vrijdag 24 april 2026

85. MEXICAANSE VERTELLINGEN. NAAIATELIER

Na hun ontslag uit de textielfabriek zijn vier vrouwen een naaiatelier begonnen in de vorm van een coöperatie. Hun voormalige vakbond helpt hen de zaak op poten te zetten. Mexico-stad 1980. 

Julia is gestopt met werken sinds ze zwanger is. De dagelijkse reis naar het naaiatelier is een te grote belasting geworden. Die begint met een wandeling naar de avenida waar ze met een beetje geluk niet te lang op een bus hoeft te wachten. Na een reis van drie kwartier, de bus stopt om de haverklap om passagiers langs de kant van de weg op te pikken, moet ze nog eens twintig minuten lopen. 


Al met al kost het haar dagelijks ruim een uur reizen om op haar werk te komen. Heen en weer is ze twee uur onderweg en dan hebben we het nog niet over de lange werkdag in het atelier. Dat is trouwens een veel te mooi woord voor het simpele bakstenen hok, niet veel meer dan een groot uitgevallen  garage, met veel te kleine ramen. 


Het is dat haar 4 collega’s min of meer vriendinnen zijn anders zou ze het niet vol kunnen houden. Ze zijn het atelier nu alweer een jaar geleden samen begonnen als een coöperatie toen de textielfabriek waar ze werkten, failliet ging. Met hulp van de bedrijfsbond hebben ze toen zelf maar een naaiatelier opgezet, zodat ze toch nog wat verdienen. Voorlopig moet de coöperatie het zonder haar doen.


Diego moet nu de kost voor hun beiden verdienen. Hij maakt nog altijd muurschilderingen maar dan op de muren van winkels, hotels en restaurants. Sinds David met zijn muurschilderingen in Amerika aan de slag is gegaan, zat er voor Diego niks anders op dan reclameschilder te worden.


Een tijd lang heeft hij nog geprobeerd kunstschilder te zijn. In zijn spaarzame tijd schildert hij scènes van armoede, gebrek, eenzaamheid en slecht betaalde arbeid. Het zijn schilderijen van mededogen met zijn medemens maar wie koopt er mededogen? De meeste mensen hebben de handen vol aan zichzelf? 


Portretten zou nog iets kunnen zijn maar de mensen die hij doorgaans ontmoet, zitten daar niet om verlegen. Als die al een portret van zichzelf zouden willen hebben, gaan ze naar de fotograaf. Dat is sneller en goedkoper. Zijn schilderijen staan nu in een hoek van de slaapkamer onder stof weg te kwijnen. 


De herinneringen aan de tijd dat ze beiden geloofden in een avontuurlijke toekomst waarin Diego een beroemde kunstenaar zou worden, worden verdrongen door dagelijkse beslommeringen. Dat stemt Julia droevig en soms opstandig, maar wat kan ze doen?


Ze vraagt zich af hoe het komt dat terwijl hun vrienden David en Frida zoveel succes hebben, het haar Diego maar niet lukt om als kunstenaar ook succes te hebben en beroemd te worden? Wat kan David, wat Diego niet kan? 


Is het gebrek aan talent? Heeft hij een geen sociale vaardigheden om een netwerk van mensen in de kunstwereld, galeriehouders en kunstminnaars op te bouwen? Ontbreekt het hem aan ondernemerszin of heeft hij nooit echt geloofd in zijn schilderkunst?  


Misschien is het wel dat laatste. Per slot van rekening is kunstschilder niet zo maar een ambacht zoals timmerman, loodgieter of metselaar en zelfs die moeten hun werk met een zekere mate van toewijding doen. Het ambacht van kunstschilder is op zichzelf, puur technisch gezien, niet zo moeilijk. Het moeilijkste is de toewijding, de liefde, de overgave of de ziel en dat heb je of heb je niet. Misschien is het een beetje van dat alles met ook nog eens een gebrek aan ambitie.


Hoe vaker ze hem ’s avonds laat thuis ziet komen, moe en teneergeslagen, hoe meer ze begint te beseffen dat Diego hoe dan ook geen ambities heeft, niet om een groot kunstschilder te worden en zeker niet om beroemd en rijk te worden terwijl dat toch ook een belangrijk deel was van haar droom met Diego.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten