Posts tonen met het label karmeliet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label karmeliet. Alle posts tonen

vrijdag 19 mei 2023

30. TERUG NAAR NIJMEGEN. DE LIEFDE

In het boek met de verzamelde werken van Jan van het Kruis is maar een prent van hem opgenomen. Een schilderij uit de Karmel van Ubeda, uit de tijd van de heilige.

 

Bij een bezoek met Frans aan het karmelieten klooster in Nijmegen zoeken we met hulp van de dienstdoende pater bibliothecaris een exemplaar op van de verzamelde werken van Jan van het Kruis. Ik krijg een exemplaar te leen. Op de titelpagina lees ik “Heilige Joannes van het Kruis, eerste ongeschoeide karmeliet en kerkleraar, volledige werken uit het Spaans vertaald volgen de laatste kritische uitgave van Simeon OCD en van inleidingen voorzien door Joannes A Cruce Peters OCD en J.A. Jacobs met medewerking van Amatus de Sutter, Romaeus Leuven en een moniale van de orde der ongeschoeide karmelieten, uitgeverij Paul Brand N.V. Hilversum-Antwerpen MCMLXIII (1963).”



Aangezet door het enthousiasme van Frans, mijn eigen nieuwsgierigheid en zoektocht naar een geestelijke bestemming besluit ik het boek met 1325 pagina’s dundruk te gaan lezen. Of ik er doorheen kan komen, weet ik nog niet maar ik kan het in ieder geval proberen. Om me niet te laten ontmoedigen door de omvang van het boek besluit ik mijn beproefde methode om elke dag een stuk te lezen, te gebruiken. Die methode heeft me geholpen om door de dikste studieboeken heen te komen zoals bijvoorbeeld het boek Methoden en Technieken ter beoefening van de kunde der sociologie. 

Het boek van Jan van het Kruis is geen avonturenboek of beter gezegd epos zoals bijvoorbeeld “In de Ban van de Ring” van Tolkien dat ik nog pas gelezen heb. De drie dikke delen heb ik zo goed als aan een stuk door gelezen zo werd ik meegesleept in de strijd tussen goed en kwaad, meesterlijk verbeeldt in het gevecht om een toverring waar zich alle kwaad van de wereld in verenigt. 

Het is een fascinerende strijd tussen een mengeling van fantasiewezens, waaronder zelfs sprekende bomen, en mensen, waarin de mensen wonderlijk genoeg dankzij halflings, dat zijn kleine mensen die een beetje groter zijn dan kabouters, de overwinning behalen op het universele kwaad. Het is een optimistisch verhaal waarin het goede overwint en de dood geen bedreiging meer is.

Volgens Frans is het boek van Jan van het Kruis heel andere koek. Die wordt beschouwd als de grootste Spaanse dichter van de liefde, de liefde tot God, al kun je het ook met ogen van wereldse liefde lezen. Ten tijde van Jan van het Kruis is Spanje een overtuigd katholiek land. De reformatie die toen in de noordelijke landen huis hield, krijgt er geen kans. 

Daardoor is het katholieke geloof in Spanje en andere zuidelijke landen van Europa geen overmatige rationele constructie geworden zoals in onze contreien. Het is en blijft  een kwestie van innerlijke beleving van het mysterie van het bestaan. Daar doen wij hier in het noorden liever niet aan. 

Ik vind dat het ook tijd is geworden om meer over de liefde te lezen. In mijn studie sociologie en politicologie is liefde een onbesproken thema gebleven behalve in het college ethiek van professor van Boxtel. Die besprak daarin zijn inaugurale rede waarin hij pleit voor Herstel der Liefde in de Sociale Wijsbegeerte. Een poging om het sociale denken van de Roomse kerk te verbinden met het gedachtegoed van vooral de jonge Marx.

Ik lees in het voorwoord van het boek dat Jan van het Kruis toch ook in Nederland zijn fans heeft, naar ik aanneem mede dankzij de paters Karmelieten. Voor mij geen onbekende orde sinds ik op het Titus Brandsma lyceum in Oss heb gezeten. Over Titus Brandsma zelf valt overigens ook veel te vertellen.

“Dat de Heilige, wiens werken wij hier in een nieuwe vertaling presenteren, een enigszins vernederlandste naam kan dragen, wijst erop dat wij geen volkomen onbekende binnen het Nederlandse taalgebied introduceren. Met Theresia van Avila is hij vier eeuwen geleden begonnen met de hervorming van de Karmel. Zijn betekenis reikt echter verder dan de grenzen van de Karmel. In 1726 heeft de Kerk hem heilig verklaard naast zijn grote tijdgenoten uit de gouden eeuw -Sint-Ignatius van Loyola en de Grote Theresia van Avila. Op 24 augustus 1926 onderlijnde Pius XI r.g. de betekenis van zij leer voor de hele Kerk door Sint-Jan van het Kruis tot Kerkleraar te verheffen." (pag. 9 )

Ik heb zo het vermoeden dat  Jan van het Kruis belangrijker is voor mijn geestelijk welzijn dan de Roomse kerk zelve alhoewel je het belang van die kerk ook weer niet moet onderschatten. Zonder die kerk zou heel wat erfgoed van onze voorouders verloren zijn gegaan.
 

vrijdag 7 april 2023

24. TERUG NAAR NIJMEGEN. DEKKERSWALD

Frans Rosier en Fernando tijdens een lunch in een heel sober restaurantje in een dorp hoog in de Andes waar Fernando net begonnen was aan een antroplogisch onderzoek onder kleine boeren.

Tussen de bedrijven door ga ik een paar keer per week bij Frans Rosier op bezoek. Hij heeft boven op zolder, ver weg van het sanatorium gedoe, een eigen ruime kamer. Daar tref ik hem meestal uitgestrekt op bed liggend aan. In het begin hulpeloos onder de dekens zodat mijn bezoek een echt ziekenbezoek is. Ik ga in een ouderwetse leunstoel naast het bed zitten en we beginnen ons gesprek over de dagelijkse beslommeringen.

Hij wordt met toewijding verzorgd door een oudere, vriendelijke, geroutineerde verpleegster tevens religieuze. Dankzij Frans weet ze al het en en ander over mij. Voor haar is dat genoeg om met mij om te gaan als ene oude bekende.

Frans is voor haar een kleine of misschien wel grote held. Ze is bezorgd maar doet opgewekt om Frans te bemoedigen. Of dat bij ook zo werkt betwijfel ik. Het amuseert hem enigszins. Ze is blij om iemand als Frans te mogen dienen, ook dat is haar aard. Ze laat doorschemeren dat zij en ik samen ervoor moeten zorgen dat hij er weer bovenop komt. 

Frans heeft het inderdaad lichamelijk en geestelijk zwaar. Zijn bleke gezicht is ouder geworden sinds we elkaar voor het laatst gezien hebben in Colombia. Zijn grijze haar is nog grijzer of eigenlijk zo goed als wit geworden. Hij ligt er hulpeloos, verloren bij. 

Tijdens een van onze eerste ontmoetingen begint hij over afscheid nemen van zijn dierbare jonge Colombiaanse vrienden. Hij vraagt mij of ik het gek vind dat hij hen laat overkomen uit Colombia om afscheid te nemen. Of hij daar wel zoveel geld aan mag uitgeven?

Ik vind dat hij dat best mag doen. Waarom zou hij geen afscheid mogen nemen van zijn beste vrienden als hij hun vlucht kan betalen? Hij noemt er twee. De beminnelijke Alvaro, zijn wetenschappelijke assistent die hij min of meer beschouwt als zijn opvolger. Alvaro en zijn vrouw hebben Frans een paar keer opgevangen in crisistijd. Dat was al toen ik in Colombia was. En dan de voor zichzelf strenge Fernando die de rol speelt van secretaris maar vooral op zijn appartement past. 

Zijn vraag verraadt een zekere mate van onzekerheid die ik niet van hem gewend ben.  Frans was altijd degene die oplossingen had. Hij presenteerde die steevast spelenderwijs, alsof het hem geen moeite kost terwijl hij er vaak toch ook de nodige inspanningen voor moest doen. Hij deed daar nooit moeilijk over. Hij is de eenvoud zelve.

Het ergste voor hem is het niets doen. Dat is hij niet gewend. Frans had in Colombia altijd een druk sociaal leven,  te druk en ik denk dat hem dat uiteindelijk is opgebroken. Hij is geestelijk en lichamelijk  overspannen. Hij verzorgt zijn lichaam slecht, eet ongezond en onregelmatig terwijl hij aan een stuk door rookt. 

Hij zelf relativeert zijn ziekte en praat mild spottend over de artsen. De enige voorgeschreven remedie is rust houden. Maar de spanning is toch nog niet echt weg. Misschien is hij daarom in dit sanatorium geplaatst? Gedwongen rust is waarschijnlijk de enige manier om zijn lichaam weer boven Jan te krijgen. Voor rust in zijn geest moet hijzelf zorgen.


vrijdag 21 maart 2014

GEESTELIJKE OEFENING 6, MET ENIGE UITLEG

Om te geraken tot wat ge nog niet zijt - moet ge gaan langs de weg van het niet-zijn.




Achtste regel uit het gedicht "De Berg Karmel"  behorend bij de 
tekst 'De Berg der Volmaaktheid' van de Heilige Joannes van het Kruis (1542 - 1591), te vinden in het boek: 'Heilige Joannes van het Kruis, eerste ongeschoeide Karmeliet en Kerkleraar', Volledige werken. Een uitgave van Uitgeverij Paul Brand N.V. Hilversum-Antwerpen, 1963, blz.1084



Enige uitleg.

De weg naar het Al, voor de Heilige Joannes was het Al gelijk aan God, symboliseert Joannes van het Kruis als de bestijging van een berg, 'De Berg der Volmaaktheid”. Voor hem als Karmeliet wordt die Berg der Volmaaktheid op zijn beurt gesymboliseerd door de Berg Karmel.

Om tot het AL te komen moet je de weg van het NIETS bewandelen. Dat is een moeilijke weg. De geest moet ontbloot worden van alle overbodige verlangens totdat er nog slechts een verlangen overblijft, die naar het AL.

Volgens Joannes van het Kruis “ Vindt in deze ontbloting de geest rust. Omdat hij immers niets najaagt, vermoeit hem niets op de weg naar omhoog en drukt hem niets bergafwaarts, want hij staat in het evenwicht van zijn nederigheid.”

Waarom zou je streven naar het AL als je niet in God gelooft? Ik denk omdat zulk een streven je geest rust en inzicht verschaft. Je geest komt in balans met zichzelf en de wereld en je zult daardoor beter in staat zijn om tegenslagen te verwerken.

Of je het punt van volledige balans, van het AL ooit zult bereiken, valt niet te zeggen. Dat is voor ieder verschillend, maar de weg er naar toe kan al rust in je geest brengen en vrede in je hart en dat is al een hele winst in ons jachtige en drukke bestaan.