Posts tonen met het label fnv. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fnv. Alle posts tonen

dinsdag 27 augustus 2024

14. HOE ZIT DAT IN OSS? DE NAOORLOGSE VAKBEWEGING

Het bestuur van de afdeling Oss van de katholieke bouwvakarbeidersbond in 1953. Zittend van links naar rechts: H.A. Koopmans, H.J. Klokgieters, A.J. Bijkersma, Fr. Brouwer, geestelijk adviseur pater Wiro Thien. Staande: Th. Bloemers, P. Timmermans, W. de Groot uit Nistelrode, H. van den Broek en P. Janssen.


In 1945 kwam het RKWV (Rooms Katholieke Werklieden Verbond) terug onder de nieuwe naam Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) met opnieuw De Bruijn als voorzitter. Deze werd in 1952 opgevolgd door Toon Middelhuis. De KAB was voor het eerst een centrale van vak- en standsorganisaties. Wel waren de vakbonden nogal ondergeschikt aan de centrale, en daarmee indirect ook aan de diocesane bonden. Dankzij hun heftig verzet kregen de vakbonden in 1948 meer zelfstandigheid binnen de centrale. De instellingen en diensten van de diocesane bonden werden, althans wat hun nationale niveau betreft, overgenomen door de centrale. (Katholiek Documentatie Centrum, Nederlands Katholiek Vakverbond) 

Door de inzet van de districtsbestuurders verliep de opbouw vrij soepel. Eind 1945 telde de bouwbond in Limburg en Brabant 12.000 leden. De algemene bouwbond telde 900 leden. 


In Oss had de katholieke bouwbond vijf jaar later 269 leden. Weer tien jaar later (1960) waren dat er 522 geworden. Het jaar 1966 was een hoogtepunt met 815 leden. De bond bleef al die jaren een sterke vakbond met rond de 500 leden. ( blz.278-279, H.J. van Xanten, ‘Wat hen bewoog! Osse Bouwvakarbeiders en hun vakbond 1917-1992)


Tijdens het dertig jarig bestaan van de katholieke bond in 1947 kondigde districtsbestuurder de Gier een pensioenregeling aan en een loonuitkering bij weerverlet. (blz. 283 in ‘Wat hen bewoog!’)


Op 1 januari 1964 veranderde de naam opnieuw, dit keer in Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV), waarbij de standsorganisaties werden opgeheven en Jan Mertens voorzitter werd. De diocesane bonden werden opgeheven, zodat het NKV weer een centrale, een federatie van zelfstandige vakbonden werd. Behalve de rest van de diensten en instellingen werden nu ook alle andere taken van de diocesane bonden overgenomen door de centrale. (Katholiek Documentatie Centrum)

Begin 1965 leidde dat in Oss tot de vorming van een plaatselijke NKV centrale met 17 aangesloten vakbonden die zich voortaan uitsluitend zal richten op de materiële belangen van de leden. 

Het zijn de jaren van deconfessionalisering maar ook politisering. De opbouwfase van het naoorlogse Nederland is teneinde gekomen en daarmee aan de geleide loonpolitiek. Die politiek was onder druk komen te staan door de toename van zwarte lonen die de pas opgebouwde sociale voorzieningen dreigden te ondermijnen. 


De ideologische scherpte tussen de katholieke, protestantse en sociaal-democratische vakbonden wordt mede als gevolg van de ontkerkelijking, de deconfessionalisering en de verschillende crises minder. Ze besluiten tot meer samenwerking.


Samen met het CNV en NVV, maar op initiatief van het NKV, werd eind 1972 besloten om een federatie te vormen van deze drie vakcentrales. Het NKV had toen ongeveer 400.000 leden die verdeeld waren over 12 bonden zoals de Industriebond NKV, de Bouw- en houtbond NKV en de Katholieke Bond van Overheidspersoneel (KABO). Wim Spit volgde in 1973 Mertens op.  Als gevolg van de ontzuiling en in een streven naar één krachtige vakcentrale, leek een federatie een logische stap, maar dat lag moeilijk bij een deel van de achterban die problemen had met het samengaan van het NKV met het 'rooie' NVV. Het CNV haakte in 1974 af waarna de NKV en de NVV vanaf 1976 samengingen in de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). Deze werd daarmee de grootste vakcentrale van Nederland. Pas in 1982 gingen de NVV en de NKV formeel op in de FNV. (Katholiek Documentatie Centrum)

Op dinsdag 22 december 1981 meldt het Brabants Dagblad dat de bouw en houtbond van NKV en NVV in Oss gaan fuseren tot de nieuwe bouwbond FNV. Dat de gefuseerde  bouwbond de belangen van hun leden scherp in de gaten houden, blijkt uit de toespraak die de voorzitter van de nieuwe bond hield tijdens de feestelijkheden van de fusie. 


“In zijn openingsrede tot de nieuwe afdeling zei voorzitter Ben Gruijthuijzen onder meer dat er enorm veel werk is te verzetten voor het nieuwe bestuur. Het spijt ons bijzonder dat van de schoolverlaters van vorig jaar 69 jeugdigen nog steeds niet aan de slag zijn gekomen. Het is dan ook bedroevend dat bij het toekennen van de bouw aan de Geurdenhof als leerling bouwplaats, niet alle bedrijven uit Oss een kans hebben gekregen.” (Bouw- en Houtbonden Oss gaan een fusie aan, Brabants Dagblad-Oss 28-12-1981) 

donderdag 24 maart 2022

OORLOG EN INTERNATIONALE VAKBEWEGING

Onderonsje president Putin van Rusland en voorzitter Shmakov van de Russsiche confederatie van vakbonden FNPR.(2017)


 Als oud vakbondsinternational vroeg ik mij af wat de Internationale Confederatie van Vakbonden ITUC, een internationale eenheidsvakbond in 2006 ontstaan uit de voormalige Christelijk georiënteerde WVA en de socialistisch georiënteerde IVVV, vindt van de oorlog in Oekraïne. Als ik het goed inschat, moet er als gevolg van de Oekraïne oorlog een tweespalt zijn tussen op z'n minst twee leden van de ITUC, te weten VOST “VOLYA” (All Ukrainian Union of Workers’ Solidarity) en de Russische Federatie van Onafhankelijke Vakbonden FNPR. 



De FNPR is een restproduct van de oude machtige communistische vakbond uit het Sovjet tijdperk. Mijn ervaring in de jaren negentig vorige eeuw was dat de FNPR weliswaar de taal van een democratische vakbeweging sprak maar in de praktijk een voortzetting was van de oude Sovjet Vakbonden. “The FNPR continued to operate in a manner similar to soviet era unions. Members included both workers and management, and often labour unrest was aimed at the government, rather than employers, in an effort to preserve the command economy, as opposed to a free market system. “(zie: Wikiwand FNPR) 



Toch besloot het toenmalige IVVV, een op sociaal-democratische waarden gebaseerde vakbondsfederatie, om de FNPR aan te sluiten. Welke organisaties daar voorstander van waren, weet ik niet precies maar ik vermoed o.a. de machtige Duitse DGB die gepokt en gemazeld was in de sociaal-democratische Ost-politiek en daarmee de idee had dat de FNPR door het lidmaatschap zich zou ontwikkelen tot een democratische en onafhankelijke vakbond.  Helaas, het tegendeel gebeurt. Al in 1993 koos De FNPR de zijde van de oude Sovjet heersers tegen Jeltsin en Gorbatchov.  Dat leidde tot een machtswisseling waarbij de Sovjet dinosaurus voorzitter Klotchkow werd vervangen door een al even oude Sovjet dinosaurus de huidige Voorzitter  Shmakov, tot op de dag van vandaag voorzitter van de FNPR en trouw aan Putin.



Hoe trouw blijkt uit de FNPR-verklaring over de Oekraïne oorlog die ze in navolging van Putin “een military phase of peacekeeping” noemt. De rest van de verklaring kun je het beste typeren als een samenvatting van de openbare oorlogsverklaring van Putin aan Oekraïne inclusief de leugenachtige bewering dat Oekraïne atoombewapening zou nastreven.
 Over president Zelensky schrijven ze in de verklaring het volgende:


“The newly elected president Vladimir Zelensky came to power under the slogan of normalising the situation in the south-east of the country. As a result, he failed to implement international Minsk Agreements while the shelling only increased in intensity. It went as far as his statements on the return of nuclear status to Ukraine, which implied the deployment of nuclear weapons on its territory, directed towards Russia. The direct and clear military threat to the State, the need to protect Russian citizens, including those living in Donbass, failure of the Ukrainian leadership to reach a peaceful solution to the conflict, provocative statements and actions by the leadership of Ukraine and a number of Western countries have led to today’s situation.
The Federation of Independent Trade Unions of Russia supports the steps taken by President Vladimir Putin, the political and military leadership of Russia. We are confident that the military phase of the peacekeeping operation will end and that political solutions will be found to put an end to the conflict.”


Diametraal daar tegenover staan de verklaringen van de Oekraïnse VOST “VOLYA” die als nieuwe democratische en onafhankelijke organisatie van overheid en staat zich begin jaren negentig aansloot bij het voormalige WVA en tot haar verontwaardiging na de fusie terecht kwam bij de ITUC. Onmachtig iets te veranderen aan de vanuit de Belgische vakbeweging opgelegde fusie van het WVA met het IVVV kon ze niet anders dan er zich bij neerleggen.

Van meet af aan probeerde VOST de ITUC-leiding langs statutaire wegen en verklaringen duidelijk te maken dat de FNPR geen onafhankelijke, democratische vakbondsfederatie is maar een instrument in handen van de Russische staat. Maar de ITUC-leiding had daar geen oren naar. Zij vertrouwde volledig op de werking van hun Ost-politik die alsnog een aan Westerse waarden gelieerd FNPR zou leiden.


De Oekraïne oorlog heeft deze Ost-Politik uiteindelijk letterlijk aan flarden geschoten en de Oekraïners met VOST voorop zitten nu met de gevolgen. Een deel van het VOST bestuur vecht momenteel in het leger tegen het Russische bezettingsleger dat onder leiding van Putin hun land kapot probeert te maken.
 
In hun verklaring van 7 maart richt VOST zich direct tot de FNPR die zij medeschuldig acht aan de invasie van Oekraïne door Rusland.

 
“The most numerous multimillion civil organisation (as she herself declares) is FNPR (federation of „independent trade unions” of russia) which openly supports the military invasion of russia into Ukraine (https://fnpr.ru/events/novosti-fnpr/o-mirotvorcheskoy-operatsii.html). 
It isn’t the first time when the FNPR supports the imperialist policy of Russia towards Ukraine. The FNPR supported creating the so-called „republics” in the East of Ukraine and illegal annexation of the Crimea by Russia in 2014. VOST „VOLYA” replied to the shameful position of the FNPR with a protest statement from 22 March 2014. 

As we can see, the essence of the FNPR didn’t change during eight years. It isn’t acceptable that an organisation which names itself a trade union and must be inherently humane, „blesses” the war, the killing of peaceful people, ruin and people of labour being impoverishing. The FNPR insults and humiliates dignity of Ukrainians when calling them national-fascists, but it forgets that it isn’t Ukraine which attacked Russia but it is Russia attacked Ukraine in the best national-chauvinistic traditions. Actions of the FNPR don’t have anything in common with respecting rights of workers who aspire to decent work in independent democratic civilised just Ukrainian state and principles of international trade union solidarity which the FNPR should have keep. Thus, the FNPR as an organisation which encouraged the Moscowian military agression against Ukraine twice (in 2014 and 2022) is fully responsible. 

Therefore, according to general and individual principles of applying government sanctions of many countries against Russia, the FNPR and its president Shmakov have to be punished with international trade union sanctions too. It won’t hurt workers since the FNPR is a typical soviet-styled „trade union” which had never aimed at defending people of labour. Its true essence is lackey serving interests of a state and employers.”



In een wanhopige poging om hun miskleun de FNPR toe te laten tot het IVVV poogt de ITUC nu kool en geit te sparen met zijn oproep tot “vrede, dialoog, democratie in Oekraïne” en een petitie daartoe te verspreiden onder zijn leden alsof de FNPR ook maar een greintje geloof heeft in dialoog en democratie.

“The ITUC is calling for:
world leaders to take urgent and definitive steps to initiate dialogue and find a peaceful solution to this crisis in line with the Charter of the United Nations;
sanctions which focus particularly on oligarchs and the entourage of President Putin;
governments to provide safe haven for all refugees fleeing the conflict – Ukrainians and foreign workers and students;
the protection of civilians and safe humanitarian access.
Workers – in Ukraine, in Russia and throughout the world where people’s freedom, living standards and jobs will be affected – must not bear the brunt of war.” (Zie ITUC website)



Ik vraag me af of die kloof tussen enerzijds FNPR als het schoothondje van Putin en VOST”VOLYA” als verdediger van de vrijheid, democratie en onafhankelijkheid van hun land tegen de Russische invasie, nog te overbruggen is.  Ik vrees dat de Russische oorlog in Oekraïne tegenstellingen blootlegt die voor de lieve vrede te lang bedekt zijn geweest met de mantel der liefde. 

Het zal mijns inziens niet lang meer duren of er zal een tweespalt komen binnen de internationale vakbeweging. Het zal me niet verbazen als de FNPR en andere “Soviet styled” vakbonden de eer aan zichzelf zullen houden en zich terug zullen trekken uit de ITUC, ooit begonnen als eenheidsvakbeweging die “de proletariërs aller landen” zou verenigen.

Het ware beter dat de ITUC de eer aan zichzelf liet en organisaties als de FNPR met onmiddellijke ingang royeert. Misschien ligt hier een taak voor CNV en FNV, beide lidorganisaties van de ITUC.

 

woensdag 5 april 2017

DE VERWEESDE VAKBEWEGING

Vakbondsdemonstratie in Oss toen de vakbonden nog sterkt waren (1977).

Het gaat al een hele tijd niet goed met de vakbonden. In Nederland en ook in de rest van de wereld verliezen ze leden. De individualisering zet door voor de rest zorgt de overheid voor je dus waarvoor eigenlijk nog een vakbond? De vakbond zelf heeft daarop nog geen voldoende of te weinig antwoord.

Tot overmaat van ramp raken de vakbonden of in ieder geval de FNV, na de laatste parlementsverkiezingen politiek verweesder dan ooit. In Kabinet Rutte II zat tenminste nog de PvdA. Weliswaar als een burgemeester in oorlogstijd en dus met weinig of geen mogelijkheden om leuke dingen voor de vakbonden te doen, maar toch de FNV had op zijn minst een luisterend oor in het kabinet.

Zo probeerde vice-premier en PvdA leider Lodewijk Assher nog wat te repareren aan de flexwetgeving. Niet dat het veel hielp maar toch hij deed tenminste iets. Maar laat nu uitgerekend hij met zijn partij de grootste opdonder bij de verkiezingen gekregen hebben. Het verlies van de PvdA was historisch groot en het is de vraag of de partij daar nog ooit bovenop zal komen. Asscher zit nu met maar 8 kamerleden in de Tweede Kamer.

De SP, die andere politieke partij waar de FNV de laatste jaren sterk op leunt, vooral als het gaat om actie binnen en buiten de bedrijven, kreeg ook een klap. Weliswaar niet zo groot maar toch genoeg om van te schrikken. In plaats van zetels over te nemen van de PvdA, verloor de SP een zetel. Niet bijster vertrouwen wekkend voor de toekomst van SP én vakbonden. 

De FNV zit er partij politiek onthand bij want veel vrienden in de andere partijen heeft de FNV niet. Het CNV heeft tenminste nog het CDA al hoewel de sociale vleugel in die partij lang niet meer zo sterk is als vroeger. Bij de VVD en D66 zitten geen echte vakbondsvrienden.

Bij D66 staan ze een tikkeltje wantrouwend tegenover de vakbeweging. Hun zorg is vooral de democratie staatsinstellingen. die moeten niet doorkruist worden door belangengroepen zoals de vakbeweging. Ze mogen natuurlijk zeggen wat ze denken maar het primaat ligt bij de politiek, ook als het om de regeling van arbeidsverhoudingen gaat.

GroenLinks dan? Jesse Klaver was ooit een vakbondsjongen maar of hij dat nu nog kan zijn als leider van een partij met een achterban die niet veel heeft met de vakbeweging? Groene mensen vinden  de vakbonden trouwens vaak te conservatief. Die willen vanwege het behoud van arbeidsplaatsen de oude  gas en olie economie in stand, zo vinden ze daar. Het is trouwens maar de vraag of GroenLinks deel gaat uitmaken van de nieuwe regering.


Het ziet er dus naar uit dat FNV en CNV maar weinig partijpolitieke speelruimte hebben om wat voor hun leden te betekenen in ’s lands bestuur. Dat is geen goed vooruitzicht. Zal die nieuwe regering luisteren naar vakbond voorstellen voor wetgeving voor bijvoorbeeld flexwerkers en zzp’ers? Ik denk het niet en dat is geen goede zaak. Te hopen valt dat de vakbonden alsnog zich overtuigend kunnen presenteren op het hoogste politieke niveau in Nederland.

woensdag 5 november 2014

ZIJN DE VAKBONDEN OUDERWETS?

Er is de afgelopen jaren al veel gedemonstreerd tegen de bezuinigingen en de hervormingen, ook op Europees niveau. Hier een demonstratie voor het Berlaymont gebouw van de Europese Commissie in Brussel aan het begin van 2011

Een paar dagen geleden hoorde ik voor het eerst op een Vlaamse zender een interviewster schoorvoetend aan ACV voorzitter Marc Leemans vragen of de vakbond niet wat ouderwets was? De voorzitter vond natuurlijk van niet. De vakbond behartigt de belangen van de werknemers en hij weet wat daarvoor nodig is. Hij komt immers zelf uit een werknemers gezin met 7 kinderen. Zijn moeder had het niet gemakkelijk gehad. Die tijden moesten niet meer terug komen, vond hij. De belangen van de werknemers zijn dus bij hem in goede handen. Het was geen antwoord op de vraag


In Nederland worden de vakbonden al langer voor ouderwets uitgemaakt. Niet door iedereen natuurlijk maar toch wel verontrustend vaak. Kort samengevat luidt de kritiek dat vakbonden tegen verandering zijn, enge belangenbehartigers zijn geworden van hun leden meestal oudere werknemer met een vaste aanstelling en dat ze geen belangstelling hebben voor de problemen van jongeren. Die hebben intussen het nakijken: ze zijn werkloos of hebben een slecht betaalde baan zonder vast contract, lagere uitkeringen en straks ook nog langer werken en dan ook nog een lager pensioen. Er dreigt een kloof te ontstaan tussen de oudere bevoorrechte werknemers en de jongeren. De oudere generatie denkt alleen aan zichzelf, is het verwijt. IN plaats van solidariteit is er een generatieconflict.

De vakbonden zien dat niet zo. Ze heten vooruitstrevend, progressief, modern, bijdetijds, solidair, nuttig en belangrijk te zijn voor land en volk. Ze hebben nog altijd de status van officiële nationale vertegenwoordiger van alle werknemers. Ze zijn de sociale partners van werkgevers en politiek. Hun sociale dialoog zorgde voor sociale vrede en politieke stabiliteit, de basis waarop de naoorlogse verzorgingsstaat gebouwd werd. De verzorgingsstaat van de georganiseerde solidariteit.

Het podium met Europese vakbondsleiders tijdens een Europese vakbondsdemonstratie georganiseerd door het Europees Vak Verbond EVV in Brussel, januari 2012. EVV  Algemeen secretaris Bernadette Ségo spreekt de verzamelde demonstranten per megafoon toe.
Maar er kwamen veranderingen mede veroorzaakt door het succes van die verzorgingsstaat. Mensen leven langer met als gevolg de vergrijzing die de pensioenen op basis van het omslagstelsel onbetaalbaar dreigt te maken. Als gevolg van de voort schrijdende globalisering verdwenen traditionele industrieën als mijnbouw, staalindustrie, scheepsbouw, textielindustrie enz. , precies die industrieën waarop de macht en het collectivistische solidariteitsmodel van de vakbeweging was gebaseerd. De ondergang van de traditionele schoorsteen industrie werd gevolgd door groeiende individualisering. De hoger en beter opgeleide werknemer, ook het resultaat van de verzorgingsstaat, is minder gecharmeerd van het collectivistische solidariteitsmodel. Hij of zij wil parttime werken, zijn eigen verantwoordelijkheid nemen, vaker van baan wisselen als het kan enz. De arbeidsmarkt vroeg onderwijl naar flexibelere werkuren en contracten, uitbesteding van werk aan zelfstandigen zonder personeel (de ZZP’ er doet massaal zijn intrede op de arbeidsmarkt), privatisering, liberalisering enz. De globalisering bracht de arbeidsmarkt in beroering.



De vakbonden zitten sindsdien in een dubbele houdgreep: verlies van traditionele achterban met tienduizenden tegelijk en een snel veranderende arbeidsmarkt als gevolg van individualisering, globalisering, liberalisering en privatisering. Je kunt dan proberen opp de rem te gaan staan maar dan is de kans groot dat je economische aansluiting bij de wereldmarkt en dan ben je voor dat je het weet het verdienmodel kwijt waarop de verzorgingsstaat is gebouwd. Zoiets los je niet op door meer te verdelen. Dat kan de pijn verzachten maar niet meer. Economieën gebouwd op alleen verdeling brengen alleen maar armoede. Cuba en Noord Korea zijn daar in extremo voorbeelden van.



Het publieke debat leidde in Nederland de laatste jaren tot de nodige hervormingen zoals de verhoging van de pensioenleeftijd, een strakkere en kortere werkloosheidsvoorziening meer gericht op het loodsen van de werklozen naar een nieuwe baan dan het opvangen van financiële noden, strenger toezicht op sociale voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, beperkte subsidiëring van werkverschaffing voor gehandicapten en strenger toezicht op de zorg. Als klap op de vuurpijl wordt gepleit voor meer eigen verantwoordelijkheid voor inkomen, zorg en gezondheid. Dat alles kwam tot stand onder het merkwaardige liberaal- sociaaldemocratische kabinet Rutte. Het lijkt erop dat in België een gelijksoortig hervormingskabinet Michel tot stand is gekomen maar dan zonder sociaaldemocraten.

Een demonstrant protesteert tegen de bezuinigingen tijdens een Europese vakbondsdemonstratie in  Brussel.

Langzaam maar zeker verandert het beeld van de werknemer in Nederland van slachtoffer naar mondig individu dat voor zichzelf zorgt. De verzorgingsstaat is er nog voor de opvang als het mis gaat niet meer voor de verzorging van de wieg tot het graf. Voor veel vakbonden is dit als vloeken in de kerk. Maar veel verweer hebben ze niet want hun traditionele machtsbasis is danig ondermijnd, ook in Vlaanderen waar de laatste decennia een veelheid van autofabrieken met tienduizenden werknemers gesloten werden.


Geen wonder dus dat de vakbonden ook druk met zichzelf bezig zijn, op zoek naar een antwoord op de verloren gegane sociale en politieke invloed. Fusies van vakbonden uit verschillende sectoren is het antwoord op de ledencrisis. De FNV is er al een paar jaar bezig om alle bonden onder een dak samen te brengen. Meer centralisme om de sociale dialoog meet sociaal-politieke body te geven. Maar centralisme staat haaks op individualisering. Werknemers willen net als consumenten meer dienstverlening op maat en minder opgelegde collectivistische regelingen. De fusies zijn dus slechts het begin van een antwoord op de crises.



Tot overmaat van ramp begon de nieuwe eeuw met een economische ramp van een omvang die men sinds de crisis in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw niet meer had meegemaakt. De gevolgen zijn intussen breed uitgemeten maar ook daar is het antwoord nog niet op gevonden. Economen vechten onderling om hun gelijk maar niemand die het echt weet. Vakbonden proberen uit het brandende sociaal economische huis te redden wat er te redden valt met klassieke oplossingen: de staat zwengelt de economie aan. Waar het geld vandaan moet komen doet er niet toe, dat lost zich vanwelf op zodra de economie dank zij de staat maar weer draait.



De vakbonden hoeven zich niet te schamen dat zij geen pasklare antwoorden hebben en grote moeite met de hervormingen. Veranderingen doen nu eenmaal pijn maar ze zouden zich wel meer kunnen openstellen voor geluiden uit de samenleving. FNV voorzitter Ton Heerts wilde niet eens praten over werkgeversvoorstellen om ZZPérs meer bij het stelsel van sociale voorzieningen te betrekken terwijl er intussen miljoenen van zijn in alle sectoren van de economie. Voor hem blijven het kleine zelfstandigen of een soort werkgevers in plaats van een nieuw soort werknemer. Zelfstandigen werken trouwens al jaren heel flexibel zowel wat betreft werktijden als belong en opdrachtgevers. Daar zou Heerts eens belangstelling voor moeten hebben. Heerts stond ook meteen klaar om regeringsplannen waarin gepensioneerden meer ruimte krijgen om na hun pensioen te blijven werken als ze dat willen, af te wijzen. Door steeds de hakken in het zand te zetten zoals wekt de vakbeweging inderdaad de indruk ouderwets te zijn.


vrijdag 2 augustus 2013

WIM SPIT EN HET ERFGOED VAN DE KATHOLIEKE VAKBEWEGING

Een boeiende foto voor wie het nog weet (november 1973). De drie vakbondsvoorzitters zitten gebroederlijk naast elkaar. NVV voorzitter Wim Kok is de enige die in de lens kijkt. Links van hem CNV voorzitter Jan Lanser. rechts van hem de onlangs overleden Wim Spit. Links vooraan zien we de ministers Boersma (vooraan links) gevolgd door Den Uyl, Duisenberg en Lubbers van het Kabinet den Uyl dat net begonnen was.

Wim Spit is onlangs overleden. Hij is 89 jaar geworden. Hoeveel mensen zullen zich hem nog herinneren? Hij is de man die samen met Wim Kok, intussen een veel bekendere Nederlander geworden, de FNV heeft opgericht. Wim Spit was indertijd voorzitter van het NKV, het Nederlands Katholiek Vakverbond. Er was in de jaren 70 sprake van een samengaan van de 3 vakcentrales NVV (de socialistische vakbond) waarvan Wim Kok voorzitter was, het NKV met aan het hoofd Wim Spit en de Christelijke Vakcentrale CNV onder Jan Lanser.

Wie was Wim Spit?(1924-2013)

Zijn vakbondsloopbaan begon Wim Spit in 1948 op het A.C. de Bruijninstituut, het toenmalige scholingsinstituut van de Katholieke Arbeidersbeweging. Daar doorliep hij de kaderopleiding. In 1949 trad hij in dienst bij de RK-bond van spoorwegpersoneel St. Rafaël, waar hij opklom van assistent-bestuurder tot voorzitter. In 1967 kwam hij als secretaris in het verbondsbestuur van het NKV (Nederlands Katholiek Vakverbond). Daar volgde Wim Spit in 1973 Jan Mertens op als voorzitter.
Dat was precies de tijd dat het overleg tussen de drie vakcentrales NVV, NKV en CNV om tot meer eenheid te komen, uit elkaar viel omdat het CNV uiteindelijk afhaakte. Spit hield met overtuiging vast aan de ingeslagen weg en zette de plannen om samen te gaan met het NVV van Wim Kok voort.
Van 1976 tot 1981 was Wim Spit vicevoorzitter van de FNV. Hij stond aan de wieg van het FNV-secretariaat Vakbeweging, Maatschappij en Levensbeschouwing en wist draagvlak op te bouwen voor een nieuwe verhouding tussen vakbeweging en levensbeschouwelijke organisaties.



Vooruitlopend op een fusie van de 3 wordt met hulp van de Commissie Claus vernoemd naar Prins Claus, later de Nederlandse Commissie Ontwikkelingssamenwerking NCO, de Stichting Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging SOSV, opgericht. Het CNV trekt zich echter terug uit de samenwerking. Wim Spit en Wim Kok gaan echter door en vanaf 1976 wordt er tussen de beide vakcentrales intensief samengewerkt. Wim Spit is vanaf dan tot 1981 vice-voorzitter van de FNV. In 1981 wordt hij opgevolgd door oud NKV'er Herman Bode. Wim Kok blijft voorzitter.

Tijdens zijn vice-voorzitterschap werd Herman Bode een bekende vakbondsleider. Met zijn uitspraak “Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam” in 1980 heeft hij en stukje vakbondsgeschiedenis geschreven. Dat was de tijd van de protesterende en actievoerende vakbeweging. Bode werd bij zijn afscheid in 1985 de laatste arbeider in de FNV top genoemd. De Nederlandse vakbeweging was toen van actievoerder een professioneel toegeruste onderhandelingsmachine geworden. Daarmee is de afstand tussen werkvloer en vakbondsbestuurders groter geworden. Of dat goed of slecht is, is moeilijk uit te maken want de werkvloer is ook veranderd, zeker in Nederland waar de dienstensector de industriële sector heeft overvleugeld.

Was de fusie tussen NVV en NKV misschien een voorbode van deze ontwikkeling? Hoe gek het ook mag klinken, eerder het tegendeel was het geval. In de jaren zeventig was mede onder invloed van de linkse studentenbeweging sprake van een soort “arbeiderisme” dat politiek vooral vertaald werd in “socialisme”. De PvdA begon aan een socialistische revival onder invloed van Nieuw Links en menig linkse student werd zelfs lid van de Communistische Partij Nederland die toen uitblonk in een arbeideristisch taaltje.

Arie Groeneveld spreekt stakers toe tijdens een staking bij het blikfabrtiek Tomassen & Drijver in Oss (februari 1977). Foto: Petrus

In de vakbeweging leidde deze ontwikkelingen tot een zekere herontdekking van de klassenstrijd. De bekendste voorman van deze stroming was Arie Groeneveld, eerst voorzitter van de Industriebond NVV (1969-1979) daarna tot 1983 voorzitter van de Industriebond FNV, tot stand gekomen door een fusie tussen de Industriebonden van NVV en NKV. Vooral voor de NKV bond was deze koers een hele ommezwaai. Aan het begin van de jaren 70 was Piet Brussel als voorzitter van de NKV Industriebond nog traditioneel anti-communistisch. De maatschappijvisie van Arie Groenevelt stond daar dus haaks op.

Dat uiteindelijk NVV en NKV elkaar toch vonden en het CNV afhaakte is achteraf niet zo verwonderlijk. Het NKV was mede onder invloed van onder andere de Politieke Partij Radicalen, eind jaren zestig een afsplitsing van de Katholieke Volks Partij en de Anti revolutionaire Partij geradicaliseerd. Je zou kunnen zeggen dat NKV leiders ideologisch naar het NVV toe groeiden. Binnen het CNV was zulks minder het geval. Dat bleek meer dan het NKV verbonden te zijn met een levensbeschouwelijke -Christelijke – visie. In de begin periode van het FNV onder Wim Spit was er nog een FNV secretariaat “Vakbeweging, maatschappij en levensbeschouwing” waar nog plaats was voor de Katholieke Levensbeschouwing. Bij gebrek aan inspiratie stierf dat secretariaat echter een langzame dood.

Was de fusie tussen NVV en NKV een gevolg van noodzakelijke eenheid van de arbeidersklasse in het kader van de herontdekte klassenstrijd zoals NVV kringen het graag zien, het afsterven van de vooral de Katholieke levensbeschouwelijke opvattingen ( de Nederlandse bisschoppen hadden groen licht gegeven) of was er nog wat anders aan de hand? Volgens mijn vader, indertijd bestuurder van de Katholieke Voedingsbond Sint Joris, was het niet zozeer een ideologische kwestie, maar een kwestie van geld. Het NKV zou in financiële problemen zitten.

Of dat waar is, weet ik niet maar vaak komen vakbondsfusies tot stand vanwege financiële problemen mede als gevolg van ledenverlies. Een fusie is dan ogenschijnlijk de gemakkelijkste oplossing. Samen heb je meer leden en dus weer meer inkomsten totdat blijkt dat het ledenbestand blijft afnemen en de inkomsten dus ook. De fusie blijkt slechts een  noodverband te zijn en geen oplossing voor het achterliggende probleem van ledenverlies en wie weet ook slecht financieel beheer.

Na de fusie werden uiteindelijk ook de links ideologische veren afgeschud net als later Wim Kok ook zou doen bij de PvdA. De FNV paste zich aan de sterk veranderde arbeidsmarkt in Nederland aan. Daarin was geen plaats meer voor wat voor klassenstrijd dan ook. Ondanks zijn beleden radicalisme schakelde de FNV soepel over naar het poldermodel, een model dat hoe gek het ook mag klinken ooit de basis was voor het ontstaan van de Katholieke en Christelijke vakbeweging.

Je zou daarom kunnen zeggen dat dank zij de fusie met het NKV de FNV alsnog overwegend een overlegbond is geworden en geen actiebond ook al wil tot op de dag van vandaag het heimwee naar actie nog wel eens de kop opsteken. Het erfgoed van het NKV is via Wim Spit alsnog goed terecht gekomen. Internationaal is dat helaas minder het geval, maar dat is een ander verhaal.



maandag 15 april 2013

DE SP HEEFT VERLOREN

Een digitale fotocompositie van Petrus


Mijn eerste reactie op het polderakkoord en de 83% goedkeuring daarvan door het FNV ledenparlement was dat de SP verloren heeft. Immers de SP is van 'eerst actie' en dan praten en nu is er een polderakkoord. Nog niet zo lang geleden zag het er naar uit dat de koers van 'actie eerst' het zou winnen van het overleg. De van de Kolk's c.s. van het FNV joegen Jongerius toch weg omdat ze niet 'van de actie' maar 'van het overleg' was. De 'actie eerst FNV' leek plotseling heel dichtbij. Na de val van het kabinet Balkenende - Bos kregen de actievoerders nog meer de wind in de rug. Even leek het er zelfs op dat SP leider Emiel Roemer de eerste 'actie premier' van Nederland zou worden. 

Maar Nederland is en blijft het land van Troelstra. Een beetje herrie trappen mag best maar het moet niet te gek worden. Maar goed ook want er moet brood op de plank komen en dat krijg je niet met actie. Was met de val van het kabinet Balkenende-Bos de PVV terug gejaagd in het hok van de oppositie, met de verkiezingsoverwinning van de PvdA o.l.v. Spek en Samsom overkwam de SP hetzelfde. Populistisch links en rechts werden  door liberalen en sociaal democraten samen uitgeschakeld.

Nu de FNV nog laten herrijzen moeten werkgevers en politiek bestuurlijk Nederland gedacht hebben en dan kan de rust met een polderakkoord weer terugkeren. Een kwestie van geduldig en subtiel inpraten en masseren. De tijd zijn werk laten doen en de crisis natuurlijk, een almaar stijgend werkloosheidscijfer is immers dodelijk voor de vakbeweging, dan gaat de geest vanzelf wel weer in de fles. Aldus geschiedde en op slag bleken alle bordjes richting polderakkoord te wijzen. Klijnsma en Heerts bleken de PvdA pionnen op de juiste plaats en de juiste tijd te zijn. 

Maar is met dit polderakkoord de geest 'van de actie' ook echt weer terug in de fles? Als ik Rutte hoor en zie zeggen dat het vertrouwen weer hersteld is , krijg ik sterk de indruk dat hij vooral bezig is om zichzelf te overtuigen. Het is zijn mantra om het geloof in zichzelf te houden maar of dat naar de rest van Nederland ook zo werkt? Ik denk van niet. Ten eerste is het wantrouwen in de loop der jaren daarvoor veel te groot geworden. Ten tweede moeten Nederlanders het allemaal eerst nog eens zien net als de oppositie. Het FNV ledenparlement is nog altijd niet het Nederlandse parlement en het Nederlandse parlement niet het Nederlandse volk.

En waar moet de Nederlander op vertrouwen? Heeft Rutte zich dat wel eens afgevraagd? Moeten ze hem en Asscher vertrouwen dat het allemaal wel goed komt? Ze zullen gek zijn. Moeten ze erop vertrouwen dat de werkgevers bondgenoten zijn van de werknemers? Ze zullen gek zijn! Die hebben samen met den Haag geprivatiseerd, vermarkt, geliberaliseerd en gedereguleerd tot de burger er zowat bij neervalt. Natuurlijk snakken de mensen weer naar een beetje vertrouwen. Dat is normaal, maar er is de afgelopen jaren veel te veel kapot gemaakt om dat nu maar weer zo terug te geven.

Dus mark my words. Wilders en de SP hebben nog niet afgedaan. De Eurocrisis woedt nog voort, de economische crisis maakt nog steeds mensen werkloos, de pensioenen worden gekort, de huizenmarkt bubbelt nog lekker verder, het onderwijs rammelt aan alle kanten, de zorg is een bos geworden waarin de burger de weg kwijt is geraakt, er wordt nog steeds koehandel gedreven met Nederlandse bedrijven, er zijn nog steeds politici die eerder aan hun eigen zak denken dan aan de burger, banken blijken aangevallen te worden en zo kan ik nog wel even doorgaan. Nee Rutte, nee heel den Haag kan dat herstel van vertrouwen nog wel even vergeten.

Daar kan de opening van het Rijks en straks het aftreden van Koningin Beatrix weinig aan veranderen. Het geeft even lucht, even het idee van wie weet komt het ooit allemaal wel weer een keertje goed maar voorlopig is het afwachten. De mensen zijn niet gek. Ze weten ook wel dat de politieke elite, die werkgevers, de banken, de zorgverzekeraars, de bonusjagers enz. niet van de ene dag op de andere veranderen. Laten we zeggen dat er op zijn hoogst sprake is van een gedoseerd wantrouwen maar het kan elk moment weer groter worden. Rutte en Samsom moeten op hun tellen blijven passen of het wordt zo weer foute boel. Nederland is een labiel land geworden, een beetje Italiaans, Grieks of Portugees misschien?

donderdag 14 maart 2013

HET IS ALLEMAAL DE SCHULD VAN DE VAKBOND


De sociale partijen in de Bouw hebben eind maart een akkoord voor de CAO voor de Bouwnijverheid gesloten die loopt van 1 januari t/m 31 december 2012. Op grond van dit akkoord, krijgen de werknemers in de Bouw per 1 augustus 2012 een loonsverhoging van 0,75%.
Loonoverzicht bouwplaatswerknemers
Belangrijkste uitgangspunten bij de lonen voor Bouwplaatswerknemers zijn: 40 uur werken per week, 25 vakantiedagen (waarvan 5 naar Tijdspaarfonds),20 roostervrije dagen (waarvan 10 naar Tijdspaarfonds), 8% vakantietoeslag (naar Tijdspaarfonds),
Loonoverzicht vakvolwassen bouwplaatswerknemers van 22 jaar en ouder
Lonen per 1 augustus 2012(incl. loonsverhoging 0,75%)
Tabel I voor “gewone” volwassen bouwplaatswerknemers:
Functiegroep
Weekloon
  Uurloon
A
496,00
12,40
B
 524,80
13,12
C
 557,60
13,94
D
 596,40
14,91
E
626,00
15,65


De vakbond staat in een kwaad daglicht, vooral bij jongeren. Ze zien het nut er niet van in of nog erger, ze zien de vakbond als een ouderwetse club die alleen maar naar de belangen van ouwe lullen in het oog houdt. Ze zouden jongeren van de toekomst beroven die hen toekomt. Ouderen hebben immers hun toekomst gehad en zouden daarom hun mond moeten houden. Jammer voor hen maar zo is het leven. Zo toch lees ik de column van Rosanne Hertzberger. Voor degenen die NRC Handelsblad niet lezen, Rosanne is columniste van die krant. In haar dagelijks leven is ze “PhD student Molecular Microbiology at UvA/NIZO Food Research” zo lees ik op Linked-in. De column waar ik het over heb, heet “Namens wie spreekt Heerts nou?” (NRC weekeinde van 10 maart 2013).


Rosanne beweert in haar stukje dat “ene Ton Heerts” verwarring zaait want hij wil niet toegeven op de duur van de WW uitkering. Maar schrijft ze, als er teveel ouderen zijn, versoberen we de AOW, als er teveel immigranten zijn dan beperken we de toegang, “maar nu er veel werkloosheid is, mag er niets aan de WW gebeuren? Dat begrijp ik niet.” Dat valt me dus tegen van een PhD student. De AOW wordt niet versoberd omdat er teveel ouderen zijn, maar te weinig jongeren. Vergrijzing heet dat. Oké, je kunt zeggen dat is de schuld van die ouderen zelf, hadden ze maar meer kinderen moeten maken. Daar zit wat in. Maar een vervelende bijkomstiheid is dan weer dat die ouderen hun leven lang premie betaald hebben voor die AOW ervan uitgaande dat de jongeren dat straks ook zouden doen. Konden zij weten dat die jongeren wel andere zorgen aan hun kop hebben dan de zakken spekken van ouderen?

Een promovendus verdient in het eerste jaar ongeveer € 2000 bruto per maand en dat stijgt in het vierde jaar tot ongeveer € 2600. Universitair docenten krijgen een salaris dat varieert van € 2900 tot € 5000 bruto per maand en universitair hoofdocenten een salaris dat varieert van € 3700 tot € 6200 bruto per maand. Voor hoogleraren zijn speciale salarisschalen (16 t/m 18).
Daarna volgen twee paragraafjes waaruit minachting spreekt voor Ton Heerts en de FNV. Ik citeer een stukje om duidelijk te maken dat ik niet overdrijf: “Een half jaar nadat de voorzitter zijn eigen bond als een rokende puinhoop beschrijft, schittert de vakbond aan de onderhandelingstafel als nooit tevoren in zijn onmogelijke conservatisme en onverzettelijkheid.” Van een PhD studente verwacht je meer kennis van en begrip voor de georganiseerde werkende mens die dat mooie land Nederland gedisciplineerd en georganiseerd heeft opgebouwd. In mijn studententijd beseften biologiestudenten dat nog wel, maar ja tijden veranderen. De jongeren van vandaag vinden dat ze niks te maken hebben met het verleden. 

Rosanne komt vervolgens bij de kern van haar betoog want “wie vertegenwoordigt Heerts dan in al die onderhandelingen? Het zijn in ieder geval niet mijn generatiegenoten die vaak het wettelijk maximum van 3 tijdelijke contracten krijgen (..). Het zijn ook niet de ZZP'ers die nooit reclame hoeven te maken voor hun zaak, omdat ze toch maar één klant hebben: hun voormalige werkgever die weigerde nog langer pensioenpremie te betalen. Het zijn ook niet al die mensen die op oproepbasis altijd beschikbaar moeten zijn, maar te weinig uren maken voor een vol inkomen.” Rosanne is lid van de generatie zelfbeklag. Dat is jammer want in plaats van zich te beklagen, had ze lid van de vakbond kunnen worden en daar werken aan betere arbeidsvoorwaarden voor flexwerkers en ZZP'ers. Het mooie is dat de vakbond zelf dat ook allemaal al wil zonder dat Rosanne daarvoor lid van de vakbond is geworden.

Ondertussen is de malaise op de arbeidsmarkt helemaal de schuld van de vakbond: “Die heeft de vaste werknemers zo'n luxe positie gegeven, dat vervolgens niemand meer een vaste werknemer wil.” Nu zullen er vast wel vaste werknemers met een luxe positie zijn zoals bijvoorbeeld professoren en wetenschapelijke medewerkers aan universiteiten, betaald met belastinggeld opgebracht door de gemeenschap. Maar bij de vakbond zitten toch hoofdzakelijk bouwvakkers, metaalbewerkers, vuilnisophalers, politiemensen, schoonmaakpersoneel enz. Om hun positie luxe te noemen, vind ik een gotspe. Mogen die mensen met hun gemiddelde beneden modaal inkomen beschermd worden tegen ontslag en WW uitkeringen op minimumbestaansniveau? Rosanne vindt het allemaal overdreven luxe. Weet je wat ik luxe vind? Een grote mond hebben ten koste van de gemeenschap en de erfenis van een beschaafd en fatsoenlijk land waar niemand armoede hoeft te lijden en een auto kan rijden.

Door met haar beschuldigende vinger naar de vakbeweging te wijzen, draagt R. niks bij aan een oplossing van de hervormingsproblemen die vooral het gevolg zijn van de uitdijende globale markt met zijn lage-loon-landen, zijn goedkope maakindustrie waarin lokale werknemers onder Middeleeuwse omstandigheden worden uitgebuit, de dure energie, de vergrijzing enz. Ze slaat geen acht op de verantwoordelijkheid van de werkgevers, de banken en de financiële wereld en de politiek. Gelukkig doen de vakbonden dat zelf wel door op gediscilineerde wijze te praten en te onderhandelen met alle betrokken partijen. Dat lijkt me beter dan een barbertje moet hangen betoog te houden zoals Rosanne doet. Van een PhD student had ik trouwens meer verwacht maar zoals gezegd, tijden veranderen.

woensdag 29 augustus 2012

DE FNV LIGT OP ZIJN GAT

Een digitale fotocollage van Petrus

     
Als vakbondsman wordt ik droevig en boos tegelijk bij het lezen van het interview met tijdelijk FNV voorzitter Ton Heerts in NRC Handelsblad van het afgelopen weekeinde. Ik weet wel dat hij vooral bezig is om zijn ledenbonden  over de streep trekken om in een nieuwe structuur te stappen maar toch. Zo weet hij ook niet wat voor structuur precies. Net zo min als dat indertijd de bemiddelaars Wijffels en Noten wisten toen ze in een weekeinde op de heide vaststelden dat het FNV zich opnieuw moest uitvinden. Daar werd op hun voordracht dan ook PvdA Tweede Kamer lid Klijnsma voor ingehuurd.

Heerts zegt over haar werk het volgende “We moeten ons als Federatieraad nog uitspreken over het werk van Klijnsma. Wat al dat papierwerk gekost heeft! Ze heeft best goed werk gedaan en een aantal van haar adviezen nemen we over, we gaan niet alles overdoen. Maar haar rapport is niet meer dan een advies.” Straffe taal waar Klijnsma niet zo gelukkig mee zal zijn en waarbij Wijffels en Noten zich nog eens achter de oren zullen krabben.

Klijnsma bedacht een struktuur voor een betere machtsverdeling binnen de FNV Federatieraad om het conflict tussen grootmachten als FNV Bondgenoten en Abvakabo en de kleinere bonden te neutraliseren. Dat wilde ze doen door de grootmachten op te delen in kleinere eenheden. Tja, dat is moeilijk als je al die jaren langs de weg van de ene na de andere fusie een mooie, grote en dus machtige organisatie hebt opgebouwd. Dat sta je als bestuur niet zo maar af uit naam van democratie en solidariteit ook niet als dat  bijvoorbeeld de naam FNV ledenparlement krijgt.

De leden van zo’n parlement zouden dan in beginsel net zoals in het echte Nederlandse parlement zonder last en ruggespraak moeten kunnen spreken en stemmen. Dat kun je wel vergeten. Je moet wel erg sterk in je schoenen staan om als lid van de ledenraad de stem van je bondsbazen te negeren. Zo zitten vakbonden niet in elkaar. Zij gaan op de eerste plaats voor hun eigen belangen en niet voor het belang van de Federatie zeker niet in de tijd dat het meer loont om je af te zetten tegen Den Haag en de Werkgevers.

Het polderen is door het Nieuwe Actvisme, mede het gevolg van ledenverlies en Haagse politieke polaristie (zo is de PvdA lijn nog altijd meer die van het overleg en die van de SP die van het activisme), in diskrediet geraakt. De AOW crisis was de druppel teveel in de vakbondsemmer. Het vertrek van FNV voorzitter Agnes Jongerius als medeverantwoordelijke voor het AOW akkoord spreekt daarvan boekdelen. Ze had niet door dat bij een paar grote bonden het polderen in diskrediet was geraakt onder invloed van dat Nieuwe Activisme.

De aloude vakbondsbalans tussen actie en overleg is doorgeslagen naar actie. De oude FNV structuur is daar niet op berekend dus moet er wat nieuws komen. Maar wat precies weet dus nog niemand en bovendien is het maar de vraag of dat Nieuwe Activisme de tijdgeest zal overleven. Zo is de SP bij deze verkiezingen al bezig de scherpe kantjes van haar activisme af te slijpen of is dat slechts een tijdelijke opsmuk?

Het treurige is dat terwijl de eurocrisis almaar doorgaat, het aantal werklozen blijft stijgen, de AOW leeftijd toch wordt verhoogd, het ontslagrecht toch wordt versoepeld, het aantal zzp’ers zonder goede sociale bescherming blijft groeien, flexwerkers het afval van de economie dreigen te worden enz enz. de FNV op zijn gat ligt. Dat is voor niemand goed ook niet voor de rest van Nederland.

dinsdag 17 januari 2012

FNV WEG ER MEE.

 
FNV weg er mee. Dat heb ik niet verzonnen maar het FNV zelf. Ik kon mijn oren en ogen niet geloven toen ik vernam dat de top van de FNV tijdens een weekendje weg op de heide onder leiding van twee conflicttherapeuten had besloten om zichzelf op te heffen en meteen De Nieuwe Vakbeweging op te richten. Let op dat woordje nieuw. Vanaf mijn derde jaar heb ik een paar keer een nieuwe fiets gekregen. Voor mij was hij nieuw maar het was een oude fiets, gemoffeld door onze fietsenmaker. We krijgen dus straks een gemoffelde FNV.

Hoe kan het dat in Nederland de topleiders van een organisatie met 1,4 miljoen leden niet in staat is om een intern conflict zelf op te lossen? Ze moeten me het bij de FNV maar niet kwalijk nemen maar dat is toch gebrek aan leiderschap? Dat dit gebeurt in landen met nog maar weinig ervaring met democratische instellingen kun je verwachten maar dat dit in een land als Nederland met zijn lange democratische traditie, zijn hoog opgeleide bevolking en stabiele structuren ook mogelijk is, had ik toch niet kunnen denken. Misschien zijn we wel hoog opgeleid maar ontbreekt het aan bestuurlijke wijsheid?

Al even verrassend is dat een buitenstaander, de PvdA politica en Tweede Kamerlid Jette Klijnsma, gevraagd is door de conflicttherapeuten om de oprichting van De Nieuwe Vakbeweging (wordt dat afgekort tot “De NV”?) voor te bereiden. De FNV kan dus ook op dat vlak niet haar eigen boontjes doppen. Maar goed dat de FNV niet genoteerd staat op de Amsterdamse beurs want niemand zou nog een cent geven voor het aandeel.

Jette Klijnsma vroeg ondertussen om bedenktijd terwijl ze bekende zelf geen vakbondsmeisje te zijn. Nou dat hoeft ook niet. Het is tegenwoordig héél trendy in Nederland om moeilijke klussen als reorganisaties, fusies en allerlei andere karweien waarbij mensen moet worden uitgelegd dat ze helaas aan kant moeten worden geschoven, over te laten aan buitenstaanders, interim managers geheten. Die maken goed betaalde vuile handen. Daarna kan de leiding weer met schone handen verder. Moeilijk leiderschap wordt in Nederland meer en meer uitbesteed. De kosten daarvoor te betalen door de werknemers en de belastingbetalers.

Ondertussen zijn de leden van de commissie van goede diensten bekend: een SP senator, twee oud FNV bestuursleden en een deeltijdse beleidsadviseur van CNV Vakmensen. Onder voorzitterschap van Jette Klijnsma zijn zij de kwartiermakers voor het congres ter oprichting van ‘De NV’. Het is natuurlijk verstandig dat er een SP’er in de commissie is opgenomen. Die partij speelt immers een grote rol in de FNV. Dat is een van de problemen waar de FNV mee worstelt. Sinds de opkomst van de SP loopt er een stevige breuk in Links Nederland die tijdens het conflict over de pensioenregeling onoverbrugbaar werd. Of je die breuk oplost met een vlucht vooruit door een nieuwe vakcentrale op te richten is dan nog maar de vraag.

Waarom een deeltijdse CNV’er in de commissie is opgenomen, is een beetje raadselachtig. Zijn er daar dan toch plannen bij het CNV om ook aan de vernieuwingsdrang mee te doen onder het motto alles beter dan het oude? Het zou kunnen want ook daar slaat de twijfel over de toekomst toe. Net als de PvdA, de natuurlijke partijpolitieke partner van de FNV, dreigt ook het CDA, de natuurlijke partijpolitiek partner van het CNV, de status van politieke dwerg te krijgen. En net als in de PvdA luistert men ook in het CDA niet zo goed meer naar de vakbeweging. Bovendien zijn er ook in het CNV meningsverschillen over de pensioenen en kent het ook een leiderschapscrisis.

Klijnsma zei te verwachten dat de commissie rond een mei, ze vindt dat een mooie datum, met de plannen voor ‘De NV’ zal komen. Traditioneler dan een mei – de dag van de arbeid - kun je als vakbond niet zijn. Ik ben benieuwd wat het wordt.

dinsdag 6 december 2011

HET GESTAALDE FNV KADER

 
Het blijft een merkwaardige manoeuvre om een vakcentrale op te heffen naar aanleiding van een hoog oplopend conflict tussen twee FNV leiders over een pensioenakkoord. Tenzij er nog wat meer aan de hand is. Om dat uit te zoeken, hadden ze bij de FNV dus twee verkenners ingehuurd.  Die kunnen natuurlijk niet met een therapietje voor twee aan komen of een lijstje van compromissen. Dat past niet meer in deze tijd van radicaal management met liefst ook maar meteen afrekening met het verleden want laten we wel wezen, we leven in een volledig nieuwe tijd. Alles is anders. Een mythe die naadloos aansluit bij het consumentisme. Er is altijd weer wat nieuws en oh ja toch ook tijdloos. Maar ik dwaal af.

Het heet dat de gestaalde kaders, de blauwe overall werkers met hun bonden een sta in de weg zijn geworden voor vernieuwing. Levend in het verleden zouden ze vooral vechten voor hun verworven rechten, tegenwoordig privileges genoemd. Ze hebben er jaren voor gewerkt en betaald en dus willen ze straks op 65 jaar inkasseren. Ze laten zich niet de kaas van het brood vreten en dus vechten ze terug en hard. Geef ze daar maar eens ongelijk in.  Je wilt ook wel eens genieten van rust en vrije tijd en toevallig is 65 daar een mooie leeftijd voor als je je leven lang bouwvakker bent geweest, truck chauffeur of  lasser. Laten we elkaar daarover niks wijs maken, zeker niet door witte boorden werkers die hun leven lang onder comfortabele arbeidsomstandigheden werken en bovendien dichter bij het vuur zitten zodat ze ook eerder profiteren van materiële of andere verbeteringen in arbeidsomstandigheden.

Zullen deze gestaalde kaders die het in de bondsraden voor het zeggen hebben zo maar weg laten sturen? Zij beslissen nu over hun eigen contributiegelden en over hun bestuursleden. Moeten ze dat uit handen geven voor een groter en moderner geheel dat dichter bij de leden zal staan, zoals wordt beweerd? Een ongewis avontuur toch waarin je als gestaald kader zeker weet dat je monddood en machteloos wordt gemaakt terwijl je niet weet wat je er voor terug krijgt. Ik vrees dat de managementgoeroes teveel revolutionair elan veronderstellen bij de vakbondsleden die volgens hen niet dicht genoeg zouden staan bij hun bond. Maar zoals duidelijk mag zijn, het tegendeel is dus het geval. Ze staan er juist te dicht bij en daarom moeten ze weg en ingeruild worden voor een veel grotere, financieel en bestuurlijk gecentraliseerde structuur, zeg maar een centraal geleide, goed geoliede CAO machine die op maat werkt per sector.

Maar is dat  De Nieuwe Vakbeweging waar de jongeren op zitten te wachten? Een gecentraliseerde en goed geoliede CAO machine op maat of hebben zij andere verwachtingen? Ik ben niet jong genoeg meer om te weten wat ze willen al ben ik wel zeker dat ze net als alle mensen uiteindelijk willen werken voor huisje, boompje, beestje. En misschien, heel misschien verwachten ze nog wel meer van het leven dan goede lonen en arbeidsvoorwaarden. Misschien zijn ze op zoek naar een beweging met een ideaal waar ze zich aan kunnen optrekken, een beweging die aan een samenleving werkt waar je in kunt geloven en op vertrouwen. Gaat De Nieuwe Vakbeweging daaraan werken? Het zal me benieuwen. Ik heb namelijk nog geen enkele visie op mens en maatschappij gehoord die bij De Nieuwe Vakbeweging zou horen, maar misschien komt dat nog?