Posts tonen met het label internationale solidariteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label internationale solidariteit. Alle posts tonen

woensdag 26 augustus 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 2: JAN PRONK EN PIET RECKMAN

 

Links Jan Pronk (1940), econoom en leerling van de internationaal vooraanstaande macro-econoom, ontwikkelings-econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen. Piet Reckman (1928-2007) stond bekend als politiek activist, docent en publicist en was symbool voor de radicalisering in het maatschappelijk werk.



Jan Pronk, zelf geen Nieuw Linkser,  voerde als minister van Ontwikkelingssamenwerking in de regering Den Uyl (1973-1977) en later in Lubbers III (1989-1994) en Kok I (1994-1998) het eerste punt van het tien punten plan van Nieuw Links uit. Op die post groeit hij uit tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de linkervleugel in de PvdA.


Door de combinatie van internationale solidariteit met socialisme oefende de partij aantrekkingskracht uit op radicale activisten en actiegroepen  die geïnspireerd werden door met name Latijns-Amerikaanse bevrijdingsbewegingen. Een van de boegbeelden van Derde Wereld activisme was Piet Reckman.


Piet Reckman was met pater Simon Jelsma in 1954 medeoprichter van de Pleingroep, de basis voor veel politiek activisme rond internationale solidariteit. De groep stond aan de basis van organisaties voor internationale solidariteit als NOVIB, de Wereldwinkels, en de XminY beweging. In 1967 kreeg de PvdA met de Evert Vermeer Stichting zijn eigen baken voor internationale solidariteit met bijbehorende projecten.


Piet Reckman was lid van de PvdA partijraad en voorzitter van de Latijns Amerika commissie. Latijns Amerika was sinds de Cubaanse revolutie in 1958 het continent geworden waar de radicale bevrijding van het kapitalisme en het anti-imperialisme en de komst van het socialisme spoedig werd verwacht.


Linkse intellectuelen, studenten enz. werden door de Cubaanse revolutie en de bevrijdingsstrijd in Latijns Amerika (Che Guevara en Camilo Torres) geïnspireerd. In de Latijns Amerika commissie troffen de Latijns Amerika activisten elkaar. Zij hadden vaak ook banden met een actiegroep.


De naam van Piet Reckman blijft voorgoed verbonden aan een motie van afkeuring die  25 oktober 1977 met 53 tegen 35 stemmen werd aangenomen in de partijraad. Met die motie stuurde de partijraad partijleider Joop den Uyl en zijn Ed van Thijn terug naar de onderhandelingstafel over een regeringscoalitie met  CDA en D66. 


De partijraad meende dat met het door Joop den Uyl behaalde historische resultaat van 53 zetels, de partij meer macht moest krijgen in de coalitie, dan Den Uyl en van Thijn voor elkaar hadden gekregen. De motie van afkeuring van Reckman maakte een tweede kabinet Den Uyl zo goed als onmogelijk.


In plaats dat de politieke winst van 53 zetels werd omgezet in een tweede kabinet Den Uyl, kwam tot verontwaardiging van links Nederland, de regering van Agt tot stand. Van Agt had met VVD partijleider Wiegel in enkele dagen een coalitie weten te smeden, een coalitie die Van Agt wellicht ook persoonlijk goed uitkwam. Hij en Den Uyl waren in veel opzichten elkaars tegengestelden. Voor Den Uyl moet het een Grieks drama geweest zijn dat hij zijn grootste verkiezingsoverwinning ooit niet kon omzetten in een premierschap. 


Toch was den Uyl dapper en/of eigenwijs genoeg om door te gaan als partijleider of was het om de partij te behoeden voor een verder afglijden naar links? Zijn strategie was om de linkervleugel op te nemen in de partij. In sommige kringen heette dat inkapselen om het op die manier politiek onschadelijk te maken.


De rechtervleugel was al in 1970 afgehaakt.  Ironisch genoeg werd de daaruit ontstane nieuwe partij DS’70 geleid door Willem Drees jr. de zoon van de grootste en bekendste naoorlogse PvdA leider Willem Drees. Die werd liefkozend vadertje Drees genoemd vanwege de onder zijn regie tot stand gekomen AOW regeling.


De motie van Piet Reckman was de eerste stap in de nederlagenstrategie die de PvdA later zou gaan volgen. Reckman zelf stapte ruim tien jaar later over  naar Groen Links, een fusiepartij van radicaal linkse partijen als CPN, PSP, PPR en EVP. De overstap van Reckman kan achteraf gezien worden als een voorbode van wat nu ruim 30 jaar later gebeurt, de fusie van de PvdA met Groen Links tot Progressief Nederland.

donderdag 28 november 2024

27. HOE ZIT DAT IN OSS? NICARAGUA EN INTERNATIONALE SOLIDARITEIT

De Sandinisten werden in die tijd door velen beschouwd als brengers van een nieuw heil. De Sandinist hierboven vocht in het leger van Commandante Cero in het zuiden van Nicaragua aan de grens met Costa Rica. De foto is een paar dagen voor de overwinning van de Sandinisten genomen. (foto:petrus)


Ik weet niet of het een rol gespeeld heeft bij het stemgedrag van de doorsnee kiezer in Oss, ik denk van niet, maar er werden door de SP veel internationale solidariteitsacties gehouden, meestal acties die aansloten bij brede landelijke acties. Een voorbeeld van zo een actie is de Nicaragua actie.

In navolging van heel wat Nederlandse organisaties en clubs besluit de SP om de Sandinistische revolutie met daden te ondersteunen door een van zijn huisartsen in Oss naar Nicaragua te sturen.

 “Daar is Paul Pollmann op dat moment een beetje uitgekeken op zijn dagelijkse werk in het Medisch Centrum van de SP. De dokter met de vervaarlijke snor wil na ruim vier jaar wel een wat anders. En avontuurlijk als hij is, ziet hij in de omwenteling in Nicaragua de kans om ideaal en avontuur te combineren.” (Blz. 344 in Het Geheim van Oss)

Zoals bij dit soort zaken gebruikelijk verzamelt de SP in Oss via acties geld in om reis en verblijf van het gezin Pollmann naar Nicaragua mogelijk te maken. Men gelooft dat de Sandinisten de lang verwachte bevrijders zijn van Nicaragua en vertrouwt erop dat huisarts Pollmann in een uithoek van het land hen kan helpen. Voor de SP snijdt het mes aan twee kanten. Het brengt hun partij onder de lokale aandacht en is meteen een uiting van algemeen menselijke solidariteit met een politiek tintje. 

Enkele jaren later is alles anders. Dan bedoel ik niet het diep treurige feit dat Nicaragua  gebukt gaat onder het repressieve en dictatoriale bewind van de voormalige Sandinistische revolutionair Daniel Ortega en zijn vrouw, maar het conflict dat Pollmann krijgt met de SP na afloop van zijn missie naar Nicaragua.

Eenmaal terug op het medisch centrum te Oss, zet hij de actie "bakkies voor Nicaragua" op, apparaten voor draadloze apparatuur in afgelegen gebieden van Nicaragua die bedreigd worden door de contrarevolutionairen.

"Ik heb daarvoor alles en iedereen proberen te mobiliseren. Dus niet alleen de SP, want aan het het einde van mijn verblijf in Nicaragua was me duidelijk geworden dat zij daar bedenkingen kregen tegen onze linkse signatuur. Het was nu eenmaal de achtertuin van de Verenigde Staten, waar alles wat communist is, vogelvrij is. Dus hoe breder de steun voor de sandinisten hoe beter de kansen voor de toekomst. Daarom probeerde ik iedereen bij die acties te betrekken, van de VARA tot het CDA." (blz.349 in "Het Geheim van Oss")

Polmann heeft in Nicaragua ontdekt dat internationale solidariteit zijn politieke kanten heeft, kanten waar de SP vanuit het politieke belang in eigen land, liever geen oog voor heeft. Zijn opvatting is tegen het zere been van de SP die niks moet hebben van samenwerking met erf-vijand CDA.  

Het verhaal krijgt nog een staartje dat iets zegt over de interne organisatie van de SP. Pollmann beschuldigt de SP ervan ingezameld geld voor Nicaragua achter te hebben gehouden. De beschuldiging blijkt moeilijk te ontzenuwen omdat de partij toen geen financiële verslaggeving had. 

Volgens de toenmalige SP voorzitter Daan Monjé gaat het niemand wat aan hoeveel geld de partij heeft want bij een inval van de belastingdienst, weten ze dan meteen alles van ons. Bestuurslid Koos van Zomeren, tot 1975 lid van het driekoppige bestuur, veronderstelt dat Monjé het geld in een oude sok bewaart. Marijnissen heeft bij zijn aantreden als partijvoorzitter in 1988 hieraan een einde gemaakt.

Het conflict leidde tot het royement van Pollmann uit de partij. "Daar is een speciale bijeenkomst voor georganiseerd van de afdeling Oss. Het was op 5 januari 1983. Ik weet nog dat de hele afdeling erbij was in de zaal aan de Linkensweg. Ik zat recht tegenover Jan Marijnissen. Ik had mijn argumenten op papier gezet, gekopieerd en rondgedeeld want ik wilde dat men wist waar de partijleiding mee bezig was. Zo zou ik voor mezelf en eervolle aftocht hebben. Maar Jan Marijnissen keek naar mijn papier en veegde het in één zwaai van tafel. En meteen deden veel anderen hetzelfde. Daar lag mijn verhaal ongelezen op de grond." (blz. 349 in 'Het Geheim van Oss')





dinsdag 13 december 2011

NEO-EGOÏSME OF INTERNATIONALE SOLIDARITEIT?

 Nog in de tweede helft van de jaren tachtig ondersteunde Jan Tinbergen (links) de actie 1,5% van CNV Aktie Kom Over (nu CNV Internationaal) op het Binnenhof. Naast hem staat toenmalig Tweede Kamervoorzitter Dick Dolman (PvdA).

Ontwikkelingssamenwerking is zo vorige eeuws dat je het maar beter meteen van de Nederlandse begroting kunt schrappen. Het past niet meer in deze liberale tijd van eigen verantwoordelijkheid, ondernemerschap, vrije markt en neo-egoïsme. Als het aan de PVV ligt wordt ontwikkelingssamenwerking als een van de linkse hobby’s samen met bijvoorbeeld Europa weg bezuinigt om aldus Henk en Ingrid te sparen voor nieuwe bezuinigingen. Een legitieme politieke zet van Wilders maar wel met verkeerde argumenten. Zo is Europa geen linkse hobby, dat weet Wilders best. Het is ook een ondernemershobby (vrije markt, deregulering, enz.), fervent mee opgebouwd door zijn eigen voormalige VVD.

Ontwikkelingssamenwerking is voornamelijk een linkse hobby geweest. Die is indertijd zo populair geworden mede dank zij de Rotterdamse macro econoom professor Tinbergen, een zeer respectabel geleerde al was het maar omdat hij de eerste was die de Nobelprijs voor economie won (1969). Tinbergen was mede aanjager van de VN doelstelling om 0,7% van de nationale begroting te reserveren voor ontwikkelingssamenwerking (1970).  Jan Pronk, in zekere zin de tovenaarsleerling van Tinbergen, heeft als PvdA minister voor Ontwikkelingssamenwerking die populariteit alleen maar vergroot. Maar vergeet de rol van het CDA niet. Die hebben met hun diepe wortels in missie en zending ervoor gezorgd dat ontwikkelingssamenwerking een heel breed maatschappelijk draagvlak kreeg. De basis was solidariteit, hetzelfde fundament waarop de sociale voorzieningen en de gezondheidszorg in Nederland is opgebouwd.

 Hier zien we tijdens dezelfde 1,5% actie het toenmalig Tweede Kamerlid Cor Kleisterlee (rechts), tevens voorzitter van de Katholieke NGO Cebemo (tegenwoordig Cordaid), op het Binnenhof spreken. Links met het blad papier in de hand CNV secertaris Arie Hordijk. CNV Aktie Kom Over secretaris Gerrit Pruim bedient de megafoon.


De VVD heeft er trouwens altijd voor gevochten dat de Ontwikkelingspot ook ten dienste stond voor het Nederlandse ondernemerschap. Uiteraard viel dat heel slecht bij radicaal links Nederland. In die tijd werden ondernemers en vooral multinationals gezien als uitbuiters in plaats van werkverschaffers. Hoewel daar vaak ook wel wat voor te zeggen was, was dat beeld toch te eenzijdig. Ontwikkelingssamenwerking werd toen door links omarmd, kort door de bocht gezegd, als een instrument om het socialisme te bevorderen (naats de Novib ook binnen kerkelijke organisaties als Cebemo nu Cordaid, Icco en Solidaridad) met zijn accent op herverdeling van inkomen in plaats van vergroting van inkomen door middel van productiviteit. Noem het de bekende blinde vlek van links voor de economische realiteit maar een die je kunt vergeven omdat hij voortkomt uit een goed hart.

Nu in deze nieuwe eeuw met al zijn nieuwigheden wordt pas goed ingezien dat herverdeling van inkomen alleen niet genoeg is om in ontwikkelingslanden een humane maatschappij dichterbij te brengen.

Werk, werk en nog eens werk is net zo belangrijk of misschien wel belangrijker voor de ontwikkeling van een samenleving. Door te werken maakt een mens deel uit van de gemeenschap, kan hij of zij de verantwoordelijkheid voor zijn leven, zijn gezin of familie nemen, kan hij zich zelf ontplooien enz. Een lofzang op investeringen, vrij markt en vrije handel ter bevordering van de werkgelegenheid is dus op zijn plaats. Dat moeten de linkse hobbyisten toegeven maar dat is niet alles. Een vrije markt moet gecorrigeerd worden, wil het spel niet ontaarden in het recht van de sterksten en de rijksten. Daar zijn vakbonden voor nodig en een  eerlijke, rechtvaardige overheid die democratisch tot stand komt. Dat zullen de rechtse hobbyisten moeten erkennen.

Er is dus voor links en rechts nog werk zat aan de winkel voor Ontwikkelingssamenwerking. Wilders zou onderwijl moeten beseffen dat door toe te geven aan het neo-egoïsme hij ook de fundamenten van de binnenlandse solidariteit ondermijnt.