Bovenstaand schilderij is te zien in het Noord Brabants museum. Het is een satire op de uittocht van katholieken en soldaten uit Den Bosch in 1629. Den Bosch was een belangrijke prooi voor de Republiek der Nederlanden. De oorlog tegen de Spanjaarden stagneerde al een tijd waardoor de geloofwaardigheid van de Republiek op het spel stond.
De verovering van Den Bosch zou daar een einde aan kunnen maken. Het zou de Republiek een poort naar het zuiden opleveren en het zou Spanje doen bloeden. Den Bosch stond bekend als een onneembare vesting dank zij het omringende water, de vestingwerken en de aanwezigheid van Spaanse troepen.
Spanje zat overigens om geld verlegen o.a. door het verlies van de Zilvervloot aan de Nederlandse admiraal Piet Hein met als gevolg dat het zijn troepen niet op sterkte kon hebben. Dankzij dezelfde zilvervloot had de Republiek geld genoeg om een flink leger op te tuigen. Een leger onder leiding van Prins Frederik Hendrik van Oranje, een strateeg die met geduld de stad maanden lang belegerde. Hij legde de rivieren de Dommel en AA droog zodat zijn troepen door loopgraven steeds dichter naar de stad konden kruipen.
De Tachtigjarige oorlog was ook een oorlog tussen protestanten en katholieken. De Bosschenaren waren tevreden met hun geloof en hun Spaanse bestuurders. Het was een welvarende stad die helemaal niet zat te wachten op een politiek avontuur met de Republiek en al helemaal niet op een oorlog.
De belegering werd beëindigd door onderhandelingen over de overgave van de stad. Een van de voorwaarden was het vertrek van alle katholieke mannelijke geestelijken en soldaten uit de stad. Je ziet op het schilderij de katholieke Bisschop Ophovius als een olifant in een kruiwagen zitten met zijn flaporen als een mijter.
De kruiwagen wordt geduwd door een groot lelijk varken met een bel om zijn nek. Voor de kruiwagen loopt een rat met een gekke muts op, vast het hoofddeksel van een of andere geestelijke. Achter het varken zingen twee gluiperige honden uit een liedboek, waarschijnlijk monniken verbeeldend.
Verderop zie je boven de stoet katholieke beelden van heiligen uitsteken. In de ogen van protestanten waren dat afgodsbeelden. Het vereren van heiligen was afgodendienst. Het woord van God in de bijbel was genoeg. De bijbel zelf toelichten met beelden mocht natuurlijk wel.
De hele enscenering doet denken aan schilderijen van Jeroen Bosch, de vijftiende eeuwse schilder uit den Bosch wiens schilderijen toen al tot in alle hoofdsteden van Europese rijken - Spanje, Portugal en Wenen - bekend waren.
Bosch is de schilder die de strijd van goed tegen kwaad, op voortreffelijke wijze uitbeeldde door gebruik te maken van een wereld van fantasiedieren en mensen die half dier, demoon en mens zijn. Heel in de verte doet de stoet achter de hooiwagen aan het gelijknamige schilderij van Jeroen Bosch denken. De hooiwagen staat voor wereldse verlangens. Niet alleen wereldse machtigen lopen achter het hooi aan maar ook geestelijken van hoog tot laag.
Het werd de katholieken na de verovering van Den Bosch tot ver in de Meierij en de omgeving verboden hun geloof openlijk te belijden. Bestuurlijk werd het een generaliteitsland, een soort halve kolonie, een wingewest onder Haags bestuur.
Alleen het stadje Megen aan de Maas bleef gespaard voor de Republikeinse dwingelandij. Het graafschap Megen genoot de bescherming van de Duitse Keizer. Een oorlog met de Duitse keizer om een stadje aan de Maas was er een teveel zo moeten de Oranjes en Den Haag gedacht hebben.
Pas onder Napoleon tijdens de Bataafse republiek in 1795 kwam er een einde aan de status van onderwerping van de katholieken in de generaliteitslanden en aan het graafschap van Megen kwam een einde tijdens de Bataafse republiek. Megen heeft er nog twee kloosters aan over gehouden.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten