Posts tonen met het label geestelijk voedsel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geestelijk voedsel. Alle posts tonen

vrijdag 22 mei 2026

89. MEXICAANSE VERTELLINGEN. GEESTELIJK VOEDSEL

 

Het kleine theater van de dorpskerk van Huasca, Hidalgo 2019. Foto: petrus

Maria Carmen geeft hem een folder van Anonieme Alcoholisten, een organisatie die mensen helpt om van de drank af te komen. Deze aanmoediging van Maria Carmen om zijn lot weer in eigen hand te nemen, laat hij niet voorbij gaan. Hij meldt zich aan.


Wonderlijk genoeg vindt hij daar waar hij zijn hele leven al lang bijna instinctmatig naar zoekt, naar een goed gesprek dat verder gaat dan het weer, dat alles duur is, dat de regering niet deugt enz. Een gesprek waardoor hij leert kijken achter de horizon van de dagelijkse beslommeringen, weten wat mensen bezielt is en wat hij in ’s hemelsnaam hier op aarde moet? Kortom, hij heeft behoefte aan geestelijk voedsel. 


Tot op vandaag heeft hij zijn geestelijke honger nooit helemaal kunnen stillen. Zijn vader en moeder hadden er nooit tijd voor, druk als ze waren met overleven. Je kent het wel, de ditjes en datjes van elke dag, koe melken, tortilla bakken, op het land werken, iets aan het huis maken of wat dan ook. Die samen legden beslag op elke minuut van de dag. Als het tijd was voor ontspanning dronk zijn vader samen met vrienden pulque in een of andere hut die voor bar moest doorgaan. Geestelijk voedsel was niet hun ding.


Dat was voor de kerk. Daar kreeg je elke zondag tijdens de mis genoeg geestelijk voedsel genoeg voor een hele week. In het begin vond hij de mis, de lezingen uit het evangelie van Jezus Christus en de brieven van de apostelen en zelfs de preek van de pastoor intrigerend. Maar wat nu precies de bedoeling van de wekelijkse voorstelling werd niet goed duidelijk. 


Is het een sprookje om de mensen op zondag gerust te stellen, dat alles goed zou komen ook al is de week nog zwaar? Als het niet in dit leven is, dan toch straks na de dood. Tenminste als je de voorgeschreven regels respecteert en elke week met je kerkgang laat zien dat je er bij hoort. Is dat alles? Een zondags theater om de week door te komen? Steekt er achter de voorstellingen wel enig echt geestelijk voedsel? Hij raakt teleurgesteld.


Gelukkig brengt de revolutie hem avontuur en hoop op echt geestelijk voedsel. Maar Mexico blijkt een nog veel grotere warboel dan zijn dorp. Heden en verleden lopen door elkaar, mensen leven nog in de tijd van de Azteken of de Tolteken, anderen beschouwen zich als de nakomelingen van Spaanse helden, weer anderen menen dat Franse ideeën vrijheid en broederschap zullen brengen en nog weer anderen vinden dat de ideeën van de communisten hen zullen bevrijden uit de ketenen van armoede en materiële nood.


Een geluk is dat zijn vriend David hem zo goed en kwaad als het mogelijk door de helse wanorde heen loodst. Ze houden zich staande tussen de drank, de vrouwen, de onderlinge gevechten en de kleine en grote veldslagen. Ze overleven de revolutie en worden zelfs hier en daar toegejuicht als helden. Hoewel zo ziet hij zichzelf niet en David ook niet. De revolutie is niet geworden wat ze ervan gehoopt hadden ook al kunnen ze niet precies zeggen waar ze op hoopten. 


vrijdag 3 juli 2020

67. MIJN SPROOKJESJAREN, GEESTELIJK VOEDSEL

De zolderkamer in de Jacobslaan

Dankzij jarenlange zondagse kerkgang ben ik een volbloed Roomse jongen. Ik heb het Evangelie eerbiedig staande aanhoort, ik heb naar de Epistels van de apostelen en de Heilige Paulus geluisterd en geprobeerd aandachtig de preken van de dienstdoende priesters te volgen. Dat was mijn wekelijks geestelijk voedsel totdat ik afscheid nam van de Roomse kerk.

Waar haal ik nu mijn geestelijk voedsel vandaan? Op de universiteit kun je van alles leren maar je haalt er geen levenshouding uit, een ethiek of visie op mens en maatschappij. Hier en daar moet ik mijn over het algemeen positieve mensbeeld bijstellen. Wetenschap laat vooral onprettige kanten van de mens zien. Voor de rest is het te fragmentarisch, te verbrokkeld en te weinig coherent wat je leert. Je hoort over van alles en nog wat maar wat je er nu mee aan moet is onduidelijk. Dus blijf ik roeien met de riemen van vroeger, hier en daar aangepast aan de tijdgeest. 


Misschien zijn de gesprekken met mijn huisgenoten en medestudenten geestelijk nog wel het meest voedzaam. Als Roomse jongens spreken we min of meer dezelfde taal, hebben dezelfde levenshouding en zijn we op zoek naar vervangend geestelijk voedsel. We hebben zelfs nog eens een gesprek gehad met een parochie priester maar dat liep dood. We zoeken op eigen houtje verder, zonder gids en zonder leidraad. 


Mijn voornaamste houvast in deze woelige tijd is Dora. Haar intiem ingerichte zolderkamertje is ook mijn thuis geworden. We vertellen elkaar over het leven buiten en wat we ervan vinden. Zij over haar werk en vriendinnen, ik over mijn vrienden en mijn studie. Plannen maken voor de toekomst doen we niet. Er zijn andere prioriteiten. Eerst maar eens kijken of het lukt om af te studeren waarna we met z’n tweeën aan een gezin kunnen beginnen want dat is altijd nog wat we willen. Daarover laten we ons niet van de wijs brengen.


Soms, niet elke dag, blijf ik bij haar slapen in onze twijfelaar, een royaal eenpersoonsbed, een te smal bed voor twee. Het komt uit de inboedel van een slager die met pensioen ging. De koop van het bed ging samen met een loei zware hakblok waar hij zijn beroepsleven lang vlees aan mootjes heeft gehakt. Het blok is een soort grote vierkante legpuzzel van allemaal aan elkaar gelijmde houten balkjes die opgeschuurd samen met hun kopse kant een mooi patroon van kleine vierkanten vormt. Bed, nachtkastje met marmeren blad en hakblok kostten 50 gulden.


verschijnt elke vrijdag 

zondag 29 december 2013

GEESTELIJK VOEDSEL II

Petrus, poppen in Modemuseum Antwerpen, digitaal bewerkte foto.
Verrassing. Er wordt links en rechts in de kunstwereld steen en been geklaagd over de bezuinigingen op de kunsten en nu blijkt aan het eind van het jaar dat het museumbezoek ook dit jaar weer gestegen is. Mooi nieuws of misschien ook weer niet want waar hebben we dat bezoek aan te danken? Komt het door al die evenementachtige, met veel bombarie aangekondigde tentoonstellingen die je wel gezien moet hebben om er bij te horen, mee te kunnen praten met de intellectuele goegemeente of gewoon omdat er wat te doen is in het museum?

Dat kan allemaal en is ook niet persé verkeerd. Als er maar wat blijft hangen in de hoofden van de mensen. Als ze maar weer terugkomen en wie weet met nog meer belangstelling en interesse. Dat zou pas mooi zijn. Ik hoorde directeur Keuning van de Zwolse Fundatie op het NOS nieuws tussen neus en lippen door zeggen dat de mensen misschien wel op zoek zijn naar spiritualiteit en daarom massaal naar musea trekken.

Dat zou kunnen. Sinds de wetenschap de gelovigen tot inkeer heeft gebracht, zijn volk en vaderland in een spirituele leegte gevallen die zijn weerga in de geschiedenis niet heeft. Er mag van alles gemankeerd hebben aan de kerken, per slot van rekening zijn het ook maar mensen die in kerken werken, ze zorgden wel voor een wekelijks spiritueel uurtje. Een mens kon tijdens de dienst of de mis zijn leven even overdenken daarbij gesteund door een preek, een psalm of een ritueel dat verder reikt dan de waan van de dag.

Het trieste is dat dezelfde wetenschap, die met zoveel ijver de mensen uit de kerken heeft gehaald, de mensen geen plaatsvervangende spiritualiteit kan bieden terwijl steeds weer blijkt dat mensen het wel nodig hebben. Natuurlijk er is veel spirituele zelfhulp maar helaas is dat meestal van een bedenkelijk laag of amateuristisch niveau zodat de meesten uiteindelijk in wat vage noties blijven steken. Sommigen denken dan weer dat het gras elders groener is en gaan op zoek naar religies ver van huis. Daar is niks op tegen maar ook dat blijft vaak steken in amateurwerk. Bovendien sluit het niet aan bij het geestelijke landschap waarin men is opgegroeid zodat men nog verder van huis raakt dan men al was. Men raakt geestelijk nog verder ontworteld.

Een bezoek aan een schilderkunstig museum kan natuurlijk helpen om de wortels van de eigen samenleving te herontdekken. Het kan je zelfs geestelijk opfrissen, je opnieuw aan het denken zetten en helpen de waan van de dag te overstijgen. Het kan je in ernst doen afvragen waartoe de schepping zou kunnen dienen, wat de plaats van de mensen in de kosmos is, of het zin heeft en zo ja wat voor zin dan? Maar dat moet je wel durven en dan moet je er ook nog de tijd voor nemen. Spiritualiteit komt je niet in de schoot vallen. Je moet daarvoor geestelijk voedsel tot je nemen. Dat kunnen schilderijen zijn maar ook andere beeldende kunsten en boeken, muziek, poëzie, films, toneel kortom alles wat we gewoonlijk vatten onder cultuur.

Als spiritueel wezen kan een mens niet zonder cultuur, hoe weinig of primitief ook. Daarom hebben alle beschavingen, ook de zogenaamde primitieve beschavingen, een cultuur. Die dient om de mensen een plaats te geven in het heelal. Natuurlijk, er zijn er die kunnen leven met de gedachte dat het allemaal toeval is en dus zinloos om er ook maar een seconde over na te denken. De meeste mensen, de meeste beschavingen denken daar toch anders over en besteden wel degelijk tijd aan het Grote Hoe en Waarom. Ze voeden hun geest met geestelijk voedsel van hun voorouders, van de beschavingen voor hen, van de denkers en de kunstenaars die hen zijn voorgegaan. Ze weten daarbij dat een definitief antwoord op de vraag naar ons bestaan niet mogelijk is.

Niettemin geven ze het niet op. Met elke geboorte van een kind, met elk voorjaar komt ook weer de hoop dat we ooit zullen weten waar we aan toe zijn, dat het niet voor niks is geweest. Ondertussen moeten we roeien met de geestelijke riemen die we hebben. Die kunnen we vinden in musea maar ook in bibliotheken, concertzalen, muziekhallen, scholen en wat mij betreft ook kerken.



maandag 16 december 2013

GEESTELIJK VOEDSEL

Petrus, Boekentafeltje.

Wat moeten we nog met boeken? Laatst las ik dat Doekle Terpstra, bestuursvoorzitter van Hogeschool Inholland, de bibliotheek op zijn school wilde afschaffen. De leerlingen zouden voortaan alles van laptops en iPads doen. Lekker vooruitstrevend maar ook doordacht? De tijd zal het leren. Ik ben niet geneigd om boeken zo maar af te schrijven. Per slot van rekening staat er nog heel wat in boeken wat niet op internet staat. Van oorspronkelijke teksten kun je veel leren, net als van originele schilderijen.

Van een afbeelding van een oude meester op internet kun je wel wat leren maar nooit zoveel als van het origineel. Daarom is museumbezoek voor iemand die schilderkunstige belangstelling heeft, belangrijk. In een museum kun je het origineel bestuderen. Dat wordt tegenwoordig door de museumdirecteuren en hun aanhang vergeten. Musea zijn eigenlijk studiehuizen. Ik vind het dan ook helemaal geen vooruitgang dat ze vanwege de noodzaak om meer inkomsten te werven meer en meer vermaakcentra worden.

Boekenbrommer, Antwerpen, 24 november 2013 

De goede bedoeling dat je daarmee jongeren de drempel van de grote kunsten leert nemen, is flauwekul. Ik hoor net de reclame op de radio over de wonderkamers van het Haags Gemeentemuseum. Dansen met Mondriaan zegt een vriendelijke dame, helemaal gratis. Van mij mag het, ik ben geen dogmaticus, maar met vermaak trek je geen nieuw serieus publiek aan. Dat werkt net zo min als denken dat je gelovigen je kerk kunt binnenhalen met popmuziek. Je bent geïnteresseerd of niet.

Door musea en kerken tot vermaakcentra te degraderen trek je het verkeerde publiek aan. Het publiek dat kunst een worst zal wezen, het als het maar leuk is publiek. Voor de liefhebber en de kenner van kunst en zeker voor kunstenaars is zoiets beschamend Die heeft al die flauwekul niet nodig om zich te verdiepen in kunst en cultuur, in zijn erfgoed, het verleden van land of volk. Ik zal daarom nooit naar de nacht van het museum gaan en andere museale feestelijkheden. Dat is goed voor oppervlakkige zielen die geen behoefte hebben aan geestelijk voedsel.

Bibliotheek, Londerzeel, 15 november 2013

Dat is ook zo met boeken. Dat is een vorm van geestelijk voedsel. Je kunt op internet geestelijk voedsel vinden maar of dat voldoende is? Ik waag dat te betwijfelen. Ik denk dat je meer dan een bron nodig hebt om je geest te laven. Boeken zijn zo'n bron voor geestelijk voedsel en die worden bewaard in bibliotheken net als schilderijen en andere kunstvormen in musea. Bibliotheken afschaffen is dus hetzelfde als musea afschaffen en in plaats van naar schilderijen te kijken voortaan alleen maar naar plaatjes te kijken op je iPad.


Maar misschien ben ik wel abuis en wordt de wereld voor alle mensen uiteindelijk van de wieg tot graf een groot gezellig feest. Waartoe zijn wij op aarde? Om te feesten en daardoor gelukkig te worden.  

donderdag 25 oktober 2012

KOOPZONDAG


KAUFLAND (een foto van PETRUS)

Dank zij D66, GL en een meerderheid in de Tweede Kamer kan eindelijk de zondagdienst of bij Katholieken de zondagse mis definitief ingeruild worden voor de koopzondag. Geestelijk voedsel, hoe slecht ook bereid, maakt zo definitief plaats voor materiële voldoening. Zo gaat dat in tijden van vooruitgang en voorspoed. De mens gereduceerd tot  de eendimensionale consument. Het geestelijk leven verbannen naar de uithoeken van de samenleving.

Jammer natuurlijk dat  voor die koopzondagen meer mensen zullen moeten gaan werken, dat de 24 uurs economie voortaan 7 op 7 zal draaien met de daabij behorende files, drukte, lawaai enz. maar het zal er wel leuker en gezelliger op worden. Of toch niet? Ik vraag me af hoe lang een samenleving een samenleving kan zijn zonder zich nog te bekommeren om geestelijk voedsel.