Posts tonen met het label wereldbank. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereldbank. Alle posts tonen

vrijdag 10 november 2023

15. AMERICA LATINA. CHILI NA DE STAATSGREEP VAN GENERAAL PINOCHET


Tegen het hek leunt de toenmalige Republikeinse president Nixon. 

Bij de militaire staatsgreep in Chili vallen 30.000 doden als gevolg van executies, vuurgevechten, bombardementen , mishandeling en martelingen. Het leger heeft zelfs het presidentiële paleis gebombardeerd waarbij president Allende zou zijn omgekomen.

4000 Chilenen die vrezen voor hun leven onder het regiem van Pinochet zijn gevlucht. 8000 Chilenen wachten in ambassades en in VN kampen op een vrijgeleide om het land uit te komen. Er zijn 40.000 politieke gevangenen opgesloten in door het leger opgezette concentratiekampen. De bekendste is is het stadion in de hoofdstad Santiago de Chile.

De rol van Amerika bij de staatsgreep wordt duidelijker. “De staatsgreep was zorgvuldig voorbereid. Zo zorgvuldig zelfs dat een hoge Noordamerikaanse functionaris aan het persbureau AFP verklaarde dat “de omverwerping van de regering Allende de afloop is van een politiek die door ons is gevoerd.” (CLAT Nieuws, april 1974, 5e jaargang no 2)

Aan de “economische oorlogsvoering” tegen Chili kwam na de staatsgreep een abrupt einde. De Inter Amerikaanse Ontwikkelingsbank keurde een krediet van 65 miljoen dollar goed. In april zal het zijn jaarlijkse vergadering in Santiago de Chile houden. De Wereldbank verleent in februari een lening van 13,5 miljoen dollar. President van de wereldbank is Robert MacNamara, ex-minister van Defensie en onder de presidenten Kennedy en Johnson betrokken bij de oorlog in Vietnam.

Het Internationaal Monetair Fonds is al vrijwel meteen na de staatsgreep positief over de economische ontwikkelingen. Het Fonds verleent een stand-by-krediet van 95 miljoen dollar. President van het IMF is de voormalige Nederlandse minister van Financiën Witteveen

In februari werd een speciale schulden conferentie in Parijs belegd om een regeling te treffen voor de 4 miljard schuld die Chili heeft. Ten tijde van Allende was er geen ruimte voor een dergelijke regeling, nu 5 maanden na de staatsgreep wel.

Vier landen waaronder Nederland, willen pas akkoord gaan met de regeling als de mensenrechten in ere gesteld worden. Noord Amerika, West Duitsland, Frankrijk en Groot Brittannië, Canada en Japan gaan akkoord met de nieuwe regeling voor schuldaflossing.

Sommige Europese landen waaronder ook Nederland vangen enkele honderden vluchtelingen op, voornamelijk actieve leden van de linkse coalitie Unidad Popular, de politieke basis van president Allende. Tegelijkertijd erkennen zij de regering Pinochet. 

“Premier den Uyl (1973-1977) riep op 28 december in een radio uitzending van de Partij van de Arbeid op tot een nieuwe internationale aktie voor een nieuw vrij Chili. Een eerste bedrag dat aan de Chileense verzetsbeweging is overgemaakt - honderdduizend gulden - door het Strijdfonds Chili, vond hij niet genoeg. Hij riep op de zaak voort te zetten in internationaal verband.” (CLAT Nieuws, april 1974, 5e jaargang no 2.) 

vrijdag 25 maart 2022

41. HET BELOOFDE LAND. ARMOEDE

 

Dit soort armoede is onbeschrijflijk. Een gezin dat voor de armoede op het platteland gevlucht is en nu in nog grotere armoede verkeert aan de rand van de stad Medellin. (Colombia 1980)

In de colleges ontwikkelingseconomie van professor Janssen uit Tilburg krijg ik te horen dat armoede in ontwikkelingslanden het gevolg is van een gebrek aan kapitaal en kapitaal heb je nodig om fabrieken te bouwen en allerlei dingen te maken. In arme landen is geen of weinig kapitaal. Alles is nodig voor voedsel en wonen. Sparen is er niet bij. Geen kapitaal omdat je niet kunt sparen, je kunt niet sparen omdat er geen kapitaal is. 

Een vicieuze cirkel waar je niet uitkomt tenzij iemand anders je kapitaal bezorgt. Daar hebben we de Wereldbank voor, het Internationaal Monetair Fonds, regionale Ontwikkelingsbanken en andere internationale instellingen. De Verenigde Naties financieren met geld van rijke donorlanden projecten voor de opbouw van een onderwijs infrastructuur, autowegen en bruggen, arbeidswetgeving, gezondheidszorg enz. 

Kapitaal is en tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant dient het voor productie van goederen aan de andere kant kun je er arbeiders mee uitbuiten met als gevolg een enorme ongelijke verdeling van de armoede. In Colombia zie je met het blote oog dat weinigen heel veel hebben en velen erg weinig. De middenklasse met een redelijk vast inkomen, een huis, een auto en vooruitzichten op een nog betere toekomst is klein en legt weinig politiek gewicht in de schaal. De grens tussen arm en rijk is in vergelijking met Nederland veel scherper. 

Wandel je vanaf de kathedraal in het centrum van de stad naar het zuiden dan loop je de armoede van de uitgestrekte krottenwijken tegemoet. Je raakt verzeild tussen eindeloze aan elkaar geklitte bouwsels gelegen aan stoffige zandweggetjes, op uitgestrekte vlakten of tegen de bergen aan, zonder fatsoenlijke watervoorzieningen en elektriciteit. Daartussen her en der verspreid winkeltjes met wat armoedige handel in eerste levensbehoeften of volstrekt nutteloze dingen om de tijd te verdrijven.

Wandel je naar het noorden dan kom je langs de betere huizen van de spaarzame middenklasse terecht bij ommuurde villa’s met ijzeren toegangspoorten en een bewaker. De muren houden de rijkdom binnen en de armoede buiten. Zelfs ons eenvoudige appartementsgebouw wordt dag en nacht bewaakt. Als we ’s avonds wat later thuiskomen, zit de bewaker verscholen in een poncho in de portiek van het flatgebouw. Beslist geen pretje om zo je geld te verdienen en nog gevaarlijk ook. Je kunt zo maar het slachtoffer worden van een overval. 

Elke morgen, vroeg in de ochtend rijden bussen met werkers en werkzoekenden  dwars door het centrum van de stad van zuid naar noord. De bussen zijn gevuld met bewakers, tuinlieden, dienstmeisjes, winkelbedienden, portiers enz. ’s Avonds zie je omgekeerde trek van het noorden naar het zuiden, terug naar wat hun thuis is, een thuis dat schril contrasteert met waar ze overdag geweest zijn. 

Het buskaartje is voor al deze reizigers elke dag opnieuw een hap uit hun karige verdiensten. Als de kaartjes om de een of andere reden duurder worden, stijgende benzine prijzen bijvoorbeeld, dan barst meteen het protest los. Samen met studenten, die lijden ook zwaar inkomensverlies door verhoging van busprijzen, gaan ze de straat op. Het antwoord van de autoriteiten is voorspelbaar. Politie soms met hulp van het leger jagen de relschoppers van de straten. Even lijkt het erop dat een revolutie op komst is maar het is een strovuurtje dat meteen is opgebrand waarna het wachten is op het volgende strovuurtje. 

Tot enige veranderingen van betekenis leiden de straatacties niet. Het blijft bij doormodderen. Iedereen is op zichzelf, zijn familie of vrienden aangewezen. De sociale verschillen blijven onveranderd. De twee politieke partijen, Conservatieven en Liberalen spelen elkaar de bal toe, houden dik aangezette verhalen over sociaal onrecht waarna alles bij hetzelfde blijft. 

Sommigen, vooral jongeren, vluchten naar het gewelddadige verzet om hun droom van sociale rechtvaardigheid met geweld aan het land op te leggen. Met een geweer over de schouders groepsgewijs  in een honderden kilometers verder gelegen afgelegen oerwoud met een geweer over je schouders rond marcheren om af en toe een politiepost te overvallen zet vooralsnog geen zoden aan de dijk. Dorpjes worden opnieuw opgeschrikt door geweld dat hun niets goeds brengt behalve meer geweld, onveiligheid en angst voor de toekomst. De gewapende revolutie is een kleine smerige oorlog die uiteindelijk meer ellende dan iets anders oplevert. Dat begin ik pas goed te beseffen nu ik hier in Colombia rondloop.


(wordt vervolgd)