donderdag 8 oktober 2026

THEO VAN DOESBURG: WEG MET KANDINSKY

 

Theo Van Doesburg (1883-1931), schilder, kunsttheoreticus en hoofdredacteur van het kunsttijdschrift De Stijl

Volgens een collega kunstschilder is abstracte schilderkunst vereenvoudigde figuratieve kunst. De figuur, de werkelijkheid blijft het punt van vertrek. Het werk van Picasso illustreert deze zwerftocht tussen realisme en abstractie of verbeelding. Hij vereenvoudigt  figuren, portretten, stillevens en landschappen maar ze blijven herkenbaar vanuit de werkelijkheid. Zelfs in zijn kubistische schilderijen waarin hij het het perspectief los laat, blijf je de werkelijkheid herkennen.


Bij Piet Mondriaan zien we dezelfde ontwikkeling maar hij gaat stappen verder dan Picasso. Uiteindelijk is er in zijn schilderijen niks meer van realiteit te herkennen. De fysieke werkelijkheid is verdwenen. Daarvoor in de plaats komt een puur geestelijke voorstelling of beelding.


Mondriaan zelf heeft zijn weg van figuratief naar volledige abstractie of geestelijke beelding toegelicht en uitgelegd in soms moeilijke teksten. Iemand die nog meer ijverde dan Mondriaan om de nieuwe -abstracte - beelding uit te leggen en als de schilderkunst van de toekomst aan de man te brengen was de kunstschilder, kunsttheoreticus Theo van Doesburg (1883-1931). 


Voor dat doel gebruikte hij vooral het tijdschrift “De Stijl” waarin niet alleen hijzelf maar vele andere kunstschilders waaronder ook Mondriaan schreven over wat zij  “de nieuwe Beelding” noemden.


Terwijl Picasso bleef vasthouden aan figuratie, de zichtbare, waarneembare werkelijkheid, maakten Mondriaan, van Doesburg, van der Leck en anderen de overstap naar volledige abstracte beelding.


Je zou denken dat de abstracten allemaal dezelfde opvattingen hadden over hun schilderkunst. Niets is minder waard. Mondriaan bijvoorbeeld hield bijvoorbeeld strikt vast aan abstractie op basis van rechte lijnen. Diagonale lijnen waren uit de boze. Van Doesburg had daar dan weer geen moeite mee.


Waar Doesburg wel moeite mee had, was het abstracte expressionisme van de Rus schilder Kandinsky. Volgens van Doesburg mag een schilderij aan geen enkele voorstelling (uit de werkelijkheid) gebonden zijn, ook niet uit die welke voortkomen uit de expressionistische richting “dat een schilderij de onmiddellijke uitdrukking, door kleur en lijnsensatie van onze gevoelens moet zijn”  verwerpt hij als een ‘modefrase’. 


Volgens Doesburg is het scheppen geen spontane uiting van onze gevoeligheid, “zoals dat wel eens gedacht is door de impressionisten en later tot dogma is gemaakt door de expressionisten. Elke spontane daad is het gevolg van onze lijdelijke natuurlijkheid en moet altijd op een teleurstelling uitlopen.” (Theo van Doesburg, “Van “natuur” tot “kompositie”, aanteekeningen bij de ontwikkeling van een abstracte schilderij”, verschenen in De Hollandsche Revue/jaargang 24, Nummer 8, 1919.)


Zou van Doesburg beseft hebben dat de schilderkunst na hem zich veel meer in expressionistisch richting heeft ontwikkeld? Tegenwoordig kun je geen kunstwerk bekijken en bespreken zonder er gevoelens bij te betrekken. Eigentijdse kunstenaars benadrukken nogal eens dat ze hun werk puur op gevoel maken. Een verwijzing naar geest (ratio) hoor je tegenwoordig eigenlijk nooit.  Ratio lijkt in de kunst 'not done'.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten