. Dat komt nauw. Wat ook nauw komt is dat tijdens het vervoer overzee de temperatuur in het bananenruim zo wordt gehouden, dat ze niet te hard rijpen want dan komen ze overrijp aan in de supermarkt. Dat kan wel eens mis gaan wat verlies betekent voor de exporteur en de rederij. Maar bananenexport is en blijft winstgevend. 

(wordt vervolgd)

vrijdag 18 april 2014

HONDERD JAAR EENZAAMHEID EN HET LABYRINT VAN DE EENZAAMHEID (ter nagedachtenis aan Gabriel Garcia Marquez)

Van links naar rechts: Gabriel garcia Marquez, Octavio Paz en Mario Vargas Llosa

Voor zover ik weet zijn er twee Latijns Amerikaanse boeken waarin het woord eenzaamheid voorkomt in de titel: 'Honderd jaar eenzaamheid' van de zojuist overleden Colombiaanse schrijver en journalist Gabriel Garcia Marquez (1927 -2014) en 'Het labyrint van de eenzaamheid' van de Mexicaanse dichter en essayist Octavio Paz (1914-1998). 'Het labyrint van de eenzaamheid' verscheen in 1950. 'Honderd jaar eenzaamheid' in 1967. Tussen beide schrijvers zit bijna een generatie verschil. Beide schrijvers hebben de Nobelprijs voor de litteratuur gekregen: Gabriel Marquez al in 1982, Octavio Paz pas in 1990.

Marquez is met zijn fantastische vertellingen en heldere, journalistieke stijl voor veel meer lezers toegankelijk dan Paz met zijn gedichten en essays over Mexico en kunst. Beide hadden meer dan gemiddeld belangstelling voor politiek. Paz was zelfs ooit ambassadeur van zijn land maar bedankte in 1968, een internationaal jaar van studentenopstanden, voor de eer na het bloedbad onder protesterende studenten op Plaza Tlatelolco in Mexicostad. Dat was een jaar nadat 'Honderd jaar eenzaamheid' was verschenen. Tien dagen na het bloedbad vonden de Olympische Spelen in Mexico plaats. Ook toen al werd de prijs voor rustige Olympische Spelen met onderdrukking en zelfs bloed betaalt. Dat zou de sporters en het Olympisch Comitee toch eens tot nadenken moeten brengen.

Latijns Amerika heeft sinds de onafhankelijkheid tientallen revoluties en even zoveel revolutionairen meegemaakt. Ook zij bepalen mee de identiteit van dat continent. Hierboven een foto van de twee Mexicaanse revolutionairen Emiliano Zapata (links) en Pancho Villa (rechts) met hun vrouwen.(Foto:Augustin Casasola, Mexico)

Marquez gebruikte later zijn vriendschap met Fidel Castro, ontstaan in de tijd dat hij op Cuba woonde om verslag te doen van de Revolutie (1959), om Cubaanse politieke gevangenen vrij te krijgen. Ondanks dat Cuba onder Castro een communistische dictatuur werd, nam Marquez nooit afstand van Castro's Cuba. Je ziet dat vaker onder intellectuelen in Latijns Amerika. Ze kiezen niet onvoorwaardelijk voor democratie en mensenrechten maar blijven hangen tussen de romantiek van de Revolutie en hun anti-Amerikanisme.

Paz is op dit punt duidelijker. Hij koos zonder reserves voor de democratie net als later de Peruaanse schrijver Vargas Llosa, eveneens winnaar van de Nobelprijs voor de litteratuur (2010). Vargas Llosa werd daarvoor met hoon overladen door links Latijns Amerika wat nog versterkt werd toen hij een gooi deed naar het presidentschap van zijn land. Dat is treurig want Vargas Llosa is net zo'n goede verteller van fantastische verhalen als Marquez. Paz, Marquez en Vargas Llosa hebben met hun verhalen er toe bijgedragen dat de Latijns Amerikaanse cultuur een eigen gezicht en identiteit kreeg. Door hen is Latijns Amerika niet langer meer een afgeleide van Europa en zijn voormalige koloniale moederlanden en ook niet van de VS.

Het grootste deel van de Latijns Amerikaanse bevolking stamt af van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, de  blanke kolonisten en de negerslaven. Hierboven een antieke ingekleurde studiofoto uit Mexico.

Ik vermoed dat het woord eenzaamheid in hun beider beroemdste boeken precies dat betekent. Wij Mexicanen, wij Colombianen, wij Latijns Amerikanen zullen het alleen moeten doen. Er is niemand anders die ons kan helpen om op ons continent onszelf te worden en te zijn, te leven en te overleven. We zullen zelf het wiel moeten uitvinden: politiek, sociaal en economisch. In het boek 'Honderd jaar eenzaamheid' lezen we dat de stamvader van de Buendia's ontdekt dat de wereld rond is. Het is net als de uitvinding van het ijs een metafoor voor de ontdekking van het eigen land, de eigen cultuur en identiteit. Het familie epos over honderd jaar eenzaamheid is de vertelling van de ontdekking van het eigene: de wetten van de wereld, de revolutie, de politiek, het landverraad, de wellust en de toekomst


Paz is daar aan het begin van zijn 'Labyrint van de eenzaamheid' ondanks zijn dichterlijke taal of juist misschien wel dank zij, het duidelijkst over. Zijn metafoor is dichterlijk, die van de jongere die zichzelf en de wereld ontdekt: “de ontdekking van onszelf manifesteert zich in het besef dat we alleen zijn;tussen de wereld en onszelf vertoont zich een ongrijpbare, doorzichtige muur; die van ons bewustzijn. Zeker, als we net zijn geboren voelen we ons alleen; maar kinderen en volwassenen kunnen hun eenzaamheid overstijgen en zichzelf door spel of arbeid vergeten. Maar de jongeren, hangend tussen kindertijd en jeugd, blijft voor een moment versteld staan voor de oneindige rijkdom van de wereld. De jongere staat verbaasd over zijn bestaan. Na de verbazing volgt de overdenking: gebogen over de rivier van zijn bewustzijn vraagt hij zich af of dit gezicht, dat langzaam verschijnt op de bodem, misvormd door het water, het zijne is. Het unieke zijn -pure sensatie bij het kind- verandert in een probleem en vraag, in vragend bewustzijn. Bij de volkeren die bevangen zijn door hun groei gebeurt ongeveer hetzelfde. Hun bestaan manifesteert zich als een vraag: wie zijn we en hoe worden we wie we zijn?” (Octavio paz, El laberinto de la soledad', 1959 Fondo de Cultura Economica, blz.9)