Posts tonen met het label HBS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label HBS. Alle posts tonen

maandag 23 mei 2022

DE MYTHE VAN KANSENONGELIJKHEID 2

 

Deze foto van mijn tweede klas HBS (1960) laat zien dat je ongeacht je afkomst naar de HBS kon. De leerlingen zijn van verschillende lagen van de bevolking afkomstig met ouders in heel verschillende beroepen: bakker, kapper, leraar, onderwijzer, boer, arbeider, ambtenaar enz.

Op de universiteit kwam ik opnieuw in een sociaal gemengd gezelschap aan uit alle hoeken van de samenleving met als toegevoegde waarde ook nog eens uit andere delen van het land: arbeiderszonen, zonen van winkeliers, artsen, onderwijzers, boeren enz.  Sommigen bleken het niet aan te kunnen en vertrokken. Voor alle duidelijkheid, dat lag niet aan de ongelijkheid in kansen maar omdat ze het te moeilijk vonden, heimwee hadden (die zijn er ook!) dat er teveel van ze gevraagd werd, niet opgewassen waren tegen het studentenleven, niet voor zichzelf konden zorgen, dat ze niet begrepen waartoe zo een opleiding kon dienen (ik studeerde sociologie en later politicologie) of dat ze liever in de kroeg zaten dan aan de studie waren. Kortom van alles wat, zoals je ook in de rest van de maatschappij ziet.

Racisme ben ik nooit tegengekomen. Nu moet ik zeggen dat er in mijn naoorlogse jeugd weinig migranten waren. Op de lagere school zat in de vijfde of de zesde klas een Indische jongen. Ik ben hem niet vergeten omdat hij gekleurd was, mooi licht bruin, maar bij het nablijven in de klas onverwacht zijn gulp open deed en zijn penis voor op de het schoolbankje legde met de vraag of wij ooit zoiets gezien hadden. Nee, dat hadden we niet. Kastje dicht, gordijntjes toe.  Op de middelbare school had ik een Chinese en een Antilliaanse klasgenoot waarover niks te vertellen valt. Brave jongens. Beiden maakten hun middelbare school met succes af. 

Op de universiteit ontmoette ik na verloop van tijd de Surinamer Marcel Kross. Hij was net als de rest links en een Cuba fan. Hij genoot het vertrouwen van de Cubaanse ambassade. Die wilde pas wat doen voor mijn stage op Cuba als hij me wilde aanbevelen. Dat vond ik vreemd. Werkte hij voor de Cubaanse inlichtingendienst of zo? Ik heb het boekje "De uitbuiting van Suriname" (1974) met als voorkant een blauw been met een slavenring, nog gelezen. 

 

Verschenen in CLAT Nieuws, okt. - nov. 1973.

 

Dat legde mede de basis voor mijn betrokkenheid bij de Nederlandse aktie "Suriname Vrij", een aktie van CLAT-Nederland (die ik bij die aktie vertegenwoordigde), Landelijke Hervormde Jeugdraad -Landelijke Katholieke Jeugdraad - Septuaginst, Sjaloom - Wereldwinkels en X min Y  beweging. In die tijd een doorsnee van aktievoerend Nederland die opkwamen voor de onderdrukten in de wereld, in dit specifieke geval Suriname.

Later leerde ik via de anti-Vietnam oorlogsakties in Nijmegen de veel oudere student van Indische afkomst Arthur ten Berge, zijn Chinese vrouw en kinderen kennen. Nog tijdens mijn studie verloor ik hem uit het oog. Waarschijnlijk omdat hij intussen was afgestudeerd en naar Suriname vertrokken en ik voor bijna een jaar naar Colombia was geweest en daarna ben afgestudeerd.

Jaren later tijdens het militaire bewind van Bouterse krijg ik via CLAT-Nederland, waar ik toen werkte,  een brief van hem waaruit blijkt dat hij de kant van Bouterse heeft gekozen. Ik stond toen en nu nog voor demokratische en vrije vakbeweging en kon hem dus niet helpen. Ik heb hem nadien in 1987 als verkiezingswaarnemer in Suriname voor de Nederlandse regering om de overgang van de dictatuur van Bouterse naar demokratie te ondersteunen, niet ontmoet.

Hoe zat de kansengelijkheid financieel in elkaar? Kleuterschool en lagere school waren uiteraard kosteloos. De middelbare school daarentegen kostte geld. Mijn vader protesteerde regelmatig als ik weer eens om in zijn ogen dure spullen vroeg, een broodnodige passer, tekenhaak of driehoek. Maar uiteindelijk was het geen probleem en dat terwijl er na mij nog drie broers en een zus zouden volgen.

De extra kinderbijslag was de kurk waarop ons gezin dreef als het ging om studiekosten. De kinderbijslag diende in mijn geval om de maandelijkse huur in Nijmegen te betalen. Daarnaast had ik een renteloze lening van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (Groningen) en naar gelang studieresultaten een aanvullende studiebeurs. Het laatste jaar kreeg ik een maximale huwelijkslening van Groningen.

Om meer armslag te hebben, had ik geregeld bijbaantjes. Ik heb gewerkt in allerlei fabrieken in Oss (Philips, Thomassen & Drijver en een krattenfabriek), als terrasbediende en ober gewerkt in hotel Erica in Berg en Dal en als ijsco-venter wederom in Oss. Mijn studieschuld heb ik in tien jaar tijd kunnen aflossen nadat ik eenmaal werk had gevonden.

De overheid faciliteerde mijn gelijke kansen in het onderwijs. Wat de overheid niet kon en volgens mij ook niet moet doen is zich bemoeien met individuele keuzes van kinderen en ouders. Zij heeft geen invloed op de relatie kind-ouder, de inzet van ouders en kinderen, aangeboren intelligentie, kwakkelende gezondheid, aard van het beestje enz. en dat is maar goed ook want dan zouden we moeten spreken van een staatsopvoeding en dat maakt alles alleen maar erger.

 

dinsdag 13 februari 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 27

De geboorte van Venus aan het strand van Cyprus naar Sandro Botticelli.
© petrus nelissen

Voordat ik ook nog maar een begin van een antwoord heb op mijn vraag hoe het verder moet met de liefde, sturen de Goden mij ongevraagd maar niet ongewenst een nieuwe uitdaging. Zonder dat ik er ook maar iets aan kan doen, word ik als een idioot verliefd op een meisje op ons schoolplein. Ze is de nieuwe koningin van mijn hart en ik kan niet anders dan de hele pauze lang in haar buurt blijven en naar haar kijken. Verliefd zijn is vooral kijken, kijken en nog een kijken. Of is het gluren?

Trouwe lezers zullen zich afvragen hoe het kan dat er meisjes op ons schoolplein rondlopen. Ik heb immers verteld dat ik op een jongensschool zit. Dat was tot voor kort ook zo. Het Lyceum was een jongensschool met ook nog eens allemaal mannelijke docenten. Ik heb nooit een lerares gehad. Of dat goed of slecht is voor mijn karakter, weet ik niet, maar het is wel zo. Dat gebrek aan vrouwen om me heen, heeft in ieder geval geen effect op mijn liefdesleven.  Ik word er niet minder verliefd door. Misschien juist wel het tegendeel.

Hoe dan ook, van hogerhand is de beslissing genomen dat meisjes die naar het gymnasium willen, voortaan op ons Lyceum terecht kunnen in plaats van naar de naburige steden Den Bosch of Nijmegen te reizen. Blijkbaar zijn er zulke meisjes want plotseling lopen er een aantal in groepjes rond op het schoolplein. Geen HBS meisjes, dat niet. Voor hen is er nog steeds de Middelbare Meisjes School MMS, de reguliere leverancier van meisjes voor veel van mijn klasgenoten. Er zitten dus geen meisjes in mijn klas, dat is voorbehouden aan de knappe koppen op het gymnasium. 

Misschien ben ik dan niet zo een knappe kop, ik ben wel verliefd op een van die gymnasiummeisjes. En hoe! Het stormt zo hard in mijn lijf dat ik haast geen lucht meer krijg. Daarmee vergeleken is mijn eerste verliefdheid een luchtig lentebriesje geweest. Een niemendalletje van een beginneling. Nu zit ik diep in een gepassioneerde liefdesroman op afstand. Want dichterbij haar dan pakweg 2 stappen kom ik niet. Dichterbij durf ik ook niet. Ondanks mijn diepgaande studie van de liefde heb ik daar teveel schroom voor.

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 28 november 2017

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 16

Zo maar een feestje met mijn vrienden bij ons thuis
(ongeveer 1962)

Hoe ik op de Hogere Burger School terecht ben gekomen is een mirakel. Als kind uit een eenvoudig maar degelijk Brabants gezin van het platteland ben ik voorbestemd voor de Mulo en anders de ambachtsschool. Hoe gek het ook is, deze veronderstelde normale gang van zaken wordt bevestigd door een spygologische test in de zesde klas van de lagere school. In een brief aan mijn ouders lees ik geheel toevallig de uitslag dat ik mogelijk de Mulo kan halen.

Ik heb daar geen vrede mee. Van meet af aan ben ik vastbesloten om tezamen met mijn vrienden van school en verkenners naar het Titus Brandsma Lyceum te gaan, wat anderen ook mogen beweren de spygologische test incluis. Waarom zou ik niet kunnen wat mijn vrienden kunnen? Op school en bij de verkenners deelden we lief en leed. Ik heb me ook nooit de mindere gevoeld, ook niet de meerdere maar dat spreekt vanzelf. Wat weten de spygologen daar nou eigenlijk van?  

En dan gebeurt het mirakel. Zonder dat ik weet heb van enig overleg thuis of met wie dan ook, fietst mijn moeder op een avond in de lente naar het Lyceum om mij in te schrijven voor het toelatingsexamen. Dat is een mirakel, want ze had het net zo goed niet kunnen doen. Vanwaar dat besluit? Omdat mijn ouders vonden dat ik verder moest kunnen gaan dan daar waar zij gebleven waren? Mijn moeder heeft de lagere school nooit af kunnen maken. Ze moest als oudste dochter van negen kinderen haar moeder thuis helpen. Mijn vader was een self-made vakbondsman. Na de lagere school moest hij gaan werken in de industriële slachterij Zwanenberg. Onderwijl deed hij de een na de andere cursus. Hoe dan ook, de Mulo was dan toch mooi geweest?

Het wordt een nog groter mirakel als ik voor mijn toelatingsexamen een gemiddeld zeven haal. Alsof de duvel speelt met de spygologie en de hele maatschappelijke orde. Of is het slechts toeval of het lot? Niemand die het weet. In ieder geval krijg ik dankzij de gemiddeld zeven de schoolboeken voor het eerste leerjaar gratis. Dat is mooi meegenomen want breed hebben we het thuis niet.


Dit is niet de eerste keer in mijn nog korte aardse bestaan dat het lot, het toeval of de goden mij gunstig gezind zijn. Het heeft maar een haartje gescheeld of ik was dood geweest voordat ik de tweede klas van de lagere school af had kunnen maken. Had onze huisdokter W. uit de Molenstraat tijdens zijn huisbezoek niet een hersenvliesontsteking vastgesteld in plaats van een onschuldige griep en had hij toen niet meteen een taxi besteld om me naar het ziekenhuis te brengen, altijd een luxe behalve in noodgevallen, dan was ik een vroege dood gestorven. Maar mijn tijd was nog niet gekomen. Ik overleefde dank zij onze huisdokter, de ziekenhuis sjamanen en de Zusters van Liefde.

(verschijnt elke dinsdag)