Posts tonen met het label gabriel garcia marquez. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gabriel garcia marquez. Alle posts tonen

vrijdag 19 juli 2024

50. AMERICA LATINA. COLOMBIAANSE SCHRIJVER GARCIA MARQUEZ

De Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez (1927-2014) in gesprek met de Cubaanse dictator Fidel Castro (1926-2016). Het is en blijft vreemd dat terwijl Marquez als schrijver in kaart brengt hoe geweld de Latijns Amerikaanse samenleving aantast, hij bevriend was met een dictator. Had Marquez geen hoge pet op van democratie om geweld uit te bannen? Maar ook moet gezegd worden dat hij zijn vriendschap met Castro gebruikte om bijvoorbeeld een tot 20 jaar veroordeelde vakbondsman (Reinol Gonzalez) vrij te krijgen.


Na de terugreis met een tussenstop in Parijs zodat Alvaro de sfeer van de stad kan proeven en de verplichte hoogtepunten bezoeken, komen Martha en Lorena aan op Schiphol. Met hen maken we uitstapjes naar diverse bekende en toeristisch gezien verplichte Nederlandse plekken als Marken, Volendam, Kinderdijk, Zaandam, Utrecht en Amsterdam. Nederland in vogelvlucht. Gelukkig is Nederland geen groot land zodat je in een dag heel wat kunt zien.

Alvaro schrijft op mijn verzoek een stukje voor ons tweemaandelijkse tijdschrift Latijns Amerika over schrijver en landgenoot Gabriel Garcia Marquez. Die is hier in Nederland vooral bekend geworden met zijn boek Honderd Jaar Eenzaamheid. 

“De boeken van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez - “Honderd jaar eenzaamheid”, “Het kwade uur” en “De kolonel ontvangt nooit post” weerspiegelen de politieke werkelijkheid van Colombia en van Latijns Amerika in het algemeen. De landen van Latijns Amerika hebben sedert hun onafhankelijkheid bijna voortdurend, hetzij openlijk hetzij ondergronds, in een staat van geweld verkeerd. Aldus verschijnt het thema van geweld, gepaard aan onderdrukking in het werk van Marquez, middels misvormingen die het in omgeving en personen teweeg brengt. Omdat geweld in deze samenleving een constante is, komt het aan de mensen voor als een natuurverschijnsel…Als dragers van het geweld  en de onderdrukking verschijnen politieke partijen, Noord Amerikaanse ondernemingen, kolonels, soldaten en priesters ten tonele. Zij allen vertegenwoordigen een of andere vorm van macht: de politiek, het imperialisme, het leger en de kerk.” (Latijns Amerika Augustus 1974, no.4, jaargang 5)

Ik citeer dit stukje omdat het duidelijk maakt dat de werkende bevolking in Latijns Amerika niet meedeelt in de macht en dat nu is precies de reden van het bestaan van CLAT als arbeidersbeweging in Latijns Amerika en wij als solidariteitsvereniging in Nederland.

Het zijn vooral rechtse autoritaire en dictatoriale regeringen vaak met generaals zoals in Chili na de staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Allende, in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Guatemala om een kleine selectie aan landen te noemen die de arbeidersbeweging en de vakbonden met geweld muilkorven. Er zijn zo goed als geen landen in het continent waar vakbonden vrijheid van vereniging en onderhandeling hebben.  

Maar ook en helaas linkse revolutionairen, communisten en aanverwanten die beweren uit naam van de werkenden klasse de macht te willen nemen, sluiten na hun machtsovername dezelfde werkende klasse van deelname aan de macht uit. Het scherpste zien we dat in Cuba waar Fidel Castro uit naam van de revolutie de vrije, democratische bonden de nek heeft omgedraaid. 

Die democratische solidariteitsboodschap komt in Nederland goed over, zo blijkt tijdens een ledenvergadering van de vereniging. Het aantal leden is groeiend en bedraagt nu bijna tweeëneenhalf duizend waardoor de financiële steun aan CLAT in Latijns Amerika voor dit jaar nog verhoogd kan worden met 10.000 gulden tot in totaal 40.000. De vereniging maakt de helft van zijn ledenbijdragen over naar CLAT. 

Er wordt steeds meert samengewerkt met andere actie en solidariteitsgroepen zoals de Chili-aktie, het Brazilië Tribunaal (de vereniging heeft het secretariaat van de Nederlandse tak van het Tribunaal), Peru-Aktie, Guatemala-aktie, Suriname-aktie en verschillende protestakties tegen onderdrukking en vervolging. De meeste actiegroepen zijn opgericht door mensen die het betreffende land ooit bezocht hebben. Vaak wonen er vrienden of bekenden van hen.  

Juridisch gezien opereren deze actiegroepen als stichtingen terwijl CLAT Nederland een vereniging is met een op een ledenvergadering gekozen bestuur. De oprichters hebben bewust voor een vereniging en niet voor een stichting gekozen vanwege de democratische grondslag die vakbonden hebben, ook in Latijns Amerika. Voor de vereniging is democratie uitgangspunt en anker voor de eigen beleden solidariteit met de vakbeweging in Latijns Amerika.  

Dit jaar bestaat de vereniging 5 jaar. Er wordt op de ledenvergadering een werkgroep ingesteld om tegen het einde van het jaar activiteiten  te organiseren die de aandacht zullen vestigen op onderdrukking en protest van de vakbonden in Latijns Amerika en de benodigde solidariteit vanuit Nederland om de democratische vakbeweging te versterken.

 

vrijdag 18 november 2022

4. TERUG NAAR NIJMEGEN. BANANEN BOOT

 

 

Bovenstaande foto van een sjouwer met trossen bananen is niet in Colombia gemaakt maar jaren later (1979)  in het centrum van de hoofdstad San José van Costa Rica. Bananen zijn voor een groot aantal landen in de Caraïben een belangrijk exportartikel.

De koers van het schip is nog steeds niet richting Amsterdam. We varen in tegengestelde richting, westwaarts naar het havenstadje Turbo vlak onder Panama. We komen in de nacht aan. De haven komt bij binnenvaren direct tot leven. In de diepe duisternis duiken links en rechts lichten op en in een mum van tijd zie ik in het schijnsel van lampen mannen oplichten bezig aan een lopende band waarop dozen met bananen die naar het ruim worden gevoerd. Dat gaat zo de hele nacht door. 

Ik kijk er naar zoals je naar een film kijkt. Je bent er bij en toch niet. Ik zit als toeschouwer in een scène uit de romantische Banana-boat song van Harry Belafonte: daylight come and we want to go home, day-o, the day-oh, the day o. De melancholie van het lied overvalt me. Het is een heimwee naar iets wat ik niet ken en vermoedelijk ook nooit zal kennen. Een heimwee naar een thuis dat tegelijk nergens is en overal. Het is de romantiek van een verlangen naar eeuwigheid die zo besef ik maar al te goed nooit verder zal komen dan dat verlangen. Het is een vergeefse zoektocht die je toch moet maken.

Hoe romantisch de scènes in het licht van de schijnwerpers op het schip ook zijn, de banaan is voor Colombia allesbehalve romantiek. Het is een exportproduct dat opgeëist wordt door buitenlandse, vooral Noord Amerikaanse bananenplantages. In het boek "Honderd jaar eenzaamheid" van Colombia's beroemdste schrijver Gabriel Garcia Marquez  komt een passage over een staking op een banenplantage voor. De staking wordt in het bloed van de stakers gesmoord.

In het boek is het niet meer dan een voetnoot in de honderdjarige geschiedenis van het dorp Macondo dat ergens ver weg in de jungle ligt, ver van de beschaving en toch dichtbij genoeg om er door beïnvloed te worden. In dat dorp heerst het geslacht der Buendia's dat op zich niet goed of slecht is. Het zijn mensen die zoals wij zelf  in een wereld zijn die ze maar half begrijpen of eigenlijk helemaal niet.  

Is het dorp Macondo een metafoor voor Colombia of misschien wel voor de wereld, voor ons allemaal? Leven we niet allemaal, geen enkeling uitgezonderd, in een dorp als Macondo dat ondanks misdragingen, misvattingen en liefdeloosheid stand houdt? Dat zou zo maar kunnen, want wie weet nu eigenlijk de weg in de wereld, waar die naar toe gaat en wat de bedoeling van dit alles is? Niemand toch.

De volgende ochtend zijn de lichten uit, ligt de lopende band stil  en staan de kranen zwijgend toe te kijken. De buik van het schip ligt vol met bananen. Tijd om naar huis te gaan om de bananen daar op de kade in Amsterdam uit te spuwen. Al eeuwen lang spuwen schepen hun lading of hun buit uit op de kades van Amsterdam. De stad is gebouwd op de opbrengst van de jacht overzee. Amsterdam is een oude Wereldstad die overal ter wereld datgene binnenhaalt waar het aan kan verdienen. 

Aan tafel tijdens de lunch, legt de kapitein ons het hoe en wat uit van bananentransport. Als leek denk je dat het simpelweg een kwestie is van bananen plukken, de boot in en hup naar de supermarkt. In de praktijk moeten de bananen net voordat ze rijp zijn, geplukt worden. Dat komt nauw. Wat ook nauw komt is dat tijdens het vervoer overzee de temperatuur in het bananenruim zo wordt gehouden, dat ze niet te hard rijpen want dan komen ze overrijp aan in de supermarkt. Dat kan wel eens mis gaan wat verlies betekent voor de exporteur en de rederij. Maar bananenexport is en blijft winstgevend. 

(wordt vervolgd)

zaterdag 17 mei 2014

GABRIEL GARCIA MARQUEZ EN DE CUBAANSE VAKBONDSGEVANGENE

. Hierboven het echtpaar waar deze blog om draait. Links de Cubaanse vakbondsman en revolutionair Reinol Gonzalez die na ruim 16 jaar politieke gevangene te zijn geweest van Fidel Castro vrij kwam dank zij de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez. Rechts zijn vrouw Teresita die vanuit haar ballingschap in Miami geen steen op de andere liet om haar man vrij te krijgen. Je ziet ze hier tijdens hun bezoek aan de solidariteitsvereniging CLAT Nederland te Utrecht aan de Nieuwe Gracht in 1981. Ze maakten toen een toer door West Europa om personen en organisaties die zich ingezet hadden voor zijn vrijheid te bedanken.
Wat bezielde  Gabriel Garcia Marquez, de schrijver van wat je de twintigste eeuwse Don Quichote zou kunnen noemen, ik bedoel het boek 'Honderd jaar eenzaamheid', om zich in te zetten voor de vrijlating van de Cubaanse politieke gevangene, voormalig vakbondsman en revolutionair Reinol Gonzalez? Om te beginnen bij het begin, wie is Reinol Gonzalez?

Terwijl ik mij in 1957 aansloot bij de 'Beweging van de 26ste Juli', opgericht en geleid door Fidel Castro om te strijden tegen het regime van Batista, kom ik 20 jaar later vrij na 16 jaar en 2 maanden in de Castro gevangenissen te hebben gezeten en wordt verbannen naar het buitenland in gezelschap van Gabriel Garcia Marquez, die zich inzette voor mijn vrijlating en daar ook in slaagde. In die tijd was ik actief in de strijd tegen de dictatuur van Batista, eerst clandestien en later vanuit ballingschap. Later, met de overwinning van de Revolutie (1959), was ik als Secretaris voor Buitenlandse Betrekkingen van de voorlopige leiding van de Confederacion de Trabajadores de Cuba (CTC-Revolucionaria) tot eind 1959 betrokken bij de democratische reorganisatie van de Cubaanse vakbeweging. Na de militaire interventie van het Tiende Arbeiders Congres koos ik, net als veel van mijn vrienden, opnieuw voor de weg van de frontale oppositie maar deze keer tegen de nieuwe dictatuur die de Cubaanse Revolutie was geworden. Deze weg bracht me een lange opsluiting en een pelgrimage door de kerkers en politieke gevangenissen van Castro.” ( Citaat uit het voorwoord van Reinol Gonzalez in zijn boek 'Y Fidel creo el Punto X' (Saeta Ediciones, Miami-Caracas 1987).*

In het genoemde boek wijdt Reinol Gonzalez het eerste hoofdstuk geheel aan zijn vrijlating en reis naar Spanje in gezelschap van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez en Carlos Rafael Rodriguez, Vice-President van de Raad van State van Cuba en een van de hoogste personages van de Cubaanse regering. Reinol vertelt gedetailleerd hoe hij compleet verrast werd door zijn vrijlating en vooral ook hoe hij zich voelde. In eerste instantie overheerste de angst omdat in stijl met het repressieve gevangenis regiem tot het laatste moment geheim werd gehouden waar hij heen zou gaan. Hij dacht eerst dat hij naar een andere gevangenis zou worden gebracht met en nog strenger regiem omdat de autoriteiten een ontsnappingsplan ontdekt zouden hebben.

Hij zag Gabriel Marquez pas op het vliegveld vlak voor hun vertrek naar Madrid: “Hij glimlachte breed waarmee hij in alle openheid zijn tevredenheid toonde dat hij mij, niet zonder moeilijkheden, vrij had gekregen. Terwijl hij me omhelsde, zei hij: “Caramba, het is waar dat geloof bergen verzet! Teresita heeft het voor elkaar gekregen.” (blz. 19 en 20) Teresita is de vrouw van Reinol die zich vanuit haar ballingschap enorm ingespannen heeft om hem vrij te krijgen. Zonder te overdrijven kun je zeggen dat zij hemel en aarde heeft bewogen om haar man vrij te krijgen.

Ondanks dat Gabriel Garcia Marquez perfect op de hoogte was van de situatie van politieke gevangenen, het gebrek aan een onafhankelijke rechtspraak en de vele schendingen van fundamentele mensenrechten bleef hij zijn leven lang een trouwe vriend van Fidel Castro. Blijkbaar was voor Marquez politieke democratie en het respect voor mensenrechten geen prioriteit in de ontwikkeling van Latijns Amerika. Als een bewonderaar van zijn boeken is dat een bittere pil om te slikken.

Zij liet geen enkele poging ongemoeid om regeringsleiders, politici, vakbondsmensen en bekende intellectuelen te benaderen en te pleiten voor de vrijlating van Reinol. Ze benaderde het Vaticaan, de regeringen van Spanje en Venezuela (President Rafael Caldera), de toenmalige koningin-moeder van België, president Echeverria van Mexico, Generaal Charles de Gaulle van Frankrijk, Algemeen Secretaris August Vanistendael van het Wereld Verbond van Arbeid te Brussel, de Latijns Amerikaanse vakcentrale CLAT, Generaal Barrientos y Siles Salinas van Bolivia, kardinaal Cardijn van België oprichter van de Katholieke Jeugd Beweging (waarvan Reinol lid was geweest in Cuba) en de Generaal van de Jezuïten. De Cubaanse regering legde al de verzoeken van al deze personages naast zich neer.

In 1970 leek een poging van August Vanistendael (1917-2003), Algemeen Secretaris van het Wereld Verbond van Arbeid, en de vroegere Cubaanse Vice President en parlementslid Alonso Pujol succes te hebben. Op verzoek van zijn vrouw verzocht Pujol de Cubaanse regering om vrijlating van Reinol daarbij financieel gesteund door Vanistendael, die geld inzamelde bij Katholieke instellingen in Europa. Pujol vroeg ook om de vrijlating van de politieke gevangene Emilio Adolfo die ervan beschuldigd werd voor de CIA te werken. Hij kreeg het voor elkaar dat hij Reinol en Emilio kon spreken in 'Villa Marista', het centrum waar vanuit de Cubaanse geheime dienst in Havana opereerde.

De Belg August Vanistendael, voormalig algemeen secretaris van het Wereld Verbond van de Arbeid te Brussel heeft zich ingespannen om Reinol Gonzalez vrij te krijgen. Hij heeft daarvoor o.a. geld ingezameld bij Europese Katholieke instellingen om het door het Castro regiem gevraagde bedrag van 120.000 Dollar voor 2 politieke gevangenen bijeen te krijgen. Uiteindelijk mislukte zijn missie en kreeg hij de helft van het geld terug. Vanistendael was Minister van Staat in België.

Pujol vertelde dat ze beiden vrij gelaten zouden worden indien ze een week zouden meewerken aan het Rehabilitatie Programma van de Cubaanse regering. Ze weigerden allebei om principiële redenen. Politiek van mening verschillen is immers geen misdaad en dus dient een rehabilitatie programma hoe kort ook nergens voor. Integendeel, het is een belediging voor elke politieke gevangene. Pujol begreep hun opstelling en aanvaardde de weigering. Daarmee leek de zaak afgedaan. Maar Pujol en Vanistendael bleven proberen Reinol Gonzalez vrij te krijgen. Op een gegeven moment stelde de Cubaanse regering het bedrag van 120.000 Amerikaanse dollars vast als de prijs voor zijn vrijlating. Je zou het losgeld kunnen noemen. Het geld werd door Pujol bezorgd bij de Cubaanse ambassade in Parijs maar Reinol kwam niet vrij. Er volgde nooit enige uitleg. Uiteindelijk kwam de helft van het geld terug. De Cubaanse regering is de andere helft nog altijd verschuldigd. (blz.25 en 26).

Reinol schrijft dat de ontmoeting die uiteindelijk leidde tot zijn vrijlating op initiatief van Gabriel Garcia Marquez zelf tot stand was gekomen. Ze was het gevolg van wat Reinol noemt “ zijn aangeboren nieuwsgierigheid”. Je zou kunnen zeggen zijn journalistieke instelling. Gabriel Garcia Marquez was immers eerst journalist en later pas schrijver maar als schrijver is hij ook journalist gebleven. Reinol schrijft het volgende:

Garcia Marquez was tot in detail geïnteresseerd in het leven van de Cubaanse politieke gevangenen, hun motieven en hun zorgen. Hij wilde van dichtbij de mannen zien die zelfbewust de confrontatie aangingen met het regiem waarmee hij vriendschappelijke banden had en die, zoals men weet, niet altijd zo vriendschappelijk waren. De Cubaanse autoriteiten stonden hem toe enkele dossiers van politieke gevangenen te bestuderen. Hij was in het bijzonder in dat van mij geïnteresseerd toen hij ontdekte dat mijn geval uitzonderlijke elementen bevatte en niet minder romanesk: een huwelijk dat gesloten werd tijdens een clandestiene strijd tegen Castro, dat 8 maanden later de gehuwden zich gedwongen zagen gescheiden verder te leven als gevolg van die strijd... Dat zij maanden later, volop zwanger zijnde in ballingschap ging, enkele dagen voordat hij gearresteerd werd door de Staats Veiligheidsdienst en onderworpen werd aan harde verhoren die uitliepen op een veroordeling tot 30 jaar gevangenisstraf... Dat uit het huwelijk een tweeling - een jongen en een meisje – geboren werd in Miami... dat de 16 jaar gevangenschap dat huwelijk niet kapot gemaakt hadden...met een vader die zijn eerste en enige kinderen niet kende. Uiteraard, was Garcia Marquez ook uit humaan oogpunt geïnteresseerd in dit geval.

Op een dag in augustus 1970 werd ik gebracht naar het departement van Staatsveiligheid in Villa Marista. Het is correct vast te stellen dat mij vooraf verteld werd dat het bezoek aangevraagd was door de schrijver. Men liet me weten dat ik vrij was om het gesprek al dan niet te accepteren. Natuurlijk accepteerde ik het. Niet alleen omdat ik geen reden had het verzoek te weigeren maar ook omdat ik niet de gelegenheid wilde missen persoonlijk te spreken met een van de belangrijkste Latijns Amerikaanse intellectuelen van die tijd. Een groot deel van zijn werken had ik met veel genoegen gelezen. 'Honderd jaar eenzaamheid' was een veel gelezen roman in de gevangenis.(...)

Garcia Marquez ontving me met dezelfde glimlach die ik een jaar later op het vliegveld van Havana zag, toen we dank zij zijn bemoeienis samen naar Madrid zouden vliegen. Snel, zonder tijd te verliezen, liet hij de reden van zijn bezoek weten: ons geval van dichtbij leren kennen, te praten over mijn gezinsleven, mijn politieke, religieuze opvattingen en mijn indrukken wat betreft mogelijkheden om tot een oplossing te komen voor politieke gevangenen en in het bijzonder mijn geval. Ik sprak zo open mogelijk met hem. Ik accepteerde het door hem voorgestelde gespreksschema en ik vertelde hem over de clandestiene strijd voor de bevrijding van Cuba, waaraan Teresita actief deelnam, wat onze liefde versterkte, wat uitliep op ons huwelijk op 4 februari 1961 voor het altaar van de kapel van Siervas de Maria, tijdens de mis van de religieuze gemeenschap om 5 uur 's morgens gevierd door de Franciscaan Tomas Olazabal en met een minimum aan getuigen uit angst voor voor vervolging door de Staatsveiligheidsdienst die ons toen al in het oog hield.” (blz. 22-24)

Nog een foto van Gabriel Garcia Marquez (rechts) met de Cubaanse dictator Fidel Castro. Het blijft een raadsel dat de schrijven van het boek 'De herfst van de patriarch', een boek over een dictator die uiteindelijk eenzaam sterft, zijn leven lang bevriend bleef met een dictator als Fidel Castro. Met dit boek geeft Gabriel Garcia Marquez een indringend beeld van Latijns Amerikaanse dictators als de Chileense Generaal Pinochet, Batista van Cuba, Somoza van Nicaragua en Generaal Stroessner van Paraguay. Dat zijn verhaal ook van toepassing was op Fidel Castro als een linkse dictator heeft hij blijkbaar over het hoofd gezien. Werd hij zoals zoveel linkse Latijns Amerikaanse intellectuelen verblind door de links ideologie of was het gebrek aan democratisch besef?

In het bovenstaande citaat lezen we dat Reinol vindt dat zijn geval voor Garcia Marquez zeker ook interessant studiemateriaal was voor een nieuw te schrijven verhaal of boek. Verrassend was het om daarna bij heel iemand anders hetzelfde te lezen over het samengaan van journalistiek en schrijverschap bij Gabriel Garacia Marquez. Het artikel 'De taxichauffeur' van de in Chili wonende Nederlandse journalist Ariel Dorfman, die jaren lang bevriend was met Garcia Marquez.(VN, Nr.19, 10 mei 2014, blz.71-73) eindigt met de volgende beschouwing: “ De kern van zijn genie was dat hij iets nam wat echt was, iets alledaags, bijna journalistieks, en dat dan krankzinnig overdreef. Zoals Colombia, zoals Latijns Amerika, zoals onze buitengewone mensheid, die niemand zo veroverd en verwoord en onsterfelijk gemaakt heeft als hij die, wanneer de goden rechtvaardig zijn, nu in het hiernamaals een taxi bestuurt.”


Wat mij verbaast, is dat zijn kennis over Cubaanse politieke gevangenen niet heeft geleid tot een breuk met zijn vriend Fidel Castro. Blijkbaar was voor Gabriel Garcia Marquez politieke democratie en fundamentele mensenrechten niet zijn grootste prioriteit. Voor zover ik weet is Reinol hem altijd dankbaar gebleven voor wat hij voor hem gedaan heeft. Voor zover ik weet is het nooit tot een verhaal of boek gekomen over Reinol en zijn vrouw Teresita. Ik zou wel eens willen weten waarom niet.

*Punto X is een soort codewoord voor het systeem van gevangenissen in Cuba waarin politieke gevangenen zitten zoals Reinol Gonzalez. Er is ook een Punto 0 (spreek uit 'zero'), dat is de voormalige villawijk van Havana waar na de revolutie de leiders van de revolutie zijn gaan wonen. Destijds na hun overwinning in 1979 kopieerden de Sandinistische leiders van de Nicaraguaanse revolutie dit model. De wijk kom je niet in zonder speciale toestemming of speciaal pas. 

vrijdag 18 april 2014

HONDERD JAAR EENZAAMHEID EN HET LABYRINT VAN DE EENZAAMHEID (ter nagedachtenis aan Gabriel Garcia Marquez)

Van links naar rechts: Gabriel garcia Marquez, Octavio Paz en Mario Vargas Llosa

Voor zover ik weet zijn er twee Latijns Amerikaanse boeken waarin het woord eenzaamheid voorkomt in de titel: 'Honderd jaar eenzaamheid' van de zojuist overleden Colombiaanse schrijver en journalist Gabriel Garcia Marquez (1927 -2014) en 'Het labyrint van de eenzaamheid' van de Mexicaanse dichter en essayist Octavio Paz (1914-1998). 'Het labyrint van de eenzaamheid' verscheen in 1950. 'Honderd jaar eenzaamheid' in 1967. Tussen beide schrijvers zit bijna een generatie verschil. Beide schrijvers hebben de Nobelprijs voor de litteratuur gekregen: Gabriel Marquez al in 1982, Octavio Paz pas in 1990.

Marquez is met zijn fantastische vertellingen en heldere, journalistieke stijl voor veel meer lezers toegankelijk dan Paz met zijn gedichten en essays over Mexico en kunst. Beide hadden meer dan gemiddeld belangstelling voor politiek. Paz was zelfs ooit ambassadeur van zijn land maar bedankte in 1968, een internationaal jaar van studentenopstanden, voor de eer na het bloedbad onder protesterende studenten op Plaza Tlatelolco in Mexicostad. Dat was een jaar nadat 'Honderd jaar eenzaamheid' was verschenen. Tien dagen na het bloedbad vonden de Olympische Spelen in Mexico plaats. Ook toen al werd de prijs voor rustige Olympische Spelen met onderdrukking en zelfs bloed betaalt. Dat zou de sporters en het Olympisch Comitee toch eens tot nadenken moeten brengen.

Latijns Amerika heeft sinds de onafhankelijkheid tientallen revoluties en even zoveel revolutionairen meegemaakt. Ook zij bepalen mee de identiteit van dat continent. Hierboven een foto van de twee Mexicaanse revolutionairen Emiliano Zapata (links) en Pancho Villa (rechts) met hun vrouwen.(Foto:Augustin Casasola, Mexico)

Marquez gebruikte later zijn vriendschap met Fidel Castro, ontstaan in de tijd dat hij op Cuba woonde om verslag te doen van de Revolutie (1959), om Cubaanse politieke gevangenen vrij te krijgen. Ondanks dat Cuba onder Castro een communistische dictatuur werd, nam Marquez nooit afstand van Castro's Cuba. Je ziet dat vaker onder intellectuelen in Latijns Amerika. Ze kiezen niet onvoorwaardelijk voor democratie en mensenrechten maar blijven hangen tussen de romantiek van de Revolutie en hun anti-Amerikanisme.

Paz is op dit punt duidelijker. Hij koos zonder reserves voor de democratie net als later de Peruaanse schrijver Vargas Llosa, eveneens winnaar van de Nobelprijs voor de litteratuur (2010). Vargas Llosa werd daarvoor met hoon overladen door links Latijns Amerika wat nog versterkt werd toen hij een gooi deed naar het presidentschap van zijn land. Dat is treurig want Vargas Llosa is net zo'n goede verteller van fantastische verhalen als Marquez. Paz, Marquez en Vargas Llosa hebben met hun verhalen er toe bijgedragen dat de Latijns Amerikaanse cultuur een eigen gezicht en identiteit kreeg. Door hen is Latijns Amerika niet langer meer een afgeleide van Europa en zijn voormalige koloniale moederlanden en ook niet van de VS.

Het grootste deel van de Latijns Amerikaanse bevolking stamt af van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, de  blanke kolonisten en de negerslaven. Hierboven een antieke ingekleurde studiofoto uit Mexico.

Ik vermoed dat het woord eenzaamheid in hun beider beroemdste boeken precies dat betekent. Wij Mexicanen, wij Colombianen, wij Latijns Amerikanen zullen het alleen moeten doen. Er is niemand anders die ons kan helpen om op ons continent onszelf te worden en te zijn, te leven en te overleven. We zullen zelf het wiel moeten uitvinden: politiek, sociaal en economisch. In het boek 'Honderd jaar eenzaamheid' lezen we dat de stamvader van de Buendia's ontdekt dat de wereld rond is. Het is net als de uitvinding van het ijs een metafoor voor de ontdekking van het eigen land, de eigen cultuur en identiteit. Het familie epos over honderd jaar eenzaamheid is de vertelling van de ontdekking van het eigene: de wetten van de wereld, de revolutie, de politiek, het landverraad, de wellust en de toekomst


Paz is daar aan het begin van zijn 'Labyrint van de eenzaamheid' ondanks zijn dichterlijke taal of juist misschien wel dank zij, het duidelijkst over. Zijn metafoor is dichterlijk, die van de jongere die zichzelf en de wereld ontdekt: “de ontdekking van onszelf manifesteert zich in het besef dat we alleen zijn;tussen de wereld en onszelf vertoont zich een ongrijpbare, doorzichtige muur; die van ons bewustzijn. Zeker, als we net zijn geboren voelen we ons alleen; maar kinderen en volwassenen kunnen hun eenzaamheid overstijgen en zichzelf door spel of arbeid vergeten. Maar de jongeren, hangend tussen kindertijd en jeugd, blijft voor een moment versteld staan voor de oneindige rijkdom van de wereld. De jongere staat verbaasd over zijn bestaan. Na de verbazing volgt de overdenking: gebogen over de rivier van zijn bewustzijn vraagt hij zich af of dit gezicht, dat langzaam verschijnt op de bodem, misvormd door het water, het zijne is. Het unieke zijn -pure sensatie bij het kind- verandert in een probleem en vraag, in vragend bewustzijn. Bij de volkeren die bevangen zijn door hun groei gebeurt ongeveer hetzelfde. Hun bestaan manifesteert zich als een vraag: wie zijn we en hoe worden we wie we zijn?” (Octavio paz, El laberinto de la soledad', 1959 Fondo de Cultura Economica, blz.9)