Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

donderdag 8 oktober 2026

THEO VAN DOESBURG: WEG MET KANDINSKY

 

Theo Van Doesburg (1883-1931), schilder, kunsttheoreticus en hoofdredacteur van het kunsttijdschrift De Stijl

Volgens een collega kunstschilder is abstracte schilderkunst vereenvoudigde figuratieve kunst. De figuur, de werkelijkheid blijft het punt van vertrek. Het werk van Picasso illustreert deze zwerftocht tussen realisme en abstractie of verbeelding. Hij vereenvoudigt  figuren, portretten, stillevens en landschappen maar ze blijven herkenbaar vanuit de werkelijkheid. Zelfs in zijn kubistische schilderijen waarin hij het het perspectief los laat, blijf je de werkelijkheid herkennen.


Bij Piet Mondriaan zien we dezelfde ontwikkeling maar hij gaat stappen verder dan Picasso. Uiteindelijk is er in zijn schilderijen niks meer van realiteit te herkennen. De fysieke werkelijkheid is verdwenen. Daarvoor in de plaats komt een puur geestelijke voorstelling of beelding.


Mondriaan zelf heeft zijn weg van figuratief naar volledige abstractie of geestelijke beelding toegelicht en uitgelegd in soms moeilijke teksten. Iemand die nog meer ijverde dan Mondriaan om de nieuwe -abstracte - beelding uit te leggen en als de schilderkunst van de toekomst aan de man te brengen was de kunstschilder, kunsttheoreticus Theo van Doesburg (1883-1931). 


Voor dat doel gebruikte hij vooral het tijdschrift “De Stijl” waarin niet alleen hijzelf maar vele andere kunstschilders waaronder ook Mondriaan schreven over wat zij  “de nieuwe Beelding” noemden.


Terwijl Picasso bleef vasthouden aan figuratie, de zichtbare, waarneembare werkelijkheid, maakten Mondriaan, van Doesburg, van der Leck en anderen de overstap naar volledige abstracte beelding.


Je zou denken dat de abstracten allemaal dezelfde opvattingen hadden over hun schilderkunst. Niets is minder waard. Mondriaan bijvoorbeeld hield bijvoorbeeld strikt vast aan abstractie op basis van rechte lijnen. Diagonale lijnen waren uit de boze. Van Doesburg had daar dan weer geen moeite mee.


Waar Doesburg wel moeite mee had, was het abstracte expressionisme van de Rus schilder Kandinsky. Volgens van Doesburg mag een schilderij aan geen enkele voorstelling (uit de werkelijkheid) gebonden zijn, ook niet uit die welke voortkomen uit de expressionistische richting “dat een schilderij de onmiddellijke uitdrukking, door kleur en lijnsensatie van onze gevoelens moet zijn”  verwerpt hij als een ‘modefrase’. 


Volgens Doesburg is het scheppen geen spontane uiting van onze gevoeligheid, “zoals dat wel eens gedacht is door de impressionisten en later tot dogma is gemaakt door de expressionisten. Elke spontane daad is het gevolg van onze lijdelijke natuurlijkheid en moet altijd op een teleurstelling uitlopen.” (Theo van Doesburg, “Van “natuur” tot “kompositie”, aanteekeningen bij de ontwikkeling van een abstracte schilderij”, verschenen in De Hollandsche Revue/jaargang 24, Nummer 8, 1919.)


Zou van Doesburg beseft hebben dat de schilderkunst na hem zich veel meer in expressionistisch richting heeft ontwikkeld? Tegenwoordig kun je geen kunstwerk bekijken en bespreken zonder er gevoelens bij te betrekken. Eigentijdse kunstenaars benadrukken nogal eens dat ze hun werk puur op gevoel maken. Een verwijzing naar geest (ratio) hoor je tegenwoordig eigenlijk nooit.  Ratio lijkt in de kunst 'not done'.


woensdag 19 augustus 2026

NATUUR VOLGENS DE VOLKSKRANT

 


Dit plaatje met tekst stond dus in de Volkskrant. Toen ik het plaatje zag, dacht ik als ik in de stad zou wonen tussen al die stenen, beton, verkeersdrukte zou ik ook ieder bloempje en grassprietje natuur noemen. Je moet toch wat. En dan ook nog eens natuur zonder bestrijdingsmiddelen.


De boodschap van de VK is duidelijk. Stadse natuur is echte natuur, natuur op het platteland deugt niet. Toch fiets ik liever op het platteland. Rara hoe kan dat? 



dinsdag 14 juli 2026

AFSCHEID VAN JAN


Alfheim door de ogen van Jan gezien en geschilderd.


We hebben onlangs op een woensdag afscheid genomen van vriend Jan. Hij lag in een eenvoudige houten kist die midden tussen ons in stond. We stonden en zaten er omheen aan ronde tafels en vertelden elkaar wie Jan was, hoe lang we hem kenden en hoezeer we hem zouden missen. Het ophalen van herinneringen aan Jan was begonnen.


Wij hebben veel herinneringen aan Jan, al vanaf onze studententijd in de jaren zeventig. We kenden elkaar dus ongeveer 60 jaar, zeg gerust bijna een mensenleven lang. Hij was een van onze beste vrienden. Er gingen jaren voorbij dat we elkaar niet zagen. Dat lag meer aan ons dan aan hem. Wij woonden ver weg, te ver om regelmatig te bezoeken.


Gelukkig konden we elkaar schrijven. Niks bijzonders, over het leven van alle dag en wat Jan betreft was dat over zijn werk werk als leraar, wat hem steeds minder begon te bevallen vanwege al het gedoe uit Den Haag, en zijn  niet aflatende werk aan zijn huis.


Dat was zijn echte werk want hoewel Jan veel tijd en energie in zijn werk op scholen stak, was hij op de eerste plaats een kunstenaar, een kunstenaar in de breedste zin van het woord. Dat wil zeggen een levenskunstenaar met een artistieke ziel.


Dat Jan een artistieke ziel had, wist hij al jong. Hij wilde na de middelbare school naar de kunstacademie. Maar dat was in die jaren geen optie. Met kunst kun je nog geen droog brood verdienen (en hoe waar is dat!) en dus werd hij bioloog vanwege zijn andere liefde, de natuur. 


De laatste jaren van zijn leven zou hij toch nog gaan schilderen met als thema's zijn eeuwige liefde, zijn vrouw Mar, zijn jeugd en zijn Alfheim, het door hemzelf gebouwde kunstwerk tevens woning.


Als bioloog zocht hij naar de mogelijkheid om in gemeenschap met de natuur te leven, samen met zijn gezin. Daarvoor had hij meer land nodig dan hij in Maastricht, zijn geboorteplaats kon kopen. Zodoende kwam hij terecht in Friesland op een voor Nederlandse begrippen afgelegen plek in een landarbeiderswoning.


Uiteindelijk bleek het niet mogelijk om met zijn gezin zijn project door te zetten. Geen punt, hij maakte van zijn huis en zijn land een nieuw project, een kunstproject wel te verstaan. Onderwijl verdienden hij en zijn Marjo, een bij elkaar passend stel zoals sterren en hemel, de kost met werken op scholen.


Wij, zijn vrienden, zagen de kleine bijna armzalige landarbeiderswoning langzaam veranderen in een klein kasteel. Het begon met de aanbouw van een heuse toren, een korte stoere toren. Tegelijk werden keuken en badkamer vernieuwd. Zo verenigde hij het praktische met het artistieke.


Daarna bouwde hij aan de zijkant van het huis een gesloten kloostergang met als vloer kloostermoppen en ramen van een gesloopt klooster. Daarin kwam een salon met gemakkelijke stoelen te staan, enorme boekenkasten en een TV. Jan las veel, hij was nieuwsgierig naar van alles en nog wat. 


Bijna alles in en aan het huis werd door hemzelf gemaakt van sloopmaterialen die hij links en rechts opduikelde op zijn zwerftochten door Friesland. Na de kloostergang volgde de slaapkamer die in een soort Venetiaanse stijl werd gebouwd en vervolgens in de verf gezet en ingericht. Daarna volgde de grote woonkamer in het midden van het huis in een negentiende eeuwse stijl gecombineerd met pilaren en een schouw.


Het huis werd een weerspiegeling van zijn melancholische, romantische ziel uit vroegere tijden met als accent de vergankelijkheid van mens en natuur. Jan leefde vanuit het mystieke besef dat we niet veel meer zijn dan een stofje in het heelal. De hoogmoed van het weten en beheersen was hem vreemd. Hij was een bescheiden maar vrij mens.


Hij aanvaarde zijn lot zoals het op hem afkwam en dat was niet altijd gemakkelijk. Toen hij vijf jaar was kreeg hij kinderverlamming, in zijn tienertijd een levensbedreigende buikvliesontsteking en later voortdurend heftige aanvallen van migraine waardoor hij soms dagen in het donker op bed moest blijven liggen. Toch klaagde Jan nooit want pijn hoort bij het leven, zo vond hij.


Intussen was hij de natuur niet vergeten. Integendeel, hij plantte een heel bos. Het werd een romantisch bos waarin men zich even alleen kan wanen. Waar je even aan een kleine natuurlijke vijver kunt uitrusten en genieten van de vogels en de rijkdom aan bomen. Jan kende elke boom van naam en wist uit te leggen waarom hij die daar geplant had.


Zo veranderde de landarbeiderswoning in een klein kunstzinnig lustoord uit een romantisch verleden omringd door tuinen en een groot bos met verrassende plekken en uitzichten. Jan schiep zich samen met zijn Marjo een eigen wereld waarin hij zich thuis voelde totdat hij afscheid moest nemen.


Zijn geheugen begon hem in de steek te laten. Niet veel later volgde de diagnose alzheimer. Langzaam maar zeker ontglipte hem de wereld, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn familie en vrienden. Hij aanvaarde ook dat lot en nam afscheid van het leven met dezelfde vrijheid en moed waarmee hij geleefd had. Jan is niet meer op deze wereld maar nog wel in onze harten. 

woensdag 24 september 2025

VERMEER EN MONDRIAAN VERENIGD IN EEN SCHILDERIJ

petrus, Melkmeisje met Compositie in rood, geel en blauw, acryl op papier (45,5 x 41 cm)


Johannes Vermeer en Piet Mondriaan zijn twee meesters die meer met elkaar gemeen hebben dan je op het eerste gezicht denkt. Beiden zijn ze meesters van kleuren en van verstilling. De verstilling van Vermeer is een verstilling in de beweging van mensen in een ruimte, zoals de gestolde beweging van het melkmeisje.


Bij Mondriaan zie je helemaal geen mensen en ook geen ruimte. Zijn verstilling bestaat enkel uit kleurvlakken en lijnen in een plat vlak binnen het kader van het schilderij. Je zou kunnen zeggen dat Mondriaan tot op zekere hoogte een ver doorgedreven abstractie is van Vermeer 


Er is meer verwantschap tussen de twee. Het kleurenpalet van Vermeer - rood, blauw, geel, wit en zwart - sluit aan bij dat van Mondriaan. Tot op zekere hoogte, want Vermeer schilderde naar de  werkelijkheid. In zijn tijd pretendeerde een schilderij een afbeelding van de werkelijkheid (de objectieve werkelijkheid) te zijn, gezien door de ogen van de schilder, dat is zijn subjectieve beleving van die werkelijkheid.


De dialectiek van objectiviteit en subjectiviteit zit in elk schilderij, in elk door mensen gemaakt beeld of het nu een naar de werkelijkheid geschilderd beeld is van Vermeer of een abstract beeld geschilderd door Mondriaan.


Analyseren we dit fenomeen verder dan komen we bij de vraag wat de bron is van het schilderij is. Is dat de objectieve werkelijkheid (de natuur) of is het de geest (het subjectieve)?


Hoe Vermeer en tijdgenoten daarover precies dachten, weten we niet. We hebben alleen hun schilderijen als getuigen van hun kijk op de wereld en de schilderkunst. Vermeer en zijn tijdgenoten schilderden zo goed mogelijk de illusie van de werkelijkheid, de werkelijkheid zoals zij die zien. Hun subjectieve, eigen kijk op de wereld -hun geestelijke wereld - komt tot uiting in hun stijl. Vermeer legt het accent op de verstilde beweging. 


Mondriaan nu, schildert puur geestelijk. De zichtbare werkelijkheid doet er niet toe, behalve dan die van olieverf en doek. Een minimum aan middelen om zijn geestelijke wereld uit te drukken. 


Over het hoe en wat van zijn geestelijke wereld, heeft hij de verhandeling  “De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst” geschreven. (Verschenen in tijdschrift “De Stijl” 1917-1920). Ze zijn boeiend maar het kost enige moeite om ze tot je te nemen. Per slot van rekening is het onder woorden brengen van wat je als schilder precies doet moeilijk. Bovendien is hij meer schilder dan schrijver. 


Voor Mondriaan is de toekomst in de schilderkunst de abstracte schilderkunst. In de toekomst zullen objectiviteit en subjectiviteit met elkaar samenvallen, zich verenigen tot een wereld. De abstractie kunst is de enige manier om dat te vatten. Mondriaan meent nu dat hij met zijn schilderkunst op de eeuwige balans of harmonie tussen mens en natuur, vooruit loopt.  Hij beschouwt zich als een boodschapper van de toekomst.


“De groei van het natuurlijke tot het abstracte doet den Mensch het natuurlijke wel anders zien, het doet wel (onbewust) het individuele erin negeren maar het doet niet het natuurlijke negeeren. Al doet het de meest uiterlijke verschijning van het natuurlijke in de Beelding te niet, het natuurlijke blijft voor den Mensch juist dàtgene, waardoor het universeele levend in hem wordt.” (Paragraaf VIII. Van het natuurlijke tot het abstracte, d.i. van het onbepaalde tot het bepaalde)


We lezen dat bij Mondriaan het natuurlijke, de werkelijkheid tijdens onze bevrijding de bemiddelaar blijft om van het individuele (subjectieve) naar het universele (objectieve) te komen.


De toekomstige mens zal de dingen in hun geheel zien en aanvaardt het leven in zijn geheel: “juist hierdoor ziet hij natuur en geest, wereld en geloof, kunst en godsdienst -mensch en god, als eenheid.” 

Mondriaan sluit met deze gedachte aan bij het onder 19e eeuwse filosofen levende idee van de dialectiek maar dan zonder te vervallen in het materialisme van Marx en Hegel. 


Ik ben op die eenheid, die Mondriaan verkondigt, op een praktische manier vooruit gelopen door een schilderij van Vermeer gedeeltelijk te abstraheren met de nadruk op kleur en verstilling en vervolgens te verenigen met een schilderij van Mondriaan bestaande uit enkele kleurvlakken en lijnen. 

dinsdag 11 februari 2025

EN DE BOER, HIJ KAN OPROTTEN

 


Ik volg de debatten over de boeren met grote verbazing. De manier waarop sommige voornamelijke linkse mensen menen Caroline van der Plas van de BBB weg te moeten zetten, is beneden peil. Het gemak waarmee zij een groot deel van de boerenstand opzij zetten, is verbijsterend. 


Terwijl de boeren, die met hun tractoren protesteerden tot behoud van hun werk en inkomen voor de rechter worden gesleept, worden de welgestelde middenklasse demonstranten van Extinction Rebellion welwillend behandeld door media en rechters. Klassenjustitie heette dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw.


Het oordeel van stad en wetenschap is duidelijk. De boer heeft zijn tijd gehad, We willen wat anders. Nu is Nederland altijd al een land geweest dat zich gemakkelijk van zijn verleden ontdoet . Weg ermee, leve de vooruitgang en het moderne,is het algemeen gevoelen. Dat is tot op zekere hoogte normaal, de toekomst is altijd beter dan het verleden, zeker als het gaat om een nieuwe generatie. Die willen het wiel opnieuw uitvinden tot ze zelf door de volgende generatie aan de kant worden gezet. 


De grootste angst in Nederland is voor conservatief of ouderwets te worden versleten.Dat zie je in andere landen ook wel, maar minder. Daar probeert men een zekere balans te houden tussen het oude en nieuwe. 


Zo wordt in veel landen gestreefd naar het behoud van dorpen met de boerenstand, desnoods tegen de stroming van de vernieuwing en moderniteit in. Het dorp wordt er gezien als leefruimte, als een achterland waar je op adem kunt komen, van natuur en rust kunt genieten.


Hier worden dorpen gezien als achterblijvers of achterlijk, als een sta in de weg voor de vooruitgang. In het maakbare Nederland worden dorpen langs de meetlat van de efficiency en de planmatigheid gelegd. Past het dorp niet, jammer dan voor het dorp. Het wordt opgenomen in de stad en anders weg gepest.


Dat heeft te maken met Nederland als een selfmade land. Nederland is een uit water en klei gemaakt land. Dat heeft de Nederlanders voorgoed wijs gemaakt dat het hele land maakbaar is met de mensen erbij. God schiep de wereld, Nederlanders Nederland.


De natuur, het water vooral, was onze natuurlijke vijand: rivieren indijken, zoveel mogelijk land droog leggen. Nu Nederland verstedelijkt wordt de natuur ontdekt als bron van alle leven. Het land moet nu met grote vaart aan het nieuwe natuur concept aangepast worden: terug naar de natuur, behoud van diversiteit in de natuur, rewilding met wolven, bevers en oerossen. Het mankeert er nog maar aan dat dijken doorgestoken worden, kanalen dicht gegooid en polders weer onder water worden gezet. 


Dat kan natuurlijk niet, maar minder boeren en meer natuur kan wel. Er moet meer grond voor natuur komen, er mag niks meer worden drooggelegd, stukken zee moeten tot in de eeuwigheid onveranderd blijven enz. In feite is dit een maskerade om meer recreatie te bieden aan de stedelijke natuurliefhebbers. Die willen in hun vrije tijd in de natuur zijn. 


En de boer die hebben we niet meer nodig. Die kan oprotten met zijn dieronvriendelijke veehouderij, zijn insecticiden, zijn mest, stikstof, stank en tot overmaat van ramp ziekte overdragende activiteiten. 


Het zal er op uitdraaien dat Nederland verder verstedelijkt met her en der verspreid recreatieve natuurparken. Natuurmonumenten staat klaar om zich over de natuur te ontfermen en als verdienmodel in te zetten voor de van de natuur vervreemde stadsmensen.

vrijdag 13 december 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 17. TUSSEN DORP EN STAD

 

Op het platteland is men er van doordrongen hoe diep het leven van de mensen is verbonden met de natuur. De natuur bepaalt wanneer er een tijd van zaaien is en wanneer een tijd van oogsten. (Foto:Petrus)

Als voormalig revolutionair is Diego zich bewust van zijn geschiedenis en die van zijn land. De revolutie heeft zijn levenslot, zijn bestaan en zijn denken over het leven veranderd maar of het ook een verbetering is, is nog maar de vraag. 


Zijn land lijkt reddeloos verloren in een strijd om macht terwijl hij zelf moet zien te overleven in de stad en overleven in een stad is heel wat anders dan in het dorp waar je geboren en getogen bent.


Gelukkig heeft hij David ontmoet. Niet alleen kent hij Mexico-stad maar ook de rest van de wereld of tenminste Frankrijk. Sinds zijn kunstreis naar Parijs weet David meer van de wereld dan wie ook in zijn naaste omgeving. David is een kosmopoliet die je niks meer wijs maakt over het leven, de mensen en de wereld. Daarom is David meer dan een vriend. Hij is zijn gids die hem door de onrust en onwetendheid in zijn land leidt. 


Ook David had gehoopt dat de revolutie zijn land zou bevrijden van de onderdrukking, de uitbuiting en vooral van de onwetendheid. Op het uitgestrekte platteland beseft men vaak niet eens dan men inwoner is van een immens groot land, dat het een eigen geschiedenis heeft, een geschiedenis van veroveringen en strijd, van vergane steden en talen en de grootste verovering van allemaal, die van de Spanjaarden.


Maar daar vergist hij zich in, vindt Diego. Goed, de mensen in zijn dorp kennen de geschiedenis van hun land niet en zeker de wereld niet zoals David die kent. Ze zijn nooit in een stad geweest, nu ja, misschien in een kleine provinciestad, maar een stad zo groot als Mexico-stad kennen ze niet uit eigen ervaring. Hooguit van horen zeggen. Bij de stad Parijs kunnen ze zich al helemaal niets voorstellen net zo min als van het bijbehorende land Frankrijk. 


De schilderkunst, de kunst waar David voor naar Parijs is geweest, is in zijn dorp ook zo goed als onbekend. Dorpelingen hebben heel andere zorgen aan hun hoofd dan een schilderij aan de muur. Maar dat wil niet zeggen dat ze helemaal geen weet hebben van het leven, van de aard van de mensen en het lot van de mensheid. Als dorpelingen ergens diep van doordrongen zijn, is dat hun lot en dat van alle mensen verbonden is met dat van de natuur.


Kom daar bij stadsmensen eens om. Die denken dat ze de natuur aan kunnen, niet met hulp van de goden, die hebben ze afgeschaft, maar zijzelf met hun kennis en inzichten. Die brutaliteit, te geloven dat je alles zelf in de hand hebt van het het wieg tot het graf, verbaast Diego dagelijks. Hoe kunnen mensen denken dat ze zelf goden zijn, zo vraagt hij zich soms vertwijfeld af. De ellende en misère van elke dag is toch genoeg om die overmoed te logenstraffen? 


Daar is David het niet met Diego eens. Nu ja, er is veel ellende en leed en de revolutie heeft tot nu toe niks opgeleverd, al was het maar dat er een einde zou worden gemaakt aan Mexico als het land van veroveraars en veroverden. Dat stedelingen en dorpelingen voortaan allemaal Mexicanen zouden zijn, dat zij die afstammen van de oude culturen zich verzoenen met zij die afstammen van de Spaanse cultuur. 


Dat zelfs het tegendeel gebeurt, dat generaals met hun politieke adviseurs  vastlopen in de doolhof van de macht en hun eigen machtswellust. Onmachtig om zich daaruit te bevrijden loopt de revolutie dood. In plaats van een nieuw Mexico waarin plaats is voor alle Mexicanen komt een nieuwe mythe met nieuwe namen, maar blijft alles verder bij het oude. Mexico wordt niet opnieuw geboren en toch, toch moet dat eens gebeuren vindt David.


woensdag 31 juli 2024

ALS HET GOED GAAT MET DE OOIEVAAR, GAAT HET GOED MET DE NATUUR

 


Ik heb nog nooit zoveel ooievaars gezien als de laatste jaren. Niet alleen in de polders langs de Maas waar ik regelmatig fiets, maar ook bijvoorbeeld langs de IJssel. Dat was vroeger wel anders. Toen was Nederland veel minder verstedelijkt dan nu. In mijn jeugd woonden ongeveer 11 miljoen mensen in Nederland, maar ook veel minder ooievaars. Een ooievaar was toen een heel zeldzame vogel.


Nu zie ik elk jaar meer ooievaars terwijl er ook nog eens veel meer mensen zijn. Nederland verstedelijkt immers in rap tempo. Niettemin zie je niet eens ver van de stad ooievaarsnesten en ooievaars langs sloten en soms pal midden op een weiland. Ik heb wel eens in een weiland meer dan 50 ooievaars geteld. Dat was erg veel, maar groepjes van een stuk of tien ooievaars verspreid over een weiland, zie je regelmatig. 


Waar leven ooievaars van? In mijn jeugd leerde ik dat het kikkerteers zijn. Daarom staan ze vaak bij sloten langs weilanden. Maar wat eten ze nog meer?  Op de website van de vogelbescherming lees ik dat ze ook muizen, mollen en insecten eten. Mollen lijkt me prima want dat zijn vervelende dieren als je ze in je tuin hebt. Van een mooi gazon maken ze in no time een puinhoop.


Als er zoveel ooievaars zijn, die hier ook nog eens broeden en hun jongen krijgen en die moeten ook eten, dan is er blijkbaar eten genoeg te vinden. Ik heb verschillende malen een ooievaarsnest gezien met jongen die gevoed worden door hun ouders. Het gezin als basis voor de soort, net als bij ons mensen. 


Er zijn dus blijkbaar genoeg kikkers, muizen, mollen en ander gedierte voor deze ooievaars. Als dat zo is dan kan het water in de sloten toch nooit heel slecht zijn want dan zouden er niet genoeg kikkers zijn voor al die ooievaars. 


Het slootwater in Nederland of in ieder geval hier bij ons in de buurt is schoon genoeg voor kikkers. Is dat niet een teken dat de natuur in Nederland er niet zo slecht voor staat als men voortdurend te horen krijgt? Zij de ooievaars niet het bewijs dat het wel meevalt in Nederland al zal er hier of daar wel wat mis gaan? 


Dat moet ook haast wel want met zoveel mensen op een klein stukje grond als Nederland moeten sommige dieren nu eenmaal inschikken. Je kunt niet alles hebben al denken sommige mensen van wel. Sommige actievoerders vinden zelfs dat het moet kunnen zoals bijvoorbeeld de wolven of wilde koeien.



woensdag 21 september 2022

HET KAN VRIEZEN.HET KAN DOOIEN. IS ECOLOGIE OOK MAAR EEN MENING?

 

De natuur zijn we zelf

Ecologen hebben net als ieder ander mens het volste recht om te beweren dat natuur geconserveerd of beschermd moet worden. Maar dat ze dat doen uit naam van de wetenschap, deugt niet. In het algemeen is wetenschap onderzoekend en niet norm stellend. De Wikipediapagina ecologie is daar duidelijk over.

“Ecologie of oecologie is een biologische vakwetenschap. De ecologie bestudeert zowel de wisselwerking tussen organismen onderling, binnen populaties en levensgemeenschappen (de biotische milieufactoren), als de relaties van deze biologische eenheden met hun niet-biologische omgeving (de abiotische milieufactoren). Biotische en abiotische factoren samen vormen een ecosysteem. De autoecologie is de studie op het niveau van een individueel organisme, van een willekeurige soort, binnen een gegeven ecosysteem. De synecologie of gemeenschapsecologie bestudeert alle soorten organismen, ofwel de levensgemeenschap, van een gegeven ecosysteem. De populatiebiologie onderzoekt de dynamiek en evolutie (van populaties) van soorten. “

De ecologie zelf stelt niet vast of een ecosysteem, een organisme of een natuurgebied moet blijven of dat soorten niet mogen verdwijnen. Dat vinden wij als mensen. Het is een mening over natuur en iedereen is vrij die te hebben. Helaas wordt dat onderscheidt vaak niet gemaakt. Daar worden maar al te vaak meningen gegeven door ecologen over bijvoorbeeld natuur of soort behoud waarmee de indruk wordt gewekt dat dit de uitkomst is van wetenschappelijk onderzoek.

Stel dat ik als politicoloog het Nederlandse politieke systeem onderzoek en vervolgens op grond daarvan vaststel dat we de PvdA en de PVV dienen te behouden. Ik denk dat op zo een moment iedereen beseft dat dit niks met wetenschap te maken heeft maar mijn mening is, niks meer en niks minder.

Hetzelfde geldt voor ecologen. Alles wat zij beweren over natuurbehoud of bescherming is een mening over natuur beargumenteert met feiten.  Je kunt je afvragen of het wel zo verstandig is van ecologen zo massaal de mening uit te dragen dat de natuur behouden moet worden.

In de praktijk komt namelijk nergens behoud van de natuur voor. Waar we mee bezig zijn is een soort monumentenzorg voor de natuur, die vreemd is aan de natuur zelf. Natuur is per definitie verandering, een permanenten wisselwerking tussen natuurverschijnselen en onszelf want ook wijzelf zijn deel van de natuur.  

In de loop der tijd zijn soorten verdwenen en nieuwe soorten bijgekomen zonder dat daar een mensenhand aan te pas kwam. Niet alleen zijn in de loop van de evolutie diersoorten maar ook mensensoorten verdwenen, onze voorgangers. De verschijning van de mens in de natuur is een bewijs van de voortdurende wisselwerking tussen de verschillende natuurverschijnselen.

Natuurbehoud is hoe dan ook een politieke keuze en zoals over elke keuze die gemaakt wordt door mensen kunnen politieke meningsverschillen ontstaan. Vanuit dit standpunt bezien hebben de boeren het volste recht om te protesteren tegen een gemaakte politieke keus.

(wordt vervolgd)