Posts tonen met het label ontwikkelingssamenwerking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwikkelingssamenwerking. Alle posts tonen

dinsdag 18 juni 2024

WAAR IS ONTWIKKELINGSSAMENWERKING GEBLEVEN?

 

Als wetenschapper, sociaal democraat en Nobelprijswinnaar legde Jan Tinbergen de basis voor onze Nederlandse planbureau's die tot op de dag van vandaag een hoofdrol spelen in de Nederlandse politiek en het bestuur. In zijn latere leven wijdde hij zich als voormalig adviseur van de Volkerenbond aan ontwikkelingshulp later genoemd ontwikkelingssamenwerking.

Waar is ontwikkelingssamenwerking gebleven? Het was hét onderwerp van de toekomst in de jaren zestig en zeventig, de tijd dat ik studeerde aan de universiteit en op zoek was naar een levensdoel. Het heeft decennialang op de internationale agenda gestaan. De VN speelde een hoofdrol in het formuleren van doelstellingen en organisatie van de samenwerking.


Een van de grote wetenschappelijke sponsors van het idee van ontwikkelingssamenwerking was de Nederlandse econoom en Nobelprijswinnaar prof. Dr. Jan Tinbergen (1903-1994). Zijn idee was in wezen eenvoudig. Rijke landen voorzien de arme landen van het benodigde kapitaal om zich uit te armoede te werken. 


Op een VN conferentie werd vastgelegd dat de rijke landen jaarlijkse 0,7% van hun bruto nationale inkomen naar ontwikkelingslanden zouden overhevelen in de vorm van projecten, programma’s enz. Nederland liep over van enthousiasme voor het idee. Iedereen deed op de een of andere manier mee.


Het werd een wereldwijde inspanning vol optimisme om de armoede de wereld uit te helpen tot bleek dat het niet eenvoudig een kwestie van geld is. Regeringen in Derde Wereld landen zijn instabiel, onervaren en hebben gebrek aan kennis. Er zijn grote en kleine uitbraken van burgeroorlog en conflicten. Er is omvangrijke corruptie. Iedereen kan dat dagelijks zien op het NOS journaal.


Maar sommigen zijn hardleers. Zo zag ik in de Volkskrant een oproep om de superrijken meer te belasten en dat te geven aan de armen. Alsof geld uitdelen ook maar iets uithaalt. Als geld niet productief besteed wordt dan verandert er niks. Dan blijven de armen afhankelijk van de geldgevers. De ellende is nu dat in veel landen geld, ook ontwikkelingsgeld, niet productief besteed wordt. Het verdwijnt in de verkeerde zakken.


Het aanvankelijke optimisme over de ontwikkeling van Suriname nadat het in 1975 onafhankelijk was geworden, verdween snel toen bleek dat het land er niet in slaagde op eigen benen te staan, ondanks de hulp die het uit Nederland had gekregen. De broodnodige politieke stabiliteit werd ondermijnd door een militaire staatsgreep. Er was geen gemeenschappelijke visie op de toekomst. Corruptie, gebrek aan fatsoenlijke wetgeving en kennis deed de rest.


Andere voormalige koloniën kenden hetzelfde lot. Landen als Mozambique, Angola en Congo kwamen terecht in langdurige burgeroorlogen waardoor economische en sociale ontwikkeling onmogelijk werd. De Arabische wereld bleek niet in staat zich te bevrijden uit oude, paternalistische structuren, de corruptie en het gebrek aan transparantie.


Zuid Afrika had na de afschaffing van de apartheid in 1994, gevolgd door vrije verkiezingen waarbij Nelson Mandela president werd, een prima uitgangspunt om te behoren tot de ontwikkelde landen. Helaas, bleek na verloop van tijd de ANC niet in staat om het land verder te ontwikkelen. Zuid Afrika werd armer in plaats van rijker.


Ondertussen heeft ook de VN, ontwikkelingssamenwerking als maakbaar ideaal voor de toekomst laten vallen. Daarvoor in de plaats is klimaatverandering en opwarming van de aarde gekomen. 


Er zijn ondertussen meer dan 25 jaarlijkse klimaat-wereldconferenties geweest, die van alles hebben opgeleverd behalve waarvoor ze bedoeld zijn namelijk de vermindering van de uitstoot van CO2 zijnde het broeikasgas dat de wereldtemperatuur gevaarlijk zou opdrijven.


Zou het kunnen dat de VN de maakbaarheid van de wereld of het nu om armoede of klimaat gaat, overschat? 


vrijdag 17 november 2023

16. AMERICA LATINA. MINISTER PRONK STEUNT CLAT


Minister Jan Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking (rechts) stelt zich tijdens een ledenvergadering van de vereniging CLAT Nederland voor aan de Mexicaan José Merced Gonzalez (links), adjunct algemeen secretaris van het Wereld Verbond van de Arbeid te Brussel. Foto: Ad van Dooren, 1974


Het ergste is dat Pinochet met zijn staatsgreep een einde maakt aan de Latijns -Amerikaanse droom om een sociale revolutie langs democratische weg tot stand te brengen. Tot de verkiezing van Allende gold voor linkse mensen de gewelddadige Cubaanse revolutie van Fidel Castro en Che Guevara als de enige echte weg naar radicale sociale veranderingen.

De staatsgreep komt dan ook hard aan in de linkse actiewereld waar het Chili van Allende als een lichtend voorbeeld van vooruitgang en verandering wordt gezien. Maar niet alleen bij actiegroepen, Ook kranten, de een meer dan de ander, hebben zich min of meer openlijk geëngageerd met de regering Allende.

De staatsgreep komt in Nederland extra hard aan door de uitvoerige berichten in kranten van betrokken journalisten waaronder vooral journalist Jan van der Putten opviel. Fotograaf Koen Wessing vertrekt zelfs onmiddellijk na de staatsgreep naar Chili. Hij wil er bij zijn als het allemaal gebeurt. Zijn foto’s zijn een keiharde getuigenis van de militaire onderdrukking in Santiago de Chile.  

Maar er is meer. Op het moment van de staatsgreep regeert in Nederland het kabinet den Uyl, dat doorgaat voor het meest linkse kabinet ooit. Een kabinet met als minister van Ontwikkelingssamenwerking Pronk, een begeesterd man behorend tot de links radicale vleugel van de PvdA. Als leerling van professor Jan Tinbergen onderschrijft hij de VN doelstelling dat 0,7% van het bruto nationaal product wordt besteed aan ontwikkelingshulp. 

Jan Tinbergen heeft zich als macro-econoom en adviseur, eerst van de Volkerenbond en na de Tweede Wereldoorlog van de VN, ingezet om de 0,7% als VN norm wereldwijd te doen aanvaarden ten behoeve van ontwikkelingssamenwerking.

Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om ontwikkelingslanden en hun burgers en instellingen te helpen zich verder te ontwikkelen en zo een hogere levensstandaard te bereiken. Ontwikkelingssamenwerking is actief op terreinen zoals onderwijs, gezondheidszorg, economische ontwikkeling, landbouw en infrastructuur. Naast concrete thema's richt ontwikkelingssamenwerking zich ook op zaken als het versterken van capaciteit en het vergroten van participatie van achtergestelde groepen. De termen ‘ontwikkelingshulp’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’ worden in praktijk door elkaar gebruikt. Van oudsher spreekt men van ontwikkelingshulp, maar in de jaren zeventig van de 20e eeuw werd de term ontwikkelingssamenwerking geïntroduceerd. Daarmee drukken donoren uit dat zij ontvangende landen en organisaties als gelijkwaardige partners beschouwen.” (Wikipedia: ontwikkelingssamenwerking)

Pronk sprak zich in een interview met het blad ‘Onze Wereld' van de NOVIB uit voor de vakbeweging als partner voor ontwikkelingssamenwerking. Hij noemt daarin o.a. CLAT als een van de mogelijke partners bij ontwikkelingssamenwerking. 

“Ik hoop dat het mogelijk zal zijn de vakbeweging in te schakelen bij het mede-financieringsprogramma (een programma van de overheid voor hulp aan particuliere organisaties in ontwikkelingslanden via particuliere organisaties in Nederland zoals NOVIB ). Het is een belangrijke beweging in een aantal ontwikkelingslanden, die nog veel te weinig participeert in het ontwikkelingsproces en de hulpverlening. Binnenkort hebben we daar een gesprek over. Een tenslotte hoop ik, dat de Nederlandse regering ook direct hulp kan geven aan particuliere organisaties in ontwikkelingslanden zonder tussenkomst van organisaties in Nederland. Ik denk aan directe hulpverlening aan bijv. het CLAT, of aan de ANUC. Dat zou een belangrijke nieuwe dimensie in het projekten-programma van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid zijn." (CLAT Nieuws, Augustus 1974, 5e jaargang, no.4)

Daarmee zet Pronk een belangrijke stap in het Nederlandse beleid van ontwikkelingssamenwerking. Na de val van Allende zoekt Pronk naar nieuwe wegen om sociale verandering en rechtvaardigheid in ontwikkelingslanden langs vreedzame weg te bewerkstelligen. Steun aan de vakbeweging is daarbij een optie.

maandag 9 januari 2023

DE GOEDE BEDOELINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES

 

VN algemeen secretaris Guterres neemt zijn toevlucht tot ongeloofwaardige waarschuwingen om alsnog onhaalbare wereldwijde doelstellingen haalbaar te maken. Hij heeft de VN veranderd van een wereldwijd diplomatiek overlegforum in een machteloze activistische organisatie.

De VN blinkt zelden uit in realisme. In de tijd dat ik werkte bij de VN viel het mij al op dat onder druk van goed bedoelende mensen en wetenschappers de ontwikkelingsdoelstellingen steeds radicaler en diverser werden ondanks dat geen van de doelstellingen werd gehaald.

Eerst ging het nog om armoedebestrijding. Toen dat vastliep in de taaie alledaagse werkelijkheid werd het goed bestuur. Dat ging moeizaam. Probeer maar eens in een willekeurig Afrikaans land goed bestuur van de grond te krijgen. Daarvoor is politieke stabiliteit voor nodig en die is er meestal niet.
Tussendoor moesten de negatieve kanten van multinationals in Derde Wereld landen aan banden worden gelegd.

De vlucht vooruit met nieuwe ontwikkelingsdoelen was het gebruikelijke antwoord op hele of halve mislukkingen:  vrouwenrechten, recht op water, recht op wonen, bestrijding van kinderarbeid, “eerlijke prijzen” voor koffie, bananen enz, een keurmerk voor eerlijk gemaakte kleding, tegengaan van ontbossing enz. enz. De lijst is oneindig.

In plaats dat men zich bij de VN achter de oren begon te krabben over het teveel aan idealen en te weinig aan resultaten, bleef het hele internationale overlegcircuit volop draaien. Als je eenmaal een internationale bureaucratie hebt geschapen die profijtelijk is voor alle deelnemers, blijft die op volle toeren draaien.

Ondanks de onhaalbaarheid van de wereldwijde doelstellingen kwamen er nieuwe bij. Een ervan en niet de minste is het jaarlijkse klimaatcircus met zijn duizenden deelnemers.

Iedereen die ook maar een klein beetje nadenkt, beseft dat de daar geformuleerde doelstellingen, met de akkoorden van Parijs als hoogtepunt (de anderhalve graad opwarming), niet gehaald kunnen worden. De grootmachten zullen voor hun energie hun eigen plan blijven trekken. De arme landen hebben niet het geld, de middelen en het vermogen om mee te doen.

Hoe zou dat ook kunnen als ze niet eens in staat zijn geweest ondanks alle hulp van rijkere landen om de vroeger gestelde doelstellingen te halen? 

De hoeveelheid in geld uitgedrukte hulp wordt ook nooit gehaald ondanks de toezeggingen. Slechts een paar landen hebben 1,5% van hun BNP gereserveerd voor ontwikkelingssamenwerking waaronder Nederland.

Nu zag en las ik dat er in Canada een nieuw VN vergadercircuit, die van de biodiversiteit, is bij gekomen. Een nieuw congres-circuit met onhaalbare doelstellingen is geboren. Ook deze internationale bureaucratie zal onder de paraplu van de VN de wereld waarschuwen voor alle biodiverse ellende in de wereld. Een nieuwe “road to hell" om met de VN algemeen secretaris te spreken. Of het helpt? We weten het niet.
 

woensdag 26 oktober 2022

76. HET KAN VRIEZEN. HET KAN DOOIEN. KLIMAAT-SOCIALISME (SLOT)

 

Armoede tast de menselijke waardigheid aan. (Mexico-stad 1975, foto: petrus nelissen)

De ongelijkheid tussen Noord en Zuid is nog groter dan die tussen arm en rijk in het noorden, aldus de linkse econoom Piketty in een interview in het Financieel Dagblad van 28 september 2022.  Klimaatmaatregelen kunnen ook hier bij helpen om die internationale ongelijkheid aan te pakken.

Volgens hem wordt klimaat de katalysator voor een betere verdeling tussen Noord en Zuid. een verdeling die via belastingheffing op rijken en grote internationale bedrijven tot stand moet komen.

“In de Parijsakkoorden werd de belofte gedaan zuidelijke landen te helpen met de aanpassingen aan een veranderd klimaat. Maar het toegezegde geld is er niet gekomen. Je kunt niet blijven bedelen. Er moet een systematische herverdeling komen. De minimumbelasting voor multinationals, zoals in Oeso-verband wordt voorgesteld, is heel interessant. Die 15% is echter te laag.
Maar wat een veel groter probleem is: het is vooral een discussie binnen de noordelijke landen. Hoe kunnen we de belastingopbrengsten verdelen? De zuidelijke landen halen helemaal niets binnen. In de toekomst, als het gaat om het belasten van hele machtige bedrijven of zeer rijke individuen uit Europa of de VS: op z'n minst een deel van de opbrengst moet naar de armere landen.”
(FD)

Het is oude wijn in nieuwe zakken. Al sinds de jaren 60 wordt geprobeerd belastinggeld internationaal her te verdelen onder de noemer van ontwikkelingssamenwerking.

“Het grootste deel van het budget voor ontwikkelingssamenwerking komt van overheden van rijke landen. In 2008 gaven deze overheden samen 120 miljard dollar aan officiële ontwikkelingshulp. De Verenigde Staten waren in 2008 in absolute zin de grootste donor, met een hulpbudget van 26 miljard dollar. Nederland bezette de zesde plaats met bijna 7 miljard dollar. België gaf 2,4 miljard dollar. Relatief gezien zijn Noorwegen, Zweden, Denemarken, België, Nederland en Luxemburg de grootste donoren: zij besteden minimaal 0,7% van hun BNP aan ontwikkelingssamenwerking. Daarmee voldoen zij aan een internationale norm, die leden van de OESO in 1970 met elkaar afspraken.” (Wikipedia: ontwikkelingssamenwerking)

Ondanks deze aanzienlijke bedragen die bovenop particuliere investeringen komen heeft de internationale herverdeling niet aan de oorspronkelijke verwachtingen gedaan. Soms krijg je de indruk dat het twee stappen vooruit is en drie stappen achteruit. 

Een voorbeeld dicht bij huis is de voormalige Nederlandse kolonie Suiriname. Bij de onafhankelijkheid in 1975 werden alle schulden van het land kwijt gescholden en volgde een gift van 3 miljard gulden, per inwoner 30.000 gulden. In die tijd in Nederland een goed jaarsalaris.

Ondanks dit geldbedrag kwam de ontwikkeling van het land niet van de grond. De oorzaak was politieke onrust en chaos tot aan een staatsgreep toe, gebrek aan goede ontwikkelingsplannen en het uitblijven van particuliere investeringen als gevolg van de politieke instabiliteit. Veel Surinamers besloten daarop naar Nederland te vertrekken om daar hun toekomst op te bouwen en geld te sturen naar hun familie.

Zou Piketty er niet goed aan doen te onderzoeken waarom zijn ideaal van economische herverdeling ondanks internationaal goede wil niet werkt in plaats van oude wijn in nieuwe zakken te verkopen?

 

donderdag 4 februari 2021

CHINEES IMPERIALISME

 

Ruben Terlou in de cockpit van de Chinese trein in Kenia die gaat van de havenstad Mombassa tot de hoofdstad Nairobi.

Als voormalig VN ontwikkelingswerker kijk ik met verbazing naar de avonturen van Ruben Terlou met Chinezen in Kenia, Madagaskar en Cambodja (docuserie "de Wereld van de Chinezen"). Terlou is en van de beste reizende interviewers die ik ken. Hij spreekt de taal, is geïnteresseerd in de mensen die hij ontmoet waardoor al snel een band van vertrouwen ontstaat.

Onthutsend is dat de Chinezen al dan niet met goede bedoelingen, dezelfde fouten maken die het westen met de VN instellingen voor ontwikkeling heeft gemaakt. Het top down model, het doe hetzelfde als wij beginsel, geen geduld met de lokale cultuur, geen zicht op de opvattingen van de lokale bewoners.

Het ergste is dat ze de lokale bevolking alles uit handen nemen. Ze zitten overal zelf aan het stuur. De lokale bevolking mag hooguit hier of daar in de laagst gekwalificeerde banen meedoen tegen lage lonen. Dat zet kwaad bloed want de door de Chinese overheid opgezette projecten zijn alles behalve gratis. In Kenia bouwen ze tegen een miljarden lening aan het land een complete Chinese supersnelle trein tussen de havenstad Mombassa en de hoofdstad Nairobi. De havenstad is meteen ook het onderpand voor de lening.

Het Chinese onbegrip voor de lokale cultuur leidt tot conflicten. Massai Kenianen zijn verontwaardigd dat de Chinezen niks willen weten van een vrije zondag of nog erger dat ze niet eens weten wie God is. Als je het over God hebt dan gaan ze googelen, vertelt een Keniaan verontwaardigt. Om te communiceren met hun lokale werknemers gebruiken de Chinezen lichaamstaal en zo nodig stenen. Er gata ene filmpje rond op internet waarop ene Chinese werkgever zegt dat ze allemaal lui zijn en apen.

In Cambodja houdt de lokale inspectie er streng toezicht op dat alle Chinese zaken zich van de Khmer taal bedienen naast het Chinees. Als dat niet gebeurt worden de Chinese reclameborden onverbiddelijk verwijderd. Chinezen mogen ook geen grond kopen om hun hotels enz. op te bouwen. Ze kunnen huren. Helaas gaat de huur naar de rijke bovenlaag van het land.

Wat er gaat gebeuren met al die mooie plannen, kon je zien op Madagaskar waar Terlou een door particulieren Chinezen gebouwde katoenfabriek van tien miljoen Euro bezocht die al enkele jaren verlaten en werkloos in een landschap van ergens en nergens staat. Eenmaal geopend bleek er ondanks de inzet van de Chinezen om de verbouw van katoen onder de lokale boeren te verspreiden, veel te weinig katoen te zijn om te verwerken in de fabriek. De lokale boeren zaaiden het gratis katoenzaad niet. Ze voerden het aan varkens. Anderen zaaiden het uit maar verwaarloosden de aanplant.

De eigenaar zwierf als een zombie door zijn reusachtige katoenfabriek rond. Hij kan en wil zijn fabriek niet achterlaten voor de sloop en huist dus in een deel van zijn fabriek samen met een vriend die van hem niet weg mag. De toekomst van de Chinese trein is ook voorspelbaar. Over enkele jaren zal die trein in lokale handen komen en een boemeltrein worden zoals de trein die ooit door de Engelsen is aangelegd. Afrika heet zijn eigen ritme, tempo en tijd nodig om zich te ontwikkelen. Daar kunnen Chinezen en Westerlingen - ook de befaamde VN instellingen - weinig aan veranderen.

What do you want to do ?
New mail

vrijdag 8 maart 2019

MAKE LOVE NOT WAR (WERKTITEL): 2. STUDENT

De aanstaande student als wereldverbeteraar

Nu ik een levensdoel heb, kan ik met de voorbereidingen beginnen. Ik kan niet zo maar in de wilde weg en op goed geluk naar een land ginder ver weg gaan om de boel te verbeteren. Ik zou niet weten waaraan te beginnen: armoede, ziektes, onderwijs, woningbouw teveel om op te noemen. Een schop voor de armen in Nieuw Guinea zoals de missionaris had bedacht is misschien wel een mooi begin maar geldt dat ook voor alle arme landen in de wereld?

Voordat ik zelf ergens aan begin, wil ik eerst te weten zien te komen hoe de vork in de steel zit. Misschien hebben arme mensen wel meer aan goed kunnen lezen of schrijven, of drinkwater, ziekenhuizen, betere woningen en nog een heleboel andere dingen meer dan aan kasgeld. Dat vereist enige studie vooraf. Ik denk dat een studie van en over mensen het beste daarvoor geschikt is. Ik besluit sociologie te gaan studeren aan de katholieke universiteit van Nijmegen. Het heet dat sociologie de studie van de toekomst is. Dat zal ook de reden zijn dat ik samen met ongeveer driehonderd eerstejaars studenten in de collegezalen zit.

Al ben ik op de leeftijd gekomen dat mijn katholieke geloof begint te wankelen,  ik heb geen moeite met de katholieke universiteit. Die behoort tot mijn wereld, het blijft de basis van mijn opvoeding ook al wordt er intussen veel om gelachen. Ik ken Nijmegen al een tijdje als een aangename overzichtelijke stad met een lange geschiedenis. De stad ligt niet ver van mijn geboortestad. Je bent er binnen het half uur met de trein en er vertrekt elk uur een trein en voorlopig totdat ik een studentenkamer heb gevonden, zal het wel met de trein reizen worden tussen thuis en Nijmegen

Vadertje staat zorgt goed voor zijn studenten. Aan de ene kant is er een ruime kinderbijslagregeling voor studerende kinderen zodat mijn vader als kostwinner voor het hele gezin, mijn reiskosten en later mijn studentenkamer zonder problemen kan betalen. Aan de andere kant krijg ik van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen een renteloos voorschot waarmee ik in mijn eerste levensbehoeften kan voorzien. Geen rente over de hele studietijd en terugbetaling hoeft pas als ik mijn studie af heb en een baan. Ik mag er ook nog eens tien jaar over doen om af te betalen.

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 15 januari 2016

E=MC2 EN DE ARMOEDE IN DE WERELD

Professor Jan Tinbergen op het Binnenhof tijdens een actie van CNV in 1988
voor verhoging van de bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking
tot 1,5% van het nationale inkomen.
(foto: petrus nelissen)

Armoede is een gevolg van een te weinig aan consumptiemogelijkheden zo was de conclusie in mijn blog E=mc2. Maar wanneer is weinig te weinig? Die grens is zelfs in een land als het onze met al zijn sociale voorzieningen en aanvullende maatregelen van gemeentewege, en particuliere initiatieven heel moeilijk vast te stellen. 

Voor het gemak wordt het probleem van de armoede daarom over het algemeen vertaald in geld tekort. Men is arm omdat men niet genoeg geld heeft om de benodigde consumptie aan onderwijs, ziekenzorg, kleding, eten & drinken enz. te betalen. In al zijn eenvoud is dat waar maar het omgekeerde is al even waar, gebrek aan onderwijs, werk of het hebben van een ziekte maken je eveneens arm. Geld alleen lost het probleem van armoede meestal niet op, gratis geld al helemaal niet, hoe goed ook bedoeld. 

De wereldberoemde Nederlandse macro econoom en winnaar van de Nobelprijs Jan Tinbergen (1903-1994) had van armoedebestrijding wereldwijd zijn levenswerk gemaakt. Kort samengevat kwam zijn analyse hier op neer. De arme landen hebben als gevolg van te weinig besparingen te weinig geld om hun economie op te starten zodat die zich kan ontwikkelen van een overlevings economie naar een moderne productieve economie met moderne landbouw, industrie en dienstverlening waarin de consument meer kan kopen dan het puur noodzakelijke om te leven. 

Dat professor Jan Tinbergen niet te beroerd was om actie te voeren per megafoon
blijkt uit deze foto genomen op het Binnenhof tijdens een CNV actie
voor verhoging van het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking.
(1988, foto Petrus Nelissen)

Naar voorbeeld van de herverdeling van inkomen tussen rijk en arm in eigen land, vond hij dat ook op internationaal vlak een herverdeling van inkomen tussen arme en rijke landen moest komen. Rijke landen moesten 1% van hun nationale inkomen afstaan aan arme landen. Dat kunnen ze gemakkelijk omdat er altijd genoeg (spaar)geld over is om te investeren in nieuwe economische activiteiten. Dat geld moest gebruikt moeten worden om de economie van de arme landen te ontwikkelen en zo een einde maken aan de armoede.

Tot zover lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Als we er in zouden slagen om de internationale goede wil zodanig te organiseren dat geld van rijke naar arme landen gaat, zou na verloop van tijd het probleem van armoede in de wereld opgelost raken. Jan Tinbergen zette zich daarvoor persoonlijk in en het lukte ook aardig al hielden veel rijke landen hun knip op de portemonnee. 

Na verloop van tijd bleek die herverdeling minder, veel minder goed te werken dan men dacht. Veel geld werd gebruikt voor consumptie en dan vooral voor aankoop van spullen in de rijke landen. Herverdeling van inkomen waar de rijkere in de wereld dus nog rijker van werden. 

Maar nog moeilijker bleek het probleem van de politieke instabiliteit in veel arme landen. Daardoor blijven internationale en nationale investeringen achterwege. Erger nog, lokale investeerders parkeren hun geld in rijke landen.  Een ander probleem is de corruptie en wanbeleid als gevolg van te weinig publieke controle (gebrek aan persvrijheid), gebrek aan management capaciteit, gebrek aan goed onderwijs, geen of veel te weinig gezondheidszorg enz. 

Professor Jan Tinbergen luistert samen met Dick Dolman (rechts),
toenmalig voorzitter van de Tweede kamer (PvdA),
op het Binnenhof naar de verklaring over de verhoging
van het Nederlands budget voor ontwikkelingssamenwerking
tot 1,5% van het nationale inkomen.
(1988, foto petrus nelissen) 

Armoede blijkt dus niet alleen een kwestie van geld verdelen. Er komt veel meer bij kijken en dat kost weer tijd, meer tijd dan we beseffen, soms een paar generaties. Is dat een reden om er het bijltje bij neer te gooien? Als gevolg van deze problemen is het wantrouwen in de rijke landen over ontwikkelingssamenwerking toegenomen met als gevolg dat ook het politieke draagvlak kleiner is geworden. Voeg daar nog bij de opkomst van het ik-tijdperk en het rupsje-nooit-genoeg gedrag en het zal duidelijk zijn dat ontwikkelingssamenwerking uit de gratie is. 


Moeten we er daarom maar mee stoppen? Nee, natuurlijk niet. Dat zou onmenselijk zijn. We zijn aan onszelf verplicht door te gaan tot armoede voor het grootste deel is verdwenen. Daar is politieke moed en leiderschap voor nodig, intussen ook een schaars goed geworden maar daarom moeten we de moed niet opgeven.

donderdag 30 mei 2013

JAN PRONK

Jan Pronk blijft de strenge radicaal die hij altijd al geweest is. (digitale fotobewerking door Petrus)


Ik heb de afscheidsbrief van Jan Pronk aan de PvdA gelezen. Een lange brief, eigenlijk een essay en dan wel helemaal in de traditie van Pronk. Hij heeft altijd veel te vertellen gehad, als minister, als kamerlid en waarschijnlijk ook in zijn internationale functies. In feite draait zijn opzegging om 2 punten: vreemdelingenbeleid en ontwikkelingssamenwerking.

Pronk vindt dat de partij met zijn steun aan het huidige kabinetsbeleid de beginselen van de sociaal democratie verraadt.Hij verwoordt het als volgt in de brief:“De basiswaarden van de sociaaldemocratie in het geding zijn. De kern daarvan wordt gevormd door het beginsel van solidariteit. Dat beginsel is terzijde geschoven”. Een hard oordeel maar niet zo verwonderlijk als je weet dat Pronk altijd een radicale man is geweest. Met deze brief blijft hij trouw aan zijn radicalisme maar veronachtzaamt de nieuwe tijd.

De vraag is echter waarom Pronk geen oog heeft voor verzachtende omstandigheden waardoor hij zijn oordeel wat meer zou kunnen aanpassen aan de eisen van de tijd. Pronk is een kind van de almaar groeiende welvaart. De bomen groeiende de hemel in, de koek werd alsmaar groter. Hij is ook een kind van het post kolonialisme, de tijd dat de Europese mogendheden met Nederland voorop door de internationale ontwikkelingen gedwongen werden zich terug te trekken uit hun voormalige kolonies. De nieuwe staten bleven nooddruftig achter. Een economie gebouwd op de noden van het moederland, een laag opgeleide bevolking, een kleine bovenlaag opgeleid in het koloniale moederland, geen stabiele middenklasse, geen ervaring met democratie enz.

We zijn nu 50 jaar verder en de wereld is veranderd dank zij o.a. de inspanningen van Pronk zelf. Zijn niet aflatende inzet voor een betere verdeling van de welvaart op wereldschaal, voor internationale sociale rechtvaardigheid, voor vrede en veiligheid verdient respect en bewondering. In voormalige armoede landen als India, Brazilië en China is als gevolg van interne ontwikkelingen het besef doorgedrongen dat men zelf verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van zijn land.

De ontwikkeling van die landen mag zich dan wel niet langs de weg van het socialisme voltrekken, zoals Pronk en velen met hem gedacht en gehoopt hadden, maar er wordt wel aan armoede bestrijding gedaan, verhoging en verdeling van de groeiende welvaart. Dat lijkt me een groot winstpunt, waar we halverwege de jaren zeventig nog niet eens van konden dromen. Meer nog, de genoemde landen zijn niet langer slachtoffer van nationale en internationale omstandigheden maar nemen hun lot zelf in handen en spelen nu zelfs een rol op het wereldtoneel, weliswaar nog bescheiden maar toch.

Dit en nog vele andere ontwikkelingen maken dat ontwikkelingssamenwerking als speerpunt voor herverdeling van de welvaart op wereldschaal zijn langste tijd gehad heeft. Er zijn nu andere speerpunten die wel zo belangrijk zijn. Ik denk dan aan steun aan internationale instellingen voor wereldhandel, de Wereldbank, regionale banken, het IMF, de internationale arbeidsorganisaties, het internationaal strafhof, de Europese Unie en niet te vergeten het internationale privé kapitaal dat zorgt voor vele malen grotere investeringen in Derde wereld landen dan wat ooit ontwikkelingssamenwerking heeft kunnen doen. Pronk zou daar blij mee moeten zijn in plaats van het vingertje te heffen naar zijn partij.

Kom ik op de kwestie van het vreemdelingenbeleid. Pronk schrijft daarover in zijn brief het volgende: “Een dergelijk afscheid van sociaaldemocratische beginselen doet zich ook voor in het vreemdelingenbeleid. Dat is in ons land gedurende de laatste tien jaar steeds harder en inhumaner geworden. Het recente regeerakkoord zet die lijn voort. Het desbetreffende hoofdstuk rept niet over solidariteit met mensen die vluchten voor onderdrukking, discriminatie, geweld en een onleefbare situatie in hun thuisland. Het gaat vooral over eisen stellen, doorwerking van eenmaal opgelegde inreisverboden, ontzegging van verblijfsvergunning, bemoeilijking van rechtsgang, uitsluiting en uitzetting van vreemdelingen.”

Pronk blijkt ook op dit punt een blinde vlek te hebben voor de ontwikkelingen in de laatste 50 jaar. Me dunkt dat het Nederlands beleid ondanks dat de touwtjes worden aangehaald nog steeds een van de meest humane is in de wereld. Maar het is ondertussen wel harder geworden of moet ik zeggen minder genereus? Dat komt omdat de asielzoeker niet alleen meer de man of vrouw is op de vlucht voor onrecht en onderdrukking zoals Pronk het idealistisch beschrijft, maar onder hen ook economische vluchtelingen zitten. Moet Nederland ondanks deze ontwikkeling zijn deuren wijd openhouden zodat Nederland straks welf gene welvarend land meer is? Kun je dat als politieke partij maken?

De huidige PvdA is binnen zijn humane traditie op zoek naar een balans tussen het een en ander. Dat lijkt me normaal. De beginselen van de sociaal democratie moeten aangepast worden aan de nieuwe tijd. Pronk zou daar meer begrip voor moeten hebben in plaats van de kansel opnieuw de beginselen te prediken zonder oog te hebben voor wat er in zijn gemeente afspeelt. Ondertussen heeft Pronk wel bereikt dat ik een lans breek voor de PvdA, terwijl ik al vele jaren geen lid meer ben van die partij en er ook niet op stem. Het kan verkeren.

dinsdag 13 december 2011

NEO-EGOÏSME OF INTERNATIONALE SOLIDARITEIT?

 Nog in de tweede helft van de jaren tachtig ondersteunde Jan Tinbergen (links) de actie 1,5% van CNV Aktie Kom Over (nu CNV Internationaal) op het Binnenhof. Naast hem staat toenmalig Tweede Kamervoorzitter Dick Dolman (PvdA).

Ontwikkelingssamenwerking is zo vorige eeuws dat je het maar beter meteen van de Nederlandse begroting kunt schrappen. Het past niet meer in deze liberale tijd van eigen verantwoordelijkheid, ondernemerschap, vrije markt en neo-egoïsme. Als het aan de PVV ligt wordt ontwikkelingssamenwerking als een van de linkse hobby’s samen met bijvoorbeeld Europa weg bezuinigt om aldus Henk en Ingrid te sparen voor nieuwe bezuinigingen. Een legitieme politieke zet van Wilders maar wel met verkeerde argumenten. Zo is Europa geen linkse hobby, dat weet Wilders best. Het is ook een ondernemershobby (vrije markt, deregulering, enz.), fervent mee opgebouwd door zijn eigen voormalige VVD.

Ontwikkelingssamenwerking is voornamelijk een linkse hobby geweest. Die is indertijd zo populair geworden mede dank zij de Rotterdamse macro econoom professor Tinbergen, een zeer respectabel geleerde al was het maar omdat hij de eerste was die de Nobelprijs voor economie won (1969). Tinbergen was mede aanjager van de VN doelstelling om 0,7% van de nationale begroting te reserveren voor ontwikkelingssamenwerking (1970).  Jan Pronk, in zekere zin de tovenaarsleerling van Tinbergen, heeft als PvdA minister voor Ontwikkelingssamenwerking die populariteit alleen maar vergroot. Maar vergeet de rol van het CDA niet. Die hebben met hun diepe wortels in missie en zending ervoor gezorgd dat ontwikkelingssamenwerking een heel breed maatschappelijk draagvlak kreeg. De basis was solidariteit, hetzelfde fundament waarop de sociale voorzieningen en de gezondheidszorg in Nederland is opgebouwd.

 Hier zien we tijdens dezelfde 1,5% actie het toenmalig Tweede Kamerlid Cor Kleisterlee (rechts), tevens voorzitter van de Katholieke NGO Cebemo (tegenwoordig Cordaid), op het Binnenhof spreken. Links met het blad papier in de hand CNV secertaris Arie Hordijk. CNV Aktie Kom Over secretaris Gerrit Pruim bedient de megafoon.


De VVD heeft er trouwens altijd voor gevochten dat de Ontwikkelingspot ook ten dienste stond voor het Nederlandse ondernemerschap. Uiteraard viel dat heel slecht bij radicaal links Nederland. In die tijd werden ondernemers en vooral multinationals gezien als uitbuiters in plaats van werkverschaffers. Hoewel daar vaak ook wel wat voor te zeggen was, was dat beeld toch te eenzijdig. Ontwikkelingssamenwerking werd toen door links omarmd, kort door de bocht gezegd, als een instrument om het socialisme te bevorderen (naats de Novib ook binnen kerkelijke organisaties als Cebemo nu Cordaid, Icco en Solidaridad) met zijn accent op herverdeling van inkomen in plaats van vergroting van inkomen door middel van productiviteit. Noem het de bekende blinde vlek van links voor de economische realiteit maar een die je kunt vergeven omdat hij voortkomt uit een goed hart.

Nu in deze nieuwe eeuw met al zijn nieuwigheden wordt pas goed ingezien dat herverdeling van inkomen alleen niet genoeg is om in ontwikkelingslanden een humane maatschappij dichterbij te brengen.

Werk, werk en nog eens werk is net zo belangrijk of misschien wel belangrijker voor de ontwikkeling van een samenleving. Door te werken maakt een mens deel uit van de gemeenschap, kan hij of zij de verantwoordelijkheid voor zijn leven, zijn gezin of familie nemen, kan hij zich zelf ontplooien enz. Een lofzang op investeringen, vrij markt en vrije handel ter bevordering van de werkgelegenheid is dus op zijn plaats. Dat moeten de linkse hobbyisten toegeven maar dat is niet alles. Een vrije markt moet gecorrigeerd worden, wil het spel niet ontaarden in het recht van de sterksten en de rijksten. Daar zijn vakbonden voor nodig en een  eerlijke, rechtvaardige overheid die democratisch tot stand komt. Dat zullen de rechtse hobbyisten moeten erkennen.

Er is dus voor links en rechts nog werk zat aan de winkel voor Ontwikkelingssamenwerking. Wilders zou onderwijl moeten beseffen dat door toe te geven aan het neo-egoïsme hij ook de fundamenten van de binnenlandse solidariteit ondermijnt.