Posts tonen met het label clasc. Alle posts tonen
Posts tonen met het label clasc. Alle posts tonen

vrijdag 18 augustus 2023

AMERICA LATINA 3. DE JEEP EXPRES

"Op 18 maart 1953 vertrokken twee magere Hollandse jongens, je zou ze nog geen vijf centen geven, uitgezwaaid door meneer pastoor, de burgemeester en de bevolking van Montfoort, met een knalgeel gespoten oude jeep voor een reis van 63.500 kilometer die 27 maanden zou gaan duren. Voor deze ‘Jeep Expres’ (met één s), met daarop in Arabische tekens geschilderd het woord ‘Holland’ (om niet voor Engelsen te worden aangezien), zouden fotograaf Peter Pennarts (1926-2013) en journalist Jan Glissenaar (1925- 2011) vanuit Nederland via België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Algerije, Tunesië en Libië naar Egypte rijden. Israël kan niet bezocht worden, omdat anders hun doortocht door Arabische landen onmogelijk wordt. Een Israëlisch stempel in hun paspoort zou dat verhinderen. Vandaar dat de gele jeep in Alexandrië op de boot wordt gezet, waarmee beide heren naar Libanon varen. Libanon is de uitvalsbasis om via Syrië en Jordanië in Bethlehem (dan nog mandaatgebied van de VN) te komen om daar in december 1953 de kerstperiode door te brengen. (inleiding "Jeep Expres", website Spaarnestad Photo)

 

Dolf Coppes en zijn vrienden zijn in contact gekomen met CLAT door de reizende journalist Jan Glissenaar en diens medereiziger tevens fotograaf en mecanicien Peter Pennarts, beiden afkomstig uit Montfoort. Tijdens hun rondreis door Latijns Amerika ontmoetten zij leiders van de landarbeidersbeweging FCL aangesloten bij dan nog CLASC. 

In hun fotoboek met tekst “Honderden Foto’s uit Latijns Amerika” doen zij verslag van hun reizen. Het doel van hun reizen is “een eenvoudige brug willen zijn tussen de gewone mensen hier en de gewone mensen in een van de drie arme, uitgebuite werelddelen.” Dat is precies ook wat CLAT Nederland wil zijn, een brug tussen de mensen hier en daar. 

Dat het hun ernst is met die brugfunctie moge blijken uit het feit dat ze genoemde fotoboek zo goedkoop mogelijk hebben gehouden om zoveel mogelijk mensen te bereiken. "Er is géén subsidie voor gevraagd noch verleend, want dit contact van ‘volk tot volk’ moet strikt onafhankelijk blijven.” Bepaald geen commercieel doel dus, zelfs niet om hun eigen bescheiden inkomsten te verhogen. 

Dit vergaand idealisme van Jan en Peter uit Montfoort is ontstaan in de tijd dat zij als dienstplichtige soldaten bij de politionele acties in Nederlands Indië de gewone mensen ontdekten, mensen zoals zij zelf.

“Ik kom uit een katholiek gezin en was de oudste van zes kinderen. M'n vader was landarbeider. In de crisisjaren van voor de Tweede Wereldoorlog betekende dat de bitterste armoede. Na de lagere school ging ik meteen werken, eerst als boerenknecht, toen slagersjongen en daarna nog eventjes in de bouw.  `s Avonds volgde ik cursussen. Typen, boekhouden en een schriftelijke cursus journalistiek. 
Toen Nederland bezet werd, was ik vijftien jaar, bij de bevrijding in 1945 dus twintig. Politiek interesseerde me helemaal niet. In de oorlog hadden we ook geen contact gehad met het verzet. 
In 1946 werkte ik bij een reclamebureau. Tot ik opgeroepen werd voor militaire dienst. Halverwege de opleiding op de kaderschool hoorde ik dat ik naar Indië moest.” (Jan Glissenaar, “Terug naar Java”, Uitgeverij Dabar, Aalsmeer.)

Gaandeweg ontdekken ze daar dat ze geen bevrijders zijn maar bezetters en strijden tegen de onafhankelijkheidsstrijders, de nationalisten. Jan schrijft dat hij zich op een gegeven moment zelfs afvraagt of hij niet over moet lopen. “Ik heb op een gegeven moment overwogen om over te lopen. Wat me weerhouden heeft? De consequenties. Ik zou niet naar Nederland terug kunnen gaan, mijn familie niet meer zien. Het ontbrak me op dat moment aan de moed om te kiezen.” (uit voornoemd boek)

Getroffen door hun ontdekking dat wat van hogerhand gezegd wordt niet altijd of zelfs helemaal niet klopt, besluiten ze hun onderzoek naar de waarheid uit te breiden tot de rest van de wereld. Ze gaan na ruim 3 jaar dienstplicht niet terug met de reguliere boot van het Nederlandse leger maar reizen met een verbouwde jeep terug over land, niet als toeristen maar als ontdekkingsreizigers van de waarheid.

“Ons beeld over die landen klopte vaak niet met de werkelijkheid. Indonesië was voor ons een openbaring. Gedurende drie-en-een-half jaar dienstplicht hebben wij getracht meer te weten te komen over de gedachtewereld van die mensen daar. Met name over onze komst en de politietaak die we daar vervulden. We stootten op erg veel argwaan. Dat is de vonk geweest. We wilden weten wat er in die verre landen omging. Nieuwsgierigheid was voor ons een voorname motor.” ( Jeep Expres, Katholieke Illustratie 1953-1957)  

Beiden hebben hun levensdoel in de ontdekking van de wereld gevonden en de smaak van het reizen te pakken. Op basis van hun eerste ervaring, bedenken ze de Jeep-Expres. Een reis die ruim twee jaar duurt en waar ze verslag van doen in de Katholieke Illustratie (1953-1957). 

Hun reizen brengen hen uiteindelijk ook naar Latijns Amerika waar ze de Latijns Amerikaanse boerenbond onder leiding van Rangel Parra en de Latijns Amerikaanse Vakcentrale CLAT (voorheen CLASC) met secretaris generaal Emilio Maspero leren kennen.

Op mijn beurt leer ik Jan en Peter kennen als leden van de werkgroep CLAT Nederland in Montfoort waar ze zich intussen gevestigd hebben. Peter beheert een fotostudio met fotoarchief, Jan volgt als journalist nog steeds de ontwikkelingen in de wereld en dan vooral in Latijns Amerika. Hun inzet is onveranderd, een brug zijn tussen mensen hier en daar. Daarom ook zijn ze lid van de werkgroep CLAT Nederland in Montfoort. 

vrijdag 24 maart 2023

22. TERUG NAAR NIJMEGEN. DE MISSIEPATER VAN HET HEILIG HART

Tweemaandelijks nieuwsblad van de solidariteitsvereniging met de Christelijke arbeidersbeweging CLAT (voorheen CLASC)

 


Er waait een wind van revolutie door Nijmegen, buitenlandse revoluties wel te verstaan. Che Guevara  posters zijn nog altijd geliefd op studentenkamers. De laatste tijd is een poster met Black Panther vrouw Angela Davies populair. Er is zelfs een werkgroep Black Panthers opgericht. Maar Latijns Amerika met zijn gewelddadig verzet tegen rechtse militaire dictaturen trekt de meeste belangstelling. Che Guevara mag dan mislukt en dood zijn, het geloof in de revolutie is niet met hem gestorven. 

Een werkgroep antropologen heeft een priester, een missiepater van de orde van het Heilig Hart te Tilburg, uitgenodigd om te komen vertellen over zijn jarenlange ervaring in Brazilië. Jan Rutges is nog maar pas geleden door de Braziliaanse militaire dictators het land uitgezet. Ik ben benieuwd hoe zijn verhaal past bij dat van Camilo Torres,  de Colombiaanse priester die net als Che Guevara de dood vond tijdens gewelddadige guerrilla acties en wiens erfenis nog steeds Colombiaanse studenten inspireert.

Rutges praat gemakkelijk en zonder moeilijke woorden over zijn missie in Brazilië. Als jongen uit een goed maar niet overdreven streng katholiek gezin in Montfoort koos hij niet zozeer vanwege het geloof voor de missie maar meer vanwege het avontuur. Dat was in zijn jeugd ook de enige manier om iets van de wereld te zien. 

Met zijn hart op de goeie plaats gaan zijn ogen open voor de armoede van de gelovigen in zijn parochie. Niet langer was het preken van het geloof het belangrijkste of het toedienen van de sacramenten maar het bestrijden van sociaal onrecht. Hij wilde daar wat aan gaan doen. Maar dat is niet zo gemakkelijk.

Dat begint al bij de armen zelf. Die hebben volgens Jan nog vaak de slavenmentaliteit van vroeger. Ze denken er niet aan om zich te verzetten tegen de grootgrondbezitters, de politici of zelfs de kerk. Ze doen wat hun gezegd wordt zoals ze dat al eeuwen hebben gedaan.

Hij ontdekt dat de kerk bij de plaatselijke elite hoort. Wat de priester vertelt is waar en moet volgens de door hem gestelde regels gebeuren. De kerk bevrijdt de mensen niet maar houdt ze gevangen in het systeem van onderwerping verwant aan de vroegere slavernij.

Om dat te doorbreken begint Jan gespreksgroepen de organiseren waarin ze over zichzelf, hun gezin, hun werk en hun problemen kunnen praten. Hij leert hen lezen en schrijven want ook dat konden velen nog niet. Tot ontzetting van de conservatieve clerus wordt Jan een leraar tussen de mensen in plaats van een priester boven de mensen. 

Door deze activiteiten komt hij in aanraking met jongeren die de militaire dictatuur als de macht die het sociaal onrecht in Brazilië in stand houdt. Hij verleent hen hand en spandiensten door bijvoorbeeld plekken te zoeken waar ze kunnen slapen, zich verbergen of wat dan ook. 

Bij de conservatieve clerus inclusief de bisschop krijgt hij nu ook politie en geheime dienst op zijn nek. Hij wordt eerst in de gaten gehouden en dan opgepakt. Na ongeveer een maand in de gevangenis te hebben gezeten, krijgt hij tijdens een verhoor de keuze voorgelegd tussen vertrekken uit Brazilië en nooit meer terugkeren of een proces waarbij hij grote kans heeft veroordeeld te worden tot jarenlange gevangenisstraf. Jan kiest voor vertrek uit Brazilië ook al gaat hem dat zeer aan het hart.

Nu doet hij wat hij kan om in Nederland de Braziliaanse militaire dictatuur te bestrijden. Dat is de manier waarop hij nog solidair kan zijn met zijn arme parochianen. Maar er is meer. Hij roept ons op om lid te worden van CLASC Nederland een vereniging die zich inzet voor solidariteit met de Christelijke Latijns Amerikaanse Vakbeweging. 

Het gaat hem daarbij niet zozeer om het Christelijke, hij zelf is inmiddels geen priester meer, maar om steun aan de vakbeweging die van onderop strijdt tegen het sociale onrecht. Ik geef gehoor aan zijn oproep en word lid van de vereniging CLASC Nederland (kort daarna CLAT Nederland). Zo kom ik via Latijns Amerika alsnog terecht bij de vakbeweging.