Posts tonen met het label jacobslaan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jacobslaan. Alle posts tonen

vrijdag 18 september 2020

78. MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG: NIJMEEGSE DOORNROOSJE

Jo Joosten, de eerste voorzitter tevens naamgever van Doornroosje

“In de zomer van 1968 verzamelden jonge hippies zich regelmatig in een bont beschilderd boerderijtje aan de Sint Jacobslaan in Nijmegen, omdat voor deze jongeren geen andere plek in de stad was waar zij welkom waren en bij elkaar konden komen. Op 6 december 1968 werd de stichting Doornroosje opgericht met als doel te zorgen voor "een soort ontspanningscentrum, waarin allerlei nieuwe ontwikkelingen in de popcultuur tot ontwikkeling gebracht kunnen worden". (Wikipedia)


Jonge hippies is een modewoord dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Het is - in dit geval - waarschijnlijk bedoeld als een aardige benaming voor jongelui met lang haar, gekleed in slordig spijkergoed, liefhebbers van door de doorsnee burger verguisde popmuziek, een rebelse mentaliteit en wie weet verslaafd aan marihuana.
 

Vriend en huisgenoot Jo is de bedenker van de naam “Doornroosje” en ook meteen de eerste voorzitter van de stichting. De gemeente Nijmegen verroert zich vooralsnog niet. Jongeren zijn geen politieke prioriteit. Uiteindelijk is de toeloop tot onze kelder zo groot dat het niet meer te doen is. De stichting besluit om tot actie over te gaan. Er wordt een optocht naar het gemeentehuis gehouden. De kelder wordt voor onbepaalde tijd gesloten,  zogezegd een staking die zal duren totdat de gemeente gehoor geeft aan de vraag om een speciaal pand voor jongeren activiteiten. De regionale krant de Gelderlander doet verslag van de actie.


“Het Nijmeegse Doornroosje is zaterdagmiddag in slaap gevallen en de enigen die haar binnen nu en honderd jaar kunnen wakker kussen zijn burgemeester De Graaf of wethouder Peters. Ze hoeven er zelfs geen prins voor te zijn. Voor de stichting Doornroosje - de jeugdige club, die haar hoofdkwartier heeft in het kakelbonte huis naast Albert Heijn aan de St.-Jacobslaan - was het verdrietiger dan het leek. De gedwongen slaapkuur van Doornroosje betekent voor hen het staken van de wekelijkse zaterdagavond happenings, maar dat weerhield hen niet om er deze keer nog eens een fijn feest van te maken.
Met een kampvuur in de voortuin, harde beat!, kronkeldarmen op straat en een fakkeloptocht naar de stad. Doornroosje met matrassen geïnstalleerd op een ladder, werd op de vier kilometer lange tocht meegedragen en op de Grote Markt in slaap gesust. Alleen toen de fakkeldragers de trappen van De Waag bezetten, greep de politie in en stuurde hen weg. Maar dat was ook wel tegen het einde van de manifestatie.


Jo Joosten (23), Hans de Wit (18), René Vleut (20), Frits v.d. Akerr(19) en Ben Weijers (19), bijna allemaal student of scholier, hebben samen met anderen de Stichting Doornroosje gerund. In de oude keet met misschien wel 10 kamers en een helemaal opgedeelde zolder, bij schemerlicht en een alles doordringende wierooklucht vertellen ze hoe ’t is gekomen. De ramen staan open en beneden bij een omgekeerde boomkruin en kampvuur stampen de anderen hun verdriet de buurt in. Achter de ramen van de huizen zitten de mensen te kijken.”


Wikipedia vertelt de rest van het verhaal:

“Uiteindelijk erkende de gemeente Nijmegen de behoefte aan een eigen ruimte en besloot op 14 mei 1969 dat ze terecht kunnen in de leegstaande St. Antoniusschool op de Verlengde Groenestraat (nu de Groenewoudseweg). Tot de verbouwing van het schoolgebouw werd afgerond konden de jongeren terecht in een voormalig politiebureau aan de Tweede Walstraat. In augustus 1970 gingen de deuren van het Kreatief Aktiviteiten Sentrum open, en Doornroosje ging meer dan 40 jaar door op deze locatie. Het werd bekend als een van de eerste plekken in Nederland waar hasj en wiet openlijk te verkrijgen waren.” (Wikipedia, Doornroosje (Nijmegen)

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 4 september 2020

76.MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG, DE KELDER

"Feelin' Flyin' Blue", muurschildering Jacobslaan 147. Foto: petrus nelissen

Met de Love-in is onze reputatie als centrum voor alternatieve muziek en aangrenzende zaken definitief gevestigd onder een groep Nijmeegse jongeren. Alleen is de zolder niet geschikt om dit vaker te doen. Het is nogal een gedoe. De gasten banjeren door ons hele huis heen. Het staat het hele weekeinde op zijn kop zodat voor ons als huisbewoners eigenlijk geen normaal leven meer mogelijk is. Dan is de ongebruikte kelder met zijn ingang in de keuken meer geschikt. In ieder geval geen op en neer geloop meer op de trap. Bovendien houden de twee kamerbewoners boven hun privacy.
 

We besluiten de verwaarloosde kelder in te richten als een soort semi-permanente Love-In. We witten de muren en beleggen de stenen vloer met versleten oosterse namaak tapijten. Aan de zijkanten komen ook nu weer oude matrassen en kussens. De wit geschilderde muur achterin is meteen ook geschikt voor de projectie van vloeistofdia’s, een nieuwe vorm van toegepaste kunst geschikt voor psychedelische effecten waar Jo ook nu weer de gangmaker is. Jacobslaan 147 wordt spontaan het eerste geïmproviseerde Provadya jongeren centrum in Nijmegen.
 

“Onder de naam Provadya, ook wel Provadya? werden eind jaren zestig, begin jaren zeventig in een aantal Nederlandse gemeenten avonden georganiseerd voor en door de alternatieve jeugd. Kenmerkende bestanddelen waren popmuziek, dans, theater, film, poëzie en lichtshows. De naam is een samentrekking van de woorden pro (Latijn: voor) en vadja (Hindi: muziek) en betekent dus: voor de muziek. De eerste Provadya?-avonden vonden najaar 1967 plaats in het Amsterdamse Felix Meritis en vervolgens vanaf voorjaar 1968 in Paradiso en Fantasio (later bekend als De Kosmos, en tegenwoordig het onderkomen van Kunstcentrum De Appel aan de Prins Hendrikkade). Het initiatief kreeg navolging in andere steden, zoals Utrecht, Alkmaar, Breda, Middelburg, Nijmegen, Groningen, Tilburg en Leeuwarden. Dit was het begin van een landelijk circuit van Provadya's. In de jaren zeventig kwamen hier de gesubsidieerde jongerencentra uit voort. Initiatiefnemers van de eerste Provadya?-avonden waren Willem de Ridder, Ruud Tegelaar en Koos Zwart.” (Wikipedia: Provadya)

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 3 juli 2020

67. MIJN SPROOKJESJAREN, GEESTELIJK VOEDSEL

De zolderkamer in de Jacobslaan

Dankzij jarenlange zondagse kerkgang ben ik een volbloed Roomse jongen. Ik heb het Evangelie eerbiedig staande aanhoort, ik heb naar de Epistels van de apostelen en de Heilige Paulus geluisterd en geprobeerd aandachtig de preken van de dienstdoende priesters te volgen. Dat was mijn wekelijks geestelijk voedsel totdat ik afscheid nam van de Roomse kerk.

Waar haal ik nu mijn geestelijk voedsel vandaan? Op de universiteit kun je van alles leren maar je haalt er geen levenshouding uit, een ethiek of visie op mens en maatschappij. Hier en daar moet ik mijn over het algemeen positieve mensbeeld bijstellen. Wetenschap laat vooral onprettige kanten van de mens zien. Voor de rest is het te fragmentarisch, te verbrokkeld en te weinig coherent wat je leert. Je hoort over van alles en nog wat maar wat je er nu mee aan moet is onduidelijk. Dus blijf ik roeien met de riemen van vroeger, hier en daar aangepast aan de tijdgeest. 


Misschien zijn de gesprekken met mijn huisgenoten en medestudenten geestelijk nog wel het meest voedzaam. Als Roomse jongens spreken we min of meer dezelfde taal, hebben dezelfde levenshouding en zijn we op zoek naar vervangend geestelijk voedsel. We hebben zelfs nog eens een gesprek gehad met een parochie priester maar dat liep dood. We zoeken op eigen houtje verder, zonder gids en zonder leidraad. 


Mijn voornaamste houvast in deze woelige tijd is Dora. Haar intiem ingerichte zolderkamertje is ook mijn thuis geworden. We vertellen elkaar over het leven buiten en wat we ervan vinden. Zij over haar werk en vriendinnen, ik over mijn vrienden en mijn studie. Plannen maken voor de toekomst doen we niet. Er zijn andere prioriteiten. Eerst maar eens kijken of het lukt om af te studeren waarna we met z’n tweeën aan een gezin kunnen beginnen want dat is altijd nog wat we willen. Daarover laten we ons niet van de wijs brengen.


Soms, niet elke dag, blijf ik bij haar slapen in onze twijfelaar, een royaal eenpersoonsbed, een te smal bed voor twee. Het komt uit de inboedel van een slager die met pensioen ging. De koop van het bed ging samen met een loei zware hakblok waar hij zijn beroepsleven lang vlees aan mootjes heeft gehakt. Het blok is een soort grote vierkante legpuzzel van allemaal aan elkaar gelijmde houten balkjes die opgeschuurd samen met hun kopse kant een mooi patroon van kleine vierkanten vormt. Bed, nachtkastje met marmeren blad en hakblok kostten 50 gulden.


verschijnt elke vrijdag 

vrijdag 27 september 2019

DE SPROOKJESJAREN 60 (VOORHEEN: MAKE LOVE, NOT WAR): 27, VRIJ ALS EEN VOGEL

Eindelijk vrij in een vrijstaand boerderijtje met een eigen tuin.

Eindelijk een kamer zonder hospita! Eindelijk de kans om zelf mijn leven in te richten samen met mijn inmiddels verloofde Krullenbol . Ja, we hebben besloten ons ouderwets en degelijk te verloven dan weten onze wederzijdse ouders tenminste waar ze aan toe zijn. Zij verdienen ook enige zekerheid in nieuwe tijden. En dat je een ring aan je vinger hebt als bewijs van goede trouw tegenover elkaar kan ook geen kwaad.  

Het boerderijtje waar ik als vrij student kom te wonen is van een kolenboer in ruste. Daar sta ik even van te kijken. Mijn verloofde is de oudste dochter van een kolenboer en nu kom ik te wonen in een oud boerderijtje van een kolenboer. Mooi hoe de dingen samen komen. Hoe groot is de kans op zulk een samengaan der dingen?  De kans dat ik verliefd zou worden op een dochter van een kolenboer in Oss was al klein. De kans dat ik in een huis kom te wonen van een kolenboer in Nijmegen is misschien nog kleiner. De Goden moeten grote plannen hebben met ons tweeën, dat kan niet anders of is er ook nog een wetenschappelijke verklaring voor dit alles?

Op het voormalige terrein voor kolenopslag staat nog een huis plus enkele grote opslagschuren. De beheerder van dit alles samen is kandidaat notaris Lam. Hij ziet er uit als alle notarissen, gewoner dan gewoon, keuriger dan keurig en uitermate beleefd met zijn haren keurig geknipt en gekamd. Mijn moeder zou maar wat graag hebben dat ik er zo bij zou lopen. Bij het horen van zijn naam denk ik aan het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt. (Johannes 1:29). Natuurlijk is kandidaat notaris Lam geen Lam Gods, maar dat zijn naam alleen maar toeval is, geloof ik nu ook weer niet. Ik denk dat Iemand daarboven grootste plannen met ons heeft.
 

Wij gevieren beschikken over een eigen achtertuin, een vervallen schuurtje en een gezamenlijke keuken. Zoveel luxe heb ik als kamerbewoner nooit gekend. Ik kan zo maar door de keukendeur naar buiten de tuin inlopen. Ik kan er zo vrij als een vogel naar lucht happen, er rond springen en dansen, mijn neus ophalen aan het onkruid,  in de lente avond naar de maan en de sterren kijken en zo nodig een plas doen. Ik kan buiten gaan zitten met een boterham in de hand met een kop koffie bij de hand. Ik kan het weer voelen en ruiken. Ik heb een heel eigen plek op aarde. God en Maria zijn gezegend voor zoveel geluk. Waar heb ik dat nu weer aan verdiend?

Het Lam Gods vraagt een redelijke huur. Zeventig gulden, dat is slechts tien gulden meer dan wat ik betaalde voor mijn vorige kamertje, eigenlijk niet meer dan een kloostercel maar dan zonder de gelofte van armoede. Voor een tientje meer heb ik nu een ruime kamer met een brede dakkapel die uitzicht geeft op de tuin van de buren. We eten samen beneden in onze eigen keuken. We koken om beurten avondeten. Onze inkopen betalen we uit onze gezamenlijke huishoudpot waarin we elke week twintig gulden storten. We wonen samen maar studeren apart.


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 20 september 2019

MAKE LOVE, NOT WAR (WERKTITEL) 26, DE JACOBSLAAN

De voorkant van het boerderijtje aan de Jacobslaan 147 te Nijmegen. Foto overgenomen van de Gelderlander
Als zoon uit een eenvoudig arbeidersgezin heb ik geen kasteel om er de liefde te bedrijven zoals Casanova en Markies de Sade. Wij brengen in de weekeinden onze avonden door in de  Zerobar,  een fatsoenlijke drinktent voor studenten en andere jongeren die hun middelbare school hebben afgemaakt. Een keurige bar maar mijn aanstaande schoonmoeder vreest het ergste. Aangezien die volgens haar nooit voor elf uur gebeuren, moet Krullenbol voor die tijd thuis zijn. Ook goed, ruzie maken heeft geen zin.

Maar gelukkig worden er zondagse uitstapjes gemaakt en dan is het ouderlijk huis ons kasteel. De rest van de week wonen we apart. Zij bij haar ouders in de industriestad Oss, ik op een saai kamertje in de studentenstad Nijmegen. Daar waakt mijn hospita over mijn zedelijk gedrag. Het is een vriendelijke, oudere vrouw die ’s avonds koffie opdient voor haar twee kostgangers als ook voor haar man en zoon. Nachtelijk damesbezoek op mijn kamer in het Nijmeegse Hengstdal is strikt verboden. Zij wil nu eenmaal geen gelegenheid geven tot ontucht, zedenmisdrijf of voorhuwelijkse liefde.

Er zit niks anders op dan ons in dit lot te schikken tot zich wat anders aandient. En dat gebeurt vlugger dan verwacht. Tijdens een ontmoeting met enkele studenten word ik uitgenodigd om lid te worden van het dispuut Marsupilami. Ik was niet van plan ooit lid te worden van een dispuut. Oubollig gedoe. Volgens mij waren disputen niks anders dan vriendenclubs die gekleed in driedelig pak of nog erger zich sjiek bezatten met de stellige idee dat ze het gaan maken in de maatschappij. Niks dan bluf en dikdoenerij. Mij niet gezien.

Maar een dispuut dat Marsupilami heet, een mij als stripliefhebber bekend fantasiebeest uit stripverhalen met Robbedoes, vind ik wel wat. Een dispuut dat zich tooit met de naam Marsupilami moet zelfspot en humor hebben en dat past beter bij me. Tijdens het sollicitatie gesprek, vraagt mijn toen nog gloednieuwe vriend onverwacht of ik naar een andere kamer zou willen verhuizen, naar een kamer in een vrijstaand boerderijtje in de Jacobslaan. Hijzelf gaat er ook wonen, samen met een studiegenoot. De grote woonkamer beneden is al verhuurd aan een student. Het boerderijtje ligt weliswaar buiten het centrum maar wel dicht bij de universiteitsgebouwen.
(verschijnt elke vrijdag)