Posts tonen met het label chavez. Alle posts tonen
Posts tonen met het label chavez. Alle posts tonen

donderdag 12 februari 2026

RIJSTBOUW IN SURINAME

 

Koningin Juliana bezoekt in 1955 samen met Prins Bernhard het rijstproject Wageningen van de Stichting Machinale Landbouw SML in Suriname.

Als er een project is wat aantoont dat ontwikkelingssamenwerking bijzonder moeilijk zo niet onmogelijk is, dan is dat wel het rijstproject Wageningen in Suriname. Ondanks alle goede bedoelingen - zowel financieel als organisatorisch - gaat het project Wageningen na de onafhankelijkheid van Suriname (1975) langzaam maar zeker naar de knoppen. 


Zoals gebruikelijk is er niet een enkele oorzaak maar velen die elkaar in de loop der jaren opvolgen. Samengevat komt het erop neer dat na de Surinaamse onafhankelijkheid het Wageningenproject verwaarloosd wordt. De wisseling van regering blijkt in Suriname net zoals in veel Derde Wereld landen funest te zijn voor lange termijn projecten, zelfs als ze voordelig zijn voor het land. 


Een voorbeeld van zo een Derde Wereld land is Venezuela dat net als Suriname rijk is aan grondstoffen. Dankzij Shell werd Venezuela aan het begin van de 20ste eeuw een belangrijk olieland. Zo lang oliemaatschappijen hun bedrijven kunnen beheren gaat het goed, ook nadat een groter deel van de winst wordt opgeëist door het land. Maar complete nationalisaties (1976) zijn het begin van de ondergang.


In 2007 doet de militaire regering Chavez er nog een schepje bovenop, waarop de olieboeren het land te verlaten. De grootschalige confiscatie was bedoeld om armoede te bestrijden, maar de sector wordt uitgehold (geen investeringen, geen onderhoud), wat resulteert in sterk verminderde productie. Voeg daarbij het ontslag van alle werknemers met ervaring en het plaatje van de ondergang is compleet.


Terug naar Suriname, een groot land (ongeveer 4 keer Nederland), rijk aan grondstoffen (bauxiet, goud, hout en inmiddels ook olie) en dun bevolkt (een van de dunst bevolkte gebieden in de wereld). Toch slaagt het er niet in om de rijkdom in dienst te stellen van zijn ruim 600.000 inwoners. Of de recente olievondsten dat wel zullen doen, is maar zeer de vraag. Over het algemeen blijkt olie in derde Wereld landen eerder een vloek dan een zegen.


Na de onafhankelijkheid in 1975 kreeg Suriname “een florerend rijstbedrijf met zo’n duizend vakbekwame werknemers, inclusief een pelmolen en een drogerij, een pompgemaal met drie Storkmotoren, honderden kilometers aan bevloeiings- en lozingskanalen, een rijstareaal van 10.000 hectare, een veebedrijf met duizend koeien, het veredelingsstation in de Prins Bernhardpolder, een machinepark van tractoren en maaidorsers, ja, een compleet zelfvoorzienende Company Town met een postkantoor, een bibliotheek en een Hotel De Wereld - voor het symbolische bedrag van 1 Surinaamse gulden.” (Blz. 49/50 in ‘Hotel De Wereld’, Frank Westerman, Querido Fosfor 2025)


Voor de onafhankelijkheid was de rijstbouw winstgevend. 


“Maar al in het eerste seizoen na de onafhankelijkheid blijken 23 van de 37 landbouwmachines voor zowel de droge als de natte grondbewerking aan vervanging toe. De directie wil investeren, maar het ministerie van Landbouw in Paramaribo heeft andere prioriteiten. De centraal geleide Company town komt pas echt in de knel wanneer sergeant Bouterse op 25 februari 1980 samen met 15 handlangers zijn eerste staatsgreep pleegt…. Voortaan vloeien de deviezen die Wageningen verdient met de rijstexport naar de kas van Bouterse en zijn kameraden. Geldnood dwingt de Stichting Machinale Landbouw al in 1981om honderd werknemers te ontslaan. Zij krijgen als dank een kapotte landbouwmachine mee naar huis, een grotere of een kleinere, al naargelang de duur van hun dienstverband.” (Blz 51/52 in voornoemd boek)


Hoewel Nederland het project heeft opgebouwd, kennis geleverd en de benodigde financiën voor de start krijgt het toch de schuld voor de ondergang.  Het was immers een koloniaal project en dat deugt sowieso niet ook al is het een winstgevend project en brengt het via export deviezen in het land. Kolonialisme als excuus voor eigen mislukking. Dat schiet niet op. Surinamers moeten de hand in eigen boezem steken.


De Surinamers die er gewerkt hebben denken daar heel anders over. “Zij zien een verschil tussen een suikerplantage met slavenarbeid (koloniale uitbuiting) en een rijstpolder uit de tweede helft van de twintigste eeuw (ontwikkelingshulp). De plantage was een vloek, de polder een zegen. Voortaan deden machines het zware werk. Niemand hoefde meer te bukken om de zaailingen over te planten in de bevloeide akkers, nu vliegtuigjes het zaad kwamen uitstrooien.” (Blz. 57. Frank Westerman)


dinsdag 6 januari 2026

VENEZUELA'S OLIE

 

De twee dictators Chavez (links) en Maduro die de olie-industrie in Venezuela vakkundig de nek hebben omgedraaid uit naam van de bevrijder Simon Bolivar wiens portret achter hen hangt.

De olie mijnheer, het gaat Trump om de olie en niets anders. En niet om de drugssmokkel en de narcostaat die dictator Maduro met zijn generaals van Venezuela heeft gemaakt. Is het Trump uiteindelijk te doen om de olie en is de narcostaat slechts een excuus? Dat moet haast wel. Trump is een zakenman die geld wil verdienen voor hemzelf en dan zijn land, in die volgorde.



Nu is de Venezolaanse olievoorraad ook de grootste in de wereld en altijd de basis geweest voor de welvaart van het land net als trouwens in Rusland en vele andere landen. Maar het socialistische Venezuela van Chavez en Maduro is er heel dom mee omgegaan, niet door er oorlog mee te voeren zoals Rusland maar door eenvoudigweg de olie-industrie te verwaarlozen. 


Wie Venezuela goed gekend heeft, weet hoe vernietigend het optreden van de socialistische bevrijder Chavez (dictator van 1999 tot 2013)  en daarna zijn opvolger Maduro voor de welvaart van Venezuela is geweest. Voordat de twee schurken aan de macht kwamen, was Venezuela op weg een welvarend land te worden. 


Geen ideaal democratisch land, zeker niet. Een corrupte elite van sociaaldemocraten en christendemocraten stak veel geld in eigen zak maar hield zich min of meer aan democratisch spelregels en heel belangrijk, het land ging vooruit. Het kon beter maar dankzij de olie-industrie, de bauxiet, het goud en de landbouw ging het langzaam vooruit. Onder de bevrijder Chavez kachelde het land daarentegen hard achteruit en niet alleen materieel. 


Was Venezuela voor het socialistische tijdperk een land met vrijheid van meningsuiting, vrije verkiezingen, vrije vakbonden enzovoort, onder hen werd het een keiharde dictatuur en zoals altijd in Latijns Amerika met hulp van de generaals. Of het nu een linkse of een rechtse dictatuur is, de generaals zijn beslissend.


Stel dat dit socialistische koppel de olie-industrie niet naar de vaantjes had geholpen maar had behouden voor de staatskas met hulp van de grote nationale en internationale oliebedrijven? Dan waren de inkomsten van drugs om de generaals en de hofhouding van Maduro te onderhouden niet nodig geweest! Dan had Trump niet voor de poorten van Venezuela gestaan en zat Maduro nu niet in de gevangenis.


Maar nee, de olie-industrie moest er aan geloven. Dat begon in 2002-2003 met een grote staking in het nationale oliebedrijf tegen het regime van Chavez, een politieke staking om een einde te maken aan de opkomende dictatuur naar Cubaans model. Chavez had vlak daarvoor massale demonstraties tegen zijn nog corruptere bewind dan dat van zijn voorgangers, met geweld onderdrukt.


Chavez ontsloeg tijdens de staking maar liefst 18.000 werknemers in de olie industrie, van hoog tot laag en verving ze door militairen. Het gevolg van dit massa ontslag was de feitelijke ontmanteling van de olie industrie in Venezuela, de belangrijkste basis voor de opbouw van de welvaart in het land.


Een jaar later sprak ik een Venezolaanse ingenieur in Mexico. Hij was na het massa ontslag met veel collega’s uitgeweken naar Mexico waar zij naar tevredenheid werkten bij de oliemaatschappij PEMEX. Ze hadden hun gezinnen al naar Mexico over laten komen. 


In zijn strijd om de macht was Chavez daarbij geholpen door zijn Cubaanse vrienden, bereid om de kip met de gouden eieren te slachten. Of Chavez dat toen ook besefte, is de vraag. Het probleem van ideologisch bevlogen politieke leiders is dat ze geen besef hebben van wat er komt kijken om een industrieel productieproces op te bouwen en te behouden. 


Zij denken dat zij zelf het moeilijkste werk doen, de verdeling en behoud van de macht. Het ontgaat hen dat het vele malen moeilijker is om een Philips, Unilever, Akzo, Shell of een ASML tot een succesvol bedrijf te maken. Daar komt heel wat meer bij kijken dan bij het voeren van een verkiezingscampagne en het aansturen van ambtenaren.

maandag 1 juni 2020

VENEZUELA: GRENZEN AAN BARMHARTIGHEID?

Vluchtelingenboot uit Venezuela legt aan bij het Nederlands Antilliaanse eiland Curacao in de Caraïbische zee.

Naar aanleiding van een CNV bericht over de honger en Corona ellende in Venezuela stel ik me de vraag of er geen grenzen zijn aan onze barmhartigheid? In een brief aan Sigrid Kaag, minister van Handel en Ontwikkelingssamenwerking, roept CNV Internationaal  in navolging van internationale instellingen op tot humanitaire hulp aan dat land omdat door het wanbeleid van dictator Maduro het land getroffen wordt door honger en ziekte. Kan het erger?

Dubbel getroffen
 
"De COVID-19 crisis treft de Venezolanen dubbel. De economie van het land was immers al ver voor het uitbreken van de epidemie volkomen stilgevallen. Dit heeft de twee na grootste vluchtelingencrisis ter wereld veroorzaakt. Inmiddels zijn al 5 miljoen Venezolanen hun land ontvlucht. Rond de 1.8 miljoen mensen zijn naar buurland Colombia gegaan en de rest is doorgereisd naar onder meer Ecuador, Peru, Brazilië en Chili. Veel van hen maakten de reis te voet. Op Curaçao en Aruba verblijven nu al 50.000 vluchtelingen uit Venezuela.” ( fragment uit brief CNV Internationaal aan Minister Kaag)

Venezuela was in de vorige eeuw een redelijk welvarend land dankzij de olie industrie, de bauxietmijnen, de ontwikkeling van de landbouw en veeteelt. De verdeling van de welvaart was slecht maar er werd vooruitgang geboekt door Christen- en Sociaal Democraten die zo een beetje afwisselend aan de macht waren.  Met de nodige corruptie dat helaas wel. Venezuela was geen uitzondering in Latijns Amerika. 

De kleine dictator Chavez wist echter met zijn "socialisme van de twintigste eeuw" in korte tijd een einde te maken aan deze welvaart. Socialisten zijn goed in verdelen maar heel slecht in produceren. De olie industrie viel terug van twee miljoen vaten per dag tot  nog maar 100.000 vaten per dag. Alle andere socialistische plannen naar voorbeeld van Cuba liepen eveneens in het honderd als gevolg van politieke onderdrukking, economische en ambtelijke onkunde.

Leger en politie werden door zijn opvolger Maduro ingezet voor onderdrukking, marteling en moord van iedereen die in verzet kwam tegen zijn regering. Het land zakte nog verder weg in armoede en geweld met miljoenen vluchtelingen tot gevolg.

Moet je voor zo een land nog barmhartig zijn en het humanitaire hulp geven? Stuiten we hier niet op de grens van onze barmhartigheid? De ervaring leert ons dat humanitaire hulp door het totalitaire regime meedogenloos gebruikt wordt voor de eigen mensen en in een corrupt circuit terecht komt. De ervaring leert ook dat de VN en andere instellingen dat misbruik niet kunnen voorkomen. Hier stuit barmhartigheid op een kwaadaardige, onbarmhartige en liefdeloze politieke muur. Het is moeilijk om dat te erkennen maar het is wel de realiteit.

maandag 20 juni 2016

VENEZUELA

Een briefkaart uit 1988 waarop Caracas wordt gepresenteerd als een 
hypermoderne stad, wat het in zekere zin ook was. 
In tegenstelling tot andere Latijns Amerikaanse hoofdsteden 
heeft Caracas nauwelijks een historische binnenstad. 
Ik heb het altijd een stad zonder identiteit gevonden, 
zielloos modernisme, het moderne om het moderne.

Venezuela was het eerste Latijns Amerikaanse land dat ik leerde kennen in 1971 toen we met het vrachtschip “Rotterdam” van de KNSM de haven van La Guaira bij Caracas aandeden. Het schip bleef daar een paar dagen  liggen zodat we in een dag op en neer konden naar Caracas. Met een taxi reden we in een uurtje van de haven over de gloednieuwe vierbaans autoweg met tunnels en al tot in het centrum van Caracas.

Ik vond het nogal indrukwekkend. In Nederland hadden we zulke wegen nog maar nauwelijks. Al voor aankomst zag je vanaf de weg de wolkenkrabbers in het centrum. Ook heel indrukwekkend. Dat kenden we toen in Nederland nog niet. Caracas als het New York van Latijns Amerika. New York zelf had ik toen nog niet gezien, net zo min als de andere Latijns Amerikaanse supersteden Mexico-stad, Bogota, Buenos Aires, Sao Paulo en Rio de Janeiro.  

De stad ligt in een kom tussen de bergen. het eerste wat je opviel waren de volgebouwde berghellingen. Schots en scheef door elkaar staande huizen. Soms tegen zo’n steile hellingen aan gebouwd, dat je je afvraagt hoe men daar kan thuiskomen.  Jaren later zou ik enkele krottenwijken bezoeken. Het is weefsel van smalle straatjes. Niks is er gepland. de ordening is spontaan, organisch alsof het een levend wezen is dat langzaam over de helling groeit.

Caracas bewees de opvatting van de Karmeliet Frans Rosier dat Latijns Amerika het continent van de toekomst was. Europa zou geestelijk en materieel dicht geslibd zijn. Het verleden een ballast die het heden in de weg stond. In Latijns Amerika lag de toekomst open. Vanuit Cuba waaide nog altijd een revolutionaire geest van verandering en vernieuwing. De Latijns Amerikanen waren bezig met de ontdekking van de nieuwe mens en de nieuwe maatschappij. Hippiedom, Woodstock en de protesten tegen de Vietnamoorlog en de atoombom waren daarmee vergeleken oprispingen van jeugdige opstandigheid.

Zoals je op deze ansichtkaart uit Venezuela kunt zien, 
is het een land van enorme tegenstellingen.
Indianenstammen die nog leven zoals in de tijd 

van de Spaanse verovering in de zestiende eeuw  
naast de bewoners van een ultramoderne stad als Caracas. 
Dit Guaita gezin is gefotografeerd in Alto Orinoco, 
een gedeelte van Venezuela dat nog met oerwoud is bedekt.

Nu ruim veertig jaar later is er van de toekomst van Latijns Amerika niks meer over en van Venezuela nog minder. De Cubaanse revolutie is dood. Het wachten is op de begrafenis.Venezuela is een ramp geworden, een voorbeeld van hoe een land volledig ontwricht en in verval kan raken als gevolg van onervaren en dol gedraaide machthebbers die met hun land en volk experimenteren als in ene laboratorium.

Venezuela is het nieuwste bewijs dat de bouwstenen van het socialisme niet deugen. Het lijkt zo mooi, alle mensen gelijk en eerlijk delen. In het olierijke Venezuela moest dat toch kunnen. Maar als geld door de ramen binnen vliegt, vliegt het er door de deur weer uit. Je moet wel blijven investeren en produceren, je onderwijs bijhouden, je staatsapparaat effectief laten functioneren en alle bewoners van het land de kans geven mee te doen.

Hoe is het zo ver kunnen komen? Tijdens mijn eerste bezoek in 1971 was Venezuela nog een voorbeeld van politieke stabiliteit en economische groei. Christen democraten en Sociaal democraten wisselden elkaar af. Het land functioneerde op basis van democratische beginselen en kapitalisme. De twee partijen deden als volkspartijen hun best de nieuwe rijkdom van olie en bauxiet eerlijker te verdelen. 

Wat ging er dan mis? Ik vermoed dat in de loop der jaren als gevolg van de gemakkelijk verworven rijkdom, de corruptie in het politieke systeem geslopen is met als gevolg totale verrotting. Toen de militair Chavez hier uit naam van het volk tegen opstond was een klein duwtje genoeg om het geheel te doen instorten. Tijd voor iets nieuws leek het. Chavez introduceerde het socialisme van de 21ste eeuw en diepte uit de vergeten de anti-koloniale held en bevrijder Simon Bolivar op als het nieuwe voorbeeld, net zoals Castro op Cuba had gedaan met Marti.


Cuba werd voor Chavez het grote voorbeeld. Kon of wilde Chavez niet zien dat Cuba na bijna 50 jaar socialisme ook totaal verrot was? Durfde of kende hij geen andere meer begaanbare weg om de ongelijkheid in zijn land te bestrijden en tegelijk de economie draaiende te houden? Nu is het land totaal verarmd en politiek gedesoriënteerd. Niemand weet een uitweg, ook de oppositie niet. De democratische instellingen zijn uitgehold,  er is een geen democratisch politiek leiderschap. De economie ligt in puin. Zelfs de oliewinning werkt niet meer.