Posts tonen met het label beatrice. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beatrice. Alle posts tonen

vrijdag 19 augustus 2022

62. HET BELOOFDE LAND. LIEFDE

 

 

Beatrice

Cielo en Oscar krijgen naar aanleiding van een telefoontje een plotseling hoog oplopende ruzie. Geen idee waar het over gaat, mijn Spaans is nu ook weer niet zo goed en ik ken het onderwerp van gesprek niet. Maar we zitten er wel met z'n allen middenin. Dat is altijd moeilijk. De schaamteloosheid van de ruzie maakt dat ik me schaam dat ik er bij zit. Voor Fernando en Beatrice zal dat ook wel zo zijn. Het gaat er zo hard aan toe dat je je afvraagt of dat ooit weer goed gaat komen. Geliefden kunnen elkaar hard treffen op plekken waar het echt pijn doet. Dat hoort ook bij liefde. Oscar gaat zover te roepen dat als Cielo zo door gaat er wat hem betreft een scheiding komt. 

Het zijn twee markante karakters die botsen over hun verschil in levenshouding. Het zijn tegenpolen die desondanks een grote aantrekkingskracht op elkaar hebben. Geen van beiden is bereid om ook maar een centimeter prijs te geven voor de ander. Dat is uit lijfsbehoud, ze kunnen niet anders, maar dat is ook meteen de reden waarom ze van elkaar houden, voor zover daar een reden voor kan zijn. Oscar houdt van Cielo omdat ze een vurige vrouw is, mooi maar ook kwetsbaar, taai is en een degelijke moeder. In wezen verlangt ze naar een burgerlijk bestaan met een randje avontuur. Dat randje kan en mag Oscar zijn maar dan moet hij niet overdrijven.

Oscar daarentegen is precies andersom hij wil een avonturier zijn met een randje burgerlijkheid.  Hij wil een vrijbuiter zijn, een boy scout voor het leven. De geloofszekerheden van Cielo kan hij niet aanvaarden maar hij wil ze ook niet overboord gooien als totaal nutteloos. Dat alles maakt Oscar aantrekkelijk voor Cielo. Ze ziet in hem de koene ridder die haar door het leven loodst en haar trouw zal blijven, wat niet onbelangrijk in een onzeker land als Colombia. Ze zijn uiteindelijk door de liefde tot elkaar veroordeeld dus tot een scheiding zal het wel niet komen, stel ik enigszins gerust vast.

Oscar is opgegroeid in een politiek behoorlijk links nest, zijn vader is een links liberale leider uit gegoede familie. Hij studeert voor ingenieur in de werktuigbouw aan de Los Andes Universiteit, bepaald geen universiteit voor arme studenten. Hij bereid zich voor op een goede baan maar of hij daar straks genoegdoening in zal vinden is nog maar de vraag. Die onzekerheid hangt ook Cielo boven het hoofd.

Ondanks zijn afkomst is Oscar gevoelig voor armoede en sociaal onrecht. Daardoor is hij verzeild geraakt in wat ik noem de vriendengroep van Frans Rosier. Dat is ook waar we elkaar in herkennen, ondanks de enorme verschillen tussen ons. Want laten we wel wezen Colombia en Nederland verschillen als hemel en aarde, als zon en maan, als vloed en eb. En dan heb ik het nog niet over het verschil in afkomst. 

Hij komt uit een rijke familie met een lange familietraditie. Ik ben geboren in een arbeidersgezin waar zo goed als geen familietraditie bestaat. De voorsprong die ik heb op Oscar is dat ik uit een welvarend, min of meer sociaal rechtvaardig, politiek stabiel politiek land kom. Wat we delen is dat we niet bang zijn om vrij en zelfbewust te leven. Kom maar op met het leven, zo kun je het beste onze levenshouding omschrijven.

Oscar heeft samen met de andere leden van de vriendengroep rond Rosier een tijd in een krottenwijk gewoond om leven en werken van de armsten van binnenuit te leren kennen. Dat tekent zijn leven en dat van de anderen. Misschien dat van Oscar wel het meest. Cielo beseft dat en respecteert dat temeer omdat Rosier een pater is, geen wat doorgaans een normale pater wordt genoemd die het houdt bij zijn geloof in God en teruggetrokken uit de wereld bidt voor het wel en wee van de wereld maar een die deelneemt aan de controverses in het leven, hoe groot die ook zijn. Dat op zich maakt Rosier zelf controversieel in Rome en in zijn eigen Karmelieten orde. Daar heeft hij zich overigens nooit door uit het veld laten slaan. Rosier is een geboren diplomaat om de klippen van de controverses te omzeilen waardoor hij alsnog zijn gang kan gaan zonder de orde teveel te verstoren.

Op weg naar huis vertelt Fernando dat hij en Beatrice eindelijk samen in rustiger vaarwater terecht zijn gekomen. Van een afstand bekeken is hun verhouding minder spontaan dan die tussen Oscar en Cielo. Beatrice is vormelijker en minder vurig van karakter. Ze is streng opgevoed volgens de oude Spaanse traditie dat een vrouw tot aan haar huwelijk beschermd moet worden voor de begerige blikken en handen van mannen en daarom het beste vergezeld kan worden van een chaperone. Gelukkig voor beiden is dat daar de laatste tijd wat minder streng de hand aan wordt gehouden. Ik denk dat dat komt omdat Fernando zelf ook vormelijk is en zich gedraagt als de ideale Spaanse edelman die zich weet te bedwingen. Voor Beatrice is dat dan weer wennen want hoe ga je in alle vrijheid met een man om ook al is hij jouw verloofde? 

Fernando zoekt zijn weg als  romantisch minnaar die vrouwen toch vooral ziet als wezens van een hogere orde en die derhalve ook een groot beroep doen op je verantwoordelijkheidsgevoel. Noem het ouderwets, wat het ook is maar het helpt wel om elkaar te naderen. Fernando is als een goed edelman ook streng voor zichzelf. Dat heb ik herhaaldelijk meegemaakt tijdens onze gesprekken over onze studies. Hij neemt geen genoegen met vage conclusies of ruim opgezette ideeën. Hij is een man van de precisie al lukt hem dat niet altijd. Eenmaal aangekomen in het appartement vertelt hij dat nu na  vijf jaar Beatrice en hij samen een gesprek zijn begonnen over hun toekomst. Rijkelijk laat vind ik maar voor hun doen en gezien de gezinnen waarin ze zijn opgegroeid waarschijnlijk op tijd.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 18 februari 2022

36. HET BELOOFDE LAND. DE ZOETE INVAL

Frans (Ireneus) Rosier in het midden. Voor hem Dora. Rechts van hem Martha de vrouw van Alavaro rechts. Achter Rosier staat Fernando met naast hem zijn verloofde Beatrice; de foto is gemaakt tijdens een uitstapje in de buurt van Bogotá.

 


Terloops meldt hij tijdens een tafelgesprek dat hij weer slecht geslapen heeft. Niet dat het een probleem is. Hij heeft nooit goed geslapen. Daar kan ik niet over meepraten. Ik ben een heel goede slaper vooral als ik naast Dora lig en dat is sinds ons huwelijk het geval. Als ik hem goed bekijk, zie ik dat Rosier ondanks alle drukte om hem heen een eenzaam man is. Dat zie je vooral als hij languit voor je staat met zijn lange, veel te magere lichaam gekleed in een eeuwig net niet wit overhemd met een veel te ruime boord rond zijn magere hals, een lange grijze broek met daaronder zwarte leren schoenen. Om zijn lijf met afhangende schouders hangt een  vaal blauwe regenjas waarin hij nog magerder wordt dan hij al is. Op zo een moment zie je een kwetsbare man staan die bij het minste of geringste kan omvallen.

Toch is hij altijd druk. Op zijn appartement ontmoet ik voortdurend mensen die iets van hem willen, niet alleen studenten maar ook mensen van hoog tot laag en natuurlijk ook Nederlanders die in Colombia wonen, collega's van de universiteit, uit de kerkelijke wereld enz. Regelmatig bellen mensen naar zijn appartement om te vragen wanneer ze hem kunnen spreken, in de meeste gevallen zelfs dringend. 

Frans is een mensenmagneet. Hij trekt ze op een andere manier aan. Is het zijn manier van praten, zijn levenswijze, zijn verschijning, zijn priesterlijke status of juist zijn status van geleerde en schrijver? Of is het zijn pastorale charisma? De mensen vinden blijkbaar rust bij hem, zielerust zoals bij in een biecht waar je eindelijk met jezelf in het reine komt en weet wat je moet doen om verder te leven.  Blijkbaar kan Frans mensen geven wat hij zelf als zenuwlijder niet heeft. Zoals hij vaak zegt God heeft vreemde kostgangers en hij vindt zichzelf een van de vreemdste.

Zijn appartement is een zoete inval waar de inwonende Fernando, een onofficiële secretaris van Rosier, over waakt. Hij maakt deel uit van een groep studenten die onder leiding van Rosier participerend onderzoek doen in een van de vele krottenwijken van Bogotá. Alle leden van de groep hebben zich verplicht om daar een tijd te wonen om het leven in zo een wijk van nabij te leren kennen.  Het is een gemengd gezelschap. 

Fernando studeert culturele antropologie, Alvaro een naaste medewerker van Rosier werkt intussen als psycholoog aan de universiteit, Oscar studeert voor werkbouwkundige ingenieur. Efraïn die in Agua de Dios woont, blijft af en toe met zijn vriendin slapen enz. Hun achtergronden zijn heel verschillend. Fernando komt uit een rijke familie van koffieplanters in de zuidelijke provinciestad Neiva, Alvaro is zoon van een kapper in Medellin, Oscar de zoon van een zeer vooraanstaand Liberaal politicus en Efraïn van een melaatse familie. Wat ze delen is hun sociale betrokkenheid, de reden ook waarom ze met Rosier samenwerken.

Fernando zie ik bijna dagelijks. Zijn lange golvend zwarte haar tot in zijn nek en zijn klein snorretje dat hij tijdens een gesprek zo af en toe liefkozend streelt, verraden zijn Spaanse afkomst. Net als veel Colombianen in de hoofdstad is hij altijd onberispelijk gekleed in sobere stemmige kleuren. In zijn denken en doen is hij streng voor zichzelf. In tegenstelling tot de algemene Colombiaanse mentaliteit probeert hij zich stipt aan tijd en uur van afspraken te houden. Hij is geen man van mañana, mañana.

Te laat komen duidt volgens hem op een gebrek aan respect. Hoewel ik zelf een man van de klok ben als het om afspraken gaat, vind ik het wel prettig dat in Colombia de klok niet immer regeert.  Gemakzucht, een ander wijd verbreid euvel onder de mensheid, vindt hij hoogst verwerpelijk. Van wat hij weet van Nederlanders, is het een ijverig volkje. Ik geef toe dat we die indruk wekken met onze volle agenda’s maar er is ook veel kouwe drukte bij. Liever vergaderen dan zelf wat doen. 

Wij zien ons zelf graag als mieren en de zuiderlingen te beginnen bij de Fransen en zo verder als zorgeloze krekels. Terwijl wij zorgen voor huisje, boompje, beestje laten zij Gods wateren over Gods akkers lopen. Ondanks hun armoede plukken ze de dag en dat is prijzenswaardig want bijbels. 

“Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten en wat gij drinken zult, noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen: zij arbeiden niet en spinnen niet; En Ik zeg u, dat ook Sálomo in al zijn heerlijkheid niet is bekleed geweest gelijk een van deze." (Matteüs 6, verzen 25, 28 en 29)

(wordt vervolgd)