Posts tonen met het label vakbond Sint Joris. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakbond Sint Joris. Alle posts tonen

dinsdag 17 oktober 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 10

Groepsfoto uit de familie album. Helaas kan ik niet achterhalen bij welke gelegenheid
de foto gemaakt is maar ik vermoed dat het om een of andere katholieke bijeenkomst gaat

voor vakbondsmensen.
Een soort bijscholingscursus avant la lettre. Te zien aan het gebouw

op de achtergrond en het aantal aanwezig priesters en een broeder,
vond de bijeenkomst waarschijnlijk plaats in een klooster of seminarie.

Werk en leven, leer en leven vallen bij mijn vader samen. Zijn werk is de vakbond, zijn leer de katholieke sociale leer. De uitgangspunten van die leer staan in de pauselijke encycliek Rerum Novarum van 1891: een rechtvaardig loon, het recht op eigendom en solidariteit met de zwakkeren. Vakbonden zijn een middel om deze doelen na te streven.

Ze zijn hem op het lijf geschreven. Hij heeft ervaring hoe belangrijk werk en een rechtvaardig loon zijn voor een gezin. Zonder werk geen loon, zonder loon geen brood op de plank thuis. Bij Zwanenberg heeft hij geleerd hoe het in de praktijk werkt. Hij kent zijn mensen, het werk en de werkgever. Met werkgevers overleggen betekent altijd schipperen tussen wat de een en wat de ander rechtvaardig vindt.

Maar er is meer. In Oss weet men wat het betekent als een werkgever er zo maar de brui aan geeft, zijn fabriek sluit en zijn mensen zonder pardon achterlaat. Aan het einde van de negentiende eeuw vertrok van den Bergh met zijn margarine fabriek, nota bene een van de eerste in Nederland, vanwege een conflict over een kanaal van de Maas naar Oss. Dat zou schelen in de transportkosten naar Engeland. Van den Bergh ging naar Rotterdam.  

“Dit leidde tot werkloosheid. De werkende klasse was laag opgeleid en had nog weinig ervaring met een industriële werkkring. De vakbeweging was nauwelijks ontwikkeld. Zelfstandige ambachtslieden, zoals kuipers, hadden hun betrekkelijke vrijheid moeten inleveren voor een baan bij een werkgever. De arbeidsomstandigheden daar waren vaak bedroevend. De spanningen liepen op en ontlaadden zich in bedreigingen, mishandelingen, brandstichtingen en dergelijke. In 1892 werden zelfs twee mensen vermoord en ook in 1893 volgde een moord op wachtmeester Hoekman, die de daders van de diverse misdrijven probeerde op te sporen en daarbij ook wel oneigenlijke methoden zoals het bewerkstelligen van broodroof." (Wikipedia over Oss)


Het gevolg voor Oss was een sociale ontwrichting die zijn weerga niet kent in Nederland. Zo een ervaring maakt de mensen en dus ook mijn vader voorzichtig. Het kan zo maar gedaan zijn met werk en inkomen met als gevolg diepe armoede want sociale voorzieningen bestaan nog niet. Je moet vechten voor een rechtvaardig loon maar het conflict niet op de spits drijven. De kunst is om met een rechte rug te onderhandelen en tegelijk oog te hebben voor het behoud van werk en inkomen. En het kanaal? Ja, dat is er in 1963 gekomen, 70 jaar later.


(verschijnt elke dinsdag) 

dinsdag 10 oktober 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 9

Uit een fotoalbum van thuis. Links vooraan zit mijn vader
samen met een collega (links van hem). De rest aan tafel ken ik niet. 

Wat gebeurt hier? 

Als ik goed naar de gezichten kijk, zie ik rechts een delegatie 
onder leiding van de tweede man van rechts. 
Zo te zien luistert hij naar mijn vader die voorleest
 uit een voor hem liggend document. 
Naar ik aanneem ligt vooraan op tafel een hele stapel van die documenten.  

Ze zitten met zijn achten, vier aan elke kant, in een benauwd klein zaaltje. 
Zijn ze net begonnen? De asbakken zijn nog leeg. 
Ik denk dat het om onderhandelingen gaat maar ik heb geen idee 
wat voor onderhandelingen het zouden kunnen zijn. 

Net thuis zijnde van een dagenlang onderhandelingsronde buitenshuis wordt er onder het avondeten aangebeld. Alweer onrust in huis terwijl mijn moeder het de afgelopen dagen toch al moeilijk heeft gehad om het gezin op orde te houden. Een vaderloos gezin met zoveel jongens is niet niks voor een vrouw die kost wat kost het huis op orde wil hebben.

Mijn vader ontvangt hen in het volste vertrouwen dat hij goed onderhandeld heeft. Een dubbeltje (10cent) per uur opslag, dat is 4 en een halve gulden in de week, is volgens hem een mooi resultaat. Nou, mooi van niet. De delegatie denkt daar anders over en vertrekt morrend. Ik vind dat ondankbaar van ze. Voor zulke ondankbare mensen wil ik nooit werken, zo zeg ik voor alle zekerheid tegen mijn moeder.  


Mijn vader heeft nooit de ambitie gehad om lid van het landelijke bestuur te worden. Er is thuis wel over gepraat toen de voorzitter van zijn vakbond Sint Joris voor arbeiders in de voeding en genotmiddelen industrie onverwacht en nog jong stierf aan een hartaanval. Wil hij niet nog meer van huis zijn? Wil hij niet nog meer verantwoordelijkheid of durfde hij het gewoon niet aan om in Haarlem op het hoofdkantoor de eerste viool te spelen? Voor een Brabander in hart in nieren is het niet niks om naar Haarlem of daar ergens in de buurt te verhuizen. Er wordt nog wel een tijdje gesproken over een mogelijke verhuizing naar Weert, dat meer centraal in zijn district Oost Brabant en Limburg ligt, maar ook dat gaat niet door. We blijven in Oss wonen.


(verschijnt elke dinsdag) 

dinsdag 12 september 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 5

Dit is een van de paar foto's in ons familie archief waarop de auto staat waarmee mijn vader
en ik in de zomer van 1960 door Noord Oost Brabant en Limburg reden.
De foto is in 1962 gemaakt toen mijn vader op het idee kwam om met zijn drie mannen
 te gaan kamperen zoals we bij de verkenners geleerd hadden.
De tocht ging naar Clairvaux in Luxemburg.

Als district bestuurder van Sint Joris, de katholieke bond voor arbeiders in de voedings- en genotmiddelen industrie (bakkers- en slagers knechten, sigarenmakers enz.) in de regio Oost Brabant en Limburg, is mijn vader altijd onderweg om bijstand te verlenen aan zijn leden. In die zomer waarin ik ben blijven zitten in de tweede klas van de HBS, rijden we door zijn het hele gebied, tot aan Maastricht toe. 

Soms praten we wat, de meeste tijd zwijgen we. Op de terugweg als het al donker wordt, mag ik luisteren naar radio Luxemburg, als het maar zachtjes is. De verlichte radioschaal is als een schemerlamp die het gezellig maakt in de auto.  Onderweg stoppen we om te eten bij een frietkraam of snackbar. Mijn vader was zuinig met zijn onkostenvergoeding. Er zijn thuis meer monden te vullen.

Ik hoor voor het eerst van mijn leven iets over arbeidsproblemen van bakkers- en slagers-knechten. De een krijgt zijn rechtmatige vakantiegeld niet, de ander mag zijn vakantie dagen niet opnemen, weer een ander ontvangt te weinig loon en zo verder. Het is altijd wat. Hij probeert ter plekke het conflict op te lossen zodat er geen rechter aan te pas hoeft te komen. Dat is voor alle partijen beter. Het gaat vlugger en zet de arbeidsverhoudingen in zo een klein bedrijf niet op scherp. Soms rijden we met een krentenbrood of een flinke metworst naar huis als dank voor zijn bemiddeling.


Door dit alles is hij veel van huis. Mijn moeder heeft het daar moeilijk mee. Ze mist zijn gezag om orde bij de jongens in huis en aan tafel te houden. Naarmate ze ouder wordt, werkt de drukte op haar zenuwen. Als hij thuis is vraagt ze hem dringend in te grijpen tot herstel van de orde. Hij heeft daar een hekel aan maar plichtsgetrouw waarschuwt hij ons op te houden. Mijn moeder vindt het niet krachtdadig genoeg. Ze wordt er soms moedeloos van.



(verschijnt elke dinsdag)