Posts tonen met het label dekkerswald. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dekkerswald. Alle posts tonen

vrijdag 12 mei 2023

29. TERUG NAAR NIJMEGEN. JAN VAN HET KRUIS

 

Schilderij (olieverf, 1951) van de kruisiging door de surrealist Salvador Dalí. Het is een voorstelling van Jezus Christus hangend aan een kruis van bovenaf gezien in een donkere lucht, zwevend boven het water compleet met boot en vissers. Het is het landschap van de baai van Port Lligat (Catalonië), een landschap dat Dalí vaker heeft gebruikt in zijn werken. Hoewel het een afbeelding is van de kruisiging, is het verstoken van spijkers, bloed en doornenkroon, omdat Dalí door een droom werd overtuigd dat deze eigenschappen de afbeelding zouden ontsieren. Volgens Dalí werd hem in een droom het belang om Christus in een extreme hoek te schilderen geopenbaard.

De compositie van de gekruisigde Christus is geïnspireerd op een tekening die werd gemaakt door de 16e-eeuwse Spaanse monnik en mysticus Johannes van het Kruis tijdens een visioen in extase, waarbij hij de kruisiging van bovenaf aanschouwde. De tekening wordt nog steeds bewaard in het klooster van Avila.


Bron: Tilburg School of Catholic Theology

Tijdens onze wandelingen vraag ik Frans of zijn zoektocht naar Gods’ afwezigheid ook niet een zoektocht was naar de afwezigheid van God bij hemzelf. Hij vindt van niet. Hij ziet God in de grootsheid van de natuur of misschien beter gezegd in die van de schepping. 

Terwijl hij om zich heen wijst naar de bomen, de struiken en de wolken boven ons, nodigt hij mij uit om me te verwonderen over de schepping. Voor Frans openbaart God zich in de schepping. Daar valt wat voor te zeggen maar het blijft moeilijk. De schepping is niet alleen maar schoonheid, er is ook veel lelijkheid en rotzooi. Natuurrampen zijn er altijd wel ergens. 

Maar ik moet zeggen dat ik ook wel eens zo een wonderlijke schoonheidservaring heb gehad. De wereld op z'n mooist alsof hij volmaakt is. Door de schoonheid van de natuur, een ondergaande zon is het meest gebruikelijke cliché, krijg je dan het gevoel dat de wereld met jou zelf daarin volmaakt is. Heel bedrieglijk want al snel komt de lelijke kant weer tevoorschijn. Het is een betovering van korte duur.

Wat blijft is het gevoel dat de wereld ondanks alle wetenschappelijke verklaringen een mysterie blijft, een niet te verklaren raadsel met het al even grote raadsel waarom jij er bent. We weten niet waartoe we op aarde zijn en we weten ook niet waarom de aarde en het universum er zijn, hoe we ook ons best doen om het te verklaren.

Ik kan niet geloven dat een God of noem het een Opperwezen het sluitstuk van het mysterie van mijn bestaan en dat van het universum is. Naar mijn idee is dat te gemakkelijk. Het voelt kunstmatig aan en nogal vaag. God zelf is immers niet te vinden in de wereld en ook niet in het universum. Waarom is hijzelf niet in de wereld? 

Dan waren de Oude Grieken slimmer. Hun goden zaten op een berg en gingen zelfs met aardse vrouwen van stand naar bed. Aan zo een menselijke God heb je wat maar veel verklaren doet het ook niet. Dat soort Goden zijn een afspiegeling van onszelf, een ideaalbeeld geïnspireerd op onszelf. Daar schieten we uiteindelijk ook niet zoveel mee op. Het mysterie mens en universum wordt er niet echt mee opgelost.

Op dit punt aangekomen in ons gesprek komt Frans met zijn verhaal dat God liefde is. Hij heeft uit liefde de wereld en de mensen geschapen. God wil liefhebben en dat kun je niet alleen. Daar heb je een ander voor nodig en daarom zijn wij mensen er. Hij verwijst naar de heilige Jan van het Kruis een Spaanse karmeliet en mysticus die zijn ervaringen met de liefde van God heeft uitgedrukt in liefdesgedichten.

Geen vage, zweverige of zwijmelden gedichten over het grote geluk van de liefde maar krachtige poëtische beelden waarin de liefde gepaard gaat met eenzaamheid, tederheid, angst en onzekerheid. Liefde zoals liefde hoort te zijn en dat is geen eeuwigdurende zonsondergang. Liefde gaat met veel pijn en moeite gepaard en dat is wat Jan van het Kruis ons leert volgens Frans. Ik besluit om Jan van het Kruis te lezen. Baat het niet, schaadt het niet.
 

vrijdag 14 april 2023

25. TERUG NAAR NIJMEGEN. LEVENSKUNSTENAAR

 

Dora en Frans wandelen door het winterse park van Dekkerswald

Frans begint aardig op te knappen. Het idee om zijn Colombiaanse vrienden uit te nodigen voor een afscheid raakt op de achtergrond. Hij is weer terug in het land van de levenden. Mijn bezoeken doen hem goed. Ik ben niet zijn enige bezoeker,  maar wel de enige met wie hij een vriendenkring in Colombia deelt wat maakt dat je toch wat meer te praten hebt. 

Onze wandelingen, de goede verzorging waaronder vooral het regelmatig goed en gezond eten en de rust doen hem goed. Er staat geen telefoon naast zijn bed en hij kan genieten van klassieke muziek.

Naast de pleegzuster die ik af en toe aantref, heb ik slechts een bezoeker meer ontmoet. Dat is de zoon van de geneesheer directeur van Dekkerswald. Hij is jonger dan ik en erg verlegen, haast te verlegen om te praten. Ik heb de indruk dat hij moeite heeft zijn draai in het leven te vinden en daarom geestelijke hulp zoekt bij Frans. Zoals altijd draait het in het leven om zingeving. Frans kennende probeert hij hem daarbij te helpen. 

Tijdens onze wandeling door het winterse park met de nog kale bomen en struiken voeren we gesprekken die dankzij Frans luchtig en relativerende blijven zonder te bagatelliseren. Zwaarwichtigheid ligt hem niet en dat bevalt me prima.

Als ik weer eens begin over de jonge Marx luistert hij met enige welwillendheid. Hij vindt dat de jonge Marx het zichzelf veel te moeilijk maakt maar dat doen nu eenmaal alle jonge studenten. Ze zijn druk met de ontdekking van de wereld en zich afzetten tegen de vorige generatie net als Marx die zijn leermeester Hegel op zijn kop zette.

De meesten blijven zonder erg steken in wat al langer is beweerd of bedacht. Weinigen ontdekken een nieuwe wereld en waarheid zoals Marx die met zijn filosofie zijn eigen zingeving schiep, een zingeving die volgens hem de mensheid zou verlossen van zijn vervreemding en ellende.  

Maar geen enkele filosofie is in staat om de gebroken wereld ofwel het verloren paradijs te herstellen, ook Marx niet. Het enige antwoord dat overblijft is een eigen zingeving gepaard aan levenskunst en dat moet je zelf uitvogelen.

vrijdag 7 april 2023

24. TERUG NAAR NIJMEGEN. DEKKERSWALD

Frans Rosier en Fernando tijdens een lunch in een heel sober restaurantje in een dorp hoog in de Andes waar Fernando net begonnen was aan een antroplogisch onderzoek onder kleine boeren.

Tussen de bedrijven door ga ik een paar keer per week bij Frans Rosier op bezoek. Hij heeft boven op zolder, ver weg van het sanatorium gedoe, een eigen ruime kamer. Daar tref ik hem meestal uitgestrekt op bed liggend aan. In het begin hulpeloos onder de dekens zodat mijn bezoek een echt ziekenbezoek is. Ik ga in een ouderwetse leunstoel naast het bed zitten en we beginnen ons gesprek over de dagelijkse beslommeringen.

Hij wordt met toewijding verzorgd door een oudere, vriendelijke, geroutineerde verpleegster tevens religieuze. Dankzij Frans weet ze al het en en ander over mij. Voor haar is dat genoeg om met mij om te gaan als ene oude bekende.

Frans is voor haar een kleine of misschien wel grote held. Ze is bezorgd maar doet opgewekt om Frans te bemoedigen. Of dat bij ook zo werkt betwijfel ik. Het amuseert hem enigszins. Ze is blij om iemand als Frans te mogen dienen, ook dat is haar aard. Ze laat doorschemeren dat zij en ik samen ervoor moeten zorgen dat hij er weer bovenop komt. 

Frans heeft het inderdaad lichamelijk en geestelijk zwaar. Zijn bleke gezicht is ouder geworden sinds we elkaar voor het laatst gezien hebben in Colombia. Zijn grijze haar is nog grijzer of eigenlijk zo goed als wit geworden. Hij ligt er hulpeloos, verloren bij. 

Tijdens een van onze eerste ontmoetingen begint hij over afscheid nemen van zijn dierbare jonge Colombiaanse vrienden. Hij vraagt mij of ik het gek vind dat hij hen laat overkomen uit Colombia om afscheid te nemen. Of hij daar wel zoveel geld aan mag uitgeven?

Ik vind dat hij dat best mag doen. Waarom zou hij geen afscheid mogen nemen van zijn beste vrienden als hij hun vlucht kan betalen? Hij noemt er twee. De beminnelijke Alvaro, zijn wetenschappelijke assistent die hij min of meer beschouwt als zijn opvolger. Alvaro en zijn vrouw hebben Frans een paar keer opgevangen in crisistijd. Dat was al toen ik in Colombia was. En dan de voor zichzelf strenge Fernando die de rol speelt van secretaris maar vooral op zijn appartement past. 

Zijn vraag verraadt een zekere mate van onzekerheid die ik niet van hem gewend ben.  Frans was altijd degene die oplossingen had. Hij presenteerde die steevast spelenderwijs, alsof het hem geen moeite kost terwijl hij er vaak toch ook de nodige inspanningen voor moest doen. Hij deed daar nooit moeilijk over. Hij is de eenvoud zelve.

Het ergste voor hem is het niets doen. Dat is hij niet gewend. Frans had in Colombia altijd een druk sociaal leven,  te druk en ik denk dat hem dat uiteindelijk is opgebroken. Hij is geestelijk en lichamelijk  overspannen. Hij verzorgt zijn lichaam slecht, eet ongezond en onregelmatig terwijl hij aan een stuk door rookt. 

Hij zelf relativeert zijn ziekte en praat mild spottend over de artsen. De enige voorgeschreven remedie is rust houden. Maar de spanning is toch nog niet echt weg. Misschien is hij daarom in dit sanatorium geplaatst? Gedwongen rust is waarschijnlijk de enige manier om zijn lichaam weer boven Jan te krijgen. Voor rust in zijn geest moet hijzelf zorgen.


vrijdag 31 maart 2023

23. TERUG NAAR NIJMEGEN. HECTISCHE TIJDEN

 

Tussen de bedrijven door bleef ik mij oefenen in de fotografie. Een zwangere Dora was een dankbaar onderwerp voor mijn oefeningen.

Het zijn hectische tijden. Er wordt nog steeds elke zaterdag gedemonstreerd tegen de oorlog in Vietnam. De leden van de socialistische studentenbond politicologie radicaliseren al maar meer. Een bezetting van de houten barakken van het politicologisch instituut gelegen naast het Bisschop Hamerhuis in de Verlengde Groenestraat, markeert een nieuwe fase in de oorlog tussen studenten en het politicologisch instituut. 

De ingang van de barak is gebarricadeerd. Via een brug van planken stap ik door een zijraam naar binnen. De meeste bezetters zijn vrienden en bekenden van mij, allemaal politicologen. De onbekende gezichten zijn van een nieuwe generatie. Ik merk dat ik als oudere student mij niet meer zo betrokken voel bij de actie. Ik kan het conflict maar moeilijk doorgronden. Door mijn jaar in Colombia heb ik het een en ander rond het democratiseringsproces gemist. 

Mijn indruk is dat het idealisme van het eerste uur is veranderd, misschien wel ontaard in bureaucratische conflicten, d.w.z. meningsverschillen over procedures en regels en die zijn niet mijn sterkste kant. Het is het lot van elke opstand. Het grootse gebaar wordt gevolgd door conflicten op de vierkante centimeter. De volhouder om niet te zeggen de boekhouder wint.  Door mijn verblijf in Colombia sta ik helemaal niet afgestemd op die golflengte. Ik denk dat ik voor de universitaire opstand verloren ben.  

Dat wordt versterkt door de verrassende komst van mijn Colombiaanse mentor Frans Rosier naar Nederland. Hij is op spectaculaire wijze, waar hijzelf later nog om kon grinniken, door een ambulance met sirenes naar het sanatorium in Dekkerswald te Groesbeek gebracht. Dat ligt op nog geen half uurtje rijden met de brommer van onze woning in de van de Havestraat. 

Zodra ik dat te horen krijg, stap ik ter plekke uit de wekelijkse anti-Vietnam demonstratie en ga naar hem toe. Onderweg peins ik over wat er aan de hand kan zijn. In Colombia klaagde hij al over zenuwpijnen over zijn hele lijf en dat hij zich moe voelde. Een oorzaak was niet gevonden. 

Maar zelfs een leek als ik kan zien dat hij vol zenuwen zit. Alleen al dat hij rookt als een ketter. Hij is een gevorderde kettingroker. Dat was al zo toen ik hem leerde kennen maar misschien is het nog meer geworden net als de vermoeidheid.

Die oververmoeidheid is niet zo gek als je ziet waar hij zich allemaal mee bezighoudt binnen en buiten de universiteit en hoeveel mensen hem willen spreken. Hij weigert zelden of nooit een gesprek en luistert welwillend naar ieders verhalen. 

Voeg daar nog zijn eenzaamheid aan toe en het plaatje is rond. Want hoeveel contacten hij ook heeft, hoe bekend hij ook is en wordt gewaardeerd in zijn werk, hij heeft niemand waarmee hij zijn leven tot in zijn diepste wezen kan delen. Dat is voor niemand niet goed maar zeker niet voor iemand die zo gevoelig is.

Natuurlijk, Frans heeft vrienden, veel vrienden. Maar veel van die vrienden in Colombia hebben verwachtingen. Het zijn vaak geen belangeloze vriendschappen. Ze doen een beroep op hem soms is dat geld maar vaker nog voorspraak om ergens binnen te komen en een enkele keer om troost. 

Op sommige mensen oefent het priesterschap een soort aantrekkingskracht uit. Alsof priesters een magische kracht hebben, een speciale verbinding hebben met daarboven die je kan helpen om je uit de put te halen. Zulke gesprekken en contacten vreten energie en je krijgt er weinig voor terug. Frans zal dat zeker beseffen maar kan het niet laten. Hij is een kind van de mensen.

Ik hoef niks van hem behalve zijn vriendschap die ons leeftijdsverschil overbrugt. Frans is van een andere generatie, van voor de Tweede Wereldoorlog. Ik ben van na die oorlog.  Zijn leven is gebouwd op heel andere fundamenten dan het mijne. Bovendien  is hij al zijn hele leven priester en voor zover ik kan nagaan uit overtuiging. 

Dat heb ik nooit gehad. Hoewel het in mijn jeugd wel voorkwam, ik ben zelfs heel even misdienaar geweest, heb nooit ook maar enig moment overwogen om priester te worden. Ik zou dat niet gekund hebben, geestelijk en lichamelijk niet. 

We vinden beiden dat dit verschil in levenshouding geen belemmering hoeft te zijn voor onze vriendschap. Op de een of andere manier lukt het ons om de afstand tussen ons beiden in tijd en  plaats, hij als priester en ik als een getrouwde man, te overbruggen. Het doet me deugd dat ik hem nu van dienst kan zijn.