Posts tonen met het label maarten toonder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maarten toonder. Alle posts tonen

woensdag 2 oktober 2024

HET MENSBEELD VAN PREMIER DICK SCHOOF(IS HIJ EEN MAANBLAFFER? )

 

Uit: Maarten Toonder, Parbleu,  De Maanblaffers (1971)

De Tweede Kamer Oppositieleiders Frans Jozef,  Cowboy Jimmy, Laurens de koster en naar ik meen ook Mirjam de deugdzame,  vroegen tijdens de Algemene Beschouwingen haast wanhopig naar het mensbeeld van Premier Dick Schoof. Ze wilden wel eens weten hoe dat zit. Kun je als partijloze en voormalig ambtenaar wel een mensbeeld hebben? 


Premier Dick gaf een ontwijkend antwoord. Hij bekent dat hij wel een mensbeeld heeft maar dat het nu niet aan de orde is. Wel moet hij zijn kabinet in goede banen leiden en de bijna onoverbrugbare tegenstellingen moet zien te verzoenen en wie weet alsnog te overbruggen. Een opdracht gekregen van de vier coalitiepartners van het regeerakkoord en hem op basis daarvan tot premier geroepen hebben.


Dick is de schoenmaker die zich bij zijn leest houdt. Geen grootse vergezichten over hoe het met ons land moet gaan, maar werk in uitvoering tussen partijen met verschillende mensbeelden en opvattingen. Een heidens karwei als je het mij vraagt waar je niet al teveel met je eigen mensbeeld te koop moet lopen en zeker niet moet proberen op te dringen. Bij dat laatste is de kans groot dat je meer brokken maakt dan goed is voor het land.


Trouw huis-columnist Steven Akkerman zet het kabinet-Schoof weg als een kabinet dat liever geen mensbeeld heeft maar wel onaanvaardbare plannen. Zijn die plannen onaanvaardbaar vanwege hun mensbeeld? Ik heb geen abonnement dus ik kan het niet nalezen maar dat kan natuurlijk altijd.


Maar wat is het goede mensbeeld? Frans Jozef is een sociaal-democraat tevens groen-linkser. De Groen-linksers vormen een amalgaam van (milieu)communisme, socialisme en christelijk radicalisme. Hebben die een gezamenlijk mensbeeld en zo ja, is dat een goed mensbeeld? Is Frans Jozef het vlees geworden mensbeeld van sociaal-democratie en groen-links?


Op internet lees ik een stukje over het mensbeeld van de mooie Jesse. Volgens hem kan een mens niet alles weten en moet dus bescheiden  zijn. Hij vindt dat je moet kunnen beslissen zonder alles te willen weten, niet bang moet zijn om beleid te herzien, je moet kunnen inleven in de ander (stel dat je zelf moet vluchten), dat we op moeten komen voor onze idealen, voor eerlijk delen en een duurzame economie. Een prachtig mensbeeld maar nu de praktijk nog.  


Cowboy Jimmy is van de SP en die hebben vooral een mensbeeld van de werkende mens. Die wordt uitgebuit door het grootkapitaal, in de algemene beschouwingen door hem nog een monster genoemd.  Het is natuurlijk heel deugdzaam dat hij voor de werkende mens staat. Ik zou haast zeggen wie niet? Zijn we niet allen werkende mensen? 


Zo breed ziet cowboy Jimmy het nu ook weer niet. Er zijn werkende mensen en er zijn kapitalisten, die werken ook maar verkeerd. De kapitalist moet verdwijnen. Hoe doe je dat?  


Mirjam de deugdzame van de Christen Unie. De geschiedenis der christenen leert ons dat ook in die groep heel veel mis kan gaan ondanks het sympathiek mensbeeld. Wat voor de ene Christen deugdzaam is, bijvoorbeeld op Trump stemmen is voor de ander een doodzonde. De geschiedenis van het Christendom leert ons ook nog dat elkaar op basis van deugden de maat nemen, tot rampspoed en onheil leidt. 


Wie weet is premier Schoof wel een Maanblaffer en die deugen niet zo weten we uit het verhaal van Maarten Toonder over de Maanblaffers. De man van de Sociale Ontwaak Partij SOP weet er alles van. "Maanblaffers zijn overal om ons heen. Ze sturen aan op een revolutie, want ze willen de macht in handen krijgen. Ze vermommen zich goed en dringen overal in, zodat men ze soms op belangrijke posten vindt." Maanblaffers zijn machtswellustelingen, zoveel is duidelijk. Hun mensbeeld is Machiavelliaans. 


Kortom, een mensbeeld is ook niet alles maar dit wisten ze natuurlijk ook wel in de Tweede Kamer maar je moet toch iets als oppositie?




vrijdag 3 mei 2024

40. AMERICA LATINA. HET LAND VAN OLIVIER B.BOMMEL EN TOM POES

In de Kleine Club ontmoet de elite van de stad Rommeldam elkaar in informele sfeer. Links vooraan de Heer O. Fanth Mzn, eigenaar en hoofdredacteur van de Rommeldamse Courant en de Rommelbode. Helemaal rechts Markies de Canteclaer van Barneveldt in gesprek met burgemeester Dikkerdak. In het midden de beteuterde Olivier B. Bommel. 


Hebben wij in Nederland een soortgelijk boek als ‘Honderd Jaar Eenzaamheid’ van de Colombiaanse schrijver Garcia Marquez of het ‘Labyrint van de Eenzaamheid’ van de Mexicaanse dichter/schrijver Octavio Paz, waarin poëtisch, magisch, absurd en toch realistisch de geschiedenis van land en bewoners wordt verteld? 

Niet dat ik weet. Een poëtisch spel van het woord, de absurde werkelijkheid en de magie van het universum zijn niet onze sterkste kant. We geven de voorkeur aan het verstandelijke, het logische en de letterlijkheid van het woord. We zijn eerder moralistisch dan magisch ingesteld. We hebben een schuld en afrekencultuur die ons protestantse verleden verraadt. Een verleden dat bestaat uit handel en scheepvaart, uit winst en verlies. Daarmee wil niet gezegd zijn dat er helemaal geen poëzie zou bestaan. Zo erg is het nu ook weer niet al dacht een Franstalige Brusselse van wel.

Tijdens onze gesprekken valt me het te binnen dat ik een schrijver/tekenaar ken  die ons een poëtische en zelfs magische spiegel voorhoudt en dat is Maarten Toonder met zijn verhalen over de avonturen van ene Olievier B. Bommel en zijn vriend Tom Poes. 

Toonder’s taalgebruik is lenig, poëtisch, magisch en realistisch tegelijk. De verhalen spelen zich af in een menselijke dierenwereld. De hoofdpersonen zijn geen mensen maar dieren die zich gedragen als mensen. Daarmee borduurt Maarten Toonder voort op een van de oudste bekende Nederlandse verhalen (ca.1260), de verhalen van Reinaert de Vos.

“De Reinaert van ‘Willem die Madocke maecte’, is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een spiegel voorgehouden krijgt. Je zou het van een dierenverhaal misschien niet zo snel verwachten, maar Van den vos Reynaerde kan gerust het hoogtepunt van de Middelnederlandse literatuur genoemd worden. Het is een satire op de middeleeuwse samenleving, waarin de auteur niet alleen de verschillende standen (geestelijkheid, adel, boeren), maar ook de middeleeuwse literatuur zelf (zoals de ridderliteratuur) op de hak neemt. (Van den vos Reynaerde Willem (die Madocke maecte), ca 1260.)

De verhalen van Toonder zijn vernoemd naar twee hoofdfiguren, de beer Olivier B. Bommel en de poes - hoe kan het anders? - Tom Poes. Bommel is een goed bedoelende maar omhoog gevallen burger dankzij het door zijn vader verdiende geld. Hij woont in een namaak kasteel vol met portretten en borstbeelden van hemzelf. Hij bootst de hoge adel na tot ergernis van de haan Markies de Canteclaer, in goed Nederlands Kant-en-Klaar, die wel in een voorvaderlijk kasteel woont. 

Bommel en Canteclaer wonen nabij het stadje Rommeldam. Het stadsleven aldaar is het spiegelbeeld van het leven in een doorsnee stad in Nederland met zijn gewichtige burgemeester, zijn kordate commissaris ter handhaving van de orde, een kleine Club van welgestelden, enkele middenstanders, wetenschappers, een journalist met krant en zelfs twee boeven.

Dankzij zijn goede vader speelt voor Bommel geld geen rol zodat hij zich de luxe kan veroorloven op avontuur te trekken om de verveling te verdrijven en meteen ook ten strijde te trekken tegen onrecht binnen en buiten Rommeldam. Deze missie brengt hem in de meest vreemde, soms benarde avonturen zodat zijn vriend Tom Poes, het slimme ventje, hem uit de penarie moet redden. 

Maar zoals te verwachten pakken de goede bedoelingen van Bommel bijna altijd verkeerd uit omdat hij als buitenstaander niet echt begrijpt hoe de vork in de steel zit, zeker niet als het gaat om verdwaalde vreemdelingen in vreemde verre landen. Bommel is wat dat betreft een ontwikkelingswerker avant la lettre.


dinsdag 18 september 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 57


Tweede kamer Fractie van de Partij voor de Dieren sinds 2017 (van links naar rechts): Femke Merel Arissen,  Frank Wassenberg, Marianne Thieme, Esther Ouwehand en Lammert van Raan.
Dieren kunnen alleen maar denken, doen en praten als mensen dankzij God, de Satan of wij mensen zoals bijvoorbeeld in het verhaal van de Vos Reynaerde, de politiek satirische roman De Dierenboerderij van George Orwell en de getekende verhalen over Tom Poes en heer Bommel van Maarten Toonder. Dankzij de Partij voor Dieren kunnen dieren meepraten in de Tweede Kamer.

Waarom zijn er dieren? Volgens het Grote Voorleesboek van katholieken heeft God de dieren geschapen. “God zei:’De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het.” (Genesis 1:24). God maakte meteen ook de mens tot de baas over de aarde, planten en dieren. “Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ (Genesis 1:28)

Met dat bevolken van de aarde is het goed gekomen. Er leven meer mensen op aarde dan ooit tevoren. Sommigen denken zelfs dat er teveel mensen zijn zodat de aarde in de toekomst zal bezwijken onder de groeiende mensenmassa. Of het ooit zover zal komen,  weet natuurlijk niemand. Dat moeten we afwachten. Maar hoe zit het met de dieren? Ook hun groeiend aantal wekt zorgen. Varkens, koeien en kippen leven opeengepakt in mega grote stallen om zo snel mogelijk te worden verwerkt tot boterhamworst, gebraden kip voor bij de appelmoes of een smakelijk runderlapje.


En hoe denken de dieren zelf over hun plaats in de wereld, ondergeschikt aan God en de mensen? Eerst als offer om hun Schepper op zij n gemak te stellen, daarna als de belichaming van Satan of de Heilige Geest om tenslotte in de mensenkeuken te belanden? Zelf kunnen ze daar niks over zeggen. Ze kunnen  niet praten. Samen aan de keukentafel hun lot beklagen onder het genot van een kop koffie is er niet bij. Ze hebben geen alfabet en zonder alfabet ben je nergens. Ze kunnen geen krant lezen of brieven schrijven. 


Ik heb nooit een brief mogen ontvangen van een dier al zouden sommige mensenbrieven door een dier geschreven kunnen zijn. Dieren schrijven ook geen boeken. Er is geen bibliotheek voor dieren. Dieren staan er helemaal alleen voor. Even ontspannen op een festival voor dieren kunnen ze niet. Dierenvriendschap bestaat niet. Ze hebben niks om hun eenzaamheid te doorbreken: geen toneel, films, concerten, geen politieke partijen en verkiezingen, geen rommelmarkten, kermissen of verjaardagsfeestjes. 

Wij weten niet of ze het eens zijn met wat er allemaal met hen wordt gedaan. Ze zijn lijdend voorwerp, geen onderwerp. We weten niet of ze kunnen nadenken. Zo te zien leven ze in een soort comateuze toestand. Van de buitenwereld dringen maar een beperkt aantal prikkels door zoals honger, dorst, levensgevaar en voortplanting. Geen leven om als mens jaloers op te zijn ook al hebben dieren weer wel vrije seks, kun je zonder schaamte alles eten, zelfs je mededieren, hoef je geen belastingen te betalen, geen pensioen te regelen en geen begrafenis. Dieren zijn en blijven een gesloten boek, een groot mysterie zoals wijzelf uiteindelijk ook zijn.


(verschijnt elke dinsdag)