Posts tonen met het label de aarde is rond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de aarde is rond. Alle posts tonen

vrijdag 11 juni 2021

115. DE AARDE IS ROND, WEER THUIS

 

Spontaan afscheidsconcert in Kenitra op de avond voor vertrek naar huis.

Een noodgedwongen rantsoen van thee en droog brood ter bestrijding van diarree heeft tot voordeel dat het goedkoop is maar het begint je na een paar dagen wel de keel uit te hangen. Ergens in de Pyreneeën aan de Franse kant, komen we langs een uitspanning met reclame voor friet en andere lekkernijen. De lucht van frietvet komt ons tegemoet gewaaid. Door het noodrantsoen zijn we er extra gevoelig voor. De prikkeling is ondraaglijk.

We besluiten spontaan dat het genoeg is geweest en bedwingen ons verlangen naar de gefrituurde aardappel niet langer. Het moet toch onderhand kunnen. Ons offer voor herstel van de darmbalans is groot genoeg geweest. Niet dus. Ons lichaam volgt zijn eigen wetten en het gaat dus weer fout. Gelukkig zijn poepdoos en wasgelegenheid op de Franse campings beter dan waar we aan gewend zijn geraakt, maar het blijft behelpen. Zo trekken we hortend en stotend verder naar het noorden. Gelukkig houdt ons autootje zich in het land van zijn geboorte koest. Geen zand in de carburateur, geen lekke band of andere ongemakken zodat we op koers blijven richting België.

Wat maar niet wil meewerken is het weer. In België komen we terecht in intense regenbuien. Het land blinkt normaal al niet uit in een overzichtelijk wegennet, de bewegwijzering is allerbelabberdst, maar met regen wordt het twee keer zo moeilijk je weg te vinden, zeker als er hier en daar ook nog omleggingen zijn. Het gordijn van regen dat ons omsluit maakt ons hulpeloos. Op zoek naar een camping verdwalen we hopeloos in de binnenlanden. Om het nog moeilijker te maken, begint het donker te worden. Moe van de ruitenwissers, het geruis van de regen op het linnen dak en het zoeken naar de weg, besluiten we op het eerste en beste fatsoenlijke grasveld dat we tegenkomen onze tenten op te slaan. Morgen zien we wel weer verder.

We worden wakker van stemgeluiden boven onze tenten. Het is nog vroeg. Alles is nog vochtig van de regen. Door de tentopening kijk ik recht in de nieuwsgierige gezichten van een groepje jongens en meisjes. Schooljeugd zo te zien. We staan op een sportveld bij een school en de scholieren willen wel eens weten wie we zijn en wat we daar doen. Niks natuurlijk, wanhoop van gisterenavond heeft ons hier gebracht maar leg dat maar eens uit. Ze vergapen zich aan ons, aan ons autootje en onze tenten. Ons besluit is kort en krachtig. Wegwezen hier, voordat er vervelende dingen gebeuren met de schoolleiding of zo. We gooien de boel nat en wel achter in de kofferbak en maken dat we weg komen. Thuis zien we wel verder.

Dit was onze laatste belevenis over de grens. We rijden aan een stuk door naar Dora’s ouders, onze eerste stop op weg naar Nijmegen. We worden lichtelijk verbaasd en ingetogen ontvangen. Tot mijn verbazing is alles nog hetzelfde. Voor mijn gevoel zijn we lang van huis geweest maar dat is bedrog. Al met al zijn we vier weken weg geweest maar het lijkt wel een jaar, zoveel indrukken heb ik opgedaan.

Ongerust zijn ze thuis niet geweest maar evenmin op hun gemak. Al die tijd hebben ze niks van ons gehoord en natuurlijk, geen bericht is goed bericht maar je weet natuurlijk nooit. Dat hun dochter op stap was met haar vrijer en nog twee studenten was tot daar aan toe maar wat kan er onderweg allemaal niet gebeuren? Bij de ANWB weten ze daar alles van. Dora’s vader is en blijft een man van weinig woorden. Hij vraagt of de auto het goed gehouden heeft? Voor een oud tweedehands autootje mogen we niet klagen. Het was al met al een leerzame reis.

(slot)

vrijdag 4 juni 2021

114. DE AARDE IS ROND, MARIE HUANA

 

Dora rust na haar zeebad  even uit op de motorkap van onze geliefde Renault Vier.

Na het koninklijke politie ontbijt wordt het inpakken en vertrekken geblazen. De weg terug gaat nu daadwerkelijk beginnen. Van Kenitra naar Ceuta is ongeveer een halve dag rijden. We hopen dezelfde dag nog over te steken zodat we ’s avonds nog vaste voet aan wal van het Europese continent zetten.

Helaas begint de ellende van de buikkrampen en de diarree weer opnieuw. Dat krijg je ervan als je in plaats van een paar dagen op water en brood te leven zodat maag en darmen zich in alle rust kunnen herstellen, je laat gaan bij de politie. Alleen Dora heeft nergens last van zodat zij rijdt terwijl wij gedrieën ons bezig kunnen houden met het voorkomen van het ergste door op tijd met een WC rol de bosjes langs de weg in te rennen.

Ik probeer tussen de stops door haar als copiloot zo goed mogelijk te begeleiden naar Ceuta. Gelukkig laat het autootje ons niet in de steek zodat we op tijd aankomen om de oversteek naar Spanje te maken.  Die verloopt vlotjes totdat op het vasteland onze auto door twee Spaanse douaniers grondig wordt onderzocht op marihuana smokkel. Er blijft geen plekje onberoerd, zelfs de bekleding aan de binnenkant van de deuren wordt los getrokken. Ze vinden natuurlijk niks. Wij smokkelen geen marihuana. 

Misschien zien we er uit als marihuana rokers maar we zijn het niet, tenminste niet op onze reis door Marokko. We mogen dan geen  ervaren reizigers zijn, nog niet, maar we zijn niet naïef. In Nederland gaan de gezagsdragers tolerant om met gebruikers van Marie Huana  - gedoogbeleid heet dat - in de rest van de wereld is dat niet het geval. Dat begint al aan de grens met België en Frankrijk heeft een ronduit repressief autoritair beleid als het om drugs gaat. 

Wie daar betrapt wordt, gaat zonder pardon de bak in. Een vriend van ons was zo stom was om met een voorraadje Marie H. naar Frankrijk te liften. Aan de grens werd hij betrapt en belandde voor een paar weken in de gevangenis. De man die hem een lift had gegeven kwam met de schrik vrij. Die zal geen tweede keer een lift geven aan een langharige alternatieveling. Mensen zijn wel goed maar niet gek.

Ondanks het oponthoud kunnen we dezelfde avond onze tenten weer onder de Spaanse hemel in de buurt van Algeciras opslaan. We doorkruisen Spanje zonder problemen. De beschermheilige van de vervoermiddelen, de heilige Christoffel is ons gunstig gezind want het autootje zoemt van tevredenheid. Ik denk dat hij zijn oude stal ruikt. Natuurlijk blijft hij blauwe wolken rook van de olie uitbraken maar dat is bijzaak behalve dat motorolie duur is.

(verschijnt elke vrijdag)
 

vrijdag 28 mei 2021

113. DE AARDE IS ROND, FEESTJE

 

De Atlantische oceaan bij Kenitra, Marokko.

De twee politie agenten tevens onze gastheren trakteren ons op verse garnalen. Het is de eerste keer dat ik garnalen eet. Ze doen ons voor hoe we ze moeten eten. Eerst de kop en de staart eraf trekken en daarna het witte vlees uit het karkas pellen. Na enige oefening zijn we geroutineerde garnalen eters geworden. Het zacht witte vlees smaakt lekker. We eten ze naturel, zonder iets erbij.

Er is meer dan genoeg. Op onze vraag waar die allemaal vandaan komen, vertellen ze dat ze een zak garnalen in beslag genomen hebben bij vissers. Het hoe en waarom van de inbeslagname wordt niet uitgelegd en wij vragen er maar niet naar. De jute zak staat in de hoek van de kamer, nog bijna helemaal vol. Wat wij ervan eten is maar een klein beetje.

Om het feestje compleet te maken, toveren ze een fles witte wijn tevoorschijn. Weliswaar een verboden drank in hun land maar een kniesoor die daar op let. Ze vinden dat je best wel eens een keer plezier mag maken. Wie zijn wij om daar moeilijk over te doen? Dus drinken we gezellig mee. Ook Dora krijgt wijn aangeboden maar niet zonder dat erbij gezegd wordt dat vrouwen wijn noch andere alcoholhoudende dranken behoren te drinken. Vrouwen die dat toch doen zijn sletten of hoeren. Ik vraag me af wat zij dan zijn? Hoerenlopers? Ik zeg mijn gedachten niet hardop, soms is het ongezellig om slim te willen zijn.

Nu we het toch over vrouwen hebben, willen ze daar nog wel wat meer over weten. Hoe zit dat met vrouwen in Nederland? Zijn wij in Nederland ook zo vrijgevochten als bijvoorbeeld in Zweden? Ze hebben gehoord dat in Zweden op het gebied van seks alles mogelijk is wat maar in je hoofd en je broek opkomt. Lustbeleving als vrijetijdsbesteding. In hun ogen is Zweden een seksparadijs voor mannen, met dag en nacht beschikbare lange blonde vrouwen.

Hoe leggen we uit dat Nederland geen Jan Cremer paradijs is van stoere mannen op een motor en gewillige vrouwen op zoek naar mannen? Het boek “Ik Jan Cremer” kennen ze niet dus daar hebben we niks aan. Dan maar benadrukken dat een vrijere seksuele moraal geen rooksignaal is om er maar op los te neuken. Oké er zijn een paar seksuele taboes in ons land gesneuveld maar dat betekent nog niet dat we een soort pornoland zijn geworden. Porno wordt trouwens nog altijd onder de toonbank verkocht dus het valt allemaal nog wel mee. Maar voorhuwelijkse seks betekent niet meteen hel en verdoemenis voor het meisje en de jongen. We zijn een nuchter land en met nuchtere oplossingen. Maar hoe leg je uit dat we een nuchter land zijn, terwijl alcohol bij ons vrij verkrijgbaar is? 

Ik leg uit dat we in Nederland nog altijd geloven in romantische liefde, monogame relaties en huwelijkse trouw.  Het morele overwicht dat de Rooms kerk en andere kerken in Nederland tezamen met confessionele partijen hebben, is aan het afbrokkelen. Zelfs bij de ouderen waar de anticonceptie-pil als een bevrijding wordt ervaren maar de Roomse kerk gebruik ervan verbood. Ik herinner mij de opluchting bij mijn ouders toen de Bossche bisschop Bekkers tot opluchting van mijn ouders in het TV Brandpunt van de katholieke radio omroep openlijk verklaarde dat het gebruik van de pil de verantwoordelijkheid van de gelovigen zelf was. Maar  ja, wie is bisschop Bekkers nou weer? Interculturele gesprekken zijn niet gemakkelijk.

Ik denk dat ze zich ook afvragen hoe dat nu eigenlijk zit tussen Dora en ons,  drie mannen waarmee ze op stap is maar dat niet openlijk durven zeggen. Het fascineert hen waarschijnlijk dat een vrouw deel uitmaakt van een in hun ogen vrijgevochten bende waarin een soort camaraderie heerst tussen drie mannen en een vrouw. Dat zou wel eens een vreemde gewaarwording kunnen zijn, gezien de plaats van de vrouw in de Marokko.  De vrouw is zeker niet de gelijke van de man en ouders zijn zeker niet zo gek om hun dochter met haar vriend en zijn vrienden op vakantie te laten gaan. dan bindt je de kat op het spek, zou mijn moeder zeggen. Vanwege de wijn en de vriendschap laten we het onderwerp varen door het luchtigjes af sluiten met cliché grappen over man en vrouw.

De voorlichtingsavond over zeden en gewoonten in Nederland is hun goed bevallen, zo goed dat ze ons uitnodigen om morgenvroeg met hen te ontbijten.  Dat doen we graag. Het komt ons goed uit dat we op dag van ons vertrek niet zelf voor ons ontbijt hoeven te zorgen. Normaal moet daarvoor iemand even inkopen gaan doen in de stad maar dat hoeft nu niet. Een gratis ontbijt is ook nooit weg en zeker niet zo een als waar ze ons op onthalen. We worden verrast door een koninklijk politieontbijt met koffie, brood, boter, honing en een grote schaal vol witte zoete druiven. Een paradijselijk ontbijt om ons verblijf in Marokko land af te sluiten.

(verschijnt elke vrijdag)
 

vrijdag 21 mei 2021

112. DE AARDE IS ROND, CIRCUSTENT

Bernard verdiept zich in het leven van de kever op de camping. Op de achtergrond kijkt iemand vanuit de circustent toe.

 

Ondanks deze onverwachte handicap komen we dankzij Dora veilig en met schoon ondergoed aan op een ruime maar kale camping aan zee. Midden op het schrale gras staat een soort circustent. We zien  kinderen en vrouwen gekleed in lange gewaden met ruime mouwen en hoofddoeken op de tent in en uitlopen. Een Marokkaanse gezin op strandvakantie, een zeldzaamheid want Marokkanen kamperen niet zo hebben we onderweg gemerkt. De tentbewoners hebben geen belangstelling voor ons, integendeel ze houden zich afzijdig en wij van de weeromstuit van hen.

Eenmaal op het strand zien we in de verte een jonge vrouw zo goed als gekleed met blote voeten en nog net een stukje zichtbaar  onderbeen zedig de zee inlopen. Het doet me denken aan foto’s van vroeger waarop een vrouw staat die net zo voorzichtig het zeewater  instapt maar dan wel in badpak met meer zichtbaar bloot. Ze loopt de zee in vanaf een trapje van een strandhutje op wielen dat een klein eindje in het water staat. Zeelucht en zeewater zouden gezond zijn voor geest en lichaam maar het moest niet te gek worden. Zedigheid was belangrijker en bruin worden was nog geen schoonheidsideaal. 

Het gedrag van de badgasten uit de circustent staat in schril contrast met ons doen en laten. Wij leven en eten buiten. De tenten zijn niet meer dan schuilplaatsen voor de nacht en dan nog. We voelen de zon en de wind op ons lijf. We zwemmen tot we moe zijn en luieren in het warme zand.We lopen de hele dag in zwembroek, Dora in tweedelig badpak.

Des avonds als het afkoelt kleden we ons in spijkerbroek en t-shirt. Niet dat ze er ook maar iets van laten merken, denk ik toch dat wij voor onze campingburen een vrijgevochten bende zijn. Dat zagen we onderweg al bij benzinepompen bijvoorbeeld. De vragende blikken  als we gevieren uit de auto stapten, drie mannen en een vrouw. En wat voor mannen. Twee van hen zijn als reuzen, zo groot zijn ze vergeleken met de kleine Marokkanen.

Eenmaal op het strand worden we aangesproken door twee jongemannen in zwembroek. Ze zien er goed uit met hun gebruinde torso, hun donkere ogen en pikzwarte haren. In tegenstelling tot onze medebewoners op de camping spreken ze ons vrijelijk aan. Ze zijn nieuwsgierig naar het wie, wat, waar en waarom van ons verblijf in hun land. Dat leggen we graag uit. Al pratend blijkt dat de twee politie agenten zijn die een post aan het strand bemannen. De politiepost is tevens hun woning zodat werk en wonen bij hen samengaat. We worden pardoes uitgenodigd om vanavond bij hen langs te komen om meer te vertellen over onze avonturen, wat we graag doen. Hun huis staat even verderop tussen de duinen. 

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 14 mei 2021

DE AARDE IS ROND, JOHNNY HOES

Ergens aan de kust onderweg naar Kenitra bezoeken we een fort.

 

De wandelstop in Rabat valt tegen. Het is een stad zonder de betovering van Marrakech en Meknès. Na een uurtje hebben we het gezien en vervolgen onze weg in noordelijke richting, langs de kust, de weg naar Kenitra. Daar willen we alvorens huiswaarts te gaan, twee dagen aan de kust kamperen. Hoewel we geen echte strandliggers zijn, willen we wel graag zwemmen in de Grote Oceaan.

We stoppen onderweg bij wat een koffie of theehuis kan zijn maar meer weg heeft van een naoorlogs bruin café tevens snackbar. In de kale ruimte op de kale tegelvloer staan enkele houten tafels en stoelen. Er worden geen alcoholhoudende dranken geschonken dus drinken we coca cola, na muntthee misschien wel de tweede nationale drank van Marokko. Tot onze verbazing staat verder naar achter een jukebox. Dat verwacht je dan weer niet in een drinkgelegenheid ergens langs een provinciale kustweg. Is dit een teken van verwestersing of slechts een kwestie van toeval? Ik ben benieuwd wat voor soort muziek er in zit.

Op het keuzebord zie ik muzikaal gesproken mijn tienertijd terug: Cliff Richard, Elvis Presley, Paul Anka en andere top tien zangers. Maar het allergekste zijn de namen van bekende zangers van het Nederlandse levenslied, de koning en koningin van de smartlappen, de Zuid Nederlandse versie van de blues uit de Missisippi Delta: Johnny Hoes en de Zangeres Zonder Naam. Dat is zo totaal onverwacht dat ik mijn ogen haast niet kan geloven.

Om er zeker van te zijn dat we hier te maken hebben met de echte Johnny Hoes, druk ik de toetsen in die horen bij het super melancholische levens en liefdeslied “Och was ik maar bij moeder thuis gebleven”.  Hoe is hij in 's hemelsnaam hier samen met de Zangeres zonder Naam verzeild geraakt? Heeft een voormalige gastarbeider met heimwee zijn spaargeld gestoken in deze Marokkaanse versie van het Brabantse bruine café? We zullen het nooit weten. 

 

Och was ik maar bij moeder thuisgebleven
Och was ik maar met jou niet meegegaan
Och had ik naar jouw ogen niet gekeken
Dan had m'n hart nu niet zo'n pijn gedaan
Ik kan niet slapen en niet eten want ik kan je niet vergeten
Met je rode mond
Je blauwe ogen
Je haar zo blond
Och was ik maar bij moeder thuisgebleven
Och was ik maar met jou niet meegegaan

Toen ik van verlof kwam trof ik in de trein
'T Allerliefste meisje
Die mooie Madeleine
'K Heb m'n hart verloren
Zij gaf mij haar woord
Maar gist'renavond stond ze met een ander aan de poort

Och was ik maar bij moeder thuisgebleven
Och was ik maar met jou niet meegegaan
Och had ik naar jouw ogen niet gekeken
Dan had m'n hart nu niet zo'n pijn gedaan
Ik kan niet slapen en niet eten want ik kan je niet vergeten
Met je rode mond
Je blauwe ogen
Je haar zo blond
Och was ik maar bij moeder thuisgebleven
Och was ik maar met jou niet meegegaan

Och was ik maar bij moeder thuisgebleven
Och was ik maar met jou niet meegegaan


Zonder enig spoor van heimwee of liefdesverdriet laten we deze droevig stemmende muzikale anomalie in de Marokkaanse binnenlanden achter ons en rijden vol goede moed alweer verder tot ons oog valt op een robuust, oud en vervallen fort. Je kunt het zonder toegangsbewijs en gids in alle vrijheid bezoeken. Dat nodigt uit tot een bezichtiging. We klimmen naar boven waar bovenop de meters dikke muren nog kanonnen staan die richting zee wijzen. Daar in de verte moeten ooit Nederlandse schepen gevaren hebben die misschien ook wel aan deze kust op zoek waren naar handel. De vrijgevochten Nederlandse Republiek was toen immers een natie van zeestropers met een vlag die elke lading dekte. 

We staan niet al te lang stil bij het fort. We willen voor de avond aankomen op onze kampeerplaats in Kenitra. Maar dan krijgen Bernard en Henkius alle symptomen van de zo gevreesde reizigersziekte in den vreemde. Ze hebben ernstige buikkrampen zodat het dun door hun broek dreigt te gaan lopen tenzij we onmiddellijk stoppen zodat ze met de WC rol in de aanslag tussen de rotsen langs de weg gehaast een plek kunnen zoeken om het ergste te voorkomen. Aldus verandert onze tot dan rustige sightseeing trip in een onrustige stop&go rit met Dora permanent aan het stuur, want die heeft nergens last van. Dora is op het hoogtepunt van de nood een betrouwbare bestuurder, een les die ik niet zal vergeten.

(verschijnt elke vrijdag)
 

vrijdag 7 mei 2021

110. DE AARDE IS ROND, DJEEMA EL FNA

Slangenbezweerder op het grote plein Djeema el Fna in het oude centrum van Marrakech.

 

De echte verrassing van Marrakech is het grote marktplein Djemaa el Fna midden in de oude stad. Als we het plein oplopen is het net of we een Oosters sprookje binnenstappen. Meteen vooraan zit een slangenbezweerder zoals ik die van plaatjes ken. Hij zit met gekruiste benen op de grond en fluit zachte tonen die de slang blijkbaar in een soort trance houden. De slang beweegt met zijn kop naar voren zachtjes op en neer. De fluitist wordt ritmisch begeleidt door een man met een eenvoudige cirkelvorming handtrommel bespannen met een dun vel. Ik moet denken aan de rommelpot van mijn jeugd waar we een varkensblaas spanden over de pot waarmee we op vastenavond langs de deuren gingen.

De bezweerder en de trommelaar zitten op veilige afstand van de slang. Naast de slang staat een slangenkistje met reserveslangen.  Het is een complete circusact maar met minder publiek dan je zou verwachten. Als ik me zo een act voorstel op een marktplein ergens in Nederland dan zie ik daar heel wat meer nieuwsgierigen omheen staan dan hier. Maar misschien zijn slangenbezweerders hier wel de gewoonste zaak van de wereld. 

Het is me natuurlijk al eerder opgevallen maar de kleding wijkt sterk af van de Europese kledinggewoonten. Hier op dit grote plein valt het nog meer op.  De mannen lopen in lange gewaden, vaak bruin-wit gestreept, met ruime mouwen en een witte hoofdbedekking. Meer dan in Meknès zie ik hier vrouwen met hun gezicht verborgen achter een sjaal. Sommige vrouwen zijn gekleed zoals zigeunervrouwen met hun kleurige, ruim vallende rokken. Er zijn ook toeristen. Die pik je er zo uit. Later blijken het dagjesmensen te zijn, een gezelschap Amerikaanse cruise gangers die met de bus vanuit de haven van Casablanca een dagtrip naar Marrakech maakt. 

We horen en zien muziekgroepen met trommelaars en fluiters. Het is andere muziek dan ik op de Marokkaanse radio heb gehoord, ritmischer en eenvoudiger, misschien is primitiever het woord. Muziek waarvan ik me voorstel dat die in een dorp rond een kampvuur wordt gemaakt terwijl er rond het vuur wordt gedanst. Misschien is het muziek uit de binnenlanden van Marokko? Sommige groepen hebben jongens bij zich die acrobatisch dansen op de muziek.  Ze zijn allemaal in het wit gekleed. De trommelaars slaan met kromme stokken op het vel van de trom. De dansers zijn eigenlijk nog maar kinderen. Tijdens de voorstelling wordt er met een muts rondgegaan.

Het plein doet me denken aan een grote circuspiste waarin aan het einde van de voorstelling alle circusartiesten en dieren een laatste ronde maken. Je komt ogen en oren te kort om het allemaal te volgen. Nog betovender wordt het bij het vallen van de avond. Bij de schaarse verlichting worden de mensen donkere schaduwen. Van alle kanten klinkt muziek omlijst door geroezemoes en geuren van onbekende kruiden. Bij tientallen stalletjes wordt op kleine vuren eten klaar gemaakt en te koop aangeboden. De rook van de petroleumstelletjes maakt de wereld nog schimmiger dan ze al is. De zinnen raken begoocheld.

We besluiten het er op te wagen en bij een van de stalletjes een portie couscous met lamsvlees te eten. Het smaakt ons prima en het is zo goedkoop dat we hier elke dag zouden kunnen gaan eten. Maar dat zal niet gaan. We moeten verder. De terugweg is nog lang. Het plan is om via Rabat langs de kust naar het noorden te reizen om een stop de maken in de kustplaats Kenitra om van zon, zee en strand te genieten.

(verschijnt elke vrijdag)
 

vrijdag 30 april 2021

109. DE AARDE IS ROND, LOVEN EN BIEDEN

 

Henkius en Bernard nemen afscheid van onze jonge, sympathieke gids Ahmed.

Onze eerste uitstap in Marrakech is het oude centrum of Medina, een must voor elke bezoeker aan deze stad. De binnenstad met zijn nauwe kronkelige straatjes is zo groot en onoverzichtelijk dat om niet te verdwalen je maar beter een gids kunt huren. Gidsen genoeg vanaf het moment dat we uitstappen. Heel wat mannekes van een jaar of tien vliegen op ons af. We pikken er eentje uit. Ahmed heet hij. Zelfverzekerd loopt hij voor ons uit.

Zo kunnen we rustig rondslenteren en de boel verkennen. Deze keer zijn we van plan souvenirs te kopen voor onszelf en enkele achterblijvers. Dankzij bezoeken aan de kasba van Meknès zijn we min of meer bekend met de koopwaar. Van prijzen weten we daarentegen nog steeds niks. Net als in Meknès zijn ook hier geen prijskaartjes te zien. De prijs is een kwestie van ervaring en voor de rest een kwestie van loven en bieden. Tijdrovend maar als er iets genoeg is in Marokko is het wel tijd, meer dan geld in elk geval.

En net als in Meknès hoef je maar een stap richting winkeltje te zetten en de verkoper schiet uit zijn waakstand naar de verkoopstand en begint van alles en nog wat aan te bevelen. Als ik het waag een ouderwets model musket vast te pakken, is de goeie man niet meer van me af te slaan. Omdat ik stilzwijgend het imitatie antiek bekijk, sleept hij er andere nog mooiere namaak musketten bij. Tegen zoveel opdringerigheid moet je wel gewapend zijn. Ik begrijp het wel. Voor hem ben ik een wandelende portemonnee.

Ik blijf kalm, hij geeft niet op. Als ik ondanks zijn verwoede pogingen mij wat te verkopen alsnog zijn winkel uitloop,  roept hij mij na met de geweren nog in zijn hand. Dora heeft al die tijd min of meer geamuseerd toegekeken. Of ik niet wil ruilen, roept hij. Nieuwsgierig wat hij daarmee bedoelt, loop ik een stukje terug. Met een grote grijns op zijn gezicht biedt hij mij een paard en drie geweren voor Dora aan. Ik grijns terug. Onzin natuurlijk, maar ik voel me gevleid en Dora ook als ik het haar vertel. Maar zijn vleierij verandert niks aan de zaak. Ik koop geen geweer bij hem.

Wat we wel willen kopen is een handgeknoopt tapijt in mooie, donkere aardkleuren met toetsen van rood en oker.  Ze zijn er in alle formaten die geschikt zijn om op te hangen. Na veel gezoek vinden we een tapijt van het goede formaat en de juiste kleuren voor de kamer van Dora. Dan begint mijn vuurdoop in Marokkaans zaken doen.

Ik begin met niet meteen toe te happen. Je moet niet al te gretig overkomen als koper, zoveel snap ik wel. De verkoper prijst ondertussen het tapijt in alle toonaarden aan, hij neemt het zelfs mee naar buiten zodat we de kleuren goed kunnen zien bij daglicht. Hij spreidt het uit op een pleintje naast zijn winkelkast. We keuren het goed en dat is het moment om naar de prijs te vragen. Meteen na het noemen van zijn prijs kijk ik hem meewarig aan. Hij vraagt teveel, zoveel geld hebben we niet voor een tapijt.

Dat ziet hij anders. Dat zegt hij niet maar ik zie het hem denken. Aangezien ik voet bij stuk hou, gaat de prijs een klein beetje omlaag. Ondertussen staat er een kringetje publiek om ons. Het is geen alledaags gezicht in de kasba dat een blonde blanke jongeman stevig onderhandelt met een plaatselijke verkoper. Of we willen of niet, we zijn beiden een toneelstukje geworden, voor het publiek en voor elkaar zodat er niks anders opzit dan het ook op te voeren. Op mijn weigering in te gaan op zijn bod begint hij een klaagzang over zijn armoedige bestaan. Hij bezweert me dat het onderhouden van vrouw en kinderen een dure zaak is. Hij heeft dringend geld nodig.

Daar twijfel ik niet aan maar ik heb echt niet veel geld te besteden hoe ongeloofwaardig hij dat ook vindt. Ik ben student en leef van een toelage plus de kinderbijslag van mijn vader.  Ik mag dan een grote reis maken, ik moet wel zuinig aandoen. Maar ik wil hem tegemoet komen met een bod van mijn kant. Dat gaat hem niet ver genoeg. Integendeel, hij wordt er droevig van en herhaalt de nood van vrouw en kinderen. Hij kan het tapijt echt niet voor zo een lage prijs van de hand doen. IK blijf bij mijn bod. Na enige tijd mijn reactie te hebben afgewacht, we hebben tijd zat, doet hij om de zaak weer vlot te trekken wat af van de prijs. Meer kan echt niet. Dat zou diefstal zijn van zijn eigen portemonnee en hij heeft het al zo moeilijk.

Ik ben nu zover in mijn psychologische oorlogsvoering met de verkoper dat ik mij verontschuldig dat ik niet meer kan betalen. Ik zou hem en zijn gezin graag helpen maar ik heb er helaas het geld niet voor. Hij doet weer wat van de prijs af met de verzekering dat dit nu toch echt zijn laatste aanbod is. Nu is het tijd dat ik mijn goede wil laat zien en verhoog mijn bod, genoeg om het een kans te geven. Hij stribbelt nog tegen maar beseft dat er niet veel meer in zal zitten en geeft zich gewonnen. Het toneelstukje loopt op zijn einde. Hij rolt het tapijt op en geeft het me mee voor de door mij geboden prijs. Ziedaar mijn eerste avontuur in loven en bieden op een markt in Marrakech.

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 23 april 2021

108. DE AARDE IS ROND, IN BAD

 

De wasplaats als bad. Marrakech

De weg naar Marrakech is nog lang. Na verloop van tijd lijkt het alsof we dwars door een zandwoestijn rijden. Links en rechts van de weg zand, zand en nog eens zand. Hier en daar staat een zandkleurig huis alsof iemand het lukraak heeft neergezet. Af en toe zie je tussen de huizen mensen als schaduwen lopen in het zand. Het is te ver van de weg om te zien wat ze aan het doen zijn. 

Links van ons zien we in de verte, in de richting van het Atlasgebergte, de lucht betrekken. Hij komt steeds dichterbij terwijl het donkerder wordt. Lucht en zand smelten samen zodat alle nuances in het landschap worden opgeslokt. Wat voor een verschijnsel het is weten we niet maar het lijkt het beste dat we proberen de dreiging voor te blijven door zo hard mogelijk te rijden. Bernardo meent daarentegen dat ondanks de onheilspellende lucht we ergens moeten stoppen om brood te kopen.We hebben sinds vanmorgen niks meer gegeten.

In het eerstvolgende dorpje op een kleine markt kopen we vlug een groot plat brood. We eten het al rijdend op. We raken zonder verdere problemen op de camping bij Marrakech. Zuidelijker dan dit gaan we niet. Hier begint de weg terug.

Nee, Marokko is geen kampeerland. Er is op de camping geen tent te bekennen. Wij zijn de enigen die onze tenten opzetten op een schraal, droog grasveld met dat dan weer wel schaduw van grote bomen. Er is een bewaker waar we kampeergeld aan betalen voor de minimale voorzieningen. Het meest opvallend op de hele camping is een groot formaat gootsteen voor de was in de schaduw van de bomen.

Het heeft de maat van een badkuip wat me op het idee brengt om het ook als zodanig te gebruiken. Er is immers toch niemand op de camping die zich er aan zou kunnen storen. Het is een prachtige beschaduwde plek onder de bomen. Ik zet mijn draagbare Philips transistorradio naast het bad. Die heb ik geleend van mijn schoonmoeder om 's avonds tussen zes en zeven uur af te stemmen op Radio Nederland Wereldomroep. Na het nieuws van zes uur volgen ANWB noodoproepen en je weet maar nooit of er niet een bij is voor ons. Het is de enige manier om iets te weten te komen over het thuisfront als er wat mis gaat. Ons motto is "geen bericht is goed bericht."

Het is voor het eerst van mijn leven dat ik in een openlucht bad op een camping zit met muziek naast mij, Marokkaanse muziek nog wel. Het is luxueus om zo te kunnen baden. Het is ook voor het eerst dat ik naar Marokkaanse muziek luister en die bevalt me beter dan ik had vermoed. Je zou het Marokkaanse blues kunnen noemen. Het is volkse muziek met een flinke scheut melancholie, weemoedig romantisch met ritmische ondersteuning van trommels. Ik neem me voor om terug in Nijmegen meer naar Marokkaanse muziek te gaan luisteren.

(verschijnt elke vrijdag)
 

vrijdag 16 april 2021

107. DE AARDE IS ROND, LEKKE BAND

 

Dank zij de hulp van twee plattelanders krijgen we het wiel met de lekke band los.

Om der wille van de reistijd en de magere huishoudkas besluiten we de stad Fez uit ons reisprogramma te schrappen en meteen door te rijden naar het zuidelijker gelegen Marrakech, het uiteindelijke doel van onze reis. Als om het afscheid van Meknès een feestelijk tintje te geven, trakteren we onszelf op een bescheiden warme maaltijd in een van de goedkope restaurants die we aan een plein in het centrum van de stad hebben gezien. Na een broodrantsoen van enkele dagen hebben we er zin.

Het restaurant is leeg maar een kniesoor die daar op let. Misschien is het nog geen etenstijd voor de Marokkanen. Eenmaal aan tafel en het eten besteld te hebben bij een morsige kelner, zien we pas dat het tafelkleed niet schoon is. Het zit vol vlekken net als de servetten. Ooit in een ver verleden zullen ze wel stralend wit geweest zijn maar daar zie je nu niks meer van. Voor de hygiëne vegen we ons bestek schoon aan het servet. Je moet toch wat.

Wanneer de soep wordt opgediend, zien we tot onze schrik mieren over de tafel kruipen. Ze rukken in file op naar onze kippensoep. We hebben moeite om de kleine zwarte diertjes weg te houden van onze borden. Het is een gevecht om soep zonder mieren en het wordt er niet beter op wanneer de rijst met kip wordt opgediend. We eten onze bord in tiempo prestissimo leeg. Zo wordt ons eerste Marokkaanse diner een behoorlijke tegenvaller, zeker na dagen brood met vis uit blik gegeten te hebben.

We volgen de door de ANWB uitgestippelde route over de provinciale weg door dorpen en stadjes naar het zuiden. Het landschap wordt leger en leger. Soms zie je iemand naast de weg lopen, dan een eenzame fietser pal op de weg. Waar komen zij vandaan en waar gaan zij heen? Het leven op het platteland is een raadsel. Waar leven ze van, wat doen ze voor de kost, zijn het kleine boeren die leven van olijven, dadels of wat dan ook?  Hier en daar zie je een ezel of een koe lopen, maar dat is geen veeteelt. Het is gedeelde armoede tussen mens en dier.

Ergens onderweg tussen de olijfbomen krijgen we een lekke band. Duizenden kilometers rijden zonder lekke band is statistisch onmogelijk maar het blijft onverwacht. Daar staan we dan op het asfalt in de hitte met de zon boven ons, een ANWB hulpdienst op duizenden kilometers afstand en geen telefoon om te bellen voor om het even welke hulp. We hebben wel het benodigde gereedschap voor het wisselen van een band, een krik en een kruissleutel, maar een reserveband hebben we dan weer niet. Op goed geluk gaan we aan de slag, vol vertrouwen in de Voorzienigheid.

Onervaren als we zijn, het is per slot van rekening onze eerste auto, is het een God’s wonder dat het lukt om de krik onder de auto te krijgen. Na lang zoeken hebben we onderaan het chassis een speciale opening ontdekt om de krik aan te hangen. Maar eerst moeten we de wielmoeren los draaien en dat lukt niet. Ook niet met z’n tweeën. Ze zitten vastgeroest. Maar dan grijpt de Voorzienigheid inderdaad in. Twee mannen op een brommer stoppen en bieden hulp aan.  En wat ons niet lukt, krijgen zij voor elkaar.

Eenmaal de band eraf, bieden ze aan om mij samen met de lekke band achterop de brommer naar een stadje verderop te rijden. En zo geschiedt het dat ik die ochtend in een werkplaats beland in een godvergeten stadje ergens langs de lange asfaltweg tussen Meknès en Marrakech. De werkplaats doet me denken aan een fietsenmaker uit mijn jeugd met de bijnaam Pietje den Del. Bij hem slingerde ook van alles in en buiten de werkplaats rond. Als je een boutje, moertje, draadje of ventieltje nodig had voor je oude tweedehandse fietsje mocht je het zelf ergens uit een bakje vissen, soms voor niks, soms voor een dubbeltje.

Er lopen een paar mannen rond in echte garagekledij. Lang hoeven we dan ook niet te wachten. De reparatie van de band is een fluitje van een cent en dat voor een naar Nederlandse maatstaven bijzonder zacht prijsje. Terug bij de auto stap ik licht triomfantelijk van de brommer. Dankzij de beide mannen is het zo gepiept. Ze willen niet weten van dank of geld. Zo komt alles toch weer goed. Vol goede moed hervatten we onze zoektocht naar de zin van ons bestaan.

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 26 maart 2021

104.DE AARDE IS ROND, KIJKEN KIJKEN NIKS KOPEN

 

In zijn winkelkast, tevens werkplaats snijdt de jongen met een voetbeitel onderdelen voor een traditionele Marokkaanse gitaar.

In de winkelkasten zijn hier en daar ambachtslieden aan het werk. Zij maken hun eigen koopwaar. De een snijdt hout, de ander slaat met een beiteltje figuren in een zilverkleurige schaal wat bij nadere beschouwing een blad voor een theetafeltje is. Een jongen draait met een scherpe voetbeitel razend snel houten halzen voor traditionele Marokkaanse gitaren. Af en toe komt hij met zijn tenen zo gevaarlijk dicht bij het scherpe mes dat ik bang ben dat dadelijk een teen bloedend in de houtkrullen valt. De aandrijving van de draaibank is een boog waarvan het touw om de as is gedraaid. Het tempo bepaalt hij door de boog snel of langzaam op en neer te bewegen, eenvoudig en ingenieus. Je moet er maar opkomen. Als ik een foto van hem maak, zie ik aan zijn gezicht dat hij trots is. 

Ondertussen proberen de mannen van de winkelkasten wat aan me te verkopen. De ceremonie begint met een uitnodigend gebaar om de uitgestalde waren te bekijken. Als ik een stapje in zijn richting zet om dit of dat eens goed te bekijken, laat hij niet meer los. Op het moment dat ik weg wil gaan, haalt hij sneller dan ik kan lopen iets tevoorschijn en houdt het onder mijn neus. “Misschien zoekt U dit”, vraagt hij in het Frans. Als dat niet werkt, begint de ceremonie van de prijs, niet zomaar een prijs maar een speciale prijs. Een zacht prijsje enkel voor mij alleen, omdat ik vandaag zijn eerste klant ben, de laatste of mooie ogen heb of wat dan ook.

Als dat niet werkt, daagt hij me uit een bod te doen. Wat ga ik doen? Eenmaal een bod gedaan, ben ik verkocht, zo besef ik intussen. De ervaren verkoper heeft meer inzicht in de psychologie van de handel dan ik die nog nooit van zijn leven onderhandeld heeft over de aankoop van iets. Bovendien wat voor prijs zou ik moeten noemen? Ik heb geen enkel aanknopingspunt. Tien procent minder of nog lager? Nergens in de kashba staan prijzen aangegeven dus ga er maar aan staan.

Ik zit bovendien te krap bij kas om nu al te beslissen over een aankoop behalve dan een Marokkaanse mutsje in de kleuren van Mondriaan, rood, blauw, geel en zwart. Ik hou van petjes en mutsjes op vakantie. Het Marokkaanse petje past bij mijn status van avontuurlijk reiziger. Aan de prijs kan ik me geen buil vallen. Onze weigering om verder iets te kopen valt niet goed bij de handelaren maar ze blijven beleefd lachen en praten totdat ik ineens hoor roepen “kijken, kijken niks kopen". Ik sta versteld zo pardoes in mijn landstaal te worden aangesproken.

Hoe komt hij aan die zin? Hoe weet hij dat we Nederlanders zijn? Hebben ze zoveel taalervaring dat hij dat kan opmaken uit ons onderling gebabbel? Komen er zoveel toeristen naar de kashba waaronder dus ook Nederlanders? Wij hebben er nog geen gezien. Komt onze landstaal de kashba binnen door gewezen gastarbeiders? Een geschikt onderwerp voor een diepgaand antropologisch of sociologisch onderzoek naar kennis en gebruik van de Nederlandse taal in de kashba van Meknés, dient zich aan. 

Wat ook nog kan, is dat ze ons Nederlanders herkennen aan ons gedrag dat inderdaad bestaat uit “kijken, kijken, niks kopen. Dat schijnt onze volksaard te zijn, een erfenis uit het verleden toen Nederlandse kooplieden over de wereldzeeën voeren op zoek naar goede en goedkope handelswaar om er vervolgens scheepsladingen van mee naar huis te nemen. Maar wij zijn geen handelaren, dat zien zij toch ook wel? We zien er in ieder geval zo net uit.

Maar dat kan gezichtsbedrog zijn want we komen in Marokkaanse ogen wel degelijk uit een rijk land, vele malen rijker dan Marokko. Vandaar toch ook al die gastarbeiders die naar ons land komen? Hoe zouden we trouwens zo een lange reis kunnen maken als we geen geld zouden hebben? Wij mogen zelf vinden dat we niet rijk zijn, zij vinden van wel en dus moeten we maar eens wat kopen.

Op een terrasje waar we na de vermoeienissen van het kijken en niks kopen pauzeren met verse muntthee, worden we schuchter aangesproken door een Westers geklede jonge Marokkaan. Zijn nieuwsgierigheid is sterker dan zijn verlegenheid. Wij stellen hem gerust waarna hij aangemoedigd door onze openheid van alles en nog wat begint te vragen. Wij op onze beurt stellen hem ook vragen. Zo komt een wederzijds onderzoek naar elkaars antecedenten tot stand. Blijkbaar bevalt het gesprek hem want hij nodigt ons uit om een bezoek aan hem thuis te brengen. Dat slaan we natuurlijk niet af.

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 19 maart 2021

103. DE AARDE IS ROND, DE OVERSTEEK

Mijn drie medereizigers op het dek van de veerboot naar Marokko. Links Dora, midden Bernard en rechts Henkius.

 

Het lijkt spannend zo een oversteek maar alles gaat als vanzelf. Ons toch wel opvallende autootje met een al even opvallende bemanning gaat zonder problemen op de boot. In een ligstoel op het dek genieten we van de zon en de zee. We hebben geen idee hoeveel geld we in Marokko nodig zullen hebben aan benzine, voor campings, eten en drinken. Voor de zekerheid wisselen we daarom elk honderd Nederlandse gulden om in Marokkaanse Dirhams. Het grootste deel daarvan gaat meteen in de huishoudkas.

Omdat we geen warm eten meer kunnen klaar maken op ons handige tweepits gastoestel voor kampeerders gaan we zuinig eten zodat we misschien zo af en toe warm kunnen eten in een plaatselijk restaurant. Voorlopig eten we platte broden die we op de markt kopen en sardientjes uit blik of zo. Voor de rest wordt het water uit de fles , kraanwater is niet betrouwbaar, frisdrank, thee of koffie op een terras.

We installeren ons op een sobere camping, een grasveld met bomen voor de schaduw, een toilet en een toezichthouder waaraan je het kampeergeld betaalt. Duur is het niet en druk ook niet. Zo te zien is er nog geen kampeertoerisme in Marokko. Ons eerste bezoek is aan  de kashba. Die moet je gezien hebben. Daar speelt het dagelijkse Marokkaanse leven zich af. En inderdaad, het krioelt er van de mensen, gekleed in lange kleurige gewaden, in smalle straatjes met tientallen winkeltjes die niet groter zijn dan een groot uitgevallen kast; Ze zijn tot barstens toe vol gestouwd met koopwaar. Aan het plafond hangen spullen, aan de muren hangen spullen, op de straat staan spullen zodat je onder het lopen moet uitkijken niet over koopwaar te struikelen. Het is een uitstalling van koopwaar die je in niks kunt vergelijken met onze keurig geordende en  overzichtelijke winkels in Nijmegen of die op den Heuvel en het Walplein in mijn geboortestad Oss.

Het zal wel aan mijn romantische aard liggen maar er hangt een sfeer die doet denken aan de verhalen over de wonderlamp van Aladin,  Ali Baba en de veertig rovers en de avonturen van Karl May’s held Kara Ben Nemski in Noord Afrika en het Midden Oosten. Na verloop van tijd ontdekken we dat elk ambacht zijn eigen straatje heeft. Er zijn straatjes met enkel winkeltjes van zilversmeden, een eindje verderop zijn het allemaal houtsnijders, elders is er een heel straatje met alleen glas, tapijten of stoffen.

Het is een kleuren en geuren feest. In sommige straatjes hangen boven je hoofd lange strengen wol in warme zachte aardkleuren die afsteken tegen de strak blauwe lucht. We zijn dan in de buurt van de tapijt en wolwevers. De geur van kruiden en thee met verse munt in een typisch Marokkaans theepotje versterkt de sensatie dat we in een andere, vooralsnog onbekende wereld terecht zijn gekomen.

(verschijnt elke vrijdag)


vrijdag 12 maart 2021

102. DE AARDE IS ROND, ALGECIRAS

 

Op de camping in Algeciras opnieuw een kleine tegenslag. Het kampeergas is op. Onderweg zelf warm eten koken is er niet meer bij. (links Dora bij het handige kampeer gastoestelletje en rechts Henkius in de volle Andalusische avondzon)

We slingeren behoedzaam door de bergen naar beneden richting de Middellandse zee. Eenmaal daar aangekomen zien we dat de zee er net zo blauw bij ligt als in het weemoedige liedje Méditerranée van Toon Hermans. We hebben het gehaald en dat belooft meer. Morgen de oversteek vanuit Algeciras en we zijn op onze bestemming.
 
Maar nu eerst voor de eerste keer van mijn leven de Middellandse Zee in. Niet dat ik er op heb gewacht maar het is toch weer een klein stapje in mijn ontdekking van de wereld. Dora is als eerste in zee, nog voordat ik mijn zwembroek gevonden heb. Zwemmen is haar lust en leven net als dansen. Maar de Middellandse zee is niet zo onschuldig als hij bezongen wordt door Toon. De golven zijn hoger dan we vanuit de bergen vermoedden. Eenmaal voorbij de branding voel ik een stroming die me naar open zee trekt. Nog net niet in paniek, zwem ik terug. Ik ben opgelucht als ik weer zeezand onder mijn blote voeten voel. 

Na ons gedroogd te hebben in de zon trekken we verder. We rijden over de deftige boulevard van Malaga langs de kust naar Algeciras waar we kamperen. Op de camping is het drukker dan we gewend zijn. Algeciras is een afvoerputje, iedereen die naar Noord Afrika wil oversteken gaat daarheen. We zagen het onderweg al aan de vele volgepakte busjes met gastarbeiders en hun gezinnen, de jaarlijkse Grote Gastarbeiders Vakantietrek naar het moederland.
 
De busjes zien er uit alsof ze het elk moment onder hun last bezwijken, ze door hun vering zakken of met lading en al omkieperen. Met de grootste moeite kruipen ze tegen de hellingen van de Spaanse heuvels op. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat het vluchtelingen zijn of dat er een evacuatie aan de gang is vanwege een of ander onheil. Op het dak van de busjes zie je de gekste dingen liggen, emmers, ladders, tafels en stoelen, van alles en nog wat mensen in hun leven meeslepen tot aan hun graf.

Zover zijn we naar we hopen nog lang niet. Ons autootje steekt niet alleen bescheiden af bij die zwaar beladen busjes, het is ook een lichtzinnig autootje met zijn versiering. Het wekt de indruk dat het leven voor de reizigers vooral een pretje is, wat ook zo is en wat je van het leven van gastarbeiders niet kunt zeggen. Het is ongelijk verdeeld in het leven en toch staan we samen op dezelfde camping. Zonder het te beseffen hebben het lot en de goden ons samen gebracht.

Morgen gaan we ook samen de oversteek maken naar de Spaanse enclave Ceuta aan de overkant. Vanavond bereiden we een warme maaltijd op ons handig inklapbare tweepits gastoestel tenminste dat was het plan totdat het gas onder het pannetje water voor de soep uit een pakje begon te sputteren. Even later was het vuur uit en stond ons handige gastoestelletje en werkloos en hulpeloos bij. Geen gas, geen soep zo eenvoudig kan het leven zijn.

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 5 maart 2021

101. DE AARDE IS ROND, GRANADA

 

Dora drinkt

Zo rijden we in mineur maar nog niet geheel verslagen Granada binnen. Een garage is gauw gevonden. Veel uitleg is niet nodig. Ze schatten dat het met een uurtje gepiept zal zijn. Er schuilt meer daadkracht in Spaanse monteurs dan wordt beweerd. We zullen zien. Ondertussen kunnen we boodschappen doen, waaronder de dringende aankoop van een anti-diarree middel. Bij het woord diarree snapt de bediende achter de toonbank in de apotheek meteen waarnaar ik op zoek ben. Een internationaal woord voor een internationaal euvel.

Hij haalt een doos met groot uitgevallen pillen tevoorschijn. Hij is zo vriendelijk om in een kort Engels uit te leggen dat de inname van een enkele pil genoeg moet zijn. Twee kan ook nog maar meer hoeft echt niet. Zodra ik de kans heb, neem ik de pil met water in. Langer wachten  is onverantwoord als je door de stad zwerft.

Misschien is het een Spaans wonder maar ons autootje staat na een uur keurig klaar. We zijn zo blij dat we de hoge rekening met plezier betalen. Aangezien dat met een ANWB reischeque kan, lijdt ons kasgeld er gelukkig niet onder. Wie weet wat we in de toekomst nog nodig hebben. Opnieuw is de ANWB redder in nood en dat op ruim tweeduizend kilometer afstand van het moederland. De uitvinder van de ANWB verdient een standbeeld op een duurzame plek ergens midden in Nederland. 

Het autootje loopt als vanouds. Weg is zijn oude mannen syndroom. Hoop gloort dat we niet hoeven liften. Maar de vreugde is van korte duur. Buiten in de heuvels ten zuiden van Granada krijgt hij opnieuw  kuren en begint te sukkelen. Hoeveel gas Bernard ook geeft, hij geeft geen sjoege. Het is om wanhopig te worden. Ons zo geliefde autootje is veranderd in een dooie diender, een karretje rijp voor de schroot.

Ik besluit als een laatste daad van liefde het oliepeil te controleren al zou ik niet weten wat olie in het carter te maken heeft met motorkracht. Zoals gebruikelijk moet er een litertje bij. Moedeloos zetten we het karretje weer in gang en dan gebeurt er op slag een mirakel daar op de Spaanse hoogvlakte. Zo maar ineens, zonder dat het weer is veranderd, de zon schijnt er nog steeds op los, en het landschap hetzelfde is gebleven, geeft hij weer vaart.  Eerst schokkerig en onwennig maar allengs doet hij het weer zoals het hoort. Het voelt alsof ergens iets in de weg heeft gezeten net als wanneer een graatje in je keel zit of iets tussen je tanden. Maar wat het geweest is, heb ik tot op de dag van vandaag niet kunnen achterhalen. Tussen hemel en aarde gebeuren er soms dingen die we niet begrijpen.

Misschien lijken auto’s meer op mensen dan we beseffen. Zo af en toe moeten ze uitrusten, liefdevol verzorgd en gekoesterd worden. Auto's behoren op grond van hun ontwerp en bouw geen eigen leven te hebben maar bij tijd en wijle hebben ze dat toch. Wij gevieren daar op de Spaanse hoogvlakte zijnde de bemanning van dit wonderlijke autootje zijn daar getuige van. Er rust al met al veel zegen op onze reis. Na verloop van tijd zitten we er weer net zo ontspannen en luchtig bij  als voorheen.

De weg naar het zuiden is lang en heet. Gelukkig brengt het schuifdak enige verkoeling. Van vreugde steken we om beurten onze hoofden boven het dak uit en drinken we goedkope landwijn rechtstreeks uit de fles. Zelfs Dora zet achter het stuur de wijnfles aan haar mond. Uiteraard geheel onverantwoord maar er is nergens politie te zien. Er is trouwens geen kip op de weg. Terwijl er langzaam een einde komt aan alweer een avontuurlijke dag, genieten we van de warme late namiddagzon die lange schaduwen van de cipressen op onze weg werpt.

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 26 februari 2021

100. DE AARDE IS ROND, DON QUICHOT DE LA MANCHA

 

 

De edelmoedige en dappere ridder Don Quichot de la Mancha neergemaaid door een molenwiek, terwijl hij dacht met een reus van doen te hebben. Zijn schildknaap Sancho Panza krabt zich eens op zijn kop bij het zien van zoveel stupiditeit van zijn meester. Een prent van Gustave Doré uit het boek 'De Geestrijke Ridder Don Quichot van de Mancha', Miguel de Saveedra Cervantes, een uitgave van Querido, Amsterdam 1983.


We vervolgen onze mesjogge reis. Ten zuiden van Madrid rijden we door een streek waar volgens de Spaanse schrijver Cervantes de nobele en moedige ridder Don Quichot de la Mancha op zijn paard Rossinant tezamen met zijn schildknaap Sancho Panza heeft rondgedoold. We vangen in de verte een glimp op van de windmolens waartegen Don Quichot ondanks waarschuwingen van Sancho Panza moedig ten strijde trok, want waar Sancho Panza windmolens ziet, ziet Don Quichot reuzen.

Hij mag dan tegen de grond gemaaid worden door een van de molenwieken, hij was toch maar mooi niet bang ten strijde te trekken tegen reuzen en dat is meer dan van menigeen gezegd kan worden. Ik vraag me af of het gezegde “hij heeft een klap van de molen gehad” een erfenis is van deze heldendaad van Don Quichot. Hij was gek maar wel van het goedmoedige soort. Eigenlijk is hij een doorgedraaide idealist, die zich op reis waant in een ridderboek in plaats van in de echte wereld. Wat Don Quichot overkwam kan ons ook overkomen als we teveel met ons neus in de boeken blijven steken. Een zorg die mijn vader ook had.  Zijn “Ga buiten spelen” als ik weer eens zat te lezen, is een niet te onderschatten bijdrage geweest aan mijn opvoeding.

Geloof het of niet maar ook hier valt ons autootje stil. Deze keer is geen twijfel meer mogelijk, het is weer tijd voor een schoonmaak beurt. De bemanning weet intussen wat er staat te gebeuren en gaat op zijn gemak aan de kant van de weg zitten terwijl ik de carburateur als een routineklus schoonmaak. Ik ben mijn vader dankbaar dat hij mij met Sinterklaas meccano heeft gegeven. Over schroefjes en boutjes hoef je mij niks meer wijs te maken. We kunnen weer op pad.

Een paar honderd kilometer verderop begint tot onze verbijstering en wanhoop het autootje in de heuvels voor de illustere Moorse stad  Granada geheel onverwacht aan een nieuwe kuur. Hij blijft weliswaar ter been maar de fut is eruit. Hij sukkelt alsof hij oververmoeid is, er het bijltje definitief bij wil neergooien. Dat zou een ramp zijn ook al hebben we ons voorbereid om als het moet liftend verder te reizen. Maar dat willen we voorlopig toch nog wel even uitstellen. Maar hoeveel gas Bernard ook geeft, de motor geeft geen sjoege. Als een onwillige ezel sukkelt hij door de heuvels richting Granada.

Dan maar een extra schoonmaak beurt, wie weet is er toch weer zand in de carburateur gekomen. Wat ik al dacht, ik vind niks. Ik geef hem meteen ook maar een oliebeurt van een liter afgewerkte olie wie weet laat hij zich vermurwen door dit liefdevolle gebaar en gaat hij weer vooruit zoals het hoort. Maar nee, hij blijft aan de sukkel. Mijn kennis van motoren schiet tekort om ook maar bij benadering te weten wat er aan de hand zou kunnen zijn. Niettemin ga ik op onderzoek uit onder de motorkap. Wie weet vind ik iets onregelmatigs, een draadje los of zo.

Tijdens mijn ongerichte zoektocht krijg ik ongevraagd gezelschap van twee behulpzame jongelui die aan zijn komen lopen. Ze zijn zo vriendelijke om met me mee te kijken en duiken onder de motorkap. Na verloop van tijd wijst een van hen naar een onderdeel met de woorden “bomba de agua”. Ik spreek geen woord Spaans maar mijn talenkennis reikt ver genoeg om te weten dat hij de waterpomp bedoelt. Helaas voor hem, ik zie geen verband tussen het rond pompen van koelwater en de slakkengang van ons autootje.  Ik doe de motorkap omlaag en we besluiten naar een garage in Granada af te zakken.

(verschijnt elke vrijdag)
 

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

vrijdag 19 februari 2021

99. DE AARDE IS ROND, MUIZEN

 

Motor van Renault 4

De inspanningen van het autootje in de heuvels blijven niet ongestraft. Zonder enige aankondiging stopt hij ermee. Daar staan we dan, verloren op de droge Spaanse hoogvlakte, een leeg landschap met enkele olijfbomen en aan de overkant een vreemde hoge muur met wachttorens. Dora zal proberen om hem weer aan de gang te krijgen maar we geloven er niet meer echt in sinds de pech op de snelweg van Lille-Parijs. Ook nu lukt het haar niet. De auto zwijgt in alle talen.

Henkius stelt voor hem een tijdje rust te gunnen. Dan kan hij weer op adem komen. Misschien heeft hij wel gelijk en moet een oude auto net als oudere mensen op tijd rusten. We leggen ons in het harde droge gras onder de schaduw van de olijfbomen. Maar ook na een kwartier pauze wil hij niet starten. Er zit niks anders op dan drastisch in te grijpen. Ik besluit tot een gewaagde ingreep, een operatie die ik nooit eerder heb uitgevoerd. Ik zet resoluut de motorkap omhoog en ga aan de slag.

Met de anatomische motorles van de Franse mecanicien voor ogen haal ik de carburateur met hulp van wat eenvoudig gereedschap uit elkaar. Dan blijkt dat, ook al heb ik nog zo goed opgelet dat de benzine tank niet te ver wordt leeg gereden, er onderin de carburateur toch een laagje zand zit. Ik peuter het eruit met hulp van een poetslap en blaas de luchtgaatjes schoon.Ik zet de puzzelstukken van de carburateur weer in elkaar en nu start hij zowaar meteen.

Ik ben nog maar net klaar of er wordt vanaf de hoge muur aan de overkant van de weg geroepen en gebaard. We vermoeden dat ze willen dat we ophoepelen, wat we dan ook prompt doen. Is het de muur van een gevangenis? Dat zou zo maar kunnen. In dat geval hebben we geluk gehad dat ze ons niet hebben weggestuurd. Daar zijn we goed vanaf gekomen. 

De hitte en de lange eentonige weg over de hoogvlakte maakt ons loom. Er zijn minder campings langs de weg dan in Frankrijk. Het droge landschap nodigt ook niet echt uit tot kamperen. Tegen het vallen van de avond stoppen we bij een kale camping met hier en daar wat hard, dor gras en geen bomen. De kampeer romantiek is er ver te zoeken. Geen plek om lang te blijven. Misschien dat we daarom besluiten om onze tenten niet op te zetten maar te slapen in onze slaapzakken op de naakte grond onder de blote hemel.

Ergens midden in de nacht schrikken we wakker van Henkius. Hij zit recht overeind verwoed met zijn hoofd te schudden terwijl hij met zijn handen door zijn haren woelt. Hij heeft een muis in zijn haren gevoeld maar kan hem niet vinden. We gaan maar weer slapen, maar niet voor lang. Nu zit Dora verschrikt rechtop. Ook zij heeft een muis in haar haren gevoeld en ook nu weer geen muis te zien. 

Geschrokken van de kleine beestenbende op de camping, trekken we de slaapmuts van de slaapzak strak om onze hoofden. Als stijf ingepakte mummies brengen we de rest van de nacht door. Na een eenvoudige wasbeurt, eten we de restanten van de vorige dag op en brengen op ons handig uitklapbaar gastoestelletje een pannetje water voor thee aan de kook. 

(verschijnt elke vrijdag)

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

vrijdag 12 februari 2021

98. DE AARDE IS ROND (VOORHEEN MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG), DE SPAANSE HOOGVLAKTE

Het wereldberoemde schilderij "Guernica" van Picasso (1937). Het is een monumentaal schilderij van 3,50 x 7,76 meter, te zien in Museo Reina Sofia in Madrid.

What do you want to do ?
New mail
Ik weet een en ander van Frankrijk dankzij Franse les en twee vakanties in Parijs.  Mijn eerste Franse zin - de kat zit op de piano - leerde ik in de zesde klas van de lagere school. Toen kwam Franse les op de middelbare school. Frans was toen nog een wereldtaal maar vooral ook een dode taal. Een taal van rijtjes woorden van buiten leren en grammatica met net zoveel regels als uitzonderingen. De leraar was zelf geestelijk en lichamelijk al net zo verdord als de taal die hij onderwees.  Pas in de vierde klas leerde ik dankzij een pas afgestudeerde leraar, de Franse taal als een levende taal kennen. In de lessen  draaide hij op de pick-up Franse chansons van onder andere Piaf en Aznavour. 

Over Spanje heb ik weinig geleerd. Spaanse les bestond niet en vakanties naar Spanje waren een zeldzaamheid, een privilege voor wie het kon betalen zo ver te reizen. Wat ik wel weet van kranten en televisie is dat het land niet deugt vanwege dictator generaal Franco die de Spaanse burgeroorlog gewonnen heeft met hulp van Hitler’s Luftwaffe, de uitvinders van het luchtbombardement op steden. Ze gooiden het stadje Guernica plat, naar het schijnt een oefening voor het latere bombardement op Rotterdam. Ik weet niet of dat bombardement de Spaanse Republikeinen op de knieën dwong, het bombardement van Rotterdam deed dat in ieder geval wel met Nederland.

Picasso heeft met zijn reusachtige schilderij ‘Guernica’ in hetzelfde jaar 1937 van het bombardement een monument opgericht voor de slachtoffers en tegen oorlogsgeweld. Je zou willen dat wij in Nederland ook zo een monumentaal schilderij zouden hebben ter herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Picasso treedt met ‘Guernica’ in de voetsporen van Goya wiens schilderij “El Tres de Mayo” (1814), een monumentale aanklacht is tegen de standrechtelijke executies van Spaanse opstandelingen tegen het Napoleontische bezettingsleger.

Maar hoeveel dood en verderf wij mensen ook zaaien, hoeveel bloed er ook vloeit, moeder natuur ontfermt zich over ons en wist zo goed als alles uit. Eenmaal de oorlog voorbij herstelt het landschap zich sneller dan de trauma’s in de hoofden en de harten van slachtoffers en daders. Misschien dat er in het Spaanse landschap hier en daar nog littekens zijn van de burgeroorlog maar wij zien ze niet.

Wij rijden vanuit het groene Baskenland naar Burgos, de hoofdstad van Castilië, waarna we de Spaanse hoogvlakte op gaan. Op de hellingen van de droge heuvels halen we hier en daar een zwoegende, dieselwolken uitbrakende vrachtwagen in. Tot hilariteit van de vrachtwagenchauffeurs braakt ons autootje al klimmend net zoveel zwarte roetwolken uit als zijn vrachtwagen. Gelukkig is onze voorraad afgewerkte motorolie nog lang niet op. 

(verschijnt elke vrijdag)

What do you want to do ?
New mail

vrijdag 5 februari 2021

97. DE AARDE IS ROND (VOORHEEN: MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG), LA ROUTE NATIONALE

Van links naar rechts: Bernard, Dora en Henkius. San Sebastian, Playa de Concha met op de achtergrond Monte Igueldo.

 

Tot nu toe verloopt de reis verbazingwekkend goed. Ik bedoel niet materieel maar geestelijk. Tegenslagen deren ons niet. Ze zijn niet meer dan een onderbreking van het grote reisplan. Er zijn geen woordenwisselingen en geen misverstanden. We vertrouwen elkaar sinds de eerste minuut dat we onderweg zijn. Een buitenstaander zou kunnen denken dat we een ervaren en geoefend reisgezelschap zijn, dat we een cursus samen reizen hebben gevolgd of aan teambuilding hebben gedaan, hetgeen niet het geval is.

Ik weet niet wanneer op welk moment het is gebeurd, misschien zat het er al vanaf het begin in, maar het autootje is een soort tijd ruimte capsule die weliswaar op vier wielen voort beweegt door het landschap, maar aanvoelt alsof we zweven. We zijn tijdreizigers in de ruimte van het landschap. De tijd is net als het landschap daarbuiten, ergens anders dan waar wij zijn. Wij bewegen in onze eigen tijd door de ruimte.

Het ontbreekt er nog maar aan dat we niet gewichtsloos zijn. Fysiek kan dat natuurlijk niet maar misschien wel geestelijk waarbij de zwaartekracht van het aardse bestaan van ons afvalt en wie weet, we het rijk der geestelijke vrijheid binnentreden? Is onze reis misschien een spirituele reis zonder dat we het beseffen?

Ik bekijk het parklandschap ontspannen en met frisse ogen. Niet alleen het landschap is nieuw, maar ook de weg, de stadjes en de dorpen waar de Route Nationale ons doorheen voert. Zo rijden we of is het zweven, van Chartres naar Tours, van Châtellerault naar Poitiers, van Angoulême naar Bordeaux. In de buurt van Bordeaux wordt het tijd om een camping te zoeken.

Dat is niet moeilijk. Het barst van de campings langs de Route Nationale. Ver van tevoren staan ze op grote borden versierd met vlaggen aangekondigd langs de weg. Als we de uitgekozen camping oprijden zien we aan een kant enkele reusachtige vaten op hun kant op een verhoog liggen, met de opening naar ons toe. Het zijn groot uitgevallen wijntonnen, toepasselijk voor de wijnstreek natuurlijk. Zo te zien zijn ze bedoeld als slaapplaats. Dat idee is aan ons niet besteed. Wij slapen liever onder tentdoek waar de nachtelijke zomerbries zachtjes doorheen waait.

De volgende dag rijden we voor de afwisseling over kaarsrechte wegen door het vlakke Les Landes met zijn uitgestrekte bossen van hoge dennenbomen. We laten de luxe badplaats Biarritz links liggen om meteen door te rijden naar de Spaanse grens. Daar eindigt de duizend kilometer lange weg door het Franse landschap en rijden we over de Pyreneeën het duizend kilometer lange avontuur van Spanje tegemoet. Niet ver van de grens, in het centrum van de Baskische stad San Sebastian stoppen we aan de boulevard om te genieten van het uitzicht op de baai La Concha met daarachter de uitgestrekte Atlantische Oceaan.

(verschijnt elke vrijdag)
 

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail