Posts tonen met het label katholieke emancipatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label katholieke emancipatie. Alle posts tonen

donderdag 24 april 2025

EEN KATHOLIEKE KONINGIN IN EEN REPUBLIKEINS LAND

 

De van huis uit katholieke koningin Maxima gefotografeerd door Erwin Olaf in collage van petrus.


Naar het schijnt had het koningspaar een goede relatie met paus Franciscus. Wat dat voor een relatie is, is niet duidelijk maar het is begrijpelijk. Per slot van rekening is Maxima een Argentijnse van katholieke huize en dat zal de Argentijnse Franciscus goed hebben gedaan.Het is daarom jammer dat Maxima niet bij de begrafenis van de paus kan zijn. 


Koningsdag is natuurlijk ook belangrijk. Een keer per jaar begeeft het koningspaar zich tussen het Nederlandse volk. Dat is nog belangrijker dan in andere landen omdat we zo republikeins zijn. Niemand hoort ver boven het volk uit te steken, ook een koningshuis niet. Daarvoor zijn we te republikeins, republikeinser dan bijvoorbeeld de Fransen.


Je kunt hooguit zeggen dat we uit eerbied voor de geschiedenis een koningshuis tolereren maar daarmee is het ook wel gezegd. Voor de rest zijn we een land van burgers die zich zoveel mogelijk als gelijken gedragen. Of we dat ook zijn is iets anders. 


Voor voetballers, wielrenners en grote zangeres maken we dan weer graag een uitzondering. Dat zijn dan ook volkshelden en die mogen natuurlijk best een kopje groter zijn dan de rest en een beetje meer verdienen.


Belangrijke voetbalwedstrijden zijn hoogmissen waarin symboliek een belangrijke rol speelt. We spreken ook niet voor niks van koning Voetbal. We aanbidden koning Voetbal als hij ons verlossing brengt tijdens een of ander kampioenschap. 


Toch is het jammer dat er niemand van het koningshuis op de begrafenis van de paus in Rome zal zijn. Het bevestigt dat Nederland in wezen en ondanks een katholieke koningin een protestantse natie is waarin voor Rome weinig plaats is. 


De Spaanse -katholieke Nederlanden - eenmaal veroverd in de Tachtigjarige oorlog, werden lang gewantrouwd. Het heeft lang geduurd voordat katholieken aanvaard werden als gelijke burgers. Daar was een Franse bezetting voor nodig. 


Tijdens die bezetting kwam wettelijk een einde aan de generaliteitslanden (1795), ruwweg het tegenwoordige Noord Brabant, Limburg en Zeeuws Vlaanderen. Lange tijd werden ze beschouwd als een soort interne koloniën en na 1800 nog lang als wingewesten. 


De scheidslijn valt ruwweg samen met de twee grote rivieren en is nooit helemaal verdwenen, niet in de taal, niet in de cultuur en eigenlijk ook niet economisch. Pas aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste krijgt de katholieke emancipatie politiek, cultureel en economisch zijn beslag.


In de negentiende eeuw kreeg de industriële revolutie een stevige poot in het zuiden van Nederland met wat tegenwoordige maakindustrieën worden genoemd.


“De belangrijkste industriële regio’s van Nederland zijn Zuidoost-Noord-Brabant en Groot Rijnmond. Die koppositie hadden ze twintig geleden ook al. Wel lijkt er een verschuiving plaats te vinden van het zwaartepunt van de industrie van het westen naar het zuiden van Nederland, met name Noord-Brabant.” (CBS)






dinsdag 20 augustus 2024

13. HOE ZIT DAT IN OSS? DE KATHOLIEKE VAKBOND

 

Lezers voor het kantoor van de krant "De Stad Oss" in de Molenstraat in Oss.

Tussen 1888 en 1914 ontstonden verspreid over heel Nederland katholieke organisaties die enerzijds het karakter hadden van een vakbond, dit wil zeggen belangenbehartiging van de leden afkomstig uit een sector, en anderzijds dat van een standsorganisatie met als doel de geestelijke, culturele en godsdienstige ontwikkeling van de leden. 


De Roomse kerk had via de bisschoppen veel invloed op de ontwikkeling van deze meestal diocesane organisaties, die soms ook met elkaar in conflict kwamen over de aard en de doelstelling van de organisaties. 


Twee belangrijke katholieke voormannen voor de sociale geschiedenis in Nederland zijn de priesters Alfons Ariëns (1860-1928) en Herman Schaepman (1844-1903). De laatste was als eerste katholieke priester lid van de Tweede Kamer. Hij was de man die de sociale kwestie koppelde aan de emancipatie van de katholieken.


Schaepman was progressief, zeker in sociale zin. Toch was hij op geloofsgebied een conservatief die strikt de paus volgde. Hij moest niets hebben van liberalisme en daarom kon hij samen met de protestantse voorman en politicus Abraham Kuyper de basis leggen voor de regering g van de ‘Rechtse Coalitie’, een samenwerkingsverband van confessionele partijen, waardoor de macht van de liberalen werd gebroken.  (Herman Schaepman)


Alfons Ariëns was een parochiepriester die vanuit de praktijk de sociale strijd voerde. In 1891 gaf hij de aanzet tot de oprichting van de Rooms Katholieke Twentsche Fabrieksarbeidersbond die hij in 1895 liet opgaan in de katoenbewerkersbond Unitas. In 1895 richtte hij de coöperatieve Fabriek ‘De Eendracht’ op voor ontslagen arbeiders.  Hij zette zich in voor de oprichting van een coöperatieve textielfabriek ‘De Eendracht’ voor ontslagen arbeiders. Helaas moest de coöperatie later bij gebrek aan geld worden opgeheven. (Alfons Ariëns)


In 1891 verschijnt de pauselijke encycliek over overheid, industrie en arbeid van paus Leo XIII. Zijn pleidooi voor vakorganisaties was niet alleen een vernieuwing binnen kerkelijke kring, maar ook daarbuiten. Paus Leo's encycliek bevat een kritiek tegenover ongebreideld kapitalisme en veroordeelt tegelijkertijd het marxistisch socialisme. Zijn voorgestelde samenwerking tussen arbeid en kapitaal inspireerde tot de vorming van vakbonden en onder meer verschillende vormen van corporatisme waarin werkgevers en werknemers samenwerken.


De encycliek leidt tot bezinning op het doel van de katholieke sociale emancipatie van de werkman. 


“Doel van de katholieke sociale emancipatie moet de omvorming zijn van de individualistisch gerichte maatschappij van de 19e eeuw in een solidaristische. “Het eigenlijke punt in het arbeidersvraagstuk is niet: minder arbeid, hoger loon, zondagsrust, verzekering tegen ongevallen en voor hoge leeftijd, bescherming van vrouwen en kinderen; het is dit alles maar nog iets méér. Op dat iets nu komt het aan. Dat iets is het scheppen van een nieuwe rechtsorde, liever nog, het herstellen van een oude rechtstoestand. In de nieuwere tijd was de rechtstoestand van de arbeider eigenlijk deze, dat over hem werd beschikt en dat hij daartegen weinig of geen verweer bezat. Dat moet anders worden, want hierin ligt de kern der zaak. Ik wens aan Nederland te geven een school van werklieden met rotsvast geloof en kennis, die de plichten, maar ook de rechten kent en deze weet te verdedigen". Aldus Schaepman in oktober 1893 bij de oprichting van de Bond van RK werkliedenverenigingen. (De geschiedenis van de rooms-katholieke arbeidersbeweging 1888-1914)


De onlangs heilig verklaarde karmeliet Titus Brandsma (1881-1942), vermoord in het Duitse concentratiekamp Dachau, speelde een bescheiden rol bij het ontstaan van de vakbeweging in Oss.


In 1919 schreef Titus Brandsma in de krant ‘De Stad Oss’ uitgebreid over de betekenis van het collectieve arbeidscontract voor de arbeidersbeweging. Hij noemde het “een der krachtigste middelen om de vreedzame industriële ontwikkeling te bevorderen.” Hij pleitte voor een vereniging van arbeiders die een algemene overeenkomst omtrent arbeidsvoorwaarden sluit met een of meer werkgevers. Ter aanmoediging van de arbeiders in Oss vermeldde hij in zijn artikel dat het eerste collectieve contract in Nederland in 1894 bij de bouwbedrijven in Amsterdam tot stand was gekomen. (De Stad Oss, 6-8-1919)


Titus Brandsma was hoofdredacteur van het nieuwsblad "De Stad Oss". “Als lid van het hoofdbestuur van de orde speelde Titus een niet onbelangrijke rol bij de vernieuwingsbeweging onder de karmelieten in Nederland. In zijn hoedanigheid van geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging had hij een groot aandeel in de modernisering van de katholieke dagbladpers in Nederland en in betere arbeidsvoorzieningen voor katholieke journalisten. Zijn voorstellen tot het oprichten van een journalistenopleiding kregen pas na zijn dood gestalte.” (Titus Brandsma) 


De boodschap van Brandsma viel in vruchtbare bodem. “In de  exportslagerijen (Zwanenberg en Hartog met Unox) was de slagersgezellenbond …erin geslaagd enige verbetering tot stand te brengen in de arbeidsvoorwaarden van 1926 (de R.K. Slagersgezel, 6-2-1926). De invloed van de plaatselijke geestelijkheid werd dankbaar gememoreerd.” (H.J. van Xanten, ‘Wat hen bewoog! Osse bouwvakarbeiders en hun vakbond 1917-1992’, blz.112.


De ontwikkeling van de bonden werd abrupt afgebroken tijdens de Duitse bezetting. De vakbonden weigerden mee te werken met de bezetter. Sommige bonden hieven zichzelf op zodat de bezetter niet kon interveniëren en aldus gebruik zou kunnen maken van de bestaande structuren en instellingen.


donderdag 25 juli 2024

8. HOE ZIT DAT IN OSS? OPRICHTING CDA EN POLITIEKE PARTIJ RADIKALEN




Niet alleen de KVP verliest stemmen in Oss en landelijk. De electorale neergang treft ook de andere twee christelijke partijen; de Anti-Revolutionaire ARP en de Christelijk Historische Unie CHU, zij het in iets mindere mate. Zij voelen als het ware de nieuwe anti-confessionele tegenwind die door D66 een nieuwe impuls heeft gekregen uit liberale hoek.


Ze besluiten daarop eensgezind een dam op te werpen tegen de “ont-christelijking” (deconfessionalisering) van de Nederlandse politiek en nemen zich voor te gaan samenwerken. Die samenwerking moet uitmonden in een fusie tot een algemeen christelijke partij, het Christelijk Democratisch Appel CDA.



“Het CDA is opgericht op 11 oktober 1980. Hier is een langdurig proces van overleg tussen KVP, CHU en ARP aan vooraf gegaan. De drie partijen hebben lange tijd zelfstandig gefunctioneerd. Eind jaren zestig van de vorige eeuw veranderden de maatschappelijke omstandigheden echter zodanig, dat samenwerking tussen de drie christelijke partijen wenselijk werd. De eerste officiële bespreking tussen hen vond plaats in 1967. Dertien jaar later werd dit afgerond met de totstandkoming van het CDA. Een belangrijke bindende factor tussen de partijen was de wens van veel katholieken en protestanten voor een partij, waar een uitdrukkelijk verband was tussen het christelijke geloof en politiek handelen.” (CDA Gedachtegoed Geschiedenis)  

Die samenwerking had het min of meer onverwachte gevolg dat de linkervleugel van de KVP er geen vrede mee heeft. Zij beschouwt de samenwerking met uitzicht op een fusie als een vereniging van behoudende, conservatieve krachten. Zij besloten uiteindelijk tot de oprichting van de Politieke Partij Radikalen PPR.



“De partij ontstond in 1968 als afsplitsing van de KVP. In de KVP had zich een groep 'radicalen' gevormd, die tegen voortzetting van de centrumrechtse coalitie van KVP, ARP, CHU  en VVD  in het kabinet-De Jong  was. Samen met de 'spijtstemmers' binnen de ARP en CHU vormden zij de 'Américaingroep', vernoemd naar de bijeenkomsten in hotel Américain te Amsterdam.Directe aanleiding voor de afsplitsing was een televisie-uitzending waarin de fractievoorzitters van ARP, CHU en KVP hun samenwerking bekrachtigden. De uitgetreden KVP-radicalen richtten de PPR op, waarbij zich enkele uitgetreden leden van de ARP voegden.” (Politieke Partij Radikalen) 


 

De PPR rekent zich tot progressieve partijen samen met PvdA en D66. 


De oprichters van de PPR noemden zich christen-radicalen, maar wilden daarmee geen ideologie aanduiden. Zij wezen een directe koppeling van geloof en politiek af en stelden geen beginselprogramma op. Ook in verkiezingsprogramma's voerden niet ideologie, maar actuele thema's de boventoon. Bij de oprichting van de partij was besloten het woord 'christelijk' uit de naam weg te laten, ook om gelijkgestemde niet-christenen aan te kunnen trekken. In de loop der jaren raakte de christelijke inslag op de achtergrond en werd de PPR meer een progressieve partij.Onder leiding van De Gaay Fortman jr. richtte de PPR zich op ontwikkelingssamenwerking, milieu, ontwapening en een democratische economie.” (Politieke Partij Radikalen)


De PPR doet in 1971 voor het eerst mee aan de landelijke verkiezingen. In Oss komt de PPR niet zo goed uit de verf als toen D66 voor de eerste keer meedeed. Het blijft in Oss en landelijk bij ongeveer 2 % van de stemmen ofwel 2 zetels in het parlement.


Dat verandert bij de verkiezingen in 1972. Dan krijgt de partij landelijk bijna 5% en in Oss zelfs 6% van de stemmen. Dat alles had o.a. te maken met het progressieve schaduwkabinet -Den Uyl. 


Het idee om voor de verkiezingen een schaduwkabinet naar Brits model samen te stellen, waarbij politici van de oppositie een alternatieve ministerraad vormen, was afkomstig van PvdA-politicus Ed van Thijn. Deze uiting van progressieve samenwerking in Nederland in de jaren zeventig gold alleen tijdens de verkiezingscampagne. Toen op 6 juli 1971 het kabinet-Biesheuvel I aantrad, waarin de progressieve partijen niet vertegenwoordigd waren, formeerden de oppositiepartijen een schaduwkabinet naar het voorbeeld van het Britse Lagerhuis. Ook voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1972 vormden de drie partijen een schaduwkabinet. Ook hiervan was de duur beperkt tot de verkiezingscampagne. Het bestond uit 16 posten (10 voor de PvdA, 4 voor D'66 en 2 voor de PPR).” (Schaduwkabinet- den Uyl) 

Het jaar 1972 is het jaar waarin de KVP in Oss niet meer verder komt dan 35% van de stemmen. De PvdA daarentegen komt voor het eerst weer sinds 1956 boven de twintig procent, D66 5% en PPR 6%.


De PvdA wordt de grootste partij met 43 zetels in het parlement. D66 haalt 6 zetels en de PPR 7. Dat zijn niet genoeg zetels voor een meerderheidskabinet. Er volgt een zeer moeizame kabinetsformatie met de 3 confessionele partijen KVP, AR en CHU. Na verloop van tijd komt het eerste en enige Kabinet den Uyl I tot stand, het meest progressieve kabinet ooit zo wordt beweerd. 





donderdag 4 juli 2024

2. HOE ZIT DAT IN OSS? DE BENDE

Blik op het Schaijksveld van ver voor de Tweede Wereldoorlog. Het zou kunnen dat de woning met gebroken kap links vooraan het huis is van mijn opa en oma. Ik heb als jongen van 8 jaar of daaromtrent nog op het open veld gespeeld. De woning staat er nog in wat nu de Schadewijkstraat heet. Het Schaijksveld lag aan de rafelrand van Oss waar o.a. Toon de Soep woonde. De buurt werd daarom gezien als een crimineel broeinest. Ik vraag me af of het dat ook werkelijk was. In ieder geval was het een bijzonder armoedige straat zoals je op de foto kunt zien. 


Het vertrek van de grote margarine fabrikanten naar Rotterdam vanwege de te hoge transportkosten, was een grote tegenslag voor de werkgelegenheid. In een tijd zonder sociale voorzieningen betekende werkloosheid armoede, armoede en nog eens armoede! Het antwoord van sommige Ossenaren, dus lang niet iedereen, was de bende van Oss. Was de bende een teken van grote armoede, een uitwas van een bevolking die in verzet kwam tegen de bestaande orde en het gezag of wat natuurlijk ook kan, een combinatie van beide?


De bende was ook toen voor Nederland een sensatie, zeker toen een in Oss gestationeerde marechaussee vermoord werd. Oss heeft meer naam en faam gekregen met de bende van Oss dan met zijn margarine fabrieken die notabene mede de basis hebben gelegd voor Unilever, een van de grootste multinationale ondernemingen in de wereld. 


Bij het Nederlandse publiek kent men Oss nu vooral van de film “De Bende van Oss”. De werkelijkheid is een stuk minder romantisch dan de film ons wil doen geloven. Dat Oss toen het ‘Chicago aan de Maas’ werd genoemd, heb ik nooit gehoord. Wel kende ik namen als die van Toon de Soep die met zijn gezin achter het Schaijksveld woonde en klant was bij mijn oom de broodbezorger.


“Het verhaal speelt zich een aantal jaren voor de Tweede Wereldoorlog af, in het Noord-Brabant tijdens de crisisjaren 30 van de twintigste eeuw. Er heerst een misdaadgolf in Oss, het industriestadje dat tussen 1923 en 1935 de titel "Chicago aan de Maas" heeft. De bende van Oss is verantwoordelijk voor een groot deel van de 24 moorden die in deze periode worden gepleegd. Voor de film is de historie wel het uitgangspunt, maar zowel de regisseur als de producent verzekeren dat het vooral een spannende misdaadfilm en geen geschiedenisles is. De hoofdrolspelers zijn fictieve personages, samengesteld uit diverse verschillende bendeleden. Aan welluidende bijnamen van bendeleden als Toon de Soep, Bijs de Sijp, Trien de Snol en De Ceel kleven te veel persoonlijke kenmerken, daarom zullen ze als personages niet rechtstreeks in de film te zien zijn. Er zijn echter tal van feiten die op een of andere manier in het scenario terecht zijn gekomen.” (Wikipedia)


De komst van Philips Licht net als de exportslagerijen van Zwanenberg en Hartog zorgden voor werkgelegenheid. Met Organon, een spin-off van Zwanenberg kreeg Oss een moderne medicijnfabriek met bijbehorende laboratoria. Organen van varkens en koeien bleken een grondstof te zijn voor medicijnen. Er was nog steeds armoede maar minder dan in de crisisjaren dertig. 


Oss was in mijn jeugd een stad waar je altijd wel wat kon bijverdienen. Als leerling op de lagere school kon je geld verdienen met het rapen van aardappels bij een boer of het plukken van aardbeien en bessen bij een fruitteler.


Eenmaal op de middelbare school werkte ik eerst bij Philips Licht, daarna bij de kratten fabriek Eminos gelegen naast de koekfabriek Ster in de Molenstraat. Alle drie de fabrieken lagen toen nog in het centrum van de stad.


Van Philips is de Groene Engel nog over en de kantine. De Groene Engel is oorspronkelijk gebouwd als hoofdkantoor voor de boterfabriek Solo van Jurgens (1919). Philips nam alles over met het vertrek van Jurgens uit Oss. Van Philips zelf staat de kantine nog. De rest is gesloopt en vervolgens volgebouwd met woningen.


Krattenfabriek Eminos en de Koekfabriek Ster zijn ook gesloopt. Het Osse bestuur blonk uit in het slopen van het verleden. Alsof men er zich voor schaamde en geen waarde had. Er hadden honderden mensen in gewerkt, waaronder een tante van me, maar dat telt niet, net zo min als de architectuur van de gevel. Die gevel wordt nu wel gekopieerd in een nieuw gebouw op het Walplein. Een nieuwe poging om Oss in de vaart der volkeren op te stoten. 


Ik bezorgde als middelbare scholier de toen nog katholieke Volkskrant, een arbeiderskrant opgericht door de katholieke vakbond. Nu een PvdA krant. Ik werkte daarna nog bij blikfabriek Thomassen & Drijver-Verblifa en natuurlijk ook Zwanenberg. Beide bedrijven zijn door het "destructieve kapitalisme" ofwel de vooruitgang opgeslokt en verdwenen uit Oss. 



donderdag 27 juni 2024

1. HOE ZIT DAT IN OSS? EEN KLEINE POLITIEKE GESCHIEDENIS VAN DE STAD

Deze foto komt uit het fotoboek van mijn ouders. Op de foto staat een groep slagers en andere werknemers van Zwanenberg in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Mijn halve familie werkte toen bij Zwanenberg. 


Verantwoording

Wie zijn geschiedenis niet kent, moet een schop onder zijn achterwerk krijgen. Sinds de moderne beschaving een volstrekt onverantwoorde uitspraak maar een waarheid als een koe. Je geschiedenis, jouw geschiedenis, die van je gezin waarin je opgroeit, die van je stad en ja ook die van je land bepalen mee wie je bent en wat je wordt. 


Mijn geschiedenis en met mij van vele anderen begint in Oss, een stadje ten zuiden van de Maas gelegen tussen de Brabantse hoofdstad Den Bosch en de Gelderse studentenstad Nijmegen, de vestigingsplaats van de Katholieke Universiteit van Nijmegen, het intellectuele sieraard van de katholieke zuil en de voorhoede van de katholieke emancipatie in Nederland. Dat die universiteit is herdoopt in Radboud Universiteit is een teken dat de katholieke emancipatie is voltooid. Er zijn andere prioriteiten.


Ik ben geboren op 18 mei in 1946, een jaar na de Tweede Wereldoorlog en een dag na de eerste parlementsverkiezingen in het bevrijde Nederland. Een voorbode van mijn bestemming als politicoloog? Wie zal het zeggen. Ons lot is nog altijd verborgen in het mysterie van de toekomende tijd.


Wat ik toen nog niet wist was dat mijn wereld en de rest van de wereld nog aan het bijkomen was van de Tweede Wereldoorlog met zijn miljoenen doden, de atoombom op Nagasaki en Hiroshima in Japan met als gevolg honderduizenden doden en nieuwe angsten, de door bombardementen vernietigde steden en de nieuwe geopolitieke situatie met Noord Amerika als de bevrijder, de grote overwinnaar en het machtigste land in de wereld. De Europese grootmachten Frankrijk, Engeland en Duitsland met daar achteraan ook het kleine Nederland lagen uitgeteld op de grond.


Misschien wel het allerergste dat de wereld was overkomen, was de industrieel georganiseerde massamoord op ongeveer 6 miljoen joden en allerlei andere minderheidsgroepen die door de Nazi's als uitschot van de samenleving werden beschouwd. Kon zo een grote zonde die zelfs de categorie Doodzonde te boven ging, ooit vergeven en vergeten worden?


Oss was niet slecht uit de oorlog gekomen. Ik herinner me uit mijn jeugd geen oorlogsschade, hooguit oorlogsbuit zoals half verrotte kistjes met kruit in een sloot in de polder. Dat was goed voor ons vuurtje stoken. Rijkdom zag ik niet maar ook geen bittere armoede. Zoals het hoorde, werden er volop nieuwe huizen gebouwd. Wij kwamen in zo een huis te wonen, in de Merelstraat.


Later betrokken we een woning in de Roodborststraat, nog steeds de Vogelwijk die behoorde tot de Don Bosco parochie met zijn nieuwe kerk, zijn nieuwe jongensschool en een bijzonder levendige verkennersgroep. Na de lagere school volgde het Titus Brandsma lyceum, het katholieke brandpunt voor een verantwoorde degelijke en katholieke opleiding onder leiding van paters Karmelieten. 


Daarna ben ik uitgevlogen om pas na 52 jaar terug te keren in Oss. In die tussentijd ben ik in bijna alle hoeken van de aardbol geweest, wonende en werkende in verschillende landen. En nu ben ik terug, niet om mijn geschiedenis op te tekenen maar die van mijn geboortestad Oss.


Industrie stad in wording


Oss was al ver voor mijn tijd, een industriestad geworden met bijbehorend industrieproletariaat gerecruteerd uit een bevolking van arme, landloze en kleine boeren. De armoedige boeren op klompen  werden door de kunstboterfabrieken en de exportslagerijen in snel tempo omgesmeed tot even armoedige arbeiders. 


"In 1881 krijgt Oss aansluiting op het spoorwegnet, hetgeen een grote verbetering voor het vervoer van goederen en personen is. Toch bijven aan- en afvoer lastig. De fabrikanten en de gemeente ontwikkelen dan ook plannen voor de aanleg van een kanaal naar de Maas, maar daar komt op dat moment niets van terecht.De boterfabrikant Van den Bergh besluit daarop in 1891 uit Oss te vertrekken. Hij bouwt in Rotterdam, 'op Feijenoord', een nieuwe fabriek. In 1916 wordt het woonhuis van boterfabrikant Jurgens afgebroken om plaats te maken voor een groot fabrieksgebouw. Het bedrijfsterrein strekt zich dan uit tot aan de Nieuwe Brouwersstraat en Torenstraat. Honderden mannen, vrouwen en kinderen vinden werk in het bedrijf. De architect C. Estourgie (1884-1950) is de ontwerper van de nieuwe fabriekshallen langs de Kerkstraat. De felle concurrentie tussen Van den Bergh en Jurgens eindigt in 1927 met de oprichting van de Margarine Unie. De fabriek in Oss blijft gewoon doordraaien. Maar na het samengaan van de Unie met de Lever Brothers uit Engeland (Unilever), wordt de productie vanuit Oss overgebracht naar Rotterdam. Voor Oss is het verdwijnen van de fabriek een grote slag voor de werkgelegenheid. Philips begint in de verlaten hallen in 1931 een fabriek voor lichtarmaturen." (Margarine, margarine en nog eens margarine!)  

vrijdag 23 februari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 27

Dat het blijde en rijke Roomse leven nog niet helemaal verdwenen is, 
blijkt uit deze recente foto van een fietsende non van het Clarissen klooster uit Megen. 
Op de achtergrond de kerk van Macharen. (foto:augustus 2017)

In de voorgaande aflevering heb ik een schets gegeven van de discriminerende politiek van de protestantse Republiek tegenover de katholieke Generaliteitslanden. De bevrijding van de Generaliteitslanden dankzij de Bataafse Revolutie die volgde op de Franse inval (1795) betekende niet dat de katholieke burgers ook meteen volop meetelden in het nieuwe koninkrijk. Het duurde nog ruim honderd jaar voordat de emancipatie van de katholieken als staatsburgers van Nederland zijn beslag kreeg.

“De katholieke emancipatie in Nederland is het proces waarmee katholieken in Nederland geleidelijk aan gelijkberechtiging verwierven op politiek, sociaal en cultureel gebied. De katholieke emancipatie liep ongeveer parallel met de opkomst van de arbeidersbeweging in Nederland. Deze beide ontwikkelingen leidden tot de verzuiling van Nederland, waarbij elke groepering - protestant, katholiek of ongodsdienstig - een eigen wereld had, met eigen scholen, verenigingen, winkels, buurten, politieke partijen, eventueel kerken en later omroepverenigingen.” (Wikipedia: katholieke emancipatie)

De verzuiling zou je een vrijwillig, niet door staat en overheid gesanctioneerde apartheidsbeleid kunnen noemen. Men organiseerde de mensen in de eigen geloofskring, de kleine wereld rond de eigen kerk, of op basis van een ideologie, socialistisch of liberaal. Bij de protestanten noemde men dat soevereiniteit in eigen kring. 

“Soevereiniteit in eigen kring is een onderdeel van de calvinistische leer zoals die ontwikkeld is door Abraham Kuyper. Hiermee wordt bedoeld dat elke levenskring zijn eigen onafhankelijk gezag heeft en niet onder dat van een andere levenskring staat. Zo zijn het gezin, de economie, de kerk en het onderwijs soeverein in eigen kring… Soevereiniteit in eigen kring wordt vaak in verband gebracht met verzuiling. Het wordt dan geregeld opgevat als dat iedere zuil zijn eigen interne gezag heeft, voortvloeiend uit ‘eigen wetmatigheden’. Deze opvatting is slechts gedeeltelijk juist. Het verband tussen soevereiniteit in eigen kring en verzuiling is eerder dat het de macht van de staat beperkt in de verschillende levenskringen.” (Wikipedia: Soevereiniteit in eigen kring)

De bedoeling van dit zuilenspel was niet om de staatsmacht in te perken zoals in het bovenstaande stuk van Wikipedia wordt beweerd maar om de staatsmacht in dienst te stellen van de inzichten en opvattingen uit eigen kring met behulp van politieke macht die in eigen kring werd opgebouwd door partijvorming en massale deelname aan verkiezingen.

De verzuiling heeft uiteindelijk bijgedragen aan de politieke, sociale en culturele emancipatie van alle Nederlandse burgers. De zuilen hebben Nederland gemaakt tot wat het nu is: een representatieve vertegenwoordigende democratie op basis van vertrouwen tussen kiezer en gekozene met aan het hoofd een regering op basis van coalities van partijen die daartoe compromissen sluiten. Veel meer een overlegdemocratie tussen verschillende meerder- en minderheden dan een democratie gebaseerd op een absolute meerderheid zoals in Angelsaksische landen gebruikelijk is waar de winnaar alles neemt. (zie ook Wikipedia: Verzuiling)

(verschijnt elke vrijdag)