Posts tonen met het label revolutie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label revolutie. Alle posts tonen

vrijdag 22 mei 2026

89. MEXICAANSE VERTELLINGEN. GEESTELIJK VOEDSEL

 

Het kleine theater van de dorpskerk van Huasca, Hidalgo 2019. Foto: petrus

Maria Carmen geeft hem een folder van Anonieme Alcoholisten, een organisatie die mensen helpt om van de drank af te komen. Deze aanmoediging van Maria Carmen om zijn lot weer in eigen hand te nemen, laat hij niet voorbij gaan. Hij meldt zich aan.


Wonderlijk genoeg vindt hij daar waar hij zijn hele leven al lang bijna instinctmatig naar zoekt, naar een goed gesprek dat verder gaat dan het weer, dat alles duur is, dat de regering niet deugt enz. Een gesprek waardoor hij leert kijken achter de horizon van de dagelijkse beslommeringen, weten wat mensen bezielt is en wat hij in ’s hemelsnaam hier op aarde moet? Kortom, hij heeft behoefte aan geestelijk voedsel. 


Tot op vandaag heeft hij zijn geestelijke honger nooit helemaal kunnen stillen. Zijn vader en moeder hadden er nooit tijd voor, druk als ze waren met overleven. Je kent het wel, de ditjes en datjes van elke dag, koe melken, tortilla bakken, op het land werken, iets aan het huis maken of wat dan ook. Die samen legden beslag op elke minuut van de dag. Als het tijd was voor ontspanning dronk zijn vader samen met vrienden pulque in een of andere hut die voor bar moest doorgaan. Geestelijk voedsel was niet hun ding.


Dat was voor de kerk. Daar kreeg je elke zondag tijdens de mis genoeg geestelijk voedsel genoeg voor een hele week. In het begin vond hij de mis, de lezingen uit het evangelie van Jezus Christus en de brieven van de apostelen en zelfs de preek van de pastoor intrigerend. Maar wat nu precies de bedoeling van de wekelijkse voorstelling werd niet goed duidelijk. 


Is het een sprookje om de mensen op zondag gerust te stellen, dat alles goed zou komen ook al is de week nog zwaar? Als het niet in dit leven is, dan toch straks na de dood. Tenminste als je de voorgeschreven regels respecteert en elke week met je kerkgang laat zien dat je er bij hoort. Is dat alles? Een zondags theater om de week door te komen? Steekt er achter de voorstellingen wel enig echt geestelijk voedsel? Hij raakt teleurgesteld.


Gelukkig brengt de revolutie hem avontuur en hoop op echt geestelijk voedsel. Maar Mexico blijkt een nog veel grotere warboel dan zijn dorp. Heden en verleden lopen door elkaar, mensen leven nog in de tijd van de Azteken of de Tolteken, anderen beschouwen zich als de nakomelingen van Spaanse helden, weer anderen menen dat Franse ideeën vrijheid en broederschap zullen brengen en nog weer anderen vinden dat de ideeën van de communisten hen zullen bevrijden uit de ketenen van armoede en materiële nood.


Een geluk is dat zijn vriend David hem zo goed en kwaad als het mogelijk door de helse wanorde heen loodst. Ze houden zich staande tussen de drank, de vrouwen, de onderlinge gevechten en de kleine en grote veldslagen. Ze overleven de revolutie en worden zelfs hier en daar toegejuicht als helden. Hoewel zo ziet hij zichzelf niet en David ook niet. De revolutie is niet geworden wat ze ervan gehoopt hadden ook al kunnen ze niet precies zeggen waar ze op hoopten. 


woensdag 25 maart 2026

FRITS BOLKESTEIN (1933-2025) EN DE INTERNATIONALE VAKBEWEGING

 


Er is een vuistdikke biografie over Frits Bolkestein verschenen. In Nieuwsuur zag ik een gesprek met de schrijver gelardeerd met korte filmpjes over Bolkestein. Het herinnerde mij aan een gesprek dat ik lang geleden had met Bolkestein.


Dat was begin jaren tachtig, toen hij als lid van de VVD fractie in de Tweede Kamer in zijn portefeuille o.a. Latijns Amerika had. Als vertegenwoordiger van de solidariteitsvereniging met de Latijns Amerikaanse vakbeweging CLAT, had ik om een gesprek met hem gevraagd.


Ik wilde zijn politieke steun hebben voor onze vereniging. Om dezelfde reden voerde ik gesprekken met de Tweede Kamerleden Aad Nuis van D66, Harry Aarts van het CDA en Harry van den Bergh van de PvdA. 


Die steun was nodig omdat organisaties voor ontwikkelingssamenwerking steeds vaker kozen voor projecten afkomstig uit kringen van gewelddadige revolutionaire (extreem-linkse) groepen in Nicaragua, Guatemala en El Salvador. 


De christelijk georiënteerde democratische vakbeweging CLAT werd als te gematigd beschouwd. CLAT hield vast aan zijn democratische beginselen en dat zinde de extreem linkse groepen in Midden Amerika niet. Zij zagen de vakbeweging liever als een instrument in hun politieke strijd. 


Het zou natuurlijk te gek zijn als Nederlandse ontwikkelingsgelden van een democratisch land als Nederland zou gaan naar gewapende groepen die niets hadden met democratie en de waarden die daarbij horen.


Het gesprek verliep beter dan ik dacht. Waar Bolkestein Midden Amerika uit eigen ervaring kende vanwege zijn vroegere werkkring bij Shell, kende ik de regio vanuit mijn werk bij de Verenigde Naties in Mexico en Costa Rica.


We spraken Spaans en kenden cultuur, politiek en mensen van nabij en uit eigen ervaring. Politiek zaten we niet op een lijn maar we waren beiden democraten met de daarbij behorende beginselen van vrijheid van meningsuiting, vereniging enz. 


Bolkestein was het met me eens dat zonder die beginselen geen vrije, onafhankelijke en democratische vakbeweging mogelijk is zoals bijvoorbeeld het geval is in Cuba. Op dat eiland is sinds de revolutie van Fidel Castro geen vrije vakbeweging meer mogelijk. Helaas is nu net die revolutie een inspiratiebron voor de gewelddadige revolutionaire groepen actief in de regio.


Bolkestein rondde ons gesprek af met de opmerking dat zoals ik wel zal begrijpen, hij geen vriend is van de vakbeweging maar dat als het gaat om behoud van de democratie de democratische vakbeweging op zijn steun kan rekenen. 


vrijdag 14 maart 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 30. DE REVOLUTIE IS GEEN VETPOT

Voor sommige haciënda's is na een halve eeuw nog geen goede bestemming gevonden.

 

Sara werkt als dienstmeisje bij een bekende familie. Een oudere zus heeft haar aan de betrekking geholpen. Die werkt al langer als dienstmeisje. Als oudste was zij de eerste die uit huis ging en voor zichzelf zorgen. Dat was meteen een mond minder te voeden en dat scheelt in een huishouden met zeven kinderen. Een groot gezin onderhouden met een paar stukken grond waar je niet veel meer kunt zaaien dan bonen en mais, enkele stuks vee houden en af en toe hier of daar wat bijverdienen is zwaar.


Sara is gewend aan een sober en eenvoudig leven, min of meer hetzelfde leven als dat van Diego. Hij is ook in zo'n gezin opgegroeid totdat hij bijna per abuis revolutionair werd. Die revolutie heeft hem meer veranderd dan zijn dorp als is er daar ook wat veranderd, niet veel maar het zijn veranderingen.


Het was niet meteen vooruitgang toen de eigenaar van de haciënda in zijn dorp vluchtte. Die zag de bui hangen en wilde niet het risico lopen er met geweld uitgejaagd te worden of erger. De revolutie kent geen pardon voor de grootgrondbezitters behalve dan degenen die het met ze op een akkoord gooiden. Maar uiteindelijk moest je de boel toch wel opgeven want dankzij de revolutie zijn haciënda’s een aanklacht geworden tegen armoede. Ze moesten teruggegeven worden aan de gemeenschap dat wil zeggen aan de boeren in het dorp.


In de ogen van Diego zijn de grootgrondbezitters een soort landadel die nooit genoeg grond hadden. Meer grond betekende meer profijt en landarbeiders waren er altijd genoeg voorhanden. De meeste boeren in het dorp verhuurden zich noodgedwongen als landarbeiders om hun karige inkomsten aan te vullen. Daar heeft de revolutie een einde aan gemaakt maar of dat ook een verbetering was voor de dorpelingen, is nog maar de vraag. 


De gebouwen van de haciënda staan sindsdien leeg. Soms schuilen er mensen in, vluchtelingen van elders, op drift voor de revolutie. Ze hebben hun hele hebben en houden moeten achterlaten. Ze zijn bang voor de revolutie. Er zwerven roversbenden van voormalige soldaten, deserteurs vaak ook,  die geen pardon met je hebben. Ze laten je voor dood aan de kant van de weg of in het bos liggen. 


De dorpelingen houden een oogje in het zeil. Ze jagen de vluchtelingen niet meteen weg, dat zou onmenselijk zijn maar ze waken ervoor dat er geen brand uitbreekt of de boel wordt geruïneerd. Dat laten ze aan de tijd over maar ze hopen dat zij ooit de gebruik kunnen maken van de gebouwen. 


Ze durven de gebouwen niet op te eisen. Je weet maar nooit of niet een of andere gouverneur of andere hoog geplaatste politicus er zijn oog op heeft laten vallen.Nee, als ze iets geleerd hebben van de geschiedenis, dan is het om politici voor de voeten te lopen. Dat kan je zomaar de kop kosten.


Ze hebben we toestemming om de intussen braak liggende grond van de haciënda voor het dorp te gebruiken. Dat is tenminste iets. Iedereen heeft nu een beetje meer grond. In de praktijk betekent dat  iets meer bonen en mais voor het gezin. De revolutie is geen vetpot. 


vrijdag 17 januari 2025

MEXICAANSE VERTELLINGEN 22. DIEGO GAAT TERUG

Pancho Villa liep met zijn Amerikaanse Dodge in een hinderlaag gelegd door de vele vijanden die hij in de loop van de revolutie gemaakt had.


Bij David komt de moord op zijn vroegere generaal harder aan dan bij Diego. Onbegrijpelijk dat dit gebeurt. Alsof de moord op Zapata al niet erg genoeg was. Vanwaar deze misdadige moord? Villa had de vrede getekend en leidde een rustig leven in Chihuahua. Waarom deze wraakactie, want iets anders kun je het niet noemen. Een persoonlijk wraakactie, de vereffening van openstaande rekeningen?  Villa was politiek toch ongevaarlijk geworden?


De moord legt een nieuwe bloederige smet op de revolutie en het land. Een smet die niet zo maar gewist kan worden uit de geschiedenis, net zo min als de raadselachtige dood van de Azteekse koning Moctezuma. Het lijkt erop dat de geschiedenis van zijn land niet anders kan worden geschreven dan in bloed.


Wat in zijn geest nog rest van zijn geloof in de revolutie spoelt hij weg met pulque, tequila en vrouwen. De schilderkunst interesseert hem niet meer. Waarom nog schilderen als de toekomst van zijn land en volk in bloed wordt gesmoord? Voor wie moet hij nog schilderen en waarover als de revolutie op de vuilnisbelt van de geschiedenis terecht is gekomen? Er is zelfs geen hoop meer op een toekomst.


Bij Diego dringt met de verraderlijke moord op zijn voormalige generaal, het besef van de dood binnen, zijn eigen dood. Misschien ben ik wel aan de dood ontsnapt door op het hoogtepunt van de revolutie, de intocht in Mexico-stad, uit de revolutie te stappen. Hij had zijn les toen geleerd. Vrijheid ben je zelf, een andere vrijheid bestaat niet. Met een beetje geluk ben je ook zelf je lot. 


Hij besluit naar zijn dorp terug te gaan. Daar kan hij proberen opnieuw beginnen. Misschien kan hij zich daar bevrijden van de teleurstellingen in de revolutie? De smaak, de geuren en kleuren van zijn jeugd en jongelingsjaren kunnen hem wellicht het elan geven om opnieuw zijn lot te bepalen? 


De weg terug begint als een weg van herkenning. Eenmaal aangekomen in zijn dorp, ziet hij hoe weinig er veranderd is. Terwijl hij een tumultueus leven heeft geleid, is zijn dorp een toonbeeld van rust en eenvoud gebleven. Het ligt nog steeds ingetogen en in zichzelf gekeerd langs de weg, tussen de bergen en de verlaten haciënda.


De enige verandering is dat iedereen een paar jaar ouder is geworden. Ze wonen nog steeds met vrouw en kind in hun kleine, bescheiden, eigenhandig gebouwde woningen. Ze gaan nog altijd ’s morgens bij zonsopgang naar hun akkers om er maïs of bonen te zaaien. Ze eten elke dag tortilla met bonen. Ze drinken bij het vallen van de avond pulque. Ze vrijen in de warme nachten op hun eenvoudige bed. Het leven en het lot gaan er hand in hand in hand totdat de dood erop volgt. 


Zijn ziel komt tot rust. Daarginds heeft de revolutie gefaald, hier gaat het leven door alsof er niets is gebeurd. Misschien is dit wel de waarheid, denkt Diego, het leven is niet meer dan een aaneenschakeling van geluk en verdriet in de kleine cirkel van zijn dorp. Meer is er niet en voor de meesten hoeft er ook niet meer te zijn. Ze hebben aan het leven dat ze leiden hun handen vol. 


Het is alsof er een zware last van zijn schouders valt. Diego ziet dat de waarheid van het leven zit in de verse tortilla van de ochtend, in de hete koffie, de opgroeiende maïs, het werk op het land, de zorg voor de paarden en de koeien, de zon die elke ochtend opkomt of de regen die de dorst van het land lest. 


vrijdag 17 november 2023

16. AMERICA LATINA. MINISTER PRONK STEUNT CLAT


Minister Jan Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking (rechts) stelt zich tijdens een ledenvergadering van de vereniging CLAT Nederland voor aan de Mexicaan José Merced Gonzalez (links), adjunct algemeen secretaris van het Wereld Verbond van de Arbeid te Brussel. Foto: Ad van Dooren, 1974


Het ergste is dat Pinochet met zijn staatsgreep een einde maakt aan de Latijns -Amerikaanse droom om een sociale revolutie langs democratische weg tot stand te brengen. Tot de verkiezing van Allende gold voor linkse mensen de gewelddadige Cubaanse revolutie van Fidel Castro en Che Guevara als de enige echte weg naar radicale sociale veranderingen.

De staatsgreep komt dan ook hard aan in de linkse actiewereld waar het Chili van Allende als een lichtend voorbeeld van vooruitgang en verandering wordt gezien. Maar niet alleen bij actiegroepen, Ook kranten, de een meer dan de ander, hebben zich min of meer openlijk geëngageerd met de regering Allende.

De staatsgreep komt in Nederland extra hard aan door de uitvoerige berichten in kranten van betrokken journalisten waaronder vooral journalist Jan van der Putten opviel. Fotograaf Koen Wessing vertrekt zelfs onmiddellijk na de staatsgreep naar Chili. Hij wil er bij zijn als het allemaal gebeurt. Zijn foto’s zijn een keiharde getuigenis van de militaire onderdrukking in Santiago de Chile.  

Maar er is meer. Op het moment van de staatsgreep regeert in Nederland het kabinet den Uyl, dat doorgaat voor het meest linkse kabinet ooit. Een kabinet met als minister van Ontwikkelingssamenwerking Pronk, een begeesterd man behorend tot de links radicale vleugel van de PvdA. Als leerling van professor Jan Tinbergen onderschrijft hij de VN doelstelling dat 0,7% van het bruto nationaal product wordt besteed aan ontwikkelingshulp. 

Jan Tinbergen heeft zich als macro-econoom en adviseur, eerst van de Volkerenbond en na de Tweede Wereldoorlog van de VN, ingezet om de 0,7% als VN norm wereldwijd te doen aanvaarden ten behoeve van ontwikkelingssamenwerking.

Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om ontwikkelingslanden en hun burgers en instellingen te helpen zich verder te ontwikkelen en zo een hogere levensstandaard te bereiken. Ontwikkelingssamenwerking is actief op terreinen zoals onderwijs, gezondheidszorg, economische ontwikkeling, landbouw en infrastructuur. Naast concrete thema's richt ontwikkelingssamenwerking zich ook op zaken als het versterken van capaciteit en het vergroten van participatie van achtergestelde groepen. De termen ‘ontwikkelingshulp’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’ worden in praktijk door elkaar gebruikt. Van oudsher spreekt men van ontwikkelingshulp, maar in de jaren zeventig van de 20e eeuw werd de term ontwikkelingssamenwerking geïntroduceerd. Daarmee drukken donoren uit dat zij ontvangende landen en organisaties als gelijkwaardige partners beschouwen.” (Wikipedia: ontwikkelingssamenwerking)

Pronk sprak zich in een interview met het blad ‘Onze Wereld' van de NOVIB uit voor de vakbeweging als partner voor ontwikkelingssamenwerking. Hij noemt daarin o.a. CLAT als een van de mogelijke partners bij ontwikkelingssamenwerking. 

“Ik hoop dat het mogelijk zal zijn de vakbeweging in te schakelen bij het mede-financieringsprogramma (een programma van de overheid voor hulp aan particuliere organisaties in ontwikkelingslanden via particuliere organisaties in Nederland zoals NOVIB ). Het is een belangrijke beweging in een aantal ontwikkelingslanden, die nog veel te weinig participeert in het ontwikkelingsproces en de hulpverlening. Binnenkort hebben we daar een gesprek over. Een tenslotte hoop ik, dat de Nederlandse regering ook direct hulp kan geven aan particuliere organisaties in ontwikkelingslanden zonder tussenkomst van organisaties in Nederland. Ik denk aan directe hulpverlening aan bijv. het CLAT, of aan de ANUC. Dat zou een belangrijke nieuwe dimensie in het projekten-programma van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid zijn." (CLAT Nieuws, Augustus 1974, 5e jaargang, no.4)

Daarmee zet Pronk een belangrijke stap in het Nederlandse beleid van ontwikkelingssamenwerking. Na de val van Allende zoekt Pronk naar nieuwe wegen om sociale verandering en rechtvaardigheid in ontwikkelingslanden langs vreedzame weg te bewerkstelligen. Steun aan de vakbeweging is daarbij een optie.

vrijdag 15 september 2023

7. AMERICA LATINA. POLITIEK EN LANDHERVORMINGEN

 

De Venezolaanse kleine boer en ooit verzetsman tegen de dictatuur van generaal Pérez Jiménez is als algemeen secretaris van de Latijns Amerikaanse Federatie van Boeren FCL het gezicht van de boerenbeweging van CLAT. (foto CLAT Nieuws, februari/maart 1973, 4e jaargang /no.2)

Dat werk bij CLAT Nederland voor een deel politiek werk is, heb ik onvoldoende beseft. Ik ben geen politiek onbeschreven blad, indertijd bij Philips was ik dat nog wel, op de universiteit niet meer.

Daar begon met de oorlog in Vietnam mijn actieve politieke belangstelling, zeg maar politiek activisme. Ik voelde mij genoodzaakt om me te verdiepen in het hoe en waarom van die oorlog.

Daarop volgt dan het typische studentenprotest dat gepaard gaat met veel vergaderingen. Politiek activisme op de universiteit is vooral vergaderen. Zonder vergaderingen geen politiek. Het zijn leerzame vingeroefeningen, niet helemaal vrijblijvend maar zonder directe verantwoordelijkheid.

Bij CLAT Nederland is de politiek minder vrijblijvend, minder academisch. Het is persoonlijker omdat je met mensen verbonden bent hier in Nederland en daarginds in Latijns Amerika en om hen  daarginds is het te doen.

Bij CLAT Nederland leiden vergaderingen tot besluiten die de koers van de vereniging bepalen en wat je met je club kunt doen voor de mensen ginds in Latijns Amerika. Een verantwoordelijkheid die nieuw voor me is maar toch ook weer niet helemaal onbekend. 

Bij de verkenners van de Don Bosco parochie vergaderden we als patrouilleleiders met de staf over het wel een wee van onze troep zoals de aanschaf van spullen zoals bijvoorbeeld tenten en spitritusbranders (onnodig voor een echte verkenner), acties om geld in het laatje te krijgen enz. 

Eigenlijk doen we dat bij CLAT Nederland dat ook maar dan met politiek er bij. Dat is niet altijd gemakkelijk zo ervaar ik zelf meteen na mijn stage in Colombia. Terug in Nederland maak ik tijdens een bezetting van de aula van de Universiteit van Nijmegen voor het behoud van het Derde Wereld Centrum, kennis met Leon W. , het gezicht van de toen nog mij onbekende Aktie Colombia. 

Leon W. en ik willen hetzelfde, armoede en sociaal onrecht bestrijden in Colombia,  maar de weg waarlangs blijkt verschillend. De weg van Aktie Colombia loopt via de boerenbond ANUC en de politieke partij ANAPO. De ANUC is mij zo goed als onbekend. In de ANAPO heb ik geen vertrouwen vanwege het verleden van de politieke leiders.

Bij CLAT Nederland leer ik dat er binnen de boerenbond ANUC verschil van mening is over de weg die gevolgd moet worden om de arme, landloze boeren recht te doen. Voor de een zijn landbezettingen door landloze boeren het begin van een desnoods gewelddadige revolutie voor de ander een uiting van radeloosheid als gevolg van armoede en onderdrukking.

Voor de een zijn de landbezettingen de opmaak naar de revolutie, de socialistische of anti - kapitalistische revolutie, voor de ander dreigt dit opnieuw geweld naar het platteland te brengen, terwijl het oude geweld nog maar net gedaan is. 

Het oude geweld heeft tientallen jaren geduurd en naar schatting tussen de 150.000 en 300.000 slachtoffers gemaakt waarvan de meesten, zoals altijd landloze boeren en hun gezinnen waren. Twee miljoen van hen zijn voor het geweld gevlucht en terecht gekomen in de krottenwijken rond de grote steden. Dat wil de bij CLAT aangesloten Colombiaanse boerenbond met alle begrip voor de landbezettingen en de noodzaak van landhervormingen hoe dan ook voorkomen.

Aktie Colombia daarentegen gelooft wel in de revolutionaire weg. Dat verschil van inzicht leidt ook in Nederland tot meningsverschillen, voor sommigen is dat moeilijk te begrijpen maar de werkelijkheid in Colombia is nu eenmaal niet anders.

vrijdag 25 maart 2022

41. HET BELOOFDE LAND. ARMOEDE

 

Dit soort armoede is onbeschrijflijk. Een gezin dat voor de armoede op het platteland gevlucht is en nu in nog grotere armoede verkeert aan de rand van de stad Medellin. (Colombia 1980)

In de colleges ontwikkelingseconomie van professor Janssen uit Tilburg krijg ik te horen dat armoede in ontwikkelingslanden het gevolg is van een gebrek aan kapitaal en kapitaal heb je nodig om fabrieken te bouwen en allerlei dingen te maken. In arme landen is geen of weinig kapitaal. Alles is nodig voor voedsel en wonen. Sparen is er niet bij. Geen kapitaal omdat je niet kunt sparen, je kunt niet sparen omdat er geen kapitaal is. 

Een vicieuze cirkel waar je niet uitkomt tenzij iemand anders je kapitaal bezorgt. Daar hebben we de Wereldbank voor, het Internationaal Monetair Fonds, regionale Ontwikkelingsbanken en andere internationale instellingen. De Verenigde Naties financieren met geld van rijke donorlanden projecten voor de opbouw van een onderwijs infrastructuur, autowegen en bruggen, arbeidswetgeving, gezondheidszorg enz. 

Kapitaal is en tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant dient het voor productie van goederen aan de andere kant kun je er arbeiders mee uitbuiten met als gevolg een enorme ongelijke verdeling van de armoede. In Colombia zie je met het blote oog dat weinigen heel veel hebben en velen erg weinig. De middenklasse met een redelijk vast inkomen, een huis, een auto en vooruitzichten op een nog betere toekomst is klein en legt weinig politiek gewicht in de schaal. De grens tussen arm en rijk is in vergelijking met Nederland veel scherper. 

Wandel je vanaf de kathedraal in het centrum van de stad naar het zuiden dan loop je de armoede van de uitgestrekte krottenwijken tegemoet. Je raakt verzeild tussen eindeloze aan elkaar geklitte bouwsels gelegen aan stoffige zandweggetjes, op uitgestrekte vlakten of tegen de bergen aan, zonder fatsoenlijke watervoorzieningen en elektriciteit. Daartussen her en der verspreid winkeltjes met wat armoedige handel in eerste levensbehoeften of volstrekt nutteloze dingen om de tijd te verdrijven.

Wandel je naar het noorden dan kom je langs de betere huizen van de spaarzame middenklasse terecht bij ommuurde villa’s met ijzeren toegangspoorten en een bewaker. De muren houden de rijkdom binnen en de armoede buiten. Zelfs ons eenvoudige appartementsgebouw wordt dag en nacht bewaakt. Als we ’s avonds wat later thuiskomen, zit de bewaker verscholen in een poncho in de portiek van het flatgebouw. Beslist geen pretje om zo je geld te verdienen en nog gevaarlijk ook. Je kunt zo maar het slachtoffer worden van een overval. 

Elke morgen, vroeg in de ochtend rijden bussen met werkers en werkzoekenden  dwars door het centrum van de stad van zuid naar noord. De bussen zijn gevuld met bewakers, tuinlieden, dienstmeisjes, winkelbedienden, portiers enz. ’s Avonds zie je omgekeerde trek van het noorden naar het zuiden, terug naar wat hun thuis is, een thuis dat schril contrasteert met waar ze overdag geweest zijn. 

Het buskaartje is voor al deze reizigers elke dag opnieuw een hap uit hun karige verdiensten. Als de kaartjes om de een of andere reden duurder worden, stijgende benzine prijzen bijvoorbeeld, dan barst meteen het protest los. Samen met studenten, die lijden ook zwaar inkomensverlies door verhoging van busprijzen, gaan ze de straat op. Het antwoord van de autoriteiten is voorspelbaar. Politie soms met hulp van het leger jagen de relschoppers van de straten. Even lijkt het erop dat een revolutie op komst is maar het is een strovuurtje dat meteen is opgebrand waarna het wachten is op het volgende strovuurtje. 

Tot enige veranderingen van betekenis leiden de straatacties niet. Het blijft bij doormodderen. Iedereen is op zichzelf, zijn familie of vrienden aangewezen. De sociale verschillen blijven onveranderd. De twee politieke partijen, Conservatieven en Liberalen spelen elkaar de bal toe, houden dik aangezette verhalen over sociaal onrecht waarna alles bij hetzelfde blijft. 

Sommigen, vooral jongeren, vluchten naar het gewelddadige verzet om hun droom van sociale rechtvaardigheid met geweld aan het land op te leggen. Met een geweer over de schouders groepsgewijs  in een honderden kilometers verder gelegen afgelegen oerwoud met een geweer over je schouders rond marcheren om af en toe een politiepost te overvallen zet vooralsnog geen zoden aan de dijk. Dorpjes worden opnieuw opgeschrikt door geweld dat hun niets goeds brengt behalve meer geweld, onveiligheid en angst voor de toekomst. De gewapende revolutie is een kleine smerige oorlog die uiteindelijk meer ellende dan iets anders oplevert. Dat begin ik pas goed te beseffen nu ik hier in Colombia rondloop.


(wordt vervolgd)

 

vrijdag 25 februari 2022

HET BELOOFDE LAND. OSCAR

 

Oscar

Tot de kring van getrouwen rond Rosier behoort de goedlachse Oscar die altijd vergezeld wordt door zijn twee vrienden Humberto (el gordo) en Roberto (el flaco). Hij kijkt zo scheel dat ik nooit weet  tegen wie hij het heeft, mij of degene die naast mij zit. In het begin is dat wennen. Zodra hij mij ziet twijfelen, lacht hij en gaat door met zijn verhaal of er niets aan de hand is. Hij zit er niet mee. Zijn zelfvertrouwen wordt er niet door aangetast, daarvoor is hij te slim.  Zijn schele ogen versterken zijn charme zodanig dat je hem scheel en al in je hart sluit. Wellicht dat hij zich daarvan bewust is maar dat maakt mij en zijn vrienden niet uit.

Cielo is de jonge maar kordate moeder van zijn zoontje. Zij is een frêle vrouw, eigenlijk nog een meisje uit betere kringen die haar mannetje staat tegenover Oscar. Ze is gek op hem en hij op haar.  Cielo is net als Oscar gemakkelijk in de omgang niettemin bewaart ze zoals gebruikelijk in Colombia enige afstand tot mannen.

Oscar is zijn vrijgevochten zelf, het prototype van de romanticus die gelooft in de mensen maar boven alles in zijn Cielo. Zij is de koningin van zijn hart en daar is ze zich van bewust. Ze laat Oscar heen doen zo lang hij haar grenzen maar respecteert. Ze wil geen verhitte debatten over geloof, kerk en gezin. Die zaken staan boven elke twijfel. Discussies over revolutie maken haar niet uit. Ze vindt waarschijnlijk dat revolutie voornamelijk een jongensdroom is en daar heeft ze niet helemaal ongelijk in. Revolutionaire heldhaftigheid is romantiek. Als het allemaal toch teveel wordt, pakt Oscar zijn gitaar en begint Cubaanse revolutionaire liederen te zingen. Zijn we met z'n allen toch een beetje revolutionair.

Als zoon van een vooraanstaand politicus van de Movimiento Revolucionario Liberal MRL heeft hij van thuis uit een revolutionaire ziel mee gekregen. Wonderlijk genoeg vindt hij dat niet in tegenspraak met zijn luxe leven. Hij is zich bewust van zijn stand maar laat er zich niet op voorstaan. Hij is voornemens om straks als werktuigbouwkundig ingenieur bij te dragen aan de industriële ontwikkeling van zijn land. Hoe dat precies zal gaan, weet hij nog niet. Dat is een zorg voor later.

In tegenstelling tot de anderen heeft Oscar een eigen auto. Een oud Amerikaans model auto waarvan je de zware portieren moet sluiten met een stuk touw. Dat vereist enige handigheid van de passagiers. Het gebeurt wel eens dat een touw los schiet en het portier plotseling half uit zijn hengsels hangende open zwaait en wanhopig aan zijn hengsels hangt. Oscar stopt geroutineerd, stapt uit en sluit het portier waarna hij er op toeziet dat het goed wordt vastgemaakt. Als de auto plotseling midden op de weg stilstaat door een of ander raadselachtig mankement, wachten wij passagiers in de auto rustig af tot Oscar het verholpen heeft en we weer verder kunnen. Oscar blijft onder alle omstandigheden kalm en rustig. Zijn ziel is is balans met de wereld.

(wordt vervolgd)
 

maandag 8 oktober 2018

DE ROZE BRIL VAN KRANT EN RADIO JOURNALIST JAN


digitaal bewerkte foto van ©petrus nelissen

Jan geeft eindelijk toe in De Groene Amsterdammer dat hij al die jaren dat hij verslag deed vanuit Latijns Amerika, met een roze bril naar de Latijns Amerikaanse revolutionairen heeft gekeken.

“Wat ik toen natuurlijk nog niet kon weten was dat La révolution de mai, door conservatief Frankrijk gereduceerd tot Les événements de mai, me op het verkeerde been heeft gezet. Want de bloedige revoluties en contrarevoluties waarvan ik jarenlang in Latijns-Amerika getuige ben geweest heb ik veel te lang benaderd met de joyeuze geest van Parijs. En ik vrees dat voor velen die destijds van Latijns-Amerika revolutionaire wonderen verwachtten hetzelfde geldt.”

Mooie woorden gebruikt Jan voor zijn romantisch revolutionaire dromen alsof hij als politicoloog en journalist ook niet de plicht had om zo af en toe zijn eigen linkse politieke dromen de maat te nemen. Die gedroomde linkse opstand van studenten en arbeiders was toch vastgelopen in de Franse politieke realiteit? In plaats van Cohn-Bendit of enige ander revolutionaire kwam Generaal de Gaulle als overwinnaar uit de strijd. Was dat niet politieke les nummer twee?

Niet voor Jan die trok met zijn joyeuze geest van Parijs naar Latijns Amerika om daar samen met de Latijns Amerikaanse revolutionairen verder te dromen van de linkse opstand tegen het onrecht van de machthebbers en voor de machtelozen en armen. Goede bedoelingen zat maar weinig zin voor realisme.
Niks nieuws onder de zon. In Nederland is het vaker belangrijker om iets goed te bedoelen, of het realistisch is doet er minder toe zelfs niet als de hele boel in de soep loopt.

In Latijns Amerika vindt Jan met zijn Europese droom aansluiting bij de links revolutionaire droom van de Cubaanse revolutie van 1959 die immers had aangetoond dat rechtse dictators ondanks steun van Amerika verslagen konden worden. Geen Cohn-Bendit of Rudi Dutschke maar Fidel Castro en Che Guevara waren hun helden, de heiligen van de Cubaanse revolutie. Net als Jan niet zag dat Mei’68 een volslagen mislukking was geworden vanwege de luchtfietserij vol goede bedoelingen, zo zagen de Latijns Amerikaanse revolutionairen evenmin hun luchtfietserij.

Om Jan nog maar eens te citeren. “Linkse Chilenen en hun sympathisanten hebben veel te lang in dat wensdenken geloofd, en daardoor de realiteit uit het oog verloren, gebagatelliseerd of eenvoudigweg ontkend. En dat terwijl Allende alles tegen had: een rechtse parlementaire meerderheid die alle socialistisch geïnspireerde wetsvoorstellen torpedeerde en een ware parlementaire guerrilla voerde; een diep verdeelde coalitie waarin de centrum-linkse partijen nauwelijks iets gemeen hadden met de radicaal-socialistische flank; een links-extremistische oppositie die Allende zag als een platte ‘reformist’ (voor de ware revolutionair een haast nog ergere vloek dan ‘reactionair’); het nationale en transnationale bedrijfsleven, en vooral: de internationale machtsverhoudingen.”

Wie het waagde zulke dingen te zeggen of te schrijven in de tijd van de gebeurtenissen zelf werd onmiddellijk verweten - ook door Jan - rechts en de Amerikanen in de kaart te spelen en aan de schandpaal van het verraad genageld. Het was de terreur van de politieke correctheid van die dagen. Nu, decennia later, mag Jan het zelf opschrijven als een bekentenis die hem vrijspreekt. Hij kon het toch ook niet helpen. Mei’68 had hem immers een roze bril gegeven en die afzetten was teveel gevraagd.

PS. De echte naam van Jan is bekend bij de redactie van De BLOG.