Posts tonen met het label vakbondsbestuurder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakbondsbestuurder. Alle posts tonen

dinsdag 10 oktober 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 9

Uit een fotoalbum van thuis. Links vooraan zit mijn vader
samen met een collega (links van hem). De rest aan tafel ken ik niet. 

Wat gebeurt hier? 

Als ik goed naar de gezichten kijk, zie ik rechts een delegatie 
onder leiding van de tweede man van rechts. 
Zo te zien luistert hij naar mijn vader die voorleest
 uit een voor hem liggend document. 
Naar ik aanneem ligt vooraan op tafel een hele stapel van die documenten.  

Ze zitten met zijn achten, vier aan elke kant, in een benauwd klein zaaltje. 
Zijn ze net begonnen? De asbakken zijn nog leeg. 
Ik denk dat het om onderhandelingen gaat maar ik heb geen idee 
wat voor onderhandelingen het zouden kunnen zijn. 

Net thuis zijnde van een dagenlang onderhandelingsronde buitenshuis wordt er onder het avondeten aangebeld. Alweer onrust in huis terwijl mijn moeder het de afgelopen dagen toch al moeilijk heeft gehad om het gezin op orde te houden. Een vaderloos gezin met zoveel jongens is niet niks voor een vrouw die kost wat kost het huis op orde wil hebben.

Mijn vader ontvangt hen in het volste vertrouwen dat hij goed onderhandeld heeft. Een dubbeltje (10cent) per uur opslag, dat is 4 en een halve gulden in de week, is volgens hem een mooi resultaat. Nou, mooi van niet. De delegatie denkt daar anders over en vertrekt morrend. Ik vind dat ondankbaar van ze. Voor zulke ondankbare mensen wil ik nooit werken, zo zeg ik voor alle zekerheid tegen mijn moeder.  


Mijn vader heeft nooit de ambitie gehad om lid van het landelijke bestuur te worden. Er is thuis wel over gepraat toen de voorzitter van zijn vakbond Sint Joris voor arbeiders in de voeding en genotmiddelen industrie onverwacht en nog jong stierf aan een hartaanval. Wil hij niet nog meer van huis zijn? Wil hij niet nog meer verantwoordelijkheid of durfde hij het gewoon niet aan om in Haarlem op het hoofdkantoor de eerste viool te spelen? Voor een Brabander in hart in nieren is het niet niks om naar Haarlem of daar ergens in de buurt te verhuizen. Er wordt nog wel een tijdje gesproken over een mogelijke verhuizing naar Weert, dat meer centraal in zijn district Oost Brabant en Limburg ligt, maar ook dat gaat niet door. We blijven in Oss wonen.


(verschijnt elke dinsdag) 

dinsdag 3 oktober 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 8

Internationale vakbondsvergadering in Brussel waar hij in zeldzame gevallen naar toe moet.
Ondanks zijn nieuwe status van vakbondsbestuurder blijft mijn vader trouw aan zichzelf en aan zijn afkomst. Hij heeft goede herinneringen aan zijn vroegere thuis waar ze het niet breed hadden. Hij vertelt dat hij met zijn broers veel plezier heeft gehad op zolder waar ze op strobedden sliepen. Hij blijft er ook bescheiden bij. Hij is er de man niet naar om op de voorgrond te treden. Maar nederigheid mag dan een deugd zijn, je moet niet overdrijven, zo vindt dan weer mijn moeder, dochter van een afdelingschef bij Zwanenberg.

Zijn vakbondswerk brengt onrust, onregelmatigheid en veel gedoe in ons gezin. Hij is veel en vaak van huis en maakt lange dagen. Als hij 's avonds weer eens een keer niet op tijd is, moet ik voor hem invallen op de kaartavond van mijn moeder en haar 2 vriendinnen. Je hebt voor rikken vier spelers nodig, dus zit er niets anders op dan dat ze me het kaartspel leren.

Mijn vader vertelt thuis weinig over zijn werk. Ze kent daardoor zijn nieuwe wereld en zijn werk niet goed. Dat maakt haar onzeker. Ze kan zich niet de vrouw van een vakbondsbestuurder voelen. Op speciale bijeenkomsten van de vakbond waarbij ook de vrouwen zijn uitgenodigd voelt ze zich niet op haar gemak. Ze kent de omgangsmanieren niet en weet niet goed wat er van haar verwacht wordt.

Omdat hij thuis zo weinig praat over zijn werk en bij onenigheden aan tafel er de voorkeur aan geeft ons als rumoerige kinderen heen te laten doen, noemt ze hem wel eens Willem de Zwijger. Of die ook aan tafel heeft gezwegen om de lieve vrede te bewaren weet ik niet, mijn vader doet het in ieder geval wel. Soms klaagt ze dat hij moet ingrijpen in het gekissebis, wat hij dan na lang dralen op een droge laconieke manier doet door te vragen of we onze mond willen houden. Soms worden de verwijten harder. Mijn moeder vindt dan dat hij te weinig haar kant en die van de kinderen kiest tijdens zondagse bezoeken aan de familie. Hij laat het over zijn kant gaan. Hij wil geen woorden met zijn familie. Op zulke momenten wordt de lieve vrede een gewapende vrede. 

(verschijnt elke dinsdag)