Posts tonen met het label de eenzaamheid van de ongelovige. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de eenzaamheid van de ongelovige. Alle posts tonen

maandag 1 juli 2019

ALS BOEK VERSCHENEN: 'DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE' DEEL 1

 
Voorkant deel 1 van 'De Eenzaamheid van de Ongelovige", formaat A4, 52 blz.

Waar gaat dit boek over?

Het verhaal begint vlak na de Tweede Wereldoorlog in Oss en speelt zich af in het katholieke zuiden. Het is een leerzaam boek over kleine en grotere tegenslagen die een jongen kan ontmoeten op zijn levenspad. Een verhaal over ziek zijn en liefde, over familie en vriendschap, eigenlijk over van alles wat gewone mensen zo al mee kunnen maken.


Hoe ben je er toe gekomen om het boek te schrijven?

Ik wil mijn kinderen en kleinkinderen een indruk geven van het gewone alledaagse leven en dat zulk een leven niet saai hoeft te zijn, ook niet in een provinciestadje. Het katholieke milieu waarin zich dit afspeelt is overigens zo goed als verdwenen. Pastoors en processies zijn uit het straatbeeld verdwenen.  De geschiedenis heeft het uitgewist maar de kunst om te overleven in een provinciestadje is hetzelfde gebleven.


 Overzicht Hoofdstukken

Roomse Jeugd
Katholiek Ziekenhuis
Katholieke Verkenner
De Katholieke Vakbond
De Katholieke Middelbare School
De Katholieke Volkskrant
Te Vroege Dood
Bezorgde Moeder
Het Mysterie Liefde
Liefde op de Katholieke School
De Meisjeswereld
Het Buurmeisje
Einde van een Liefde
Een Nieuwe Liefde
De Wereld der Dieren
Wat na de Middelbare School?


Waarom heb je het verhaal eerst als blog gepubliceerd?


Dat is gemakkelijker. Het is als een breiwerk dat je langzaam en in in een zekere rust opbouwt. Je moet natuurlijk al wel een rode draad, een verhaallijn in je hoofd hebben. Aan dagboeknotities van wat je elke dag gedaan hebt, heb je niks tenzij als geheugensteun. Voor mij zijn dat dan de nagelaten foto's.Zo heb ik ook mijn vorige boek over mijn werk bij de internationale vakbeweging aangepakt en omdat dat zo goed gelukt is, besloot ik zo verder te werken.



Pagina uit het boek.


Maar blogs over je werk is toch iets heel anders dan over je persoonlijke leven?
 

Aan de ene kant wel, aan de andere kant niet. Mijn leven is altijd mijn werk geweest tenminste voor het grootste deel. Ik heb daar naar gestreefd. Het is leerzaam om te weten dat zoiets niet altijd lukt. Dat kan geruststellend zijn. 

Nog een pagina uit deel 1.


Komen er nog meer delen?

De laatste blog van ‘De eenzaamheid van de ongelovige’ , aflevering 92, is net verschenen. Ik kan nu beginnen deze serie in deel 2 te verwerken tot een boek. In het eerste deel zijn de eerste 59 afleveringen opgenomen. Het tweede deel zal dus uit 32 blogs bestaan. Ondertussen ben ik aan een serie blogs begonnen over een volgend deel van mijn leven onder de werktitel “Make Love, Not War”. Ik neem dan dat ook dat ter zijner tijd als boek zal verschijnen.

dinsdag 26 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 45

Diny op de fiets, 1964

Het enige echte antwoord op eenzaamheid is liefde en vriendschap en zelfs dat is zelden afdoende. Ook in liefde en vriendschap kun je bij tijd en wijle eenzaam zijn. Maar beide zijn nog altijd de beste medicijnen tegen eenzaamheid. De rest is vermaak en tijdverdrijf,  afleiding van de eenzaamheid. Hopeloos natuurlijk want eenzaamheid is net als de dood die achtervolgt je ook tot aan je dood.

Maar hoe en waar vind ik liefde of vriendschap? Een volkse wijsheid zegt dat op ieder potje een deksel past. Maar vindt die deksel maar eens. Denk je hem gevonden te hebben, past hij niet of wil niet passen. Gelukkig is het met mij tot nu toe meegevallen dus een goede kans dat het op de dansles wat gaat worden.

Dankzij het dansen, de gesprekken en de wandelingen naar haar thuis raken we vertrouwd met elkaar. Verliefdheid is betovering. Het is alsof je in een hogere vorm van bewustzijn hebt gekregen waardoor al je zintuigen strak staan en je veel gevoeliger bent voor alles om je heen, speciaal voor haar. Misschien zelfs wel overgevoelig. Ik begin van de weeromstuit nog meer gedichten te schrijven. Zo probeer ik onder woorden te brengen wat me sprakeloos maakt: het wonder van onze ontmoeting.

Zij had bijvoorbeeld net zo goed thuis kunnen blijven toen haar vriendinnen voor de dansles afhaakten. En als ik niet met mijn vrienden naar van Rongen’s dansschool zou zijn gegaan, zou ook ik haar nooit ontmoet hebben. Wat je ook verzint; toeval, het lot, de sterrenbeelden, de stand van de planeten, het is en blijft onverklaarbaar. Dan is God misschien nog wel de beste optie voor een verklaring én voor dankbaarheid. Hem kun je bedanken voor het geschenk van de liefde. Liefde is een Godsgeschenk. Ook daarover schrijf ik in mijn gedichten aan haar.

Sommige van mijn klasgenoten zijn net als ik verliefd, het hoort bij de leeftijd. Ook zij willen gedichten schrijven voor hun lief maar ze weten niet hoe. Ik bied me aan als dichter. Ik krijg een kort en overzichtelijk verslag van hun liefde, haar uiterlijk -bijvoorbeeld kleur haren en ogen - tezamen met wat ze graag zelf zouden schrijven in zo een gedicht aan haar. Mijn klanten zijn tevreden. Misschien moet ik maar dichter worden? 


(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 29 mei 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 41

Dansfeestje, 1969
©petrus nelissen

Nu we eenmaal een nieuwe stap hebben gezet in de ontdekking van de wereld, wordt het tijd voor de volgende, die van de dansles. Zonder dansles geen dansen, zonder dansen geen uitgaansleven en zonder uitgaansleven geen meisjes. We schrijven ons in voor de wintercursus dansen bij Van Rongen, de plaatselijk meest bekende dansschool. 

De wekelijkse dansles wordt gegeven in een zaal van hotel Luijk aan de Spoorlaan, vlakbij het station. Door een lange wat sombere gang, schaars verlicht door links en rechts aan de muur hangende schemerlampjes met roze kapjes, loop je naar de zaal. Links is een toneel waar vroeger waarschijnlijk orkestjes speelden. De naoorlogs vergane glorie heeft zich genesteld tussen de veel gebruikte tafeltjes en stoeltjes. 

We worden verwelkomd door de dansmeester zelf. Als alle cursisten binnen zijn, stelt hij zich vooraan bij het toneel op naast een soort keukentafel met daarop een grammofoon met luidsprekers en grammofoonplaten. We zijn gekleed volgens de uitgaansmode van die tijd: colbert, wit overhemd, stropdas en goed gepoetste schoenen. De meisjes zitten er kleurrijker bij met vrolijke rokken en jurken, nylons en pumps.

Als door een onzichtbare hand gestuurd, zitten wij jongens aan de ene kant van de zaal en de meisjes tegenover ons aan de andere kant. Tussen ons in ligt de dansvloer te wachten op onze eerste danspassen en wie weet wat daarna nog meer komt. Van Rongen legt ons de passen van de foxtrot uit. Aansluitend danst hij die voor met een jongen assistente, de oudere zus van een van de meisjes op onze dansles. Ze wonen in mijn vroegere straat.


Na de demonstratie nodigt de dansmeester ons uit om ons op te stellen in twee rijen, meisjes aan de ene kant van de dansvloer, jongens aan de andere kant. De jongen vormt met het meisje tegenover hem een danspaar. Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal alle paren op de dansvloer, legt hij de naald op de plaat en kan het grote spel beginnen.

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 13 maart 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 31

Masaccio (1401-1428), Adam en Eva verdreven uit het Paradijs (1424-1428),
Fresco(255 cm hoog) in de Brancaccikapel, Santa Maria del Carmine, Florence.
"Verdreven uit het paradijs beseffen Adam en Eva dat ze naakt zijn en maken
ze kennis met de schaamte.Preutse kerkvorsten hebben er waarschijnlijk
voor gezorgd dat de geslachtsdelen verborgen werden achter vijgenbladeren.
Bij een reinigingsbeurt in 1988 zijn ze verwijderd."
(zie: statenvertaling.net)

Onze Lieve Heer zal zich niet druk maken over waar Zijn kinderen naar de kerk gaan, protestants of katholiek, dat is Hem om het even. Zo lang we maar geloven, hopen en liefhebben. Liefde lijkt me van die drie de belangrijkste. Dat leert Onze Lieve Heer ons zelf door zijn Zoon als zoenoffer naar hier te sturen om het weer goed te maken tussen Hem en de mensen ondanks het verraad van de eerste mensen Adam en Eva.

Of was het uit eenzaamheid dat Hij het weer goed wilde maken met ons mensen? Ik denk allebei: liefde en eenzaamheid. Toen Hij de mensen voor straf eenmaal uit Zijn Paradijs had weggejaagd, werd Hij vermoedelijk overvallen door een immens gevoel van eenzaamheid, een eenzaamheid die groter is dan wij ons als mensen kunnen voorstellen want wij zijn niet zo groot en almachtig als Hij.  Het is ook niet niks. Heb je uit liefde en tegen de eenzaamheid een wereld vol bergen en dalen, oceanen, bomen, planten, dieren en mensen geschapen en dan blijf je alsnog alleen en eenzaam achter. Al dat gedoe voor niks geweest.

Hij moet tot het besef zijn gekomen dat Hij door de mensen te verdrijven uit Zijn paradijs Hij zichzelf net zo hard strafte als de mensen. Vandaar Zijn besluit - denk ik - om zijn Zoon er op uit te sturen om het weer goed te maken tussen Hem en de mensen. Een win win situatie voor beide partijen. Iedereen krijgt zo nieuwe kansen op liefde en kan weg uit de eenzaamheid. Daarvoor Je Zoon als sterfelijk mens naar de wereld sturen en de kruisdood doen sterven is een Grootse daad van Liefde en Vergeving,  groter dan een normaal mens zich kan voorstellen.


’s Avonds in bed neem ik alles nog eens een keer met Hem door. Ik leg hem uit dat ik niet zou kunnen begrijpen dat Hij de liefde niet belangrijker zou vinden dan het lidmaatschap van een kerkelijk genootschap. In mijn geval gaat het ook nog eens om een protestants meisje, dus is er al helemaal niks aan de hand. We geloven in dezelfde God, Onze Lieve Heer, Zijn Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest. Dus Hij zit altijd goed. Ik ga gerust slapen.

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 30 januari 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 25


Misschien dat boeken mij op weg kunnen helpen? Per slot van rekening heb ik veel praktische dingen geleerd uit het boek “Verkennen voor jongens” van Baden Powell. Knopen leggen, sjorren ,vuur aanleggen, koken en pannen schuren, hoe en waar een tent opzetten, een dolk gebruiken, kaart lezen en nog veel meer handige dingen die je in het dagelijkse leven te pas kunnen komen. Thuis hebben we een kleine bibliotheek met boeken uitgegeven door het damesblad Margriet, het weekblad voor de huisvrouw. Mijn moeder heeft een abonnement op het blad. Toen ik nog klein was, las ze het wekelijkse verhaal voor kinderen voor. 

In de thuisbibliotheek staan boeken met titels als “Hart vol Verlangen”, “Verrassend Geheim” en “Lust en Liefde”. Aan de losse kaften om het boeken is te zien waar ze over gaan. Ik ontdek een nieuwe en spannende wereld. Zo een boek draait om twee mensen, een man en een vrouw die van alles doen om elkaar te krijgen. Vanwege verwarrende, ingewikkelde en tegenstrijdige gevoelens duurt dat elkaar krijgen het hele boek lang. 

Het begint allemaal met de vertwijfelde vraag of ze wel verliefd zijn en zo ja of hun liefde ooit enige kans maakt om beantwoord te worden. Er doen zich ondertussen allerlei banale situaties voor die tot in details worden uitgemolken: “heeft ze me wel of niet gezien”, “weet ze wat ik bedoel”, “zou ze met me willen praten”, “waarom kijkt ze nu niet” . Al die kwesties leiden bij de geliefden tot diepe wanhoop. Ze vragen zich af of het ooit goed zal komen. Alsof dat niet genoeg is, doen zich ook nog allerlei misverstanden voor en zijn er tegenwerkende vaders en moeders, ooms en tantes, rivaliserende vrienden en duistere vreemdelingen. Liefde is een voortdurend geestelijk afzien. Je snapt niet dat er nog mensen zijn die er aan beginnen.

Maar tegelijkertijd lees ik over de lichamelijke aantrekkingskracht die maakt dat haar blonde krullen dansen als zonlicht, dat haar ogen blauwer zijn dan de blauwste zee en dieper dan de grootste oceanen, dat ze een engelen gezicht heeft, dat haar stem klinkt als muziek en dat ze loopt als een hinde. Ik lees over felrode, volle en vochtige lippen, wiegende heupen, lange benen en uitdagende borsten. Liefde is een fysiek verlangen dat zo diep gaat dat het alle andere passies in het leven overtreft, zo wordt me verzekerd door de schrijver van de roman. En dan begrijp je weer waarom iedereen zo druk is met de liefde. 


Na al deze toestanden sluiten ze elkaar dan toch eindelijk in de armen, trouwen en vrijen dat de stukken er af vliegen. In de boeken thuis is dat de gebruikelijke volgorde. Het loopt allemaal net zo goed af als in sprookjes. Hoe wreed, groot of sluw de wolven, reuzen en heksen ook zijn, ze leggen het af tegen het onschuldige meisje met hulp van dappere mensen en een liefdevolle liefst prinselijke vrijer. Liefdesboeken zijn sprookjes voor volwassenen. De dagelijkse sleur, het brood op de plank, de hypotheeklasten, de lastige kinderen, de rimpels, de dovende passie, de onvermijdelijke griep en verkoudheid komen niet aan bod. Wat nu? Ben ik voor of tegen liefde?

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 28 november 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 16

Zo maar een feestje met mijn vrienden bij ons thuis
(ongeveer 1962)

Hoe ik op de Hogere Burger School terecht ben gekomen is een mirakel. Als kind uit een eenvoudig maar degelijk Brabants gezin van het platteland ben ik voorbestemd voor de Mulo en anders de ambachtsschool. Hoe gek het ook is, deze veronderstelde normale gang van zaken wordt bevestigd door een spygologische test in de zesde klas van de lagere school. In een brief aan mijn ouders lees ik geheel toevallig de uitslag dat ik mogelijk de Mulo kan halen.

Ik heb daar geen vrede mee. Van meet af aan ben ik vastbesloten om tezamen met mijn vrienden van school en verkenners naar het Titus Brandsma Lyceum te gaan, wat anderen ook mogen beweren de spygologische test incluis. Waarom zou ik niet kunnen wat mijn vrienden kunnen? Op school en bij de verkenners deelden we lief en leed. Ik heb me ook nooit de mindere gevoeld, ook niet de meerdere maar dat spreekt vanzelf. Wat weten de spygologen daar nou eigenlijk van?  

En dan gebeurt het mirakel. Zonder dat ik weet heb van enig overleg thuis of met wie dan ook, fietst mijn moeder op een avond in de lente naar het Lyceum om mij in te schrijven voor het toelatingsexamen. Dat is een mirakel, want ze had het net zo goed niet kunnen doen. Vanwaar dat besluit? Omdat mijn ouders vonden dat ik verder moest kunnen gaan dan daar waar zij gebleven waren? Mijn moeder heeft de lagere school nooit af kunnen maken. Ze moest als oudste dochter van negen kinderen haar moeder thuis helpen. Mijn vader was een self-made vakbondsman. Na de lagere school moest hij gaan werken in de industriële slachterij Zwanenberg. Onderwijl deed hij de een na de andere cursus. Hoe dan ook, de Mulo was dan toch mooi geweest?

Het wordt een nog groter mirakel als ik voor mijn toelatingsexamen een gemiddeld zeven haal. Alsof de duvel speelt met de spygologie en de hele maatschappelijke orde. Of is het slechts toeval of het lot? Niemand die het weet. In ieder geval krijg ik dankzij de gemiddeld zeven de schoolboeken voor het eerste leerjaar gratis. Dat is mooi meegenomen want breed hebben we het thuis niet.


Dit is niet de eerste keer in mijn nog korte aardse bestaan dat het lot, het toeval of de goden mij gunstig gezind zijn. Het heeft maar een haartje gescheeld of ik was dood geweest voordat ik de tweede klas van de lagere school af had kunnen maken. Had onze huisdokter W. uit de Molenstraat tijdens zijn huisbezoek niet een hersenvliesontsteking vastgesteld in plaats van een onschuldige griep en had hij toen niet meteen een taxi besteld om me naar het ziekenhuis te brengen, altijd een luxe behalve in noodgevallen, dan was ik een vroege dood gestorven. Maar mijn tijd was nog niet gekomen. Ik overleefde dank zij onze huisdokter, de ziekenhuis sjamanen en de Zusters van Liefde.

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 10 oktober 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 9

Uit een fotoalbum van thuis. Links vooraan zit mijn vader
samen met een collega (links van hem). De rest aan tafel ken ik niet. 

Wat gebeurt hier? 

Als ik goed naar de gezichten kijk, zie ik rechts een delegatie 
onder leiding van de tweede man van rechts. 
Zo te zien luistert hij naar mijn vader die voorleest
 uit een voor hem liggend document. 
Naar ik aanneem ligt vooraan op tafel een hele stapel van die documenten.  

Ze zitten met zijn achten, vier aan elke kant, in een benauwd klein zaaltje. 
Zijn ze net begonnen? De asbakken zijn nog leeg. 
Ik denk dat het om onderhandelingen gaat maar ik heb geen idee 
wat voor onderhandelingen het zouden kunnen zijn. 

Net thuis zijnde van een dagenlang onderhandelingsronde buitenshuis wordt er onder het avondeten aangebeld. Alweer onrust in huis terwijl mijn moeder het de afgelopen dagen toch al moeilijk heeft gehad om het gezin op orde te houden. Een vaderloos gezin met zoveel jongens is niet niks voor een vrouw die kost wat kost het huis op orde wil hebben.

Mijn vader ontvangt hen in het volste vertrouwen dat hij goed onderhandeld heeft. Een dubbeltje (10cent) per uur opslag, dat is 4 en een halve gulden in de week, is volgens hem een mooi resultaat. Nou, mooi van niet. De delegatie denkt daar anders over en vertrekt morrend. Ik vind dat ondankbaar van ze. Voor zulke ondankbare mensen wil ik nooit werken, zo zeg ik voor alle zekerheid tegen mijn moeder.  


Mijn vader heeft nooit de ambitie gehad om lid van het landelijke bestuur te worden. Er is thuis wel over gepraat toen de voorzitter van zijn vakbond Sint Joris voor arbeiders in de voeding en genotmiddelen industrie onverwacht en nog jong stierf aan een hartaanval. Wil hij niet nog meer van huis zijn? Wil hij niet nog meer verantwoordelijkheid of durfde hij het gewoon niet aan om in Haarlem op het hoofdkantoor de eerste viool te spelen? Voor een Brabander in hart in nieren is het niet niks om naar Haarlem of daar ergens in de buurt te verhuizen. Er wordt nog wel een tijdje gesproken over een mogelijke verhuizing naar Weert, dat meer centraal in zijn district Oost Brabant en Limburg ligt, maar ook dat gaat niet door. We blijven in Oss wonen.


(verschijnt elke dinsdag) 

dinsdag 3 oktober 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 8

Internationale vakbondsvergadering in Brussel waar hij in zeldzame gevallen naar toe moet.
Ondanks zijn nieuwe status van vakbondsbestuurder blijft mijn vader trouw aan zichzelf en aan zijn afkomst. Hij heeft goede herinneringen aan zijn vroegere thuis waar ze het niet breed hadden. Hij vertelt dat hij met zijn broers veel plezier heeft gehad op zolder waar ze op strobedden sliepen. Hij blijft er ook bescheiden bij. Hij is er de man niet naar om op de voorgrond te treden. Maar nederigheid mag dan een deugd zijn, je moet niet overdrijven, zo vindt dan weer mijn moeder, dochter van een afdelingschef bij Zwanenberg.

Zijn vakbondswerk brengt onrust, onregelmatigheid en veel gedoe in ons gezin. Hij is veel en vaak van huis en maakt lange dagen. Als hij 's avonds weer eens een keer niet op tijd is, moet ik voor hem invallen op de kaartavond van mijn moeder en haar 2 vriendinnen. Je hebt voor rikken vier spelers nodig, dus zit er niets anders op dan dat ze me het kaartspel leren.

Mijn vader vertelt thuis weinig over zijn werk. Ze kent daardoor zijn nieuwe wereld en zijn werk niet goed. Dat maakt haar onzeker. Ze kan zich niet de vrouw van een vakbondsbestuurder voelen. Op speciale bijeenkomsten van de vakbond waarbij ook de vrouwen zijn uitgenodigd voelt ze zich niet op haar gemak. Ze kent de omgangsmanieren niet en weet niet goed wat er van haar verwacht wordt.

Omdat hij thuis zo weinig praat over zijn werk en bij onenigheden aan tafel er de voorkeur aan geeft ons als rumoerige kinderen heen te laten doen, noemt ze hem wel eens Willem de Zwijger. Of die ook aan tafel heeft gezwegen om de lieve vrede te bewaren weet ik niet, mijn vader doet het in ieder geval wel. Soms klaagt ze dat hij moet ingrijpen in het gekissebis, wat hij dan na lang dralen op een droge laconieke manier doet door te vragen of we onze mond willen houden. Soms worden de verwijten harder. Mijn moeder vindt dan dat hij te weinig haar kant en die van de kinderen kiest tijdens zondagse bezoeken aan de familie. Hij laat het over zijn kant gaan. Hij wil geen woorden met zijn familie. Op zulke momenten wordt de lieve vrede een gewapende vrede. 

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 19 september 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 6

Mijn vader gaat werken bij de varkensslachterij Zwanenberg, 
toen een van de grootste werkgevers Oss.
Samen met Hartogh zijn Zwanenberg en Organon, 

een afgeleid bedrijf van Zwanenberg,
de banen-motoren van Oss en omgeving.

Mijn vader waarschuwt mij niet nog een keer te blijven zitten, want dan kan ik gaan werken bij Zwanenberg waar hij zelf na de lagere school is gaan werken. Dat kon toen nog, met je veertiende gaan werken. Meent hij het of is het maar een bij wijze van spreken? Soms weet je dat niet bij hem. Ik gok dat het niet helemaal gemeend is en vraag er verder niet naar. Ik vertrouw er op dat het allemaal mee zal vallen en zo niet dan zien we wel weer verder. 

Ik vraag me af, wat of wie heeft mijn vader er toe gebracht om vakbondsman te worden? Als zoon van een landarbeider en keuterboer heeft hij het niet van huis uit meegekregen. Heeft een onderwijzer op de katholieke lagere school hem ooit gezegd dat hij meer in zijn mars had? Dat zou kunnen maar wat zou hij daar mee moeten? Ouders verwachten van hun kinderen dat ze op hun veertiende gaan werken om de geldzorgen thuis te verlichten. Dat is bij hem thuis met acht kinderen niet anders. 

Hij gaat bij Zwanenberg werken, toen met Hartog en Organon de banen motoren van Oss. Hij wordt lid van de  ‘De Jonge Werkman’, een katholieke vereniging ter opvang van werkende jongeren. Als werkende jongere gaat hij naar de katholieke Levensschool, waar levenslessen en geestelijke zorg wordt gegeven. Het is vormingswerk voor jong volwassenen. Ik vermoed dat in deze katholieke instellingen de basis is gelegd voor zijn baan als district vakbondsbestuurder. Hij volgt een cursus in Cuijk. Dat is 40 kilometer heen en terug fietsen na zijn werkdag. Hij moet goed gemotiveerd en overtuigd geweest zijn van het nut van de cursus, anders had hij het niet kunnen opbrengen om na een negen-urige werkdag zo een afstand te fietsen door weer en wind, ook in de winter.


Zo ver fietsen is op zich normaal, vooral in de zomer, met het hele gezin als het even kan. We fietsen naar de speeltuinen langs de rijksweg in Velp bij Grave en ter bedevaart naar het dorp Zeeland waar Sint Cornelis wordt vereerd. De grootste fietstocht die we maken is naar de dierentuin in Rhenen, samen met mijn ome H. en kinderen.

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 12 september 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 5

Dit is een van de paar foto's in ons familie archief waarop de auto staat waarmee mijn vader
en ik in de zomer van 1960 door Noord Oost Brabant en Limburg reden.
De foto is in 1962 gemaakt toen mijn vader op het idee kwam om met zijn drie mannen
 te gaan kamperen zoals we bij de verkenners geleerd hadden.
De tocht ging naar Clairvaux in Luxemburg.

Als district bestuurder van Sint Joris, de katholieke bond voor arbeiders in de voedings- en genotmiddelen industrie (bakkers- en slagers knechten, sigarenmakers enz.) in de regio Oost Brabant en Limburg, is mijn vader altijd onderweg om bijstand te verlenen aan zijn leden. In die zomer waarin ik ben blijven zitten in de tweede klas van de HBS, rijden we door zijn het hele gebied, tot aan Maastricht toe. 

Soms praten we wat, de meeste tijd zwijgen we. Op de terugweg als het al donker wordt, mag ik luisteren naar radio Luxemburg, als het maar zachtjes is. De verlichte radioschaal is als een schemerlamp die het gezellig maakt in de auto.  Onderweg stoppen we om te eten bij een frietkraam of snackbar. Mijn vader was zuinig met zijn onkostenvergoeding. Er zijn thuis meer monden te vullen.

Ik hoor voor het eerst van mijn leven iets over arbeidsproblemen van bakkers- en slagers-knechten. De een krijgt zijn rechtmatige vakantiegeld niet, de ander mag zijn vakantie dagen niet opnemen, weer een ander ontvangt te weinig loon en zo verder. Het is altijd wat. Hij probeert ter plekke het conflict op te lossen zodat er geen rechter aan te pas hoeft te komen. Dat is voor alle partijen beter. Het gaat vlugger en zet de arbeidsverhoudingen in zo een klein bedrijf niet op scherp. Soms rijden we met een krentenbrood of een flinke metworst naar huis als dank voor zijn bemiddeling.


Door dit alles is hij veel van huis. Mijn moeder heeft het daar moeilijk mee. Ze mist zijn gezag om orde bij de jongens in huis en aan tafel te houden. Naarmate ze ouder wordt, werkt de drukte op haar zenuwen. Als hij thuis is vraagt ze hem dringend in te grijpen tot herstel van de orde. Hij heeft daar een hekel aan maar plichtsgetrouw waarschuwt hij ons op te houden. Mijn moeder vindt het niet krachtdadig genoeg. Ze wordt er soms moedeloos van.



(verschijnt elke dinsdag)


woensdag 23 augustus 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 2

Hoewel ze het nooit zei, was mijn moeder trots op haar kinderen.

Op mijn zevende, ik zit net in de tweede klas van de lagere school, lig ik ineens in het ziekenhuis. Het is een lange geschiedenis geworden. De katholieke zusters van Liefde zorgen ervoor dat ik ‘s zondags ter communie kan gaan. Op mijn witte schone lakens wordt een wit kanten kleedje onder mijn kin gelegd. Ik lig klaar om het lichaam van Christus uit handen van de priester te ontvangen. Het is klein vredig theaterstukje.

Ondanks de zeer pijnlijke injecties in mijn ruggenmerg, met een tuigje aan liggen in bed en een quarantaine van een paar weken in een badkamer vanwege de bof, hou ik toch goede herinneringen aan het ziekenhuis. Een fluitende merel in de tuin, een verrekijker om in de ziekenhuistuin naar vogels en bloemen te speuren, katholieke Engelbewaarders, Wipneus en Pim en Pietje Bel lezen. ’s Middags brengen de nonnen een kop thee met snoep. Het leven in een ziekenhuis is vol verrassingen. 

Later hoor ik dat mijn hersenvliesontsteking kantje boord is geweest. Zelf heb ik niet aan dood gaan gedacht. De dood is dan nog niet tot mijn bewustzijn doorgedrongen. Die is op je zevende nog ver weg. Pijn bestrijding met paracetamol of aspirine was er toen ook nog niet, ook niet tijdens mijn hardhandige behandeling van asthma in een Utrechts ziekenhuis. Niet erg. Je leert met pijn leven, leven zonder pijn bestaat niet. Ik lees dat de Middeleeuwse Sint Lidwina van Schiedam, die op veertienjarige leeftijd na een val op het ijs haar leven lang verlamd was, haar lijden opdroeg aan God. Door haar lijden te ‘vergeestelijken’ wordt het draaglijk. Het is een combinatie van katholiek stoïcisme en mystiek. De Middeleeuwse Augustijner en mysticus Thomas a Kempis schreef een boek over haar leven.


Mijn moeder is altijd bezorgd gebleven. Dat moet voor haar een last zijn geweest. Ik hoop niet al te zwaar. Mijn vader noemt mij een binnenzitter. Hij vindt dat ik buiten moet spelen in plaats van lezen en met meccano spelen. Ter aanmoediging neemt hij me mee naar zondagse voetbalwedstrijden en uit vissen. Het is niet aan me besteed. Tegen een bal trappen op school of met klasgenoten op een veldje is te doen, maar naar voetbal kijken vind ik saai. Vissen is nog saaier. 

(Verschijnt wekelijks)