Posts tonen met het label che guevara. Alle posts tonen
Posts tonen met het label che guevara. Alle posts tonen

donderdag 21 maart 2024

HAVANA CLUB 1959 (CHE GUEVARA)

 

petrus nelissen, "Havana Club 1959 (Che Guevara), olieverf op paneel, 100x100 cm.


vrijdag 29 juli 2022

59. HET BELOOFDE LAND. WIET.

Carlos, onze gastheer.

 

Op onze laatste dag tovert Oscar na het middageten Colombiaanse wiet tevoorschijn. Tot nu toe heb ik weinig gemerkt van wiet roken in Colombia. In Nijmegen was dat anders. Aanvankelijk was het daar moeilijk te krijgen. We moesten het in Amsterdam gaan kopen. Maar al gauw was er een lokale markt. Op onze boerderij werd geregeld gerookt, zeker toen Doornroosje elke zaterdagavond een seance had bij ons in de kelder van de boerderij aan de Jacobslaan. 

Deze wiet is veel sterker. Zou dat komen omdat hij vers geoogst is? Er wordt wiet geteeld in Colombia zo is me verteld maar ik weet  niet of dat veel is en waar. Colombia is bij ons in de Nederlandse alternatieve scene in ieder geval geen bekend wietland. 

Wiet hoort bij lang haar, spijkerpakken, Vietnamprotest, de underground of de tegencultuur zoals de Noord Amerikaanse filosoof Thomas Roszak het in zijn boek met dezelfde titel noemt. Die tegencultuur, overgewaaid uit Amerika door het Vietnamprotest, bestaat in Colombia niet, net zo min als de consumptiemaatschappij. Colombia is een armoede maatschappij, een plattelands samenleving met een zeer conservatieve inslag.

Het gesprek onder studenten gaat vooral over armoede, het sociaal onrecht en hoe daar een einde aan kan worden gemaakt. Cuba en Che Guevara en Camilo Torres zijn de grote voorbeelden. Maar net als bij ons Nederland blijft het vaak bij praten met af en toe heftig protest op straat tegen bijvoorbeeld te dure busritten. De Amerikanen zijn in dit plaatje uitsluitend de slechteriken. De Amerikaanse tegencultuur met Woodstock, Underground muziek en Vietnamprotest zijn er zo goed als onbekend. 

We roken met z’n vieren. Cielo doet niet mee, die moet er niks van hebben. In tegenstelling tot Oscar die is opgegroeid in een Colombiaans links elitenest is zijn vrouw Cielo een heel braaf meisje, bijna nog een kindvrouwtje uit de gegoede klasse. Maar vergis je niet, als ze ook maar enigszins vermoed dat haar nest wordt aangevallen, wordt ze kwaad en keert ze Oscar en zijn vrienden de rug toe. Oscar buigt daarvoor. Hij weet dat Cielo op zulke momenten ijzersterk is. Dora rookt mee zoals ze ook in Nijmegen deed en met hetzelfde gevolg. Ze valt in slaap.

Ik krijg zoals meestal met wiet roken een lach kick. Alles om me heen wordt vrolijk en absurd tegelijk en ook kleurrijker waarbij geluiden intenser worden. Alsof ik een versterker in mijn kop heb. Oscar en Humberto zijn een kaartspel begonnen. Roberto houdt zich zoals gewoonlijk afzijdig. Ik wil meedoen. Ik ken het niet en dus laat ik het me uitleggen. Wonderlijk genoeg win ik na verloop van tijd menig spel of is dit alles nep door de wiet? Ik weet het niet meer. Ik herinner me vooral de lol.

Als Helena onze gastvrouw, die niet mee rookt, zich zonder enige uitleg pardoes terugtrekt in haar slaapkamer, denken we met z'n allen  dat ze boos is omdat we gekheid met wiet uithalen. Maar even later weet Cielo te vertellen dat Helena pijnlijke maagkrampen  heeft. In Colombia zijn die aan de orde van de dag. Iedereen heeft er wel eens maagklachten en velen moeten ervoor naar de dokter.

Dat krijg je in een land met slecht gezuiverd drinkwater of helemaal geen drinkwater en een gebrek aan hygiëne. Dat laatste wreekt zich eerder in een tropisch land dan in ons gematigd klimaat. Verse groeten en fruit moet je altijd zorgvuldig wassen. Er kunnen besmettelijke bacteriën op zitten die niet meteen dodelijk zijn maar op den duur wel schadelijk voor je maag.

Na het avondeten worden er gedichten opgezegd, van schoolversjes tot serieuzere gedichten. Ik ben totaal onbekend met Colombiaanse gedichten, daarvoor beheers ik het Spaans te weinig en te kort. Ik heb wel gemerkt dat Colombianen van hoog tot laag van gedichten houden, meer dan gebruikelijk bij ons waar liefhebbers van gedichten uitzonderingen zijn. Ik denk dat het te maken heeft met de liefde voor de kunst van het mooi spreken dat grenst aan mooi praten en hun grote gevoeligheid voor romantiek en melancholie. 

De magie van het woord bestaat nog in Colombia. Woorden zijn als spreuken waarmee je de werkelijkheid te lijf kunt gaan. Het katholieke geloof ondersteunt die gedachtegang door heiligen tot bemiddelaars tussen mens en God te benoemen. Wie zich met de juiste woorden tot de juiste heilige richt kan wel eens iets gedaan krijgen wat anders onmogelijk is. 

Als onze gastheer Carlos fanatiek uit een dichtbundel begint voor te lezen, is het voor Dora en mij mooi geweest. We gaan slapen in de tent. Het is nog pas negen uur maar het is toch nog een mooie dag geweest en morgen wordt het met de terugreis waarschijnlijk een lange en vermoeiende dag.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 5 november 2021

21. HET BELOOFDE LAND. REVOLUTIE BINNEN DE REVOLUTIE?

Régis Debray (midden) gevangen genomen in Bolivia legt verklaringen af voor de Boliviaanse pers.
  

De dood van Camilo Torres (1966) en die van de Cubaans-Argentijnse revolutionair Che Guevara in Bolivia een jaar later, bevestigen de scepsis van Rosier over de gewapende revolutie. Ik begin zijn scepsis te delen waarmee niet gezegd is dat de Cubaanse revolutie niet op zijn minst een poging is om een nieuwe maatschappij en een nieuwe mens te scheppen. 

Heeft de dood van Che Guevara (1967) in Bolivia een jaar na die van Camilo Torres niet bevestigd dat de Cubaanse revolutie niet voor herhaling vatbaar is op het continent, zelfs niet onder leiding van een doorgewinterde revolutionaire commandant als Che Guevara? Wordt daarmee het onder linkse studenten veel gelezen boek ‘Revolution in the Revolution’ van de Franse filosoof en schrijver Regis Débray niet door de werkelijkheid achterhaald?

“During the late 1960s he was a professor of philosophy at the University of Havana in Cuba, and became an associate of Che Guevara in Bolivia. He wrote the book Revolution in the Revolution?, which analysed the tactical and strategic doctrines then prevailing among militant socialist movements in Latin America, and acted as a handbook for guerrilla warfare that supplemented Guevara's own manual concerning the topic.” (Website: Régis Debray)

Che Guevara had zich voorgenomen om de daad bij het woord te voegen en na zijn succesvolle revolutionaire actie met Fidel Castro op Cuba opnieuw guerrillero te worden. Deze keer in Bolivia, het land dat volgens hem het meest geschikt was om met zijn strijdgroep de vonk van de revolutie te doen overslaan naar de bevolking. Maar het ging gruwelijk mis. Guevara betaalde zijn revolutionaire experiment net als Camilo Torres met zijn dood. Debray kwam er alsnog goed vanaf.

“Guevara was captured in Bolivia in October 1967; on 20 April 1967 Debray had been arrested in the small town of Muyupampa, also in Bolivia. Convicted of having been part of Guevara's guerrilla group, Debray was sentenced on 17 November to 30 years in prison. He was released in 1970 after an international campaign for his release which included appeals by Jean-Paul Sartre, André Malraux, General Charles de Gaulle and Pope Paul VI.” (Wikipedia: Régis Debray) 

Wat er precies is mis gegaan, is nooit helemaal duidelijk geworden. Was het verraad door de Boliviaanse Communistische partij die als orthodoxe partij weinig moest hebben van de ideologische nieuwlichterij van Guevara en Debray? Heeft Fidel Castro zelf het experiment uiteindelijk geboycot? Of was de onderneming tot mislukken gedoemd omdat het Boliviaanse leger werd geholpen door de Noord Amerikanen?

Wat in het vuur van de revolutionaire ideeën nog wel eens vergeten wordt, is dat Colombia en Bolivia alles behalve overzichtelijke landen zijn zoals het eiland Cuba. Colombia is een immens groot land (27 keer Nederland ofwel zo groot als Frankrijk en Spanje samen) waar je je pas een voorstelling van kunt maken als je er rond reist. 

Je kunt je er betrekkelijk gemakkelijk met een legertje schuil houden in het ondoordringbare oerwoud dat grenst aan de Amazone wouden, in het ontoegankelijke hooggebergte van de Andes of de uitgestrekte pampa’s, zoals de ELN en de FARC doen, maar dat betekent tevens dat je zo goed als afgesneden bent van de bevolking en die heb je wel nodig voor een volksopstand. 

De FARC en de ELN maken het leven op het dun bevolkte platteland onveilig en gewelddadig met hun aanslagen en overvallen op afgelegen politieposten. Militairen controleren op doorgaande wegen het busvervoer en de passagiers. Dat versterkt het gevoel van onveiligheid zeker als je ook nog eens allemaal uit de bus wordt gehaald, in een rij aan de kant van de weg wordt alsof er een massa executie wordt voorbereid. Zo erg is het gelukkig niet. We worden  stuk voor stuk gefouilleerd. Ondertussen is het doodstil. Niemand praat uit angst of om erger te voorkomen. Dat de bevolking hier niet op zit te wachten, is wel duidelijk.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 29 oktober 2021

20. HET BELOOFDE LAND. ROSIER EN CAMILO TORRES

 

Priester guerrillero Camilo Torres (uiterst rechts) tussen zijn kameraden van het Nationale Bevrijdingsleger ELN in Colombia.

Maar als de Cubaanse revolutie niet voor herhaling vatbaar zou zijn, hoe moeten er dan in Colombia veranderingen komen want dat het land op dood spoor zit en veranderingen dringend nodig zijn, kun je zo zien. Het sociaal onrecht in de vorm van armoede en misère ligt op straat in het centrum van de stad en opgestapeld in de krottenwijken op de hellingen van de bergen rondom Bogotá. Frans Rosier spreekt in zijn boek “Het volk gelooft niet meer in beloften” over “de gordels van ellende”.  (Uitgeverij Paul Brand, Hilversum 1968).

“Iedere grote stand in Latijns Amerika heeft zijn gordel van ellende, d.w.z. buitenwijken waar de armen in alle schakeringen van miserie samenklitten in miserabele huisjes zonder enig comfort of in woongelegenheden welke de naam van huis niet verdienen. Het woord “gordel van ellende" klinkt in het Nederlands wellicht enigszins vreemd. Ik gebruik het echter als een letterlijke vertaling van het Spaanse “cinturón de miserie”, een woord dat men gebruikt om de trieste werkelijkheid aan te duiden waar ik het hier over ga hebben. Het woord verwijst naar krotten van blik en aan elkaar gespijkerde planken, gewoonlijk zonder vloer of venster. Als het regent sijpelt het water door het dak of doordrenkt het de bodem. Vooral wanneer deze geïmproviseerde schuilplaatsen tegen een helling aanliggen, vanwaar bij stortbuien het water naar beneden stroomt en zelfs het interieur der krotten in een modderpoel verandert. Het zijn noodoplossingen, soms in een enkele nacht gebouwd, welke een heel mensenleven duren.” (blz.9)

Rosier denkt niet dat er een eenvoudige remedie is voor deze mensonterende situatie waarin miljoenen mensen in Colombia en ook in andere Latijns Amerikaanse landen verkeren. Ondanks de zichtbare en tastbare tegenstellingen tussen armoede en rijkdom zijn de sociale en machtsverhoudingen gecompliceerder dan we denken.

“In Latijns Amerika wordt de stratificatie tussen hogere en lagere sociale klassen in sterke mate bepaald door het verleden, ondanks het feit dat al deze landen de democratie hebben aanvaard. Zoals ik reeds eerder heb gezegd , de democratie is er in vele opzichten een fictie. Men zou ook kunnen zeggen, dat de democratie slechts de belangen van de hogere klassen dient.
Het is niet altijd gemakkelijk de fijnere details te ontdekken in de opbouw van de sociale ruimte, nog te meer omdat de scheidslijnen niet steeds logisch getrokken zijn, in het bijzonder waar het gaat om delicate nuances. Dit onberedeneerde in de sociale ruimte valt bijzonder in het oog in Latijns Amerika, waar de moderne democratie vermengd is met houdingen uit de zeventiende en achttiende eeuw en waar de raciale vooroordelen een belangrijke rol spelen in het dagelijks leven, ondanks het feit dat de verschillende raciale groeperingen nog niet zijn gekomen tot een zo sterke oppositie als het geval is tussen blanken en kleurlingen in Nood-Amerika.
Maar intussen bestaat de spanning en juist het revolutionaire klimaat dat men in dit werelddeel kan waarnemen maakt heel de marginaliteit van het volk problematisch. Dat wil zeggen, de gevestigde structuren staan op het punt doorbroken te worden.”
(blz. 38 in bovengenoemd boek van Rosier)

Rosier vindt dat je zo een gepolariseerde en toch gecompliceerde sociale situatie niet eenvoudigweg kunt doorbreken met een gewapende revolutie. Zijn persoonlijke ervaringen met zijn vriend, de priester Camilo Torres die een veel te vroege dood vond tijdens een guerrilla actie, zullen hem in deze opvatting gesterkt hebben.

“Toen hij (Camilo Torres) stierf, had men hem zijn goede naam ontnomen, hem de uitoefening van zijn priesterschap verboden en hem een doodlopende straat ingedreven. In naam van wie? De pers schreef dat hij zijn dood zelf gewild en geprovoceerd had. Dit geloof ik niet. Is hij wellicht slechts het slachtoffer geworden van een fataal spel van misverstanden?
Persoonlijk ben ik van mening dat hij stierf uit liefde voor God, voor zijn vaderland en dat hij met zijn leven heeft betaald voor zijn verzet tegen het onrecht, ofschoon zijn dood plaatsvond in de meest barre verlatenheid en te midden van zogenaamde “struikrovers” of verzetsstrijders; tussen mensen die hij minder beschouwde als misdadigers dan als slachtoffers, of afstammelingen van slachtoffers van politieke hartstochten.
De laatste foto welke het volk te zien kreeg was die van zijn levenloos lichaam onder het teken van het kruis. Dit beeld was welsprekender dan de schreeuwende aanklachten die men tot hem gericht had.

Januari 1966.
Vanuit de bergen bij Cali, Colombia “ (blz.142 in het voornoemde boek met als laatste hoofdstuk "Camilo Torres: een teken van tegenspraak", dat helemaal gewijd is aan Camilo Torres) 

In de visie van Rosier is met de dood van Camilo Torres een groot leider verloren gegaan die veel had kunnen betekenen voor zijn land en volk. Hij heeft zich opgeofferd voor de revolutie maar het was een zinloos offer, een offer dat hem werd opgedrongen door de Colombiaanse elite en kerkelijke leiders door hem meer en meer te marginaliseren vanwege zijn sociale bewogenheid en inzet voor het volk. Tragisch genoeg heeft zijn offer het land geen stap verder gebracht en ook de revolutie niet.

Tijdens onze gesprekken spreekt Rosier meer dan eens het vermoeden uit dat de ELN willens en wetens Camilo Torres als groentje de gewapende strijd in heeft gestuurd om zo een martelaar, een katholieke priester nota bene, voor hun zaak te bekomen. Zijn beste vriend het slachtoffer van een samenzwering? Het zou kunnen. In de gewapende klassenstrijd heiligen vele middelen het doel. 

“Due to the growing pressure to back down from his radical politics, Camilo Torres was persecuted and went into hiding (leaving his job as an academic) by joining the guerrillas in Colombia. He served as a low-ranking member of the ELN to whom he also provided spiritual assistance and inspiration from a Christian communist point of view. He was killed in his first combat engagement when the ELN ambushed a Colombian Military patrol. After his death, Camilo Torres was made an official martyr of the ELN.” (Wikipedia: Camilo Torres Restrepo)

(wordt vervolgd)

vrijdag 22 mei 2020

MIJN SPROOKJESJAREN 61: DE MUUR

Prins Frederik Hendrik en graaf Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 (1635), Pauwels van Hillegaert, Noordbrabants Museum

Tot mijn verbazing worden door betogers grote foto’s van Ho Tsji Minh, Che Guevara, Rosa Luxemburg enz. meegedragen. Ik zie ook vlaggen van de Vietcong. Dat is voor het eerst. In Parijs zag ik alleen maar grote gele borden met dikke zwarte letters “Humphry Go Home”. Onze kleine Politeia delegatie heeft niks geen borden bij zich en daar ben ik blij om. Die foto's en vlaggen doen me teveel denken aan de Roomse processies waar ik als verkenner in mee heb gelopen. Er werden heiligenbeelden meegedragen en allerlei vlaggen en vaandels. 

Een keer per jaar droeg mijnheer pastoor gekleed in een feestelijk kazuifel een monstrans met daarin het lichaam van Jezus Christus in de vorm van een grote hostie. Hij hield de hele processie lang de monstrans eerbiedig voor zich uit met geheven armen alsof hij het nooit meer los wilde laten. Vier heren gekleed in een zwart pak hielden al die tijd een baldakijn boven zijn hoofd. Een misdienaar gekleed in een zwarte toog met een met kant afgewerkt hemd deed het moeilijkste werk. Achterwaarts lopend bewierookte hij de uren durende processie de monstrans. De geloven keken zwijgend langs de weg toe, veel van hen knielden op het moment dat de monstrans voorbij kwam.

 
De West-Berlijnse burgers langs de route reageren heel anders op onze betoging, niet met eerbied maar met misprijzen. Komt dat omdat onze betoging ook soort processie is, een vorm van politieke geloofsbelijdenis die weerzin oproept? Ik hoor van alle kanten protest en verontwaardiging. Sommigen schreeuwen dat we maar beter meteen naar Oost-Berlin kunnen overlopen. Anderen zetten een paar stappen naar voren om naar ons te spugen. Voor de zekerheid, een klodder spuug op je krijgen is niet leuk, gaan we wat meer naar het midden van de straat lopen. Anderen schelden ons uit voor communisten alsof communisme het kwaad zelve is. Ook dat is nieuw voor me. Ik vind de Tweede Kamer communist Marcus Bakker het tegendeel van het kwaad. Hij is soms vermakelijk, bijna een vrolijke noot tussen de zwaarwichtige donkere pakken van de leden van de Tweede Kamer.


Zoveel anti-communisme had ik niet verwacht. Het geestelijk gewicht van de metershoge Muur die Berlijn bruut in tweeën hakt, heb ik blijkbaar onderschat. De muur heeft zonder enig medeleven pardoes het leven van hele families in West Berlijn van de ene op de andere dag stil gelegd, ouders gescheiden van hun kinderen, geliefden uit elkaar gerukt, vertrouwde straatbeelden kapot gemaakt. De Muur is wreed zelfs al beschouw je het als de prijs die de Duitsers betalen voor de Nazi oorlog waarmee ze de wereld in brand hebben gestoken. 


Voor zo een abrupte tweedeling met oorlog en geweld moeten wij in Nederland teruggaan naar de geschiedenis van de Tachtigjarige oorlog. Toen werd uit opstand, bloed en moord de protestantse Republiek geboren, de modernste staatsvorm van zijn tijd. Door het tegengeweld van de Spaanse furie bleef het Roomse zuiden in handen van de Spaanse kroon. Pas met de verovering van den Bosch lukte het de Republiek het nog net er een stukje zuidelijk Nederland bij te krijgen. 


Maar het kwaad was al geschied. Tussen Noord en Zuid Nederland was een geestelijke muur verrezen waardoor de bewoners van de zuidelijke landen, de zogeheten Generaliteitslanden, tot aan het einde van de achttiende eeuw tweederangs burgers bleven.
 

“Het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 was een door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden groots opgezette belegering van de door de Spanjaarden bestuurde stad 's-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg duurde van april tot half september en resulteerde in de inname van 's-Hertogenbosch door de Republiek onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje. De stad was belangrijk vanwege de strategische ligging. Het was een van de sterkste schakels in de Spaanse omsingeling van de Republiek. Door haar aanzien was een verovering daarom goed voor het prestige van de Republiek en de stadhouder. Spanje ondervond dat jaar problemen en dat bood de mogelijkheid voor deze gewaagde onderneming. (Wikipedia: Beleg van ’s Hertogenbosch)

verschijnt elke vrijdag

vrijdag 24 april 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG, 57. KURFÜRSTENDAMM

Kurfürstendamm, Berlijn 1968

Gewend als we zijn aan vreedzame demonstraties voelen we ons overdonderd door deze strijdvaardige actie. Vorig jaar Pasen heb ik met een paar vrienden per toeval in Parijs een botsing tussen politie en betogers meegemaakt tijdens een studentendemonstratie tegen de oorlog in Vietnam. Dat vonden we avontuurlijk totdat we ineens oog en oog stonden met de politie. Toen we zagen dat met de knuppels en geweren van de Franse politie niet te spotten viel, zijn we hals over kop de Tuilerieën in gevlucht. 

Misschien is de politie in West-Berlijn minder agressief en valt het mee maar we hebben geen van allen behoefte dat uit eigen ervaring vast te stellen. We besluiten om af te wachten wat de dag van morgen brengt en dat, als het uitdraait op een veldslag om de Kurfürstendamm, we niet mee zullen doen. Betogen is een mooi maar een fanatieke veldslag met de Berlijnse politie gaat ons te ver.


We vragen ons af waar die strijdlust van de socialistische studentenbond vandaan komt? Onze gids en toeverlaat De Prediker weet het ook niet. Heeft het iets te maken met de Duitse volksaard? Is de anti-Vietnam beweging in Duitsland radicaler dan bij ons? Is het de revolutionaire romantiek met helden als Fidel Castro, Che Guevara, Ho Tsji Minh enz. die de studenten overmoedig maakt?  Of is het een politieke strijd tussen het sociaal-democratische bestuur van de stad en de socialistische studentenbeweging? 


Ik kan de slaap in het opgewonden rumoer niet vatten en besluit buiten op een muurtje aan het schoolplein een sigaret te gaan roken. Al inhalerend kijk ik naar de donkerblauwe hemel. Het roken, samen met de maan en de sterren tegen de diep donkerblauwe achtergrond van de heldere februari nacht, brengen me tot rust. Ik voel me veilig onder de nachtelijke hemel met zijn twinkelende sterren. Het universum is onverstoorbaar en dat is geruststellend net als dat Dora bij me is. Dankzij haar ben ik niet alleen in dit uitgestrekte raadselachtige universum. Ook in dit avontuur is zij mijn houvast en redding uit de eenzaamheid. Als ik Arendsoog ben, is zij Witte Veder, samen voor het goede en tegen het kwaad, tot redding van de mensheid.

Verschijnt elke vrijdag

Elke gelijkenis met bestaande personen 


of gebeurtenissen berust op louter toeval.
 



maandag 8 oktober 2018

DE ROZE BRIL VAN KRANT EN RADIO JOURNALIST JAN


digitaal bewerkte foto van ©petrus nelissen

Jan geeft eindelijk toe in De Groene Amsterdammer dat hij al die jaren dat hij verslag deed vanuit Latijns Amerika, met een roze bril naar de Latijns Amerikaanse revolutionairen heeft gekeken.

“Wat ik toen natuurlijk nog niet kon weten was dat La révolution de mai, door conservatief Frankrijk gereduceerd tot Les événements de mai, me op het verkeerde been heeft gezet. Want de bloedige revoluties en contrarevoluties waarvan ik jarenlang in Latijns-Amerika getuige ben geweest heb ik veel te lang benaderd met de joyeuze geest van Parijs. En ik vrees dat voor velen die destijds van Latijns-Amerika revolutionaire wonderen verwachtten hetzelfde geldt.”

Mooie woorden gebruikt Jan voor zijn romantisch revolutionaire dromen alsof hij als politicoloog en journalist ook niet de plicht had om zo af en toe zijn eigen linkse politieke dromen de maat te nemen. Die gedroomde linkse opstand van studenten en arbeiders was toch vastgelopen in de Franse politieke realiteit? In plaats van Cohn-Bendit of enige ander revolutionaire kwam Generaal de Gaulle als overwinnaar uit de strijd. Was dat niet politieke les nummer twee?

Niet voor Jan die trok met zijn joyeuze geest van Parijs naar Latijns Amerika om daar samen met de Latijns Amerikaanse revolutionairen verder te dromen van de linkse opstand tegen het onrecht van de machthebbers en voor de machtelozen en armen. Goede bedoelingen zat maar weinig zin voor realisme.
Niks nieuws onder de zon. In Nederland is het vaker belangrijker om iets goed te bedoelen, of het realistisch is doet er minder toe zelfs niet als de hele boel in de soep loopt.

In Latijns Amerika vindt Jan met zijn Europese droom aansluiting bij de links revolutionaire droom van de Cubaanse revolutie van 1959 die immers had aangetoond dat rechtse dictators ondanks steun van Amerika verslagen konden worden. Geen Cohn-Bendit of Rudi Dutschke maar Fidel Castro en Che Guevara waren hun helden, de heiligen van de Cubaanse revolutie. Net als Jan niet zag dat Mei’68 een volslagen mislukking was geworden vanwege de luchtfietserij vol goede bedoelingen, zo zagen de Latijns Amerikaanse revolutionairen evenmin hun luchtfietserij.

Om Jan nog maar eens te citeren. “Linkse Chilenen en hun sympathisanten hebben veel te lang in dat wensdenken geloofd, en daardoor de realiteit uit het oog verloren, gebagatelliseerd of eenvoudigweg ontkend. En dat terwijl Allende alles tegen had: een rechtse parlementaire meerderheid die alle socialistisch geïnspireerde wetsvoorstellen torpedeerde en een ware parlementaire guerrilla voerde; een diep verdeelde coalitie waarin de centrum-linkse partijen nauwelijks iets gemeen hadden met de radicaal-socialistische flank; een links-extremistische oppositie die Allende zag als een platte ‘reformist’ (voor de ware revolutionair een haast nog ergere vloek dan ‘reactionair’); het nationale en transnationale bedrijfsleven, en vooral: de internationale machtsverhoudingen.”

Wie het waagde zulke dingen te zeggen of te schrijven in de tijd van de gebeurtenissen zelf werd onmiddellijk verweten - ook door Jan - rechts en de Amerikanen in de kaart te spelen en aan de schandpaal van het verraad genageld. Het was de terreur van de politieke correctheid van die dagen. Nu, decennia later, mag Jan het zelf opschrijven als een bekentenis die hem vrijspreekt. Hij kon het toch ook niet helpen. Mei’68 had hem immers een roze bril gegeven en die afzetten was teveel gevraagd.

PS. De echte naam van Jan is bekend bij de redactie van De BLOG.

vrijdag 12 september 2014

HET COMMUNISME VAN SARTRE 3 (de goden van de geschiedenis)

De portretten van Marx en Engels, de grondleggers van het communisme, worden elk jaar opgehangen op het plein van de Revolutie in Havana ter opsiering van de feestelijkheden op 1 mei, de dag van de arbeid. Op de achtergrond de contouren van de beeltenis van Che Guevara, een van de goden van de Cubaanse revolutie en dus van de Geschiedenis.(foto: Petrus, 2008, Havana)

Volgens Lévy (Bernard-Henri Lévy, De eeuw van Sartre, een filosofische zoektocht, Bert Bakker 2004) werd Sartre tot het communisme bekeerd vanwege zijn anti-Amerikanisme als gevolg van de Korea oorlog, zijn anti-kolonialisme vanwege de Algerijnse oorlog, zijn teleurstelling in het na-oorlogse Frankrijk en tenslotte 'het Revolutionaire Idee'. (zie 'Het communisme van Sartre 2) Drie van de vier hier genoemde drijfveren speelden ook een rol bij de bekering van veel van mijn generatiegenoten tot het communisme met bijbehorend lidmaatschap van de CPN, de Communistische Partij Nederland (uiteindelijk opgegaan in Groen Links). Overigens is Sartre nooit lid geweest van een de Franse Communistische Partij. Hoe streng hij ook in de leer was, hij wilde niet aan een partij gebonden zijn. Misschien ook een marketing strategie van hem? Als lid van de partij was zijn status van vooraanstaande intellectueel hoogst waarschijnlijk flink gedaald.

In plaats van de Korea oorlog was het in mijn tijd (jaren 60 vorige eeuw) de Vietnam oorlog, een nationaal-communistische bevrijdingsoorlog gesteund door de communistische Sovjet Unie en communistisch China, die veel jongeren tot anti-Amerikanen maakte. In hun gevecht tegen de communisten van Noord Vietnam steunden de VS met veel militair geweld een democratische burgerlijke regering in Saigon, de hoofdstad van het voormalige Zuid Vietnam. In communistische termen heette die regering 'een marionetten regering van de VS' te zijn. Het was inderdaad een zwakke regering. Wat we niet beseften toen was dat democratie in pas onafhankelijke landen een heel lange adem nodig hebben, een adem die ze als gevolg van de oorlog niet hadden. In Hanoi, de hoofdstad van het toenmalige Noord Vietnam, was de communistische partij aan de macht met Ho Tsji Minh als charismatisch leider. Daar waren dus geen tijdrovende democratische processen nodig om tot beslissingen te komen. Voor de protesterende studenten werd Ho een Derde wereld variant van andere voormalige linkse helden als Mao Tse-toeng en Lenin.

Een aan de nieuwe tijd digitaal aangepast portret van de Chinese communistische leider Mao Tse-toeng (tegenwoordig Mao Zedong), de grondlegger van modern China en een van de heldengoden van de Geschiedenis volgens het communisme. 

Het was een wrede oorlog zoals alle burgeroorlogen, met aan de ene kant dus de burgerregering van Zuid Vietnam en de VS als beslissende macht en aan de ander kant het communistische Noord Vietnam, gesteund door de Sovjet Unie en China. Wij, na-oorlogse babyboomers gewend aan vrijheid en toenemende welvaart, zagen geschokt hoe de VS met veel, heel veel geweld zoals massabombardementen en chemische wapens als het beruchte napalm, probeerden een – volgens ons - gerechtvaardigde bevrijdingsstrijd, te vernietigen.

Wij studenten vonden ook dat in ons eigen land, net als vlak na de Tweede Wereldoorlog met de politionele acties in Indonesië, de linkse PvdA weer aan de verkeerde kant stond. De intussen sterk uitgebreide studentenbevolking, dank zij nieuwe voorzieningen van staatswege als renteloze voorschotten en dubbele kinderbijslag, werd steeds kritischer d.w.z. anti-PvdA en anti-Amerikaans. We riepen op straat dat de Noord Amerikaanse president Johnson een moordenaar was.Toen dat niet langer mocht omdat Johnson een bevriend staatshoofd was, riepen we Johnson molenaar. De democratisering van de universiteit kwam door dit alles in steeds radicaler vaarwater, waar niet alleen de CPN van profiteerde maar ook splintergroepen als de Marxistische Leninistische Studentenbond (MLS), de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (KEN) en de tegenwoordige Socialistische Partij SP.

De wortels van de SP gaan terug tot o.a. het Maoïsme vandaar dit digitaal bewerkte portret van SP leider Emile Roemer in Mao pak met in zijn hand de onafscheidelijk sigaret van Mao.


Ongeveer tegelijkertijd werden Fidel Castro en vooral ook zijn commandant Che Guevara dankzij de overwinning van de Cubaanse revolutie (1959), de nieuwe Lenin of Mao Tse Toeng van Latijns Amerika. Een status die versterkt werd toen onder hun leiding het Cubaanse revolutionaire leger de Varkensbaai invasie van Cubaanse rechts vluchtelingen gesteund door de Noord Amerikaanse CIA (1961), ongedaan wisten te maken. Het door het Westen al dan niet heimelijk gesteunde Zuid Afrikaanse apartheidsregiem was ons een al even grote doorn in het oog. Vandaar dat vele van onze generatie als het ware vanzelf terecht kwamen bij de Anti Apartheidsbeweging en de Zuid Afrikaanse bevrijdingsbeweging ANC.

Voor velen was duidelijk dat de communisten de toekomst zouden hebben. Zij voerden immers de gerechtvaardigde strijd voor de bevrijding van hun volk (een romantisch begrip in de Derde Wereld en een taboe in het Westen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog) en tegen kapitalisme en imperialisme. Dank zij de vele Vietnams in de Derde Wereld (bijvoorbeeld ook de bevrijdingsstrijd in Angola en Mozambique) zou het kapitalisme en imperialisme van de VS en zijn Westerse bondgenoten uiteindelijk verslagen worden. De Geschiedenis met een hoofdletter zou voortaan geschreven worden door de communisten. Het communisme had de Toekomst van de mensheid in handen.

Een digitale spotprent van de Cubaans-Argentijnse revolutionair Che Guevara. Een van de heel grote heldengoden van de Geschiedenis volgens het communisme.

Net als bij Sartre was in het alles verblindende licht van de Geschiedenis met een hoofdletter, de politieke democratie voortaan bijzaak. Rebelse studenten die regenten binnen en buiten de universiteiten aanvielen vanwege hun autoritaire bestuursstijl, die structuren als ondemocratisch en autoritair met bezettingen ontmaskerden, die hun kinderen anti-autoritair wilden
opvoeden, kozen vanwege hun anti-kolonialisme, anti-imperialisme en anti-kapitalisme voor het ondemocratische communisme.

De aantrekkingskracht van de Geschiedenis met de Revolutionaire Idee als motor was veel groter dan de politieke democratie met zijn vooroorlogse (en dus verouderde) politieke partijen, zijn onduidelijke, halfslachtige compromissen, zijn soms verwarrende openbare debatten, tegengestelde belangengroepen en onderlinge wedijver. De democratie bracht geen grootse visie op de toekomst, het communisme daarentegen wel. De ideële rechtvaardiging voor hun keuze voor autoritaire communisme werd gevonden bij de grondleggers van het communisme Marx en Engels, bij hun politieke volgelingen Lenin, Ho Tsji Minh, Mao Tse Toeng, Fidel Castro en Che Guevara en uiteraard vele Westerse linkse intellectuelen en partijgangers die hun ideeën vernieuwden, aanvulden en aanpasten.

Maar waar komt de idee van de Geschiedenis met een hoofdletter vandaan? Ook daar speurt Lévy naar in het leven van Sartre, de man die met zijn filosofie vertrok vanuit het individu, het Cartesiaanse 'Ik denk dus ik ben”. Volgens Lévy is de bron van alle kwaad de Duitse filosoof Hegel. Hij is de man die in zijn geschriften over de dialectiek van de geschiedenis de onwereldse Goden van onze voorvaderen heeft vervangen door de even ongrijpbare maar toch wereldse God van de Geschiedenis, Geschiedenis met een hoofdletter. Geschiedenis gemaakt door mensen, al dan niet bewust, even ongrijpbaar als de Oude Goden maar wel zo fascinerend om er in te geloven.


donderdag 11 juli 2013

EL REVOLUCIONARIO


El Revolucionario, a digital photocompsoition of Petrus.

dinsdag 2 juli 2013

CHE GUEVARA

Een digitale fotocollage van Petrus.