![]() |
| Verkiezingsposter 1998. |
Kok werd 3 jaar later Minister van Financiën in het kabinet Lubbers III (1989-1994). Na de verkiezingen in 1994 verloor de PvdA Ondanks 12 zetels (van 49 naar 37 zetels). Dankzij het nog grotere verlies van het CDA (van 54 naar 34 zetels). VVD en D66 waren de winnaars met respectievelijk 8 en 12 zetels winst. Aldus werd Wim Kok toch premier van het eerste naoorlogse kabinet zonder CDA, een paars kabinet vanwege de partijkleuren blauw (VVD), groen (D66) en rood (PvdA) van de coalitiegenoten.
Met het paarse kabinet bereikt de secularisering van de Nederlandse politiek zijn hoogtepunt. Het betekent het einde van de naoorlogse politieke geschiedenis waarin de voormalige Christelijke partijen, eerst afzonderlijk later verenigd in het CDA, de Nederlandse politiek domineerden. Dat einde sluit aan bij eerst het einde van de verzuiling van de Nederlandse samenleving en de daarop volgende ontkerkelijking.
Verzuiling dateert van voor de Tweede Wereldoorlog en staat voor de opdeling van de Nederlandse samenleving in min of meer van elkaar gescheiden groepen op basis van geloof en politieke overtuiging. Er was sprake van christelijke zuilen (katholiek en protestants), liberale en socialistische zuil elk met hun eigen scholen, kranten, omroepen, vakbonden en politieke partijen. Nederland bleef ondanks deze verzuiling bestuurbaar dankzij de politiek samenwerking tussen de politieke leiders (elite) van die zuilen.
Kok maakte een radicaal einde aan de strijd tussen de linker en rechtervleugel van de PvdA door de partij te ont-ideologiseren. Hij kondigde het afscheid van het socialisme aan, wat hem niet door iedereen in en buiten de partij in dank werd aangenomen.
Het einde van het socialisme als visie op maatschappij en samenleving is net zo ingrijpend als de ontkerkelijking. Niet het christelijk of socialistisch mensbeeld was langer bepalend voor politiek en bestuur maar efficiency, kosten en baten en wetenschappelijke inzichten.
Wat bleef was de individualisering (het verborgen liberalisme in het voormalige socialisme) met verschillende accenten. Bij de PvdA en in het algemeen links, ligt het accent op (kansen)gelijkheid, bij de VVD in het algemeen rechts, ligt dat bij individuele vrijheid. De balans daartussen is een kwestie van politieke compromissen over de mate mate van gewenste gelijkwaardigheid en herverdeling en de mate van individuele vrijheid zoals ondernemerschap en marktwerking.
In de praktijk leidde de ont-ideologisering van de PvdA tot een breuk tussen de midden klasse en de arbeidende klasse, de werkende mensen en hun gezinnen. In plaats daarvan staat voortaan het individu of cynisch de consument centraal in politiek, beleid en bestuur.
Kok werd met de ontideologisering van zijn partij de voorloper van wat ‘De Derde Weg’ is gaan heten. Voormalige linkse regeringsleiders als Tony Blair in Engeland, Gerard Schröder in Duitsland en Bill Clinton in Amerika volgden dezelfde weg. Zij staan met hun partij voor pragmatisch bestuur met een links sociaal-economisch accent en niet langer voor een nieuw - socialistisch - maatschappijmodel.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten