Posts tonen met het label joop den uyl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label joop den uyl. Alle posts tonen

dinsdag 10 september 2024

16. HOE ZIT DAT IN OSS? KABINET DEN UYL

Links PvdA leider Joop den Uyl, rechts PPR fractieleider Bas de Gaay Fortman


Terug naar de politiek in Oss waar PPR secretaris Wim van Dijk overeenkomstig de tijdgeest de wensen van de jongeren in Oss aan de orde stelt bij het gemeentebestuur en de politieke partijen. 


Of dat gevolgen heeft gehad voor de PPR in het Osse verkiezingshokje is moeilijk vast te stellen.Wel is het zo dat bij de Tweede Kamer verkiezingen in 1972 de PPR 6% van de stemmen kreeg. Bij de verkiezingen een jaar eerder was dat nog maar 2% geweest. Misschien lag het aan lijsttrekker Bas de Gaay Fortman, een charismatische goed gebekte lijsttrekker die het landelijk uitstekend deed?


De KVP bleef in Oss met ruim 35% van de stemmen de grootste partij, gevolgd door de PvdA met ruim 22% van de stemmen en de VVD met ruim 13%. D66 met 5% verloor daarentegen stemmen is Oss.


Oss week met deze resultaten behoorlijk af van de resultaten van de landelijke verkiezingen. Daar werd de PvdA met ruim 27% van de kiezers de grootste partij van het land gevolgd door de KVP met 10% kiezers minder dan de PvdA. 


Vergelijk dat eens met de uitslag van de verkiezingen van vlak na de oorlog. In 1946 behaalde de KVP landelijk nog bijna 29% van de stemmen (in Oss toen 80%), de SDAP, de voorganger van de PvdA, behaalde 22% van de stemmen (in Oss 16%). 


De rollen van KVP en PvdA zijn de loop der tijd volledig omgekeerd. De PvdA zit in de lift, de KVP gaat omlaag. Dat de daling van het aantal KVP stemmers het gevolg is van de ontkerkelijking en de ontvoogding in de katholieke gemeenschap, spreekt vanzelf. Dit proces is waarschijnlijk onomkeerbaar.


De electorale toekomst van de KVP is daarmee twijfelachtig geworden. Die van de PvdA veel belovend. De KVP zoekt een uitweg voor de electorale neergang, samen met de andere twee confessionele partijen die zij het minder, ook verlies lijden. Ze besluiten aan te sturen tot samenwerking om uiteindelijk te fuseren tot een enkele christelijke partij.


De winst van de progressieve partijen PPR, PvdA en D66 in 1972 leidt tot de vorming van het extra-parlementaire kabinet Den Uyl. Dit kabinet bestaat uit de drie genoemde partijen aangevuld met “progressieve individuen” uit de klassieke middenpartijen ARP en KVP. 



“Bij de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen van november 1972, na de val van het kabinet-Biesheuvel I, was Bas de Gaay Fortman lijsttrekker. Onder zijn leiding behaalde de PPR een spectaculaire verkiezingswinst, ze steeg van twee naar zeven zetels. De progressieve partijen PvdA, D'66 en PPR werden met 56 zetels het grootste politieke blok in de Tweede Kamer en vormden het extraparlementaire kabinet-Den Uyl samen met individuele progressieven uit de ARP en de KVP, onder wie Jaap Boersma, W. de Gaay Fortman, Dries van Agt en Ruud Lubbers. De PPR leverde drie bewindslieden, ministers Harry van Doorn (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk) en Boy Trip (minister zonder portefeuille voor wetenschapsbeleid), en staatssecretaris Michel van Hulten op Verkeer en Waterstaat. Bas de Gaay Fortman werd fractievoorzitter. (Politieke Partij Radikalen).

In deze sterk veranderende politieke omgeving zet de KEN in Oss onder de nieuwe naam Socialistiese Partij, zijn missie en zendingswerk onder de arbeiders in de fabrieken en de woonwijken stug en gestaag door. Hun idealisme is onstuitbaar.

 

donderdag 25 juli 2024

8. HOE ZIT DAT IN OSS? OPRICHTING CDA EN POLITIEKE PARTIJ RADIKALEN




Niet alleen de KVP verliest stemmen in Oss en landelijk. De electorale neergang treft ook de andere twee christelijke partijen; de Anti-Revolutionaire ARP en de Christelijk Historische Unie CHU, zij het in iets mindere mate. Zij voelen als het ware de nieuwe anti-confessionele tegenwind die door D66 een nieuwe impuls heeft gekregen uit liberale hoek.


Ze besluiten daarop eensgezind een dam op te werpen tegen de “ont-christelijking” (deconfessionalisering) van de Nederlandse politiek en nemen zich voor te gaan samenwerken. Die samenwerking moet uitmonden in een fusie tot een algemeen christelijke partij, het Christelijk Democratisch Appel CDA.



“Het CDA is opgericht op 11 oktober 1980. Hier is een langdurig proces van overleg tussen KVP, CHU en ARP aan vooraf gegaan. De drie partijen hebben lange tijd zelfstandig gefunctioneerd. Eind jaren zestig van de vorige eeuw veranderden de maatschappelijke omstandigheden echter zodanig, dat samenwerking tussen de drie christelijke partijen wenselijk werd. De eerste officiële bespreking tussen hen vond plaats in 1967. Dertien jaar later werd dit afgerond met de totstandkoming van het CDA. Een belangrijke bindende factor tussen de partijen was de wens van veel katholieken en protestanten voor een partij, waar een uitdrukkelijk verband was tussen het christelijke geloof en politiek handelen.” (CDA Gedachtegoed Geschiedenis)  

Die samenwerking had het min of meer onverwachte gevolg dat de linkervleugel van de KVP er geen vrede mee heeft. Zij beschouwt de samenwerking met uitzicht op een fusie als een vereniging van behoudende, conservatieve krachten. Zij besloten uiteindelijk tot de oprichting van de Politieke Partij Radikalen PPR.



“De partij ontstond in 1968 als afsplitsing van de KVP. In de KVP had zich een groep 'radicalen' gevormd, die tegen voortzetting van de centrumrechtse coalitie van KVP, ARP, CHU  en VVD  in het kabinet-De Jong  was. Samen met de 'spijtstemmers' binnen de ARP en CHU vormden zij de 'Américaingroep', vernoemd naar de bijeenkomsten in hotel Américain te Amsterdam.Directe aanleiding voor de afsplitsing was een televisie-uitzending waarin de fractievoorzitters van ARP, CHU en KVP hun samenwerking bekrachtigden. De uitgetreden KVP-radicalen richtten de PPR op, waarbij zich enkele uitgetreden leden van de ARP voegden.” (Politieke Partij Radikalen) 


 

De PPR rekent zich tot progressieve partijen samen met PvdA en D66. 


De oprichters van de PPR noemden zich christen-radicalen, maar wilden daarmee geen ideologie aanduiden. Zij wezen een directe koppeling van geloof en politiek af en stelden geen beginselprogramma op. Ook in verkiezingsprogramma's voerden niet ideologie, maar actuele thema's de boventoon. Bij de oprichting van de partij was besloten het woord 'christelijk' uit de naam weg te laten, ook om gelijkgestemde niet-christenen aan te kunnen trekken. In de loop der jaren raakte de christelijke inslag op de achtergrond en werd de PPR meer een progressieve partij.Onder leiding van De Gaay Fortman jr. richtte de PPR zich op ontwikkelingssamenwerking, milieu, ontwapening en een democratische economie.” (Politieke Partij Radikalen)


De PPR doet in 1971 voor het eerst mee aan de landelijke verkiezingen. In Oss komt de PPR niet zo goed uit de verf als toen D66 voor de eerste keer meedeed. Het blijft in Oss en landelijk bij ongeveer 2 % van de stemmen ofwel 2 zetels in het parlement.


Dat verandert bij de verkiezingen in 1972. Dan krijgt de partij landelijk bijna 5% en in Oss zelfs 6% van de stemmen. Dat alles had o.a. te maken met het progressieve schaduwkabinet -Den Uyl. 


Het idee om voor de verkiezingen een schaduwkabinet naar Brits model samen te stellen, waarbij politici van de oppositie een alternatieve ministerraad vormen, was afkomstig van PvdA-politicus Ed van Thijn. Deze uiting van progressieve samenwerking in Nederland in de jaren zeventig gold alleen tijdens de verkiezingscampagne. Toen op 6 juli 1971 het kabinet-Biesheuvel I aantrad, waarin de progressieve partijen niet vertegenwoordigd waren, formeerden de oppositiepartijen een schaduwkabinet naar het voorbeeld van het Britse Lagerhuis. Ook voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1972 vormden de drie partijen een schaduwkabinet. Ook hiervan was de duur beperkt tot de verkiezingscampagne. Het bestond uit 16 posten (10 voor de PvdA, 4 voor D'66 en 2 voor de PPR).” (Schaduwkabinet- den Uyl) 

Het jaar 1972 is het jaar waarin de KVP in Oss niet meer verder komt dan 35% van de stemmen. De PvdA daarentegen komt voor het eerst weer sinds 1956 boven de twintig procent, D66 5% en PPR 6%.


De PvdA wordt de grootste partij met 43 zetels in het parlement. D66 haalt 6 zetels en de PPR 7. Dat zijn niet genoeg zetels voor een meerderheidskabinet. Er volgt een zeer moeizame kabinetsformatie met de 3 confessionele partijen KVP, AR en CHU. Na verloop van tijd komt het eerste en enige Kabinet den Uyl I tot stand, het meest progressieve kabinet ooit zo wordt beweerd. 





donderdag 26 oktober 2023

8. VOER VOOR POLITICOLOGEN. JOOP TIMMERMANS

PvdA partijleider en voormalig premier (1973-1977) Joop den Uyl gefotografeerd in zijn werkkamer in het PvdA gebouw aan de Nicolaas Witsenkade te Amsterdam. Oktober 1985. (foto: petrus nelissen)

 

In het weekeinde gekeken naar Collegetour een programma van de onvolprezen journalist Twan Huys. Hij kondigde als een echte marktkoopman of spreekstalmeester zijn programma aan als het eerste verkiezingsdebat. Waarom kan hij niet op een normale en rustige toon zijn programma aankondigen. Is het dan toch waar dat hij zijn programma ziet als een circus of kermisattractie (event voor de lager geschoolden)?

De eyeopener in het debat was voor mij het antwoord van Frans Timmermans op de vraag op welke politieke partij hij als achttienjarige gestemd heeft. Hij bekende fier op Joop den Uyl gestemd te hebben. Voor wie het nog niet wist, Joop was indertijd voor veel jongeren de hoop op een nieuwe politiek. Ik begrijp intussen dat op het afgelopen congres van Groen Links en PvdA dezelfde hoop rondwaarde maar dan belichaamt door Frans Timmermans.

Daar had ik tot nu toe langs gekeken. De combinatie GL/PvdA zou je een Joop den Uyl combinatie kunnen noemen met dit verschil dat de randen nu wat roder zijn dan toen. Hoewel, de groep Nieuw Links in de PvdA kun je tot op zekere hoogte vergelijken met Groen Links.

De christelijk radicale PPR is de enige partij uit de Groen Links fusie die deelnam aan het kabinet den Uyl. Voor de andere fusiepartners van Groen Links, de evangelisch radicale EVP, de pacifistisch socialistische PSP en de feministisch communistische CPN was de PvdA toen nog te rechts.

Het kabinet Den Uyl regeerde van 1973 tot 1977. Voor veel jongeren van toen, de opstandige generatie van de jaren zestig die net de consumptiemaatschappij ontdekte en de arbeiders, was den Uyl een soort verlosser. Met zijn kabinet doorbrak hij tot op zekere hoogte de almacht van de confessionele partijen, een doelstelling die nooit helemaal uit het vizier is geraakt bij de PvdA.  

Den Uyl leunde op het verkiezingsprogramma ‘Keerpunt 72’ dat hij samen met PPR en D’66 (toen nog met apostrof) had geschreven. Het meest linkse regeringsprogramma ooit in de Nederlandse politiek en gek genoeg niet mogelijk zonder kabinetsdeelname van de toen nog machtige KVP en de christelijk protestantse ARP, die ondanks haar naam de vooruitgang had omhelsd.

Het kabinet den Uyl was geen coalitieregering. “De betrokken partijen vormden geen coalitie, maar gingen slechts ieder in meerderheid akkoord met de toetreding van bewindslieden tot het kabinet. Alleen PvdA en D'66 zagen het kabinet als een parlementair kabinet, de overige partijen beschouwden het als een extraparlementair kabinet. … Door de losse band in zowel het kabinet als de Tweede Kamer deden zich veelvuldig conflicten en 'bijna-crises' voor. Het kabinet leek niettemin de vier jaar vol te maken, totdat er in maart 1977, twee maanden voor de verkiezingen, alsnog een breuk ontstond over de grondpolitiek.” (zie parlement.com)

Kan het zijn dat Frans Timmermans het kunstje van Joop den Uyl wil herhalen? Dat zou zijn geflirt verklaren tijdens het College Tour debat met Caroline en Pieter. Hij weet nu al dat hij op zijn minst hun twee partijen nodig heeft voor de vorming van een kabinet, een buitenparlementair kabinet dus maar ook weer niet.

Maar of zo een kabinet zijn naam zal krijgen, waag ik te betwijfelen. Het ziet er niet naar uit dat zijn Linkse Combinatie de grootste partij wordt. Wordt Pieter Omtzigt de nieuwe premier? Als het aan Caroline ligt wel, zij bekende zonder omhaal dat ze met Pieter samen wilde regeren.
 

dinsdag 4 januari 2022

HET WORDT NOOIT MEER ALS VROEGER

 

Voormalig Minister President Joop den Uyl (1973 - 1977) en PvdA fractievoorzitter in de Tweede Kamer tijdens een interview in oktober 1985. (Met de hand bewerkte foto: Petrus Nelissen)

Weet je nog toen premier den Uyl van de PvdA ons in 1973 op de buis verzekerde dat het nooit meer zou worden als vroeger? Door een Arabische olieboycot leek de tijd van goedkope olie voorbij. We moesten zuinig worden met energie en dus ’s avonds maar wat eerder de gordijnen dicht doen. De crisis als waarschuwing dat een ander levenswijze in aantocht is. Achteraf viel het mee. Dankzij meer olie en gas dan ooit kregen we al snel meer van hetzelfde, meer auto’s, meer vliegreizen meer luxe en welvaart.

Hetzelfde fenomeen zag je aan het begin van de Coronacrisis. Geen gordijnen vroeger dicht, een virus is wat anders dan olie,  maar een compleet nieuwe wereld door een Great Reset. Het verlangen naar een paradijselijk wereld waarin rust en vrede heerst in balans met de natuur zit ons mensen diep ingebakken. Maar in plaats van een Great Reset zitten we na twee jaar wereldwijd nog altijd in een strijd tegen het pandemische Corona virus.


Alle aandacht gaat uit naar het intomen van de verspreiding van het virus en tegelijkertijd ontwikkelen van vaccins die ons weerbaar moeten maken. Dat lukt maar gedeeltelijk. Het Corona virus laat zich maar moeilijk intomen ondanks de snelheid waar men vaccins heeft weten te ontwikkelen. De genadeslag tegen het virus bleef uit.

Het virus is ons te slim af. Hoe dat kan, weet ik niet maar dit onooglijk stukje leven is in staat zich steeds opnieuw uit te vinden als bedreiging van de mens.  Hoe kan zo een klein stukje organisch materiaal, een soort rondzwervend stukje DNA met een beschermingskapje, zo om zich heen blijven grijpen en zo vasthoudend mensen besmetten?

De afgelopen twee jaar hebben ons geleerd dat het virus ons telkens heeft weten te verrassen met weer een nieuwe golf van besmettingen die onze gezondheidssystemen en de economieën bedreigt. Tegen beter weten in klinkt nu de roep om een lange termijn strategie om de onzekerheden die de virusaanvallen met zich meebrengen op te vangen. Maar hoe kun je in ’s hemelsnaam een lange termijn strategie ontwikkelen tegen een onberekenbare vijand? Daarvoor weten we te weinig van het virus.  Dat kan voor velen onverdraaglijk zijn, maar het is wel zo.

Ik denk dat zo lang het virus rondwaart het een kwestie van passen en meten, het beste ervan maken, van improviseren en aanpassen zal blijven. Voor veel mensen in onze altijd op zoek naar zekerheden zijnde samenleving is dat moeilijk te accepteren maar het is niet anders. Wie weet, wordt het nooit meer als vroeger.
 

maandag 15 augustus 2016

DE JAREN VAN MAARTEN VAN TRAA

Bij het zien van deze foto met van Traa (links),
partijleider Joop den Uyl (rechts) en partij voorzitter Max van den Berg
(naast van Traa), vraag ik me af wat de positie van van Traa was tussen deze twee? 
In het boek las ik dat den Uyl Maarten van Traa volgde in zijn buitenland beleid. 
Max van den Berg was daarentegen een rechtlijnige actievoerder 
die koste wat koste zijn politieke gelijk wilde halen. Dat moet dus vaak
een (vermoeiend) spel van geven en nemen geweest zijn. 
Soms komt een boek je via een vriend aanwaaien. Zo ook ‘De jaren van Maarten van Traa’ van Willem van Bennekom (Boom, Amsterdam) een lezenswaardige biografie van maar liefst bijna 600 pagina’s. Als lid van de Latijns Amerika Commissie LAK in de jaren tachtig van de vorige eeuw, heb ik het aan Maarten van Traa, toen buitenland secretaris van de PvdA, te danken dat een resolutie om mij uit de partij te zetten, niet doorging. Doorgaans was hij niet op LAK vergaderingen, maar toen plotseling wel. Hij was speciaal gekomen om te voorkomen dat de resolutie met het verzoek om mij uit de partij te zetten, niet zou doorgaan. Zijn interventie was kort en eenvoudig. Hij vond dat je in een democratische partij als de PvdA zo niet met elkaar omgaat met een politiek meningsverschil. 

Dank zij zijn optreden was de resolutie over mijn uitzetting uit de partij van de baan. De meningsverschillen natuurlijk niet. Die waren er nog steeds, verscherpt door de uitnodiging van Minister van Buitenlandse Zaken van den Broek (CDA) om namens de Nederlandse regering de omstreden verkiezingen in El Salvador (maart 1984) waar te nemen. Een verzoek waar ik na consultatie van o.a. PvdA Tweede Kamerlid Harry van den Bergh na enig beraad ja op had gezegd.

De tegenstanders in de PvdA, waaronder fractielid Eveline Herfkens en partijvoorzitter Max van den Berg, vonden dat met het sturen van verkiezingswaarnemers de verkiezingen vooraf gelegitimeerd werden in een land waar een volksoorlog aan de gang zou zijn. Bovendien had men geen enkele vertrouwen in de Christen Democratische presidentskandidaat Duarte. Hij zou een marionet van het leger zijn. 

Het is vandaag de dag moeilijk voor te stellen dat een politiek debat over El Salvador 
zoveel publieke belangstelling had. Dat had te maken met de linkse jaren zestig 
waardoor een hele generatie jongeren belangstelling had gekregen voor de Derde Wereld. 
Die generatie was in de jaren 80 doorgedrongen tot de nationale politiek 
met als gevolg dat hun linkse prioriteiten zoals ontwikkelingssamenwerking, 
ontwapening en dekolonisatie mede de politieke agenda in Nederland bepaalden.
Een jaar eerder had ik aan de hand van het artikel “El Salvador en de mythe van de volksoorlog” in de Internationale Spectator van februari 1983, al duidelijk gemaakt dat van een volksoorlog geen sprake was. Aan het einde van het artikel vond ik dat West-Europa “zich zou moeten inspannen om bij te dragen tot de totstandkoming van een nieuw democratisch en pluriform midden. Het heeft daarbij het voordeel zowel over contacten met de VS als met Cuba en Nicaragua te beschikken. Tot nu toe heeft West-Europa zich echter vrijwel onmachtig vertoond als gevolg van verdeeldheid tussen vooral de sociaal- en de christen-democraten.”(blz.103)

Dit was volgens mij een kans. Een mogelijk gekozen christen-democratische president als Duarte zou een begin kunnen maken met een nieuw democratisch midden dat op den duur een einde zou kunnen maken aan de wederzijdse gewelddadigheden en moordpartijen. Het volk snakte in ieder geval naar vrede, zo had ik ook begrepen van Salvadoraanse vakbondsleiders. 

Gelukkig deelden PvdA fractieleden Relus ter Beek en Harry van den Bergh min of meer deze kijk op de ontwikkelingen in El Salvador. Zo zei ter Beek in een interview in de NRC naar aanleiding van een menserechtendelegatie van kamerleden naar Midden Amerika vertrouwen te hebben in Duarte. Hij constateerde ook dat "de linkse guerrillabeweging tot het inzicht is gekomen dat ze militair nu het maximum heeft bereikt. Er zou alleen nog beweging mogelijk zijn, indien ze met meer gematigde krachten in El Salvador zou gaan praten.” 

In de krant las ik toen dat internationaal secretaris Maarten van Traa de opdracht kreeg van het partijbestuur een einde te maken aan dit politieke meningsverschil tussen Relus ter Beek en Harry van de Berg aan de ene kant en Max van den Berg en Eveline Herfkens aan de andere kant. “Het partijbestuur en de Tweede-Kamerfractie van de PvdA zullen morgen proberen een einde te maken aan hun ruzie over het zenden van waarnemers naar de presidentsverkiezingen van 25 maart in El Salvador. Het partijbestuur heeft gisterenavond besloten dat de buitenland-secretaris van de PvdA, Maarten van Traa, hierover morgen eerst praat met de fractiecommissie buitenland en vervolgens met de hele fractie.” (Het Parool, 13 mrt. 1984) 

Wat de positie is geweest van van Traa in deze discussie weet ik niet. Het resultaat was dat de PvdA fractie in de Tweede Kamer toch tegen het sturen van verkiezingswaarnemers stemde. Blijkbaar hadden de tegenstanders het pleit gewonnen. Ik bleef echter bij mijn standpunt, hoe vervelend dat ook was voor mijn positie in de PvdA (ik stond ook op de PvdA kandidatenlijst voor het Europees Parlement).

Koot en de Bie hadden in 1986 in hun zondagavond programma bij de VPRO een sketch van Thom Kerstiëns en mij als verkiezingswaarnemers maar dan
tijdens de presidentsverkiezingen in Nicaragua. Na onze eerste ervaring als 
verkiezingswaarnemers in El Salvador, werden Thom Kerstiëns en ik namelijk nog enkele keren
door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgenodigd waarnemer te zijn bij o.a. 
de tweede ronde in El Salvador, de presidentsverkiezingen in Nicaragua en 
 de verkiezingen in Suriname.  

Na de verkiezingen werd het rapport van Thom Kerstiëns (CDA) en mij over onze ervaringen als waarnemers door de Tweede Kamer aanvaardt. Samen met waarnemers uit verschillende landen en de VS hadden we op de dag van de verkiezingen vastgesteld dat de bevolking massaal ging stemmen. Blijkbaar zagen de burgers de verkiezingen als een mogelijke uitweg uit de spiraal van geweld en herstel van de mensenrechten, vooral op het platteland.

Dat brengt me terug bij de biografie van Maarten van Traa, waarvan ik alleen hoofdstuk 3 ‘Secretaris in crisistijd’ heb gelezen. Mijn jaren in de revolutionaire LAK vielen samen met die crisistijd, vandaar. Ik lees dat dankzij de ontwikkelingen in het Oostblok waaronder Polen met de opkomst van de vrije vakbond Solidarnosc, Maarten van Traa tot het besef kwam dat mensenrechten beleid net zo belangrijk was als ontspanningspolitiek. In een "baanbrekende” nota ‘Polen en de ontspanning’ van 25 januari 1982 schreef van Traa  “… dat ontspanningspolitiek niet alleen kan dienen om de verhoudingen tussen Oost en West beheersbaar te houden op het niveau van staten. Zij moet ook de verbetering van de elementaire rechten van de mens in Europa niet in de weg staan.” (blz.257). Mensenrechten als basis voor internationaal beleid, dat herkende ik. 

Maarten van Traa bleek open te staan voor andere meningen en op basis daarvan zijn benadering van het politieke probleem van de kernbewapening te herzien. Ik lees dat hij met deze nieuwe benadering “veel invloed heeft gehad op de veranderingen in de aard van de door de SPD voorgestane ontspanningspolitiek.” (blz. 259) Hij veranderde echter niet van koers over de mogelijke plaatsing van de kruisraketten. Dat zou pas veel later gebeuren, als de PvdA er niet in slaagt om aan de macht te komen in Nederland, de Russen geen enkel gebaar wensen te maken om plaatsing van kruisraketten in Nederland  te voorkomen, de Franse socialisten voorstander van plaatsing bleven en een kleine landen politiek (een IKV vinding) geen machtspolitiek opleverde. 


“Toen hij in 1987 afscheid nam als internationaal secretaris, wist iedereen dat Maarten zich en gewetensvol internationalist had getoond, en dat hij de PvdA in het buitenland aan een nieuw prestige had geholpen. Van Israel tot Hongarije, en van Duitsland tot Latijns-Amerika.” (blz.296-297)  Daar kan ik het mee eens zijn. Zijn plotselinge dood in 1997 als gevolg van en auto ongeluk was dan ook een verlies voor de PvdA en voor de Nederlandse politiek.

maandag 2 mei 2016

HET RECHT OM MET JE KOP TEGEN DE MUUR TE LOPEN



Aan de wandel met mijn ouders, pakweg 4 jaren oud dus begin 1950.
Den Heuvel, Oss

Met het ouder worden, ontdek je dat de wereld steeds minder van jou is. Na je pensionering verdwijn je zelfs uit beeld. Niet alleen bij de reclamemakers en de jury’s voor prijzen voor jong en aanstormend talent, maar ook bij de jongeren zelf. Zij zijn onbekend met jouw wereld. Plotseling moet je uitleggen wat de Vietnam oorlog was, wie Ho Chi Minh was,  Joop den Uyl en de TV serie “Zo is het toevallig ook nog eens een keer.”

Met mijn broer op de slee en klompen aan. Ongeveer 7 jaar oud dus
in het jaar Onzes Heren 1953, Vijversingel te Oss.

Niet alleen raakt jouw geschiedenis uit zicht maar ook je vroegere geloofswereld. Weten mijn kleinkinderen nog waar kerken voor hebben gediend en hoeveel uren ik daar met allerlei rituelen en preken heb doorgebracht? De rest van mijn geestelijke wereld kennen ze ook niet. Wie kent nog Bomans, Wolkers, Reve enz. ? Zijn ze nog bekend met Sartre? Karel Appel en Lucebert zijn onbekenden geworden. Van Woodstock als de moeder van alle muziekfestivals hebben ze nooit gehoord. Ze kunnen zich niet voorstellen wat Elvis Presley en de Everly Brothers voor me betekend hebben. Hun muziekgeschiedenis begint nu eenmaal veel later.

De hoes van een van mijn eerste platen (1958)

Je moet jezelf voortaan verklaren en daar hebben jongeren geen tijd voor. Ze worden in beslag genomen door het heden met zijn eigen avonturen en ervaringen, net als jij toen. Daarom kun je op gezette tijden als oudere beter je mond houden of je gesprekstof  bewaren voor generatiegenoten. Dat is natuurlijk ook niet gemakkelijk want die zijn druk bezig met dood gaan. Zo verdwijnt jouw wereld vanzelf. Sportschoenen met een casual outfit volgens de laatste mode verandert daar weinig aan.

Eind jaren zestig begin jaren zeventig ontstond een soort subcultuur van en voor jongeren,
studenten enz. zoals je op de bovenstaande foto kunt zien, gemaakt in de Jacobslaan te Nijmegen
in het jaar 1968.

De enige oplossing zou kunnen zijn om je als man een jong ding aan te schaffen en als vrouw een toyboy, maar of dat echt helpt weet ik niet. Ik ben er niet aan begonnen. Het lijkt me een wanhoopsdaad die onherroepelijk tot teleurstellingen zal leiden. Niet alleen omdat jonge dingen en toyboys niet geïnteresseerd zijn in jouw geestelijke wereld en jouw geschiedenis maar omdat seks op de aanrecht, in de auto of onder de douche te vermoeiend is geworden. Je verlangt naar rustige en bedachtzame seks waarin niet van alles meer moet. Dat is al bevredigend genoeg.

Het loslaten van de wereld, want daar komt het op neer, is een moeilijk en moeizaam proces. Het is een proces van afscheid op weg naar de dood. Je hebt geen idee hoe lang dat afscheid zal gaan duren maar dat de dood het definitieve einde zal zijn, weet je zeker. Je moet er dus maar het beste van maken zonder hulp van deskundigen. Goddank zijn er geen deskundigen op dit terrein behalve natuurlijk je goede vrienden en vriendinnen, je levensmaatje en misschien soms je kinderen. 

Zelfportret geïnspireerd op de hippiecultuur van de jaren zestig.
Nijmegen 1971.

Waar je voor moet oppassen, is dat je je niet gaat ergeren aan de nieuwe wereld. Natuurlijk mag je af en toe roepen dat het in jouw tijd allemaal anders was, want dat was het per slot van rekening ook zo maar begin alsjeblieft niet te zeuren dat het toen ook beter was. Dat kun je niet weten want je bent geen jongere meer. 

Wat je vooral ook niet moet doen is te proberen de jongeren van jouw fouten te willen laten leren. Dat roept alleen maar misverstanden en ergernis op zo heb ik tot schade en schande geleerd. Je moet nu eenmaal aanvaarden dat er weliswaar al brommers waren in je jonge tijd, lang haar en zelfs al korte rokjes maar er was geen internet of smartphone, er waren geen dvd’s en goedkope citytrips, geen lege kerken en volle disco’s.


Je doet er daarom als oudere verstandig aan om de volgende universele generatiewet goed in acht te nemen en desnoods van buiten te leren: “Elke nieuwe generatie heeft het recht om opnieuw te beginnen en alle fouten van de vorige generaties te maken.”


Je kunt de wet ook samenvatten zoals mijn vader deed: “elke jongere heeft het recht om met de kop tegen de muur te lopen.” Plastisch verbeeldt en daarom wel zo duidelijk. Het voordeel is dat deze wet ook meteen als een mensenrecht kan worden beschouwd. Het wordt daarom tijd dat deze wet door de Verenigde Naties erkend wordt als een onvervreemdbaar en universeel mensenrecht.